CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb006762] Bijlage 2 behorende bij 23bb6760 - Reflectie onderzoek Feyenoord City ( Arcadis/TUD, september 2023)

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 7 februari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Eindrapportage risicovol project Feyenoord City20.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

LEREN VAN GEBIEDSONTWIKKELING FEYENOORD CITY Toekomstgericht reflectieonderzoek. Acht lessen voor toekomstige grote projecten in Rotterdam.

(netwerk)leren en implementeren

Inhoudsopgave Inleiding en leeswijzer

3

Les 1

Aanjagen en vervlechten

9

Les 2

Kaders en controle

18

Les 3

Samenwerking en (schijn)consensus

22

Les 4 Participatie en draagvlak

30

Les 5

Reflectie en adaptiviteit

34

Les 6

Verhaal en betekenis

38

Les 7

Identiteit en sentimenten

44

Gemeente Rotterdam

Les 8 (Netwerk)leren en implementeren

49

Rémi Adriaansens, pr. consultant

Verantwoording en terugblik

54

Literatuurlijst

59

Colofon Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City Toekomstgericht refelectieonderzoek. Acht lessen voor toekomstige grote projecten in Rotterdam.

In opdracht van Auteurs

Imme van der Leij, jr. consultant Wouter Jan Verheul, sr. consultant Arcadis / sr. research - lecturer TU Delft Jaco van Vliet, sr. consultant Arcadis Vormgeving

Joke ter Harmsel, Arcadis

Fotografie Peter Gooris, Pieter Musterd, Frans Parthesius, Hans Tak, David Rozing, Studio Dijkgraaf Datum

September 2023

INLEIDING EN LEESWIJZER

3

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

Feyenoord City

Reflectief en toekomstgericht

Wat kunnen we leren uit Feyenoord City voor de toekomst? Feyenoord City is een

De insteek van dit onderzoek betreft reflectief leren: het terugblikken op eigen

majeur stadion-gerelateerd gebiedsontwikkelingsproject in Rotterdam Zuid. In

gedrag en ervaringen. Zo kunnen we bruikbare lessen beschikbaar maken voor

het plan staan duizenden nieuwe woningen, economische en maatschappelijke

toekomstige complexe grote projecten. Belangrijk is dat de respondenten terug-

voorzieningen, een goede verbinding met stad en omgeving, een actieve buiten-

kijken met de kennis van nu, terwijl destijds beslissingen zijn genomen en hande-

ruimte en een nieuw stadion als vlaggenschip. Maar in 2022 kwam een einde aan

lingen hebben plaatsgevonden in een specifieke context. Die context kunnen we

het plan voor het nieuwe stadion binnen het project. De betaald voetbalorganisatie

vanwege de onderzoeksinsteek niet altijd volledig schetsen.

Feyenoord (BVO Feyenoord) trok zich terug uit het project en het bestemmingsplan Feyenoord City werd als gevolg vernietigd. Sindsdien bekijkt de gemeente

Naast reflectief leren is aandacht gegeven aan instrumenteel leren: het terug­

samen met private partijen hoe de andere planonderdelen – in al dan niet

blikken op de toepassing van specifieke ‘instrumenten’ en arrangementen in de

gewijzigde vorm – alsnog door kunnen gaan. Tegelijkertijd wil de gemeente

scope van het onderzoek (zie uitvraag) zoals het Position Paper, de s­ amenwerking

lessen trekken uit de voorgaande periode.

met STIGAM en Stadion Feijenoord, de samenwerking met BVO ­Feyenoord, de omgevingsparticipatie, de rolverdeling en interne gemeentelijke communicatie,

De gemeente Rotterdam heeft ons, onderzoekers van Arcadis met een begelei-

de contracten tussen gemeente en private partijen en de ruimtelijke ordenings-

dende rol van een Reflectieteam van de TU Delft, gevraagd te zoeken naar lessen

procedure (het bestemmingsplan).

voor toekomstige grote gebiedsontwikkelingsprojecten. Daarvoor hebben we een toekomstgericht reflectief onderzoek uitgevoerd naar het procesverloop van

Als onderzoekers hebben we 30 respondenten in diepte-interviews eerst bevraagd

het project Feyenoord City. Dit onderzoek baseerden we op de uitvraag van de

op hun persoonlijke geleerde lessen vanuit hun rol in het project. Daar hebben

gemeente Rotterdam van 28 februari 2023 en de onderliggende raadsmotie

we op doorgevraagd om de breedte en diepgang aan te brengen. Dit heeft

‘Feyenoord City, lessons learned’. De tijdspanne van dit reflectieonderzoek omvat

verschillende perspectieven op het procesverloop opgeleverd. Daaruit hebben

de periode vanaf 11 mei 2017, met de vaststelling van de Position Paper door de

we als onderzoekers een rode draad herleid van acht centrale thema’s waar de

raad van Rotterdam, tot en met het besluit van het college in december 2022 om

respondenten over spraken. Daarbij lieten we zoveel mogelijk ruimte voor meer-

geen locatie meer te reserveren voor een nieuw stadion. Hoewel dit de primaire

stemmigheid in de onderbouwing en de bevindingen.

tijdspanne van het onderzoek omvat, is waar nodig met gesprekspartners de voorgaande periode besproken.

4

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

Met achtergrondinformatie (deskresearch), vakinhoudelijke en wetenschappelijke

Ook verandering willen inzetten zonder kompas is een effect van leren van falen:

expertise zijn de onderzoekers in staat om te beoordelen, verbanden te leggen

wel weten waar je van weg wilt bewegen, maar eigenlijk niet scherp hebben waar

en de strategische waarde daaruit te destilleren om tot bruikbare lessen te

je precies naartoe wilt en kunt (’t Hart & Luetjens, 2019). Door de lessen over falen

komen. Dit onderzoek is niet zozeer een reconstructie van feiten en verantwoor-

handelings­gericht te stimuleren en daarnaast op zoek te gaan naar successen, krijgt

delijkheden. Het onderzoek geeft ook geen waardeoordelen over de gekozen

leren richting en ontstaat energie om volgende projecten beter aan te pakken.

oplossingen en structuren en het handelen van personen, organisaties en ­afdelingen, het is bedoeld om toekomstgerichte lessen te formuleren.

Ook in het geval van Feyenoord City hebben de respondenten, maar ook wij als onderzoekers, positieve lessen opgemerkt waarvan het waardevol is om ze specifiek, ook los van de acht thema’s, in het vizier te houden voor de toekomst:

Meervoudige blik: kritische maar ook positieve lessen 1

Er is in het project (vanaf 2017) een integrale gebiedsgerichte aanpak ont­

In deze rapportage staan de belangrijkste lessen uit het onderzoek. In de hoofd-

wikkeld. In de wereld van grote projecten is dat geen vanzelfsprekendheid.

stukken presenteren we zo veel mogelijk een meerstemmig geluid. Dat doen we

2 De publieke plannen voor stadion gerelateerde gebiedsontwikkeling heeft de

door niet een enkele duiding de boventoon te laten voeren, maar verschillende

interesse van marktpartijen opgeroepen in een relatief rommelig gebied, waar

perspectieven van verschillende respondenten en experts op een kwestie te

voorheen weinig markinteresse was, en marktpartijen in een stedelijke coalitie

presenteren. Soms was een perceptie van een kwestie vrijwel unaniem, in andere

verbonden.

gevallen liepen percepties uiteen. Ook hebben we bewust in de gesprekken

3 Het werken met een Position Paper heeft in beginsel zowel intern als extern

gevraagd om zowel een donkere als een roze bril op te zetten. Dat wil zeggen:

gezorgd voor herkenbare publieke randvoorwaarden die de markt stuurden en

zowel in te gaan op de vraag wat er misging, als wat er goed ging. En wat wel

in de publieke arena zorgden voor controle en een scherp debat; Het vasthouden

en niet voor herhaling vatbaar is.

aan strenge publieke eisen voor een beperkte deelname aan een stadion­ ontwikkeling heeft mede voorkomen dat er een te duur of te risicovol bouw-

Veel respondenten waren in de gesprekken kritisch over het procesverloop van

project is gerealiseerd.

Feyenoord City. Die kritische inzichten hebben in hoofdstukken van dit rapport een plek gekregen. Tegelijkertijd is het bij leren van projecten van belang om

Zodoende beogen we op basis van de inzichten en handreikingen in dit rapport

ook oog te hebben voor succes. Leren van mislukkingen of teleurstellingen is

de gemeente Rotterdam te stimuleren om evenwichtig te leren. Voor een verdere

belangrijk en komt in dit rapport uitgebreid aan de orde, maar uitsluitend leren

verantwoording van onze werkwijze verwijzen we naar het laatste hoofdstuk,

van falen geeft het risico op blame games en zelfrechtvaardigingsinstincten.

‘Verantwoording en terugblik’.

5

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Leeswijzer Dit onderzoek heeft acht lessons learned voor toekomstige grote projecten opgeleverd, waarin is verwoord wat goed is gegaan en wat anders of beter kan. De acht hoofdstukken bevatten beknopte hoofdlessen en verwijzingen naar specifieke instrumenten en arrangementen die in de uitvraag zijn opgenomen. Centraal thema / hoofdstuk

Hoofdles voor de toekomst

Aandacht voor specifieke instrumenten en arrangementen

Aanjagen en vervlechten

‘Een vlaggenschip kan helpen als aanjager bij een grote en ­complexe gebiedsontwikkeling. Geef vroegtijdig inzicht in opties voor aanjagers, de consequenties van het vervlechten en accepteer deze consequenties, zeker in een vervlochten ‘alles of niets’-scenario.’

Samenwerking met STIGAM en Stadion Feijenoord. Contracten tussen partijen. Ruimtelijke ordeningsprocedure.

2

Kaders en controle

‘Vooraf duidelijkheid over publieke kaders, zoals in een Position Paper, helpt de samenwerking en besluitvorming. Maak ze wel adaptief voor voortschrijdende en dynamische ontwikkelingen op de lange termijn.’

Position Paper. Rolverdeling en interne gemeentelijke communicatie.

3

Samenwerking en (schijn)consensus

‘Ongelijksoortige actoren werken samen in gebiedsontwikke­ling om consensus te bereiken. Werk voortdurend aan voldoende draagvlak en betrokkenheid van de verschillende betrokken partijen, zeker bij veranderingen in de organisatie(s).’

Samenwerking met STIGAM en Stadion Feijenoord. ­Samenwerking met BVO Feyenoord. Rolverdeling en interne gemeentelijke communicatie. Contracten tussen partijen.

4

Participatie en draagvlak

‘Start zo vroeg mogelijk met participatie en houd dat tot het eind toe vol. Organiseer voortdurend instapmomenten, geef kritiek een plaats, en houd rekening met het verleden.’

Omgevingsparticipatie. Samenwerking met BVO Feyenoord. Samenwerking met STIGAM en Stadion Feijenoord.

5

Reflectie en adaptiviteit

‘Organiseer periodiek rust- en reflectiemomenten, zodat er ruimte ontstaat om in te spelen op mogelijke weeffouten, veranderingen in de omgeving, wijzigende (economische) omstandigheden en voortschrijdende inzichten.’

Samenwerking met STIGAM en Stadion Feijenoord. ­Samenwerking met BVO Feijenoord.

6

Verhaal en betekenis

‘Storytelling is een succesfactor voor gebiedsontwikkeling. Het verhaal is de ‘motor’ die de gebiedsontwikkeling in beweging brengt én houdt. Het verhaal moet groeien en zich verbinden met de belangen van de diverse stakeholders, de omgeving en de stad, zodat tegenslagen en tegenwind kunnen worden overwonnen.’

Rolverdeling en interne gemeentelijke communicatie. ­Samenwerking met STIGAM en Stadion Feijenoord. ­Samenwerking met BVO Feijenoord.

Identiteit en sentimenten

‘Erken de sentimenten rond plekken, mensen en projecten. Werk preventief aan vertrouwen en spelregels en treed collectief op als door grensoverschrijdend gedrag veiligheid in het gedrang komt.’

Samenwerking met BVO Feyenoord. Omgevingsparticipatie.

7

‘Herstel ‘oud zeer’ en geef leren een plek tijdens het project én na afloop. Organiseer het leren binnen het netwerk en in de projectorganisatie en zorg voor borging in de lijnorganisatie.’

Rolverdeling en interne gemeentelijke communicatie.

1

8

6

(Netwerk)leren en implementeren

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

De lessons learned zijn niet alleen toepasbaar in het samenspel tussen raad, bestuur en ambtenaren binnen de gemeente. Ze zijn juist ook toepasbaar in de samenwerking van de gemeente in externe publiek-publieke en publiek-private netwerken. Een nadere toelichting en onderbouwing van de lessen is in de navolgende acht hoofdstukken te lezen. Naast de hoofdlessen zijn daarin ook een aantal specifiekere lessen te vinden. De opbouw van ieder hoofdstuk is als volgt: 1

In de eerste paragraaf volgt de bondig geformuleerde hoofdles, vanuit een retrospectieve les (inzicht) en een prospectieve les (aanbeveling).

2 Vervolgens wordt in de tweede paragraaf op basis van het onderzoek naar

Feyenoord City vanuit bevindingen onderbouwd wat de inzichten en ­percepties zijn geweest die tot de hoofdles hebben geleid. 3 In derde paragraaf vullen we de inzichten uit Feyenoord City aan met onze

expert opinion, gebaseerd op een combinatie van de bevindingen uit ­Feyenoord City met aanvullende reflecties uit literatuur, referentie-casuïstiek en de gesprekken met het Reflectieteam van de TU Delft.

7

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

Tijdsbalk met mijlpalen Feyenoord City periode 2017-2022

8

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

1

AANJAGEN EN VERVLECHTEN

“Een vlaggenschip kan helpen als aanjager bij een grote en complexe gebiedsontwikkeling. Geef vroegtijdig inzicht in ­opties voor aanjagers, de consequenties van het vervlechten en accepteer deze consequenties, zeker in een vervlochten ­‘alles of niets’-scenario.”

9

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

1.1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Inzicht en toekomstgerichte les

Inzicht . Het nieuwe stadion, het ‘vlaggenschip’ van het project, had als ­kata­lysator voor de gebiedsontwikkeling aanjagende effecten. ­Tegelijkertijd leidde het nieuwe stadion, de daarbij horende ver­ plaatsing van de stadionfunctie uit De Kuip en de woningbouw die daar grotendeels mee samenhing, tot onvermijdelijke onder­linge vervlechting. De gebiedsontwikkeling was afhankelijk van de ­ont­wikkeling van het stadionproject, waarvoor een plot was ­gereserveerd. Door complicaties binnen het stadionproject ­belemmerde deze aanjager tegelijkertijd de voortgang van de ­ ebiedsontwikkeling. g

reflectie en adaptiviteit

5

6

1.2

Bevindingen

1.2.1

Aanjagen

1

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Het stadion wordt door publieke en private initiatiefnemers van Feyenoord City als belangrijke aanjager voor de gebiedsontwikkeling beschouwd. Er wordt gewezen op de investeringen in de verwervingen, de toegenomen interesse vanuit marktpartijen om te investeren en ontwikkelen in dit ‘rommelige gebied’ dat sterk wordt gekenmerkt door infrastructuur en bedrijventerreinen. Zeker in de tijd van planvorming was er nauwelijks interesse om woningbouw te ont­ wikkelen in dit gebied. Nu staat er een stedelijke coalitie met investeringskracht.

2 Een nieuw stadion was ook een aanjager voor een andere of betere ruimtelijke

ordening van het gebied. Woningbouw is niet mogelijk vanwege het vele geluid dat het stadion (de Kuip) produceert en de ingewikkelde mobiliteits- en infra­ structuuropgaven gedurende wedstrijden en andere grote evenementen. Door de stadionfunctie in de zogenaamde stadiondriehoek te verplaatsen zou

Toekomstgerichte les . Weeg vroegtijdig, al in de strategiefase, expliciet de mogelijke opties

er planologisch gezien meer mogelijk zijn wat betreft woningbouw en gebieds­­

voor aanjagers af vanuit publiek belang. Houd de aanjaagfunctie beheersbaar, onderzoek en weeg daarom in de strategiefase expliciet de mogelijke scenario’s waarbij deelgebieden- of projecten vertragen of niet doorgaan, ongeacht de reden. Minimaliseer indien mogelijk vaste koppelingen of afhankelijkheden. Beslis vooraf over de strategie, maak de consequenties expliciet inzichtelijk en accepteer deze, zeker als een ‘alles of niets’ scenario opportuun is.

nieuwe Stadion zou een extra impuls geven aan de fysieke verbinding van

ontwikkeling, zo benadrukken de publieke initiatiefnemers. De locatie van het Feyenoord City en de bestaande stad. 3 Naast een stadion op zich, wordt de potentie van een stadion half in en aan de

Maas als aanjager gezien vanwege de beeldwaarde. Het signaal dat – net als bijvoorbeeld de Erasmusbrug bij de Wilhelminapier – nu ook in dit deel van Rotterdam-Zuid iets bijzonders gebeurt. 4 De aanjagende werking voor de werkgelegenheid van een stadion-gerelateerde

gebiedsontwikkeling voor de omliggende wijken ligt genuanceerd. De bouw van het stadion en aanverwante evenementen en sportfaciliteiten zou veel banen opleveren tijdens de bouw- en exploitatiefase: een kans voor mensen uit de buurt. Een deel van de werkgelegenheid zou in de omgeving terecht kunnen komen.

10

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

reflectie en adaptiviteit

5

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

5 Alhoewel de gemeente niet expliciet scenario’s heeft afgewogen voor mogelijke

7 Als positieve les wordt opgemerkt dat gaandeweg het project (vanaf 2017), een

aanjagers, is met het opstellen van het publieke kader (bv. het Position Paper)

meer gebiedsontwikkeling-gerichte aanpak (vergelijk: vastgoedontwikkeling-­

wel het vermeende publieke belang van het nieuwe stadion vastgelegd.

gericht) is ontwikkeld waarbij integraler is gewerkt (in de wereld van grote projecten is dat geen vanzelfsprekendheid), waarbij ook maatschappelijke en

6 Over de aanjagende werking van Feyenoord City voor de sociale ontwikkeling

economische opgaven betrokken zijn.

verschillen de meningen. Publieke initiatiefnemers wijzen op het Sociaal

11

Economisch Programma (SEP) waarin staat dat naast banen en stageplekken

1.2.2

ook allerlei sociale activiteiten met (kansarme) jongeren uit de buurt worden

1

Vervlechten

Het nieuwe stadion en de gebiedsontwikkeling zijn steeds meer met elkaar

ondernomen, dat er investeringen in de breedtesport worden gedaan. De

vervlochten geraakt. In de gesprekken kwam regelmatig aan de orde of het

aanjagende werking van het stadion voor deze maatschappelijke opgaven wordt

stadion een aanjager was voor gebiedsontwikkeling, of dat gebiedsontwikkeling

geprezen maar ook betwist. Enkele respondenten zijn van mening dat de BVO

het stadion mogelijk moest maken. Beide routes zijn het geval geweest. Daar­

Feyenoord al jarenlang een groot sociaal programma had voor omliggende

voor moeten we verder terugkijken dan 2017, namelijk de periode 2005-2015 .

wijken. Respondenten uit de club wijzen erop dat het adopteren van het sociale

De eerste plannen voor een nieuw stadion dateren uit de jaren rond 2005,

programma het bestaande sociale werk van de BVO heeft gepolitiseerd (het

toen de gemeente overwoog mee te doen aan een bid voor een WK voetbal

sociale werk werd te veel gekoppeld aan draagvlak voor het nieuwe stadion).

en daarvoor een nieuw stadion nodig achtte. Ook hebben er verkenningen

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

2 De vervlechting ontstond door het verplaatsen van de stadionfunctie, de basis

voor bredere exploitatie van het nieuwe stadion, dubbelgebruik van mobiliteits­ faciliteiten die daardoor betaalbaar werden en de publieke meerwaarde die voor de gemeente van belang was om te investeren. Het nieuwe stadion werd gezien als een dusdanige opbrengstengenerator dat men durfde te investeren in verwervingen. Vervolgens is de planologische procedure met bestemmingsplan opgestart met een nieuw stadion als aanjager voor de gebiedsontwikkeling. Organisatorisch is een projectorganisatie Feyenoord City opgezet, met een overkoepelende naam gerelateerd aan Feyenoord (‘Feyenoord City’) en een gezamenlijk participatietraject van stadion en gemeente. Zodoende zijn nieuw stadion en gebiedsontwikkeling op allerlei vlakken (financieel, juridisch-planologisch, organisatorisch en sociaal-mentaal) vervlochten. 3 Sommige respondenten zien het als een noodzakelijke vervlechting die zorgt

voor synergie. Omdat een stadion als stand-alone-ontwikkeling nooit genoeg zou opbrengen vanuit de exploitatie om de kosten te drukken, zou er wel verdiencapaciteit vanuit de vastgoedontwikkeling uit het gebied moeten worden gehaald. Ook zou een stadion nooit zelf de mobiliteitsproblemen goed kunnen oplossen, dus is een gezamenlijke ontwikkeling met de gemeente voor het gebied noodzakelijk. plaatsgevonden om evenementencomplex Ahoy en een nieuw stadion in

4 Anderen wijzen op de risico’s die met de vervlechting zijn aangegaan door

combinatie te ontwikkelen ergens in Rotterdam-Zuid. Naast een behoefte

de woningbouw en gebiedsontwikkeling afhankelijk te maken van een nieuw

vanuit de gemeente kwam ook vanuit het management en bestuur van Stadion

stadion. Ook zijn er enkele kritische respondenten die stellen dat de aanjaag-

Feijenoord (‘de Kuip’) een verzoek tot nieuwbouw, omdat renovatie van de

functie van een nieuw stadion op zich wel te begrijpen is, maar dat er nooit

Kuip technisch en financieel minder aantrekkelijk werd geacht. Er is een beeld

andere typen aanjagers zijn verkend om het gebied te herontwikkelen, zoals

dat aanvankelijk jarenlange nieuwbouwplannen en verkenningen nog niet of

een museum, hogeschool, bibliotheek of een ander flagship project.

nauwelijks uitgingen van een gebiedsontwikkeling. De gemeenteraad heeft aangedrongen op een gebiedsontwikkeling-gerichte blik. Het Q-team heeft

12

5 Door een deel van de respondenten zoals de Rotterdamse Rekenkamer wordt

benadrukt dat de plannen van ontwerpbureau OMA eerst te veel gericht waren op

de waarde van het stadion als aanjager voor gebiedsontwikkeling benadrukt

een op zichzelf staand stadion. Het team gaf aan dat de stad (omgeving) en het

die gemeentelijke medewerking rechtvaardigt. Respondenten geven aan dat

stadion sterker met elkaar verbonden moesten worden op sociaal-ruimtelijk

de gemeente in het publiek kader ook heeft vastgesteld dat het om aanjagen

niveau.

ging en geen lange financiele betrokkenheid werd nagestreefd.

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Tegelijkertijd wordt kritisch gewezen op het onvoldoende duidelijk maken van

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

8 Enkele andere respondenten zijn van mening dat met de vernietiging van het

een (lange termijn) financiële betrokkenheid in een nieuw stadion door de

bestemmingsplan niet alleen de BVO Feyenoord voor een (financieel) debacle

gemeente. Ook zou het brede publieke belang onvoldoende duidelijk en maat­

is behoed, maar ook de stad Rotterdam. Zij veronderstellen dat partijen een

schappelijk gedragen zijn voor een overheidsaandeel in de stadion­ontwikkeling.

grotere financiële bijdragen hadden moeten leveren, die de draagkracht zou overschrijden. Andere respondenten wijzen daarbij weer op de beschermende

6 Samengevat wijzen de respondenten de overkluizing van het spoor en

werking van de Position Paper in dat kader. Die geven ook aan dat ten tijde

­land­aanwinning in de Maas, de zakelijke haalbaarheid, het draagvlak binnen

van vaststellen van het bestemmingsplan door de raad nog sprake was van

de Feyenoord-familie (directie, raad van commissarissen, supporters etc.),

een economisch haalbaar plan, zie ook ‘uitgelicht: feitenrelaas instrument

de vervlechting in het bestemmingsplan aan als achilleshielen van het

ruimtelijke ordeningsprocedure’.

nieuwe stadion met implicaties voor de gebiedsontwikkeling als geheel. 9 Enkele respondenten noemden ook de Mallegatplot, Waterfront, Roseplot en 7 Geen van de respondenten geeft reflecterend aan dat de bestemmingsplan-­

strategie anders had gekund of gemoeten. De meeste respondenten zijn ervan

het bestemmingsplan werd vernietigd (zie inzet: instrumenteel leren). Dat was

overtuigd dat de BVO Feyenoord anders had kunnen handelen voor een andere

volgens hen te danken aan de juridisch-planologische voorbereiding.

afloop van de planologisch-juridische procedure, met nagenoeg hetzelfde besluit om de medewerking daaraan (voorlopig) op te schorten.

13

de Colosseumplot snel konden worden voortgezet na de RvS-uitspraak waarin

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

U

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Sinds het ontstaan van de Structuurvisie

nieuw stadion, infrastructuur en

minder hinder voor de omgeving.

Stadionpark (2010) is een nieuw stadion

voornamelijk woonfuncties zijn in

Bijkomend voordeel is dat er dan in

aan de Maas in beeld. De private

een integraal plan ontwikkeld en ook

de fasering ook geen tussenoplossing

initiatief­nemers en de gemeente

onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

hoeft te worden gevonden voor voetbal

hebben – bij het vormgeven van de

Belangrijkste overweging voor deze

en huisvesting van de BVO Feyenoord.

UITGELICHT Feitenrelaas instrument

Gebiedsvisie Stadionpark (2015) -

vervlechting was destijds dat dit nood­

Er zou ook onvoldoende marktbehoefte

‘ruimtelijke ordeningsprocedure’ in

de variant ‘Stadion aan de Maas’ als

zakelijk zou zijn vanwege de functio­

zijn voor twee functionerende stadions,

relatie tot vervlechting.

meest opportuun van drie varianten

nele koppeling tussen de Kuip en het

wat bijdroeg aan de noodzaak voor

beoordeeld. Er is bij vaststelling

nieuw te bouwen stadion. Pas wanneer

functionele vervlechting. Ook was

Position Paper, Masterplan en Gebieds-

het nieuwe stadion daadwerkelijk in

’volgordelijk ontwikkelen’ (losse,

visie (2019) bewust gekozen voor een

gebruik wordt genomen, kan de Kuip

achter­een­volgende planologische

sterk vervlochten plan: de Kuip, een

een aangepaste functie krijgen met

procedures) qua planningsconsequenties voor de woningbouw onaanvaardbaar. Dit zou leiden tot een minder integraal plan en bovendien onnodig lang duren, omdat ze op een nieuw stadion zouden moeten wachten. Vooraf is (ambtelijk) overwogen om separate bestemmingsplannen voor de nieuwe woongebieden in procedure te brengen, los van het nieuwe stadion. De uiteindelijke keuze voor één ­bestemmingsplan was ingegeven om drie principiële redenen: integraliteit ruimtelijke ordening (geen ‘postzegelplannen’), borging van de eindigheid van de voetbalfunctie van de Kuip (vermindering hindercontour) en het niet confronteren van het nieuwe stadion met bestaande woningbouw (strengere geluidseisen).

14

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Tevens heeft de gemeente rechts­

het Investeringsmemorandum, waarin

De uitspraak van de Afdeling bestuurs-

wijzigingsvoorstel van de gemeente

zekerheid, overzichtelijkheid en duidelijk­

het bestuurlijk commitment wederom

rechtspraak van de Raad van State

woningbouw te prioriteren. Door de

heid voor de omwonenden en overige

werd bevestigd. Ongeveer een half jaar

over beroep tegen het bestemmings-

vernietiging konden ook niet betwiste

belanghebbenden meegenomen in

daarna heeft de BVO, na een interne

plan heeft de drie samenwerkende

plots met voornamelijk woningbouw

haar besluit om geen separate

optievergelijking, eenzijdig besloten

actoren (STIGAM, Stadion Feyenoord

niet worden uitgevoerd. Later zijn deze

bestemmings­plannen in procedure te

niet langer mee te werken aan een

en gemeente) verrast, geven de

plots alsnog in separate bestemmings-

brengen. Op basis van deze redenatie

nieuw stadion.

respondenten aan. In de eerste plaats

plannen gevat, maar hebben vertraging

de manier waarop de RvS zich – binnen

opgelopen.

heeft het stadion in het bestemmingsplan de duiding ‘aanjager’ gekregen.

De drie samenwerkende partijen

een economisch uitvoerbaar plan –

Deze planologisch-juridische duiding

hebben na het besluit van de BVO

­verdiepte in de haalbaarheid van een

(Voor externe reflectie en bronnen

over de vervlechting tussen stadion en

Feyenoord beoordeeld dat het nieuwe

privaat deelproject daarbinnen, wat

naar aanleiding van dit feitenrelaas

gebiedsontwikkeling is vervolgens ook

stadion als ‘plot’ (deelplan) kon worden

geen precedent kende. De Afdeling

wordt verwezen naar paragraaf 1.3)

door de RvS bevestigd in haar uitspraak.

beschouwd, waarvan aanvaardbaar

richtte zich op de rol van de BVO

was dat de ontwikkeling later kon

Feyenoord en hardheid van de over-

Bij het vaststellen van het bestemmings­

plaatsvinden. Daarmee kreeg de BVO

eenkomst met Stadion Feijenoord,

plan door de gemeenteraad waren de

Feyenoord de ruimte om meer draag-

terwijl er bij vaststelling van het

drie samenwerkende partijen (STIGAM,

vlak te vinden voor een nieuw stadion

bestemmingsplan door de raad nog

Nieuw Stadion en gemeente) én de

en in een later stadium weer aan te

geen reden tot twijfel was omdat er

BVO Feyenoord bestuurlijk gecommit-

haken. Zo konden de andere plots die

een Investeringsmemorandum was

teerd aan het plan. Ongeveer vier

afge­stemd waren op het nieuwe stadion

ingediend. In de tweede plaats door

maanden na de vaststelling kwamen

binnen het vastgestelde bestemmings­

het bestemmingsplan niet partieel te

Nieuw Stadion en BVO Feyenoord met

plan alsnog ontwikkeld worden.

vernietigen, maar geheel, ondanks een

15

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

1.3

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Externe reflectie en bronnen

Afweging aanjager Om grote projecten te initiëren en te volbrengen, is ambitie en lef nodig. Bij Feyenoord City was dat zeker aanwezig, ook in de inspanningen om diverse publieke en private belangen aan elkaar te verbinden. Het verbeteren van de bereikbaarheid, de sociaal-economische betekenis, het toevoegen van woningen, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en creëren van een nieuwe accommodatie voor de BVO Feyenoord. ‘Vlaggenschip-projecten’ (zoals een stadion) kunnen veel potentie hebben als aanjager van een gebiedsontwikkeling. Daarom is bij het vormgegeven van de gebiedsstrategie raadzaam om ­verschillende opties voor ‘vlaggenschip-projecten’ transparant te overwegen. En daarbij af te wegen welke specifieke publieke belangen overheidsinvestering en/of ­mede­werking rechtvaardigen. Daarbij moet ook het private belang en private ­organiserend vermogen inzichtelijk zijn om uiteindelijk een passende ­overheidsopstelling te kiezen. Implicaties vervlechting Vanuit het vakgebied beschouwd zijn de overwegingen van de gemeente om een functioneel integraal en optimaal plan te maken en daarom voor één ­bestemmingsplan te kiezen begrijpelijk en voorstelbaar. Een onaantrekkelijk alternatief zou zijn om geen functioneel integraal en optimaal plan te maken. En ook het bestemmingsplan in twee fasen te knippen; een nieuw stadion en aansluitend de overige plandelen.

Ook heeft de uitspraak van de RvS de vak­ wereld inhoudelijk verrast. Bij het kiezen van de juiste aanjager voor de gebiedsontwikkeling is ook van groot belang om de procesimplicaties voor functionele vervlechting binnen het plan mee te wegen. Op basis van dit voorwerk is het in transparantie nemen van financiele en planologisch-juridische risico’s eerder te aanvaarden.

16

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Indien mogelijk is een ontwikkelstrategie te prefereren die, als het ‘vlaggenschip-­

2 Stadions als ‘special’ in gebiedsontwikkeling zijn vergelijkbaar met grote infra­

project’ hapert of strandt, zoveel mogelijk de ontwikkelingen van het omliggende

structuurprojecten. Wetenschappers en beleidsonderzoekers zeggen dat het

gebied van het ‘vlaggenschip-project’ kan laten doorgaan ten behoeve van bredere

heel risicovol is om stadions als dergelijke grote projecten te vervlechten met

publieke belangen. Een aanjager heeft vaak een waarde­volle beeldbepalende

gebiedsontwikkeling (Daamen, 2021). De logica van een stadion volgt meer

functie. Het tevens verbinden van de naam van de aanjager aan de gebieds­

de principes van projectmanagement en die van gebiedsontwikkeling van

ontwikkeling als geheel kan er in de beeldvorming toe leiden dat die twee bijna

programma- en procesmanagement. Bij gebiedsontwikkeling is het belangrijk

elkaars synoniem worden. Dit kan de kwetsbaarheid met zich meebrengen dat

om plannen adaptief te maken en flexibel te laten inspelen op maatschappelijke

de aanjager belemmerend wordt.

veranderende vraag en economisch tij. Waar je bij gebiedsontwikkeling kunt beginnen met gefaseerd kavels ontwikkelen, kun je niet zeggen ‘doe mij maar

Externe bronnen

een half stadion en dan zien we wel hoe de vraag zich ontwikkelt’. Zo zijn er

In aanvulling op deze externe reflectie zijn inzichten vanuit externe bronnen

veel voorbeelden waar de financiële vervlechting van metrolijnen of tunnels

waardevol:

met gebiedsontwikkeling de gebiedsontwikkeling in problemen heeft ­gebracht als het infrastructuurproject uit de hand loopt qua planning en

1

Uitzoomend zien we elders dat diverse (inter)nationale voorbeelden en studies

kosten (zie ook Delft, ondertunneling treintracé). Daar komt nog bij dat de

laten de waarde van ‘flagships’ als aanjager van gebiedsontwikkeling zien

afhankelijkheid van een privaat stadionproject vaak nog kwetsbaarder is dan

(Doucet, 2010, Smyth, 2008, Verheul, 2012). Overal zijn waterfronten ontwikkeld

een publiek infrastructuurproject.

met een belangrijke rol van bijvoorbeeld musea, concerthallen, en andere flagship projects die een gebied op de kaart zetten, en zorgen voor een ­econo­mische, sociale en planologische positieve spiraalwerking. Dichterbij huis kennen we de Erasmusbrug en gebouwen op de Wilhelminapier als aanjagers voor de Kop van Zuid. De potentie van flagships als aanjager is er absoluut, hoewel de hoge kosten en afhankelijkheid voortdurende onderbouwing van de publieke aandelen en publieke belangen vergen omdat er evengoed voorbeelden zijn van projectfiasco’s, lege gebouwen of flagships die niet goed zijn vervlochten met de omgeving (Hall, 1980, Majoor, 2008).

17

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

2

KADERS EN CONTROLE

“Vooraf duidelijkheid over publieke kaders, zoals in een Position Paper, helpt de samenwerking en besluitvorming. Maak ze wel adaptief voor voortschrijdende en dynamische ontwikkelingen op de lange termijn.”

18

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

2.1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Inzicht en toekomstgerichte les

2.2 1

Inzicht . De gemeente Rotterdam heeft gewerkt met een Position Paper, een commu­nica­tief instrument dat intern en extern richting gaf en houvast bood. Er is overwegend grote steun voor deze manier van richting­gevende sturing. Volgens sommigen was de Position Paper te ­gedetailleerd en was flexibiliteit wenselijk. De navolgende informatie­­ verstrekking door middel van halfjaarlijkse voortgangsrapportages was zeer uitgebreid. Hoewel tevoren met de raad afgestemd, was de informatie volgens sommigen erg omvangrijk, complex (bv. risico­ analyses) en niet geheel actueel. Toekomstgerichte les . Maak als gemeente voorafgaand aan een groot project richtinggevend je publieke kaders (doelen, proces en afwegingscriteria) duidelijk voor samen­werking en overheidsinvestering. Consulteer je publieke en private partners. Dit geeft ­draagvlak, duidelijkheid en sturing in de samenwerking, ook als onderdeel van de contractvorming. Het helpt en structureert de bestuurlijke besluitvorming en geeft een handvat voor bestuurlijke kaderstelling en controle. Zorg wel dat een Position Paper ruimte biedt om (bij) te kunnen sturen en controleren op hoofd­ lijnen, dat duidelijk is wat de status van weergegeven planningen is en dat er voldoende adaptiviteit is om te kunnen inspelen op ver­ anderende omstandig­heden bij langdurige projecten. Maak daarbij ook afspraken over de informatievoorziening.

reflectie en adaptiviteit

5

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Bevindingen

De aanleiding voor het vaststellen van een omvangrijke Position Paper wordt voornamelijk gezien in de evaluaties van Rotterdamse grote projecten die aanleiding gaven tot het maken van duidelijke randvoorwaarden vooraf en sturingsmiddelen gedurende de uitvoeringsfase. Het expliciteren van de rand­ voorwaarden voor de medewerking van de gemeente aan een nieuw stadion en de gebiedsontwikkeling maakte de Position Paper helder voor zowel private partijen (de externe werking) en het college en raad (de interne werking).

2 Uiteindelijk heeft de raad met ruime meerderheid ingestemd met de Position

Paper. Tijdens het project nam de terughoudendheid en twijfel toe bij een deel van de gemeenteraad voor de financiële en organisatorische medewerking aan een nieuw stadion. 3 Het werken met een Position Paper heeft in beginsel zowel intern als extern

gezorgd voor herkenbare publieke randvoorwaarden die de markt stuurden en in de publieke arena zorgden voor controle en een scherp debat. 4 Onder respondenten is overwegend grote steun voor het werken met een

Position Paper en wordt dit aanbevolen voor toekomstige grote projecten. Het geeft richting aan de markt, die vaak om meer duidelijkheid van de overheid vraagt. Wel klinkt bij een aanzienlijk deel van de respondenten ook kritiek op de invulling en werkwijze van de Position Paper bij Feyenoord City, of wordt aangegeven het in het vervolg anders te doen: • De Position Paper beperkte zich op onderdelen op hoofdlijnen maar was op andere onderdelen zeer (volgens sommigen te) gedetailleerd. • Het hoge detailniveau van onderdelen maakte dat controle van de raad volgens sommigen te weinig op hoofdlijnen plaatsvond. • De Position Paper zou te star zijn en te weinig ruimte bieden voor flexibiliteit, met name op financiële kaders gedurende een lange looptijd met wisselende omstandigheden.

19

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

• Het tijdspad in de Position Paper was bedoeld als indicatieve planning, maar werd vaak als absoluut geïnterpreteerd. • Op onderdelen in de Position Paper ontstond in de loop van het project onvoldoende overtuiging bij de BVO Feyenoord en ontstond twijfel en kritiek. • De Position Paper had volgens sommigen te veel het karakter van een inspanningsverplichting: delen uit de tekst waren te vrijblijvend. Op sommige onderdelen heel specifiek, op andere globaler. 5 De interne werking van de Position Paper in de gemeenteraad wordt ver­

schillend beoordeeld. Er zijn respondenten die stellen dat de Position Paper te star en te veel als instrument voor politieke ‘afrekening’ werd gehanteerd, andere respondenten stellen dat de Position Paper nu eenmaal een politiek instrument is en hoort te zijn: het biedt de raad handvatten voor sturing en controle en een handig middel bij de overdracht voor nieuwe raadsleden. 6 De externe werking van de Position Paper wordt geprezen (‘helder naar de

markt toe’) en respondenten vinden het goed dat private partijen betrokken

Enerzijds is er de behoefte aan heldere, beknopte informatie op hoofdlijnen,

waren bij de totstandkoming. Tegelijkertijd – ondanks dat hun voorgangers

anderzijds de behoefte aan volledige informatie die het risico vormt dat te veel

akkoord zijn gegaan – hekelen respondenten vanuit de BVO de starheid of

op de details wordt in gegaan.

beknellende werking (er was weinig ruimte om extra overheidsmiddelen vrij te krijgen), of vinden ze dat er op onderdelen nooit een handtekening had

8 Ondanks de relatieve volledigheid werden de voortgangsrapportages op

moeten komen. Het wordt in die zin nu meer als een publiek instrument

sommige momenten als achterhaald ervaren, doordat vanwege lange aan­

gezien dan een publiek-privaat-maatschappelijke overeenkomst.

biedingstermijnen actuele ontwikkelingen en geluiden via de media of private kanalen niet waren opgenomen. Daaraan werd tegemoetgekomen door

7 De Position Paper vormde ook de basis voor de voortgangsrapportages van

relevante actualiteiten op te nemen in de brief waarmee het college de voort-

het college aan de raad. Daarnaast waren er andere vormen van informatie­

gangsrapportage aan de raad aanbood. Echter, dit maakte de beoordeling

verstrekking aan de raad (tussentijdse raadsbrieven, raadsvoorstellen,

ervan niet eenvoudiger.

­afdoening moties, beantwoorden schriftelijke vragen, etc). Voor dit project is in

20

samenwerking met een werkgroep uit de raad een basisrapportage gemaakt

9 De voortgangsrapportages gaven volgens sommige raadsleden, de rekenkamer

en aan de raad voorgelegd. Die voortgangsrapportages waren zeer omvangrijk

en kritische omgevingspartijen geen goed zicht op de omvang van de risico’s.

en over het algemeen heel compleet. Hier speelt ‘de informatieparadox van de

Weliswaar werden risico’s in overzichtelijke kleurendiagrammen weergegeven,

gemeenteraad’: hoe meer informatie je vraagt, hoe complexer het wordt.

maar de perceptie daarvan, en dus de perceptie van het risico, liep uiteen.

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

10 Als positieve les wordt opgemerkt dat het vasthouden aan strenge publieke

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Externe bronnen

eisen voor een beperkte deelname aan een stadionontwikkeling mede heeft

In aanvulling op deze externe reflectie zijn inzichten vanuit externe bronnen

voorkomen dat er een te duur of te risicovol bouwproject is gerealiseerd.

waardevol: 1

2.3

Externe reflectie en bronnen

Wetenschappelijke en praktische literatuur over gebiedsontwikkeling wijst op het belang van publieke visies, kaders en richtinggevende documenten om de markt te kunnen sturen. Een vaak gehoorde klacht van private partijen is dat ze

Richting geven en flexibiliteit

door gebrek daaraan niet weten waar ze in een gebied aan toe zijn wat betreft

Rotterdam heeft qua leren van grote projecten een stap gezet met de Position Paper.

publieke steun en randvoorwaarden (Adams & Tiesdell, 2003; Verheul et al, 2019).

Door voorafgaand aan een project haar voorwaarden, wensen en no-go-criteria

In die zin is een Position Paper een goede manier om daar wat aan te doen.

kenbaar te maken, is de Position Paper qua uitwerking en reikwijde een voorbeeld voor het vakgebied. De duidelijkheid die richtinggevende documenten

2 In algemene zin laat onderzoek naar rapporten van rekenkamers en raads­

tijdens een groot project kunnen bieden, is behulpzaam voor de samenwerking

informatie (zie o.a. Nederlandse Vereniging van Raadsleden) zien dat onvolledige

en besluitvorming. Deze documenten dienen qua abstractieniveau vooral houvast

informatieverstrekking een terugkerend probleem is tussen colleges en

te bieden op hoofdlijnen en zich voldoende flexibel te verhouden tot de dynamische

gemeenteraden, maar dat tegelijkertijd de raad moet blijven sturen op hoofd-

context waarin grote projecten zich begeven.

lijnen (SKG, 2022). Alhoewel bij Feyenoord City in dit kader duidelijke basis­ afspraken zijn gemaakt over voortgangsrapportages, verdient het aanbeveling op onderdelen specifieke nadere afspraken te maken bij de aanvang van grote projecten, met betrekking tot actualiteit, risicopercepties en -weergave.

21

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

3

SAMENWERKEN EN (SCHIJN)CONSENSUS

“Ongelijksoortige actoren werken samen in gebiedsontwikkeling om consensus te bereiken. Werk voortdurend aan voldoende draagvlak en betrokkenheid van de verschillende betrokken partijen, zeker bij veranderingen in de organisatie(s).”

22

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

3.1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Inzicht en toekomstgerichte les

reflectie en adaptiviteit

5

3.2 1

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Bevindingen

Buitenstaanders kennen een voetbalclub vaak als één partij waarmee ze, ook voor de bouw van een stadion, goede afspraken kunnen maken. De casus

Inzicht . Tijdens het project is het commitment bij een van de initiërende stakeholders en bij sommige raadsleden gaan afnemen. Dat had een nadelig effect op het slagen van het project. Andere betrokkenen bij het project hadden het idee dat er steun was, dat er toezeggingen waren gedaan en bij de juiste partijen handtekeningen waren gezet, of dat een achterban wel bij zou draaien terwijl dat achteraf een te rooskleurig beeld was. De tegengeluiden binnen de betrokken organisaties werden niet altijd of te weinig gehoord door de mensen in beslissende posities.

Feyenoord City laat zien dat dat niet vanzelfsprekend is. De voetbalclub ­Feyenoord bestaat uit meerdere partijen en gelederen. Er wordt daarom ook wel gesproken van de ‘Feyenoordfamilie’: een conglomeraat dat bestaat uit onder meer de betaald voetbalorganisatie (BVO), een aantal geclusterde grootaandeelhouders, verschillende supportersverenigingen, het bestaande stadion (de Kuip), het nieuwe stadion, en zo meer, met verschillende belangen en voorkeuren. 2 Een nader te duiden onderverdeling in afzonderlijke rechtspersonen is Stadion

Feijenoord (NV) en de club (BVO Feyenoord, Feyenoord Rotterdam NV). Alhoewel de organisaties samen initiatief namen voor Feyenoord City en een nieuw stadion, veranderde de rol van de BVO Feyenoord gedurende directiewisselingen

Toekomstgerichte les . Samenwerking tussen verschillende partijen vraagt om werken aan

naar die van ‘keurmeester’ van het eigen plan. Alle professionele respondenten

en laten groeien van overtuiging en commitment binnen en tussen organisaties. Het is extra van belang bij leiderschapswisselingen en krappe meerderheden. Want bij grote projecten ligt schijnconsensus op de loer, waarbij niet binnen alle gelederen van betrokken organisaties de overtuiging diep genoeg is verankerd. Commitment is bovendien moeilijk langdurig af te dwingen, dat wordt verdiend. Juist bij lang­ jarige samenwerking tussen grote complexe organisaties is het ­belangrijk om oog te houden voor de interne steun. Schijnconsensus, waarbij niet alle betrokkenen overtuigd zijn van de gekozen koers maar deze signalen niet de bestuurstafel bereiken, moet worden ­voorkomen. Dat is vooral van belang bij leiderschaps­wisselingen, krappe meerderheden en veranderende (markt)omstandigheden.

entiteiten zijn, die verschillende overtuigingen bleken te ontwikkelen over een

van dit onderzoek vonden het problematisch dat dit twee verschillende nieuw stadion en de deelname aan Feyenoord City. Het uitgaan van en voortbouwen op afspraken met deze verschillende entiteiten maakte het voor de gemeente Rotterdam en Stichting Gebiedsontwikkeling aan de Maas (STIGAM) lastig. Tussen deze twee Feyenoord-entiteiten bestonden verschillende ­percepties, voorkeuren en risicoafwegingen over Feyenoord City. 3 De verdeeldheid tussen Stadion Feijenoord en de BVO Feyenoord was volgens

respondenten ook zichtbaar binnen de top van de club: tussen de directie en de Raad van Commissarissen (RvC) en binnen de RvC. Zo ervoeren enkele betrokken respondenten ook dat er afspraken en toezeggingen vanuit RvC-­ leden direct aan de gemeente Rotterdam werden gedaan, die door directieleden vervolgens intern werden bekritiseerd of genuanceerd. Enkele respondenten zetten vraagtekens bij het mandaat van RvC-leden in dat kader.

23

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

4 De onenigheid en de afstemmingsvraagstukken tussen BVO Feyenoord en

9 Feyenoord City kreeg in de loop der tijd te maken met zowel personele wisse-

Stadion Feijenoord hadden ook invloed op de discussies en het verminderd

lingen als economische tegenwind (stijgende bouwkosten en rente). Daardoor

draagvlak in de gemeenteraad. Volgens sommige respondenten was een

kwamen eerder gemaakte uitgangspunten en afspraken (extra) onder druk te

groot deel van de raadsvragen niet aan de orde geweest als de samenwerking

staan en werden standpunten binnen achterbannen verder verscherpt.

tussen BVO Feyenoord en Stadion Feijenoord goed was verlopen. 10 Verschillende respondenten geven aan dat de keuze van BVO Feyenoord 5 Verschillende voorkeuren en percepties bestonden onder meer over de

om niet door te gaan met het bouwen van een nieuw stadion niet van het

­voorwaarden van financiële deelname en risico’s (het ‘stoplichtenmodel’).

een op het andere moment werd genomen, maar een proces van jaren was.

Respondenten geven aan dat van mening werd verschild over de aantrekkelijk­

Binnen de BVO Feyenoord geven respondenten aan dat ze het idee hadden

heid van een nieuw stadion, de businesscase, de alternatieven zoals verbouwing

dat publieke en private samenwerkingspartners soms een te rooskleurig beeld

van de Kuip en herbestemming van de Kuip, de mobiliteitsoplossingen en de

hadden van de steun en overtuiging van BVO Feyenoord voor Feyenoord City

deelname aan het sociaaleconomisch programma van Feyenoord City.

en de afspraken, terwijl de stoplichten van BVO Feyenoord op rood stonden. Andere respondenten zeggen dat pas vlak na het indienen van het Investerings­

6 De verschillende percepties en voorkeuren waren het scherpst zichtbaar onder

memorandum, de (zakelijke) bezwaren van BVO Feyenoord op tafel kwamen.

supporters van Feyenoord. Aan de ene kant de protesten van felle tegenstanders van een (of specifiek dit) nieuwe stadion en aan de andere kant de minder uitgesproken voorstanders.

11 De afnemende steun werd door respondenten verschillend ervaren: zo gaf een

respondent aan dat het begon ‘te sijpelen’. Dat wil zeggen: de steun nam af en de twijfel en kritiek namen achter de schermen toe. Andere respondenten

7 De overtuiging en toewijding aan Feyenoord City verschilden niet alleen per

gaven de indruk toch overvallen te zijn geweest door het besluit van de BVO

politieke partij, maar ook binnen politieke partijen. Ook veranderde het in de

Feyenoord om zich ‘ongeclausuleerd terug te trekken’ (RvS) uit het project voor

loop van de tijd. Voor de goedkeuring van financiële steun en planologische

een nieuw stadion.

medewerking verschilden de meningen en vormden volgens respondenten soms krappe meerderheden de basis voor raadsbesluiten. In de loop van het

12 In de loop van het project zijn niet alleen zakelijke verschillen ontstaan tussen

project is de steun van een ruime meerderheid weggeëbd naar een krappe

Stadion Feijenoord en BVO Feyenoord, ook raakten de verhoudingen verstoord.

meerderheid.

Ook de zelfstandige relatie tussen de gemeente Rotterdam en BVO Feyenoord is beschadigd. Respondenten geven aan dat het onderlinge vertrouwen, in de

8 Binnen de directie van BVO Feyenoord en bij het college en de gemeenteraad

wederzijdse organisatie en tussen personen, is weggeëbd.

vonden meerdere personele wisselingen plaats. Daardoor veranderde ook de steun en overtuiging van eerder genomen besluiten over Feyenoord City.

13 Een positieve ervaring is dat binnen de publiek-private kring van initiatiefnemers

De ene wethouder was gepassioneerd voorstander, de ander was kritischer.

en samenwerkende partijen (gemeente, STIGAM en Stadion Feyenoord)

De ene directeur van BVO Feyenoord schaarde zich publiekelijk achter de

overwegend goede relaties zijn ontwikkeld, die mede hebben bijgedragen aan

­plannen, een volgende directeur trok ze juist publiekelijk in twijfel.

voortvarende doorstart van de gebiedsontwikkeling toen het bestemmingsplan Feyenoord City strandde bij de RvS.

24

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

14 De meeste respondenten zijn van mening dat deze publiek-private samen­

werking, met in het bijzonder de stichtingsvorm als vehikel, een effectieve organisatie is. Naast de zakelijke slagkracht, waarbij het principe ‘best for project’ volgens betrokkenen vruchten heeft afgeworpen, noemen de respondenten ook de onderlinge goede zakelijke en persoonlijke verhoudingen en het vertrouwen als succesfactor. 15 Een aantal respondenten is - achteraf - zeer kritisch over het feit dat de BVO

niet de Driepartijenovereenkomst heeft ondertekend, als mede-initiatiefnemer en mede-exploitant van Stadion NV. De respondenten vanuit de BVO hebben deze reflectie niet. Ze hebben een ander perspectief op het ontstaan van het initiatief waarvoor binnen de BVO onvoldoende draagvlak en organiserend ­vermogen aanwezig zou zijn, volgens sommigen zelfs van begin af aan. 16 Voor sommige respondenten is de rol van de gemeente in de gebiedsontwik-

keling verwarrend vanwege de complexe governance en de verschillende rollen die de gemeente speelt. Dit kan het beeld geven dat de gemeente een meer leidende en sturende rol heeft vervuld. Ook is door sommige respondenten ook de verwachting uitgesproken dat de gemeente deze actievere rol vervult, vanwege het publieke belang van het project. 17 Sommige publieke en private respondenten wilden meer duidelijkheid bij het

werken met de (private) stichtingsvorm. Ze wisten niet welke belangen hierin de overhand hadden. Deze onduidelijkheid deed zich volgens enkele respondenten ook voor bij het indienen van bezwaren van belanghebbenden tegen het stadionplan: ‘bij wie moet je nu zijn, bij welke partij?’. 18 Een aantal respondenten meende dat de gemeente een actievere rol

had moeten nemen met meer publieke investeringen vanwege het grote ­maatschappelijke belang van de stadion- en gebiedsontwikkeling. De BVO Feyenoord had in dat scenario een beperktere rol kunnen spelen en had huurder kunnen worden van ‘maatschappelijk vastgoed’.

25

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

U

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

De gebiedsontwikkeling Feyenoord

STIGAM, Stadion Feijenoord en de

Driepartijenovereenkomst tussen

City wordt – na het initiatief voor een

gemeente Rotterdam werken samen

de gemeente, STIGAM en Stadion

nieuw stadion van Stadion Feijenoord

onder een Driepartijenovereenkomst,

Feijenoord en de Raamovereenkomst

en BVO Feyenoord – gemanaged door

als belangrijkste actoren benodigd

tussen gemeente en STIGAM.

een stichting, De Stichting Gebieds-

voor het bereiken van het beoogde

UITGELICHT Feitenrelaas instrument

ontwikkeling aan de Maas (STIGAM),

resultaat. Binnen de gebiedsontwikke-

In deze samenwerking is BVO

‘Samenwerking met STIGAM, Stadion

die ook de benodigde gronden verwerft

ling is een plot gereserveerd voor

­Feyenoord (de voetbalclub) géén

Feijenoord en BVO Feyenoord’

en de grondexploitatie voert (private

het Nieuwe Stadion, waarop Stadion

directe contractpartner voor STIGAM

gebiedsontwikkeling). De gemeente

Feijenoord als projectontwikkelaar het

noch voor de gemeente. Voor Stadion

Rotterdam verleent vanwege deze

nieuwe stadion ontwikkelt, de beoogd

Feijenoord is BVO Feyenoord in de

private rol­opvatting faciliterend mede­

aanjager van de gebiedsontwikkeling.

Kuip nu huurder. Voor de ontwikkeling

werking aan de gebiedsontwikkeling, ook door daarin mee te investeren.

26

van het nieuwe stadion is door Stadion Naast haar faciliterende rol investeert

Feijenoord (NV) het vehikel Nieuw

de gemeente binnen de samenwerking

Stadion BV opgericht, belast met de

De STIGAM is met instemming van

ook in benodigde infrastructuur en

projectontwikkeling van het nieuwe

de gemeente opgericht als stichting

openbare ruimte. Ook investeert zij

stadion. De BV heeft een bilaterale

met een maatschappelijk doel (zonder

in de verwerving van de plot voor

samenwerking met de BVO teneinde

winstoogmerk). De stichting, een privaat

het nieuwe stadion, om deze grond

te komen afspraken over gebruik en

rechtspersoon, kent een bestuur

vervolgens in erfpacht uit te geven aan

exploitatie van het nieuwe stadion.

(directie) en een Raad van Toezicht,

Nieuw Stadion BV. Tenslotte investeert

waarin private partijen uit het con­

de gemeente in het nieuwe stadion,

(Voor externe reflectie en bronnen

sortium vertegenwoordigd zijn en

door een aandeel te nemen. De laatste

naar aanleiding van dit feitenrelaas

welke onafhankelijke leden kennen.

twee investeringen dienen zich terug

wordt verwezen naar paragraaf 3.3)

Statutair benoemt de directie de leden

te betalen uit de exploitatie van het

van de raad van toezicht – op één lid

nieuwe stadion en betreffen daarmee

na, dat door de gemeente op voor-

feitelijk financiering. Deze medewerking

dracht is benoemd.

van de gemeente is geregeld in de

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

3.3

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Externe reflectie en bronnen

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

De gemeente heeft – omdat zij niet participeert in de stichting – geen directe zeggenschap over de werkzaamheden van de stichting, noch inzicht in de

Werken aan consensus

financiële situatie. Dit was ook bewust niet gewenst. Het kunnen voordragen van

Partijen in samenwerkingscoalities bij gebiedsontwikkeling verschillen van elkaar

een lid van de raad van toezicht verschaft de gemeente die invloed of dat inzicht

qua doelstellingen, financiële mogelijkheden, risicobereidheid en bestuur. De

ook niet, maar geeft wel invloed op de kwaliteit van het toezicht. Jaarrekeningen

overeenstemming over het project heeft voor elke partij een andere betekenis en

van een stichting zijn in principe niet openbaar. De gemeente heeft invloed op de

moet in de samenwerking steeds worden onderzocht en getoetst. Dit geldt met

werkzaamheden van de stichting door middel van de kaders in Raamovereenkomst,

name wanneer er veranderingen zijn in de belangrijke personen die beslissingen

Driepartijenovereenkomst en ook de Position Paper en de reguliere publieke

nemen. In het vakgebied wordt consensus dan ook gezien als een actief proces.

kaders. Daarmee werd de stichting mede-eigenaar van publieke doelen.

Ook de interne mate van steun binnen een actor moet een terugkerend gespreks­

De private voordelen qua organisatiekracht (verwervingskracht, ondernemings-

onderwerp zijn in de onderlinge samenwerking. Partijen moeten elkaar helpen

ruimte, verantwoordingsregime, ‘best for project’-beslissingen), commitment

om de interne steun te vergroten. Als draagvlak en commitment afnemen of

aan sociale en ideële doelen en financieringsvoordelen zijn voorstelbaar. Ook is

onvoldoende groeien ondanks die inzet, dan kan overwogen worden of het project

aannemelijk dat voor de gemeente deze sociale en ideële signatuur waardevol

al dan niet in aangepaste vorm moet worden voortgezet.

kan zijn in de samenwerking, vergeleken met andere in basis meer winstgedreven ondernemingsvormen. Of deze publieke meerwaarde uitstijgt boven de private

Werken met een private stichting

afspraken in de Raamovereenkomst, Driepartijenovereenkomst en Position

Deze samenwerking moet worden gezien in de context van de tijd waarin deze werd

Paper, is nog niet geëvalueerd.

opgericht, toen publieke partijen hun rollen opnieuw bekeken en vermindering van risico’s nastreefden. De inzet van deze rechtsvorm is innovatief te noemen.

De gemeente heeft haar (beperkte) rol vooraf bewust gekozen en het management

Vanwege de beperkte toepassing, maar met name omdat het partijen ertoe

van de gebiedsontwikkeling overgelaten aan private partijen. Toch, is vanuit de

verplicht eventuele winst ten goede te laten komen aan de sociale of ideële

raad en andere belanghebbenden aangegeven – specifiek vanwege de sociale

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=35c3bd38-5373-4da3-9371-2b51776e0e94