CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005370] Bijlage 2 behorende bij 23bb005368 over eindrapport Gezinsaanpak

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 17 januari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken34.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Kinderen in armoede

Omdat het gewoon een positief effect heeft gegeven bij mij. Ik ben er vrolijker van geworden. Ik heb als het ware iemand gevonden die me begrepen heeft en dat is zo van belang, dat iemand je begrijpt.’ Moeder, casus 11 Mentale verbeteringen doen zich niet in alle casussen voor. Zo raken sommige moeders door onvoorziene gebeurtenissen opnieuw in de stress of in een depressieve stemming. Zo ontwikkelde een moeder met wie het goed ging depressieve klachten nadat haar ex haar met de dood had bedreigd. Een andere moeder krijgt psychische klachten op het moment dat er meer duidelijkheid kwam over de omgangsregeling en ze meer rust kreeg.

draait om haar kinderen natuurlijk. Ze heeft het weer over haarzelf. Gezinsondersteuner, casus 10 ‘Ik had ook een doel voor mijzelf. Nu een aantal jaar door depressie, zwangerschap achter elkaar, ben ik heel veel aangekomen en het lukte mij niet om af te vallen. En ik ga nu voor een maagverkleining. Maar om dat te doen, was er ook heel veel in mijn hoofd en moet ik het doen, moet ik het niet doen? En wil ik het wel gelijk doen? Dus we hebben daarvoor ook heel veel andere dingen geprobeerd. Zij heeft mij ook geholpen voor een sportschool, advies, die voedingsdeskundige, afspraken geregeld daarvoor, mij gemotiveerd om naar mijn huisartsafspraken te gaan voor mijn pijn’. Moeder, casus 14 Andere moeders daarentegen werken al op eigen initiatief aan hun toekomst of doen dit onder druk

Maar met name de stress van toen ze nog met haar man was en de hele vechtscheiding daarna, merkt ze dat ze daar nu psychisch last van begint te krijgen. Dat is nu hè? Maar sinds een paar weken merkt ze dat ze een beetje benauwd is. Ze heeft wat paniek, wat angstaanvallen, kan moeilijk tegen kleine ruimtes. Dus er is een soort angst bij haar ontwikkeld. Ze is bij de huisarts geweest, dus de huisarts zal haar ook verwijzen naar een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige of een praktijkondersteuner bij de huisarts. Maar de nasleep, de naklap. Nu ze wat in haar rust komt, nu heel veel geregeld is, haar financiën, nu is ook duidelijk wat er gaat gebeuren rondom de omgang, dat er begeleiding komt en dat vader de kinderen gaat zien. Dat dat ook wordt begeleid en wordt geobserveerd, heeft ze daar rust. Maar nu komt ze eigenlijk bij haarzelf. Gezinsondersteuner, casus 10

van bijvoorbeeld W&I of met behulp van andere

Meer ruimte voor toekomstplannen

heeft gekregen. Andere voorbeelden zijn een

We zien in verschillende casussen dat moeders expliciet aan de gezinsondersteuner kenbaar maken aan hun toekomst te willen werken. Gestimuleerd door de gezinsondersteuner maken ze plannen voor (beter betaald) werk en/of

organisaties. Meer zelfredzaam Het versterken van vaardigheden zorgt ervoor dat ouders steeds meer zelf dingen gaan oppakken en daarmee zelfredzamer worden. We zien in de casussen bijvoorbeeld dat ouders steeds vaker zelf (mondeling en/of schriftelijk) contact opnemen met instanties (soms nog wel met ondersteuning van de gezinsondersteuner) en beter weten hoe ze hun (financiële) administratie kunnen regelen. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting bij een ouder die niet meer met hele stapels post (inclusief reclamemateriaal) bij de gezinsondersteuner komt, maar met gerichte vragen over belangrijke brieven of mails die ze ouder die geen financiële vaardigheden had, omdat haar ex-man de financiën deed, en nu in staat is om zelfstandig haar financiën regelen en een ouder die met behulp van DigiD nu zelf haar zorgverzekering kan betalen.

opleiding. Ze willen bijvoorbeeld op taalcursus om de Nederlandse taal (beter) te leren,

We zien in de casussen ook dat er ouders zijn die

vrijwilligerswerk doen of hun rijbewijs halen.

leren om meer planmatig problemen aan te pakken door eerst na te denken en kleinere

Ik heb haar in het begin niet over haarzelf gehoord, wat ze nodig heeft. En nu, sinds een paar keer, heeft ze het over, ik wil mijn rijbewijs halen, ik wil een keer naar de schoonheidsspecialiste, ik ben al zo lang niet voor mezelf ergens naartoe geweest. Want alles

Kinderen in armoede

stapjes te zetten in de aanpak van hun problemen. Ook weten ouders beter bij wie ze terecht kunnen als ze vragen hebben of waar ze informatie kunnen vinden.

57

Ja, nu kan ik meer dingen zelf doen. Bijvoorbeeld als ik een e-mailtje wil sturen. Oké, even [naam gezinsondersteuner] bellen. Nu kan ik het gewoon zelf doen. Ze heeft me ook geleerd als ik een e-mail krijg. Hoe moet ik even gewoon antwoorden. Hoe noem je dat? Gelijk antwoord geven. Dat doe ik ook nu zelf. En ja, ook ik moet voor mezelf een beetje opkomen, gewoon op je voet, hoe zeg je dat? Dat je gewoon even sterk in je (bedoeld sterk in je schoenen staat). Ze geven jou ook, je kan het wel, doe dat en ja, heel veel dingen. Ze geven jou gewoon die steun. Ja, stimuleren. Dat vind ik wel fijn als iemand dat tegen jou zegt. Je kan het, ja. Dat geeft je wel goede gevoel. Moeder, casus 8

de bioscoop bezoeken, een weekendje weg of op vakantie. Ze heeft ook veel gedaan voor ons. Ze heeft bijvoorbeeld ons een keertje gebracht naar mijn moeder, naar het ziekenhuis. Ze heeft ons meer bij elkaar gebracht, toen die tijd. Ze heeft ook proberen leuke dingen met ons te doen, zodat we het een beetje vergeten. Het was wel effectief en zo, ik voelde me wel beter. En ze heeft gewoon praatjes gehad met ons, gewoon om beter te voelen en zo en dat heeft geholpen. Zoon, casus 8 Over het algemeen gaat het goed met de kinderen. In vergelijking met de start van het

Ze weet heel goed hoe we samen het overzichtje maken, ze weet bij wie ze moet aankloppen, ze weet hoe het zit om tegenwoordig even te bellen en bijvoorbeeld een regeling af te spreken. Haar internetbankieren heeft ze goed door, dus het zelfstandige na zo veel jaar eigenlijk binnen geleefd te hebben. Dat gaat haar steeds makkelijker af. Kijk, dat ze het nog niet helemaal alleen af durft, is wat anders, gewoon omdat ze nog even die houvast wil hebben van oké, [naam gezinsondersteuner] heeft met me meegekeken, prima. Omdat ze dus niet nog hogere schulden of ellende wil. Gezinsondersteuner, casus 5. Ik sta nu gewoon sterker in mijn schoenen. Als ik een brief krijg of een rekening of iets, dan krijg ik

traject zijn ze blijer of vrolijker en in een enkel geval minder verdrietig of opstandig. Ook blijkt dat sommige kinderen meer rust in huis ervaren, omdat de sfeer in huis verbetert of minder gespannen is. In sommige gevallen horen gezinsondersteuners dat de schoolprestaties beter zijn. Deze positieve ontwikkelingen zijn niet altijd een-op-een toe te schrijven aan de hulp en ondersteuning van de gezinsondersteuner. Zo hoorde de gezinsondersteuner van een moeder dat haar oudste dochter weer is opgebloeid nu ze met iemand van school kan praten over de situatie thuis.

wel even die paniek, maar dan denk ik oké, chill. We

6.3 Conclusies

gaan het eerst rustig lezen, snap ik het niet, gaan we

De Gezinsaanpak heeft twee groepen gezinnen

[naam gezinsondersteuner] contacteren, gaan we

bereikt en ondersteund: een relatief grote groep

bellen. Het is nu stap voor stap. Moeder, casus 14

met een enkelvoudige hulpvraag en een kleinere

Welzijn kinderen verbeterd De kinderen zijn over het algemeen sociaal actiever geworden: ze zijn meer gaan sporten en doen meer mee aan kinderactiviteiten bij welzijnsorganisaties. Hierbij gaat het voornamelijk om activiteiten die dankzij de inzet

groep met meervoudige hulpvragen. Laatstgenoemde groep is de beoogde doelgroep van de integrale, intensieve trajectbegeleiding. Met het bereiken van deze twee groepen heeft de Gezinsaanpak in de onderzoeksperiode meer dan 500 gezinnen financieel ondersteund.

van de gezinsondersteuner tot stand zijn

De groep van 173 gezinnen met meervoudige

gekomen, bijvoorbeeld omdat de

hulpvragen is voor een belangrijk deel bereikt

gezinsondersteuner het kind bij een

door de hulp die gezinsondersteuners op

welzijnsorganisatie heeft aangemeld voor

bijvoorbeeld spreekuren in de wijk bieden. Het

activiteiten of voor het kind de gewenste sport

andere deel is direct het traject ingestroomd

heeft geregeld. Ook blijkt in sommige casussen

onder andere door verwijzing van een

dat de kinderen vaker samen met hun ouder(s)

netwerkpartner.

leuke dingen doen zoals de speeltuin, het bos of

58

Kinderen in armoede

Bij een derde van de gezinnen met

van fondsen. Voorzieningen voor kinderen zijn

trajectbegeleiding is het traject in de

vooral aangevraagd bij Fonds Kinderhulp.

onderzoeksperiode na gemiddeld negen maanden afgesloten; twee derde is bij sluiting van de

De helft van de gezinnen met een afgesloten

periode nog in begeleiding. De gemiddelde

traject lijkt de juiste hulp te hebben gekregen: bij

trajectduur is op dat moment vijftien maanden.

die gezinnen zijn alle doelen volgens plan behaald

Dat lijkt erop te wijzen dat de Gezinsaanpak niet

of was er overdracht aan een netwerkpartner. Bij

alleen in staat is om gezinnen met meervoudige

de overige afgesloten trajecten zijn de gezinnen

en/of complexe problematiek te bereiken maar

uit eigen beweging deels door ingrijpende

deze gezinnen ook weet vast te houden.

gebeurtenissen voortijdig met de begeleiding gestopt en zijn doelen gedeeltelijk of helemaal

De gezinnen met een afgesloten traject lijken in

niet behaald of is dat onbekend. Of deze gezinnen

achtergrondkenmerken en armoedeproblematiek

zelfredzaam genoeg zijn om hun verdere leven

te verschillen van de groep die op de peildatum

positief vorm te geven, is nog maar de vraag.

nog in begeleiding is. De gezinnen met een afgesloten traject zijn wat vaker in Nederland

Ondanks dat bij veel gezinnen doelen niet echt

geboren, beheersen de Nederlandse taal beter en

zijn behaald, zijn er positieve veranderingen bij de

zijn vaker midden of hoger opgeleid. Ook hebben

gezinnen waargenomen. Bij de ouders is er voor

ze wat vaker schulden en ook hogere schulden.

alle gevraagde aspecten een positieve

Hun betalingsproblemen bestaan vaak korter dan

ontwikkeling zichtbaar. Deze is het sterkst voor

een jaar. Daarnaast hebben de gezinnen wat

zelfredzaamheid, de financiële situatie en de

vaker problemen met huisvesting. De verschillen

financiële stress. Ook als het om de aspecten die

in stress of zorgen om kinderen zijn min of meer

met de opvoeding van kinderen gaat zijn er

vergelijkbaar.

positieve ontwikkelingen te zien, maar minder sterk dan bij de eerdergenoemde aspecten.

De resultaten uit het vragenlijstonderzoek hebben

Verder blijkt dat kinderen meer zijn gaan sporten

vanwege de geringe uitstroom een beperkte

en/of gaan deelnemen aan sociale activiteiten.

waarde. Ze zeggen alleen iets over de gezinnen

Veranderingen op sociaal-emotioneel gebied bij

die in de onderzoeksperiode zijn uitgestroomd. De

de kinderen zijn minder uitgesproken.

onderzoeksresultaten zijn niet te generaliseren naar de totale groep van 173 gezinnen met

Bij alle gezinnen uit het casusonderzoek zijn

trajectbegeleiding.

positieve veranderingen zichtbaar. De mate waarin bij deze gezinnen positieve veranderingen

Wat opvalt is dat van de afgesloten trajecten vier

optreden en problemen zijn opgelost verschilt. Dit

op de vijf interventies betrekking hebben op de

hangt samen met de complexiteit van sommige

leefgebieden inkomen en huisvesting. Veel

casussen. Er zijn gezinnen waarbij de situatie op

interventies voor ouders zijn praktisch van aard,

meerdere leefgebieden stabieler is geworden,

zoals hulp bij formulieren en het aanleren van

waardoor de gezinnen zelfstandig verder kunnen.

vaardigheden. Daarnaast is ook veel aandacht

En er zijn gezinnen die na anderhalf jaar

besteed aan het uitleggen van de invloed van

begeleiding weliswaar stappen hebben gezet in

stress op iemands functioneren.

de aanpak van hun problemen, maar nog steeds te maken hebben met factoren die daarbij

De meest aangevraagde voorzieningen die de

belemmerend werken en niet altijd door de

gezinsondersteuners voor de gezinnen regelden

gezinsondersteuner op te lossen zijn.

zijn de voedsel- en kledingbank en een bijstandsuitkering. De interventies voor kinderen

Positieve veranderingen bij de gezinnen hebben

bestaan voor het overgrote deel uit het aanvragen

betrekking op meer vertrouwen van ouders (in de

Kinderen in armoede

59

persoon van de gezinsondersteuner), minder

mentale gezondheid van moeders zien we zowel

(financiële) stress en meer rust in het gezin, meer

positieve als minder positieve veranderingen.

zelfstandig (financiële) zaken oppakken, meer (financiële) stabiliteit, betere materiële situatie, meer ruimte voor toekomstplannen en verbetering van het welzijn van kinderen. In de

60

Kinderen in armoede

7 Conclusies en discussie Dit hoofdstuk gaat in op de conclusies van het onderzoek. De pilot met de Gezinsaanpak is in drie gebieden in Rotterdam uitgevoerd: in

7.1

Conclusies

7.1.1

Bereik en doelgroep

Bospolder-Tussendijken, Crooswijk en

In de praktijk werkt de Gezinsaanpak met een

Tarwewijk/Carnisse. De eerste deelnemers aan de

dubbele doelgroep. De kerndoelgroep is de

pilot zijn in het najaar van 2019 gestart. Het

beoogde doelgroep van gezinnen in armoede met

evaluatieonderzoek is kort daarna begonnen en

doorgaans meervoudige problematiek die met

gedurende de pilotperiode uitgevoerd.

een intensieve en integrale aanpak wordt ondersteund. Daarnaast blijkt de Gezinsaanpak

De vraagstelling van het onderzoek luidt:

ook gezinnen te bereiken met een enkelvoudige

•

Wat is de interventietheorie van de

vraag (of een serie van enkelvoudige vragen) die

gezinsaanpak Kinderen in armoede?

met kortdurende ondersteuning worden

Hoe wordt de gezinsaanpak in de praktijk

geholpen. In de periode november 2019 tot mei

georganiseerd, ervaren, gewaardeerd en

2022 heeft de Gezinsaanpak 173 gezinnen met

wordt de aanpak volgens plan uitgevoerd?

een intensief traject begeleid en bijna 600

Wat zijn de resultaten en de ervaren effecten

gezinnen met enkelvoudige hulpvragen

van de gezinsaanpak: de output en de

ondersteund. Ongeveer een op de zeven gezinnen

outcome?

met enkelvoudige hulpvragen stroomt op den

•

•

duur door naar een intensief traject. De eerste fase van het onderzoek was gericht op de explicitering van de onderliggende interventietheorie van de Gezinsaanpak. Op basis van documentenanalyse en interviews met diverse sleutelinformanten is deze theorie opgesteld (Van de Looij et al. 2021a). Het betreft een verzameling concepten en werkhypothesen die tezamen een beeld schetsen welke doelen men met de Gezinsaanpak beoogd te bereiken voor welke groepen en wat de (verondersteld) werkzame bestanddelen zijn van deze aanpak. In het vervolg van de evaluatie is op basis van vragenlijstonderzoek en uitgebreide kwalitatieve dataverzameling en analyse deze interventietheorie empirisch getoetst. In de volgende paragraaf worden de belangrijkste bevindingen over aspecten van de Gezinsaanpak beschreven: het bereik, de werkwijze, de samenwerking met derden en de resultaten. Tot slot van de beschrijving van de bevindingen wordt een (hernieuwde) interventietheorie gepresenteerd. In de slotparagraaf wordt een aantal discussiepunten opgevoerd.

Kinderen in armoede

Inbedding in de wijk blijkt van belang om deze gezinnen te kunnen bereiken. Het merendeel van de gezinnen met trajectbegeleiding is via de netwerkpartners aangemeld bij de Gezinsaanpak. Maar ook het houden van spreekuren op belangrijke vindplaatsen als scholen en (andere) plekken waar gezinnen met weinig geld komen, blijkt een goede methode te zijn. Dit onderzoek is gericht op de groep gezinnen met een intensief traject, de kerndoelgroep van de gezinsaanpak. Alle bevindingen hebben op deze groep betrekking. De bereikte gezinnen kenmerken zich door een lage sociaal-economische status en hebben meestal een migratie-achtergrond. De vaardigheden om de weg te vinden in de samenleving (Nederlandse taal, digitale vaardigheden, communicatieve vaardigheden in relatie tot instanties) zijn doorgaans niet sterk ontwikkeld. Het sociale netwerk is vaak klein. De gezinnen combineren een geschiedenis van hulpverlening met een niet al te hoog vertrouwen

61

in wat de hulpverlening hun te bieden heeft. Ook

-

trots, schaamte en schuldgevoelens maken dat

Integrale en intensieve aanpak De ondersteuning richt zich op verschillende

deze gezinnen vaak pas in een laat stadium hulp

gezinsleden en diverse leefgebieden. De

gaan zoeken.

trajectduur is vrij lang en biedt tijd om allerlei zaken geregeld te krijgen. De frequentie van

Doorgaans zijn financiële problemen de

het contact wordt aangepast aan de behoefte

aanleiding voor het eerste contact met de

van het gezin.

Gezinsaanpak. Vaak blijkt evenwel al snel dat de problematiek ingewikkelder is. Veel ouders

-

Present zijn

kampen langdurig met stress, die overigens niet

Zichtbaar zijn voor netwerken in de wijk en

alleen of overwegend te maken heeft met de

aanwezig zijn op ‘vindplaatsen’ van gezinnen

financiële situatie, maar ook met andere

met geldzorgen. De Gezinsaanpak is

problematiek zoals huiselijk geweld of een

toegankelijk, aanspreekbaar en biedt eerste

dreigende huisuitzetting. Een vijfde van de ouders

ondersteuning zonder complexe aanmeld- of

maakt zich daarnaast zorgen om de ontwikkeling

intakeprocessen of een wachtlijst.

van de kinderen. Anders dan verondersteld is er niet een wezenlijk

-

De persoonsgerichte benadering in

onderscheid tussen gezinnen die begeleiding

combinatie met het kunnen verlenen van

krijgen van de Gezinsaanpak en gezinnen die

directe, vaak praktische, hulp helpt bij het

ondersteuning krijgen van of via het wijkteam.

opbouwen van een vertrouwensrelatie. Het

Soms blijkt het wijkteam al betrokken en geeft de

delen van een gemeenschappelijke

Gezinsaanpak aanvullende ondersteuning. Soms

achtergrond (ouderschap, leeftijd, cultuur) en

ook meldt het wijkteam zelf gezinnen aan bij de

het spreken van dezelfde taal is behulpzaam.

Gezinsaanpak.

7.1.2

Werkwijze

Werken aan een vertrouwensrelatie

-

Aansluiten bij behoeften en mogelijkheden Zoveel mogelijk aansluiten bij de hulpvraag

Zoals mag worden verwacht gezien de doelgroep

en motivatie van de cliënt, diens

met meervoudige problematiek kenmerkt de

vaardigheden en een passend

Gezinsaanpak zich door een divers hulpaanbod

handelingstempo. Soms worden grenzen

voor zowel de ouders als de kinderen in het gezin.

getrokken door gezinsondersteuners als de

Financiële en materiële hulp worden op maat

motivatie bij cliënt om noodzakelijke of

gecombineerd met (bemiddeling naar) hulp van

onvermijdelijke stappen te zetten ontbreekt.

immateriële aard, hulp bij contacten met instanties, en hulp voor de kinderen in de vorm

-

van materiële hulp, hulp bij participatie in clubjes,

Dit houdt in dat gezinsondersteuners rekening

lichte opvoedingsondersteuning of ondersteuning

houden met het handelingsvermogen

bij de inschakeling van specialistische hulp.

(executieve vaardigheden) van cliënten – dat door stress verminderd kan zijn, én proberen

De methodische principes van de Gezinsaanpak

om stressoren weg te nemen of te

zijn deels gebaseerd op wetenschappelijke

verminderen.

kennis, deels op professionele kennis die in andere praktijken is opgedaan en deels uit de

62

Stress-sensitieve dienstverlening

-

Versterken van vaardigheden en kennis

ervaring van de gezinsondersteuners. Op basis

Verbeteren van de zelfredzaamheid wordt

van het empirisch onderzoek hebben we een

vooral gezien als het verbeteren van

aantal kenmerkende elementen in de methodiek

vaardigheden. Daartoe worden cliënten door

kunnen identificeren:

gezinsondersteuners getraind: functioneel

Kinderen in armoede

door concrete vaardigheden aan te leren, strategisch door te leren hulpbronnen in te schakelen als men zelf iets niet kan en tot slot compenseren. Dat laatste is eigenlijk geen training maar het (tijdelijk) overnemen van handelingen omdat de cliënt daartoe zelf niet in staat is. Voorts is er sprake van kennisoverdracht bijvoorbeeld over het gebruik van overheidsvoorzieningen. Het

7.1.3

Samenwerking

De participatie in ‘wijknetwerken’ is een belangrijke conditie gebleken voor de signalering en toeleiding van gezinnen met geldzorgen naar de Gezinsaanpak. Daarnaast hebben gezinsondersteuners gebruik gemaakt van ondersteuningsaanbod van lokaal opererende organisaties.

aanleren van vaardigheden is een belangrijk

In plaats van het zelf opzetten van een nieuwe

onderdeel van de methodiek, maar mogelijk

‘wijkcoalitie’ bleek het aansluiten bij bestaande

ook het moeilijkste onderdeel: door stress,

netwerken veel werkbaarder. Het hebben van een

gebrek aan zelfvertrouwen, weinig ervaring

onderscheidend verhaal over de meerwaarde van

met het regelen van zaken of negatieve

de Gezinsaanpak en zicht op continuïteit maken

ervaringen in het verleden blijkt dit een taai

voor netwerkpartners de samenwerking

proces.

aantrekkelijk. Tegelijkertijd blijken privacy-issues,

Bij de ondersteuning van gezinnen kunnen de gezinsondersteuners gebruik maken van de

organisatiebelangen en uiteenlopende beroepsopvattingen nog wel eens een hindernis.

instrumenten uit de Brug-methodiek. De Brug is

Voor de ondersteuning van gezinnen met

een metafoor voor de weg die men aflegt naar een

geldzorgen hebben gezinsondersteuners veel

betere toekomst. De Brug bestaat uit diverse

contacten met een diversiteit aan andere

pijlers die de situatie op de verschillende

organisaties en professionals. Vaak zijn dat

leefgebieden weergeven. De instrumenten uit de

kortdurende contacten of is de rol van de

Brug-methodiek blijken in de praktijk minder

Gezinsaanpak er een op de achtergrond.

goed te werken. Gebrekkige taalvaardigheid,

Incidenteel hebben gezinsondersteuners de

beperkte cognitieve vaardigheden en stress

casusregie op zich genomen en de bijdragen van

maken deze instrumenten minder geschikt voor

de verschillende hulpverleners aan de gezinnen

de doelgroep. Gezinsondersteuners vinden de

gecoördineerd.

Brug wel waardevol voor zichzelf omdat het ondersteunend is bij het inzicht verkrijgen in de

De netwerkpartners waarderen de Gezinsaanpak

situatie van een gezin en bij de monitoring en

onder meer vanwege de toegankelijkheid, de

evaluatie van het traject.

integrale aanpak, het, voor de burger, ‘neutrale’ imago en de pragmatische werkwijze.

Gezinsondersteuners ervaren verschillende, door hen moeilijk te beïnvloeden, belemmeringen die gedurende de trajecten kunnen optreden. Beperkte vaardigheden (taal, digitale of communicatieve vaardigheden) van ouders, cognitieve beperkingen, gebrek aan motivatie of ingrijpende gebeurtenissen kunnen de voortgang belemmeren. Daarnaast zijn omslachtige procedures bij andere organisaties, tegenwerkende regelgeving en de coronamaatregelen als belemmerend ervaren.

7.1.4 Resultaten De Gezinsaanpak heeft in ruim twee jaar tijd ruim 750 unieke gezinnen bereikt. Dat betreft voor een groot deel gezinnen met een enkelvoudige hulpvraag en met kortdurend contact. Het aantal gezinnen uit de oorspronkelijk beoogde doelgroep, met meervoudige problemen die een intensief en integraal traject behoeven, bedraagt 173. Dat blijft ruim achter bij de target van 500 die destijds in het Plan van Aanpak werd gesteld. Maar destijds is ook niet voorzien dat de Gezinsaanpak een groot aantal gezinnen met een

Kinderen in armoede

63

(vooralsnog) kortdurende of enkelvoudige

omstandigheden niet altijd gemakkelijk te

hulpvraag zou bereiken.

veranderen zijn. Dit laatste maakt de beslissing om trajecten te beëindigen niet eenvoudig mede

Twee derde van de gezinnen met een intensief

omdat ouders zich niet zelfredzaam genoeg

traject krijgt nog ondersteuning. Bij een derde is

voelen om op eigen benen te staan.

het traject beëindigd. Gemiddeld duurden deze beëindigde trajecten 9 maanden, ruim korter dan de maximale termijn van 18 maanden. Bij de helft van de gezinnen die ‘uitgestroomd’ zijn, is sprake van behaalde doelen of is er een overdracht geweest naar andere hulpverleners. Bij de andere helft van gezinnen is het traject voortijdig beëindigd, zijn doelen niet of slechts gedeeltelijk behaald en is het maar de vraag of zij in staat zijn zelfstandig hun leven vorm te geven. Toch lijken de gezinnen van wie het traject is beëindigd in sommige opzichten wat zelfredzamer (vaker in Nederland geboren, betere beheersing van de Nederlandse taal, iets hoger opgeleid, minder langdurig financiële problemen) dan gezinnen die nog in traject zijn, alhoewel ze vaker en hogere schulden hebben. De gezinnen die nog ondersteuning krijgen waren op de peildatum

7.1.5 Interventietheorie herzien Op basis van recente onderzoeksbevindingen herzien we hier onze eerdere interventietheorie over de werking van de Gezinsaanpak voor de gezinnen met trajectbegeleiding. De interventietheorie geeft aan hoe de Gezinsaanpak werkt, bij wie en onder welke voorwaarden. We maken hiervoor gebruik van het schematisch weergegeven model van Van Yperen, e.a. (2017). Dit model geeft de logische samenhang weer tussen de elementen waarmee de theorie is opgebouwd: doelen, doelgroep, werkzame elementen, uitkomsten, externe factoren en organisatorische kenmerken: zie pagina 66. In de beschrijving hieronder lichten we de elementen uit het model toe en geven we er betekenis aan.

gemiddeld ook langer in traject: gemiddeld 15

Inhoudelijke kern van de Gezinsaanpak

maanden.

De inhoudelijke kern van de Gezinsaanpak

Hoewel de doelrealisatie als wisselend kan worden bestempeld, zijn er wel op diverse

bestaat uit de volgende vier onderdelen. -

beschrijft de bereikte gezinnen met

gebieden positieve veranderingen in de gezinnen

trajectbegeleiding naar probleemsituatie en

te bespeuren 8. In algemene zin zijn dat

factoren en mechanismen die de situatie in

stabilisatie van vooral de financiële situatie van gezinnen, verbetering van materiële leefomstandigheden, mede als gevolg daarvan

stand houden. -

gezinsondersteuners gebruiken. Ze zijn

toekomstperspectief en welbevinden. Ook het

gekoppeld aan de doelen, sluiten aan bij de

welzijn van de kinderen lijkt te verbeteren door

doelgroep en dragen bij aan een zo goed

materiële ondersteuning, meer sociaal-

mogelijke uitvoering van de interventie. Een

recreatieve participatie, lichte

(goede) combinatie van werkzame principes

opvoedingsondersteuning en zo nodig hulp bij de tegenover dat in sommige gezinnen deze positieve veranderingen broos zijn en persoonlijke kwetsbaarheden en precaire

8

Kanttekening bij resultaten casusonderzoek: alleen gezinnen die niet tussentijds zijn uitgevallen hebben meegewerkt. Het is

64

Het onderdeel Werkzame elementen gaat over factoren en mechanismen die de

een vermindering van stress, meer

aanmelding voor specialistische hulp. Daar staat

Het onderdeel Doelgroep beschrijft de

maakt de interventie effectief. -

Het onderdeel Doelen brengt de doelen in beeld die die de gezinsondersteuners met het geheel aan interventies wil bereiken. De

mogelijk dat hierdoor sprake is van een positieve bias van de ervaren veranderingen.

Kinderen in armoede

-

veronderstelling is dat met het bereiken van

Gezinsondersteuners:

de doelen het einddoel van de Gezinsaanpak

-

Zijn vast aanspreekpunt, bieden zelf hulp en

bereikt kan worden.

ondersteuning en regelen hulp en

Het onderdeel Uitkomsten betreft de

ondersteuning

resultaten van de Gezinsaanpak. Daarbij gaat

-

Zijn financieel, pedagogisch, en/of sociaal-

-

Werken in een team dat bestaat uit

het over de mate van doelrealisatie en de ervaren veranderingen bij gezinnen met

juridisch geschoold

trajectbegeleiding.

gezinsondersteuners die gespecialiseerd zijn in verschillende vakgebieden.

Context van de Gezinsaanpak

-

Werken vanuit een gezamenlijke visie met

Naast de inhoudelijke kern wordt de effectiviteit

netwerkpartners voor het vinden en

van de Gezinsaanpak beïnvloed door de context

ondersteunen van gezinnen

waarin de Gezinsaanpak wordt uitgevoerd. Het

-

gaat hier om Externe factoren en mechanismen

met af te sluiten ruimtes voor

die van invloed (positief of negatief) kunnen zijn op het succes van de interventie maar niet worden

privacygevoelige gesprekken -

benut of nauwelijks te beïnvloeden zijn. Te onderscheiden zijn negatieve factoren binnen het

Zijn flexibel in tijd en niet gebonden aan kritische prestatie indicatoren

-

gezin, zoals ingrijpende gebeurtenissen voor het gezin, cognitieve beperkingen van gezinsleden en

Zijn werkzaam op laagdrempelige locaties

Hebben een caseload van ongeveer 10 gezinnen.

-

Besteden hun tijd circa 60 procent aan

dergelijke, en factoren buiten het gezin. Hierbij

gezinnen met trajectbegeleiding en 40

gaat het bijvoorbeeld om tegenwerkende ex-

procent aan gezinnen met een enkelvoudige

partners, tegenwerkende adviezen van de sociale omgeving, onheuse bejegening door

hulpvraag. -

Weten vanuit een gevoelde professionele

overheidsinstanties, wettelijke regels en

vrijheid af te wijken van standaard

procedures en de beperkende maatregelen tegen

werkwijzen en krijgen de ruimte voor

het coronavirus.

creatieve toepassingen. -

Hebben toegang tot het gemeentelijke

Een andere niet onbelangrijke factor die van

digitale informatiebronnen, zoals GIDSO

invloed is op het succes van de Gezinsaanpak zijn

(cliëntregistratie) en RIO (intranet en bron

de kenmerken van de wijze waarop de

van informatie over gemeentelijk beleid,

Gezinsaanpak is georganiseerd: de

voorzieningen en sleutelpersonen) -

In de sturing van de Gezinsaanpak is veel

Organisatorische inbedding. Het betreft

aandacht voor inhoudelijke vraagstukken en

randvoorwaarden, zoals personeel (waaronder

professionele ontwikkeling door het

continuïteit, competenties, scholing), materieel

organiseren van systematische collegiale

(zoals specifieke hulpmiddelen, gebouwen,

uitwisseling (peer reviewing).

financiën) en communicatie (zoals intern overleg, intervisie). Wij onderscheiden de volgende. Uitvoering aanpak: -

Door gezinsondersteuners van de gemeente (toegang tot en bekendheid met beleid en gemeentelijke organisatie) en welzijnspartij (bekend met formele en informele voorzieningen en netwerkpartners in de wijk)

Kinderen in armoede

65

Figuur 7.1.5 Interventietheorie van de gezinsaanpak

66

Kinderen in armoede

7.2

Aanbevelingen

Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen de volgende discussiepunten/aanbevelingen worden geformuleerd. Deze punten zijn geformuleerd vanuit het perspectief dat de Gezinsaanpak een veelbelovende aanpak is die in ruim twee jaar maatschappelijk relevante resultaten heeft laten zien, maar tegelijkertijd mogelijk aan effectiviteit kan winnen. Bereik De Gezinsaanpak bereikt veel gezinnen met kortdurende hulp en tegen de verwachting in minder gezinnen die een intensief traject instromen. Het aandeel gezinnen dat via de kortdurende hulp een intensief traject krijgt is klein. Een deel van de enkelvoudige hulpvragers is mogelijk ook wel afdoende geholpen. Tegelijkertijd merken gezinsondersteuners op dat een deel van die kortdurende hulp gezinnen betreft die of geregeld terugkomen of waarover men bezorgd is dat er meer speelt dan een enkelvoudige hulpvraag. Dat zou kunnen betekenen dat een groter deel van deze groep zou kunnen doorstromen naar intensieve trajecten. Het verdient aanbeveling om nader te bekijken wat nodig is om deze groep gezinnen een meer structurele aanpak te bieden. Dat veronderstelt ook dat er meer zicht gekregen moet worden op de achtergronden en problematiek van deze groep. Het dilemma daarbij is dat er wat meer moet worden geregistreerd, terwijl je de drempel, zoals die nu is, laag wilt houden.

Kinderen Het onderzoek laat zien dat de Gezinsaanpak tot positief ervaren veranderingen leidt in de omstandigheden waarin kinderen opgroeien. Ze krijgen het materieel beter, participeren meer, hun ouders ontvangen lichte opvoedingsondersteuning en eventueel wordt specialistische hulp ingeschakeld. Zo draagt de Gezinsaanpak bij aan het welzijn van de kinderen. Tegelijkertijd is gebleken dat het contact van gezinsondersteuners met de kinderen vaak beperkt is. Uit ander onderzoek naar de aanpak van kinderarmoede (Verwey-Jonker Instituut,

Kinderen in armoede

2021) blijkt dat een goed contact van hulpverleners met de kinderen voorwaardelijk is. De vraag die we willen opwerpen: zouden gezinsondersteuners niet structureler contact met de kinderen moeten onderhouden om beter zicht te krijgen en houden op hun welzijn om daar ook beter met de ouders over te kunnen reflecteren? Institutioneel Van meet af aan worden onduidelijkheden ervaren over de relatie van de Gezinsaanpak met andere organisaties die zich op dezelfde thematiek en doelgroep richten, in het bijzonder de wijkteams. Van het aanvankelijk veronderstelde verschil tussen de doelgroep van de Gezinsaanpak en die van de wijkteams (die er in de praktijk niet was) tot recentere geluiden dat de Gezinsaanpak er is voor ‘preventie’ (wat dat ook moge inhouden) en doorverwijst naar de wijkteams als er ernstige problemen moeten worden aangepakt (wat in de praktijk niet altijd gebeurt). Het verdient aanbeveling om scherper de positie in het ondersteuningsveld van deze partijen, alsmede hun relatie, te definiëren. Dat geldt ook voor de relatie met andere organisaties zoals de Children’s Zone of welzijnspartijen die armoede-aanpakken uitvoeren. Effectiviteit uitstroom Het aantal beëindigde trajecten is nog relatief klein. Toch is een opvallend gegeven dat in een aanzienlijk deel, de helft van de gevallen, de doelrealisatie gering of onbekend is.

Het verdient aanbeveling om te proberen meer zicht te krijgen op wat in deze afgebroken trajecten aan de hand is en te reflecteren op mogelijkheden om afbreuk te voorkomen. Leren In Rotterdam zijn veel organisaties met armoedebestrijding bezig. Dat zijn formele organisaties als de wijkteams of welzijnspartijen, maar ook informele organisaties van vrijwilligers en groepen bewoners. Mede ten behoeve van de uitwisseling van kennis over armoede-aanpakken zijn een bijzondere leerstoel en een lectoraat in het leven geroepen. Een recente publicatie van

67

het Laurensfonds geeft bijvoorbeeld inzicht in

ook omdat doelen, denk aan het wegnemen van

werkzame bestanddelen van enkele informele

schulden, lang niet altijd binnen de trajectduur

aanpakken. Een vergelijking met de

kunnen worden bereikt. Daar is meer tijd voor

Gezinsaanpak levert interessante

nodig. Het verdient aanbeveling om nader

overeenkomsten en verschillen op, waarvan

onderzoek te doen naar de situatie van gezinnen

iedereen zou kunnen leren. Een aanbeveling voor

op langere termijn na ‘uitstroom’ uit de

de Gezinsaanpak is om dergelijke uitwisseling

Gezinsaanpak.

met andere aanpakken op te zoeken en voor beleid om samen met de leerstoel en het lectoraat

In aanvulling van wat al is opgemerkt bij het

de kennisuitwisseling actief te bevorderen.

onderwerp ‘bereik’ kan een onderzoek naar enkelvoudige hulpvragen helpen om zicht te

Onderzoek

krijgen op deze doelgroep, de aard van hun

Een beperking van dit onderzoek is dat het geen

problematiek en hun situatie na het contact met

zicht levert op de effecten van de Gezinsaanpak

de Gezinsaanpak.

op langere termijn. Dat is relevant omdat het belangrijk is om zicht te krijgen op de al dan niet verworven zelfredzaamheid van gezinnen. Maar

68

Kinderen in armoede

8 Literatuur -

Divosa (2017). Aanpak kinderarmoede. Handreiking voor gemeenten.

-

Dorenbos, R. Heemskerk, J. (2019). Quickscan Brugmethodiek bij Children’s Zone. Ervaringen van professionals en cliënten. Platform31.

-

Gemeente Rotterdam, (2022). De kracht van de gezinsaanpak. De werkzame elementen in de pilot integrale, intensieve aanpak kinderen in armoede. Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling, afdeling PPMO Frontlijn.

-

Gemeente Rotterdam (2019). Integrale, intensieve gezinsaanpak kinderen in armoede. Plan van Aanpak. Definitieve versie. Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling.

-

Gemeente Rotterdam (2021). Staat van de stad. Cluster Bestuurs- en Concernondersteuning, Onderzoek en Business Intelligence

-

Gemeente Rotterdam (2019). Uit de Knoop. De Rotterdamse aanpak van armoede. Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling.

-

Hoff, van der, M., Odekerken, M., De Wildt, R., en Sondeijker, F. (2021). Duurzame aanpak van

-

Hoff, S., van Hulst, B. (2019). Armoede bij kinderen en volwassenen. Sociaal en Cultureel

kinderarmoede. Verkennend onderzoek voor de gemeente Arnhem. Verwey-Jonkerinstituut. Planbureau. -

Jungmann, N., e.a. (2020). Stress sensitief werken in het sociaal domein. Inzichten en praktische handvatten voor hulp- en dienstverleners. Bohn Stafleu van Loghum.

-

Jungmann, N., Wesdorp, P. (2017). Mobilty Mentoring. Hoe inzichten uit de hersenwetenschap leiden tot een betere aanpak van armoede en schulden. Platform 31/Hogeschool Utrecht.

-

Kalthof, H. (2020). Opgroeien en opvoeden in armoede, 3e herziene versie. Nederlands Jeugdinstituut.

-

Looij-Jansen, van de, P., Reijnen, A., Wentink, T., (2021a). Interventietheorie van de gezinsaanpak. Gemeente Rotterdam, cluster Bestuurs- en concernondersteuning, Onderzoek en Business Intelligence.

-

Looij-Jansen, van de, P., Reijnen, A., Wentink, T., (2021b). Gezinsaanpak in de wijk. Onderzoek naar samenwerking met en de positionering van de gezinsaanpak. Gemeente Rotterdam, cluster Bestuurs- en concernondersteuning, Onderzoek en Business Intelligence.

-

Lusse, M., le Sage, L., van der Ree, L. (2021). Rapportage integrale aanpak armoede in gezinnen. Hogeschool Rotterdam.

-

Movisie. (2016). De aanpak van armoede. Dossier Wat werkt bij …

-

Omlo, J., Talman, J., Grubben, L., de Ruig, L. (2021). Kansrijk armoedebeleid voor kinderen. Portretten van kinderen en knelpunten en kansen voor een integraal beleid. De Beleidsonderzoekers /Bureau Omlo.

-

Penraat et al. (2018). Preventief integraal werken in de Children’s Zone. Methodiekbeschrijving voor oudercoaching in de Children’s. Gemeente Rotterdam.

-

Snel, E., van der Hoek, T., Chessa, T. (2001). Kinderen in armoede. Opgroeien in de marge van Nederland. Van Gorcum. In: Omlo, J., Talman, J., Grubben, L., de Ruig, L. (2021). Kansrijk armoedebeleid voor kinderen. Portretten van kinderen en knelpunten en kansen voor een integraal beleid.

-

Steketee, M., van den Broeke, M. (2010) Typologie voor een strategische aanpak van multiprobleemgezinnen in Rotterdam. Verwey-Jonker Instituut.

Kinderen in armoede

69

-

Yperen, van, T., Veerman, J.W., Bijl, B. (red.) (2017). Zicht op effectiviteit. Handboek voor resultaatgerichte ontwikkeling van interventies in de jeugdsector.

70

Kinderen in armoede

Kinderen in armoede

71

Bijlagen

72

Kinderen in armoede

Bijlage A Voorlopige interventietheorie (2021)

Kinderen in armoede

73

Bijlage A Brug naar een positieve toekomst

74

Kinderen in armoede

Kinderen in armoede

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=9f759a14-30e5-4869-8dee-f78ab8637246