CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005979] Brief van DCMR milieudienst Rijnmond over zienswijze concept - wijziging GR DCMR

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 25 oktober 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Duurzaam11.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 21 1. 2.

3.

Bevoegdheden

Aan het bestuur van de dienst worden geen bevoegdheden gedelegeerd door de deelnemers, tenzij wetgeving de delegatie van bevoegdheden voorschrijft. De colleges van de deelnemers alsmede de dagelijkse besturen van de deelgemeenten kunnen hun bevoegdheden ten aanzien van de bij of krachtens artikel 20 aan de dienst opgedragen taken, mandateren aan de directeur van de dienst. Ambtenaren van de deelnemers kunnen ondermandaat verlenen aan de directeur van de dienst, voor zover zij hiertoe bevoegd zijn.

DMS-nummer 22352465

10

Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________

Hoofdstuk 5

Ambtelijke organisatie

Artikel 22

AanstellingBenoeming, schorsing en ontslag directeur

1. 2. 3.

Er is een directeur van het lichaamde dienst. De directeur van de dienst wordt door het algemeen bestuur benoemd uit een door het dagelijks bestuur op te maken voordracht. Het algemeen bestuur kan de directeur schorsen en ontslaan.

Artikel 23 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Het dagelijks bestuur stelt de instructie van de directeur vast. De directeur is belast met de leiding van het lichaamde dienst en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie De directeur van het lichaamde dienst fungeert als ambtelijk secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede-ondertekend. Het dagelijks bestuur regelt de plaatsvervanging van de directeur.

Artikel 24 1.

2.

Taken en bevoegdheden directeur

Aanstellen overig personeel

Het dagelijks bestuur is belast met het aanstellen als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk rechtin dienst nemen, en het schorsen en ontslaan van werknemers van het het personeellichaam, de directeur van de dienst uitgezonderd. Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur van de dienst, tenzij het ambtenaren betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aardde werknemer een leidinggevende functie vervult of gaat vervullen die rechtstreeks onder de directeur ressorterenressorteert.

Artikel 25 Rechtspositie personeel 1. De Cao provinciale sector en de rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregelingen, zoals die gelden voor werknemers in dienst van de provincie Zuid-Holland, zijn van toepassing op werknemers in dienst van het lichaam. 2. Het dagelijks bestuur kan besluiten om één of meer regelingen zoals bedoeld in het eerste lid niet van toepassing te verklaren, te wijzigen of een eigen regeling vast te stellen in verband met de specifieke taakuitvoering van het lichaam. 3. Waar in de in het eerste lid bedoelde regelingen gesproken wordt van “provinciale staten”, “gedeputeerde staten” dan wel “hoofd van dienst” wordt voor de toepassing in het kader van deze gemeenschappelijke regeling respectievelijk gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de directeur. 1. Op het personeel in dienst van het lichaam zijn de rechtspositieregelingen die zijn of zullen worden vastgesteld voor het personeel in dienst van de provincie Zuid-Holland, van overeenkomstige toepassing. 2. Het dagelijks bestuur kan aan het provinciaal bestuur voorstellen doen met betrekking tot de vaststelling van uitvoeringsregelingen die, in verband met de specifieke taakuitoefening door de dienst, voor het personeel van belang worden geacht. 3.

Waar in de in het eerste lid bedoelde regelingen gesproken wordt van "provinciale staten", "gedeputeerde staten" dan wel "hoofd van dienst" wordt voor de toepassing in het kader van deze gemeenschappelijke regeling respectievelijk gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de directeur.

DMS-nummer 22352465

11

Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________

Hoofdstuk 6 § 1.

Financiële bepalingen

De begroting

Artikel 26

Boekjaar

Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 27

Voorbereiding begroting

1.

De begroting wordt ingericht overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Aan de begroting wordt een meerjarenraming toegevoegd. 2. Op het voorbereiden van de begroting is artikel 59 eerste tot en met derde lid van de Wet van overeenkomstige toepassing.. 3. Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van overschrijvingen vanuit de post "Onvoorziene uitgaven." 4. Van het bepaalde in dit artikel kan tevens door het dagelijks bestuur worden afgeweken, indien: a. Het totaal aan (budget)mutaties minder dan 5% van de totale begrotingsomvang (baten) bedraagt, én b. De wijziging(en) het totaal van de begrote lasten niet te boven gaan of waar deze de begrote lasten wel te boven gaan er in de financiële dekking is voorzien door: - Extra opdracht(en) van een individuele deelnemer en bijbehorende financiële dekking; - Overige taken, zoals wettelijke taken waar extra bijdragen van derden of deelnemers tegenover staan.

Artikel 28

Vaststelling begroting

Op het vaststellen van de begroting zijn de artikelen 58 eerste en tweede lid en 59 vierde lid van de Wet van overeenkomstige toepassing.

§ 2.

Jaarrekening

Artikel 29 1. 2. 3.

Vaststelling jaarrekening

De rekening wordt ingericht overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Op het vaststellen van de jaarrekening is artikel 58 derde en vierde lid van de Wet van overeenkomstige toepassing Het dagelijks bestuur voegt bij het voorstel voor de rekening een verslag van een onderzoek naar de rechtmatigheid van de rekening, dat opgesteld is door de bij verordening als bedoeld in artikel 31 aangewezen deskundige.”ingesteld door de overeenkomstig de op grond van artikel 3130 bij verordening aangewezen deskundige.

DMS-nummer 22352465

12

Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________

§ 3.

Beheer

Artikel 30

Financiële administratie

Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het financieel beheer van het lichaam.

Artikel 31

Controle

1. Het algemeen bestuur wijst één of meer deskundigen aan voor de controle op het financieel beheer en de administratie van het lichaam. 2. Het algemeen bestuur stelt met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde controle regels vast. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie

§ 4. Financiële verplichtingen Artikel 32 1. 2. 3. 4. 45.

De deelnemers betalen uiterlijk 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november een voorschot in de kosten van het lopende boekjaar ten bedrage van 25% van het jaarbudget. Naar aanleiding van de administratie over de afzonderlijke kwartalen kan het dagelijks bestuur bepalen dat een van het in het eerste lid bedoelde bedrag afwijkend voorschot wordt betaald. Uiterlijk 1 juni vindt per deelnemer een eerste afrekening plaats over het voorafgaande boekjaar overeenkomstig het ontwerp van de voorlopige rekening. De definitieve afrekening vindt plaats bij vaststelling van de rekening. In verband met de toetreding van een gemeente kan het dagelijks bestuur in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel voor het jaar van toetreding van deze gemeente een afwijkende regeling treffen inzake de vervaldata van voorschotten en de eerste afrekening.

Artikel 33 1.

2.

3.

4.

Betaling

Deelnameverplichting

Met het oog op de voor hen uit te voeren taken als bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid verbinden de deelnemers zich tot de financiële verplichtingen die na goedkeuring zijn opgenomen in de begroting 2014 2023, inclusief de eerste wijziging daarop, als vertaling van de personele en materiële inzet ten behoeve van de uitvoering van die taken. De bedragen worden jaarlijks aangepast bij de vaststelling van de begroting op basis van de door de deelnemers vastgestelde indexeringspercentages. Het in het eerste lid bepaalde is mede van toepassing voor nieuwe deelnemers, met dien verstande dat als uitgangspunt geldt de goedgekeurde begroting, inclusief wijzigingen van het 1e volledige jaar na toetreding. Onverminderd het bepaalde in het volgende lid is een deelnemer gerechtigd, zonder wijziging van de regeling, wijzigingen in het niveau van uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken te bewerkstelligen, voor zover de wijzigingen in financiële verplichtingen die daarvan het gevolg zullen zijn, gezamenlijk niet meer dan 25% van die verplichtingen bedragen. Wijzigingen als bedoeld in het vorige lid kunnen, indien zij een vermindering van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen tot gevolg hebben, jaarlijks niet meer dan 5% van die verplichtingen bedragen.

Indien het saldo van de verminderingen en verhogingen van de in het eerste lid bedoelde financiële verplichtingen, als gevolg van wijzigingen als bedoeld in de vorige zin, op enig moment meer dan een vermindering van 10% van die verplichtingen bedraagt, zal de betreffende deelnemer ter zake van de verschuiving in de verdeling van overheadkosten aan het lichaam een afkoopsom verschuldigd zijn welke door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Als de verschuiving in de verdeling van de overheadkosten kan worden opgevangen binnen de begroting, kan het algemeen bestuur afzien van het vaststellen van een afkoopsom

DMS-nummer 22352465

13

Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________

5.

6.

7.

Indien daartoe naar het oordeel van het algemeen bestuur de noodzaak bestaat, is het gestelde in artikel 37, voor zover betrekking hebbende op de toewijzing van personeel, van overeenkomstige toepassing. De in het derde en vierde lid bedoelde beperking is niet van toepassing op wijzigingen in de uitvoering van taken welke bekostigd wordt door middel van projectfinancieringsubsidies zoals ten behoeve van de uitvoering van bodemsaneringsprogramma's of de zonering industrielawaai, indien en voor zover een wijziging optreedt in de verstrekking van die financieringsubsidies. Op omvangrijker wijzigingen dan bedoeld in het derde en vierde lid van dit artikel is het bepaalde in artikel 38 van toepassing. De in het eerste lid genoemde verbintenis is op de aldus gewijzigde inzet en de verplichtingen die daaruit voortvloeien, van overeenkomstige toepassing. Op verminderingen van de financiële verplichtingen als gevolg van het door het algemeen bestuur vastgestelde indexpercentage voor de begroting of andere door de deelnemers opgelegde gemeenschappelijke taakstellingen zijn – onverminderd de verplichtingen op grond van artikel 34 (garantstelling) - de leden 3 en 4 van dit artikel niet van toepassing.

Artikel 34 1. 2.

Garantstelling

De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat het lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. Indien aan het algemeen bestuur van het lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet, respectievelijk een verzoek aan de Minister tot toepassing van artikelen 198 en 199 Provinciewet.

§ 5. Overige financiële bepalingen Artikel 35

Leges

Het algemeen bestuur kan een regeling vaststellen met betrekking tot de heffing van leges voor het op aanvraag leveren van diensten.

DMS-nummer 22352465

14

Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________

Hoofdstuk 7

Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 36

Toetreding

1.

2. 3.

Toetreding door andere gemeenten en andere deelnemers vindt plaats, indien meer dan de helft van het aantal deelnemers, vertegenwoordigende ten minste 66/10870/112 van het aantal stemmen in het algemeen bestuur, daarin bewilligt. Het algemeen bestuur doet het nodige om de gevolgen van toetreding te regelen. De toetreding gaat in op de eerste dag van de kalendermaand volgende op die waarin de voor de toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden.

Artikel 37 1.

2.

3.

4. 5.

6.

Uittreding

Bij het uittreden van een deelnemer conform artikel 51 derde lid, juncto artikel 9 van de Wet stelt het algemeen bestuur vast welke financiële en organisatorische gevolgen op de uittreding van toepassing zijn. Indien een deelnemer uit de regeling wenst te treden, zal in het kader van de in het eerste lid bedoelde afwikkeling van de financiële gevolgen daarvan een toewijzing van personeel aan deze deelnemer plaatsvinden en zal er een compensatie verschuldigd zijn voor de overige rechten en verplichtingen. De hoeveelheid toe te wijzen personeel wordt bepaald op basis van het gemiddelde aandeel van de uittredende deelnemer over de voorgaande drie jaar en betreft zowel het directe als het indirecte personeel. De hoeveelheid toe te wijzen indirect personeel en de overige rechten en verplichtingen worden bepaald op basis van de de begroting over het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding. Compensatie voor de overige rechten en verplichtingen, als bedoeld in het tweede lid, zal in een bijdrage ineens voldaan worden. Deze bijdrage is gelijk aan driemaal de op de in het vierde lid aangegeven wijze bepaalde hoeveelheid overige rechten en verplichtingen. Uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de voor uittreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden.

Artikel 38

Wijziging

De regeling wordt gewijzigd indien meer dan de helft van het aantal deelnemers, vertegenwoordigende ten minste 66/10870/112 van het aantal stemmen in het algemeen bestuur, daartoe besluit.

Artikel 39 1.

2. 3.

4. 5.

Opheffing

De regeling kan worden opgeheven indien meer dan de helft van het aantal deelnemers, vertegenwoordigende ten minste 84/10884/112 van het aantal stemmen in het algemeen bestuur, daartoe besluit. Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan vastgesteld, de raden en provinciale staten gehoord. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel, met inachtneming van het bepaalde in de leden 3 en 4 van artikel 36. Toewijzing van personeel aan de deelnemers zal plaatsvinden bij besluit van het algemeen bestuur. Bij ontbinding van het lichaam in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft het lichaam voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is.

Artikel 39a

Evaluatie

DMS-nummer 22352465

15

Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________

Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren vast. Daarbij worden de deelnemers gehoord. Hoofdstuk 8

Archiefbescheiden

Artikel 40 1. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van de onder hem berustende archiefbescheiden zoals bedoeld in het tweede en vierde lid, waaronder mede valt het vernietigen van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. Het dagelijks bestuur stelt ter zake regels vast. 2. De directeur beheert de archiefbescheiden van de dienst en zijn organen, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. De dienst draagt de in het tweede lid genoemde archiefbescheiden over naar het Stadsarchief Rotterdam, overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Archiefwet 1995. 4. De deelnemers stellen de archiefbescheiden die betrekking hebben op de aan de dienst opgedragen taken aan de omgevingsdienst ter beschikking in goede, geordende en toegankelijke staat. 5. De archivaris van het Stadsarchief Rotterdam oefent toezicht uit op het in het tweede lid genoemde beheer. 6. In geval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling draagt de dienst de in het tweede lid genoemde archiefbescheiden met inachtneming van artikel 8 van het Archiefbesluit voor zover mogelijk over aan de taakopvolger. De overbrenging van de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat naar het Stadsarchief Rotterdam geschiedt als had geen opheffing plaatsgevonden.

Als er geen taakopvolger is, worden de archiefbescheiden direct naar het Stadsarchief Rotterdam overgebracht. 7. In geval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling stelt de dienst de in het vierde lid genoemde archiefbescheiden, voor zover niet overgebracht naar de archiefbewaarplaats, weer ter beschikking aan de deelnemers. Hoofdstuk 9

Geschillen, klachten en aansprakelijkheid

Artikel 41

Geschillenregeling

1.

2. 3. 4.

Voordat over een bestuursgeschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan de Commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland. De commissaris hoort de bij het geschil betrokken partijen. Hij brengt binnen drie maanden advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. Indien de aard van het geschil daartoe aanleiding geeft, dan wel indien een bestuursorgaan van de provincie partij is in het geschil, laat de commissaris zich bij de voorbereiding van het in het derde lid bedoelde advies bijstaan door twee door hem aan te wijzen burgemeesters van deelnemende, niet als partij bij het geschil betrokken gemeenten.

Artikel 42 Klachtenregeling 1. Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van de Algemene wet bestuursrecht, een ver ordening klachtbehandeling vast. 2. De ombudsman van de gemeente Rotterdam is bevoegd tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 43 1.

Aansprakelijkheid

Het lichaam verzekert zich tegen: a. Burgerrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen; b. Wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.

DMS-nummer 22352465

16

Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________

2.

Indien en voor zover de verzekering een voor rekening van het lichaam komende schade niet dekt, komt deze voor rekening van de desbetreffende deelnemer binnen wiens aan de dienst opgedragen takenpakket de schadeveroorzakende gebeurtenis is voorgevallen.

Hoofdstuk 10 Slotbepaling Artikel 44 1. 2. 3. 4.

Inwerkingtreding

Deze regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. Iedere wijziging hierop wordt op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt. Iedere wijziging hierop treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking als bedoeld in het vorige lid. De regeling kan worden aangehaald als “gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging, 2024 2015”.

DMS-nummer 22352465

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=87db551e-7cda-4a9c-bf8a-352b6e1d1880