[23bb007045] Bijlage 1 behorende bij 23bb007046 over Ontwerpbestemmingsplan “Kabels- en leidingenstrook Antarcticaweg”
Tekst van het document
Hierbij kan gedacht worden aan: - het plaatsen van paddenschermen rond de meest kansrijke locaties voor het opduiken van de rugstreeppad (plastic scherm met hoogte van 50 cm boven grond en 10 cm onder grond) om te voorkomen dat rugstreeppadden het plangebied gaan bevolken; en - het plaatsen van emmers aan de binnenzijde van het paddenscherm om eventuele rugstreeppadden die binnen de begrenzing van de werkzaamheden aanwezig zijn op te vangen en te verplaatsen naar de andere kant van het scherm; en - het kort houden (maaien) van vegetatie binnen een strook van één meter rond het scherm om te voorkomen dat amfibieën via de vegetatie het plangebied binnen komen. Deze maatregelen dienen uitgevoerd te worden onder begeleiding van een deskundig ecoloog.
5.2.6 Reptielen Bureaustudie Op basis van de NDFF-database [lit. 1] zijn in de afgelopen vijf jaar in de omgeving van het plangebied geen waarneming bekend van reptielsoorten en deze worden hier ook niet verwacht. Zo komen deze soorten bijvoorbeeld voor in zandige terreinen en voldoende open, zonnige plekken (zandhagedis, adder), waterrijke gebieden op overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden (ringslang), heide (gladde slang) en houtwallen en spoorbermen (hazelworm). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek werden geen reptielsoorten aangetroffen. De aanwezige biotopen binnen het plangebied komen niet overeen met de biotoopeisen van reptielen (zie bureaustudie). Tevens ontbreekt het plangebied aan winterhabitat (beschutte holten in de grond, tussen wortels van bomen) van bovengenoemde soorten en zijn de bekende waarnemingen op zeer grote afstand van het plangebied. Effecten en conclusie Door de afwezigheid van geschikt biotoop voor reptielsoorten en de grote afstand tot bekende geschikte leefgebieden, kan worden uitgesloten dat reptielsoorten binnen de grenzen van het plangebied aanwezig zijn. Hierdoor zijn negatieve effecten van de geplande werkzaamheden op deze soortgroep uit te sluiten. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn niet nodig.
5.2.7 Vis In het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid en de verstoring van beschermde vissoorten is daarmee uit te sluiten. Nader onderzoek en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.
25 | 29
Witteveen + Bos | 120872/22-007.376 | Definitief 02
5.2.8 Vlinders, libellen en andere ongewervelden Bureaustudie Op basis van de NDFF-database [lit. 1] zijn over de afgelopen vijf jaar in de omgeving van het plangebied geen waarneming bekend van onder de Wnb beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden. Onder de Wnb beschermde dagvlinders, libellen of andere ongewervelde komen vooral in leefgebieden voor waar hun biotoop nog grotendeels intact is. Dit betreffen veelal zeer specifieke soorten habitats waar de betreffende soort zijn levenscyclus volledig kan doorlopen. De leefgebieden van onder de Wnb beschermde ongewervelden liggen dan ook vooral binnen en rondom natuurgebieden. Voorbeelden van biotopen waar onder de Wnb beschermde ongewervelden lokaal kunnen voorkomen zijn droge en schrale kalkgraslanden, vochtige bossen in het oosten van het land en Zuid-Limburg, in blauwgraslanden, kruidenrijke heidevelden, vochtige duinvalleien en duingraslanden, kapvlakten in droog en oud eikenbos, wilgenbroekbos in beekdalen, voedselarme tot matig voedselrijke verlandende wateren met een dichte krabbenscheervegetatie (petgaten), hoogveentjes omgeven door bos en gebufferde vennen, langs zuurstofrijke bovenlopen van beken, en langs stromingsluwe oevers langs rivieren waar fijn sediment en organisch materiaal voorhanden is [lit. 9]. Een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen van dagvlinders is het voorkomen van waardplanten.
Waardplanten van de beschermde soorten dagvlinders zijn zeldzaam in Nederland en worden niet gevonden in industriegebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders, libellen en ongewervelden aangetroffen die onder de Wnb beschermd zijn. Het plangebied en de directe omgeving voldoen daarnaast niet aan de (over het algemeen hoge) eisen van beschermde vlinders, libellen en ongewervelden (zie bureaustudie). Effecten en conclusie Door de afwezigheid van geschikt biotoop en waardplanten voor beschermde vlinder- of libelsoorten, kan worden uitgesloten dat beschermde dagvlinders, libellen of andere ongewervelde binnen de grenzen van het plangebied aanwezig zijn. Hierdoor zijn negatieve effecten van de geplande werkzaamheden op deze soortgroepen uit te sluiten. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn niet nodig.
26 | 29
Witteveen + Bos | 120872/22-007.376 | Definitief 02
6 SAMENVATTING
6.1
Gebiedsbescherming
6.1.1
Natura 2000 (Wnb)
Het optreden van fysieke effecten, zoals verstoring door oppervlakteverlies, geluid, licht, trilling of optische verstoring kan als gevolg van de aard van het Natura 2000-gebied, de aard van de werkzaamheden en de reeds aanwezige verstoring worden uitgesloten. Een Voortoets om fysieke effecten van het voornemen op Natura 2000-gebieden te toetsen is niet nodig.
6.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) In de nabijheid van het plangebied bevinden zich gebieden van het NNN-netwerk van de provincie ZuidHolland. Gezien het plangebied zelf echter buiten de contouren van dit NNN- netwerk valt en de provincie Zuid-Holland geen bescherming ten aanzien van externe werking op het NNN kent, zijn significante negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hier uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet nodig.
6.2
Soortenbescherming
In de onderstaande tabel zijn de bevindingen en conclusies ten aanzien van de beschermde soorten samengevat.
Tabel 6.1 Samenvattende tabel soortenbescherming Soortgroep
Kans op overtreding Wnb?
Overtreding te voorkomen door mitigatie
Ontheffing aanvragen?
vaatplanten
ja, mogelijke aanwezigheid van glad biggenkruid
ja, door: groeiplaatsen niet te vernietigingen (niet graven/transportroute); wanneer dat niet mogelijk is, dienen de exemplaren van glad biggenkruid voor de start van de werkzaamheden door een erkend ecoloog te worden verplaatst. Hiervoor is een ontheffing Wnb nodig.
nee, mits groeiplaatsen geheel worden ontzien. Indien dit niet mogelijk is, is voor het verplaatsen van de planten een ontheffing nodig.
grondgebonden zoogdieren
nee
niet van toepassing
nee
vleermuizen
nee
niet van toepassing
nee
27 | 29
Witteveen + Bos | 120872/22-007.376 | Definitief 02
Soortgroep
Kans op overtreding Wnb?
Overtreding te voorkomen door mitigatie
Ontheffing aanvragen?
vogels
ja, algemeen voorkomende broedvogels kunnen verstoord worden
ja verstoring van broedvogels voorkomen door drie mogelijkheden: buiten het broedseizoen werken; werkzaamheden voor het broedseizoen inzetten en continu doorwerken; of plangebied ongeschikt maken voor broedvogels.
nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen
amfibieën
ja, rugstreeppad kan gedood of verstoord worden
ja, doden en verstoring van rugstreeppad voorkomen bijvoorbeeld door: het plaatsen van paddenschermen; het plaatsen van emmers aan de binnenzijde van het paddenscherm; het maaien van vegetatie binnen een strook van 1 m rond het paddenscherm.
nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen
reptielen
nee
niet van toepassing
nee
vissen
nee
niet van toepassing
nee
vlinder, libellen & ongewervelden
nee
niet van toepassing
nee
28 | 29
Witteveen + Bos | 120872/22-007.376 | Definitief 02
7 LITERATUUR 1 NDFF-ecogrid database, geraadpleegd op 14 juli 2020. 2 www.wilde-planten.nl, geraadpleegd op 14 juli 2020. 3 www.Zoogdierenvereniging.nl, geraadpleegd op 14 juli 2020. 4 www.natuurinformatie.nl, geraadpleegd op 14 juli 2020 5 www.Vleermuis.net, geraadpleegd op 14 juli 2020. 6 www.vogelbescherming.nl; geraadpleegd op 14 juli 2020. 7 www.verspreidingsatlas.nl, geraadpleegd op 14 juli 2020. 8 www.ravon.nl, geraadpleegd op 14 juli 2020. 9 www.vlinderstichting.nl, geraadpleegd op 14 juli 2020. 10 www.natura2000.nl, geraadpleegd op 7 september 2020. 11 European Environment Agency (2017). Natura 2000 End 2017 - shapefile, https://www.eea.europa.eu/data-and-maps/data/natura-9/natura-2000-spatial-data/natura-2000shapefile-1, geraadpleegd op 8 september 2020. 12 https:AZdata.overheid.n^dataseV11120-natuurnetwerk-nederland, geraadpleegd op 8 september 2020.
29 | 29
Witteveen + Bos | 120872/22-007.376 | Definitief 02
Bijlage(n)
BIJLAGE: AERIUS-BEREKENING WERKZAAMHEDEN
Witteveen + Bos | 120872/22-007.376 | Bijlage I | Definitief 02
Royal HaskoningDHV Enhancing Society Together
HaskoningDHV Nederland B.V. Mobility & Infrastructure
Notitie I Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Goedgekeurd door:
Onderwerp:
1
11 februari 2022 BD6345-MI-NT-220211-0943 Projectgerelateerd
Stikstofdepositie aanleg K&L-strook Antarcticaweg
Inleiding
Havenbedrijf Rotterdam N.V. is voornemens om de bestaande kabels- en leidingenstrook (K&L-strook) aan de Antarcticaweg in Rotterdam uit te breiden om toekomstig ruimtebeslag van leidingen planologisch te beschermen. Hiervoor wordt een bestemmingsplan opgesteld. De nieuw aan te leggen leidingen passen voor een groot deel al binnen de bestaande leidingenstrook. Op enkele plekken vallen de nieuw aan te leggen leidingen net buiten de bestaande strook. Het bestemmingsplan voorziet in planologische bescherming van de aan te leggen leidingen, op de locaties net buiten de al planologisch geregelde, bestaande, leidingenstrook.
2
Wettelijk kader
Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient bij activiteiten getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. In de beslisboom (figuur 1) zijn de stappen om vergunningsplicht vast te stellen beschreven.
Partiële vrijstelling bouwfase In art. 2.9a van de Wnb1 is een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht opgenomen voor de gevolgen van stikstofdepositie door de in het Besluit natuurbescherming in art. 2.5 aangewezen activiteiten van de bouwsector. De partiële vrijstelling houdt in dat de tijdelijke gevolgen van de, door de bouw veroorzaakte, stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten bij de natuurvergunning. De vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (de bouwfase)1 2 en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk, als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt. Dat maakt de vrijstelling partieel, evenals het feit dat de vrijstelling alleen geldt voor de gevolgen van stikstofdepositie.
1 Dit artikel is aan de Wnb toegevoegd met de op 1 juli 2021 in werking getreden Wet tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) (Wsn, Stb. 2021, 140). 2 De partiële vrijstelling omvat de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats, de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, mobiele puinbrekers, baggerwerk- of baggervaartuigen et cetera) en eventuele tijdelijke omrijd- en omvaareffecten als gevolg van de werkzaamheden. De vrijstelling omvat niet de productie van bouwmaterialen of de winning van bouw- of grondstoffen.
11 februari 2022
BD6345-MI-NT-220211-0943
1/6
HaskoningDHV
Denkbaar is immers dat de bouw- of gebruiksfase van een project andere significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, bijvoorbeeld door verstoring van diersoorten. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet (huidige verwachting eind 2022) gelden er wel regels voor het beperken van emissies van bouwwerktuigen in de bouwfase, hiervoor is echter geen AERIUSberekening vereist.
Stap i.
AERIUS-berekening stikstofdepositie op iatura aooo als gevolg van project
Geen vergunningplicht
Stap 2.
Intem salderen
Geen vergunningplicht *
Stap 3.
Ecologische voortoets
Significante effectei uitgestoten Geen vergunningplicht'
Significante effecten met uitgesloten
Stap 4.
Passende beoordeling in het licht van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden (evt. extern salderen)
Geen risico op aantasting natuurlijke kenmerken junning verleenbaar
Natuurlijke kenmerken mogetijk aangetast
Stap 5.
ADC toets - Geen Alternatieven - Dwingende reden van groot openbaar belang - Compensatie van Natura 2000
Positieve uitkomst
* Bij itap 2 en ín het figuur oongepott noot oontetdénç von őe uttiprook Logtitboon wxi 20-1-2021
Vergunning verleenbaar
2Q1907Í46/1/H1)
Figuur 1. Beslisboom Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten
3
Uitgangspunten onderzoek stikstofdepositie
Op grond van de partiële vrijstelling (zie hoofdstuk 2) is er voor wat betreft stikstofdepositie als gevolg van de activiteiten tijdens de aanlegfase sprake van een vergunningsvrije situatie waarvoor geen toestemmingsbesluit nodig is. Voor de tijdelijke aanlegfase is het daarom niet nodig om een AERIUSberekening uit te voeren. Om een beeld te krijgen van de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase is er wel een AERIUS-berekening uitgevoerd. Op basis van de uit te voeren werkzaamheden, hoeveelheden, eenheden en producties, is een inschatting van de inzet van het materieel (uren en ritten) gemaakt3. Deze aantallen zijn, samen met een inschatting van het bijbehorende maximale vermogen en brandstofverbruik, ingevoerd in AERIUS Calculator.
3 De inzet van het materieel is gebaseerd op de lengte van het tracé (2,2 km), de gemiddelde aanlegsnelheid en de verwachte capaciteit van het materieel. Aangeleverd door het Havenbedrijf Rotterdam per e-mail d.d. 12-11-2020.
11 februari 2022
BD6345-MI-NT-220211-0943
2/6
t
Royal HaskoningDHV
AERIUS maakt gebruikt van de NOx- en NH3-emissiefactoren van het materieel uit de door TNO gepubliceerde datasets voor stikstofdepositieberekeningen4. Dit betreft een nieuwe werkwijze ten opzichte van berekeningen in vorige versies van AERIUS. Emissies door mobiele werktuigen worden berekend op basis van het AdBlue verbruik, brandstofverbruik en de uren inzet (de “AUB-methode”). Het brandstofverbruik is afgeleid uit de, in de TNO-notitie opgenomen, tabel met het verband tussen motorvermogen en brandstofverbruik per bouwjaar. Aangenomen is dat de werkzaamheden uitgevoerd worden in het zichtjaar 2022 en dat het materieel tijdens de start van de werkzaamheden niet ouder dan 10 jaar is (bouwjaar 2012) en daarmee voldoet aan de euronormen fase IIIB5. Deze werktuigen kunnen wel of niet van een katalysator (SCR) zijn voorzien. In dit onderzoek is er worst case vanuit gegaan dat geen van de machines met een katalysator (SCR) is uitgerust. In totaal duurt de aanleg ongeveer 30 weken waarbij gemiddeld vijf uur per werkdag één shovel en twee mobiele hijskranen ingezet worden. In onderstaande tabel 1 zijn de gebruikte specificaties van de mobiele werktuigen voor de berekening weergegeven. Tabel 1. Specificaties en NOx-, en NH3-emissie mobiele werktuigen tijdens aanleg K&L-strook
Vermogen
Duur
Belasting
Type werktuig
Brandstof verbruik
AdBlueverbruik
(kW)
(uren)
O)
(l/jaar)
(l/jaar)
IO
Shovel
200
750
55%
23.281
-
353,0
0,2
Mobiele hijskraan 1
200
750
69%
29.088
-
440,1
0,2
Mobiele hijskraan 2
200
750
69%
29.088
-
440,1
0,2
De pijpleidingen worden aangevoerd met vrachtauto’s waarvoor ongeveer 140 ritten (280 bewegingen) nodig zijn. Per werkdag arriveren gemiddeld vier personen- of bestelauto’s met personeel, in totaal betreft dit 600 aankomsten en 1.200 bewegingen. In onderstaande tabel 2 is de inzet van de mobiele werktuigen en het aantal voertuigen weergeven. Tabel 2. Inzet aantal voertuigen tijdens aanleg K&L-strook
Voertuigen
# Aankomsten
# Bewegingen
Personen- of bestelauto’s
600
1.200
Vrachtauto’s
140
280
4
Rekenmodel
De stikstofdepositie als gevolg van het in te zetten materieel tijdens de uitbreiding van de K&L-strook is berekend met het verspreidingsmodel AERIUS Calculator, versie 2021. Voor de emissies van het in te zetten materieel tijdens de werkzaamheden is in AERIUS één vlakbron ter hoogte van het plangebied opgenomen (zie figuur 2). In deze vlakbron zijn de mobiele werktuigen met bijbehorende emissieduur uit tabel 1 opgenomen.
4 https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuiaen-staae-klasse-emissiefactoren/13-01-2022 5 Stage IIIB standards for nonroad diesel engines, zie: https://www.dieselnet.com/standards/eu/nonroad.Dhp
11 februari 2022
BD6345-MI-NT-220211-0943
3/6
t
Royal HaskoningDHV
De invoerparameters uitstoothoogte (4 meter), spreiding (4 meter) en warmte-inhoud (0 MW) sluiten aan bij de standaard voor mobiele werktuigen in AERIUS Calculator. Voor de emissies van de vrachtauto’s voor aan- en afvoer van de pijpleidingen vanaf een externe locatie en de personen of bestelauto’s voor het personeel is in AERIUS één rijroute tussen de projectlocatie en de kruising Europaweg/Dardanellenstraat opgenomen. Vanaf dit punt wordt dit verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld omdat het verkeer zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat op de Europaweg rijdt. In figuur 2 is deze rijroute in rood weergegeven. De vracht-, bestel- en personenauto’s die gebruikt worden voor aan- en afvoer van materialen en personeel (tabel 2) zijn als aantal ingevoerd in AERIUS. Voor de bepaling van de NOx-en NH3-emissie wordt daarmee gebruik gemaakt van de emissiefactoren zoals deze in AERIUS opgenomen zijn (zie factsheet AERIUS “Wegverkeer - emissiefactoren standaard”)6. De berekende emissies zijn opgenomen in de modeluitvoer van AERIUS Calculator (bijlage 1).
Solleveld ä Kapitteldu
Voordelta
Royal Legenda
HaskonrngOHV | ifdřír legĩtř.i
Vlakbron mobiele werktuigen Rijroute aan- en afvoer Natura 2000-gebieden l Kilometer
____
1
Voornes Du
Figuur 2. Ligging vlakbron, rijroute en Natura 2000-gebieden
5
Resultaten en conclusie
Uit AERIUS Calculator (bijlage 1) blijkt dat de stikstofdepositie tijdens de werkzaamheden tijdelijk met maximaal 0,03 mol N/ha/j toeneemt. Deze waarde wordt berekend binnen het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Ook in vijf andere Natura 2000-gebieden wordt een tijdelijke toename van de 6 https://www.aerius.nl/nl/factsheets/weaverkeer-emissiefactoren-standaard/13-01-2022
11 februari 2022
BD6345-MI-NT-220211-0943
4/6
t
Royal HaskoningDHV
stikstofdepositie berekend, zie tabel 3. De berekende bijdrage is hoger dan de waarde waarbij significant negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten (0,00 mol N/ha/j). Tabel 3. Maximale stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden tijdens aanleg K&L-strook
Natura 2000-gebied
Maximale depositie
Voornes Duin
0,03 mol N/ha/j
Solleveld 8c Kapittelduinen
0,03 mol N/ha/j
Voordelta
0,02 mol N/ha/j
Westduinpark 8c Wapendal
0,01 mol N/ha/j
Duinen Goeree 8c Kwade
0,01 mol N/ha/j
Grevelingen
0,01 mol N/ha/j
Op grond van de partiële vrijstelling (zie hoofdstuk 2) is er voor tijdelijke gevolgen van stikstofdepositie tijdens de aanlegfase sprake van een vergunningsvrije situatie waarvoor geen toestemmingsbesluit of AERIUS-berekening nodig is. De aanleg van de K&L-strook Antarcticaweg is daarom vrijgesteld van vergunningplicht.
11 februari 2022
BD6345-MI-NT-220211-0943
5/6
t
Royal HaskoningDHV
Bijlage 1 AERIUS-berekening aanlegfase
11 februari 2022
BD6345-MI-NT-220211-0943
6/6
Projectberekening AERIUS' CALCULATOR
Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
" " " "
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www. aerius. nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening AERIUS CALCULATOR
Contactgegevens Rechtspersoon
Havenbedrijf Rotterdam
Inrichtingslocatie
STRAAT, POSTCODE STAD
Activiteit Omschrijving
Uitbreding K&L strook Antarcticaweg
Toelichting
Havenbedrijf Rotterdam N.V. is voornemens om de bestaande kabels- en leidingenstrook aan de Antarcticaweg in Rotterdam uit te breiden voor de aanleg van 2 lagen pijpleidingen.
Berekening AERIUS kenmerk
S44owTt6dtDh
Datum berekening
10 februari 2022,11:11
Rekenconfiguratie
Wnb-rekengrid
Totale emissie Aanlegfase - Beoogd
Rekenjaar
Emissie NH3
Emissie NOx
2022
«0,1 ton/j
1,2 ton/j
Resultaten Aanlegfase - Beoogd
Hoogste depositie Hexagon
Gebied
2.896,23 mol/ha/j 3587308
Grevelingen
Gekarteerd oppervlak met toename (ha)
1.447,94 ha
Gekarteerd oppervlak met afname (ha)
0,00 ha
Grootste toename van depositie
0,03 mol/ha/j
Grootste afname van depositie
0,00 mol/ha/j
S44owTt6dtDh (10 februari 2022)
2/7
Projectberekening AERIUS CALCULATOR
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2022
Emissiebronnen
O 0 O
Emissie Emissie NH3 NOx
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning! Inzet Mobiele werktuigen; Shovel
c0,1q 4 ton/' ton/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning! Inzet Mobiele werktuigen; Mobiele hijskraan 1
^’'*'0 4ton/' ton/j ’
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning! Inzet Mobiele werktuigen; Mobiele hijskraan 2
^’'*'0 4ton/' ton/j
Verkeersnetwerk
‘í^ ton/j
S44owTt6dtDh (10 februari 2022)
‘í0»* ton/j
3/7
Projectberekening AERIUS CALCULATOR
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
Haringvliet
Habitatrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn
Grootste afname van depositie
Vogelrichtlijn
Niet bepaald
Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
S44owTt6dtDh (10 februari 2022)
4/7
Projectberekening AERIUS CALCULATOR
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie
Berekend (ha
Hoogstetotale Mettoename
gekarteerd)
depositie (mol/ha/jr)
Totaal
Per gebied
1.447,94
2.896,23
Met afname (ha Grootste gekarteerd)
(mol/ha/jr)
1.447,94
Berekend (ha
Hoogstetotale Mettoename
gekarteerd)
depositie
0,03
Grootste
(ha gekarteerd) toename
(mol/ha/jr)
Voornes Duin (100)
Grootste
(ha gekarteerd) toename
afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd)
(mol/ha/jr)
afname (mol/ha/jr)
721,26
2.276,04
721,26
0,03
0,00
0,00
Solleveld ä Kapittelduinen 490,99 (99)
2.441,68
490,99
0,03
0,00
0,00
Voordelta (113) 0,07
1.143,32
0,07
0,02
0,00
0,00
Westduinpark 8t Wapendal (98)
128,49
2.274,77
128,49
0,01
0,00
0,00
Duinen Goeree ä Kwade Hoek 95,36 (101)
2.156,38
95,36
0,01
0,00
0,00
Grevelingen (115)
2.896,23
11,78
0,01
0,00
0,00
S44owTt6dtDh (10 februari 2022)
11,78
5/7
Projectberekening AERIUS CALCULATOR
Aanlegfase, Rekenjaar2022 Mobiele werktuigen I Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam
Naam
NOx NH3
Inzet Mobiele werktuigen; Shovel Stageklasse
0,4 ton/j « 0,1 ton/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue
Stof Emissie
verbruik Shovel
Stage-IIIB, 2011-2013,75-560 kW, diesel, SCR nee
23281 l/j
NOx 0,4 ton/j
750 u/j
NH3
<0,l ton/j
Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam
NOx NH3
Inzet Mobiele werktuigen; Mobiele hijskraan 1
Naam
Stageklasse
0,4 ton/j « 0,1 ton/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue
Stof Emissie
verbruik Mobiele hijskraan 1
Stage-IIIB, 2011-2013,75-560 kW, diesel, SCR: nee
29088 l/j
NOx
750 u/j
NH3
0,4 ton/j
<0,l ton/j
Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam
Naam
NOx NH3
Inzet Mobiele werktuigen; Mobiele hijskraan 2 Stageklasse
0,4 ton/j « 0,1 ton/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue
Stof Emissie
verbruik Mobiele hijskraan 2
Stage-IIIB, 2011-2013,75-560 kW, diesel, SCR: nee
29088 l/j
750 u/j
NOx
NH3
0,4 ton/j
<0,l ton/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
S44owTt6dtDh (10 februari 2022)
6/7
Projectberekening AERIUS' CALCULATOR
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie Database versie
2021.0.2-20220128-2eee9c6138 202!L2eee9c6138
Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/
S44owTt6dtDh (10 februari 2022)
7/7
www.witteveenbos.com
BIJLAGE: MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
Witteveen + Bos | 120872/22-007.336 | Bijlage III | Definitief 02
Witteveen
WMM
Į‘%'/ i 'ftl '«■KI
.
^■ŴŢ
1'
'f r^
as: -
V, . ^
ŵïvípj
- r ľ’.'»-*1
iSösfa»
. .
v-
IM ®a
fr-'- .AíT-Y—-'
A-* ;wr
rSJ
vgrś:
jįţí'.-gr " . v,. ' j\ŕ ' ■'. WF -^
íà**
;v
Bestemmingsplan kabels- en leidingenstrook - Antarcticaweg Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem
Havenbedrijf Rotterdam N.V. 11 december 2020
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Bestemmingsplan kabels- en leidingenstrook - Antarcticaweg Havenbedrijf Rotterdam N.V.
Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Definitief 11 december 2020 120872/20-018.924
120872 mw. drs. ing. A. van de Werfhorst drs. M.J. Schilt
mw. N.F.C. Veldt BSc A.G.C. Goselink mw. drs. ing. A. van de Werfhorst
Paraaf
Adres
Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer + 31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen + Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen + Bos
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen + Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Kwaliteitsborging
6
1.3
Leeswijzer
6
2
VOORONDERZOEK
7
2.1
Algemeen
7
2.2
Beschrijving onderzoekslocatie, inclusief huidig- en toekomstig gebruik
7
2.3
Beschrijving historische informatie
8
2.4
Beschikbare informatie bodemkwaliteit
9
2.4.1 2.4.2
10 12
Eerder uitgevoerd onderzoek Beschrijving vigerend bodembeleid
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie
12
2.6
Terreinverkenning
13
2.7
Beantwoording onderzoeksvragen
13
3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
15
3.1
Aanleiding en doel
15
3.2
Conclusies en aanbevelingen
15
4
REFERENTIES
16
Laatste pagina
17
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Regionale situatie
1
II
Bodemkwaliteitskaarten
4
III
Terreinverkenning
1
IV
Onderzoeksaspecten vooronderzoek
1
1 INLEIDING
In opdracht van Havenbedrijf Rotterdam N.V. is door Witteveen + Bos een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 [ref. 1] ter plaatse van de kabels- en leidingenstrook aan de zuidzijde van de Antarcticaweg op de Maasvlakte te Rotterdam.
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding van het uitvoeren van dit milieuhygiënisch vooronderzoek is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan ten behoeve van het uitbreiden van de kabel- en leidingenstrook aan de zuidzijde van de Antarcticaweg te Rotterdam. De kabels- en leidingenstrook wordt aan zowel de oost- als de westkant deels verlengd en wordt aangelegd tot een diepte van maximaal 5,0 m-mv. In afbeelding 1.1 is een schematische weergave van de kabels- en leidingenstrook weergegeven.
Afbeelding 1.1 Locatie van de uitbreiding van de kabel- en leidingenstrook aan de Antarcticaweg te Rotterdam (afbeelding noord gericht)
Bron: Witteveen + Bos Arcmap
Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN 5725 [ref. 1] is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de twee onderzoekslocaties. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van een eventueel uit te voeren verkennend bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken, wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd.
5 | 16
Witteveen + Bos | 120872/20-018.924 | Definitief
De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. Het vooronderzoek heeft zich specifiek gericht op een zone tot 25 meter buiten de projectcontouren van de onderzoekslocaties.
1.2
Kwaliteitsborging
Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitssysteem van Witteveen+Bos dat gecertificeerd is conform ISO 9001. Witteveen + Bos voldoet aan de veiligheidsmanagementnorm VCA**.
1.3
Leeswijzer
In de navolgende hoofdstukken en paragrafen is de met het vooronderzoek verkregen informatie beschreven: - vooronderzoek (hoofdstuk 2): beschrijving onderzoekslocatie, inclusief huidig- en toekomstig gebruik (paragraaf 2.2); beschrijving historische informatie (paragraaf 2.3); beschikbare informatie bodemkwaliteit (paragraaf 2.4); bodemopbouw en geohydrologie (paragraaf 2.5); - terreinverkenning (paragraaf 2.6); beantwoording van de onderzoeksvragen (paragraaf 2.7). - conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 3): aanleiding en doel (paragraaf 3.1); conclusies en aanbevelingen (paragraaf 3.2). - referenties (hoofdstuk 4).
6 | 16
Witteveen + Bos | 120872/20-018.924 | Definitief
2 VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen
Met een vooronderzoek wordt door archief- en dossieronderzoek informatie verzameld over het voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik, de bodemopbouw en geohydrologie. Dit vooronderzoek is met name gericht op het achterhalen van mogelijke bronnen van verontreiniging(en)en is uitgevoerd conform de NEN 5725 [ref. 1]. De norm voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN 5725 [ref. 1] onderscheidt zeven verschillende aanleidingen (A tot en met G, zie bijlage IV). De aanleiding voor dit vooronderzoek komt overeen met aanleiding A - 'opstellen van hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek' en aanleiding G - 'opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overige projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico's' die overeenkomstig deze aanleiding is onderzocht. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is in hoofdstuk 3 de onderzoekshypothese en -strategie opgesteld voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding weergegeven in bijlage IV.
2.2
Beschrijving onderzoekslocatie, inclusief huidig- en toekomstig gebruik
In tabel 2.2 zijn de belangrijkste gegevens opgenomen. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale situatie in bijlage I. De onderzoekslocatie bevindt zich ten zuiden van de Antarcticaweg. Het terrein is onbebouwd en onverhard. De onderzoekslocatie is niet in een waterwin-, grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone gelegen.
Tabel 2.1 Beschrijving onderzoekslocaties
eigenaar
Havenbedrijf Rotterdam N.V.
ligging locatie
Antarcticaweg, Rotterdam
kadastrale situatie oost
RTD12 AM 936, RTD12 AM 536
kadastrale situatie west
RTD12 AM 986, RTD12 AM 929, RTD12 AM 934, RTD12 AM 951
coördinaten RD (middelpunt) oost
x = 61.480; y = 443.312
oppervlakte onderzoekslocatie
circa 0,57 ha
waterschap
Waterschap Hollandse Delta
gebruik locatie: -
voormalig
industrie
-
huidig
industrie
-
toekomstig
industrie
7 | 16
Witteveen + Bos | 120872/20-018.924 | Definitief