CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005645] Bijlage 11 behorende bij 23bb5665 - 2Privacyframework datagedreven werken DAP'R

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 4 oktober 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Werk en Inkomen15.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Privacyframework datagedreven werken met behulp van het Data & Analytics Platform Rotterdam

[Trek de aandacht van uw lezer met een veelzeggend citaat uit het document of gebruik deze ruimte om een belangrijk punt te benadrukken. Sleep dit tekstvak als u het ergens anders op de [Onderwerp] pagina wilt plaatsen.]

Adviesrapport Privacy Framework Datagedreven werken met Data Analytics Platform Rotterdam

Adviesrapport [Onderwerp]

Van Projectgroep SPIDER Datum Projectgroep SPIDER April 2023 12 mei 2023

Voorblad Gemeente Rotterdam, afdeling IIFO Datum:

12 mei 2023

Versie:

1.0

Aan:

Concerndirectie

Auteur(s):

Projectgroep Spider (Security, Privacy, Informatiebeheer, Datamanagement, Ethiek, Rotterdam

Betreft:

Framework Privacy (beleidskader)

eigenaar:

Niels van Heezik, Afdelingshoofd

Datum

Pagina

mei 2023

2 van 41

Inhoudsopgave 1.1

Algemeen

7

1.2

Privacybeginselen

9

1.2.1

Rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie

9

1.2.2

Rechtmatigheid

10

1.2.3

Doelbinding en grondslagen en het DAP’R

11

1.2.4

Verdere verwerking van persoonsgegevens uit verschillende clusters/databronnen 13

1.2.5

Uitwisseling of delen van persoonsgegevens met andere clusters

14

1.2.6

Verdere verwerking van bijzondere persoonsgegevens

14

1.2.7

Behoorlijkheid

15

1.2.8

Transparantie

15

1.3

Minimale gegevensverwerking (dataminimalisatie).

15

1.4

Juistheid

16

1.5

Opslagbeperking

16

1.6

Gegevensbescherming

16

1.7

Verantwoording

17

1.8

Rechten van betrokkenen

17

2

Privacygovernance datagedreven werken

19

2.1

Proces van verwerking data op DAP’R

19

2.2

Doel en grondslag en het DAP’R

19

2.2.1

Verantwoordelijkheden

20

2.2.2

Hergebruik

21

2.2.3

Rapportagetools

21

2.2.4

Verantwoordelijkheden verzamelen, vastleggen en bewaren van gegevens

21

2.2.5

Privacygovernance

22

2.3

Rollen

23

2.3.1

Proceseigenaar gebruik (= eigenaar informatieproduct)

23

2.3.2

Product owner

23

2.3.3

Gebruiker informatieproduct

23

2.3.4

Proceseigenaar databron (alias bronhouder)

24

2.3.5

Escalatie

24

2.3.6

Proceseigenaar verkrijging: Hoofd OBI

24

2.3.7

Beheerder DAP’R (OBI)

25

2.3.8

Business consultant

25

2.3.9

Functioneel beheerder

26

2.3.10

Informatie-analist / data-analist

26

2.3.11

BI-specialist / data engineer / data scientist / poweruser

26

Datum

Pagina

mei 2023

3 van 41

2.3.12

Privacy compliancespecialist

26

2.3.13

Gegevensmakelaar

27

2.3.14

DISO / adviseur informatiebeheer / algoritme-expert

27

2.3.15

Privacy Officer (PO)

27

2.3.16

Functionaris gegevensbescherming (FG)

27

2.4

Procedures

28

2.4.1

DUB-proces

28

2.4.2

Gegevensleveringsovereenkomsten (GLO’s)

29

3

Levenscyclusbeheer

30

3.1

Datalevenscyclus

31

3.1.1

Ontstaan en bewerken

31

3.1.2

Gebruiken

31

3.1.3

Opslaan

32

3.1.4

Wijzigen

33

3.1.5

Vernietigen

33

3.2

Levenscyclus van informatieproducten

36

3.2.1

Ontstaan

36

3.2.2

Gebruiken

36

3.2.3

Opslaan

37

3.2.4

Wijzigen

37

3.2.5

Verwijderen

37

4

Security

39

4.1

Prioritering maatregelen

39

4.2

Toegangsbeveiliging

40

4.2.1

Reguliere accounts

40

4.2.2

Beheeraccounts

40

4.3

Loggen gebruikersactiviteiten

41

4.4

Afspraken met externe leveranciers

41

4.5

Programmatuurgerichte maatregelen

41

4.6

Governance

41

Datum

Pagina

mei 2023

4 van 41

Inleiding Privacy Framework DGW Rotterdam wil een netwerkstad zijn die optimaal gebruik maakt van data. Maar wel op een manier die past bij hoe Rotterdam zorgvuldig met haar burgers omgaat, op het gebied van privacy, informatiebeveiliging en ethiek (bron: Digitaliseringsagenda) Scope Daarom hierbij het Privacy Framework DGW, een beleidskader met spelregels voor datagedreven werken met persoonsgegevens op DAP’R, het Data en Analyse Platform Rotterdam. Het Framework is ook van toepassing op het huidige concern Datawarehouse, dat naar DAPR zal worden gemigreerd.1 Aanleiding De gemeente beschikt over grote hoeveelheden gegevens. Die gegevens bevatten een schat aan informatie die waardevol zijn voor de verbetering van beleid en dienstverlening, zeker wanneer je deze samenbrengt, combineert en analyseert. Het ontsluiten en verzamelen op éen plek, DAPR, verhoogt de efficiëntie en snelheid waarmee dataproducten tot stand komen. Maar daar liggen ook de risico’s. Een deel van die data zijn (gevoelige) persoonsgegevens. Van bijstandsuitkeringen tot cameratoezicht in de openbare ruimte, van wijkteams tot gemeentelijke heffingen, er zijn meer dan 500 processen waarbij de gemeente persoonsgegevens van burgers verwerkt. Veel datasets zullen dus meerdere soorten persoonsgegevens bevatten.

Zeker wanneer gegevens met elkaar gecombineerd of verrijkt worden kan de informatie nog gevoeliger worden. Risico’s Gevoelige data onderbrengen op één platform geeft risico’s op datalekken en onrechtmatig gebruik. Bij het verwerken van data kunnen (onbedoelde) gevolgen optreden, zoals bias in algoritmes (bijv discriminatie). Deze schaden het vertrouwen van de burger in de overheid. Die gegevens moeten dan ook goed beschermd worden. En daarin voorziet de privacywetgeving AVG, de Algemene Verordening gegevensbescherming en andere wet- en regelgeving zoals de BIO, Baseline Informatiebeveiliging Overheid. Privacy Framework De AVG vereist dat organisaties veilig en verantwoord met persoonsgegevens van burgers en medewerkers omgaan. Vanuit verschillende invalshoeken wordt in dit Framework beschreven wat er voor nodig is om tot een informatieproduct te komen dat aan de AVG en andere wet- en regelgeving2 voldoet. Het document beschrijft: 1.

2.

Grondslag en doelbinding Dit beschrijft welke grondslagen de AVG kent op grond waarvan per informatieproduct bepaald wordt welke persoonsgegevens mogen worden verwerkt, en onder welke voorwaarden. Governance Hierin worden de rollen en verantwoordelijkheden in het proces beschreven. Daarin staat het DUB-proces3 centraal.

De scope van dit Framework is DAP’R/cDWH, maar uiteraard is de AVG ook van toepassing op het datagedreven werken vanuit andere applicaties. Ook andere wet- en regelgeving is van toepassing, zoals de BIO, de Archiefwet en de sectorale wetgeving. Denk aan de Wet op de BRP, de Jeugdwet maar ook de WOO. 3 Data User Board, een adviserend orgaan waarin alle betrokkenen en disciplines zijn vertegenwoordigd met als doel een integraal privacy advies en een gebruiksovereenkomst (GLO) op te stellen. 1 2

Datum

Pagina

mei 2023

5 van 41

3.

Informatiebeheer De AVG vereist dat zo min mogelijk persoonsgegevens worden opgeslagen voor een zo kort mogelijke termijn. In dit hoofdstuk wordt dit principe in relatie tot de Archiefwet en bewaartermijnen beschreven. 4. Security Hierin wordt beschreven welke technische en organisatorische maatregelen nodig zijn om de gegevens te kunnen beschermen. Denk aan toegangsbeheer, logging, encryptie, ed. Wat verstaan we onder informatieproducten? 1.

Statistische analyses en onderzoek, dashboards of rapportages ten behoeve van beleid, dienstverlening of bedrijfsvoering. Deze bevatten geen persoonsgegevens in het eindproduct. Om het product te kunnen maken worden wel vaak persoonsgegevens gebruikt. 2. Informatieproducten waarin ook in het eindproduct persoonsgegevens voorkomen. Denk aan werklijsten of overzichten, met daarin gegevens van personen nodig voor werkvoorbereiding, workload, etc. 3. Algoritmes. Wanneer daar persoonsgegevens in worden gebruikt vallen deze onder de AVG en geldt dit kader ook voor algoritmes. Doelgroep Het Privacy Framework is bedoeld voor alle medewerkers die betrokken zijn bij datagedreven werken, voor afnemers van informatieproducten en bronhouders. Tevens is dit kader de verantwoording waarmee het college naar de toezichthouders (FG, Autoriteit Persoonsgegevens, Rekenkamer) en desgevraagd de gemeenteraad kan aantonen dat de gemeente rechtmatig werkt. Implementatie Datagedreven werken is niet nieuw, de gemeente maakt al jaren gebruik van data voor beleidsprocessen en sturingsinformatie. De laatste jaren groeit dit exponentieel. Dit Framework beschrijft op hoofdlijnen de spelregels, rollen en verantwoordelijkheden. Hiermee hebben we een stevig fundament gelegd.

Daarmee is het document niet in beton gegoten, op basis van evaluaties en audits zal het doorontwikkeld worden, samen met de betrokken specialisten en adviseurs.

Datum

Pagina

mei 2023

6 van 41

Privacyrisico’s en -beginselen in de context van datagedreven werken 1.1 Algemeen Het algemene wettelijk kader voor verwerking van persoonsgegevens binnen gemeente Rotterdam met behulp van het DAP’R wordt gevormd door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’) en de Uitvoeringswet AVG (‘UAVG’). Daarnaast zijn specifieke wetten en normenkaders van toepassing zoals de Gemeentewet, Archiefwet, BRP, Jeugdwet, WMO 2015, Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Artificial Intelligence ACT, waarover nog dit jaar een akkoord wordt verwacht, en andere nog te ontwikkelen normenkaders rond Ethiek en Algoritmen. Al deze regels tezamen vormen op grond van de artikelen 5 en 6 AVG het algemene juridische kader van onderhavig Privacyframework. Bijzondere vermelding verdient hier de Wet politiegegevens (Wpg). Deze wet regelt de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van de politietaak, de zogenaamde politiegegevens.4 De Wpg geldt niet naast, maar in plaats van de AVG. Omwille van de eenvoud wordt binnen dit framework gesproken van de AVG, maar daaronder wordt ook begrepen de Wpg, en de Wet Justitiele en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) . Deze wetten vloeien voort uit de Richtlijn gegevensbescherming politie en justitie die in vergelijkbare bepalingen en waarborgen voorziet als de AVG.

Het belangrijkste gevolg van het onderscheid tussen de AVG en de Wpg is dat de gegevens die onder de respectieve regelingen vallen, in beginsel strikt van elkaar gescheiden dienen te blijven, ook in het kader van datagedreven werken5. Wanneer is de AVG van toepassing? De AVG is van toepassing wanneer er persoonsgegevens worden verwerkt.6 Onder verwerking wordt o.a. verstaan het verzamelen, vastleggen, opslaan, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken, wissen en vernietigen van persoonsgegevens. Een persoonsgegeven is ieder gegeven dat informatie bevat over een natuurlijke persoon (ofwel: betrokkene). Soorten persoonsgegevens De AVG maakt onderscheid tussen gewone en bijzondere categorieën van persoonsgegevens. Gewone persoonsgegevens Of een gegeven al of niet een persoonsgegeven is wordt ruim uitgelegd. Het gaat daarbij niet alleen om gegevens zoals naam, geboortedatum of adres, maar ook om subjectieve gegevens zoals meningen. Ook de vorm waarin of waarop de gegevens zich bevinden (zoals papier, vingerafdrukken, geluidsopnamen of camerabeelden) speelt geen rol 7. Gegevens kunnen ook indirect herleidbaar zijn tot een persoon, zoals het kentekennummer en het IP-adres. Ook informatie die - in combinatie met andere gegevens - tot een bepaalde 4

Artikel 1 sub a Wpg. Dit Framework geldt ook voor Ppg-gegevens. Voor Politiegegevens geldt een apart regime, niet de AVG. Dit neemt niet weg dat dit framework ook op Wpggeg3evens van toepassing is. Denk aan Politiegegevens die verwerkt worden in het kader van Smart City toepassingen zoals mobiel cameratoezicht, 5

Driehoek Burgemeester, OM en Politie. 6 Daarnaast is van belang voor de toepasselijkheid van de AVG of de gegevens geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd worden verwerkt en of ze zijn opgenomen in een bestand, dan wel bestemd om te worden opgenomen in een bestand. Binnen het kader van DGW is dit altijd het geval. Om deze reden zijn deze criteria hier niet opgenomen in de tekst. 7 Zie ook advies 4/2007 van de artikel 29-werkgroep over “Persoonsgegevens”

Datum

Pagina

mei 2023

7 van 41

persoon herleidbaar zijn worden beschouwd als persoonsgegevens. Dit is ook het geval bij gepseudonimiseerde gegevens die door gebruik van andere gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon. Anonieme gegevens vallen hier niet onder. Maar om persoonsgegevens werkelijk als anoniem te mogen beschouwen, moet worden gekeken naar alle middelen waarvan redelijkerwijs valt te verwachten dat zij kunnen worden gebruikt om de identiteit van betrokkene te achterhalen. Bij het beoordelen wat onder ‘redelijkerwijs te verwachten’ wordt verstaan moet rekening worden gehouden met alle objectieve factoren, zoals de kosten van en de tijd benodigd voor identificatie, met inachtneming van de beschikbare technologie of het tijdstip van verwerking en de technologische ontwikkelingen 8. Door de snelle technologische ontwikkelingen zal het steeds moeilijker worden om te spreken van werkelijk anonieme gegevens. Bijzondere persoonsgegevens Dit zijn gegevens waaruit ras of etnische afkomst blijkt, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, het lidmaatschap van een vakbond, genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, gegevens over gezondheid en gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid.

De verwerking, en dus ook de verwerking van deze persoonsgegevens met behulp van het DAP’R, is verboden, tenzij er een specifieke uitzondering van toepassing is (meer hierover in de paragrafen 1.2.1.5 en 1.2.1.6). Strafrechtelijke gegevens Naast bijzondere persoonsgegevens zijn ook strafrechtelijke persoonsgegevens dermate gevoelig dat daar een speciale regeling voor is. Deze persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt als dat gebeurt onder toezicht van de overheid, of als het specifiek bij wet is geregeld. Gevoelige gegevens Er zijn ook andere gegevens die niet ‘bijzonder’ zijn, maar wel gevoelig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan financiële data of locatiegegevens. De maatregelen die genomen moeten worden om persoonsgegevens te beschermen zijn mede afhankelijk van de gevoeligheid van de gegevens en het risico dat zij kunnen vormen voor de betrokkene bij verkeerd gebruik of misbruik. BSN Het burgerservicenummer (BSN) is een bij wet vastgesteld nationaal identificatienummer. Dit mag alleen worden gebruikt voor bij wet voorgeschreven doelen. Die doelen zijn te vinden in de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg en de Wet persoonsgebonden nummers in het onderwijs (meer hierover in paragraaf 1.2.1.4).

8

Zie Overweging 26 bij AVG

Datum

Pagina

mei 2023

8 van 41

1.2 Privacybeginselen De AVG gaat ervan uit dat de gemeente privacyrisico’s effectief beperkt en beheerst als zij door het treffen van maatregelen voldoet aan de zeven privacybeginselen die de AVG benoemt:

Deze zeven beginselen spelen een leidende rol bij het verantwoord omgaan en (datagedreven) werken met persoonsgegevens, en daarmee bij de inrichting van dit framework. Vanwege het eigen karakter van datagedreven werken, vergeleken met de verwerking van persoonsgegevens in de primaire processen, vraagt ieder beginsel om een doorvertaling naar de context van dit framework.

1.2.1 Rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie De verwerking van persoonsgegevens moet voldoen aan de beginselen van rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie. Dit betekent dat gegevens voor gerechtvaardigde doelen rechtmatig en transparant verwerkt moeten worden. Maar ook dat gegevens op een rechtmatige manier zijn verkregen, dus bijvoorbeeld niet zonder dat betrokkene hiervan weet9. Bij elke verwerking van persoonsgegevens geldt dat uitsluitend noodzakelijke persoonsgegevens mogen verwerkt. Noodzakelijk wil zeggen dat het doel niet op andere, minder ingrijpende wijze kan worden bereikt (subsidiariteit) en dat de inbreuk in verhouding staat tot het doel dat men wil bereiken (proportionaliteit). Dit heeft tot gevolg dat er een

9

Zo wil het feit dat informatie op social media te vinden is en daardoor voor iedereen beschikbaar is, bijvoorbeeld nog niet zeggen dat een gemeente deze gegevens van haar inwoners ook mag gebruiken. Dit mag alleen in uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld om signalen te controleren over onrechtmatig aanbod van woonruimte voor toeristische verhuur.

Datum

Pagina

mei 2023

9 van 41

rechtstreeks verband moet zijn tussen de gegevens die worden verwerkt en het doel dat men wil bereiken. Dataminimalisatie maakt deel uit van deze toets.

1.2.2 Rechtmatigheid Persoonsgegevens mogen slechts voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doelen worden verwerkt. Er mogen dus geen persoonsgegevens worden verwerkt zonder dat hiervoor een doel is bepaald. Gegevens verzamelen “omdat deze in de toekomst nog wel eens van pas kunnen komen” is dus niet toegestaan. Wel mogen persoonsgegevens voor meerdere doelen tegelijkertijd verwerkt worden. De verschillende doeleinden moeten dan wel duidelijk zijn omschreven. Duidelijk omschrijven wil zeggen dat, voordat met het verzamelen van persoonsgegevens wordt begonnen, duidelijk moet zijn vastgelegd waarvoor deze gegevens nodig zijn. De gegevens mogen (in principe) dan ook alleen voor dat specifieke doel worden gebruikt. Tenslotte moet het doel gerechtvaardigd zijn. Dit betekent dat de verwerking kan worden gebaseerd op een van de in de AVG (artikel 6) genoemde grondslagen. Voor elke verwerking van gegevens is een rechtmatige grondslag (rechtvaardigingsgrond) nodig. De AVG10 kent de volgende zes grondslagen, (waarvan er in de meeste gevallen 2 van toepassing zijn voor de gemeente): 1. de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden; 2.

de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is of om op verzoek van de betrokkene voor de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen; 3. de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust; 4. de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen; 5. de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen; 6. de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene tot bescherming van persoonsgegevens, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is. Van de zes grondslagen die de AVG noemt, zijn er 2 het meest van toepassing voor de gemeente. Grondslag 3: dit gaat over het moeten voldoen aan een wettelijke plicht waarbij het niet mogelijk is om hieraan te voldoen zonder persoonsgegevens te verwerken 11.

Grondslag 5: dit gaat over het verwerken van gegevens ‘voor de vervulling van een taak van algemeen belang’ of ‘uitoefening van het openbaar gezag’ waar de gemeente toe bevoegd is.

10 11

Artikel 6, eerste lid, AVG Bijvoorbeeld: de verplichting (artikel 1.4 Wet BRP) voor het college van B&W om een basisregistratie personen bij te houden.

Datum

Pagina

mei 2023

10 van 41

De eis op grond van artikel 6, derde lid, AVG,,daarbij is dat die taak waarvoor de gemeente gegevens verwerkt, een basis12 moet hebben in Unierecht of lidstatelijk recht13 . De overige grondslagen mogen in principe niet worden gebruikt door de gemeente: Grondslag 1: toestemming van betrokkene’ kan in principe niet worden gebruikt vanwege de afhankelijkheidsrelatie tussen burger en overheid waardoor de burger zich in het algemeen niet vrij zal voelen om zijn toestemming te weigeren. De toestemming kan dan niet rechtsgeldig worden verleend. Grondslag 2 ‘uitvoering van een overeenkomst’ komt sporadisch voor in de verhouding overheid – burger en wordt dus zelden als grondslag gebruikt. Grondslag 4 'bescherming vitale belangen van betrokkene’ doet zich in principe niet voor in de verhouding overheid – burger en is dus niet bruikbaar als grondslag. Deze grondslag is voor hulpverleners van belang om acuut dringende noodzakelijke medische hulp aan betrokkene te verlenen. Grondslag 6 ‘gerechtvaardigd belang’ kan niet door de gemeente worden gebruikt bij de uitvoering van haar publieke taken, omdat de AVG deze expliciet voor de gemeente heeft uitgesloten14). Een uitzondering op het niet mogen gebruiken van toestemming als grondslag, doet zich voor bij het verzamelen van persoonsgegevens rechtstreeks bij betrokkenen met behulp van een enquête, mits: 1. de toestemming vrij wordt gegeven.

Dit houdt in dat betrokkene de keuze moet hebben om te weigeren, zonder dat hier negatieve consequenties aan verbonden zijn, zoals het uitnodigen van de burger voor deelname aan een enquête 15 voor het doen van onderzoek. Het verzoek om deelname kan zonder consequenties worden geweigerd. Toestemming is hier wel bruikbaar; 2. betrokkene vooraf specifiek wordt geïnformeerd over de redenen, de wijze waarop persoonsgegevens zullen worden verwerkt en hoe lang ze worden bewaard; 3. de toestemming ondubbelzinnig wordt gegeven. Er mag geen twijfel bestaan over het verlenen van de toestemming. Een actieve handeling (vinkje in vakje van akkoord aankruisen) is nodig.

1.2.3 Doelbinding en grondslagen en het DAP’R Bovengenoemde uitgangspunten over doelbinding en grondslagen gelden vanzelfsprekend ook voor de verwerkingen in het kader van het DAP’R, waarin voor elk te ontwikkelen informatieproduct16 een duidelijk omschreven doel met bijbehorende grondslag voor het gebruiken van persoonsgegevens moet worden vastgesteld. Het proces van aanvraag tot oplevering van een informatieproduct wordt daarbij als één onlosmakelijk proces van

Overweging 41 AVG: hieruit blijkt dat het op grond van artikel 6, derde lid, AVG tot stand gekomen ‘lid statelijk recht’ niet per se een door een parlement vastgestelde of goedgekeurde wet hoeft te zijn. De rechtsgrond of wetgevingsmaatregel moet wel duidelijk en nauwkeurig zijn. In samenhang hiermee moet de toepassing daarvan voorspelbaar zijn voor degenen op wie deze van toepassing is. 12

13

Bijvoorbeeld: het verwerken van persoonsgegevens in het kader van archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek, of statistische doeleinden 14 Artikel 6, eerste lid, onder f, AVG en Overweging 47 AVG. 15 Zoals Wijkonderzoek en Omnibus enquete. 16 Onder informatieproducten wordt in het kader van dit framework verstaan: alle vormen van business information, analyse en statistische beleidsinformatie.

Datum

Pagina

mei 2023

11 van 41

verwerking beschouwd. Dit geldt ook als er in dat proces gebruik gemaakt wordt van algoritmen. Er kunnen globaal drie categorieën informatieproducten worden onderscheiden die met behulp van het DAP’R worden ontwikkeld17. Dit zijn informatieproducten waarvoor persoonsgegevens nodig zijn en die worden verwerkt voor:

3.

1.

hetzelfde doel en dezelfde grondslag als het primaire proces waarvoor de gegevens oorspronkelijk zijn verzameld Deze categorie informatieproducten ondersteunt het primaire proces, denk aan het creëren van werklijsten, overzichten ziekteverzuim medewerkers. Deze informatieproducten dienen hetzelfde doel als het doel waarvoor de gemeente de benodigde persoonsgegevens oorspronkelijk heeft verzameld. De verwerking behoort tot het primaire proces/taak van de gemeente. Deze informatieproducten kunnen persoonsgegevens bevatten. De grondslag blijft dezelfde als voor het primaire doel. De data komen uit hetzelfde bronsysteem.

2.

een ander, maar verenigbaar, doel als die op grond waarvan de gegevens oorspronkelijk zijn verzameld. Er is dan geen nieuwe grondslag nodig 18. Bij deze categorie informatieproducten gaat het uitsluitend om het doen van wetenschappelijk en statistisch onderzoek ten behoeve van beleid. Daarbij worden persoonsgegevens verwerkt voor een ander doel dan het oorspronkelijke, maar dit is geen probleem want de AVG beschouwt dit andere doel als verenigbaar met het oorspronkelijke doel.19. Dit wordt ook wel de “verdere verwerking van persoonsgegevens” genoemd voor een ander, maar verenigbaar doel. Het spreekt voor zich dat de persoonsgegevens die hiervoor gebruikt worden rechtmatig dienen te zijn verzameld in het primaire proces om verder te mogen worden verwerkt. De eindproducten bevatten geen persoonsgegevens en worden niet gebruikt voor besluitvorming gericht op een individu. De eindproducten leiden tot beleidsinformatie, statistische en onderzoeksinformatie en worden niet gebruikt voor besluitvorming met rechtsgevolg voor een natuurlijke persoon. De beleidsinformatie kan wel leiden tot de totstandkoming van beleid. Algoritmetoepassingen Dit zijn informatieproducten die - net als die genoemd onder categorie 1 en 2 - altijd het DUB-proces moeten doorlopen voordat zij worden ontwikkeld.

Soms is hierbij sprake van de verdere verwerking van persoonsgegevens en soms van de verwerking van persoonsgegevens voor de uitoefening van een primaire taak. Ook kunnen er persoonsgegevens worden verwerkt zowel in de ontwikkelfase als in het eindproduct. Er kan bij de toepassing van algoritmen dus sprake zijn van zowel categorie 1 of 2. Bovendien kan het resultaat van het eindproduct leiden tot maatregelen of beslissingen die een bepaalde natuurlijke persoon betreffen. Om deze reden worden algoritmetoepassingen genoemd als afzonderlijke categorie.

17

In de praktijk zal blijken of alle soorten informatieproducten kunnen worden ondergebracht in een van deze drie categorieën. Artikel 6, vierde lid, jo. Artikel; 5, eerste lid aanhef en onderdeel b, en artikel 89 van de AVG, 19 Zie overweging 50 AVG 18

Datum

Pagina

mei 2023

12 van 41

Deze informatieproducten worden ontwikkeld met behulp van ‘Advanced analytics/business information’ (BI) waarbij gebruik gemaakt kan worden van machine learning, een technologie waarbij door middel van berekeningen patronen uit sets met verschillende data kunnen worden ontdekt. Daarvoor worden vaak ook persoonsgegevens gebruikt, zowel in de ontwikkelfase als in het eindproduct. Als voorbeelden hiervoor kunnen worden genoemd het gebruik van algoritmetoepassingen door de clusters Stadsbeheer en Stadsontwikkeling voor: • Handhaving parkeerbeleid met behulp van scanauto’s • Toezicht en handhaving Vastgoedmisbruik (huisjesmelkers) • Het gericht controleren van goed verhuurderschap op het naleven van de Woningwet, en andere vormen van toezicht op de naleving van gemeentelijke regelgeving. Het gebruik van algoritmes kent specifieke ethische risico’s, zoals op bias in de uitkomsten (discriminatie). Naast de bepaling van doel en grondslag, zoals bij elk informatieproduct, wordt er ook een Algorithm Risk Assessment uitgevoerd om het risico van de algoritmetoepassing te duiden en eventuele aanvullende stappen voorschrijft. Juist vanwege die risicos bij algoritmes vooral de vraag over het middel zelf centraal staan: staan de risico’s voor betrokkenen door het gebruik van het algoritme in verhouding tot het doel? Kan het doel ook op een andere manier bereikt worden? Etc.

Ook wordt beoordeeld of het DUB-advies moet worden aangevuld met een IAMA (verplicht bij hoog-risico algoritmetoepassingen) of DEDA (optioneel bij laag-risico algoritmetoepassingen en andere informatieproducten). Om die reden wordt ook ethiek betrokken bij het DUB-proces net als een algoritme-expert. Voor elk informatieproduct geldt dat – voorafgaand aan de ontwikkeling ervan – moet worden beoordeeld of dit is toegestaan op grond van de AVG. Deze afweging vindt plaats binnen het DUB-proces20, , eventueel aangevuld met een advies van het Algorithm Advisory Board. Meer over dit proces in hoofdstuk 4: Datamanagement. 1.2.4 Verdere verwerking van persoonsgegevens uit verschillende clusters/databronnen Voor het ontwikkelen van informatieproducten is het vaak nodig om persoonsgegevens uit verschillende clusters/databronnen te combineren om tot een bruikbare analyse te komen. De combinatie van interne data uit een of meer clusters/databronnen is – onder voorwaarden – toegestaan. Deze voorwaarden zijn: •

• •

de geselecteerde datasets zijn noodzakelijk zijn voor het onderzoeksdoel. Dit betekent dus niet dat datasets uit verschillende clusters/bronnen gekoppeld kunnen worden ‘om te zien wat eruit komt’. Er moet altijd vooraf expliciet worden vastgesteld welk doel de verwerking (het informatieproduct) heeft. Alleen dan kan worden beoordeeld welke persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor het specifieke doel van de verwerking en wat de grondslag is voor de koppeling; en voordat met de ontwikkeling wordt gestart – moet het DUB-proces zijn afgerond met een positief advies; en verdere passende organisatorische en technische maatregelen moeten zijn genomen.

20

Datum

Pagina

mei 2023

13 van 41

Als passende maatregelen kunnen worden genoemd: • het gescheiden opslaan van datasets afkomstig uit verschillende clusters/bronnen, en categorieën persoonsgegevens, om te voorkomen dat ongewenste koppelingen plaatsvinden (schotten ertussen); • het autoriseren van een zeer beperkt aantal medewerkers met geheimhoudingsplicht die toegang hebben tot de betreffende datasets op basis van hun taken en verantwoordelijkheden; • het combineren uitsluitend plaats te laten vinden nadat de datasets zijn gepseudonimiseerd en na koppeling direct worden ontdaan van hun herleidbaarheid tot personen, met verwijdering van de koppelsleutel. Op deze wijze kan het privacyrisico voor betrokkenen tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt.

1.2.5 Uitwisseling of delen van persoonsgegevens met andere clusters Het koppelen van data in het kader van het DAP'R moet niet worden verward met de uitwisseling of het delen van persoonsgegevens tussen clusters onderling. Dit laatste kan alleen als de verdere verwerking (het delen met een ander cluster) verenigbaar is met het oorspronkelijke doel waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld (dat is vaak niet het geval). In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat datasets (met BSN) die een cluster nodig heeft voor zijn eigen primaire taak, niet met een ander cluster mag worden gedeeld. Indien een ander cluster BSN-gegevens nodig heeft voor zijn eigen primaire taak dan moet dit, conform de daarvoor geldende regels, worden overeengekomen met cluster DV. Gaat het om de uitwisseling van andere persoonsgegevens bijvoorbeeld in het kader van de bestuurlijke aanpak van ondermijning, dan moet daar eerst een DPIA voor worden uitgevoerd. De uitwisseling of delen van persoonsgegevens met andere clusters valt buiten de scope van dit framework.

1.2.6 Verdere verwerking van bijzondere persoonsgegevens De AVG bevat een verbod op de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, behalve als er beroep mogelijk is op een wettelijke uitzondering én op een van de grondslagen voor het verwerken van persoonsgegevens. De voor het DAP'R belangrijkste uitzondering betreft de verwerking van bijzondere persoonsgegevens die noodzakelijk zijn met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden. De gedachte achter de uitzondering voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek21 is dat betrokkene in beginsel geen gevolgen ondervindt van de verwerking, zolang er maar passende maatregelen zijn genomen om herleidbaarheid te voorkomen. Deze passende maatregelen zijn: • securitymaatregelen zoals gescheiden opslag, geautoriseerde toegang en logging; • maatregelen gericht op dataminimalisatie (afwegingen over nut en noodzaak), pseudonimisering en anonimisering van persoonsgegevens:

21

Zie bijlage bij dit hoofdstuk voor meer toelichting over 'wetenschappelijk onderzoek of statistische doeleinden.

Datum

Pagina

mei 2023

14 van 41

o o

bijzondere persoonsgegevens worden na uploaden in het DAP’R direct gepseudonimiseerd en na gebruik direct geanonimiseerd 22; onderzoekers van het bestand krijgen bij toepassing van deze techniek dus geen persoonsgegevens onder ogen.

Betrokkenen moeten voorafgaand aan de verwerking door middel van een specifiek op ‘onderzoek voor wetenschappelijke en statistische doeleinden’ gerichte privacyverklaring op de website van de gemeente te worden geïnformeerd over de verwerking en dat zij daartegen bezwaar kunnen maken. 1.2.7 Behoorlijkheid Met behoorlijkheid doelt de AVG op het feit dat de verwerking van persoonsgegevens geen verrassing mag zijn voor degenen over wie die gegevens gaan. Omdat dit beginsel verder vorm krijgt bij het voldoen aan andere beginselen, zoals transparantie, doelbinding en dataminimalisatie, behoeft het hier geen verdere bespreking hoe de gemeente bij het datagedreven werken invulling geeft aan ‘behoorlijkheid’.

1.2.8

Transparantie Met transparantie bedoelt de AVG dat de gemeente open dient te zijn over de doelen waarvoor zij persoonsgegevens verwerkt, wélke gegevens zij daarvoor verwerkt, hoe lang zij die gegevens bewaart, etc. Dit beginsel wordt nader uitgewerkt in de artikelen 12, 13 en 14 van de AVG. De gemeentelijke privacyverklaring is bij uitstek het instrument om aan dit beginsel te voldoen. Daarom zal de privacyverklaring van de gemeente in algemene zin melding maken van het gebruik van persoonsgegevens voor onderzoek, statistische en analytische doeleinden. Daarnaast dient de proceseigenaar per informatieproduct te beoordelen of – specifiek voor dat informatieproduct – aanvullende communicatie richting betrokkenen noodzakelijk is om aan het beginsel van transparantie (en het daaraan gekoppeld beginsel van behoorlijkheid) te voldoen.

1.3 Minimale gegevensverwerking (dataminimalisatie). Om tegemoet te komen aan het beginsel van dataminimalisatie, mag de gemeente niet meer gegevens verwerken dan nodig is voor het doel van de verwerking/het ontwikkelen van het informatieproduct. Dit moet voorafgaand aan elk te ontwikkelen informatieproduct worden vastgesteld. Dataminimalisatie geldt niet alleen bij het selecteren van de persoonsgegevens die nodig zijn voor het kunnen ontwikkelen van het specifieke informatieproduct maar ook voor het mogen gebruiken van gegevens uit de verschillende bronsystemen die daarvoor nodig zijn. Het te ontwikkelen informatieproduct is bepalend daarvoor. De selectie vindt plaats in het DUBproces. Gegevens die niet meer nodig zijn voor een of meer informatieproducten worden zo kort mogelijk bewaard met inachtneming van de wettelijke bewaartermijnen (zie hoofdstuk 3).

22

Deze techniek komt verder aan de orde in hoofdstuk over PET.

Datum

Pagina

mei 2023

15 van 41

Voor bijzondere persoonsgegevens geldt bovendien dat deze mogen pas worden ontsloten in het DAP’R als vaststaat dat zij voor tenminste één informatieproduct nodig zijn, én voor dat informatieproduct een uitzondering van toepassing is op het verbod om bijzondere persoonsgegevens te verwerken (artikel 9 AVG) en UAVG).

1.4 Juistheid Het beginsel van juistheid houdt in dat de gemeente ervoor moet zorgen dat de door haar verwerkte persoonsgegevens zoveel mogelijk correct zijn. En dat de gemeente onjuiste gegevens – al dan niet op aangeven van de betrokkene – corrigeert. Vergeleken met de andere privacybeginselen heeft dit beginsel een beperkte betekenis binnen het DAP’R. Het corrigeren van gegevens gebeurt namelijk in de bronsystemen. Gecorrigeerde gegevens worden vervolgens automatisch opgenomen en vastgelegd in het DAP’R, zodat de gebruikers van het DAP’R – nadat de brongegevens zijn ververst – over de juiste gegevens beschikken. Zelfs als bij het gebruik van de op het DAP’R opgeslagen gegevens wordt geconstateerd dat gegevens niet correct zijn, dient verbetering in de bronsystemen plaats te vinden. 23 In specifieke gevallen kan het voorkomen dat er privacyrisico’s zijn verbonden aan het onjuist zijn van persoonsgegevens die via het DAP’R beschikbaar zijn gesteld. In die gevallen dient de (proces)eigenaar van het betreffende informatieproduct maatregelen te treffen om die risico’s te mitigeren. Deze verantwoordelijkheid is vastgelegd in de governance, zie Hoofdstuk 2.2.4.

1.5 Opslagbeperking Dit beginsel houdt in dat de gemeente persoonsgegevens niet langer mag bewaren dan nodig is voor het doel waarvoor zij die gegevens verwerkt. Hoe lang die bewaartermijn in een concreet geval is, wordt voor de gemeente nader ingevuld aan de hand van de Archiefwet. De Archiefwet schrijft, in combinatie met de selectielijst, immers voor hoelang de gemeente gegevens moet bewaren, en daarmee tevens de termijn waarmee zij de gegevens moet vernietigen. Uitgangspunt is dat persoonsgegevens in DAPR worden gepseudonimiseerd en waar mogelijk geanonimiseerd. Zie verder Hoofdstuk 3 Levenscyclusbeheer. en Hoofdstuk 4 Security.

1.6 Gegevensbescherming Dit betreft de informatiebeveiligingsaspecten van het werken met het DAP’R. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is leidend voor de maatregelen (controls) die de gemeente implementeert ten aanzien van dit onderwerp. Het betreft zaken als role-based access control, versleuteling en logging & monitoring. De nadere uitwerking hiervan is onderwerp van hoofdstuk 4, Security. Uitgangspunt van het framework is dat, wanneer de gemeente voldoet aan de BIO, daarmee tevens wordt voldaan aan dit beginsel van de AVG.

23

Het melden van datakwaliteitsissues bij de bronhouder maakt deel uit van gedegen datamanagement.

Datum

Pagina

mei 2023

16 van 41

1.7 Verantwoording Het beginsel van verantwoording verlangt van de gemeente dat zij kan uitleggen en aantonen hoe zij – ook bij het datagedreven werken met het DAP’R – voldoet aan de eerste zes privacybeginselen. Dit privacyframework, waarin de nodige beleidskeuzes zijn uitgewerkt en vastgelegd, is daar een onderdeel van. Maar ook zaken als de hierboven genoemde logging & monitoring, het uitvoeren van DPIA’s en controles met behulp van audits spelen daar een belangrijke rol in. Er zijn dan ook DPIA’s uitgevoerd op de systemen en applicaties waaruit DAPR is opgebouwd. Een aantal maatregelen die in de volgende hoofdstukken worden beschreven komen tegemoet aan de in de DPIA genoemde maatregelen

1.8 Rechten van betrokkenen Naast het uitvoering geven aan deze beginselen, moet de gemeente burgers en medewerkers in staat stellen om hun AVG-rechten uit te oefenen. Dat heeft Gemeente Rotterdam centraal georganiseerd24. Deze rechten gelden ook op het werken met het DAP’R. Sommige van die rechten vragen echter om specifieke aandacht in het kader van de op dit framework gebaseerde maatregelen: • Het recht op informatie verlangt dat de gemeente een betrokkene informeert over de informatieproducten waarin diens persoonsgegevens worden verwerkt; hiervoor is nodig dat de gemeente inzichtelijk heeft uit welke bronnen gegevens afkomstig zijn, en in welke informatieproducten zij vervolgens worden verwerkt. Dit wordt ook wel datalineage genoemd. Betrokkenen worden geïnformeerd door middel van een specifieke privacyverklaring over datagedreven werken op de website van gemeente Rotterdam. • Recht op inzage houdt in dat betrokkene recht heeft op inzage van de persoonsgegevens die de gemeente van hem/haar verwerkt. • Het recht op beperking betekent dat de gemeente in staat moet zijn de gegevens van een specifieke betrokkene tijdelijk te onderbreken. Als dit zich voordoet betekent dat de gegevens van die betrokkene in geen enkel informatieproduct mogen worden verwerkt.

• Het recht op bezwaar houdt in dat een betrokkene bezwaar mag aantekenen tegen de verwerking van zijn/haar gegevens voor specifieke informatieproducten of analytische toepassingen. Als de gemeente besluit om het bezwaar te honoreren, dan mogen de gegevens van die betrokkene vanaf dat moment dus niet meer worden verwerkt in die informatieproducten / analytische toepassingen. • Het recht op verwijdering betekent dat de gemeente op aanvraag van een betrokkene bepaalde gegevens moet verwijderen. Het recht op verwijdering is niet absoluut, maar moet gewogen worden tegen andere rechten en belangen en moet van geval tot geval worden beoordeeld. Voor de uitoefening van AVG-rechten in het kader wetenschappelijk onderzoek en statistiek geldt een aantal uitzonderingen.

24

Zie Privacybeleid gemeente Rotterdam, blz. 11-13

Datum

Pagina

mei 2023

17 van 41

•

•

• •

•

•

25

Zo vindt aanpassing van gegevensbestanden op basis van verzoeken of klachten van burgers plaats bij het cluster/bronhouder of externe organisatie waar de gegevens oorspronkelijk zijn vastgelegd. Voorts kan het voorkomen dat in geval van het verder verwerken van interne gegevens van gemeente Rotterdam voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek vanwege de anonimisering van gegevens niet aan verzoeken van burgers kan worden voldaan. Een verzoek tot gegevensaanpassing bij een bron waaraan al gegevens voor onderzoek zijn ontleend moet ook aan het DAP’R worden doorgegeven en daar worden verwerkt. Artikel 17, derde lid, onder d, AVG bepaalt dat het recht op verwijdering van persoonsgegevens niet geldt indien dit de doeleinden voor wetenschappelijk onderzoek onmogelijk dreigt te maken of ernstig in het gedrang dreigt te brengen. In de praktijk kan dit het geval zijn als het onderzoeksbestand al is gegenereerd en het veel moeite zou kosten/of zelfs niet meer mogelijk zou zijn om de individuele gegevens weer op te sporen (bijvoorbeeld omdat ze al zijn gepseudonimiseerd/geanonimiseerd). Het kan ook zo zijn dat de bewuste gegevens van bijzonder belang zijn voor het onderzoeksresultaat.

In alle gevallen wordt de betrokkene (of de externe organisatie als gegevens van derden afkomstig zijn, of het interne cluster die de oorspronkelijke data heeft verzameld) van het resultaat op de hoogte gebracht. Daarnaast kunnen instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek meer rechten van de betrokkenen buiten toepassing laten25. De instelling moet in dat kader als een zodanige instelling of bij of krachtens de wet zijn aangewezen. Als onderdeel van de gemeente kan het DAP’R niet van deze uitzondering gebruik maken. De AVG-rechten van betrokkenen gelden dus altijd voor verwerkingen met behulp van het DAP’R, alleen zal het soms feitelijk niet mogelijk zijn hieraan te voldoen. Wanneer persoonsgegevens worden verwerkt op grond van een taak van algemeen belang (artikel 6, eerste lid, onder e, AVG) kan betrokkene daartegen bezwaar maken (artikel 21, eerste lid, AVG). Dit geldt niet in geval van gegevensverwerking voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek voor een taak die noodzakelijk is voor een taak van algemeen belang. Die taak moet dan wel door een bestuursorgaan, zoals het college van B&W zijn aangewezen.

Artikel 44 UAVG: het gaat om het recht op correctie, verwijdering en op beperking van de gegevensverwerking.

Datum

Pagina

mei 2023

18 van 41

2 Privacygovernance datagedreven werken Dit document26 beschrijft de privacygovernance27 rondom datagedreven werken met behulp van het Data & Analyse Platform Rotterdam (DAP’R). Met governance wordt in deze context bedoeld: de definitie van de betrokken rollen, de verdeling van hun verantwoordelijkheden, en – waar van toepassing – de procedures waarbinnen die verantwoordelijkheden worden uitgeoefend. De beschrijving van de governance vindt ook plaats in die volgorde: 1. de definitie van rollen; 2. de beschrijving van hun verantwoordelijkheden; 3. de procedures aan de hand waarvan de rollen hun verantwoordelijkheden uitoefenen. De koppeling tussen rollen en verantwoordelijkheden is beschreven in de bijbehorende RACImatrix.

2.1 Proces van verwerking data op DAP’R Voor de verwerkingen in het kader van het DAP’R wordt het proces van aanvraag tot oplevering van een informatieproduct als één onlosmakelijk proces van verwerking beschouwd (zie hoofdstuk 1.2.1.2). Voor de toepassing van de privacygovernance wordt in het proces van de verwerking van de data onderscheid gemaakt in de volgende fasering: • In de eerste fase worden de gegevens verkregen uit de diverse aanleverende bronnen/bronsystemen naar DAP’R. Deze gegevens begeven zich via verschillende tussenstappen naar de opslaglaag,28 waar ze beheerd worden.. • In de tweede fase worden de data in gebruik genomen door ze te bewerken tot een informatieproduct (onderzoek, dashboard, werkplanning, etc). • In de derde fase is het product afgerond en worden de data die voor het product zijn gebruikt (versleuteld) bewaard of geanonimiseerd.

2.2 Doel en grondslag en het DAP’R Van belang is dat voorafgaand aan de verwerking (en daarmee voor de start van de eerste fase) voor elk te ontwikkelen informatieproduct een duidelijk omschreven doel met bijbehorende grondslag voor het gebruik van persoonsgegevens moet worden vastgesteld. Voorafgaand aan elk te ontwikkelen informatieproduct vindt in het DUB proces een beoordeling plaats van nut, noodzaak, doel, grondslag, dataminimalisatie, etc. Dat betekent dat ook de afweging wordt gemaakt of het doel proportioneel is en of het voldoet aan het subsidiariteitsbeginsel. Het proces van verkrijging tot oplevering van een informatieproduct wordt daarbij als één onlosmakelijk proces van verwerking beschouwd. Wanneer er een aanvraag is om bepaalde

26

Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het privacyframework voor datagedreven werken.

27

Ook al bespreekt dit document de privacygovernance voor datagedreven werken, de governance heeft ook betrekking heeft op het datagedreven werken met niet-persoonsgegevens. 28 Het is mogelijk dat er technisch gezien sprake is van meerdere opslaglocaties. Dat neemt niet weg dat er logisch gezien één opslaglaag is, ook al kunnen de data zich fysiek verspreid over verschillende locaties, databases of platformen bevinden. Op het moment van vaststellen van deze governance zijn de belangrijkste opslaglocaties van het DAP’R het concern Datawarehouse en het Datalake.

Datum

Pagina

mei 2023

19 van 41

gegevens op DAP’R voor een ander doel te gebruiken, wordt ook daarvoor eerst doel en grondslag bepaald. Ieder informatieproduct heeft dus een eigen doel en AVG-grondslag, zoals beschreven in hoofdstuk 1. <link naar pa Dit geldt ook als er in dat proces gebruik gemaakt wordt van algoritmes met persoonsgegevens. Deze vallen ook onder het regime van de AVG en maken onderdeel uit van de hier beschreven governance. Aanvullend is er een algoritme governance, waaraan als adviserend orgaan de AAB (Algorithm Advisory Board) is toegevoegd. Tijdens het DUB proces worden in het DUB advies naast de privacy- en securityaspecten ook de informatiebeheer, datamanagement-, ethische aspecten en waar van toepassing ook algoritmegebruik meegenomen. In dat laatste geval wordt ook de algoritme expert betrokken bij het DUB proces. 2.2.1 Verantwoordelijkheden Uit het bovenstaande volgt dat voorafgaand aan elk te ontwikkelen informatieproduct twee gegevensleveringsovereenkomsten (GLO) worden afgesloten, nl. die tussen bronhouder en hoofd OBI, en tussen Hoofd OBI en de producteigenaar, waarbij elk van de drie partijen zijn eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft. Er is dus een knip in verantwoordelijkheden tussen verkrijging, beheer en gebruik.

• Bronhouder stemt door middel van ondertekenen van de GLO in om ‘zijn’ gegevens voor specifiek omschreven doelen en conform de eisen van de AVG (verder) te verwerken. • Hoofd OBI stemt door middel van het ondertekenen van de GLO in om de ontvangen gegevens te beheren conform de eisen van de AVG en hetgeen is overeengekomen in de GLO. • De Producteigenaar stemt door middel van het ondertekenen van de GLO in met de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het te ontwikkelen informatieproduct (en niet met de technische en organisatorische aspecten daarvan, dat valt onder het beheer van hoofd OBI) en voor het verdere gebruik daarvan door de gebruikers van zijn informatieproduct. De proceseigenaar baseert zich hierbij op het advies dat uit het DUB proces volgt. Onderdeel daarvan is het advies van de privacyofficer(s) en het bindend advies van de bronhouder. Dit leidt tot de volgende (versimpelde) weergave van hoe data vanuit verschillende bronnen, via de opslaglaag, naar specifieke informatieproducten / analytische toepassingen stromen:

Datum

Pagina

mei 2023

20 van 41

2.2.2 Hergebruik Zolang gegevens in de opslaglaag aanwezig zijn voor een bepaald informatieproduct kunnen deze ook beschikbaar worden gesteld voor andere informatieproducten. Hiervoor dient dan ook een DUB proces te zijn doorlopen. Het bepalen van de inhoud van een dataset is een gezamenlijk inspanning van de product owner van het betreffende informatieproduct als afnemer, en OBI als leverancier. Uiteindelijk is de proceseigenaar die het informatieproduct afneemt eindverantwoordelijk voor het vaststellen van welke gegevens deel uitmaken van de dataset. De proceseigenaar baseert zich hierbij op het advies dat uit het DUB proces volgt. Onderdeel daarvan is het advies van de privacyofficer(s) en advies van de bronhouder. Zie hiervoor ook het DUB proces. De specificatie daarvan maakt deel uit van de op te stellen gegevensleveringsovereenkomst. 2.2.3 Rapportagetools Voor het daadwerkelijk omzetten van gegevens in inzichten met behulp van informatieproducten, maakt de gemeente gebruik van verschillende rapportagetools (bijvoorbeeld Cognos). Alhoewel verschillend in functionaliteit en mogelijkheden om gegevens te visualiseren, hebben zij gemeen dat het gebruik van deze applicaties plaatsvindt in het kader van het gebruik van de data, waarbij ieder informatieproduct voor de AVG als eigenstandig verwerkingsproces wordt beschouwd.

De verantwoordelijkheid voor het voldoen van dit proces aan de AVG ligt bij de proceseigenaar/ eigenaar van het informatieproduct. 2.2.4 Verantwoordelijkheden verzamelen, vastleggen en bewaren van gegevens Van belang is dat de hier beschreven governance voornamelijk betrekking heeft op de totstandkoming, het gebruik en het uitfaseren van de diverse informatieproducten. Voor de daaraan voorafgaande verkrijging – het verzamelen, vastleggen en bewaren van gegevens in het cDWH en het Datalake – geldt dat de verantwoordelijkheid voor het beheer en het voldoen aan wet- en regelgeving exclusief bij het hoofd OBI ligt. Oftewel: het hoofd OBI is de proceseigenaar en moet er dus voor zorgen dat de juiste maatregelen worden geïmplementeerd om te voldoen aan de AVG, de BIO en de Archiefwet. Dat wil zeggen dat op het moment dat de gegevens worden gedownload op DAP’R, Hoofd OBI verantwoordelijk is voor het beheer van de data op DAP’R. Zodra de GLO met de proceseigenaar/afnemer is

Datum

Pagina

mei 2023

21 van 41

getekend komt de verantwoordelijkheid voor het opvolgen van de AVG daar te liggen. Dat wil zeggen dat deze verantwoordelijkheid draagt voor het eindproduct en de eventuele persoonsgegevens die daar in staan. In de GLO worden de afspraken daarover vastgelegd. Echter het (technische) beheer van de data op DAP’R blijft een verantwoordelijkheid van IIFO/Hoofd OBI. Hiermee kan ook het toezicht centraal belegd worden. In geval van een datalek hangt het van de omstandigheden af waaronder deze heeft plaatsgevonden wie hiervoor verantwoordelijk is. Zodra het datalek ontdekt is moet daarvan melding worden gedaan en volgt dit het datalekkenprotocol.

2.2.5 Privacygovernance Tot slot: de in dit hoofdstuk uitgewerkte governance sluit aan op de algemene privacygovernance van de gemeente, zoals vastgelegd in het gemeentelijk privacybeleid, 29 en hetgeen is beschreven in de Kadernota Sturen en Verantwoorden Rotterdam 2020 30 en het Besluit Mandaat, Volmacht en Machtiging Rotterdam 202131 Het betreft dus niet een op zichzelf staande governance, maar een uitwerking daarvan specifiek voor datagedreven werken. Voor zover de hieronder beschreven rollen ook worden benoemd in de algemene privacygovernance hebben zij dezelfde betekenis. Voor het overige zijn de rollen zo veel mogelijk overgenomen uit de door de stuurgroep Datastrategie vastgestelde ‘way of working’ (WoW) voor data- & analyseprojecten. Deze WoW beschrijft in welke stappen een informatieproduct projectmatig tot stand komt binnen de Data en Analytics Competentie Centra van de gemeente. Daarnaast is ook de aansluiting gezocht op de datagovernance binnen de gemeente. Datagovernance is gericht op het borgen van het definiëren, de beschikbaarheid en de kwaliteit van data, en heeft zijn eigen organisatorische inrichting:

29

Privacybeleid gemeente Rotterdam - RIO kadernota-sturen-en-verantwoorden-2020-def.pdf (rotterdam.nl) 31 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2021 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) 30

Datum

Pagina

mei 2023

22 van 41

De primaire verantwoordelijkheid voor data binnen de datagovernance ligt bij de Proceseigenaar databron (ook wel de bronhouder genoemd). De betrokkenheid van deze rol bij de compliance-aspecten van het datagedreven werken wordt hieronder besproken. Tot slot: wanneer gebruik gemaakt wordt van algoritmetoepassingen is de algoritme governance aanvullend van kracht op de privacy- en de datagovernance zoals beschreven in dit Framework. Hiervoor kan ondersteuning gezocht worden bij de algoritme-experts van de gemeente en is een aanvullende derde lijn (AAB) ingericht, naast de derde lijn die voor alle vormen van datagedreven werken geldt (FG, Concern Auditing).

2.3 Rollen 2.3.1 Proceseigenaar gebruik (= eigenaar informatieproduct) De proceseigenaar van de gebruiksverwerking is eindverantwoordelijk voor de complianceaspecten van zijn/haar informatieproducten, waaronder het voldoen aan de AVG, BIO en Archiefwet. Dit heeft zowel betrekking op (de eigenschappen van) het informatieproduct zelf, het gebruik ervan door medewerkers van de gemeente en, voor zover van toepassing, het delen van het informatieproduct met externe partijen. Hij/zij bepaalt dus ook welke medewerkers toegang krijgen tot het informatieproduct, en wat hun toegangsrechten precies inhouden. Dit geldt wanneer het informatieproduct persoonsgegevens of naar personen herleidbare gegevens bevat. De toegangsrechten moeten gerelateerd zijn aan de functie. De proceseigenaar / eigenaar van het informatieproduct is vaak ook degene die opdracht geeft tot het realiseren van dat informatieproduct, en daar het budget voor beschikbaar stelt. Meestal zal het een lijnmanager uit een van de clusters betreffen. Om er zeker van te zijn dat te allen tijde iemand verantwoordelijk is voor het informatieproduct, zal OBI het informatieproduct slechts in beheer nemen, en de daarvoor benodigde data vanuit het cDWH en/of het Datalake beschikbaar stellen, als een lijnmanager zich over het proceseigenaarschap ontfermt en daarmee de betrokken (resterende) privacyrisico’s aanvaardt.

Die aanvaarding blijkt uit de ondertekening van een gegevensleveringsovereenkomst (GLO) tussen OBI en de proceseigenaar. 32 Tot slot is het primair aan de eigenaar van het informatieproduct om ook toezicht te houden op de implementatie en effectiviteit van de compliancemaatregelen; de proceseigenaar vormt immers de ‘first line of defense’. 2.3.2 Product owner De product owner is een medewerker van de gemeente die namens de proceseigenaar optreedt bij het bepalen en prioriteren van de eigenschappen van het informatieproduct. De product owner heeft dus een leidende rol – maar niet de laatste stem – bij het bepalen van onder meer het doel van het informatieproduct, en hoe de output wordt gepresenteerd aan de gebruiker. Veel activiteiten die onder de eindverantwoordelijkheid van de proceseigenaar vallen, worden daarmee uitgevoerd door de product owner. Daarmee is de product owner als het ware gedelegeerd eigenaar van het informatieproduct. 2.3.3 Gebruiker informatieproduct De gebruiker is degene die in de dagelijkse praktijk toegang heeft tot, en gebruik maakt van de output van het informatieproduct. Deze rol kan samenvallen met die van eigenaar of de 32

Zie de paragraaf over het afsluiten van GLO’s.

Datum

Pagina

mei 2023

23 van 41

product owner, maar dat zal zeker niet altijd het geval zijn. Van de gebruiker wordt verlangd dat hij/zij het informatieproduct alleen gebruikt voor het doel waarvoor het is ontwikkeld, zodat het gebruik voldoet aan het doelbindingsvereiste van de AVG. Alhoewel de gebruiker daar geen formele rol in heeft, zal hij/zij in de praktijk ook betrokken kunnen worden bij het opstellen van user requirements ten aanzien van het informatieproduct, in het bijzonder met betrekking tot de benodigde datakwaliteit. 2.3.4 Proceseigenaar databron (alias bronhouder) Het is aan de proceseigenaar van de databron 33 om te zorgen voor de definitie en kwalificatie van de data(objecten) waarvan hij/zij de bronhouder is, dat deze data beschikbaar zijn voor datagedreven werken, en dat de data voldoen aan de afgesproken kwaliteit. Deze rol staat ook wel bekend als de bronhouder. De bronhouder legt de definitie van de data vast in de datacatalogus. Daarnaast geeft de bronhouder een bindend advies over het voorgenomen (her)gebruik van de gegevens waar hij/zij de bronhouder van is. Afspraken over kwaliteit en beschikbaarheid van data worden vastgelegd in een GLO tussen de bronhouder en OBI. De aansprakelijkheid voor verantwoord gebruik ligt na ondertekening van de GLO bij Hoofd OBI voor het beheer van de data en later, na ondertekening van de GLO bij de afnemerproceseigenaar(s) van die informatieproducten.

2.3.5 Escalatie Als de proceseigenaar databron / bronhouder het niet eens is met het beoogd gebruik van data waarvan hij/zij bronhouder is, en zijn/haar advies wordt niet opgevolgd dan kan hij/zij dit escaleren via het escalatiepad van de datagovernance: • Als de bronhouder en de afnemer/eigenaar van het informatieproduct zich binnen hetzelfde cluster bevinden, wordt het verschil van inzicht voorgelegd aan de directie van het betreffende cluster. • Als de bronhouder en de eigenaar van het informatieproduct zich binnen verschillende clusters bevinden, wordt het verschil van inzicht voorgelegd aan de Data Board. De Databoard bestaat uit een vertegenwoordiging van de clusterdirecties, en volgt de samenstelling van de stuurgroep datastrategie. Als dit niet leidt tot een bevredigend resultaat, kan de zaak verder worden geëscaleerd naar de concerndirectie en uiteindelijk het College. Zolang de escalatieprocedure loopt, kan het informatieproduct niet in productie worden genomen, en zal geen structurele aanlevering van gegevens plaatsvinden vanuit de bron of vanuit de opslaglaag van het DAP’R.

2.3.6 Proceseigenaar verkrijging: Hoofd OBI Naast de eindverantwoordelijkheid voor de compliance aspecten van de verkrijging van de data is de houder van deze rol ook verantwoordelijk voor het afsluiten van gegevensleveringsovereenkomsten: • als afnemer van data ten behoeve van de verkrijging van data – in dat geval is de bronhouder de dataleverancier; • als leverancier van data ten behoeve van gebruik in de diverse informatieproducten in dat geval is de eigenaar van het informatieproduct de data-afnemer.

33

Dat wil zeggen: de proceseigenaar van het (primaire) proces waarin de data is ‘ontstaan’ (de AVG spreekt van verzamelen)

Datum

Pagina

mei 2023

24 van 41

2.3.7 Beheerder DAP’R (OBI) De beheerder van het DAP’R heeft een belangrijke faciliterende rol ten aanzien van het datagedreven werken. Die rol houdt onder meer in: • het onderhouden en beschikbaar stellen van het Data & Analyse Platform Rotterdam voor het samenstellen van informatieproducten en het uitvoeren van analyses; • het in opdracht van de verschillende clusters in beheer nemen/hebben van informatieproducten; • het samenstellen van datasets op basis van de in de opslaglaag aanwezige data ten behoeve van self-service BI; • het borgen van afspraken over de beschikbaarheid en kwaliteit van data; • het op regelmatige basis rapporteren aan de verschillende proceseigenaren welke informatieproducten in beheer zijn, zodat zij geïnformeerd zijn over de informatieproducten waarvoor zij verantwoordelijk zijn; • het adviseren van clusters en data- & analyseprojecten over de compliance-aspecten van datagedreven werken, waar onder de te implementeren privacybevorderende maatregelen;34 • het zorgen voor kennisdeling en bewustwording met betrekking tot de complianceaspecten van datagedreven werken; • het bijhouden van de datalineage. Deze rol is – net als die van proceseigenaar van de verkrijgingsverwerking – belegd bij (het hoofd van) de afdeling OBI binnen het cluster BCO. Manager DACC35 Per cluster is er een Data & Analytics Competence Center (DACC).

Een DACC is een multidisciplinair team waarin IIFO en de clusters samenwerken om te voorzien in de informatiebehoefte van ieder cluster met behulp van informatieproducten. Ieder DACC wordt geleid door een DACC-manager. Namens de proceseigenaar zorgt de DACC-manager ervoor dat in het register van informatieproducten wordt bijgehouden welke informatieproducten in gebruik zijn. Ook voor het ontwikkelen en testen van informatieproducten kan het nodig om te werken met (persoons)gegevens. Daarmee is de manager DACC ook eindverantwoordelijk voor de compliance-aspecten daarvan. De DACC-manager moet er dus voor zorgen dat degenen die zijn betrokken bij de ontwikkel- en testwerkzaamheden op de hoogte zijn van, en rekening houden met de eisen die wet- en regelgeving stellen aan het werken met (persoons)gegevens In principe wordt alleen gewerkt met versleutelde gegevens. Voor informatieproducten die door een cluster in het kader van self-service BI worden ontwikkeld, ligt de verantwoordelijkheid voor bovengenoemde activiteiten bij het hoofd van de betreffende afdeling. 2.3.8 Business consultant Ieder DACC heeft een business consultant. De business consultant werkt als adviseur en systeembewaker van het datagedreven werken. Hij/zij adviseert over de te maken stappen in volwassenheid rondom datagedreven werken en voert indien nodig uit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d116377d-cec5-4509-af81-49ff0bf4c2f7