CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb006646] Bijlage 2 behorende bij 23bb6615 - Oplegger beide rapporten - Conclusies en aanbevelingen over opkomst en vertegenwoordiging van Rotterdammers 300623

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 26 oktober 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bestuur1.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Conclusies en aanbevelingen over opkomst en vertegenwoordiging van Rotterdammers Het kan hard werken zijn voor Rotterdamse gemeenteraadsleden. Ze moeten namens de inwoners aangeven wat burgemeester, wethouders en ambtenaren moeten doen in lastige dossiers als armoede, drugscriminaliteit, schulden, tekort aan betaalbare woningen, racisme, Feyenoord City, de haven en ga zo maar verder. Het is vervolgens voor raadsleden niet altijd gemakkelijk om te checken of burgemeester, wethouders en ambtenaren hun werk goed doen. Raadsleden kampen met tijdsdruk, want ze moeten het doen naast hun werk, gezin en/of mantelzorg. En dan was de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 ook nog historisch laag. Daar maakten politieke partijen zich zorgen over. Ze vinden het namelijk belangrijk dat Rotterdammers zich vertegenwoordigd voelen in de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft daarom gevraagd uit te zoeken waarom Rotterdammers wel of niet naar de stembus zijn gegaan en advies daarover te geven. Onderzoeksbureau EMMA, De Haagse Hogeschool en de Universiteit Utrecht hebben in dit kader kwalitatief onderzoek uitgevoerd in vier Rotterdamse wijken. Daarnaast zijn inwoners gevraagd hun mening te geven via een online enquête gehouden door onderzoeksbureau Citisens. De onderstaande conclusies vatten de bevindingen van deze onderzoeken samen, waarna verschillende aanbevelingen worden gedaan.

Die vormen een opdracht aan de gemeenteraad en zijn leden – maar politieke partijen en burgemeester, wethouders en ambtenaren dragen ook een verantwoordelijkheid. Een lage opkomst is namelijk ook een signaal dat het hele gemeentebestuur betreft. 1. Het is niet verwonderlijk dat de opkomst in Rotterdam laag was in maart 2022 Landelijk onderzoek naar de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 liet zien dat onder jongeren, mensen met een praktische opleiding en mensen met een migratieachtergrond (bijvoorbeeld expats, arbeidsmigranten en Europese studenten) de opkomst lager is. Dat zijn juist groepen die in Rotterdam verhoudingsgewijs meer aanwezig zijn – zeker in bepaalde wijken. 2. Niet-stemmers verschillen onderling van elkaar; net als stemmers trouwens Niet-stemmers hebben uiteenlopende redenen om niet te gaan stemmen, zoals gebrek aan interesse in de Rotterdamse politiek, gebrek aan vertrouwen dat stemmen een verschil maakt, onduidelijkheid over de stemprocedure (bijvoorbeeld door een ervaren taalbarrière) en tevredenheid met de situatie in de wijk. Niet-stemmers zijn ook divers qua achtergrondkenmerken. En ook al noemen stemmers vaak burgerplicht als reden om te gaan stemmen, ook zij zijn divers wat betreft opvattingen (bijvoorbeeld het wel of niet hebben van vertrouwen in de politiek) en achtergrond. 3.

Stemmers lijken soms veel op niet-stemmers Soms lijken stemmers ook veel op niet-stemmers. Een deel van de stemmers heeft net als een (groter) deel van de niet-stemmers weinig vertrouwen in de politiek. Een deel van de stemmers weet net zo weinig van Rotterdamse politiek als bepaalde niet-stemmers. In wijken waar de opkomst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen lager dan gemiddeld was, blijken stemmers bijvoorbeeld net als hun wijkgenoten minder vertrouwen te hebben in de lokale politiek en zich hier minder betrokken bij te voelen. Dat kiezers toch gaan stemmen, komt vooral omdat zij dit zien als een democratische burgerplicht. Die gedeeltelijke overlap van stemmers en nietstemmers biedt enerzijds handvatten om de huidige niet-stemmers te motiveren wel weer te gaan stemmen: door het gevoel van burgerplicht te stimuleren. Anderzijds laat die gedeeltelijke overlap ook zien dat een deel van de huidige stemmers de volgende keer niet meer zou kunnen

gaan stemmen. Zeker als het gevoel van burgerplicht vermindert, zal weinig politiek vertrouwen ertoe kunnen leiden dat inwoners bij komende verkiezingen besluiten niet te gaan stemmen. 4. Het stimuleren van opkomst vergt maatwerk Omdat niet-stemmers onderling verschillen in achtergrond en in de redenen waarom ze niet gaan stemmen, is het nodig om rekening te houden met die verschillen in het stimuleren van de opkomst. Ook om stemmers te stimuleren opnieuw op te komen, moet er rekening worden gehouden met verschillende achtergronden. Communicatie moet afgestemd zijn op de doelgroep. Bij gebrek aan vertrouwen is immers wat anders nodig dan gebrek aan kennis over het stemproces. 5. De opkomst is (niet) makkelijk te verhogen De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen is op zich makkelijk te verhogen door bijvoorbeeld het invoeren van een opkomstplicht of het combineren van verkiezingen. Daarvan zou wel de landelijke politiek overtuigd moeten worden. Andere maatregelen zoals verkiezingsfestivals, informatiecampagnes en het vergemakkelijken van het verkiezingsproces (zoals briefstemmen, meer dagen stemmen, etc.) vergen veel extra geld en werk met een beperkte kans op een hogere opkomst. 6. Politieke partijen dragen een belangrijke verantwoordelijkheid om Rotterdammers naar de stembus te krijgen Opkomstbevordering is vooral een verantwoordelijkheid van politieke partijen.

Of alle Rotterdammers en alle wijken zich vertegenwoordigd voelen, hangt namelijk af van hoe én waar zij campagne voeren voor de verkiezingen en tijdens de raadsperiode zichtbaar voor hen opkomen. Als hun gezamenlijke campagne-activiteiten vooral gericht zijn op sommige wijken en groepen Rotterdammers om stemmen te winnen, dan kan dat in andere wijken en bij andere groepen Rotterdammers het gevoel versterken dat politiek er niet voor hen is. Dat kan de opkomst verder drukken bij die laatste groepen, waardoor er daar ook minder stemmen te winnen zijn voor zittende politieke partijen, die daaraan dan minder aandacht zouden besteden, waardoor de opkomst verder daalt, enzovoort, enzovoort. Zittende en nieuwe politieke partijen kunnen deze negatieve spiraal doorbreken. Dat is hard werken. Maar ze kunnen daarmee niet alleen hun kiezerspotentieel vergroten, maar ook gelijk de opkomst bevorderen. 7. Ook met een wat hogere opkomst, zijn problemen in de lokale democratie niet weg Zowel een deel van de niet-stemmers als de stemmers hebben beperkt vertrouwen in de (lokale) politiek. Ze voelen zich niet altijd gezien door het Rotterdamse stadsbestuur. Daarnaast is onder stemmers en niet-stemmers de kennis over de Rotterdamse politiek vaak beperkt. Ook met een hogere opkomst is het gebrek aan vertrouwen en gebrek aan kennis onder Rotterdammers dus niet verdwenen.

Bepaalde groepen inwoners komen structureel minder op bij gemeenteraadsverkiezingen – terwijl zij niet altijd dezelfde kenmerken en standpunten hebben als stemmers. Ook bij een wat hogere opkomst, zal dat het geval zijn. Daardoor zal via de verkiezingen ongelijke vertegenwoordiging in de Rotterdamse gemeenteraad in stand blijven. Daarnaast geven gemeenteraadsverkiezingen beperkt beeld wat Rotterdammers willen met hun stad. Dat komt niet alleen omdat een deel niet opkomt. Een deel van de stemmers wil namelijk ook een signaal aan de nationale politiek afgeven. Na de verkiezingen moet de gemeenteraad dus blijven achterhalen wat Rotterdammers willen met hun stad. 8. De gemeenteraad moet zichtbaar opkomen voor alle Rotterdammers De gemeenteraad moet goed laten zien dat hij opkomt voor alle Rotterdammers – zoals ook zijn wettelijke opdracht luidt. Daarmee kan de raad laten zien dat de ongelijke vertegenwoordiging

bij de verkiezingen wordt aangepakt. Het kan zo zijn dat de gemeenteraad zich al inzet voor alle Rotterdammers. Maar dat moet de raad dus tonen. Daarmee pakt de raad de klacht aan, vooral in wijken als Carnisse en Beverwaard, dat de Rotterdamse politiek inwoners vergeet. Dat laten zien kan op verschillende manieren: - Door zichtbaar te luisteren naar wat Rotterdammers willen met hun stad; door aandacht te geven aan alle Rotterdammers. Vervolgens hoeft de raad niet domweg te doen waar inwoners om vragen. De raad moet immers de belangen van heel Rotterdam tegen elkaar afwegen. Wel moeten raadsleden terugkoppelen aan inwoners wat ze met hun inbreng hebben gedaan. - Er zijn allerlei sleutelfiguren in wijken, zoals huisartsen, wijkverpleegkundigen, sociaal werkers, leraren op basisscholen, middelbare scholen en mbo-scholen en bewonersorganisaties die goed weten wat er speelt in de wijk. Die kunnen bij informatieve gemeenteraadsvergaderingen goed verwoorden waar Rotterdammers in een bepaalde wijk of met een bepaald probleem mee te kampen hebben. - Een alle-Rotterdammers-toets bij elk raadsvoorstel: Een vast onderdeel van elk voorstel waarin aan de orde komt of alle relevante belangen zijn meegewogen. 9.

Het gemeentebestuur moet inzetten op responsiviteit, resultaten en rechtvaardigheid Zowel een deel van de stemmers als een deel van de niet-stemmers heeft beperkt vertrouwen in (lokale) politiek. Politiek vertrouwen wordt door allerlei factoren beïnvloed, die ook deels buiten het bereik van het Rotterdamse stadsbestuur liggen. Wat het Rotterdamse stadsbestuur wel kan doen is betrouwbaar optreden. Dat kan bijdragen aan hoger politiek vertrouwen. Betrouwbaar optreden bestaat uit drie onderdelen: - Responsiviteit: Het hele gemeentebestuur moet in antwoord op de behoeften en de wensen van de Rotterdammers handelen. Dat is niet altijd simpelweg volgen waar inwoners om vragen, maar wel goed terugkoppelen wat met de wensen en behoeften van inwoners wordt gedaan. Duidelijk uitleggen waarom sommige dingen (nog) niet gerealiseerd kunnen worden. En ervoor openstaan om zich te laten corrigeren door inwoners. - Rechtvaardigheid: Het gemeentebestuur moet zich inzetten om alle Rotterdammers eerlijk en gelijk te behandelen. Of ze nu wel of niet zijn gaan stemmen. Waar ze ook wonen. - Resultaten: Het gemeentebestuur moet zichtbaar resultaten boeken in antwoord op de wensen en behoeften van inwoners, zoals veiligheid in Carnisse en Beverwaard. Structurele verbeteringen vragen om langdurige betrokkenheid en een lange adem.

Tegelijkertijd zijn er door samenwerking met bewoners en sleutelfiguren in de wijk ook op korte termijn resultaten te behalen. 10. Het gemeentebestuur moet alle Rotterdammers laten weten hoe ze hun stad beter kunnen maken Stemmen is een recht, geen plicht. Mensen hoeven dus niet te stemmen. Ze moeten wel weten hoe ze van hun stem gebruik kunnen maken. En dat geldt voor alle Rotterdammers. Of ze nu bewoner van sloopbuurten zijn, Indiase expat, laaggeletterd, Bulgaarse arbeidsmigrant, gebruiker van tramlijn 7 en 8, Spaanse student, Zevenkamper, Rozenburger of Beverwaarder. Via het onderwijs (basis; middelbaar; mbo) is al een deel van de (toekomstige) stemgerechtigden te bereiken. Buurthuizen, bewonersorganisaties, ouderenorganisaties en bibliotheken kunnen een belangrijke rol vervullen om ook andere Rotterdammers te bereiken met inzicht hoe ze invloed kunnen uitoefenen op hun eigen stadsbestuur. 11. Houd opkomst en vertegenwoordiging levend Om te voorkomen dat opkomst en vertegenwoordiging van de agenda verdwijnen is het belangrijk om als raad keuzes te maken over een aanpak die past bij de Rotterdamse (politieke)

context. Het is raadzaam deze aanpak te delen met de stad en een kleine groep bewoners (stemmers en niet-stemmers) te vragen de uitvoering hiervan te monitoren tot na de gemeenteraadsverkiezingen in 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=48d37768-eb04-46c3-bf42-8614f15c42c1