[23bb006645] Bijlage 1 behorende bij 23bb6615 - Onderzoek lage opkomst Rotterdam - Publieksversie 300623
Tekst van het document
Opkomst onder Rotterdammers
De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 was historisch laag. In Rotterdam stemde maar iets meer dan een derde van de mensen die mochten stemmen. Er zijn grote verschillen tussen wijken: in Carnisse was de opkomst 20 procent, in Hillegersberg 60 procent. In opdracht van de Rotterdamse gemeenteraad onderzochten we de achtergrond van de lage opkomst. We beantwoordden daarbij de volgende vragen: Wat waren de motieven van Rotterdammers om wel of niet te gaan stemmen? Hoe zijn de verschillen tussen wijken te verklaren? En wat is er nodig om de verbinding tussen de lokale politiek en inwoners van Rotterdam te versterken? In dit document geven we een samenvatting van de belangrijkste resultaten en aanbevelingen uit ons onderzoek:
Onderzoek naar de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 Juni 2023 EMMA De Haagse Hogeschool Universiteit Utrecht Citisens
1. De motieven van niet-stemmers zijn verschillend. 2. Sommige stemmers lijken veel op niet-stemmers. 3. Vooral in sommige wijken voelen bewoners zich niet gezien en gehoord. 4. Gemeenteraad: kom zichtbaar op voor alle Rotterdammers. 5. Gemeentebestuur: luister, wees eerlijk en lever resultaat.
P1
1. De motieven van niet-stemmers zijn verschillend Niet-stemmers in Rotterdam hebben uiteenlopende redenen om niet te gaan stemmen. Vaak noemen bewoners meerdere redenen. Weinig of geen vertrouwen: ‘er verandert toch niks’ Veel niet-stemmers zien stemmen als een vergeefse moeite, omdat ze denken dat het niet uitmaakt ‘Ze doen toch wat ze willen. Ze luisteren niet voor wat er gebeurt in naar de mensen. Praten, praten, praten, maar hun wijk of stad. In er komt niets uit de bus.’ sommige wijken zeggen bewoners dat politiek er vrouw, 70+, gepensioneerd, Hillegersberg niet is voor ‘mensen zoals wij’. Weinig of geen belangstelling in (lokale) politiek Sommige mensen vinden elke vorm van politiek oninteressant, of het nu lokaal is of landelijk. Andere mensen stemmen wel voor de Tweede Kamerverkiezingen, maar vinden de lokale verkiezingen minder belangrijk. Niet stemmen vanwege gebrek aan urgentie Sommige bewoners zien in hun directe omgeving niets dat dringend moet veranderen en hebben daarom niet gestemd. Dit motief kwamen we alleen tegen in de wijken met een hoge of gemiddelde opkomst.
Wel willen maar niet kunnen: taalbarrière en onduidelijkheid over stemrecht Bewoners die in een ander land zijn opgegroeid, ervaren soms een taalbarrière. Ze vinden de communicatie rond lokale politiek ingewikkeld. Ook is er bij bewoners zonder Nederlands paspoort soms verwarring over het hebben van stemrecht bij de lokale verkiezingen.
In gesprek met niet-stemmers Hoe kom je in gesprek met mensen die niet stemmen? Tijdens het onderzoek bleek dat vooral straatgesprekken een doelgerichte methode zijn. Meer dan een vragenlijst of groepsgesprek. We zijn in de vier wijken op verschillende plekken en tijden de straat opgegaan. Bijvoorbeeld bij een supermarkt, op een schoolplein rond de tijd dat kinderen worden opgehaald, of in een park. We vroegen bewoners of ze gestemd hebben en waarom ze dat wel of niet hebben gedaan. We vroegen ze wat er speelt in de wijk, en wie er voor de wijk opkomt. We spraken met jong en oud, wit en zwart, in Rotterdam geboren en getogen en nieuwkomers. Gesprekken duurden meestal zo’n 5 minuten, soms 20 minuten.
Het stimuleren van de opkomst vraagt om maatwerk Omdat niet-stemmers onderling verschillen in achtergrond en in de redenen waarom ze niet gaan stemmen, is het nodig om rekening te houden met die verschillen bij het stimuleren van de opkomst. Communicatie moet afgestemd zijn op de doelgroep. Bij gebrek aan vertrouwen ‘Voor de gemeenteraadsverkiezingen heb ik is wat anders nodig dan mijn stemkaart nooit ontvangen. Ik heb daar de bij gebrek aan kennis gemeente een brief over gestuurd, maar nooit over het stemproces. een reactie gekregen. Dat was wel een drempel doordat ik niet zo goed kan schrijven in het Nederlands.’ vrouw, rond de 30, werk onbekend, Beverwaard
P2
2. Sommige stemmers lijken veel op niet-stemmers
Ik heb vertrouwen in de lokale politiek Stemmers, uit wijken met een lage opkomst Stemmers, uit wijken met een hoge opkomst
Door alleen naar de motieven van niet-stemmers of stemmers te kijken, zie je snel de overeenkomsten tussen beide groepen over het hoofd. Motieven van stemmers Veel Rotterdamse stemmers zeggen: ‘als je niet stemt, mag je ook niet klagen’. In de vragenlijst gaf 70 procent van de stemmers dit antwoord. Zij vinden stemmen vanzelfsprekend, een burgerplicht. Tegelijkertijd is het iets bijzonders dat je moet koesteren, vinden ‘Ik stem altijd. Mensen hebben hun leven sommige stemmers. gegeven voor stemmen, het is een gunst. In Toch bestaat er onder andere landen heb je een dictatuur. Daarom sommige stemmers moet je altijd stemmen. (…) Maar het is wel een ook twijfel over de loterij, er is een kleine kans dat het uitmaakt. Ik vraag of hun stem er heb geen vertrouwen in de gemeenteraad, het wel toe doet. is corrupt.’ Ook een deel van de vrouw, 75+, gepensioneerd, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek stemmers heeft weinig vertrouwen In de straatgesprekken zeiden veel niet-stemmers dat ze niet stemmen omdat ze weinig vertrouwen hebben in de politiek of overheid. Uit de antwoorden op de vragenlijst blijkt dat ook een belangrijk deel van de stemmers weinig vertrouwen heeft. Minder dan de helft van de stemmers zegt vertrouwen te hebben in de lokale politiek.
44% 48%
In wijken waar de opkomst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen lager dan gemiddeld was, blijken stemmers en hun niet-stemmende wijkgenoten minder vertrouwen te hebben in de lokale politiek. Ze voelen zich hierbij minder betrokken. Dat zij toch gaan stemmen, komt vooral omdat zij dit zien als een democratische burgerplicht. Wel of niet stemmen zegt weinig over lokale betrokkenheid Of Rotterdammers wel of niet stemmen, zegt weinig over hoe zij meedoen in de samenleving. Er zijn stemmers en niet-stemmers die actief zijn in hun wijk. En er zijn stemmers en niet-stemmers die ‘Ik heb gestemd, maar ik heb geen idee waarop daarmee niet bezig zijn. ik heb gestemd, het was dezelfde partij als waar een vriendin op had gestemd. Ik heb zelf Aandacht voor helemaal geen interesse in de politiek. (…) stemmers in wijken met Voorlopig ga ik ook niet stemmen, denk ik.’ een lage opkomst Het onderzoek biedt vrouw, 22, hbo-student, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek inzicht in groepen inwoners die bij de volgende verkiezingen mogelijk niet meer gaan stemmen. Als het gevoel van burgerplicht vermindert, zal de opkomst in wijken met een lage opkomst de volgende keer nog lager zijn.
P3
3. Vooral in sommige wijken voelen bewoners zich niet gezien en gehoord We vroegen bewoners niet alleen naar de motieven om wel of niet te stemmen. We vroegen ze ook naar wat er in hun wijk speelt en bij wie zij aankloppen als er problemen zijn. Wat er speelt: van fijne wijk tot onveiligheid en armoede • ‘Een fijne wijk’: Veel bewoners geven tijdens de straatgesprekken spontaan aan dat zij in een fijne wijk wonen, bijvoorbeeld vanwege de levendigheid, het groen of het dorpse karakter. Alleen in Carnisse noemen bewoners dit niet. In Beverwaard wordt het vaak gevolgd door een ‘maar’. • Ervaren onveiligheid: Vooral in Carnisse en Beverwaard voelen veel bewoners zich onveilig in de wijk, of geven ze aan dat anderen zich er onveilig voelen. Vaak worden incidenten als schiet- en steekpartijen genoemd. • Armoede, wonen en migratie: Deze drie thema’s zijn vaak met elkaar verweven. Veel bewoners vinden dat er in Rotterdam te weinig huisvesting is voor ‘mensen zoals zij’. Daarmee bedoelen ze: mensen die al lang in de stad wonen, en een lager inkomen hebben. • Gebrek aan voorzieningen voor jongeren: In verschillende wijken is er volgens bewoners en sleutelfiguren weinig plek voor jongeren. Volgens hen moet er vooral in deze groep geïnvesteerd worden. • Rommelige openbare ruimte: Bewoners storen zich aan afval dat niet weggehaald wordt of wegwerkzaamheden die te lang duren.
Als ze dit melden, is hun ervaring dat daar lang niet altijd wat mee gedaan wordt.
Wijkagenten en andere vertegenwoordigers zijn belangrijk Sommige bewoners hebben ‘geen idee’ met wie ze contact kunnen opnemen als er problemen zijn in de wijk. Als ze dat wel weten, noemen bewoners vaak ‘de gemeente’ als aanspreekpunt. Ook de wijkagent of professionals in het buurthuis worden veel genoemd, vooral in Beverwaard en Carnisse. Sommige bewoners kennen de weg naar een bewonersorganisatie. De relatief nieuwe wijkraden zijn bij velen nog onbekend. Communicatie met gemeente kan vaak beter Als bewoners geen contact opnemen met de gemeente, heeft dat verschillende redenen. In wijken met een hoge opkomst (zoals Hillegersberg) is de reden vaker dat er geen problemen zijn. In wijken met een lage opkomst (zoals Carnisse) noemen bewoners vaker dat ze niet weten met wie ze contact moeten opnemen. Als er wel contact is, storen veel bewoners zich aan standaardreacties, wisselende contactpersonen en ‘nep-participatie’: gevraagd worden om je mening, terwijl het besluit al genomen is. Wat bewoners waarderen is: persoonlijk contact en serieus genomen worden. In de steek gelaten Vooral bewoners en sleutelfiguren in wijken met een lage opkomst hebben het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn door de politiek. Er zijn structurele problemen in hun wijk, die volgens hen onvoldoende worden aangepakt.
Ook onder stemmers zien we dat ruim vier van elke tien Rotterdammers het idee heeft dat ze geen invloed op het gemeentebestuur heeft. We zien bovendien dat dit in sterkere mate geldt voor bewoners van wijken met een lage opkomst. Daar voelen ook stemmers minder invloed. Mensen zoals ik hebben invloed op het bestuur van de gemeente Stemmers, uit wijken met een lage opkomst Stemmers, uit wijken met een hoge opkomst
43%
47%
P4
4. Gemeenteraad: kom zichtbaar op voor alle Rotterdammers Via de lokale verkiezingen kiezen bewoners de gemeenteraad. Artikel 7 van de gemeentewet geeft aan wat de opdracht van de gemeenteraadsleden gezamenlijk is: ‘De raad vertegenwoordigt de gehele bevolking van de gemeente.’ De gemeenteraad moet dus opkomen voor alle Rotterdammers. Maar wat vinden Rotterdammers, zowel gemeenteraadsleden als hun mede-inwoners, van hoe de gemeenteraad die rol in de praktijk vervult?
Bewoners: weinig ‘Ik heb weinig vertrouwen in de verwachtingen van gemeentepolitiek. Beloftes worden niet raadsleden, belang van nagekomen. Het gaat tijdens de verkiezingen ‘woord houden’ alleen over subsidies, waar je later niets van Veel bewoners weten terugziet. Ik heb daarom ook geen niet wat raadsleden verwachtingen van een gemeenteraadslid.’ doen en vinden het ook niet altijd belangrijk om man, 50, werkt, Carnisse-Zuiderpark dat te weten. Als inwoners wel ‘Ik vind de gemeenteraad niet echt betrokken verwachtingen hebben, bij de wijk, er zijn weinig initiatieven voor de dan vinden ze het vooral wijk. De wijk wordt alleen bestempeld als belangrijk dat probleemwijk.’ raadsleden ‘woord houden’, ‘weten wat er man, 45 jaar, afgekeurd voor betaald werk, Beverwaard speelt’ en problemen als veiligheid en huisvesting aanpakken. Regelmatig twijfelen zij eraan of dat ook echt gebeurt. Raadsleden: verkiezingen zijn belangrijk, maar ook tussentijds contact Gemeenteraadsleden met wie we in gesprek zijn gegaan, vinden het opkomstpercentage belangrijk, bijvoorbeeld ‘om te meten of mensen zich door ons vertegenwoordigd willen voelen’. Ook geeft het stemgedrag van Rotterdammers inzicht in hun politieke voorkeur. Tegelijkertijd vinden veel raadsleden het belangrijk 0m tussentijds op andere manieren erachter te komen wat Rotterdammers met hun stad willen.
Verkiezingen geven daarvan maar een beperkt beeld. Ook vanwege het hoge aandeel niet-stemmers.
Foto: Roel Dijkstra
Aanbeveling: laat het zien De gemeenteraad moet goed laten zien dat hij opkomt voor alle Rotterdammers. Het kan zo zijn dat dat al gebeurt, maar de raad moet dat tonen. Daarmee pakt de raad de klacht aan dat de Rotterdamse politiek inwoners vergeet, vooral in wijken als Carnisse en Beverwaard.
P5
5. Gemeentebestuur: luister, wees eerlijk en lever resultaat Zowel een deel van de stemmers als een deel van de nietstemmers heeft beperkt vertrouwen in de (lokale) politiek. Politiek vertrouwen wordt door allerlei factoren beïnvloed, die ook deels buiten het bereik van het Rotterdamse gemeentebestuur liggen. Wat het Rotterdamse gemeentebestuur wel kan doen, is betrouwbaar optreden.
gemeente. Die is voor hen vaak moeilijk bereikbaar. Ze voelen zich niet gezien en gehoord.
9 van elke 10 Rotterdammers die deelnamen aan de vragenlijst vinden het belangrijk dat het gemeentebestuur aandacht heeft voor alle groepen in Rotterdam.
• Rechtvaardig handelen: Rechtvaardigheid gaat over eerlijk en transparant handelen. Het gemeentebestuur moet zich ervoor inzetten om alle Rotterdammers eerlijk en gelijk te behandelen. Of ze nu wel of niet zijn gaan stemmen. Waar ze ook wonen. Nogal wat bewoners van verschillende wijken hebben niet dat gevoel, bijvoorbeeld als het gaat om het woonbeleid van de gemeente. Veel mensen begrijpen niet waarom er voor sommige groepen wel een woning is, en voor andere niet. Ze missen het eerlijke verhaal.
Betrouwbaar optreden bestaat uit drie onderdelen, de drie R-en: • Responsief zijn: Responsiviteit betekent goed luisteren naar wat er speelt onder inwoners en daarop passend en tijdig reageren. Toegepast op de verhouding tussen gemeente en bewoners gaat het om het serieus nemen van de zorgen, opvattingen en ideeën van bewoners. Niet alleen door te luisteren, maar ook door te doen. Dat is niet altijd simpelweg volgen waarom inwoners vragen, maar wel goed terugkoppelen wat je met hun wensen en behoeften doet. Duidelijk uitleggen Hoe het volgens bewoners niet moet waarom je sommige ‘We gingen eerder weg [tijdens een dingen (nog) niet kunt voorlichtingsavond], toen kwam er een realiseren. Veel mensen ambtenaar achter ons aan: “Waarom gaan jullie maken nauwelijks weg?” Ik zei: "Het heeft geen zin, wij zitten hier onderscheid tussen voor Jan met de korte achternaam, dit is geen politiek, bestuur en participatie.” De ambtenaar zei: “Zo worden wij ambtelijke organisatie. geacht het aan te leveren.”’ Het is allemaal ‘de gemeente’. Veel lid bewonersorganisatie, Cool-Scheepvaartkwartierbewoners ervaren een Stadsdriehoek afstand tot de
• Resultaat boeken: Het gemeentebestuur moet zichtbaar resultaten boeken in antwoord op de wensen en behoeften van inwoners, zoals veiligheid in Carnisse en Beverwaard. Structurele verbeteringen vragen om langdurige betrokkenheid en een lange adem. Tegelijkertijd zijn er door samenwerking met bewoners en sleutelfiguren in de wijk ook op korte termijn resultaten te behalen.
Hoe het volgens bewoners wel moet Daarom vond ik het zo mooi dat de wethouder afgelopen vrijdag zei: “Ik ga mijn uiterste best doen, maar kan niet beloven dat het ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Ik ga mijn uiterste best doen, het is fijn als het lukt, maar als het niet lukt geef ik u een terugkoppeling waarom dat niet is gelukt.”’ medewerker school, Beverwaard
P6
Over het onderzoek De bevindingen zijn gebaseerd op twee onderzoeken: Kwalitatief onderzoek in vier wijken
Kwantitatief onderzoek in de hele gemeente
We hebben kwalitatief onderzoek verricht in vier wijken met een verschillend opkomstpercentage: • Carnisse-Zuiderpark (opkomst 21%) • Beverwaard (23%) • Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek (42%) • Hillegersberg (60%) De wijken verschillen ook van elkaar wat betreft ligging (zuidnoord) en bevolkingssamenstelling (onder meer aandeel mensen met een lager inkomen).
Tussen 27 maart en 17 april 2023 konden alle inwoners van Rotterdam hun mening geven in een online vragenlijst. Wij zoomden in op: • Democratische waarden, politieke kennis en vaardigheden • Invloed van de sociale omgeving • De rol van maatschappelijke organisaties • Ervaringen met de gemeente
We zijn tussen oktober 2022 en februari 2023 op verschillende manieren in gesprek gegaan: - 100 straatgesprekken met bewoners in de vier wijken. - 15 diepte-interviews met lokale sleutelfiguren: mensen die een formele of informele rol vervullen in de betreffende wijk en de wijk goed kennen, zoals opbouwwerkers, wijkmanagers, wijknetwerkers, wijkraadsleden en leden van bewonersorganisaties. - 5 groepsgesprekken: 4 groepsgesprekken met bewoners en sleutelfiguren over wat er nodig is om de opkomst te verhogen en de verbinding tussen bewoners en lokale politiek te versterken. 1 groepsgesprek met gemeenteraadsleden over hun rol als volksvertegenwoordiger. Het kwalitatieve onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van EMMA, De Haagse Hogeschool en Universiteit Utrecht.
Om inwoners te bereiken, is de vragenlijst op verschillende manieren onder de aandacht gebracht, via: • Een online campagne via sociale media en websites van DPG Media (zoals NU.nl en AD.nl). • Een ansichtkaart bij ruim 20.000 huishoudens uit de vier eerdergenoemde wijken. • Een uitnodiging aan de Rotterdamse Citisens panelleden. • Online kanalen van de gemeenteraad van Rotterdam. In de vragenlijst analyseerden wij de mening van 1.186 Rotterdammers, onder wie 51 niet-stemmers, die verspreid over de gemeente Rotterdam wonen. Als aanvulling op de analyse van de antwoorden van (het beperkte aantal) niet-stemmers toont het onderzoek een representatieve weergave van verschillen en overeenkomsten tussen stemmers uit wijken met een hoge en lage verkiezingsopkomst. Het kwantitatieve onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van onderzoeksbureau Citisens.
P7
Deze samenvatting hoort bij de onderzoeksrapporten: ‘Opkomst en vertegenwoordiging van Rotterdammers’ (juni 2023) Auteurs: Marianne van Bochove, Hans Vollaard, Christine Bleijenberg, Hans Moors EMMA, De Haagse Hogeschool, Universiteit Utrecht ‘Onderzoek opkomst Rotterdam’ (juni 2023) Auteurs: Gideon van der Hulst, Marjolijn van Zonneveld, Marcel Boogers Citisens Beide onderzoeken zijn in opdracht van de gemeenteraad van Rotterdam uitgevoerd.
•
P8