CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005370] Bijlage 2 behorende bij 23bb005368 over eindrapport Gezinsaanpak

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 13 september 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Armoedebestrijding34.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wanneer een van deze pijlers omvalt, heeft dit

weet ik niet.’ Gaan ze me aankijken. Dan vind ik

effect op de gehele brug. Andere pijlers worden

het echt zonde van mijn tijd.’ Gezinsondersteuner,

ook zwakker en storten wellicht zelfs in. Hoe

augustus 2022

hoger iemand functioneert op de brug, hoe zelfredzamer diegene is op dat leefgebied.

Wanneer de Brug wèl wordt ingezet, blijft het vaak beperkt tot het bespreken van de verschillende pijlers (‘leefgebieden’). De

- Bouwplan Tijdens de intake (met de brug) worden de

gezinsondersteuner gebruikt de Brug dan om

wensen die de cliënt wel en niet heeft duidelijk.

samen met de ouder een overzicht te krijgen van

De wensen zijn eigenlijk de doelen voor de lange

de situatie of na te gaan waar de behoeften of

termijn. De cliënt maakt zelf een keuze aan welke

wensen van de ouder liggen. Bij enkele casussen

1 à 2 (maximaal 3) pijlers hij of zij wil werken om

is de Brug ook tussentijds afgenomen om te

de wens te bereiken. Voor iedere pijler wordt een

evalueren welke vorderingen er zijn gemaakt. Het

bouwplan ingevuld. In het bouwplan wordt het

Bouwplan is af en toe ingezet. Zo was het

doel opgedeeld in kleinere brokken: wat wil de

Bouwplan bij een moeder behulpzaam om haar

cliënt kunnen, weten of doen? Hier worden de

doelen duidelijk te krijgen. Een

tussenstappen neergezet, de mijlpalen op weg

gezinsondersteuner merkt in algemene zin op dat

naar het doel. Ook wordt gekeken met welke

het Bouwplan voor deze doelgroep minder

vaardigheden de cliënt zou kunnen oefenen om

geschikt is. Cliënten vinden het lastig en ervaren

zijn of haar doel te kunnen behalen. En welke

het als iets extra’s. De werkplannen zijn niet

vaardigheden de cliënt al heeft die hij of zij kan

gebruikt. In plaats van werkplannen zijn er

inzetten om het doel te behalen. Concrete acties

cliënten die zelf in een schriftje hun acties

en activiteiten die nodig zijn om de mijlpalen te

opschrijven.

behalen worden niet hier, maar op het werkplan gezet.

Brug-methodiek De Brug-methodiek is ontwikkeld in de Children’s Zone en is gebaseerd op de Bridge to Selfsufficiency (Jungmann en Wesdorp, 2017). De methodiek bestaat uit vier instrumenten: de Brug naar een Positieve Toekomst (zie bijlage B), het Bouwplan, het Werkplan en de Reddingsboei

- Werkplan Kort gezegd is het werkplan het to-do lijstje voor de komende periode. Hoe beter iemand kan plannen, hoe langer deze periode kan zijn. Bij de meeste cliënten is aan te raden te starten met werkplannen voor twee weken. In het werkplan

(Penraat, e.a., 2018).

worden de activiteiten opgenomen van de

- De Brug naar een Positieve Toekomst Hulpverlening is effectief wanneer deze toeleidt

ingevuld. Het werkplan is tegelijkertijd een

naar een positieve en stabiele toekomst. Deze

coaches met de cliëntbepalen welke activiteiten

wordt gesymboliseerd door de Brug naar een

prioriteit hebben en met welke vaardigheden

Positieve Toekomst. Om de brug over te kunnen

geoefend gaat worden de komende

steken naar die positieve toekomst, moeten alle

huisbezoeken.

verschillende bouwplannen die door de cliënt zijn planning van twee tot zes weken waarin de

pijlers van de brug stabiel zijn. Elke pijler staat voor een leefgebied. De pijlers zijn: Een fijn huis (Huis en Huishouden), Lekker in je vel (Geestelijk en Lichamelijk), Toekomst voor je kind (Stevige

38

- Reddingsboei Mensen leren door zelf te ervaren. De cirkel van Kolb (1984) is de belangrijke inspiratiebron geweest voor het maken van de

Kinderen in armoede

ervaringsleercyclus. Het verschaft een vaste

Een gezinsondersteuner vertelt over hoe ze zelf

volgorde, waarbij tegelijk de executieve functies

de Brug toepast als het niet lukt om het de cliënt

aan bod komen. De reddingsboei is een visueel

zelf te laten doen:

hulpmiddel die de vaste volgorde weergeeft. Een gezinsondersteuner over haar ervaring met het Bouwplan: Het hangt echt van je casus af. Ik heb een collega, die heeft een cliënt en die was vroeger werkzaam bij UWV en die is heel zelfstandig en kan goed doelen maken, een planning maken. Voor haar is een bouwplan wel gewoon heel fijn. Maar cliënten die de taal niet goed spreken en moeite hebben met schrijven, en ik heb ook cliënten die analfabeet zijn. Dat is gewoon echt heel lastig.

Wat ik eigenlijk doe bij klanten die de taal niet machtig zijn of waar sprake is van LVBproblematiek, dan heb ik de Brug voor mezelf, op de computer. En dan maak ik gewoon overal opmerkingen voor mezelf, doe ik highlights zetten en is het lange termijndoel bij mij zes maanden. De eerste keer dat ik de Brug weer afneem is zes maanden, want als ik over een jaar ga praten of over twee jaar, dat kan niet. Daar hebben ze geen ruimte voor, daar is te veel stress voor. Gezinsondersteuner, augustus 2022.

4.4 Externe factoren van invloed op

Een gezinsondersteuner over haar ervaring met het afnemen van de Brug bij een gezin: We hebben de Brug afgenomen. Ze vonden het wel lastig want als je zo’n Brug laat zien, dan is dat een beetje, moeten we dit doen en het lijkt heel veel. Maar ik heb ook aangegeven van, dit is de Brug, de Brug naar de positieve toekomst en ik zei, dit is niet alleen voor mij, maar ook eigenlijk voor jou om gewoon een overzicht te hebben van je situatie. En straks gaan we verder, gaan we nog een keer de Brug doen en dan ga je kijken of we vooruit zijn gegaan of niet. Dat is ook voor jou. Gewoon zo uitleggen, heel simpel. En je hebt ook heel veel vragen van huishouden, lukt het, schoonmaken? Niet dat je echt alles opleest of zo, maar heel gewoon globaal eroverheen. En dat ging op zich goed. Ik dacht eigenlijk dat het niet goed zou gaan maar het ging op zich goed. En ik zei, wat vond je ervan? Ze zei, eigenlijk dacht ik dat ik meer problemen had. Tenminste, is wel mooi voor mij. En dan hebben we het ook- De Brug ook nog een keer gedaan. En moeder zei van, we hebben eigenlijk best wel veel bereikt. En ze was ook heel dankbaar. Gezinsondersteuner, casus 3. Ondanks dat de Brug veelal niet is gebruikt zoals bedoeld, gebruiken de gezinsondersteuners de Brug wel voor zichzelf, om de leefgebieden uit te

gezinsaanpak Uit het casusonderzoek maar ook uit het vragenlijstonderzoek komen verschillende factoren naar voren die de hulp en ondersteuning kunnen belemmeren maar ook vooruit kunnen helpen. In beide gevallen gaat het om factoren waar een gezinsondersteuner weinig of geen invloed op heeft. Het gaat hierbij enerzijds om omstandigheden of oorzaken bij het gezin en anderzijds om invloeden buiten het gezin.

4.4.1 Omstandigheden of oorzaken bij het gezin Aan de gezinsondersteuners is in de vragenlijst over de afgesloten trajecten gevraagd waar zij in de ondersteuning aan het gezin het meest tegenaan liepen. Daarbij zijn ‘Omstandigheden/ oorzaken bij het gezin’ het vaakst aangekruist. Cognitieve en communicatieve beperkingen Uit de toelichtingen op de ‘Omstandigheden/ oorzaken bij het gezin’ blijkt onder andere dat een beperkte taalbeheersing en een beperkt verstandelijk vermogen de ondersteuning kunnen belemmeren.

vragen en daarmee een overzicht te krijgen van

Enkele voorbeelden:

de situatie en wensen van een gezin. Ook

-

Alleenstaande moeder die analfabeet is,

gebruiken ze de Brug om na verloop van tijd de

hierom is het lastig om vaardigheden aan te

doelen te evalueren.

leren.

Kinderen in armoede

39

-

Ouders spraken onvoldoende Nederlands om

partners die tegenwerken, ongewenste adviezen

het gezin goed te kunnen helpen.

van familie en vrienden, beperkende maatregelen

-

Cliënt is LVB dit was niet vanaf het begin

tegen het coronavirus enzovoorts.

duidelijk zorgde ervoor dat situaties trager liepen dan normaal

Houding en gedrag van ex-partners Uit het casusonderzoek blijkt dat ex-partners de

Ingrijpende gebeurtenissen

voortgang van de hulpverlening kunnen

Uit het casusonderzoek blijkt verder dat

belemmeren. Het gaat om partners die niet of

gezondheidsproblemen binnen een gezin van

nauwelijks willen meewerken dan wel hun ex

invloed kunnen zijn op de ondersteuning, zoals

tegenwerken. Er zijn partners die bijvoorbeeld

bijvoorbeeld een vader of moeder met psychische

relevante informatie achterhouden, niet willen

problemen, kinderen met een

scheiden, hun financiële verplichtingen niet

ontwikkelingsstoornis. Een voorbeeld is ook een

nakomen, of zich niet houden aan de

financieel kwetsbaar gezin met een ernstig ziek

(omgangs)afspraken.

kindje dat de Gezinsaanpak om hulp vroeg, waarbij het voor de gezinsondersteuners niet mogelijk was om de stress bij de moeder te verminderen. Ja, wat voor mij een grote belemmering was, was het feit dat het een situatie was die ik niet in de hand had. Want eigenlijk begon alles met de ziekte van dochter. Daar ben ik eigenlijk ook niet voor, dus ik kon echt alleen daaromheen werken en niet aan het grote probleem. Dus wij hebben het altijd over stress verlagen en normaal pak je dan eerst het grootste probleem aan. Dat kon in deze situatie niet. Gezinsondersteuner, casus 8. Ook in de vragenlijst over de afgesloten trajecten blijken gezondheidsproblemen als een belemmerende factor naar voren te komen. Bij meer dan de helft van de gezinnen was dit een ingrijpende gebeurtenis die van invloed was op de ondersteuning aan het gezin. Andere ingrijpende gebeurtenissen die genoemd worden zijn verhuizingen, verlies van werk, zwangerschap of geboorte kind, en echtscheidingen. Door dit soort gebeurtenissen zijn afspraken regelmatig niet doorgegaan, trajecten een periode onderbroken geweest, voortijdig gestopt of zijn gezinnen overgedragen naar een netwerkpartner.

4.4.2 Invloeden buiten het gezin Behalve invloeden bij het gezin zijn er ook

En toen was het dat hij het licht niet meer wilde betalen, Eneco. Hij heeft alles stopgezet. Hij wilde niks meer betalen, we zaten ook dan zonder licht. En dat was ook het hoofdpunt, dat ze daarmee aan de slag gingen. Van, waarom, hoe en wat? Dan hebben we geregeld dat ik weer elektriciteit kreeg. Moeder, casus 5 Ook komt het voor dat ex-partners hun ex pesten, met de dood bedreigen of het gezin opzoeken waardoor de gezinnen zich weer bedreigd voelen of er toch weer de nodige spanningen ontstaan. Een gezin raakte weer in paniek, overstuur en in de stress toen de ex van moeder onverwacht bij het voetbalveldje verscheen waar zijn zoon aan het voetballen was. Het gezin was eerder in het geheim naar een andere wijk verhuisd in verband met partnergeweld. Sociale omgeving Daarnaast blijkt uit het casusonderzoek dat de sociale omgeving de hulpverlening kan belemmeren. Zo zijn er negatieve verhalen over hulpinstanties die rondgaan. Er is een casus waarbij een vrouw tegen het advies van de gezinsondersteuner afziet van aanmelding bij de Kredietbank, omdat haar vriendengroep haar dat ontraadt. In een andere casus is een moeder bij haar scheiding gesteund door familie, maar is ze er ook toe aangezet het contact met haar nieuwe vriend te verbreken wat niet bevorderlijk was voor de voortgang van de begeleiding.

invloeden buiten het gezin die die de hulp en ondersteuning kunnen belemmeren, zoals ex-

40

Kinderen in armoede

Eerdere hulpverlening

sommige aanvragen van een bijstandsuitkering

Uit het casusonderzoek maar ook uit de

onverwacht snel toegekend.

vragenlijst over de afgesloten trajecten blijkt dat eerdere ervaringen van gezinnen met

Ook uit de antwoorden van de vragenlijst over de

hulpverleners en hulpverlenende instanties

afgesloten trajecten op de vraag aan

belangrijk zijn voor de toeleiding naar de

gezinsondersteuners waar zij in de ondersteuning

Gezinsaanpak en voor het aangaan van een

aan het gezin het meest tegenaan liepen, blijkt de

werkrelatie met een gezinsondersteuner.

systeemwereld een belangrijk knelpunt.

Negatieve ervaringen met de bejegening door of

‘Procedures en regels bij de gemeente zijn relatief

de hulp van hulpverleners kunnen ouders er

vaak genoemd. Voorbeelden van procedures en

bijvoorbeeld van weerhouden om hulp te zoeken

regels waar gezinsondersteuners tegenaan

voor hun problemen of om bij het eerste contact

liepen:

over (al) hun problemen te praten met de

-

aanmerking voor centraal onthaal

gezinsondersteuner. Zo wil een moeder niet dat de gezinsondersteuner contact zoekt met de

Mevrouw was bankslaper maar kwam niet in

-

Moeder woonde bij vader van de kinderen

intern begeleider van de school van de jongste

(ex-vriend van moeder), maar mocht zich hier

zoon; ze voelt zich door deze functionaris niet

van vader niet inschrijven. Hierdoor konden

gehoord en begrepen. Maar ook positieve

praktische zaken zoals een uitkering en

ervaringen doen ertoe. Een andere moeder

inschrijven bij Woonnet Rijnmond niet

vertelde dat toen ze hulp nodig had, zich

geregeld worden. Gemeente was hierin

onmiddellijk meldde bij de gezinsondersteuner

weinig meedenkend.

die ze al goed kende van het inloopspreekuur op school. Ze vertelde daarbij dat ze vijf jaar eerder

Coronamaatregelen

ook al goed geholpen was door Frontlijn bij de

Al snel na de start van de Gezinsaanpak kregen de

aanpak van schulden.

gezinsondersteuners te maken met de beperkende maatregelen tegen het coronavirus.

Systeemwereld

Gevolg daarvan was dat de hulpverlening niet

De manier waarop sommige gemeentelijke en

optimaal kon worden uitgevoerd. Zo waren

andere hulpsystemen zijn ingericht en

bijvoorbeeld huisbezoeken niet meer mogelijk en

functioneren met (wettelijke) regels, protocollen

werden ook de face-to-face gesprekken beperkt,

en afspraken heeft bij verschillende casussen de

waardoor de gezinsondersteuners veel meer

hulpverlening deels belemmerd. In een enkel

telefonisch of app-contacten hadden. In sommige

geval zijn de problemen verergerd.

gevallen verslechterde het contact hierdoor, zo

Gezinsondersteuners spreken van bureaucratie,

blijkt uit het casusonderzoek. Verder was het niet

systeemfouten en van uitvoerders die geen

meer mogelijk om gebruik te maken van het

rekening houden met de leefwereld van gezinnen.

voorzieningenaanbod. Denk daarbij aan de

Een voorbeeld is een casus waarbij de

taallessen voor volwassenen en de

belastingdienst steeds maar geen uitsluitsel geeft

kinderactiviteiten die geannuleerd werden bij

of moeder erkend wordt als slachtoffer van de

welzijnsorganisaties en aan de scholen die dicht

kindertoeslagaffaire. Aan de andere kant zijn er

gingen.

ook uitvoerders die spontaan of constructief meewerkten aan het verzoek van de

4.5 Conclusies

gezinsondersteuner en wel rekening hebben

De hulp die gezinsondersteuners inzetten is

gehouden met de problematische

divers. Alle gezinsleden krijgen in beginsel hulp:

omstandigheden van het betreffende gezin. Zo

ouders, jonge kinderen, volwassen kinderen en

ervaren enkele gezinnen minder druk vanuit de

soms ook andere volwassenen in het huishouden.

sociale dienst om werk te moeten zoeken. En zijn

Kinderen in armoede

41

Ouders ontvangen van gezinsondersteuners

vaardigheden. De gezinsondersteuners gebruiken

financiële en materiële hulp en worden daarnaast

de Brug wel voor zichzelf, om de leefgebieden uit

ondersteund in veel verschillende contactsituaties

te vragen en daarmee een overzicht te krijgen van

met instanties. Ook (volwassen) kinderen hebben

de situatie en wensen van een gezin en om na

de aandacht van gezinsondersteuners, maar niet

verloop van tijd de doelen te evalueren.

altijd direct bij de start van het traject vanwege de aanpak van andere urgentere problemen. De hulp

Belemmerend voor de voortgang van de

voor kinderen is vooral materieel (fietsen, laptops

begeleiding zijn externe factoren. Het gaat hierbij

etc). Verder worden ouders in voorkomende

om factoren waar een gezinsondersteuner weinig

gevallen ondersteund bij de opvoeding en

of geen invloed op heeft, zoals ouders met een

ontwikkeling van hun kinderen.

beperkte taalbeheersing of ouders en/of kinderen met een beperkt verstandelijk vermogen. Andere

Als de zelfredzaamheid van de ouders toeneemt

factoren die hiertoe gerekend kunnen worden, zijn

en er geen hulpvragen meer komen, bereiden

ingrijpende gebeurtenissen zoals, ziekte,

gezinsondersteuners de afsluiting van het traject

zwangerschap, geboortes, en verhuizingen.

voor. Dit doen ze door het initiatief tot contact

Daarnaast zijn er factoren buiten het gezin, die

over te laten aan de ouders en af en toe te

lastig te beïnvloeden zijn. Gezinsondersteuners

informeren of alles goed. Daarnaast bespreken ze

kregen onder meer te maken met tegenwerkende

de trajectafsluiting met de ouders. Dit heeft echter

procedures en regels van overheidsinstanties,

vaak een stress- en angstreactie bij hen tot

tegenwerkende ex-partners, de

gevolg. Onzekerheid over eigen kunnen en de

coronamaatregelen en de slechte ervaringen met

gedachte dat er dan geen hulp meer mogelijk is,

en de slechte verhalen over de hulpverlening die

spelen daarbij een belangrijke rol. Hierop

in de wijk de ronde doen

inspelend wijzen gezinsondersteuners ouders op de lokale hulporganisaties en de toegang daartoe en maken ze zo mogelijk afspraken over nazorg. De methodiek van de Gezinsaanpak is ontwikkeld vanuit bestaande wetenschappelijke en professionele kennis en praktijkervaringen van de gezinsondersteuners. Kenmerkende elementen in de methodiek van de Gezinsaanpak zijn: integraal en intensief, present zijn, werken aan een vertrouwensrelatie, aansluiten bij behoeften en mogelijkheden van de cliënt, werken aan stressreductie / stress-sensitieve dienstverlening, en versterken van vaardigheden en kennis. De brug-methodiek blijkt in de praktijk lastig toe te passen zoals bedoeld is, namelijk als instrument vóór de ouder. Er zijn verschillende redenen waarom de brug-methodiek niet goed is toe te passen bij de gezinnen met trajectbegeleiding. De gezinsondersteuners hebben te maken met de aanwezigheid van stress, mentale problemen, beperkte kennis van de Nederlandse taal en/of beperkte cognitieve

42

Kinderen in armoede

5 Samenwerking Dit hoofdstuk gaat in op de samenwerking van de

bijvoorbeeld door inloopspreekuren te

Gezinsaanpak met andere organisaties en

organiseren, wordt door de netwerkpartners ook

professionals. Deze samenwerking dient,

zeer gewaardeerd. Er lijkt weinig behoefte te zijn

geredeneerd vanuit de Gezinsaanpak, twee

aan voorlichtende activiteiten vanuit de

doelen: de signalering, benadering en toeleiding

Gezinsaanpak (Looij-Jansen, e. a., 2021b).

van gezinnen met geldzorgen naar de Gezinsaanpak enerzijds en het gebruik maken van

In het vervolg van dit hoofdstuk wordt de

aanbod van andere organisaties voor de

samenwerking van de Gezinsaanpak met andere

ondersteuning van deze gezinnen anderzijds. Dit

organisaties beschreven. In de eerstvolgende

zijn grofweg ook de functies van twee van de

paragraaf gaat het over de netwerkvorming rond

pijlers van de Gezinsaanpak: de pijler ‘Wijkcoalitie

de Gezinsaanpak in het algemeen. Daarna wordt

armoede’ en de pijler ‘Ondersteuning van

de samenwerking in verband met de signalering

signaleerders’. Daarover is reeds eerder

en toeleiding van gezinnen beschreven en in de

gerapporteerd.

daaropvolgende paragraaf de samenwerking bij de ondersteuning van gezinnen. In de

In elke wijk van de Gezinsaanpak zou of

concluderende paragraaf worden de belangrijkste

aansluiting gezocht moeten worden bij een

bevindingen op een rijtje gezet.

wijkcoalitie armoede of een wijkcoalitie armoede moeten worden opgezet om de gezinnen van de

5.1

Samenwerking in netwerken

Gezinsaanpak ‘optimaal’ gebruik te laten maken

Hoewel er door de Gezinsaanpak initiatieven zijn

van het ondersteuningsaanbod in de wijk. Dit

genomen tot structureel overleg rondom het

netwerk zou breder moeten zijn dan het

thema aanpak van kinderarmoede heeft de

wijknetwerk, met onder meer de volgende

projectleiding vrij snel de conclusie getrokken dat

partners: wijkteam, W&I, scholen, CJG, ETF,

het beter is om aan te sluiten bij bestaande

welzijn. In het netwerk worden afspraken

netwerken in de wijk en niet (nog) een eigen

gemaakt over de ondersteuning van gezinnen met

netwerk te ontwikkelen.

geldzorgen en de betrokkenheid van de netwerkpartners daarbij.

In Crooswijk en Tarwewijk/Carnisse zijn in de beginperiode wel, op kleinere schaal,

Al vrij snel na de start van de Gezinsaanpak wordt

werkoverleggen georganiseerd door de

duidelijk dat de pijler ‘Ondersteuning van

Gezinsaanpak met een praktisch doel: nadere

signaleerders’ in de praktijk een andere invulling

afstemming over het benaderen en ondersteunen

krijgt dan in het Plan van Aanpak is verwoord.

van de doelgroep en, later in Crooswijk ook nog

Oorspronkelijk zou vanuit de Gezinsaanpak

kennisuitwisseling over de beste aanpak. In

ondersteuning aan signalerende partijen worden

Bospolder-Tussendijken zijn door de

geboden bijvoorbeeld door voorlichting over het

Gezinsaanpak geen eigen initiatieven genomen,

bespreekbaar maken van armoedeproblematiek.

maar is van meet af aan aangesloten bij

Echter, in de praktijk blijkt het vooral om ‘hands

bestaande netwerkoverleggen.

on’-ondersteuning te gaan en presentie op vindplaatsen bij scholen, voedselbanken en

Het gevolg is dat de netwerken in elke wijk een

dergelijke (Looij-Jansen, e. a. 2021a) in plaats van

wat andere samenstelling hebben. Daarbij gaat

voorlichting en kennisoverdracht. De

het om lokale partners of organisaties die

aanwezigheid van de gezinsondersteuners,

decentraal georganiseerd zijn (zoals het CJG). In

Kinderen in armoede

43

het plan van aanpak is bedacht dat ook een

kloppen. Gezinnen bleken in het verleden al hulp

stedelijke organisatie als W&I zou aansluiten,

van het wijkteam te hebben gehad, of hadden een

maar dat was, aanvankelijk, alleen in Crooswijk

lopend traject bij het wijkteam of het wijkteam

het geval.

begon zelf gezinnen ‘af te schalen’ naar de Gezinsaanpak. Dat laatste bijvoorbeeld om de

De netwerken waaraan de Gezinsaanpak

financiële of praktische ondersteuning van een

deelneemt, hebben verschillende functies.

gezin te regelen. Dat leidde intern binnen de

Doorgaans, zoals het in Bospolder-Tussendijken

Gezinsaanpak tot de discussie of die gezinnen nu

vooral lijkt te zijn, gaat het om het kennismaken

wel of niet in traject genomen moesten worden of

met en kennisnemen van de sociale kaart van een

weer teruggeleid moesten worden naar het

gebied. Uitvoerders van organisaties, zoals de

wijkteam. Maar ook bij het wijkteam heerste

Gezinsaanpak, leren van het bestaan van andere

onduidelijkheid over wat de doelgroep van de

organisaties in het sociaal domein en leren

Gezinsaanpak anders was dan die van het

collega-uitvoerders kennen.

wijkteam.

In Crooswijk is een tijdelijk leernetwerk met CJG

Door zitting te nemen in het aanmeldoverleg van

en schoolmaatschappelijk werkers opgezet,

het wijkteam (in Crooswijk) of gezamenlijke

waarin men kennis heeft uitgewisseld over

casuïstiekbesprekingen kreeg men meer zicht op

armoede, signalering daarvan en de

de scheidslijnen tussen de organisaties en dus

ondersteuning van arme gezinnen. Een van de

ook op de vraag welk gezin hoort waar thuis.

meer concrete opbrengsten daarvan is de

Belangrijk effect van deze overleggen is dat men

aanwezigheid van de Gezinsaanpak bij de

elkaar nu sneller weet te vinden bij vragen over

spreekuren van het CJG.

concrete casuïstiek. Al met al zien we in de

In Tarwewijk/Carnisse is aangesloten bij het netwerk van de Wijkprogrammering Jeugd in Charlois, dat is opgezet door de gemeente. Voorts zijn er in alle pilotwijken overleggen tussen de Gezinsaanpak en ‘nabije’ hulporganisaties: de wijkteams, Children’s Zone 5. Dit zijn bestaande organisaties die in ieder geval deels dezelfde doelgroep bedienen, met (deels) hetzelfde oogmerk en in een enkel geval gedeeltelijk dezelfde methodiek hanteren (Children’s Zone). Deze afstemmingsoverleggen zijn nodig gebleken omdat vooraf niet is bedacht hoe de verhouding tussen de Gezinsaanpak en deze vergelijkbare aanpakken in de wijk zou moeten zijn. Zo was vooraf bedacht dat de doelgroep van de Gezinsaanpak gezinnen zou betreffen die onbekend zijn bij het wijkteam of de geïndiceerde hulp. In de praktijk bleek dit echter niet altijd te

5

44

praktijk een diversiteit van netwerken die qua samenstelling, werkwijze en functie variëren. De netwerkpartners staan doorgaans positief tegenover de Gezinsaanpak. Ze zien vooral meerwaarde in het bereiken van kwetsbare gezinnen door de Gezinsaanpak. De toegankelijkheid, de integrale aanpak, de brugfunctie (naar andere organisaties) en het neutrale imago worden als belangrijke kenmerken genoemd (Looij-Jansen, e.a., 2021b). De bereikbaarheid van de gezinsondersteuners, het snelle handelen, de expertise en de pragmatische benaderingen worden als positieve ervaringen met de Gezinsaanpak genoemd (Looij-Jansen, e.a., 2021b). Beïnvloedende factoren: -

Draagvlak: thema armoede wordt als belangrijk ervaren, wel verschillen in wijken

De Children’s Zone zet frontlijnwerkers in die gezinnen met kinderen van 0 - 14 jaar ondersteunen om de thuissituatie te versterken op de gebieden financiën, opvoeding, gezondheid, werk en dagbesteding. De methodiek van CZ is in hoge mate vergelijkbaar met die van de Gezinsaanpak: de Brugmethodiek.

Kinderen in armoede

waarop organisaties op dat thema zijn

-

Beleidsmatige verkokering en interpretaties van privacy-regels (Looij-Jansen, e.a., 2021b.

‘gemobiliseerd’. In Delfshaven heel sterk, met name vanuit de scholen. In Tarwewijk stond armoede als thema op de agenda van het netwerk rondom de wijkprogrammering jeugd. In Crooswijk was er een minder actief netwerk op dit thema en ook lastiger om daar organisaties, zoals scholen, bij te betrekken. Daarbij speelde de angst voor imago-schade bij de scholen een belemmerende rol. -

Aansluiten bij bestaande netwerken: niet nog een netwerk of overleg organiseren. Soms wordt de netwerkvorming in wijken als onoverzichtelijk ervaren omdat daar al vanuit verschillende organisaties initiatieven worden genomen.

-

Continuïteit: inmiddels hebben veel lokale organisaties en professionals de ervaringen dat pilots en projecten komen en gaan, terwijl er veel behoefte is aan continuïteit. Perspectief op continuïteit is ook voor de netwerkontwikkeling belangrijk (en niet alleen in relatie met de lokale populatie van gezinnen).

-

Keuze voor het goede netwerk: soms zijn netwerken op andere problemen of doelgroepen gericht, dus het is uiteraard van belang om het netwerk te vinden dat het meest met dit thema en deze doelgroep bezig is.

-

Nieuwvorming kost tijd. Zelf een nieuw netwerk of overleg opzetten vergt veel tijd, die uitvoerders doorgaans niet hebben, maar door andere functionarissen moeten worden gedaan. Bovendien vergt dit een langdurige investering;

-

Onduidelijkheid over wat de aanpak onderscheidt van al aanwezige interventies geeft gedoe: het helpt om a priori dat verhaal duidelijk te hebben.

-

Professioneel niveau: tijd, specialistische taakgerichtheid en niets zien in integrale aanpak(Looij-Jansen, e.a., 2021b).

-

Organisatorisch: organisatiebelangen: targets, gevestigde belangen, gevestigde relaties (Looij-Jansen, e.a., 2021b).

Kinderen in armoede

5.2

Samenwerking voor de toeleiding naar de gezinsaanpak

Al eerder is beschreven dat spreekuren bij netwerkpartners in de wijk en verwijzingen door netwerkpartners naar de Gezinsaanpak de belangrijkste manieren zijn waarop cliënten worden bereikt. In dit opzicht lijkt de netwerkontwikkeling in de pilotwijken een belangrijk werkzaam bestanddeel. Daarbij zijn in de pilotwijken diverse partners betrokken. Het kan gaan om scholen, welzijnsorganisaties (die ook participeren in de Gezinsaanpak), huisartsen, het CJG, vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven. Welke ‘vindplaatsen’ of verwijzers in de praktijk kunnen worden gebruikt hangt uiteraard af van samenstelling van de lokale sociale infrastructuur. Zo stond in Bospolder-Tussendijken het thema armoede al voor de Gezinsaanpak hoog op de agenda en hadden een aantal scholen de handen ineengeslagen om dit probleem onder de aandacht te brengen. De komst van de Gezinsaanpak sloot goed aan bij hun behoeften om ondersteuning te organiseren voor gezinnen met kinderen in armoede. In Tarwewijk/Carnisse zijn vanwege de concentratie van Oost-Europese arbeidsmigranten contacten gelegd met EUmigrantenvoorlichters die een ingang in deze doorgaans moeilijk benaderbare gemeenschappen hebben. Een gemeenschappelijk kenmerk is dat in elk van de wijken met verschillende netwerkpartners wordt samengewerkt in het kader van de toeleiding naar de Gezinsaanpak.

Het spreekt voor zich dat al deze lokale partijen op hun eigen wijze in contact staan met delen van de doelgroep van de Gezinsaanpak en dus eigen mogelijkheden hebben om deze gezinnen met geldzorgen te benaderen. Dit lijkt te pleiten voor een pluriform netwerk om de doelgroep van gezinnen met geldzorgen te kunnen benaderen en het bereik zo groot mogelijk te maken.

45

Daarnaast zijn er andere belangrijke lessen te

daarvan), aanmeldingen bij een organisatie

trekken uit de ervaringen met verwijzers en

(welzijn bijvoorbeeld) of het regelen van

vindplaatsen. Voor verwijzers is het belangrijk om

bureaucratische zaken (bij de gemeente of het

inzicht te hebben in de doelgroep en de aanpak

IND). In andere gevallen fungeert de

van de Gezinsaanpak, alsmede in het onderscheid

gezinsondersteuner als back up en smeerolie voor

met andere vergelijkbare aanpakken, opdat goed

de contacten tussen cliënt en organisatie (zoals in

verwezen kan worden. Zo is in Crooswijk op

enkele gevallen met advocaten, scholen of de

initiatief van een huisarts een ‘stroomschema’

GGZ). In andere gevallen is meer sprake van

ontwikkeld op basis waarvan de netwerkpartner

inhoudelijke afstemming over de ondersteuning

kan bepalen waarnaar hij/zij de cliënt moet

die verschillende partijen bieden, uitwisseling van

verwijzen.

visie over de beste aanpak, afspraken over taakverdelingen, monitoring, enzovoort.

Daar waar er reeds sterk vergelijkbare aanpakken in een wijk operationeel zijn, kan het goed zijn, om

In het kader hieronder wordt een voorbeeld

dubbelingen te voorkomen, het veld te

beschreven van een casus waarin de

verkavelen. In Tarwewijk bijvoorbeeld hebben de

gezinsondersteuner de regie en inhoudelijke

Children’s Zone en de Gezinsaanpak afspraken

coördinatie voor haar rekening neemt.

gemaakt over wie met welke partijen in de wijk in zee gaat. Een duidelijk verhaal over doelgroep,

De gezinsondersteuner begeleidt een moeder bij

aanpak en onderscheid van andere aanpakken is

diverse problemen in het gezin. Een ervan is de

voorwaardelijk om adequate verwijzingen te

toeleiding van twee volwassen kinderen naar een

organiseren.

voorziening voor begeleid wonen. Dat blijkt in de praktijk best een tijd te duren, mede omdat een

5.3

Samenwerking bij de

van de twee inmiddels bevallen is van een kind –

ondersteuning van gezinnen

en niet iedere voorziening daarop berekend is. En

De integrale benadering van de Gezinsaanpak heeft tot gevolg dat de gezinsondersteuners betrokken zijn bij een grote diversiteit aan contacten met organisaties die op een of andere manier een bijdrage aan de ondersteuning van gezinnen kunnen leveren. Naast het aanschrijven van fondsen of het aanmelden van ouders bij een voedselbank betreft het een scala van contacten met de gemeente (W&I, Jongerenloket, ETF, KBR), de wijkteams, welzijnsorganisaties, het UWV, scholen en schoolmaatschappelijk werk, Veilig

worden door medebewoners en kan zich daar niet tegen verweren. Uiteindelijk zijn er goede plekken gevonden. Maar in het proces is de gezinsondersteuner zo’n belangrijke vertrouwenspersoon voor deze kinderen geworden – en bovendien zo op de hoogte van alle achtergronden van het gezin – dat ze langdurig als spin in het web fungeert; ook voor andere instanties die bij het gezin en deze jongeren betrokken zijn.

Thuis, politie, woningcorporaties, de GGZ, het

De bedoeling is echter dat uiteindelijk de

CJG, advocatuur, enzovoort. In de onderzochte

casusregie bij de voorzieningen voor begeleid

casussen waren de gezinsondersteuners

wonen komt te liggen. Er wordt afgesproken dat

gemiddeld bij contacten met vijf organisaties (los

er vanuit de voorzieningen voor begeleid wonen

van diverse fondsen) betrokken, met een

een vaste begeleider als contactpersoon een

spreiding tussen twee en acht organisaties.

tijdlang als het ware met de gezinsondersteuner

Nu houdt uiteraard niet elk contact een (intensieve) samenwerking in. Soms gaat het om een beperkt aantal contacten rondom een aanvraag van fondsen (en de verantwoording

46

de ander blijkt bij de eerste plaatsing gepest te

optrekt: een parallelle situatie noemt zij dat. Daarmee kunnen de jongeren wennen aan hun nieuwe begeleider en kunnen de begeleiders kennis opdoen over de soms complexe

Kinderen in armoede

achtergrond van de gezinssituatie. Uiteindelijk, na

carrousel). En dan nog kunnen taakopvattingen

bijna een half jaar, wordt besloten om definitief de

van netwerkpartners, organisatiebelangen en

regie (voor de hulp aan deze adolescenten) over

privacy-overwegingen de samenwerking

te dragen aan de voorzieningen voor begeleid

hinderen.

wonen. Dat wordt, om deze overgang te markeren, ook uitdrukkelijk besproken met de jongeren zelf

Essentiële functie van de netwerkvorming is de

en met de moeder. Na een periode waarin de

introductie van de nieuwe aanpak en het leren

gezinsondersteuner nog wel eens wordt benaderd

kennen van de sociale kaart van de wijk.

als klankbord en adviseur nemen de contacten af

Daarnaast gaat het in mindere mate om

en zijn de nieuwe begeleiders de

kennisuitwisseling over de lokale

vertrouwenspersonen van de jongeren geworden.

(armoede)problematiek.

De gezinsondersteuners zijn doorgaans tevreden

In verband met signalering en toeleiding blijken

over de samenwerking met andere organisaties.

de lokale netwerken een belangrijke rol te spelen.

Ze ervaren weinig belemmeringen, integendeel.

Ze spelen een rol bij het organiseren van de

Veelal kan men op medewerking rekenen. Een

aanwezigheid van de Gezinsaanpak op

gezinsondersteuner vermoedt omdat het vaak om

‘vindplaatsen’ van netwerkpartners en vanwege

gezinnen met jonge kinderen gaat. Dat laatste

de actieve verwijzingen van netwerkpartners naar

maakt dat deuren wat sneller opengaan. Enkele

de Gezinsaanpak. Geconstateerd is dat een

gezinsondersteuners geven aan dat ze dat

pluriform netwerk van diverse professionele en

gegeven ook wel strategisch inzetten in hun

vrijwilligersorganisaties bijdraagt aan een beter

contacten met organisaties, om het belang en de

bereik. Ook hier is het onderscheidende verhaal

urgentie wat meer door te laten klinken.

van belang om goede verwijzingen van netwerkpartners te kunnen krijgen.

Nogmaals, gezinsondersteuners ervaren niet veel hobbels in de samenwerking op casusniveau.

Geconstateerd is dat de integrale benadering met

Soms ontstaan er onduidelijkheden of komen

zich meebrengt dat gezinsondersteuners veel

netwerkpartners afspraken niet na door personele

contacten met uiteenlopende organisaties

wisselingen. Doorgaans wordt dit dan wel

onderhouden ten behoeve van de ondersteuning

opgelost. In een casus is een verschil van inzicht

van hun cliënten. Nu betekent dat niet altijd een

met een nieuwe consulent van de gemeentelijke

langdurige en intensieve samenwerkingsrelatie.

dienst Werk en Inkomen na een

Soms is die kort rond de aanmelding van de cliënt

escalatieprocedure opgelost.

elders of op de achtergrond als ‘back up’ bij het contact van een cliënt en netwerkpartner. Maar er

5.4 Conclusies De netwerkvorming rondom de Gezinsaanpak heeft een pragmatischer benadering opgeleverd dan a priori was bedacht. Aansluiten bij een of meer van, soms verschillende, wijknetwerken blijkt veel werkbaarder – en minder tijdrovend – dan het zelf opzetten van een nieuw netwerk. De aansluiting bij bestaande netwerken gaat gemakkelijker als er draagvlak is voor de armoedebestrijding, als de Gezinsaanpak met een onderscheidend verhaal komt over haar werkwijze, als er perspectief is op continuïteit (en

zijn ook voorbeelden dat gezinsondersteuners langer als casusregisseur optreden en de spil vormen in de ondersteuning van een gezin door een netwerk van organisaties. De tevredenheid over de samenwerking op casusniveau is doorgaans groot. Ook vanuit de netwerkpartners is er waardering voor de Gezinsaanpak. De toegankelijkheid, integrale benadering, het neutrale imago worden als meerwaarde gezien, evenals de pragmatische aanpak en het snelle handelen.

niet de zoveelste pilot uit een projecten-

Kinderen in armoede

47

6 Resultaten van de gezinsaanpak Dit hoofdstuk gaat in op de kwantitatieve en

Van de 173 gezinnen met een traject is de

kwalitatieve resultaten van de Gezinsaanpak. Het

begeleiding bij 57 gezinnen op de peildatum (1

gaat hierbij enerzijds om wat er door de

mei 2022) afgesloten. Dit is een derde van alle

benadering van en in de begeleiding van gezinnen

gezinnen met trajectbegeleiding. Dat betekent dat

is gebeurd (output) en anderzijds om de ervaren

twee derde, 116 gezinnen, nog in begeleiding is.

veranderingen bij de gezinnen (outcome). Bij de

Bij de gezinnen met een al of niet succesvol

beschrijving van de kwantitatieve resultaten gaan

afgesloten traject duurde de begeleiding

we in op het aantal gezinnen dat met de

gemiddeld 9 maanden. De duur van de

Gezinsaanpak is bereikt, de verschillen tussen de

begeleiding van de gezinnen met

gezinnen die wel en niet zijn uitgestroomd en de

trajectbegeleiding is op de peildatum gemiddeld

resultaten bij de groep met een afgesloten

15 maanden.

begeleidingstraject. Bij de beschrijving van het kwalitatieve deel gaan we in op wat ouders,

Aan de gezinsondersteuners is gevraagd om na de

kinderen en/of gezinsondersteuners door de

intake- en analysefase een vragenlijst in te vullen

begeleiding aan veranderingen hebben ervaren.

met vragen over onder andere gezinskenmerken, armoedeproblematiek en op welke leefgebieden

6.1

Kwantitatieve resultaten

Algemeen Uit ons onderzoek blijkt dat de Gezinsaanpak in de peilperiode (november 2019 tot 1 mei 2022) 770 unieke gezinnen heeft bereikt, waarvan 173 gezinnen met trajectbegeleiding en 597 met een enkelvoudige hulpvraag. Met dit bereik heeft de Gezinsaanpak minstens 548 gezinnen financieel ondersteund 6, namelijk 173 gezinnen met een meervoudige hulpvraag in trajectbegeleiding en 375 gezinnen met een eerste enkelvoudige financiële hulpvraag. De groep van 173 gezinnen met een traject bestaat voor 45 procent uit gezinnen die direct het traject zijn ingestroomd. De overige 55 procent betreft de instroom van gezinnen die in eerste instantie een enkelvoudige hulpvraag hadden bij wie later pas duidelijk werd (bijvoorbeeld na meer gesprekken) dat er meer aan de hand was.

ze interventies willen inzetten. Hierdoor kunnen we de kenmerken van 41 gezinnen met een afgesloten traject vergelijken met die van gezinnen die op de peildatum nog in begeleiding zijn. De resultaten zijn indicatief; op significantie is niet getoetst. Het lijkt erop dat de gezinnen naar achtergrondkenmerken en armoedeproblematiek verschillen, maar vergelijkbaar zijn als het gaat om stress en de zorgen om kinderen. De gezinnen met een afgesloten traject verschillen op de volgende achtergrondkenmerken van de gezinnen die nog in begeleiding zijn: ze zijn wat minder vaak alleenstaand ouder, minder vaak laag opgeleid, vaker in Nederland of op de Antillen geboren, minder vaak in Marokko geboren en ze hebben vaker een betere beheersing van Nederlandse taal. Wat armoedeproblematiek betreft verschillen de gezinnen met een afgesloten traject op de volgende punten van de gezinnen die nog in begeleiding zijn: ze hebben wat vaker geen

6

48

Rekensom: 470 gezinnen met enkelvoudige financiële hulpvragen minus 95 gezinnen die zijn doorgestroomd naar trajectbegeleiding = 375 gezinnen met een eerste enkelvoudige financiële hulpvraag. Totaal financiële hulp betreft 548 gezinnen, waarvan 173 trajecten en 375 gezinnen met een enkelvoudige hulpvraag.

Kinderen in armoede

inkomen, vaker moeite met het betalen van de

trajectbegeleiding per 1 mei 2022 (peildatum

vaste lasten, ze hebben vaker schulden en hogere

onderzoek) is afgesloten 7. De resultaten van de

schulden, de duur betalingsproblemen is vaker

afgesloten trajecten zijn echter niet te

korter dan een jaar en ze zijn vaker ontevreden

generaliseren naar de totale groep van 173

over hun woning of hebben geen eigen woning.

gezinnen die in de onderzoekperiode

Hun kinderen hebben wat minder vaak te maken

trajectbegeleiding hadden. Vanwege het feit dat

met de gevolgen van armoede.

niet alle trajecten betrekking hebben op alle onderwerpen in de vragenlijst en vragen ook niet

Ook als het gaat om de wijze waarop de gezinnen

altijd even goed zijn ingevuld, geven we in de

zijn bereikt en de inzet van interventies lijken de

beschrijving of bij de figuren aan op hoeveel

groepen van elkaar te verschillen. De gezinnen

antwoorden de resultaten zijn gebaseerd.

met een afgesloten traject hebben zich wat minder vaak zelf bij de Gezinsaanpak aangemeld

Bij iets meer dan een vijfde van de afgesloten

dan de gezinnen die nog in begeleiding zijn. Als

trajecten blijkt dat alle doelen volgens plan zijn

het gaat om interventies hebben de

gerealiseerd: zie figuur 6.1. Bij iets minder dan een

gezinsondersteuners bij de gezinnen met een

kwart besloten de gezinnen om zelf te stoppen

afgesloten traject vaker het plan om in te zetten

met het traject en zijn de trajectdoelen deels

op de leefgebieden inkomen, omgaan met geld,

gerealiseerd. Bij iets meer dan een kwart is het

huisvesting en beroepsontwikkeling en bij de

traject afgesloten, omdat de gezinnen voor

gezinnen die nog in begeleiding zijn vaker op de

passender hulp zijn doorverwezen naar een

geestelijke en lichamelijk gezondheid en

netwerkpartner, bijvoorbeeld naar het wijkteam

werk/dagbesteding.

(ongeveer een tiende) of een andere netwerkpartner. Bij iets meer dan een tiende is het

Afgesloten trajecten

traject om onbekende redenen door het gezin

Nadat het traject is afgesloten hebben

beëindigd en is geen enkel doel gerealiseerd. Bij

gezinsondersteuners een vragenlijst ingevuld,

de overige gezinnen met een afgesloten traject is

onder andere vragen over gezinskenmerken en

niet bekend of er doelen zijn gerealiseerd, maar

armoedeproblematiek. Vanwege de geringe

wel dat een deel van de gezinnen op deze

uitstroom (een derde van het totaal aantal van 173

trajecten door externe factoren zoals ziekte of

trajecten in de onderzoeksperiode) zijn er

verhuizing met het traject is gestopt.

uiteindelijk 46 vragenlijsten ingevuld. Dit is een respons van 80% van de gezinnen bij wie de

Figuur 6.1 Afgesloten trajecten naar realisatie doelen Geen: overdracht gezin

27%

Deel van de doelen

24%

Alle doelen Geen enkel doel

22% 11%

Niet bekend

16%

! Resultaten zijn gebaseerd op 45 antwoorden.

7

Twintig procent van de gezinnen gaf geen toestemming voor onderzoek.

Kinderen in armoede

49

In het kader van nazorg houdt de

In het rijtje hieronder zijn de leefgebieden van de

gezinsondersteuner bij meer dan de helft van de

brug-methodiek gerangschikt naar de mate van

afgesloten trajecten nog contact met het gezin.

inzet:

Ook met een aantal gezinnen dat is overgedragen naar een netwerkpartner. Bij de overige gezinnen

1.

Grip op je geld

is geen nazorg afgesproken.

2.

Een fijn huis

3.

Toekomst van je kind / Lekker in je vel

Bij meer dan driekwart van de gezinnen met een

4. Werken aan je toekomst

afgesloten traject zijn interventies ingezet. Een interventie is gedefinieerd als elke activiteit,

In figuur 6.2 is vervolgens te zien dat de meeste

voorziening, maatregel, verwijzing en dergelijke

interventies zijn ingezet op de volgende pijlers

die is ingezet om de situatie van het gezin te

van de Brug naar een positieve toekomst:

verbeteren. Bij de groep die geen interventies

Inkomen, Huis, en Geestelijk. In vergelijking met

heeft gehad, gaat het om gezinnen die voor

het startplan is er uiteindelijk wat vaker ingezet

passender hulp zijn doorverwezen en/of gezinnen

op Geestelijk welbevinden en wat minder vaak op

die al snel na de intake en analysefase niets meer

Omgaan met je geld. Het minst is ingezet op

van zich hebben laten horen.

pijlers Huishouden, Lichamelijk en Werk/dagbesteding.

Figuur 6.2 Ingezette interventies naar leefgebieden brugmethodiek

Grip op je geld – Inkomen

86%

Een fijn huis – Huis

79%

Lekker in je vel – Geestelijk

57%

Werken aan je toekomst – Beroepsontwikkeling

46%

Toekomst voor je kind – Ontwikkeling

46%

Grip op je geld - Omgaan met geld

43%

Toekomst voor je kind - Stevige basis

43%

Werken aan je toekomst - Werk/dagbesteding Lekker in je vel – Lichamelijk Een fijn huis – Huishouden

36% 25% 21%

! Resultaten zijn gebaseerd op 28 antwoorden

50

Figuur 6.3 laat zien in welke mate

van stress op gedrag. De minst ingezette

gezinsondersteuners interventies hebben ingezet

interventies zijn het aanvragen van eenmalige en

om de gezinssituatie te verbeteren. De meeste

structurele financiële voorzieningen. Tussenin

ingezette interventies voor ouders hebben

gaat het om verwijzingen naar hulpaanbod,

betrekking op praktische hulp, het aanleren van

versterken van het sociaal netwerk en fysieke

vaardigheden en het uitleggen van de effecten

begeleiding naar instanties.

Kinderen in armoede

Figuur 6.3 Rangschikking ingezette interventies ouders

Praktische hulp, zoals bij formulieren

75%

Aanleren van vaardigheden

58%

Uitleg effecten van stress op gedrag

56%

Fysieke begeleiding naar instanties

44%

Verwijzing naar formeel hulpaanbod

44%

Versterken sociaal netwerk

36%

Verwijzing naar informeel hulpaanbod

36%

Inzetten paniekbudget

31%

Aanvraag structurele financiële voorziening

22%

Aanvraag eenmalige financiële voorziening

17%

! Resultaten zijn gebaseerd op 36 antwoorden

Figuur 6.4 geeft een indicatie van de mate waarin

Het minste aangevraagd is individuele

voorzieningen voor het gezin zijn aangevraagd en

inkomenstoeslag, bijzondere bijstand en/of een

toegekend. De meeste aangevraagde en

tandartsfonds. In een enkel geval was de

toegekende voorzieningen zijn de

voorziening al aanwezig of is de aangevraagde

bijstandsuitkering en de kleding- en voedselbank.

voorziening niet aangevraagd of niet toegekend.

Figuur 6.4 Rangschikking toegekende voorzieningen gezinnen

Kledingbank

32%

Bijstandsuitkering

29%

Voedselbank

26%

Broodnood

16%

Woonurgentie

13%

Fonds bijzondere noden

13%

Individuele inkomenstoeslag

6%

Bijzondere bijstand

6%

Fonds Tandarts Collectieve zorgverzekering

3% 0%

! Resultaten zijn gebaseerd op 31 antwoorden

In figuur 6.5 is te zien dat de meeste interventies

kinderfonds. Verwijzingen naar een ander

voor kinderen betrekking hadden op een

hulpaanbod is minder vaak voorgekomen.

Kinderen in armoede

51

Figuur 6.5 Rangschikking ingezette interventies kinderen

Aanvraag kinderfonds

72%

Verwijzing kind naar formeel hulpaanbod

25%

Verwijzing kind naar informeel hulpaanbod

25%

! Resultaten zijn gebaseerd op 36 antwoorden

In figuur 6.6 is te zien dat Fonds Kinderhulp veruit

specifieke voorzieningen als bijvoorbeeld Jarige

de meest toegekende voorzieningen voor

Job, Fonds Meedoen of het Jeugdsportfonds.

kinderen was. Dit in vergelijking met meer

Figuur 6.6 Rangschikking toegekende voorzieningen kinderen

Fonds Kinderhulp

77%

Jarige Job

39%

Jeugdtegoed

35%

Rotterdampas

32%

Fonds Meedoen

32%

Linda foundation

32%

Jeugdsportfonds Jeugdcultuurfonds

10% 0%

! Resultaten zijn gebaseerd op 31 antwoorden

Figuur 6.7 geeft weer wat de veranderingen bij

gebied zien we positieve ontwikkeling, met name

ouders zijn in zelfredzaamheid, vaardigheden en

in een verbetering van de financiële situatie en

omgang met armoedeproblematiek en op

vermindering van financiële stress.

financieel gebied. Voor alle aspecten geldt dat er een positieve ontwikkeling zichtbaar is, het sterkst voor zelfredzaamheid. Ook op financieel

52

Kinderen in armoede

Figuur 6.7 Gezinsondersteuner over veranderingen bij ouders

Zelfredzaamheid toegenomen Omgang armoedeproblematiek verbeterd Basisvaardigheden toegenomen

Financiële situatie verbeterd Financiële stress afgenomen Sociale steun financieel gebied toegenomen Financiële vaardigheden toegenomen 0% Positieve ontwikkeling

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Onveranderd goed

Onveranderd slecht

Weet ik niet

! Resultaten zijn gebaseerd op 29 antwoorden

Figuur 6.8 laat de veranderingen zien ten behoeve

positieve ontwikkeling zichtbaar, maar

van de kinderen. Het gaat hier om de deelname

tegelijkertijd is bij een relatief groot deel

van kinderen aan sport en andere sociale

onbekend wat de veranderingen zijn. Voor alle

activiteiten en voor de ouders om opvoedstress,

ouder-gerelateerde aspecten is een positieve

opvoedvaardigheden en steun bij opvoeding. Uit

ontwikkeling zichtbaar, maar deze is wat minder

de figuur blijkt dat kinderen meer zijn gaan

sterk dan voorgaande aspecten. Met name voor

sporten en/of gaan deelnemen aan sociale

opvoedvaardigheden valt op dat de

activiteiten. Veranderingen op sociaal-emotioneel

gezinsondersteuners relatief vaak de categorie

gebied bij de kinderen zijn minder uitgesproken.

‘Weet ik niet’ hebben aangevinkt.

Weliswaar is bij een deel van de kinderen een

Figuur 6.8 Gezinsondersteuner over veranderingen voor kinderen

Meer sport en andere sociale activiteiten Sociaal-emotionele problemen afgenomen

Sociale steun bij opvoeding toegenomen Opvoedstress afgenomen Opvoedvaardigheden toegenomen 0% Positieve ontwikkeling

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Onveranderd goed

Onveranderd slecht

Weet ik niet

! Resultaten zijn gebaseerd op 29 antwoorden

Kinderen in armoede

53

6.2 Ervaren veranderingen bij gezinnen met trajectbegeleiding Het casusonderzoek waarin we zowel ouders als gezinsondersteuners twee keer tijdens het traject hebben gesproken (na ongeveer een jaar en na ongeveer anderhalf jaar), geeft inzicht in de ervaren veranderingen bij de gezinnen gedurende het traject. Het gaat hier om gezinnen die niet om de een of andere reden tussentijds zijn uitgevallen, wat mogelijk zorgt voor een positieve bias van ervaren veranderingen. Voordat we ingaan op deze ervaren veranderingen, plaatsen we enkele algemene opmerkingen. Wat opvalt is dat bij alle gezinnen positieve veranderingen zichtbaar zijn. Dat er positieve veranderingen zijn, wil echter niet zeggen dat daarmee de problemen bij alle gezinnen na anderhalf jaar begeleiding zijn opgelost. De mate waarin er positieve veranderingen optreden en problemen zijn opgelost verschilt. Dit hangt samen met de complexiteit van sommige casussen. Er zijn gezinnen waarbij de situatie op meerdere leefgebieden stabieler is geworden waardoor de gezinnen zelfstandig verder kunnen. En er zijn gezinnen die na anderhalf jaar begeleiding weliswaar stappen hebben gezet in de aanpak van hun problemen, maar nog steeds te maken hebben met factoren die daarbij belemmerend werken (zie paragraaf 4.4). Die factoren zijn ook niet altijd door de gezinsondersteuners op te lossen.

Verder laten de casussen zien dat het realiseren van positieve veranderingen tijd kost. De problemen laten zich niet zo makkelijk oplossen. Tenslotte zijn veranderingen niet altijd in verband te brengen met de Gezinsaanpak omdat ouders ook elders hulp zoeken of krijgen (bijvoorbeeld van het wijkteam), of toch steun in hun omgeving vinden. Vertrouwen in de gezinsondersteuner Ouders benoemen dat ze vertrouwen hebben gekregen in de gezinsondersteuner. Ze ervaren dat de gezinsondersteuner emotioneel betrokken is bij het gezin, de tijd neemt, goed luistert, met

54

hen naar oplossingen zoekt en bij wijze van spreken dag en nacht klaar staat om te helpen. Ze waarderen de persoonsgerichte benadering van de gezinsondersteuner en hebben niet langer het gevoel dat ze er alleen voor staan. Voor sommige ouders is de relatie met de gezinsondersteuner zo sterk geworden, dat het voor hen voelt als een soort familieband. In het licht van de vaak negatieve ervaringen die deze ouders in het verleden met (hulpverlenende) instanties hadden, is dit een opvallende bevinding. Ik vertrouw haar werkelijk heel erg veel. Want ze gaat er helemaal 100% voor, met mij. Ze was ook bang dat ik het huis zou verliezen. Ze weet hoe moeilijk het is om in Nederland een huis te krijgen. Het meest belangrijke voor haar was dat ik het huis kon blijven houden. En ook voor de kinderen. Ze was hiermee erg begaan. Zij was heel de tijd met mij, het maakt haar niet uit of het zondag is. Ik kan altijd bij haar terecht. Ze weet dat ik in grote stress zat. Ze is niet zoals een professional die werkt, maar meer zoals een familielid, die alles van me afweet. Moeder, casus 9 Ik vind gewoon dat ze mijn kleine zusje is. Ja, ze heeft ons echt veel geholpen. En ze doet het ook goed. Bijvoorbeeld vóór haar waren er ook die goed waren, maar [naam gezinsondersteuner] doet het toch anders. Hoe ze met de ouders omgaat. Je voelt je toch bij haar veiliger.

Ik weet niet waarom, maar ik voel gewoon, als ze bij mij komt voel ik, snap je, ik heb alle vertrouwen in haar. Moeder, casus 8 Ook gezinsondersteuners zien veranderingen bij ouders als het gaat om vertrouwen, bijvoorbeeld in hun houding. Een gezinsondersteuner ziet bijvoorbeeld een meer open houding van moeder als een belangrijke verandering. Een houding die blijk geeft van ik heb vertrouwen in jou als hulpverlener en als mens. Maar ik denk dat ook die verandering in haar: het gevoel te hebben van, er is iemand die dat met mij wil pakken. Of ik voel me goed bij iemand die- Dat stukje en dat ook gewoon ervoor gaan. Want het was echt gewoon eerst een vrouw die bij jou kwam en die zat daar en alles was echt gesloten en vraag, antwoord, vraag, antwoord en klaar. Maar nu kunnen we gewoon kletsen en het is heel anders. Gaat het echt om een weekend, wat je gedaan hebt.

Kinderen in armoede

Dat had je in het begin absoluut niet. Gezinsondersteuner, casus 13 Het vertrouwen van ouders in de gezinsondersteuners leidt tot mond-tot-mond reclame waardoor steeds meer mensen de gezinsondersteuners weten te vinden. Een gezinsondersteuner licht toe dat veel mensen in deze wijken vertrouwen hebben in wat de buurvrouw vertelt of een moeder op school en dat een positieve ervaring met een gezinsondersteuner op deze manier wordt doorverteld. Maar ik hoor ook wel verhalen dat zij gewoon zo haar best doet om die gezinnen te kunnen helpen. Met meubels, met kleding. Ja, dat er zoiets bestaat. Ik denk niet dat mensen het gaan redden als dit niet zou bestaan, voor mijn geval dan. Echt waar. Vooral in de wijk, ze is hier in de wijk. En de meeste problemen heb ik gehoord, dat er heel veel problemen zijn, hier in de wijk. Dus we kunnen niet zonder [naam gezinsondersteuner]. Moeder, casus 5 Minder stress en meer rust in gezin

doen. Ik heb heel veel ruimte, van oké, rust hebben wij thuis. Ik moet niet zeggen van- Ik word boos van- Weet je, er is niks. Ik moet dingen betalen. Heb je, zeg maar stress van dat je heel veel dingen. Je komt geld tekort en dat heb ik niet meer gelukkig. Ik moet alleen maar gewoon gaan aanwennen van oké, dit is mijn leefgeld wat ik krijg per week. En hoe ik het ga budgetteren zodat het voor het hele week heb. Moeder, casus 1 Ik heb me verwaarloosd, maar nu gaat het beter. Ik heb zelfs meer dan een jaar geen crème op mijn gezicht gesmeerd. Minder zorgen, minder stress. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik nu een volgende stap kan nemen naar mijn toekomst. Ik zit niet vast aan ik moet nog dit gaan aanschaffen, hoe moet ik dat doen en het is zoveel stress van me af. Nu kan ik verder met andere dingen. Moeder, casus 13 Vergeleken met hoe het was de eerste paar maanden en nu is een wereld van verschil. Maar ook gewoon haar rust. Ze straalt een enorme rust uit. Die paniek in haar gezicht is weg. Echt, de eerste paar maanden was het alleen maar paniek. Gezinsondersteuner, casus 9

De (financiële) stress die bij alle gezinnen aan het

Stappen gezet richting financiële stabiliteit

begin van het traject aanwezig is, neemt bij de

De mate waarin er financiële problematiek speelt

meeste gezinnen af, waardoor ouders meer rust in

in de gezinnen varieert en daarmee ook de

het gezin ervaren. Ook gezinsondersteuners

veranderingen die zijn ontstaan. Wat voor vrijwel

benoemen deze veranderingen en zien ook dat

alle gezinnen geldt is dat ze meer overzicht

ouders minder in paniek raken. In verschillende

hebben gekregen in hun financiën. Bij

casussen zien we terug dat de rust ervoor zorgt

verschillende gezinnen is de financiële situatie

dat er meer ruimte komt voor andere dingen,

stabiel in de zin dat er dankzij de

bijvoorbeeld om leuke activiteiten te gaan doen

gezinsondersteuner voldoende inkomen is om

met hun kinderen of na te denken over hun

rond te komen, maar zijn de schulden nog niet

toekomst.

afgelost. Zo heeft een moeder al diverse schulden weten af te lossen, maar staat er nog steeds een

We zien echter ook dat er verschillende gezinnen

schuld bij de Belastingdienst. Ook is nog steeds

zijn die tijdens het begeleidingstraject opnieuw

onduidelijk of ze erkend wordt als gedupeerde

stress krijgen vanwege nieuwe (ingrijpende)

van de toeslagenaffaire. Bij andere gezinnen is

gebeurtenissen.

meer stabiliteit ontstaan omdat ze zijn toegeleid

Die rust, dat ik niet elke keer als ik naar de brievenbus ga dat ik denk wat moet ik nu gaan doen? Welke brief zit er nu in? Wat moet ik nu gaan betalen? En ik heb geen geld daarvoor. Dus dat heb ik niet meer. Maar ik heb wel heel wat rust aan mijn hoofd. En meer tijd om met mijn kinderen leuke dingen te doen. Want dat moet je niet gaan denken van oké, ik moet dit gaan betalen, ik moet dat gaan

Kinderen in armoede

naar schuldhulpverlening en hiermee een start hebben gemaakt met het aflossen van hun schulden. De rekeningen, alles wat ik moet betalen, ik fix het. Ik kan het betalen in delen. Ik betaal ook als het lastig is ‘in hard times’. Ik betaal alles. Alles is zoals

55

het moet zijn. ‘No problems’, geen extra’s, er gebeuren geen dingen. Moeder. Casus 9 Bij enkele gezinnen is nog steeds sprake van financiële onzekerheid. Zo is er een gezin waarbij de hulp bij verrekeningen van inkomsten uit arbeid (nul-urencontract) door W&I niet tot meer zekerheid heeft geleid met als gevolg dat het gezin meer moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen en dat is een nieuwe bron van stress geworden. In een andere casus leent een gescheiden vrouw met een ziekte-uitkering (UWV) nog steeds geld bij vriendinnen en stoppen de grootouders van haar zoontje haar regelmatig geld toe.

natuurlijk. Maar dus dat merkte ik wel van die kinderen zijn echt met zulke kleine dingen zo dankbaar, dat je toch wel ook daardoor realiseert van, ja er is niet veel. Gezinsondersteuner, casus 14 Mentale gezondheid wisselend verbeterd Veranderingen zijn er ook op mentaal gebied. In sommige casussen ervaren vrouwen geleidelijk aan minder stress en meer rust in hun hoofd. Hun zorgen nemen af omdat ze merken dat hun leefsituatie verbetert: aan de belangrijkste oorzaak van hun stress wordt gewerkt, er is hulp bij de financiën, thuis verbetert de sfeer, kennis en vaardigheden nemen toe. Dat het mentaal beter gaat met sommige ouders merken de gezinsondersteuners aan verschillende

Materiële situatie verbeterd

gedragingen. Sommige ouders worden

De gezinnen voelen zich geholpen met allerlei

gaandeweg vrolijker en gaan meer zorg besteden

spullen. Moeders en kinderen reageren blij op de

aan hun uiterlijk. Ook zien gezinsondersteuners

spullen die de gezinsondersteuner regelde voor

dat hun lichaamshouding verandert of dat ze meer

het gezin, zoals bedden, fietsen, laptops,

ontspannen omgaan met zaken die voorheen

cadeautjes voor verjaardag, sinterklaas en kerst,

paniek veroorzaakten. Ze bellen bijvoorbeeld niet

kledingbonnen en spulletjes voor de inrichting

meer in paniek op en raken niet meer overstuur

van hun slaapkamers.

door brieven die binnenkomen. Bij weer andere ouders neemt de weerbaarheid toe. Ze worden

Ik kan nu tenminste ook gewoon goed slapen. Ik heb nu een bed, mijn kinderen ook. Heel veel dingen in mijn huis zijn veranderd. Als er niet hulp was van [naam gezinsondersteuner], kon ik er niet aan komen, want ik zit krap. Ik hou niks over elke maand. Ik ben haar echt dankbaar hiervoor, want ze heeft haar werk gewoon echt heel goed gedaan. En met haar hart. En ze gunt het ook. Moeder, casus 13 Een moeder vertelt dat haar kinderen genieten van alles wat ze kregen, maar dat vooral haar oudste zoon heel erg blij is met zijn ingerichte kamer en zijn laptop. Sindsdien gedraagt hij zich meer relaxed. Een gezinsondersteuner hoorde van een moeder terug dat de kinderen erg blij waren met de cadeautjes die ze via Actie Pepernoot kregen. Als je dan hoort hoe blij ze daarmee zijn. Ja, op een gegeven moment wilden de jongens graag een fiets, maar daar was dan geen geld voor. En dan ja, dat gesprek daarover is soms wel vervelend geweest, ook voor de kinderen. Nou dat kunnen we dan uiteindelijk regelen. Dus dat is dan heel mooi

56

energieker en pakken steeds meer zaken zelf op. Zij is mentaal echt vooruitgegaan en daardoor gaat alles eigenlijk beter. Sinds het moment dat zij beter in haar vel zit en zich goed voelt, komt zij zelfverzekerder over. En die zelfverzekerdheid, dat merk ik gewoon in haar dagelijks leven, haar uiterlijk, wat ze allemaal zelf regelt, wat ze zelf probeert voordat ze hulp inschakelt. Ze is veel zelfredzamer ook geworden. Gezinsondersteuner, casus 12 Je ziet dat ze echt straalt. Zij is weer een heel vrolijk iemand. Natuurlijk af en toe met ups en downs. Maar zij heeft weer die motivatie om uit huis te komen, haar dingen te doen. Ze gaat heel vaak nu naar buiten met haar zoon. En in het begin was echt dat je dacht van wauw, ze kwam echt niet meer uit huis. Maar je zag ook gewoon aan haar dat de energie op was. Dus doordat de dingen opgelost worden voor haar, je merkt dat ze straalt. En dat is ook heel fijn. Ik denk dat dat ook weer haar kracht geeft om door te gaan”. Gezinsondersteuner, casus 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=4f679496-c6a8-4d19-9ac9-2d3f35c50d03