CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb006647] Bijlage 3 behorende bij 23bb6615 - Rapport Opkomst en vertegenwoordiging van Rotterdammers 300623

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 7 december 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Rapport opkomst gemeenteraadsverkiezingen27.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

11 Deze bijdrage van Hans Vollaard is gemaakt in het kader van zijn onderzoek naar wat

raadsleden goede volksvertegenwoordigers maakt, mede mogelijkheid gemaakt door een bijdrage van het Fonds Staatsman Thorbecke van de KNAW.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 38

verkiezingen er nog steeds sprake is van een aantal problemen in de lokale democratie, zoals een gebrek aan vertrouwen in lokale politiek onder een deel van de stemmers en niet-stemmers, een gebrek aan informatie over lokale politiek onder stemmers en niet-stemmers, en ongelijke vertegenwoordiging van inwoners. De raadsleden kregen daarom de vraag voorgelegd of ze eerder wilden inzetten op een hogere opkomst of op vertrouwen in en kennis over Rotterdamse politiek. In reactie daarop onderstreepten de nodige raadsleden dat ze een hogere opkomst van belang vinden. Zij hechten aan een hogere opkomst omdat dat hun legitimiteit en mandaat ondersteunt, zoals een raadslid aangeeft: ‘Opkomst is belangrijk om te meten of mensen zich door ons vertegenwoordigd willen voelen.’ Daarbij geven ze aan meer kennis en vertrouwen eveneens belangrijk te vinden, omdat die zouden kunnen bijdragen aan een hogere opkomst. Daarbij tekent een raadslid wel aan: ‘Een gezonde dosis wantrouwen is ook niet per definitie verkeerd: Het houdt ons scherp.’ Een hogere opkomst vindt menig raadslid ook belangrijk, omdat zo meer inwoners hun politieke voorkeuren kenbaar maken. Aan raadsleden is vervolgens de vraag voorgelegd of verkiezingen een goed idee geven van wat Rotterdammers willen met hun stad.

Veel inwoners stemmen immers niet, terwijl uit kiezersonderzoek blijkt dat een deel van de kiezers hun stem (deels) laten bepalen door politieke overwegingen over landelijke politiek (zie bijvoorbeeld Boogers en Blok 2022). Sommige raadsleden zeggen dat verkiezingen niet of nauwelijks een beeld geven van wat Rotterdammers met hun stad willen. Andere raadsleden geven aan dat verkiezingen wel enige richting geven. Niettemin geven ook de laatste raadsleden regelmatig aan dat ze tussentijds zich op de hoogte moeten stellen van wat Rotterdammers met hun stad willen. Daarbij wijzen sommige raadsleden ook op de verschillen in vertegenwoordiging in de stad: ‘De “stem” van Hillegersberg klinkt luider door op de Coolsingel dan die van Carnisse. Niet [alleen] bij de verkiezing, ook één of twee jaar erna.’

Uit het Lokaal Kiezersonderzoek 2018 kwam naar voren dat bijna een derde van de inwoners naast raadsleden allerlei andere personen en organisaties zien die voor mensen zoals zij opkomen, zoals wijkraden, huisartsen, lokale media, kerken en andere religieuze organisaties, en zorg- en welzijnsverleners in de wijk (Denters e.a. 2018). Deze alternatieve vertegenwoordigers kregen duidelijk meer waardering dan raadsleden voor hun vertegenwoordigende werk (een 7,0 tegen een 5,4). In de vraag aan de Rotterdamse raadsleden via welke andere kanalen ze te weten zouden kunnen komen wat Rotterdammers zouden willen met hun stad, werden deze vertegenwoordigers niet genoemd. Ook wijkraden werden niet genoemd door raadsleden; wat dat betreft vormen ze een goede weerspiegeling van de Rotterdamse inwoners bij wie wijkraden evenmin scherp op de radar staan, zo bleek uit de gesprekken in de wijk. Gemeenteraadsleden noemden wel andere kanalen om te weten te komen wat Rotterdammers met hun stad willen, zoals representatieve peilingen, referenda, gesprekken op straat en in de wijk, werkbezoeken en participatietrajecten. Daarbij tekent een enkeling ook aan dat dat soms arbeidsintensief is, terwijl raadsleden al te kampen hebben met hoge tijdsdruk.

Met de vraag hoe raadsleden te weten komen wat Rotterdammers willen, komt ook de kwestie aan bod op welke manier raadsleden hun medeinwoners vertegenwoordigen. Uit de straatgesprekken in de wijken valt allereerst op dat de nodige inwoners wat dat betreft geen verwachtingen hebben van raadsleden. Ze weten niet wat raadsleden doen en vinden het ook niet altijd van belang om dat te weten. Daarnaast kennen ze vaak raadsleden niet. Alleen de raadsvoorzitter, burgemeester Aboutaleb, geniet nog bekendheid. Als inwoners wel verwachtingen hebben dan hechten ze er vooral aan dat raadsleden ‘woord houden’, ‘weten wat er speelt’ en problemen als veiligheid en huisvesting aanpakken. Dat gaat echter regelmatig gepaard met twijfel of raadsleden dat ook doen. In wetenschappelijke studies van vertegenwoordiging in Nederlandse gemeenteraden worden verschillende manieren van vertegenwoordiging

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 39

onderscheiden, zoals de partijganger die de partijlijn volgt en uitdraagt, de vertrouwenspersoon die na een uitwisseling van expertise en argumenten naar eigen inzicht besluit wat goed is voor het algemeen belang, en de democratische procesbewaker die zich inzet om inwoners zoveel mogelijk te laten meebeslissen en bij de besluitvorming zoveel mogelijk belangen en behoeften meeweegt (Denters e.a. 2018). Juist over de rol van democratische procesbewaker zijn inwoners, in het bijzonder de praktisch opgeleiden, veel meer ontevreden dan raadsleden (Denters e.a. 2020; Vollaard e.a. 2021). Terwijl het oordeel van inwoners over de rol van democratische procesbewaker juist stevig van invloed is op de algemene waardering voor het volksvertegenwoordigende werk door raadsleden. Daar ligt dus mogelijkheid om een sterkere vertegenwoordigingsband tussen inwoners en raadsleden op te bouwen tussen de verkiezingen in.

met een opkomst van een paar procentpunten hoger. Of ongelijke opkomst bij verkiezingen ook daadwerkelijk leidt tot ongelijke vertegenwoordiging hangt echter van de opstelling van de gemeenteraad af. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraadsleden gezamenlijk om tussen de verkiezingen in goed in beeld te krijgen wat alle Rotterdammers met hun stad willen om vervolgens in het stadhuis gezamenlijk alle belangen en behoeften tegen elkaar af te wegen. Getuige de soms wat sceptische reacties onder stemmers en niet-stemmers over het vertegenwoordigende werk van raadsleden, is daar nog wel werk aan de winkel.

De Rotterdamse raadsleden is daarom gevraagd wat zij een goede invulling van hun volksvertegenwoordigende rol vinden. In de wijze waarop raadsleden reageren op deze vraag blijkt allereerst dat ze niet altijd even goed uit de voeten kunnen met het geboden onderscheid in manieren van vertegenwoordiging. Verscheidene raadsleden zeggen daarnaast dat ze de rollen combineren of het van het onderwerp laten afhangen welke rol domineert. Bij een onderwerp waarover het verkiezingsprogramma zich niet uitspreekt, hebben ze meer ruimte om eigen of andere inzichten een rol te laten spelen. Verschillende raadsleden benadrukken dat ze het juist belangrijk vinden om de partijlijn te volgen: in hun verkiezingsprogramma hebben ze immers beloofd aan de kiezers wat ze zouden gaan doen. Wat is de eerste indruk nu: komt de gemeenteraad op voor alle Rotterdammers? Met een focus op een hoger opkomstcijfer zou de raad – wellicht ongewild – de ongelijke vertegenwoordiging van Rotterdammers in de hand werken. Bepaalde groepen inwoners komen immers structureel minder op bij verkiezingen. Daardoor komen via verkiezingen bepaalde standpunten minder goed tot uiting, want de gemiddelde niet-stemmer heeft deels andere standpunten dan de gemiddelde stemmer. En dat is niet anders

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 40

5. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk maken we de balans op van de bevindingen. Daarnaast laten we zien welke handelingsperspectieven de gemeenteraad heeft voor de korte en lange termijn. Want de slotsom van dit onderzoek is niet onverdeeld positief. De lage opkomst bij de verkiezingen hangt samen met dieperliggende sociaaleconomische en culturele breuklijnen in de Rotterdamse samenleving. En er is nog werk aan de winkel als het gaat over de kwaliteit van de vertegenwoordigende rol die de gemeenteraad heeft in het lokale democratische proces. 5.1 Conclusies De lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 vormden de aanleiding voor dit onderzoek. Waarom gingen veel Rotterdammers niet stemmen, en hoe komt het dat het opkomstpercentage zo verschilde tussen wijken? Motieven om wel of niet te stemmen Uit ons onderzoek blijkt dat de motieven van zowel stemmers als nietstemmers gelaagd zijn, en dat hun motieven deels overlappen. De meest genoemde redenen om niet te stemmen zijn: gebrek aan vertrouwen dat je stem ertoe doet, gebrek aan belangstelling voor politiek in het algemeen en in het bijzonder de lokale politiek, gebrek aan ervaren urgentie, en wel willen stemmen, maar obstakels ervaren (zoals geen stempas ontvangen, taalbarrière). De meest genoemde redenen om wel te stemmen zijn: je uitspreken om een verschil te kunnen maken (‘als je niet stemt mag je niet

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 41

klagen’) en stemrecht als een recht dat je moet koesteren door het te benutten. Een deel van de stemmers zegt echter ook een gebrek aan vertrouwen te hebben en denkt dat hun stem er eigenlijk niet toe doet. We zagen wat betreft de motieven om wel of niet te stemmen geen grote verschillen tussen de vier wijken. Het gebrek aan ervaren urgentie (‘er speelt niet veel in de wijk’), hoorden we alleen in de wijken Hillegersberg en CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek. Stemmers die tot nu toe (bijna) altijd stemmen, zeggen meestal dat ze in de toekomst zullen blijven stemmen. Mensen die (bijna) nooit stemmen, of soms wel en soms niet, noemen verschillende redenen om een volgende keer wel te gaan stemmen. Sommigen leggen vooral de verantwoordelijkheid bij lokale politici (‘ze moeten mijn vertrouwen eerst verdienen’), anderen zien vooral een rol voor zichzelf (‘ik moet me er meer in verdiepen’). Verschillen en overeenkomsten tussen wijken Om de verschillen in opkomst tussen Rotterdamse wijken beter te kunnen begrijpen, hebben we breder gekeken dan alleen naar stemgedrag. Wat speelt er in de verschillende wijken, wat houdt bewoners bezig? Bewoners van Hillegersberg en Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek zijn het meest tevreden over hun wijk, velen noemen het ‘een fijne wijk’, waar geen urgente problemen zijn. In Beverwaard waarderen veel bewoners het dorpse karakter van hun wijk.

Hier worden positieve punten over de wijk echter vaak gevolgd door een ‘maar’. In Carnisse-Zuiderpark zijn er geen bewoners die hun wijk spontaan typeren als ‘fijn’. Gevraagd naar wat er speelt in de wijk, antwoorden veel bewoners van Beverwaard en Carnisse-Zuiderpark met het thema veiligheid. Veel bewoners voelen zich onveilig en zien een toename van criminaliteit en geweld. In deze twee wijken en ook in Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek maken bewoners en sleutelfiguren zich verder zorgen om toenemende armoede en gebrek aan betaalbare huisvesting. Bewoners vinden het vaak onrechtvaardig dat er wel woningen zijn voor bepaalde doelgroepen (‘rijken’, ‘vluchtelingen’), maar niet voor de doelgroep waartoe ze zelf behoren. In verschillende wijken, maar vooral in Beverwaard, noemen mensen het gebrek aan voorzieningen voor jongeren. In alle wijken storen bewoners zich aan afval op straat en in

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

bredere zin een slecht toegankelijke en/of slecht onderhouden publieke ruimte. In Carnisse-Zuiderpark en Beverwaard wonen relatief veel bewoners die behoren tot groepen die oververtegenwoordigd zijn onder niet-stemmers: mensen met een praktische opleiding, jongeren en mensen met een (eerste generatie) migratieachtergrond. In deze wijken voelen veel mensen zich in de steek gelaten. Ze vinden dat er vaak beloften gedaan worden door politici en ambtenaren, maar dat deze niet waargemaakt worden. In Hillegersberg en Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek zijn veel bewoners ook kritisch, bijvoorbeeld over hoe je in contact komt met de juiste persoon binnen de gemeente om iets te melden, en hoe er dan vervolgens met die melding wordt omgegaan. Maar over het algemeen zijn zij meer tevreden over hun wijk. Vertegenwoordiging Sommige bewoners weten niet bij wie zij kunnen aankloppen als er problemen zijn in de wijk. Zij hebben vaak het idee dat niemand voor hun belang of het wijkbelang opkomt. Andere bewoners noemen vooral ‘de gemeente’ (als abstract geheel) of de politie/wijkagent als aanspreekpunt. Buurthuizen spelen vaak een belangrijke rol in de ontmoeting met dergelijke sleutelfiguren. Bewonersorganisaties en wijkraden worden minder vaak genoemd; de nieuwe wijkraden zijn nog beperkt bekend onder bewoners.

In het contact met de gemeente storen bewoners zich aan standaardbriefjes in reactie op hun meldingen, aan de wisselingen in contactpersonen waardoor er geen collectief geheugen is, en gevraagd worden om ergens in te participeren terwijl het besluit eigenlijk al genomen is. Wat zij waarderen is persoonlijk contact, het bieden van concrete oplossingen, en ‘nette’ (tijdige en transparante) communicatie over besluitvorming. Incidenteel of structureel Is de lage opkomst van 2022 nu een incident of iets structureels? Uit ons onderzoek blijkt dat gebeurtenissen zoals de toeslagenaffaire invloed hebben op het vertrouwen van mensen in de (lokale) politiek. Tegelijkertijd is gering politiek vertrouwen bij veel Rotterdammers dieper geworteld. Recente en minder recente gebeurtenissen in de lokale en landelijke politiek spelen hierbij

Conceptversie 22 mei 2023

P 42

een rol. Maar ook een algemener gevoel dat beloften niet worden nagekomen en negatieve ervaringen in eigen contact met ‘de gemeente’ dragen hieraan bij. Ook als de opkomst een volgende keer hoger zou zijn, betekent het niet dat deze onderliggende problemen zijn verdwenen. Ook geringe kennis van en beperkte interesse in lokale politiek, vooral onder sommige groepen en in bepaalde wijken, is van structurele aard. Groepen waarvan we uit landelijk onderzoek weten dat deze zijn oververtegenwoordigd onder niet-stemmers, zijn verhoudingsgewijs meer aanwezig in Rotterdam, zeker in bepaalde wijken. Sommige bewoners en lokale sleutelfiguren geven wel aan dat er de afgelopen jaren een toename is van bepaalde groepen met over het algemeen minder lokale binding, zoals arbeidsmigranten en expats. Dat zou de opkomst daar nog verder hebben kunnen drukken.

5.2 Handelingsperspectieven Naast het bieden van inzicht in de redenen waarom mensen in verschillende Rotterdamse wijken wel of niet stemmen, biedt het onderzoek aanknopingspunten voor het verbeteren van de opkomst en vertegenwoordiging van Rotterdammers. We relateren onze eigen bevindingen hierbij aan wat bekend is uit eerder onderzoek. Algemene uitgangspunten: responsief, rechtvaardig en resultaat Een goed werkende (lokale) overheid voldoet aan het criterium van de drie Ren: ze is responsief, rechtvaardig, en boekt resultaat (Den Ridder e.a. 2022). •

Responsiviteit staat voor het serieus nemen van bewoners en hun zorgen, opvattingen en ideeën. Niet alleen door te luisteren, maar ook door politieke en ambtelijke afwegingen te verantwoorden. Vooral als niet tegemoet wordt gekomen aan wat bewoners belangrijk vinden. Het is goed om te beseffen dat veel mensen nauwelijks onderscheid maken tussen politiek, bestuur en ambtelijke organisatie: het is allemaal ‘de gemeente’. In de wijken die we onderzochten, ervaren veel bewoners een grote afstand tot de gemeente. Die is voor hen niet of moeilijk bereikbaar, en ze voelen zich ook niet gezien.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

•

•

Rechtvaardigheid gaat over een overheid die eerlijk en transparant handelt. Zo min mogelijk verschil maakt tussen mensen, zodat ze ervaren dat ‘de gemeente’ er is voor iedereen en dat iedereen meetelt. Dit onderzoek laat zien dat nogal wat bewoners van verschillende wijken niet dat gevoel hebben, bijvoorbeeld als het gaat om het woonbeleid van de gemeente. Resultaat betreft de concrete aanpak van grote en kleine problemen. Doen wat nodig is en de voortgang en resultaten zichtbaar maken voor bewoners. Juist in wijken waarin sprake is van een complexe samenhang van maatschappelijke problemen, is het boeken en laten zien van resultaten een belangrijke stap om vertrouwen in de overheid te versterken. Ook dat kwam in dit onderzoek duidelijk naar voren: mensen missen daadkracht bij het oplossen van de problemen in hun wijk. Nogal eens maakt ‘de gemeente’ beloften niet waar.

Nadrukkelijke aandacht voor de drie R-en zou een overkoepelende en gezamenlijke opgave moeten zijn voor de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, én de gemeentelijke organisatie. Welke vorm dat precies gaat aannemen, moet door diezelfde partijen worden uitgewerkt: actief optreden dat past in de (politieke) context van Rotterdam. Dit onderzoek legt hiervoor de basis en het is zinvol om de komende jaren de acties die eruit volgen te monitoren, met het oog op voortgang, bijsturing en resultaten. Daar zouden lokale sleutelfiguren en actieve bewoners – mensen zoals we die ook gesproken hebben tijdens het onderzoek – bij kunnen worden betrokken. Zij weten immers vaak goed wat speelt in de wijk. Mogelijkheden om opkomst te bevorderen Grofweg zijn er twee soorten handelingsperspectieven, blijkt uit studies naar niet-stemmers bij de gemeentelijke verkiezingen en onderzoek naar de verhouding tussen overheid en burger, namelijk opkomst verhogende maatregelen en interventies die politieke betrokkenheid in bredere zin versterken. Beide soorten interventies kunnen meer op de korte of op de langere termijn zijn gericht. De mogelijkheden die gemeenten zelf hebben om de opkomst bij verkiezingen te bevorderen, zijn maatregelen gericht op het wegnemen van

Conceptversie 22 mei 2023

P 43

praktische belemmeringen om te stemmen, en het inzetten van opkomst bevorderende informatiecampagnes.12 Het wegnemen van belemmeringen om te gaan stemmen kan enigszins bijdragen aan een hogere opkomst. Bijvoorbeeld door op meer, toegankelijke en vindbare plekken stembureaus in te richten, zodat burgers minder moeite hoeven te doen. Er zijn ook aanwijzingen dat enigerlei vorm van reminder op de dag van de verkiezingen, bijvoorbeeld via sociale media, de opkomst verbetert (Bergh e.a. 2021). Maar al deze maatregelen werken aan een (iets) hogere opkomst bij uitsluitend groepen bewoners, die toch al wilden gaan stemmen. Dergelijke maatregelen hebben niet of nauwelijks effect op de opkomst van groepen bewoners die structureel minder vaak stemmen: jongeren, bewoners met een migratieachtergrond (behorende tot de eerste generatie) en praktisch opgeleide bewoners (Vollaard e.a. 2022). Aandacht voor ‘doelgroepen’? Vermeulen, Kaulingfreks en Redan (2023) pleiten in hun Amsterdamse onderzoek voor het verminderen van de participatieve ongelijkheid en stellen voor om in de toekomst de aandacht vooral te richten op de doelgroepen onder wie – en de wijken waarin – de opkomst laag is. Ook Van Bochove, Klarenbeek en Moors (2022) concluderen op basis van hun onderzoek in vijf gemeenten dat er voor het bereiken van specifieke doelgroepen, zoals jongeren, een gerichte aanpak nodig is.

Het kan dan gaan om een doelgroepgericht aanbod van informatie en het organiseren van bijeenkomsten gericht op specifieke groepen. Zo’n ‘doelgroepenbeleid’ zal volgens Vollaard e.a. (2022) echter voor verdeeldheid zorgen in gemeenteraden, ‘omdat dat sommige partijen meer electorale winst zou kunnen opleveren dan andere’ (p. 93). Vanwege deze politieke weerstand kiezen veel gemeenten liever voor een algemeen beleid, gericht op het verhogen van de opkomst onder alle stemgerechtigden. Hier ligt hoe dan ook een afweging die gemaakt moet worden. Eigenlijk bij elk van de maatregelen die hieronder aan de orde komen: waar ligt het accent op de lijn van algemeen naar specifiek? 12 Daarnaast zijn ook institutionele maatregelen denkbaar, zoals het herintroduceren van de

opkomstplicht en het tegelijkertijd organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen en de Tweede Kamerverkiezingen (zie over de wenselijkheid en mogelijke gevolgen daarvan: Vollaard

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Informeren over de lokale politiek Nogal wat Rotterdammers die we in het onderzoek spraken, geven aan dat zij niet goed weten hoe stemmen werkt (stemprocedure), of op wie ze zouden moeten stemmen (gemeentepolitiek en standpunten van politieke partijen). Het informeren van bewoners over de lokale politiek is feitelijk een doorlopend proces. Bewoners gaan hier vaak niet zelf naar op zoek. Veel bewoners hebben nu eenmaal, zo vertelden ze ook aan ons, weinig interesse in de lokale politiek (zie ook Vollaard e.a. 2022). Voor specifieke groepen mensen die anderstalig zijn of laaggeletterd, kan voorlichtingsmateriaal worden gemaakt dat meer visuele informatie geeft over het stemproces. Meer algemeen lijkt het zinvol dat de gemeente informatie verstrekt over waar de gemeente allemaal wel en niet over gaat, en hoe dat het leven van inwoners van de stad kan raken. De afgelopen jaren heeft de gemeente er immers tal van taken en verantwoordelijkheden bij gekregen. Lokale en wijkgerichte (sociale) media of bewonersinitiatieven zouden hier een rol bij kunnen spelen. Op welke partij je moet stemmen, is voor best veel mensen een lastige vraag. Meer informatie over de uitgangspunten en standpunten van partijen kan hierbij helpen. Meer informatie in lokale media heeft als nadeel dat hier meestal minder aandacht voor bestaat dan voor landelijke media.

En meer informatie in de landelijke media kan weer nadelig zijn voor het maken van een goed geïnformeerde lokale keuze, omdat landelijke thema’s dan al gauw lokale kwesties overschaduwen (Vollaard e.a. 2022). Hoewel stemhulpen een effectief middel zijn (Gemenis en Rosema 2014; Van Zuydam e.a. 2018), bieden deze weinig diepgaande informatie over de uitgangspunten en standpunten van partijen. Betrokkenheid vergroten: langdurige en structurele inspanningen Waar alle lokale en landelijke studies het over eens zijn, is dat de lage opkomst in breder perspectief geplaatst moet worden. Om de lokale democratie duurzaam te versterken, is aandacht nodig voor de relatie tussen bewoners,

e.a. 2022, p. 92-93). Gemeentebesturen hebben daar geen directe invloed op. We laten dergelijke maatregelen daarom hier buiten beschouwing.

Conceptversie 22 mei 2023

P 44

bestuurders en politici. Opkomstonderzoek en studies naar het vertrouwen van burgers in de overheid bieden hier verschillende aanknopingspunten voor.

niet van de ene op de andere dag op te lossen. Dat weten mensen zelf ook wel. Maar begin ergens aan, doe, want dat maakt voor bewoners het verschil.

Vertrouwen als bijproduct In het onderzoek van Peeters e.a. (2020) worden vijf narratieven van burgers over gebrek aan vertrouwen in de overheid onderscheiden: (1) De overheid is onzichtbaar voor de burger, (2) De burger is onzichtbaar voor de overheid, (3) De overheid trekt sommige groepen burgers voor en stelt andere achter, (4) De overheid luistert niet naar de burger, (5) De overheid is incompetent. Deze opvattingen werden in onderzoek naar de ervaringen rondom de gemeentelijke corona-aanpak eerder samengevat als ‘de overheid ziet mij niet’, ‘ik zie de overheid niet’, en ‘de overheid kan het niet’ (Van Bochove e.a. 2022b). Deze bronnen van wantrouwen waren ook zichtbaar in het onderzoek naar de lage opkomst in (wijken in) Almere, Den Haag, Den Helder, Oldambt en Weert (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022) en in Amsterdam (Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023). Net als in de analyse van de beweegredenen van niet-stemmers in Den Haag (Baetens e.a. 2023).

Participatie serieus nemen en het eerlijke verhaal vertellen Bewoners die zich inzetten voor verbetering van de wijk, voelen zich niet altijd serieus genomen. Bewonersparticipatie staat vaak op een lage trede van de participatieladder (Arnstein 1969): het gaat om bewoners informeren of hun advies vragen. Echt meebeslissen is er vaak niet bij, terwijl die verwachting vooraf wel gewekt wordt. Ook de nieuwe wijkraden, bedoeld als schakel tussen de wijk en de gemeente, hebben slechts een adviserende rol. De gemeente zou volgens diverse betrokkenen meer durf moeten tonen om ideeën van onderop echt tot bloei te laten komen. Bewoners bespeuren feilloos de terughoudendheid die dikwijls gepaard gaat met enige vorm van ‘empowerment’ van bewoners. Bestuurders en ambtenaren zijn meer of minder impliciet bevreesd, dat bewoners onrealistische plannen hebben en boos worden als ze hun zin niet krijgen (Van Bochove e.a. 2022a). Uit onze straatgesprekken en interviews blijkt echter, dat bewoners vooral eerlijke en transparante communicatie verwachten, ook – of juist vooral – als iets dat eerder beloofd was, niet doorgaat. ‘Daarom vond ik het zo mooi,’ vertelde de medewerker van een school in Beverwaard, ‘dat de wethouder afgelopen vrijdag zei: “Ik ga mijn uiterste best doen, maar kan niet beloven dat het ook daadwerkelijk gaat gebeuren.

Ik ga mijn uiterste best doen, het is fijn als het lukt, maar als het niet lukt geef ik u een terugkoppeling waarom dat niet is gelukt.”’ Zo communiceren ervaren mensen als responsief en vooral als rechtvaardig.

In plaats van beleid te richten op zoiets groots als ‘het herstel van vertrouwen in de overheid’, is het volgens verschillende studies beter om vertrouwen te zien als een soort bijproduct van hoe burgers het handelen van de overheid beoordelen: onder het motto ‘Als de overheid haar werk goed doet, dan volgt het vertrouwen hopelijk vanzelf’ (Den Ridder e.a. 2022, p. 42). Langskomen, luisteren en doen Bestaande onderzoeken, maar ook bewoners van Rotterdam en lokale sleutelfiguren, doen vooral aanbevelingen om de relatie tussen burger en overheid te verbeteren. De bal ligt bij de lokale overheid en politiek, vinden velen. Bewoners ervaren een afstand tussen hun dagelijkse realiteit en het beleid dat vanuit de gemeente wordt ontwikkeld. ‘Ze zouden hier eens een tijdje moeten komen wonen’: doorleefde kennis van de problematiek en praten met echte mensen, in plaats van beleid gebaseerd op cijfers, dat is wat volgens veel bewoners nodig is. Regelmatig langskomen en weten wat er speelt, is echter niet voldoende. Wat aan de betrokkenheid van burgemeester Aboutaleb in Carnisse wordt gewaardeerd, is dat actie wordt ondernomen. Veel problemen rond veiligheid, armoede, huisvesting en overbewoning zijn

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Versterken democratische vaardigheden De lage opkomst onder specifieke groepen bewoners, zoals die uit vrijwel al het onderzoek naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 naar voren komt, brengt het risico met zich mee dat hun belangen in de gemeenteraad minder goed worden vertegenwoordigd. Jongeren, bewoners met een praktische opleiding en mensen met een migratieachtergrond (met name de eerste generatie) maken minder vaak de gang naar de stembus (Vollaard e.a. 2022). Het verhogen van de politieke betrokkenheid van deze groepen bewoners vraagt om langdurige en structurele inspanningen, maar ook, zoals we al aangaven, om een principiële afweging.

Conceptversie 22 mei 2023

P 45

Volgens velen ligt de sleutel voor een hogere opkomst in het onderwijs aan jongeren. Zo pleiten Vermeulen, Kaulingfreks en Redan (2023) ervoor om jongeren beter te informeren over de politiek en hun interesse te vergroten, bijvoorbeeld door middel van onderwijsmodules vlak voor de verkiezingen én structureel democratie- en burgerschapsonderwijs. Bij het versterken van democratische vaardigheden gaat het vooral ook om het aanleren van gespreksvaardigheden. Door daarin te investeren in wijken met een structureel lage opkomst, kan het van generatie op generatie doorgeven van de traditie van het niet-stemmen worden doorbroken. Een fikse investering, die evident werkzaam is (Dassonneville e.a. 2012; Eichhorn 2018; Keating en Janmaat 2016; Ohme e.a. 2020; Pasek e.a. 2008), maar pas op lange termijn rendeert. En waar het onderwijs een weg biedt voor jongeren, zouden buurthuizen en bibliotheken de mogelijkheid bieden aan alle Rotterdammers te laten zien hoe ze politieke invloed zouden kunnen uitoefenen. Op zoek naar het ‘wij’ in de wijk Wat ten slotte ook werkt om meer mensen te laten stemmen, is inzetten op ‘nabije schakels’. Persoonlijk contact via iemand uit het eigen sociale netwerk is een terugkerend element in succesvolle aanpakken om (politieke) betrokkenheid te vergroten (Cormack 2019; Bond e.a. 2012; Gerber en Green 2017; Van Ostaaijen e.a. 2016).

Kanttekening hierbij is wel, dat een betere opkomst niet automatisch ook meer inzicht in democratische of politieke processen impliceert. Sleutelfiguren en sleutelorganisaties, zoals zelforganisaties, zijn een belangrijke schakel tussen bewoners en de lokale politiek. Zulke ‘niet-gekozen vertegenwoordigers’ (Van de Bovenkamp en Vollaard 2017) zijn cruciaal voor het bij elkaar brengen van de behoeften en ervaringen van bewoners en de gemeente. Zij genieten vaak het vertrouwen van burgers en hebben connecties die andere bewoners missen (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022). Uit het Lokaal Kiezersonderzoek 2018 kwam naar voren, dat bijna een derde van de inwoners naast raadsleden allerlei andere personen en organisaties zien die voor mensen zoals zij opkomen, zoals wijkraden, huisartsen, lokale media, kerken en andere religieuze organisaties, en zorg- en welzijnsverleners in de wijk (Denters e.a. 2018). Ook in ons onderzoek in de vier Rotterdamse wijken noemden bewoners vaak een wijkagent of een professional in een buurthuis als personen bij wie ze

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

aankloppen als ze een probleem ervaren of iets willen aankaarten. Sleutelfiguren fungeren als oren en ogen van hun achterban en kunnen relevante informatie over bijvoorbeeld verkiezingen verspreiden. Bij het ‘inschakelen’ van dergelijke personen en organisaties is het wel van belang – ook met het oog op een langduriger effect dan opkomst alleen – hun autonomie te garanderen en hen zelf een aanpak te laten kiezen voor opkomstbevordering en het versterken van de relatie tussen politiek en burger (Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023). We onderstreepten in ons onderzoek, dat bewoners de ervaring hebben dat lokale politici hen niet zien staan. Bewoners zijn dan ook niet erg scheutig met complimenten aan het adres van raadsleden. Landelijk onderzoek liet eerder zien, dat raadsleden een lagere waardering scoorden voor hun vertegenwoordigende werk dan de alternatieve ‘niet-gekozen vertegenwoordigers’ in de wijk die voor de belangen van bewoners opkomen (Denters e.a. 2018). Bewoners – de praktisch opgeleiden in het bijzonder – zijn bovendien kritisch op hoe raadsleden hun rol en taak als democratische procesbewaker vervullen. Raadsleden zelf zijn daar veel positiever over (Denters e.a. 2020; Vollaard e.a. 2021). Dit verschil tussen beeld en zelfbeeld is van belang bij het toewerken naar het ideaal: een stad waarin opkomst dan wel vertegenwoordiging van alle Rotterdammers verzekerd is.

Conceptversie 22 mei 2023

P 46

6. Bijlagen 6.1

Gebruikte literatuur

6.2

Verantwoording onderzoeksopzet en -methode

6.3

Gebruikte vragenlijsten

6.4

Gebruikte afbeeldingen

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 47

6.1 Gebruikte literatuur Arnstein, S.R. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of planners, 35(4), 216-224. Baetens, T., M. van Bochove, C. Bleijenberg en H. Moors (2023). Mooipraters. Maar ze luisteren niet. Over de opkomst bij de Haagse gemeenteraadsverkiezingen. Den Haag: EMMA/De Haagse Hogeschool. Bergh, J., D.A. Christensen en R.E. Matland (2021). When is a reminder enough? Text message voter mobilization in a European context. Political Behavior, 43, 1091–1111. Blok, L. de, J. den Ridder en M. Boogers (2022). ‘Bijzondere omstandigheden in 2022?’ (p. 52-68). In: Vollaard, H., L. de Blok, J. den Ridder en G. Jansen, De lokale niet-stemmer. Een analyse van de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Den Haag: Ministerie van BZK. https://open.overheid.nl/documenten/ronl3f8450319bfd0afa2ff3b2606559412c1aad0051/pdf Bochove, M. van, I. Abaaziz, J. Dermaux, R. Engbersen, F. Lustenhouwer, K. Rusinovic, S. Verweij en M. Wassenaar (2022a). Gemeentelijke aanpak prioritaire gebieden en wijkagenda’s Lessen uit de praktijk en aanbevelingen voor kwalitatieve monitoring. Den Haag: De Haagse Hogeschool, Platform31 & Movisie. https://www.dehaagsehogeschool.nl/sites/hhs/files/documents/Gemeentelijk e%20aanpak%20prioritaire%20gebieden%20en%20wijkagenda%E2%80%99 s%20V3.pdf Bochove, M. van, L. Klarenbeek en H. Moors (2022).

Verhalen achter de lage opkomst. Over de motieven van niet-stemmers bij de verkiezingen in vijf gemeenten. Den Haag: EMMA. https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/rapporten/2022/10/01/o nderzoeksrapport-niet-stemmers-in-vijf-gemeenten

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Bochove, M. van en H. Moors (2022). ‘Kwalitatief onderzoek naar motieven van niet-stemmers’ (p. 69-77). In: Vollaard, H., L. de Blok, J. den Ridder en G. Jansen, De lokale niet-stemmer. Een analyse van de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Den Haag: Ministerie van BZK. https://open.overheid.nl/documenten/ronl3f8450319bfd0afa2ff3b2606559412c1aad0051/pdf Bochove, M. van, K. Rusinovic, B. el Farisi, J. Bussemaker en G. Engbersen (2022b) Lessen van de coronacrisis voor het sociaal domein: van impact naar transformatie. Rotterdam: Erasmus School of Social and Behavioural Sciences & Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. https://www.impactcorona.nl/wpcontent/uploads/2022/04/Lessen-van-het-sociaal-domein_DEF_digitaal.pdf Bochove, M., H. Moors en T. Schijvenaars (2022). Polarisatie en de pandemie: hielp Corona tegenstellingen creëren en uitvergroten? In: P. Dekker (red.) Politieke polarisatie in Nederland. Het Wereldvenster, 146-157. Bond, R., C. Fariss, J. Jones, A.D.I. Kramer, C. Marlow, J.E. Settle en J.H. Fowler (2012). A 61-million-person experiment in social influence and political mobilization. Nature, 489, 295–298. Boogers, M. en L. de Blok (2022). Opkomst en kiesgedrag. In: H. Vollaard en G. Jansen (red.). Democratie in de gemeente: Lokaal Kiezersonderzoek 2022. Utrecht: Universiteit Utrecht, 12-25. Custers, G. (2021).

The new divided city: Class transformation, civic participation and neighbourhood context. Dissertatie. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam. Cormack, L. (2019). Leveraging peer‐to‐peer connections to increase voter participation in local elections. Politics & Policy, 47(2), 248-266. Dassonneville, R., E. Quintelier, M. Hooghe en E. Claes (2012). The relation between civic education and political attitudes and behavior: A two-year panel study among Belgian late adolescents, Applied Developmental Science, 16(3), 140-150.

Conceptversie 22 mei 2023

P 48

Denters, B., H. Vollaard en H. van de Bovenkamp (2020). Innovating local representative democracy: How citizens evaluate new roles of elected and non-elected representatives, Public Sector Innovation Journal, 25(3), 1-21. Denters, B., H. Vollaard, H. van de Bovenkamp en F. Meijerink (2019). Gekozen en niet-gekozen vertegenwoordigers op lokaal niveau. In: B. Denters en G. Janssen (red.), Lokaal Kiezersonderzoek 2018. Enschede: Universiteit Twente, 18-27. Eichhorn, J. (2018). Mobilisation through early activation and school engagement: The story from Scotland. Journal of Youth Studies, 21(8), 10951110. Engbersen, G., M. van Bochove, J. de Boom, J. Bussemaker, B. el Farisi, A. Krouwel, J. van Lindert, K. Rusinovic, E. Snel, L. Van Heck, H. van der Veen en P. van Wensveen (2021). De laag-vertrouwen samenleving: de maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland, vijfde meting. Erasmus School of Social and Behavioural Sciences & Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. https://www.impactcorona.nl/wpcontent/uploads/2021/11/Def_-1-november_rapport_laagvertrouwensamenleving_def83.pdf Engbersen, G., M. van Bochove, J. de Boom, J. Burgers, G. Custers, Ö. Erdem, A. Krouwel, J. van Lindert, E. Snel, M. van Toorn, P. van Wensveen, T. Wentink (2020). De bedreigde stad: De maatschappelijke impact van COVID-19 op Rotterdam.

Rotterdam: Erasmus School of Social and Behavioural Sciences & Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. https://www.impactcorona.nl/wpcontent/uploads/2020/10/2020-04-Def_rapportdebedreigde-stad.pdf Flinders, M. (2009). Bridging the gap: Revitalising politics and the politics of public expectations. Representation, 45(3), 337-347. Gemenis, K. en M. Rosema (2014). Voting advice applications and electoral turnout. Electoral Studies, 36, 281-289.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Gerber, A.S. en D.P. Green (2017). Field experiments on voter mobilization: An overview of a burgeoning literature. In A.V. Banerjee en E. Duflo (red.), Handbook of Economic Field Experiments, 1, 395-438. Hulst, G. van der en S. Zuydam (2022). Opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen in Nederland: Daar zit potentie in. Utrecht: Citisens/Necker. https://www.citisens.nl/assets/Whitepaper/Whitepaper-OpkomstbevorderingCitisens-juni2022.pdf Hulst, G. van der, M. Zonneveld en M. Boogers (2023). Onderzoek opkomst Rotterdam. Utrecht: Citisens. Keating, A. en J.G. Janmaat (2016). Education through citizenship at school: Do school activities have a lasting impact on youth political engagement? Parliamentary Affairs, 69, 409–429. Kemmers, R. (2022). "Us know who is to blame": Understanding popular political discontents in the Netherlands. Dissertatie. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam. Koster, W. de (2022). Over de betekenis van betekenis. Rotterdam: Erasmus Universiteit. https://www.eur.nl/essb/media/106642 Meer, J. van der en M. Ham (2022). Niet boos maar machteloos. Twintig jaar onderzoek naar de boze burger. Amsterdam: Van Gennep. Moors, H. (2023). Protest in Coronatijd. Kijken naar maatschappelijke onrust en rellen. Cahiers Politiestudies, 67, 215-248. OBI (2022). Gemeenteraadsverkiezingen 2022 Rotterdam. Rotterdam: Onderzoek en Business Intelligence/Gemeente Rotterdam.

https://onderzoek010.nl/documents/Politiek-en-bestuur Ohme, J., F. Marquart en L.M. Kristensen (2020). School lessons, social media and political events in a get-out-the-vote campaign: successful drivers of political engagement among youth? Journal of Youth Studies, 23(7), 886-908.

Conceptversie 22 mei 2023

P 49

Ostaaijen, J. van, M. Epskamp en M. Dols (2016) Verbetering op komst: Een verkenning naar een effectieve gemeentelijke inzet van communicatiemiddelen voor de opkomst bij lokale verkiezingen. Tilburg/Rotterdam: Tilburg University & OBI/Gemeente Rotterdam. http://www.vanostaaijen.nl/wpcontent/uploads/2016/11/Verbetering-op-komst-onderzoeksrapport-2016.pdf

Vollaard, H., B. Denters en H. van de Bovenkamp (2021). Wat inwoners van raadsleden willen: Meer democratische procesbewaking! Stuk Roodvlees, https://stukroodvlees.nl/wat-inwoners-van-hun-gemeenteraadsleden-willenmeer-democratische-procesbewaking/

Pasek, J., L. Feldman, D. Romer en K.H. Jamieson (2008). Schools as incubators of democratic participation: Building long-term political efficacy with civic education. Applied Developmental Science, 12(1), 26–37. Peeters, T., E. Smits van Waesberghe, A. Mesic en R. van Wonderen (2020). Van persoonlijke krenking tot vertrouwensbreuk: Verhalen van burgers met gebrek aan vertrouwen in instituties. Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/van-persoonlijke-krenking-totvertrouwensbreuk/ Ridder, J. den, E. Miltenburg, S. Kunst, L. van ’t Hul en A. van den Broek (2022). Burgerperspectieven 1/2022. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/09/01/burgerperspectievenbericht-1-2022 Vermeulen, F., F. Kaulingfreks en S. Redan (2023). Lage lokale betrokkenheid en grote ongelijkheid: Onderzoek naar opkomst bij Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen. Amsterdam: Gemeente Amsterdam. https://openresearch.amsterdam/nl/page/91579/onderzoek-naar-opkomst-bijamsterdamse-gemeenteraad-verkiezingen-2022 Vollaard, H., L. de Blok, J. den Ridder en G. Jansen (2022). De lokale nietstemmer: Een analyse van de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. https://open.overheid.nl/documenten/ronl3f8450319bfd0afa2ff3b2606559412c1aad0051/pdf

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 50

6.2 Verantwoording onderzoeksopzet en -methode

-

Selectie wijken De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 in Rotterdam was over het geheel genomen laag, maar er waren grote verschillen tussen wijken. Algemeen uitgangspunt van het kwalitatieve onderzoek is dat we op zoek zijn gegaan naar variatie om op die manier de diversiteit van Rotterdam in kaart te brengen.

-

We hebben vier wijken geselecteerd, waarbij we gelet hebben op: - Het aandeel niet-stemmers en stemmers in wijken: opkomst relatief hoog, gemiddeld of relatief laag. - De ontwikkeling in opkomst tussen 2018 en 2022: aandacht voor een grote daler. - Kenmerken van de bevolking naar achtergrondvariabelen, waarvan we uit kwantitatief onderzoek weten dat er een verband is met participatie tijdens verkiezingen: o leeftijd o sociaaleconomische status o wel/geen migratieachtergrond o huur-/koopwoning - Spreiding over de stad: noord-zuid, centrum-buitenwijk. Op basis van deze criteria hebben we in overleg met de opdrachtgever de volgende wijken geselecteerd. Net als in het onderzoek van OBI (2022) houden we de wijkraadgebieden als eenheid aan. -

-

Zeer lage opkomst: Carnisse-Zuiderpark (opkomst 2022: 20,5%) (Charlois) o Relatief laag gemiddeld inkomen; relatief hoog percentage migratieachtergrond; relatief jonge bevolking; meer dan gemiddeld huurwoningen. Zeer lage opkomst: Beverwaard (opkomst 2022: 23,4%) (IJsselmonde) o Relatief laag gemiddeld inkomen; relatief hoog percentage migratieachtergrond; relatief jonge bevolking; meer dan gemiddeld koopwoningen.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Gemiddelde opkomst: Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek (opkomst 41,6%) (Centrum) o Middenpositie wat betreft achtergrondkenmerken; relatief veel alleenstaanden; een van grootste dalers in opkomst (daling van meer dan 12% t.o.v. 2018). Relatief hoge opkomst: Hillegersberg (opkomst 2022: 59,9%) (Hillegersberg-Schiebroek) o Relatief hoog gemiddeld inkomen; relatief laag percentage migratieachtergrond; relatief oude bevolking; meer dan gemiddeld koopwoningen.

Dataverzameling In de vier wijken hebben we verschillende elkaar aanvullende dataverzamelingsmethoden gecombineerd: (1) deskresearch, (2) straatgesprekken, (3) diepte-interviews en (4) groepsgesprekken met bewoners en sleutelfiguren. Tot slot hebben we een groepsgesprek met raadsleden gevoerd (5). 1. Deskresearch Ten behoeve van de selectie van de wijken hebben we online informatie gezocht over de opkomst bij de verkiezingen in verschillende wijken en over achtergrondkenmerken van de bevolking. We hebben hiervoor het kwantitatieve onderzoek van OBI (2022) gebruikt, Wijkprofiel Rotterdam 2022 en de website AlleCijfers.nl. Voor de kaders met achtergrondinformatie over de geselecteerde vier wijken (hoofdstuk 4) hebben we ook gebruik gemaakt van het Wijkprofiel, met aandacht voor de veiligheidsindex, sociale index en fysieke index. In het Wijkprofiel worden wijken op verschillende indicatoren vergeleken met het Rotterdams gemiddelde, zowel objectief (bijv. deelname aan maatschappelijke activiteiten) als subjectief (bijv. tevredenheid over de woonsituatie). Deze informatie hebben we vooraf gebruikt om een beeld te krijgen van wat er in de wijken speelt, en tijdens en na het veldwerk om onze bevindingen hiermee te vergelijken. 2.

Straatgesprekken met bewoners Net als in eerder onderzoek in (wijken in) vijf gemeenten (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022), hebben we straatgesprekken gevoerd op

Conceptversie 22 mei 2023

P 51

verschillende locaties. In het eerdere onderzoek was gebleken dat dit een laagdrempelige manier is om met een gevarieerde groep bewoners in contact te komen, onder wie een substantieel aandeel niet-stemmers. De straatgesprekken vonden plaats in oktober en november van 2022. Kenmerken van de straatgesprekken zijn:13 -

-

-

Samenstelling veldwerkteam: Meestal gingen twee onderzoekers als duo op pad in een wijk; een enkele keer met z’n drieën of alleen. Het onderzoeksteam was divers naar sekse, leeftijd en etnische achtergrond. Verschillende locaties en tijdstippen: Per wijk zijn we – mede op basis van de deskresearch en gesprekken met sleutelfiguren – op zoek gegaan naar geschikte locaties om mensen te benaderen voor een gesprek. Locaties waren bijvoorbeeld in en om supermarkten, in winkels en winkelcentra, in en om buurthuizen, bij scholen (basisscholen en een hogeschool) en in parken. De plekken waar we gingen staan of zitten waren afhankelijk van het tijdstip, bijvoorbeeld ’s ochtends bij een supermarkt en ’s middags bij een school (als ouders hun kind kwamen ophalen). Selectiecriteria: De onderzoekers stelden meestal als openingsvraag ‘Bent u hier bekend?’ of ‘Komt u uit de buurt?’. Wanneer mensen aangaven niet in de betreffende wijk te wonen, zijn we meestal niet verder het gesprek aangegaan. In enkele gevallen wel, bijvoorbeeld omdat pas gaandeweg het gesprek bleek dat de respondent toch in een andere wijk woonde (zoals Schiebroek in plaats van Hillegersberg), of omdat het lastig bleek om mensen te vinden die in de betreffende wijk woonden (vooral in Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek, zie Tabel 6.1).

Omdat deze gesprekken met bewoners van niet-geselecteerde wijken interessante inzichten opleverden –

-

-

-

vaak in lijn met en/of aanvullend aan de overige straatgesprekken – hebben we deze ook meegenomen in de analyse. Hoewel het hoge aandeel niet-stemmers in Rotterdam de aanleiding vormde voor het onderzoek, zijn we ook in gesprek gegaan met mensen die wél hebben gestemd. Op die manier kregen we inzicht in de verschillen en overeenkomsten in de motieven en opvattingen van wel- en nietstemmers. Variatie in achtergrondkenmerken respondenten: Hoewel we mensen grotendeels at random hebben aangesproken, hebben we wel gelet op variatie naar sekse, leeftijd en etnische achtergrond. We waren in het onderzoek geïnteresseerd in het horen van verschillende stemmen, daarvoor was een divers samengestelde respondentengroep belangrijk. Waar dat relevant is (bijvoorbeeld als het gaat om het niet hebben van stemrecht of het ervaren van een taalbarrière), noemen we het herkomstland van de respondenten. Individuele gesprekken: De gesprekken vonden meestal één-op-één plaats. In enkele gevallen liepen de onderzoekers een stukje samen op en spraken zij gezamenlijk met een bewoner. Ook gebeurde het meerdere keren dat het straatgesprek een kort groepsgesprek werd, waarbij omstanders zich in het gesprek mengden. Het aantal deelnemers ligt daarom hoger dan het aantal gevoerde gesprekken. Aantal gesprekken: Per wijk streefden we naar minimaal 20 straatgesprekken; dat aantal hebben we overal bereikt.

Omdat we in Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek relatief vaak mensen troffen die wel in de wijk rondliepen of hun kind(eren) uit school haalden, maar niet in de wijk woonden, hebben we in die wijk in totaal meer gesprekken gevoerd.

13 Deze kenmerken omschreven we eerder in: Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022, p. 48-

49. We hebben de tekst hier op sommige punten aangepast aan de werkwijze in de Rotterdamse wijken.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 52

-

Duur gesprekken: De meeste gesprekken duurden 3 tot 5 minuten. Sommige respondenten hadden meer tijd en wilden graag hun verhaal delen, in zulke gevallen duurden gesprekken tot 20 minuten. Aantal straatgesprekken

Aantal deelnemers uit de wijk

Beverwaard

25

Carnisse-Zuiderpark

23

Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek

28

27 (20 nietstemmers) 24 (13 nietstemmers) 21 (7 niet stemmers)

Hillegersberg

24

Totaal

100

19 (4 nietstemmers) 91 (44 nietstemmers)

Aantal deelnemers elders uit Rotterdam 1 (nietstemmer) 15 (7 nietstemmers) 6 (4 nietstemmers) 22 (12 nietstemmers)

Tabel 6.1: Aantal straatgesprekken en deelnemers per wijk14 De straatgesprekken hadden een informele toon en de loop van het gesprek werd grotendeels door de respondent bepaald. Tegelijkertijd hielden de onderzoekers de belangrijkste vragen in hun achterhoofd en zorgden ervoor dat zij daar zo compleet mogelijk antwoord op kregen. De topiclijst is te vinden in Bijlage 6.3. Tijdens de straatgesprekken noteerden de onderzoekers steekwoorden/ fragmenten van de antwoorden van de deelnemers; te veel schrijven zou afbreuk doen aan het informele karakter van de gesprekken. Tijdens de veldwerkdagen planden de onderzoekers tijd in om tussendoor – meestal na

zo’n 5 gesprekken – hun aantekeningen uit te werken, zodat de gesprekken nog vers in het geheugen zaten. 3. Diepte-interviews met lokale sleutelfiguren In alle wijken hebben we gesprekken gevoerd met mensen die de wijk goed kennen en die meer konden vertellen over de context van de wijk: wat is kenmerkend voor de wijk wat betreft bewoners en fysieke omgeving, welke thema’s spelen of speelden er onder bewoners, hoe is de lage(re) opkomst te verklaren? We spraken in alle wijken met een lid van de wijkraad en in de meeste wijken met een medewerker van de gemeente (wijkmanager of wijknetwerker). Daarnaast spraken we met professionals die zich vanuit een buurthuis, school of sociale onderneming inzetten voor de wijk. En met bewoners die aangesloten zijn bij een bewonersorganisatie. We duiden deze personen aan met de overkoepelende term ‘lokale sleutelfiguren’. Zie Tabel 6.2 voor een overzicht van de sleutelfiguren per wijk. De gesprekken waren semigestructureerd: aan de hand van een topiclijst (zie Bijlage 6.3), maar met ruimte voor de respondent om zelf onderwerpen aan te dragen. De gesprekken duurden meestal ongeveer een uur. Sommige gesprekken vonden plaats voorafgaand aan de straatgesprekken. In dat geval vroegen we de respondenten naar geschikte locaties om een gevarieerde groep bewoners te treffen. Andere gesprekken vonden plaats na de straatgesprekken.

Dan maakten we gebruik van de mogelijkheid om de eerste bevindingen aan de respondenten voor te leggen (zijn de bevindingen herkenbaar, mis je iets?).

14 Mensen die aangaven zelf niet te hebben gestemd, maar iemand te hebben gemachtigd,

hebben we in de tabel als ‘stemmers’ geteld.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 53

Beverwaard

Aantal diepteinterviews 3

Carnisse-Zuiderpark

5

Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek

4

Hillegersberg

3

Totaal

15

Rol in de wijk

Lid wijkraad, medewerker school, medewerker gemeente Lid wijkraad, sociaal ondernemer, welzijnswerker, 2 bewoners actief in buurthuis Lid wijkraad, coördinator buurthuis, lid bewonersorganisatie, medewerker gemeente Lid wijkraad, lid bewonersorganisatie, medewerker gemeente

deelnemers aan tafel te krijgen. Bewoners waren meestal stemmers (weinig niet-stemmers) en in veel gevallen actieve buurtbewoners. Jongeren en mensen met een migratieachtergrond waren in meerdere gesprekken ondervertegenwoordigd. In de straatgesprekken en diepte-interviews was die diversiteit er wel. Anders dan de straatgesprekken was deze vorm niet laagdrempelig genoeg: een groepsgesprek van anderhalf uur, op locatie in de wijk, waarbij het voor veel bewoners onduidelijk is wat het je oplevert (los van een cadeaubon). Ten tweede lukte het in de gesprekken goed om de eerdere bevindingen te bespreken en aan te vullen, maar bleek het lastiger om gezamenlijk tot concrete aanbevelingen te komen.

Beverwaard

Aantal deelnemers 5

Carnisse-Zuiderpark

3

Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek

10

Hillegersberg

4

Tabel 6.2: Deelnemers diepte-interviews 4. Groepsgesprekken over uitkomsten en aanbevelingen In elke wijk hebben we na afronding van de straatgesprekken en diepteinterviews een groepsgesprek georganiseerd, in de periode januari-begin februari 2023. Voor deze gesprekken nodigden we bewoners en sleutelfiguren uit voor een bijeenkomst in de wijk, met een tweeledig doel: (1) het voorleggen en valideren van de bevindingen in de wijk en (2) het samen nadenken over en concretiseren van aanbevelingen richting de gemeente op basis van de bevindingen. Naast drie onderzoekers (een gespreksleider, een onderzoeker die de bevindingen presenteerde en een notulist), bewoners en sleutelfiguren, waren er per gesprek één of twee gemeenteraadsleden aanwezig als ‘geïnteresseerde toehoorder’, die aan het einde van het gesprek reflecteerden op wat zij gehoord hadden (wat viel op, wat neem je mee?). Het waren levendige gesprekken met betrokken deelnemers en de gesprekken waren wat validering van de bevindingen betreft waardevol. We plaatsen enkele kanttekeningen bij de groepsgesprekken. Ten eerste is het in verschillende gesprekken niet goed gelukt om een gevarieerde groep

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Deelnemers 3 bewoners (allen lid van bewonersorganisatie), 2 medewerkers gemeente 2 bewoners, 1 sociaal ondernemer 10 bewoners, onder wie 2 leden wijkraad en 2 leden bewonersorganisatie/-initiatief 4 bewoners, onder wie 1 lid wijkraad en 2 leden bewonersorganisatie

Tabel 6.3: Deelnemers groepsgesprekken 5. Groepsgesprek met raadsleden Het kwalitatieve onderzoek bestond verder uit een gesprek met gemeenteraadsleden op donderdagavond 16 februari. Doel was om met hen te reflecteren op de thema’s opkomst en vertegenwoordiging, mede om zo te kunnen werken aan handelingsperspectieven. Twee onderzoekers legden bevindingen uit gesprekken in de wijk over de rol van gemeenteraadsleden en andere belangenbehartigers aan hen voor, en daarnaast inzichten uit lokale kiezersonderzoeken over de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen en de vertegenwoordigende rol van gemeenteraadsleden. De 15 aanwezige

Conceptversie 22 mei 2023

P 54

raadsleden hebben allereerst een schriftelijke inbreng geleverd op de volgende vragen: - Moet de inzet vooral gericht zijn op het verhogen van de opkomst of eerder op het versterken van vertrouwen in en kennis over de lokale politiek? - Geven verkiezingen een goed idee wat Rotterdammers met hun stad willen? Zijn er (ook) andere kanalen om dat te weten te komen? - Wat zien raadsleden als goede invulling van hun volksvertegenwoordigende rol? - Overige punten die ze zouden willen meegeven aan de onderzoekers. Om scherper te krijgen wat de overwegingen van raadsleden bij deze vragen (kunnen) zijn, zijn ze vervolgens gezamenlijk besproken. De schriftelijke inbreng is later ten behoeve van het intermezzo (aansluitend aan hoofdstuk 4) geanalyseerd. Analyse De verslagen van de straatgesprekken, diepte-interviews en groepsgesprekken met bewoners en sleutelfiguren zijn gecodeerd in Atlas.ti, een kwalitatieve data-analysetool. We hebben de data zowel op deductieve als inductieve wijze gecodeerd. Sommige codes hebben we vooraf geformuleerd op basis van eerder onderzoek en de topiclijsten (zoals gebrek aan vertrouwen en gebrek aan interesse als motieven om niet te stemmen, en meer zichtbaarheid in de wijk als aanbeveling). Veel andere codes hebben we niet van tevoren opgesteld.

Deze kwamen tijdens het analyseren van de data naar boven als nieuwe bevindingen of verbijzonderingen van de al geformuleerde codes. Bij het analyseren hebben we zowel naar algemene patronen gekeken, die voor alle wijken min of meer opgingen (hoofdstuk 3), als naar bijzonderheden van de afzonderlijke wijken (hoofdstuk 4). Omdat we tussen sommige wijken duidelijke overeenkomsten zagen (vooral Beverwaard en Carnisse-Zuiderpark, beide met een zeer lage opkomst), hebben we ervoor gekozen om ook in hoofdstuk 4 de bevindingen thematisch te ordenen, in plaats van per wijk. Dit om onnodige herhaling te voorkomen.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 55

•

6.3 Gebruikte vragenlijsten

Wat zou voor u een reden zijn om bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen NIET te gaan stemmen?

Topiclijst straatgesprekken Intro: • • •

Bent u hier bekend? / Woont u in deze buurt? Ik ben [naam] en voor de gemeente Rotterdam doen we onderzoek naar de opkomst bij de verkiezingen Ik zou u graag een paar vragen willen stellen over stemmen bij de verkiezingen, het duurt een paar minuten

Stemmen gemeenteraadsverkiezingen maart: • Het percentage van mensen dat gestemd had bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen van maart lag vrij laag in Rotterdam. Wat vindt u daarvan? •

Heeft u zelf gestemd bij de gemeenteraadsverkiezingen, afgelopen maart? o Ja / Nee o Waarom wel /niet? o Indien wel, welke partij? •

En andere mensen (buren/kennissen/vrienden/familie) in de wijk/buurt waarin u woont, hebben die gestemd?

Vertegenwoordiging door gemeenteraadsleden: • Wat zijn nu de belangrijkste problemen die in uw wijk spelen? • Als er problemen zijn in de wijk, wie komt daar dan voor op? • Voelt u dat gemeenteraadsleden voor uw problemen opkomen? Waarom wel/niet? En/of: bent u tevreden over de manier waarop gemeenteraadsleden voor u opkomen? Waarom (niet)? • Wat verwacht u van een gemeenteraadslid? Wat vindt u belangrijk dat een raadslid doet? Achtergrond: • Hoe lang woont u in deze wijk/buurt? • Voelt u zich verbonden met deze wijk/buurt? • Waar bent u geboren? • Zou ik uw leeftijd mogen noteren? • Wat doet u in het dagelijks leven? • Welke opleiding heeft u gedaan? • Afsluiting: Wilt u op de hoogte blijven van het onderzoek? Indien ja, emailadres: Tijd/plaats/setting gesprek: …

Stemmen algemeen / toekomst: • Meer in het algemeen, hoe vaak stemt u bij de verkiezingen voor Tweede Kamer en voor gemeenteraad (of: landelijk, lokaal en voor provincie)? o (Bijna) nooit o Soms wel / soms niet o (Bijna) altijd •

Wat zou voor u een reden zijn om bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen WEL te gaan stemmen?

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 56

Topiclijst diepte-interviews • •

Functie/rol, hoe bij wijk betrokken? o Indien betrokken bij wijkraad: kunt u daar wat meer oververtellen (wat doet een wijkraad, wat is uw rol daarbinnen, wat is de verhouding tussen de wijkraad en de gemeenteraad)?

•

Wijk: Kunt u wat vertellen over deze wijk (wat betreft samenstelling bevolking, wat speelt er)?

•

Eigen politieke/maatschappelijke participatie: o Woont u in deze wijk/gemeente? o Op welke manieren actief (naast werk)? o Wel/niet gestemd? Waarom wel/niet?

•

Gemeenteraadsverkiezingen maart 2022: o Hoe waren de verkiezingen verlopen in deze wijk (organisatorisch)? o Hoe denkt u dat lage opkomst bij afgelopen gemeenteraadsverkiezingen te verklaren is (in Rotterdam als geheel historisch lage opkomst)? o In deze wijk was de opkomst relatief laag/hoog/gemiddeld (aanpassen aan wijk), hoe verklaart u dat? o Wie zijn vooral de niet-stemmers in deze wijk, denkt u? Hoe komt dat?

Aanbevelingen: o Wat vindt u van de lage opkomst? (in deze wijk of in R0tterdam als geheel, afhankelijk van hoge/lage opkomst in deze wijk) o Moet er volgens u iets aan gedaan worden? o Zo ja, wat en door wie? ▪ Indien betrokken bij een wijkraad: ziet u hierin een rol voor de wijkraad? o Wat verwacht u van een gemeenteraadslid hierin? Wat is volgens u een goed gemeenteraadslid (naam of omschrijving wat die moet doen/kunnen)?

Zo nodig doorvragen: o o o o

Incident of patroon? Landelijke of lokale redenen? (bijv. bredere trend dalend wantrouwen overheid) Speelde corona nog een rol? Zijn niet-stemmers ook op andere vlakken vaak niet actief, of bijv. wel actief verenigingsleven en vrijwilligerswerk (voor zover u hier zicht op heeft)?

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 57

6.4 Gebruikte afbeeldingen Voorblad: Bart Ros, https://www.pexels.com/photo/time-lapse-photographyof-cars-on-the-road-during-night-time-10895517/ P. 13: Roel Dijkstra P. 23: Foto auteurs

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 58

Wijnhaven 88 2511 GA Den Haag 070 - 87 00 460 info@emma.nl www.emma.nl Volg ons op Facebook, Twitter en LinkedIn

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d3b9be3e-527e-4811-b7db-cc28d1e60a08