[23bb006186] Wethoudersbrief Karremans over technische vragen GL inzake Biodiversiteit
Tekst van het document
Stadsbeheer Handhaving, Buitenruimte, Mobiliteit Mr. Drs. V.P.G. Karremans Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Youssra Aoulad Said Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl
Aan de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte
Ons kenmerk: M2309-2562 - 23bo007531 Onderwerp: Beantwoording technische vragen GL inzake Biodiversiteit Datum: 25 september 2023
Beste commissieleden,
In de bijlage van deze brief treft u de schriftelijke reactie aan op de technische vragen die zijn ingediend door raadslid M. Morkoc (GL). Deze vragen hebben betrekking op het Biodiversiteitskader, de Uitvoeringsagenda 2023-2027 en het Actieplan Groenagenda, die ter behandeling staan in de commissievergadering Bouwen, Wonen en Buitenruimte (BWB) van 27 september 2023.
Met vriendelijke groet,
Mr. Drs. V.P.G. Karremans Wethouder Handhaving, Buitenruimte, Mobiliteit
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/6 25 september 2023 M2309-2562
Bijlage. Technische vragen:
1. Sportvelden: Sportvelden worden in tabel 9 genoemd als kernbiotoop voor o.a. de groene specht. Net als de scholekster en andere soorten lijdt deze vogel onder de aanleg van kunstgrasvelden. Ook in gedachte houdend dat kunstgrasvelden mogelijk in belangrijke mate bijdragen aan verontreiniging door microplastics: is hier beleid over? Hoe wordt dit afgewogen? De sportnota 2021 geeft aan dat ingezet wordt op het verder duurzaam (her) gebruiken van kunstgrasvelden met als uiteindelijk doel circulaire velden. Vanwege de grote druk op de ruimte in de stad wordt vaak gekozen voor kunstgrasvelden. Kunstgrasvelden kunnen een veel intensiever gebruik faciliteren dan natuurlijk gras, waardoor minder velden nodig zijn. Hierdoor is het ruimtegebruik voor sport veel kleiner dan wanneer voor natuurlijk gras gekozen wordt. Biodiversiteit is in deze afweging geen onderdeel geweest, maar op stedelijke schaal is ook voor biodiversiteit de druk op de ruimte een grote bedreiging.
2. Bij 3.3 Ambities staat: Dit biodiversiteitskader neemt niet 1-op-1 de doelen van het GBF over, maar streeft ernaar op Rotterdams niveau bij te dragen aan deze doelen. Wat houdt ‘Rotterdams niveau’ hier in? De targets die zijn opgenomen in het GBF zijn voor een groot deel niet 1 op 1 te realiseren op gemeentelijk niveau. Deze targets gaan over wereldwijde of landelijke politieke en economische thema's. Het biodiversiteitskader zet in op de doelen waar wel op gemeentelijk niveau aan kan worden bijgedragen. Zoals beschreven in 3.3 Ambities wordt aangesloten op de landelijke ambities die zijn beschreven in de Agenda Natuurinclusief.
3. Monocultuur: wat is het beleid rondom monocultuur momenteel? We leggen nog steeds hele lanen van dezelfde soort boom aan (zie Bentincklaan), terwijl we toch inmiddels heel goed weten dat dat risicovol is (zie kastanjebloedingsziekte en eikenprocessierups). Op p7 wordt genoemd dat er bomen kunnen worden toegevoegd aan projecten. Nieuwe aanplant of vervanging van bomen vindt plaats conform de Bomenstructuurvisie, onderdeel Rotterdamse Stijl. Aangevuld met Richtlijnen boomvervanging (Aanvulling op Bomenstructuurvisie Rotterdam). Binnen deze documenten is o.a. de volgende richtlijn opgenomen: “Plant daar waar het straatprofiel het toelaat verschillende boomsoorten aan.”
4. Specifieke maatregelen voor gidssoorten In figuur 9 (de tabel) staan gidssoorten genoemd. Iedere soort heeft bepaalde behoeften en specifieke eisen aan leefgebied. Gaat de gemeente maatregelen nemen gericht op die soorten? Is het plan nu om de kernbiotoop in voldoende mate te behouden? Wordt hier maatwerk voor geleverd? Een vergelijkbaar instrument als 10 van 010, wordt dat opnieuw gedaan? a. Dus anders gezegd: zijn de gidssoorten slechts meetinstrumenten (meer zanglijsters, dus we gaan goed), of zijn zij de knoppen waaraan we draaien zodat de stadsnatuur als geheel verbetert? (help de lijster, dan help je het hele park). Verschil doel- en een gidssoort. Doelsoort: soort waarvan het behoud, herstel of de terugkeer als een doelstelling wordt gezien in een project of beheeropgave (zie definitie p.43). Gidssoort: soort is karakteristiek voor een kernbiotoop. Die heeft bepaalde
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/6 25 september 2023 M2309-2562
leefomstandigheden nodig en daarmee creëer je ook leefomstandigheden voor een groot aantal andere soorten. De soort staat dus gids voor een kernbiotoop en maatregelen (zie definitie p.44). De stad is verdeeld in kernbiotopen en hierbij horen gidssoorten. Om de biodiversiteit op die plek te behouden en verbeteren, is het nodig om maatregelen voor de gidssoorten te treffen. Daarvan profiteren niet alleen de gidssoorten, maar ook de meeliftende soorten. Grofweg betekent dat dus dat in stedelijke wijken maatregelen getroffen kunnen worden voor de egel, boomblauwtje en gierzwaluw. De condities die daarmee gecreëerd worden bevorderen de biodiversiteit van deze kernbiotoop als geheel. Echter is er altijd sprake van maatwerk. Locatie specifiek kunnen andere gidssoorten relevanter zijn of zijn specifieke condities belangrijk om te behouden of verbeteren. Deze adviezen worden door de ecologen per project gegeven. De gidssoorten zijn dus inderdaad de knoppen om aan te draaien om de ecologische condities in een gebied te behouden of verbeteren. Parallel eraan loopt er het Meetnet Biodiversiteit. In het Meetnet wordt een diversiteit aan soortgroepen gemeten door de gehele stad.
Hierdoor is het, na een aantal jaren monitoring, theoretisch mogelijk om relaties te zien tussen veranderingen in de ecologische condities (ander beheer, meer kwalitatief groen etc.) en het voorkomen van soorten in die gebieden. Het doel van het meetnet is dus niet om te meten of we voldoende aantallen van een bepaalde dier/plantensoort hebben, maar om te via het voorkomen van soorten te meten of de ecologische condities verbeteren in de stad. De communicatie-campagne van de 10 van 010 wordt niet meer actief ingezet door de gemeente zelf. Hij blijft beschikbaar voor partners in de stad. Wel zal er in de vervolg communicatie aandacht zijn voor specifieke dieren en planten die in Rotterdam voorkomen. Er wordt een communicatie aanpak ontwikkeld waarbij de nog verder de verbinding tussen de planten en dieren en de Rotterdammers wordt gelegd.
5. Gidssoort: Gewone dwergvleermuis staat genoemd als gidssoort voor boomstructuren. Nu is dit de meest voorkomende vleermuis in Nederland die in vrijwel alle wijken en parken veel te vinden is, zelfs in gebieden met weinig opgaande bomen. Hoe ziet de gemeente die gidsfunctie precies? Bomenstructuren komen door heel Rotterdam voor. Zowel in het centrum als in groen stedelijke wijken. De omstandigheden verschillen daarom ook veel tussen alle gebieden waar deze structuren voorkomen. De gewone dwergvleermuis is een soort die door de hele stad voorkomt, inclusief in zeer verlichte en drukke locaties zoals het centrum, en daardoor dus goed past bij deze algemeen voorkomende structuur. Er zijn specifieke kernbiotopen in Rotterdam die geschikt zijn als leefgebied voor vleermuis soorten die specifiekere eisen hebben ten aanzien van de leefomstandigheden. Daarom zijn voor diverse kernbiotopen andere vleermuissoorten opgenomen:
Begraafplaatsen: Rosse vleermuis Bos en plassen: watervleermuis Sportcomplexen en bedrijventerrein: ruige dwergvleermuis Groenstedelijke wijken – tuinsteden: Laatvlieger
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/6 25 september 2023 M2309-2562
Zoete rivieren: meervleermuis
6. Het soortenmanagementplan (smp) is een middel om ruimtelijke ingrepen efficiënter uit te voeren met behoud van specifieke beschermde soorten onder de wet natuurbescherming. Voorziet de aanpak van het smp ook in een zogenaamde ‘plus’ op ecologisch vlak? Met andere woorden: laten we het beter achter dan hoe we het aantroffen? En geldt dit voor meer soorten dan alleen de beschermde vogels en vleermuizen waarvoor het smp nu geldt? (pagina 34) Het SMP moet nog opgesteld worden. Opzet van de een SMP: standaard rekening houden met een aantal veel voorkomende beschermde soorten. Dit doe je door bij alle projecten die uitgevoerd worden onder het SMP standaard een overmaat aan verblijfs- en nestvoorzieningen te realiseren voor de desbetreffende soorten, ongeacht of die soort ook is aangetroffen op die locatie. Hierdoor ontstaat een groot netwerk van verblijfs- en nestvoorzieningen voor deze soorten. Dit is een kleine “plus”, doordat hierdoor niet enkel aan de minimum vereisten vanuit de Wet natuurbescherming wordt voldaan. Hoeveel verblijfplaatsen gerealiseerd moeten worden en hoeveel “plus” het SMP kan verzorgen moet nog uitgezocht worden. Hierbij zijn werkbaarheid en kosten een factor.
Daarbij wordt door het gebruik van het SMP ook meer inzicht verkregen in de belangrijke verblijfplaatsen en netwerken van de desbetreffende soorten met omliggende gebieden en kan worden gestuurd op behoud en versterking van deze netwerken. Het SMP is enkel van toepassing op enkele veelvoorkomende beschermde soorten waarnaar onderzoek plaats zal vinden in het kader van het SMP. Overige soorten zijn geen onderdeel van het SMP.
7. Pleinen: Er worden 15 pleinen vergroend. Welke pleinen zijn dit? Is er een pleinenaanpak waar naar verwezen kan worden? Voor een buurt of wijk is een plein een belangrijke grote open ruimte. Bewoners kunnen zo’n plein gebruiken voor ontmoeting, sport en spel. Maar vaak zijn deze pleinen niet zo groen. Dat is vooral een probleem in dichtbebouwde wijken met veel steen. Daarom willen we 15 pleinen opnieuw inrichten met nieuw en beter groen. Zo worden ze omgevormd tot aantrekkelijke buurt- en wijkpleinen met schaduw, wateropvang en mogelijkheden voor spel en verblijf. Deze pleinen liggen zoveel mogelijk in de gebieden waar de opgaven het grootst zijn. Dus in wijken waar weinig groen is, problemen spelen met wateroverlast of hitte en er te weinig biodiversiteit is. Daar hebben ze een grote meerwaarde. Enkele pleinen zijn al in voorbereiding of bijna in uitvoering, zoals;Ericaplein, Persoonsdam, Driehoeksplein. Bij andere pleinen is er sprake van planvoorbereiding, zoals bij het Mijsnherenplein en Bleiswijksplein. Of de planvorming gaat binnenkort van start op basis van wat er al in de buurt is verzameld aan wensen en ideeën, zoals bij het Bospolderplein. Nog niet alle pleinen zijn geselecteerd, we willen dit juist graag doen in overleg met de wijken waar de problemen het grootst zijn en er de meeste kansen liggen. Daarover zijn en gaan we in gesprek met de betreffende gebieden.
We sluiten daarbij graag aan bij de pleinenaanpak die in sommige gebieden is geformuleerd.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/6 25 september 2023 M2309-2562
8. Spoor 4, p9: twee van de vier groenblauwe verbindingen die zijn “uitgekozen om in deze collegeperiode aan te pakken” komen uit de vorige groenagenda (of het collegeakkoord?): Heemraadssingel-Vroesenpark en de Steilrand. Deze ecologische verbindingen werden in de vorige periode benoemd, daar is ook aan gewerkt, maar om ze nu als nieuw en extra project in deze groenagenda mee te tellen klopt dus niet. Dit zijn nog niet behaalde doelen van de vorige wethouder, klopt dat? Of zijn het nieuwe doelen?
Het klopt dat we in de vorige collegeperiode ook gewerkt hebben aan enkele groenblauwe verbindingen, zoals Heemraadssingel-Vroesenpark en Steilrand. Dit zijn lange verbindingen en grootschalige projecten, die meer dan één collegeperiode vergen om te realiseren en te verbeteren. Het zijn daarmee geen nieuwe doelen, maar in deze periode willen we verder met de uitvoering en verbetering van deze groenblauwe routes. Het rondje Bruggen-Nieuwe Maas is wel een nieuwe groenblauwe verbinding waar we aan gaan werken. Ook hierbij geldt, dat we deze niet in één collegeperiode zullen kunnen realiseren.
9. Welke publiekscampagnes rondom biodiversiteit staan er nu al in de planning? De publiekscampagne rondom de 10 van 010 is afgerond. Hij is nog wel beschikbaar voor partners in de stad. Een nieuwe publiekscampagne is in voorbereiding en gaat op korte termijn van start. De nieuwe Campagne is gericht om het begrijpelijk en tastbaar maken van biodiversiteit en het bieden van handelingsperspectief voor bewoners om daarmee actief een bijdrage te leveren aan het behoud en vergroten van de biodiversiteit.
10. Kan een overzicht worden gegeven van groene/duurzame platforms (zoals Publieksplatform Biodiversiteit Rotterdam), commissies (zoals Adviescommissie Dierenwelzijn) en organisaties (zoals Groen010) waar de gemeente intensief mee samenwerkt? Dit zijn al belangrijke partijen zoals benoemd in de vraag. We werken zowel in de platformen en commissie samen als individueel met de verschillende partijen, zoals Blijdorp, Arboretum Trompenburg, Erasmus University, Natuurstad enz. Daarnaast werken we met onderzoeksinstelling (Naturalis, LUW, HAS, EUR) , partijen als Rijkswaterstaat, Waterschappen, ministerie LNV, provincie, de Groene cirkels vanuit de provincie (waarin ook weer vele partijen participeren).
11. Is er een goed beeld van de bedreigingen van biodiversiteit in de stad? Voorbeeld: wanneer een nieuw gebouw prachtig natuurinclusief met nestkasten wordt opgeleverd tegenover hoogbouw met spiegelende ramen, vliegen de gierzwaluwen zich dan niet dood? Is hier een afwegingskader voor? Er is geen afwegingskader voor bedreigingen van de biodiversiteit. Incidenteel wordt door de stadsecoloog in projecten geadviseerd over diverse bedreigingen voor de biodiversiteit. Denk aan infrastructuur, verlichting, beschoeiingen etc.
12. Als laatste: het lijkt mij goed om een kleine CROW-uitleg mee te sturen bij de technische beantwoording. Volgens mij was het niet helemaal duidelijk voor sommige leden van de commissie.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/6 25 september 2023 M2309-2562
Uitleg staat op de gemeentesite: Beeldkwaliteit meten | Rotterdam.nl De CROW-methode is een landelijke methode om objectief de beeldkwaliteit van de openbare ruimte te meten. Deze methode is nog niet ingericht en voorbereid op biodiversiteit. Daarom wordt i.s.m. het Kennisplatform CROW gewerkt aan een doorontwikkeling van de bestaande beeldmeetlatten. Als bij het aangaan van de nieuwe contracten met aannemers (maart 2025) een “BIOCROW” beschikbaar is, kan dit daarin worden opgenomen. Spanning tussen beeldkwaliteit van de openbare ruimte en biodiversiteit manifesteert zich steeds vaker. Rotterdam werkt met de Beeld kwaliteitsmeting. Dit is de CROWmethodiek die de buitenruimte visueel beoordeelt. Het voorkomen van bijvoorbeeld onkruid of minder strak gesnoeide randen of graskanten leidt tot een minder positieve score. Deze ‘spanning’ tussen biodiversiteit en de meting van beeldkwaliteit heeft de aandacht bij het CROW en met partners wordt nagedacht over oplossingsrichtingen.