[23bb006726] Beantwoording vragen Segers - Hoogendoorn over Windturbine op landtong Rozenburg
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Van: T.M. Dekker Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 23bb006052 Ons kenmerk: M2309-2595-23b0007785 Bijlage(n):Onderwerp: Beantwoording Schriftelijke
Aan de gemeenteraad
Vragen 'Windturbine op landtong Rozenburg' (23bb006052) Datum: B&W 10 oktober 2023
Op 25 september 2023 stelde het lid R.G.C. Segers-Hoogendoorn (CDA Rotterdam) ons schriftelijke vragen over 'Windturbine op landtong Rozenburg' (23bb006052). Inleidend wordt gesteld: "Op 7 september 2023 ontving de commissie MHEK de Wethoudersbrief Zeegers over de vergunningverlening windturbine Rozenburg [23bb005649] ter kennisneming toegestuurd, waarin de wethouder het collegebesluit meedeelt om een omgevingsvergunning voor deze windturbine (en andere vergunningen o.a. door de provincie) te verstrekken. Dit collegebesluit roept een aantal vragen op." Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording: Vraagl: De Commissie MER heeft in 2019 een advies verstrekt. Dit advies betreft een windturbine van een tiphoogte van maximum 185 meter (110-130 meter as hoogte plus de helft van de 110-130 meter rotor diameter). In het advies geeft de Commissie MER een aantal zaken aan die nader onderzocht dienen te worden: a. Er ontbreekt milieu-informatie om tot een afgewogen oordeel te kunnen komen; b. Kwantitatieve risicoanalyses van het voornemen in relatie tot de buisleidingen op de landtong als ook in relatie tot de omliggende risicovolle installaties (ligplaatsen en steigers voor schepen) ontbreken; c.
De natuurtoets in het MER zijn onvoldoende navolgbaar in hoeverre de 1%mortaliteitsnorm voor de rosse vleermuizen populatie en de ruige dwergvleermuizen populatie wordt overschreden, en of de beoogde stilstandsvoorziening afdoende is om onder deze mortaliteitsnorm te blijven; Naast de punten die de commissie MER aangeeft is niet duidelijk in welke mate rekening is gehouden met de gevolgen voor het natuurgebied/stiltegebied/wandelgebied onder de windturbine als gevolg van de
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/6 10 oktober 2023 M2309-2595
plaatsing ervan. Ook is onduidelijk wat de geluidscontouren van de te plaatsen windturbine zijn. Tenslotte wordt de vergunning afgegeven voor een windturbine met een tiphoogte van 210-235 meter. De indruk ontstaat dat de Milieu Effectrapportage ("MER"), waarover in 2019 het advies van de Commissie MER is afgegeven, onvoldoende dan wel niet ingaat op de milieu en sociale effecten voor de plaatsing van deze windturbine. Daarmee lijkt niet te zijn voldaan aan de wettelijk verplichte MER voor de plaatsing van deze windturbine. Is hiervoor een aanvullende MER opgesteld. Zo ja, kan de wethouder het advies op deze aanvullende MER van de Commissie MER dan wel DCMR kunnen delen? In het geval dat de wethouder van mening is dat de uitgevoerde MER volledig aan de wettelijke eisen voldoet, kan de wethouder aangeven wat het advies van de Commissie MER dan wel DCMR is op ieder van de bovenstaande punten? Als de wethouder van mening is dat er geen aanvullende MER nodig is kan de wethouder de beslissing/argumentatie toezenden waaruit blijkt dat er geen aanvullende MER nodig is, de stukken waaruit blijkt dat er desondanks aan de bovenstaande punten voldaan is en de motivatie van de wethouder zowel om deze route te volgen als waarom toch aan alle eisen die de wet stelt aan een MER is voldaan voor deze windturbine.
Antwoord: Het advies van de commissie MER uit 2019 ziet toe op repowering van de windturbines van Eneco op de Landtong Rozenburg. In 2018 heeft Eneco een MER uitgevoerd voor de repowering en het plaatsen van twee nieuwe turbines ter plaatse van de nu, enkele, vergunde windturbine. Onderstaande afbeelding geeft de situatie weer zoals meegenomen in het MER van 2018.
Figuur 1: Windturbines VKA MER Windpark Landtong Rozenburg (Bron: Bosch & Van Rijn)
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/6 10 oktober 2023 M2309-2595
Het advies van de commissie voor het MER waarnaar wordt verwezen betreft een voorlopig toetsingsadvies voor de repowering bij twee nieuwe turbines. In dit voorlopig advies adviseert de commissie op bovengenoemde punten het milieueffectrapport aan te vullen. Het MER is op deze punten aangevuld en opnieuw aan de commissie voorgelegd voor advies. Dit toetsingsadvies geeft aan dat met de aanvulling op het MER voldoende milieu-informatie beschikbaar is om een weloverwogen besluit te kunnen nemen over de omgevingsvergunning. Daarbij wordt opgemerkt dat het besluit over de omgevingsvergunning repowering nog wel afhankelijk is van de uitkomsten van de veiligheidsrisicoanalyses en het overleg met de leidingbeheerder. Het overleg met de leidingbeheerder is meegenomen in de uiteindelijke afweging voor de omgevingsvergunning van de negen turbines van de repowering. Voor de locatie waar in het MER van 2018 twee nieuwe turbines waren opgenomen is door Pondera in 2022 een vergunning aangevraagd voor één windturbine. Het MER-beoordelingsbesluit en het besluit van RWS (bevoegd gezag in het kader van de Waterwet) voor de windturbine van Pondera zijn openbaar toegankelijk. Deze stukken zijn zowel gepubliceerd bij de terinzagelegging van de ontwerpbesluiten als bij de kennisgeving van het definitieve besluit. U kunt de stukken terugvinden op rijksoverheid.nl.
Vraag 2: In het advies van de Veiligheidsregio wordt gesteld: "Het project "Repowering en uitbreiding Windpark landtong Rozenburg" leidt in elk van de mogelijke alternatieven tot een serieuze vergroting van risico's voor aanwezigen (op de ligplaatsen), mensen in de omgeving (door de optredende domino effecten), de stroomvoorziening en het milieu". Dit is dus een negatief advies. Kan de wethouder motiveren waarom dit negatieve advies van de Veiligheidsregio wordt genegeerd? Antwoord: Uw vraag gaat over het advies van de VRR dat in het kader van het MER voor de repowering van de windturbines van Eneco is uitgebracht. In de brief van 13 november 2018 is door de VRR informatie gegeven over met welke infrastructuren, installaties, activiteiten en inrichtingen in de omgeving van het destijds gedeelde voorkeursalternatief rekening dient te worden gehouden. Het voorkeursalternatief bestond uit de repowering tot negen nieuwe windturbines en twee windturbines ter plaatse van de recent vergunde windturbine. Het advies van de VRR is een reactie op de 11 in het voorkeursalternatief beoogde windturbines. De aan Pondera verleende vergunning betreft één windturbine ter plaatse waar in het voorkeursalternatief twee windturbines waren opgenomen.
Voor de vergunde windturbine is onderzoek gedaan naar de in de brief van VRR genoemde infrastructuren, installaties, activiteiten en inrichtingen, indien relevant voor deze windturbinepositie. Risico's voor aanwezigen op de ligplaatsen is onderzocht (zie hoofdstuk 9 van bijlage 4 Analyse externe veiligheid van de ruimtelijke onderbouwing). Hieruit is, gezien de afstand van de windturbine tot de ligplaatsen (195 meter), niet gebleken dat er grote veiligheidsrisico's zijn te verwachten. Ter indicatie: het Havenbedrijf Rotterdam hanteert in haar beleid een afstand tot ligplaatsen voor schepen met gevaarlijke stoffen een afstand van een halve rotordiameter + 30 meter (in dit geval 125 meter). De domino-effecten als gevolg van de buisleiding zijn geanalyseerd en blijven beperkt tot risicocontouren waarbinnen geen beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten aanwezig zijn. Ook de ligplaatsen zijn niet gelegen binnen de vergrote risicocontouren bij de buisleidingen nabij deze windturbinepositie.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/6 10 oktober 2023 M2309-2595
Vervolgens wordt gesteld: "Volgens één van de zienswijzen betreft het een experimentele windturbine, waarvoor geen type-certificering beschikbaar is en deze dus ook geen certificeringstraject heeft doorlopen." Vraag 3a: Hoe kan de ontwikkelaar Pondera aantonen dat dit type aan de vereiste veiligheidsnormen voldoen als er geen certificering is en dus ook geen certificeringstraject is doorlopen? Is deze windturbine eigenlijk wel veilig gezien de plaatsing met drukke vaarroutes en ligplaatsen voor scheepvaart, onder andere schepen geladen met gevaarlijke stoffen. Antwoord: Pondera plaatst een zogenaamd prototype windturbine op de aangevraagde locatie. Dit is een type windturbine dat nog niet op de commerciële markt beschikbaar is. Het is daarmee geen experimentele windturbine. Deze windturbine wordt voor plaatsing uitvoerig getest. Daarbij is de technologie voor windturbines inmiddels voldoende volwassen en uitontwikkeld om inzicht te hebben op de potentiële worst case effecten van de realisatie van de windturbine. De ontwerpeisen, veiligheidseisen en sterkte-eisen waarvoor de prototype windturbine wordt ontworpen zijn gelijk aan de eisen die gesteld worden aan een gecertificeerde windturbine. De methodiek en kern van de technieken die gebruikt gaan worden voor de bouw van de prototype windturbine zijn overeenkomstig met gecertificeerde windturbinetypes.
Doordat het gaat om een prototype zijn bepaalde gegevens nu nog niet beschikbaar. Hiermee is rekening gehouden in de vergunningverlening. In de vergunningverlening is op basis van de maximale afmetingen van de windturbine de maximale geluidbelasting bepaald. Hierdoor ontstaat een bandbreedte waarbinnen de turbine moet blijven als het gaat om geluid en andere omgevingsaspecten. Door deze maxima als uitgangspunt te onderzoeken, blijven de potentiële effecten van het uiteindelijk te realiseren turbinetype altijd binnen de onderzochte kaders. Vraag 3b: Hoe kan worden aangegeven dat het maximale geluid dat de windturbine zal produceren onder de 43dB blijft als dit niet is gemeten in het certificeringstraject? Onder welke omstandigheden is deze 43dB haalbaar en op welke plaats ten opzicht van de windturbine is dit gemeten/berekend? Ik ga ervan uit dat dit deze 43 dB het maximum is op iedere plaats in de omgeving van de windturbine en ook op de grond recht onder de windturbine. Antwoord: Het is goed mogelijk om de geluidproductie van de windturbine te voorspellen op basis van bekende gegevens van dezelfde fabrikant, modellen en metingen aan bestaande grote windturbines. De geluidproductie van de windturbine is gemodelleerd en gebaseerd op metingen van de geluidproductie van bestaande windturbines. Het exacte geluidprofiel van de te bouwen windturbine is nog niet bekend.
Het geluidprofiel is gemaximeerd voor de omgeving door maximale immissiewaarden voor dichtbij gelegen geluidsgevoelige objecten vast te stellen, dit zijn woningen aan de Poortershaven 3 en Dr. Albert Schweitzerdreef 257 in Maassluis. De te plaatsen windturbine zal moeten voldoen aan het gestelde maximale geluid. De geluidproductie van de windturbine kan na de bouw worden gemeten en specifiek worden vastgesteld
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/6 10 oktober 2023 M2309-2595
waarmee aangetoond kan worden of er wel of niet wordt voldaan aan de gestelde norm. In de vergunning is de verplichting opgenomen dat binnen zes maanden na in gebruik name een rapport moet worden overlegd waarin wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de maximale geluidbelasting. Daarnaast is een voorschrift opgenomen die ervoor zorgt dat de geluidsnormen kunnen worden gehandhaafd in de tijd dat de meting van de geluidproductie van de windturbine nog niet is uitgevoerd en goedgekeurd. Als er niet wordt voldaan aan de gestelde norm dan zal de (geluid)productie van de windturbine moeten worden beperkt. Deze beperking is altijd uit te voeren, hiermee kan het voldoen aan de geluidsnorm gegarandeerd worden. De gestelde norm van 43 dB La geldt niet voor iedere plaats in de omgeving van de windturbine en ook niet recht onder de windturbine. De 43 dB La is een gewogen jaargemiddelde geluidbelasting specifiek voor de locatie van Poortershaven 3, het dichtstbij gelegen geluidsgevoelige object (woning). Alle overige woningen hebben een geluidbelasting van 40 dB La of lager. Daarmee ligt de maximale geluidbelasting voor alle woningen als gevolg van de nieuwe windturbine rondom de vergunde windturbine lager dan de meer gangbare maximale geluidbelasting van 47 dB La (Activiteitenbesluit milieubeheer) en 45 dB La (voorwaardelijke aanbeveling voor windturbinegeluid vanuit de WHO).
Vraag 3c: Wat is de berekende werpafstand (de afstand waarbinnen een afgebroken vleugel ven de windturbine kan neerkomen} voor deze windturbine? Dit wordt in de type certificering aangegeven. Bij gebrek aan typecertificering, waar is voor deze windturbine van uit gegaan? Antwoord: De werpafstand is de maximale generieke afstand die plaatsvindt als windturbines tweemaal het nominale toerental draaien (ook wel 'overtoeren'). Buiten deze afstand is risico uit te sluiten. De werpafstand wordt voor een gecertificeerde windturbine niet in de type certificering aangegeven. Voor de vergunde windturbine geldt een bandbreedte. Dit betekent een maximale ashoogte van 150 meter, een maximale rotordiameter van 190 meter en een maximale tiphoogte van 234 meter. Als voorbeeld bij een ashoogte van 150 meter mag de rotordiameter niet groter zijn dan 168 meter, omdat anders de maximale tiphoogte wordt overschreden. Op basis van de vergunde bandbreedte heeft Pondera aan de hand van meerdere windturbinetypen een werpafstand berekend. Hieruit komt een worst-case afstand van 506 meter. In de externe veiligheidsanalyse (bijlage 4 bij de ruimtelijke onderbouwing) is aangetoond dat deze werpafstand niet leidt tot normoverschrijdingen voor het effect op infrastructuren, installaties, activiteiten en inrichtingen.
Vervolgens wordt gesteld: "Graag vernemen wij van de wethouder de motivering waarom deze windturbine aan de veiligheidsnormen, de maximale geluidscontouren en de berekende werpafstand voldoet als er geen type certificering is. Betekent deze 43dB dat aan de vereiste van 40dB op de gevel voor alle bebouwing in de omgeving is voldaan? Betekent de vermelding dat het maximum geluid onder de 43dB blijft in de wethouders brief dat in de vergunning wordt opgenomen dat bij het bereiken van de grens van 43dB de windturbine moet worden stilgezet?"
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/6 10 oktober 2023 M2309-2595
Reactie: Voor de beantwoording van bovenstaande samenvattende vragen verwijzen wij u naar de antwoorden op vraag 3. Ten aanzien van de geluidbelasting: 43 dB La is een gewogen jaarrond gemiddelde is voor het dichtstbij gelegen gevoelige object (woning), voor alle overige woningen geldt een geluidbelasting van 40 dB La of lager. In het antwoord op vraag 3b is opgenomen dat bij overschrijding van de geluidsnorm mitigerende maatregelen moeten worden genomen.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam, D secretaris,
Bijlage ): Alle bijlagen zijn openbaar toegankelijk en via de in de tekst opgenomen hyperlinks te benaderen.