[23bb005303] Een gelijk start - projectplan armoedeplatform Delfshaven
Tekst van het document
MAART 2023
Een gelijke start (2) PROJECTPLAN KANSENGELIJKHEID KINDEREN IN DELFSHAVEN
Armoedeplatform Delfshaven Ineke Palm,Wijkepidemioloog Mirjam van Rijn, Team Toekomst Nico van Splunter, Geloven in de wijk Loes Viset, directeur basisschool de Vlinder Opmaak: Sandra Schep
01
1.
Een gelijke start (2019) Iedereen gelijk onderwijs en gelijke ondersteuning bieden leidt niet tot gelijke kansen. We moeten iets extra’s doen omdat de begintoestand niet gelijk is. Equality (gelijke behandeling) volstaat om die reden niet. In tegenstelling tot equality betekent equity het creëren van gelijke kansen. We kunnen niet alle verschillen elimineren. Het doel is om verschillen die het gevolg zijn van zowel oneerlijke als vermijdbare factoren te verminderen of uit te bannen. Hiermee opende het rapport rapport ‘Een gelijke start’ dat in augustus 2019 verscheen.[1] Een onderzoek naar kinderen in armoede onder 21 basisscholen in Delfshaven. Een respons van 100 procent. Dit bevestigde weer eens hoe betrokken en begaan de scholen en leerkrachten zijn met hun kinderen. Scholen in Delfshaven worden dagelijks geconfronteerd met armoede en de gevolgen daarvan voor hun kinderen. Het onderzoek loog er niet om, de genoemde percentages die door scholen worden genoemd zijn (zeer) hoog. Kinderen die zonder ontbijt op school komen, geen schoolgeld kunnen betalen, niet op vakantie kunnen, versleten kleding dragen, zijn slechts enkele voorbeelden. En niet te vergeten het verborgen leed en schaamte door het taboe wat er ligt op armoede. De stress die armoede geeft bij ouders en dus ook bij kinderen.
Alle scholen zien ernstige gevolgen van armoede en stress bij kinderen zoals minder ontwikkelingskansen op alle terreinen, minder taalvaardigheid en opvoedingsproblemen. Ook sociale achterstand, emotionele armoede, gebrek aan vaardigheden, minder goede schoolprestaties en gebrek aan ervaring en ambities worden door veel scholen gezien. Vrijwel alle scholen vonden dat extra onderwijs en/of ondersteuning aan kinderen in achterstandssituaties nodig is om kinderen een gelijke kans te geven.
[1] https://armoedeplatformdelfshaven.nl/een-gelijke-start/
02 1.1. Gesprek met wethouder Op 11 september 2019 werd dit rapport gepresenteerd aan de toenmalige wethouder van armoede, Michiel Grauss in een bijeenkomst met schooldirecteuren en het wijknetwerk. Die middag zijn er door de aanwezige schooldirecteuren vijf thema’s geprioriteerd. Deze zijn: 1. Afschaffen van vrijwillige ouderbijdrage. Vanwege de tijd en rompslomp die het innen kost, de beperkte opbrengst en de spanning die het te weeg kan brengen in relatie tot de ouders. 2. Het faciliteren/versterken van de zorg en signalering binnen school (denk aan sociaal maatschappelijk werk en medewerkers ouderparticipatie). 3. Beter aansluiten op zorg en ondersteuning in de wijk, bijvoorbeeld door deze binnen school of als schild rond scholen te brengen. 4. Ontbijt of gezonde (warme) lunch op school. 5. Veerkracht versterken bij kinderen en ouders. De wethouder heeft een eerste reactie gegeven en vooral een oproep gedaan: kom met plannen, kom met voorstellen, dan gaan wij verder in gesprek.
1.2. Samenwerking scholen en wijk Een werkgroep van het armoedeplatform en de scholen hebben de belangrijkste thema’s verder uitgewerkt. Thema 3: Inmiddels zijn er een aantal wijkinitiatieven die goed aansluiten op thema 3. Zoals Team Toekomst (vanaf september 2020), krachtgezinnen van Thuis in West (september 2019), Van Kansarm naar Kansrijk (januari 2019). De laatste twee worden gefinancierd door het Laurensfonds, evenals een project vanuit het wijkpastoraat. Door de gemeente is vanaf 2019 in een aantal wijken (waaronder BoTu) gestart met intensieve gezinsaanpak en sinds oktober 2021 ook met medewerkers kansengelijkheid op zes scholen in Rotterdam (waaronder een in Delfshaven).
03
Thema 4: Het schoolontbijten is op initiatief vanuit de wijk (Geloven in Spangen, 2020) op twee scholen gestart. Inmiddels is er met steun van wethouder Grauss een pilot van anderhalf jaar waar alle scholen in Delfshaven aan mee kunnen doen. Thema 5: Wordt op een school mee gewerkt. Gebeurt ook via thema 3. Thema 1: Het afschaffen van de vrijwillige ouderbijdrage is onlangs weer aan het stadsbestuur voorgelegd. Thema 2: Met de recente uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk (SMW) en schoolzorgteams door de gemeente wordt ook thema 2 opgepakt. Naast het jeugdfonds Sport en Cultuur, is ook het Jeugdeducatiefonds betrokken bij steeds meer scholen in Delfshaven. Hoewel we goed op weg zijn, is het niet genoeg. De extra zorg en ondersteuning is nog niet op alle scholen en de continuïteit is niet gegarandeerd. Daarom maakten de scholen in samenwerking met mensen van het armoedeplatform een eerste opzet voor een aanpak kansengelijkheid voor alle scholen in Delfshaven. Dit mede op basis van de eerste ervaringen met de genoemde samenwerkingsprojecten tussen wijkpartijen en scholen.
04
2.
Integraal plan kansengelijkheid De scholen stellen vast dat ondanks tientallen jaren armoedebeleid, de kinderen in Delfshaven er nauwelijks mee zijn opgeschoten. "Er is sprake van een structurele mismatch van aanbod van hulp/regelingen en gezinsondersteuning en hulp thuis, van talentontwikkeling mogelijkheden enerzijds en de groter wordende doelgroep anderzijds. Al die ‘kindregelingen’, hulp- en activiteitenaanbieders bereiken de doelgroep structureel onvoldoende, te fragmentarisch of te kort." (https://armoedeplatformdelfshaven.nl/brief-aan-de-wethouders) Het roer moet helemaal om, de scholen stellen voor: De scholen de regie te geven. Zij kunnen naast vindplaats de werkplaats zijn voor aanbieders, jeugdzorg en iedereen die om het gezin heen kan staan om duurzaam het verschil te maken. De scholen kunnen dat niet allemaal zelf. Zij zijn van onderwijs, geen zorg, jeugdhulp of welzijn. Aangezien zij de gezinnen goed kennen, weten wat er bij de gezinnen speelt en het vertrouwen hebben van ouders, willen ze wél een regierol pakken. Samen met wijkpartners. Ze zien dat de partners in de wijk de stap zetten en zich al meer in gezamenlijkheid rondom gezin en kind organiseren. Ook zij zijn klaar voor deze stap om als partners in de wijk toe te werken naar een structurele samenwerking, gericht op de ontwikkeling van gezin en kind. Met een eenvoudig organisatiemodel.
Een vaste (link-)werker extern, additioneel gefinancierd, per school. Deze medewerker schakelt tussen welzijn, talentontwikkelingsmogelijkheden, zorg en onderwijs. Hij/zij blijft aan het gezin verbonden tot het gezin veerkrachtig en meer zelfredzaam is, uit de problemen en duurzaam in staat is door te pakken. Er zijn al wijkpartijen die deze coördinatierol per kind en gezin oppakken (bijvoorbeeld linkwerkers van Team Toekomst en medewerkers Krachtgezinnen van Thuis in West). Op deze manier kan het bereik van de doelgroep worden gestructureerd en een doorlopende ontwikkeling worden gerealiseerd. Door een substantieel andere wijze van organiseren, patronen te doorbreken en systemen anders in te richten. Door het anders organiseren van de samenwerking met de wijkpartners kan het verschil worden gemaakt voor alle kinderen/gezinnen in Delfshaven.
05 2.1. Oproep aan drie wethouders In januari 2020 werd dit plan, als dringende oproep en ondertekend door de directeuren van alle 20 basisscholen van Delfshaven (met kinderen uit de doelgroep) naar de drie betrokken wethouders (Michiel Grauss, Said Kasmi en Judith Bokhoven) gestuurd.[2] Er volgde een uitnodiging en een gesprek op 11 februari met alle drie de wethouders en een aantal ambtenaren. De wethouders zijn positief, wethouder Grauss erkent dat mensen wantrouwen hebben in de overheid en dat de overheid de wijkpartners als veilige ruimte dus hard nodig heeft. De aanwezige schooldirecteuren en het armoedeplatform stellen voor het plan verder uit te werken, mogelijk in co-creatie met de gemeente. Wethouder Kasmi zegt dat de roep om de school als vindplaats te zien en te benutten wordt gewaardeerd. Hij wijst op een traject dat gaande is om onderwijs en zorg te verbeteren. Die ondersteuningsstructuur, de aanpak van schoolmaatschappelijk werk wordt herzien. De Delfshavense brief en dit gesprek leveren input daarbij. Kasmi stelt voor dat de drie wethouders gezamenlijk met een voorstel komen over het vervolg op dit gesprek. Dit vervolg bleef uit. Na een aantal herinneringen vanuit Delfshaven kwam er uiteindelijk een brief. Hierin stonden alle initiatieven vermeld waar de gemeente mee bezig is. Dat was juist de kritiek. Fragmentarisch, te kort en onvoldoende bereik doelgroep.
In Delfshaven zijn de wijkpartijen samen met de scholen en gemeente ondertussen doorgegaan met de verschillende samenwerkingsprojecten met de scholen: integrale kind- en gezinsondersteuning en schoolontbijten.
[2] https://armoedeplatformdelfshaven.nl/brief-aan-de-wethouders
06
3.
Stand van zaken (2022) In november en december 2022 is opnieuw onderzoek gedaan onder de scholen. Nu met een korte vragenlijst. Hoe schatten de directeuren de armoede op hun scholen in? Van welke extra ondersteuning maken zij gebruik? Zien ze al effecten? Hoe wordt de ondersteuning gefinancierd en wat vinden zij de rol voor de scholen en de gemeente? De vragenlijst is gestuurd naar 20 scholen, 19 scholen hebben gereageerd, van 18 scholen zijn de gegevens verwerkt. Gegevens over extra zorg zijn voor zover bekend aangevuld van de 2 overige scholen.
3.1. Kinderen die in armoede opgroeien Tabel 1. Schatting kinderarmoede door schooldirecteur in 2019 en 2022 School
Schatting 2019
Geschat % 2019
1
regelmatig
2
veel
3 4
Schatting 2022
Geschat % 2022
NCO cijfer** 2022
20%
veel
35%
55%
30%
regelmatig
50%
59%
regelmatig
20%
weinig
10%
-
regelmatig
15-20%
veel
80%
61,8%
5
regelmatig
50%
zeer veel
>90%
-
6
zeer veel
70%
zeer veel
50%
39%
7
zeer veel
50%
veel
58%
69,2%
8
zeer veel
80%
niet meegedaan
-
-
9
regelmatig
10%
weinig
20%
50%
10
regelmatig
40%
zeer veel
60-70%
60%
11
zeer veel
50%
regelmatig
40-90%*
43,7%
12
regelmatig
30%
regelmatig
40%
70%
13
veel
65%
regelmatig
40%
64%
14
veel
40%
veel
>40%
37,2%
15
zeer weinig
15%
regelmatig
-
-
16
veel
35%
zeer veel
60%
50%
17
regelmatig
40%
veel
75%
-
18
regelmatig
30%
veel
80%
48%
19
regelmatig
10%
regelmatig
35%
-
20
niet meegedaan
-
niet meegedaan
-
-
*afhankelijk van hoe je het definieert **Nationaal Programma Onderwijs
De verschillen tussen 2019 en 2022 lijken vooral te maken te hebben met nieuwe schooldirecteuren en betere inschattingen. Mogelijk ook met toename armoede onder gezinnen.
07 3.2. De extra zorg en ondersteuning rond scholen In Delfshaven zijn scholen en wijkpartijen samen met de gemeente blijven werken aan extra zorg en ondersteuning rond scholen. Er zijn steeds meer ontwikkelingen en initiatieven.
Vanuit de gemeente De Intensieve gezinsaanpak Dit is een pilot van wethouder Grauss om stadsbreed 500 gezinnen die in langdurige armoede leven te begeleiden. Met als doel het vergroten van kansen van kinderen die opgroeien in armoede. Gezinsondersteuners vanuit Frontlijn en Wmo Radar begeleiden gezinnen die leven in armoede en nog geen andere hulp ontvangen. Om deze gezinnen te bereiken zijn zij aanwezig op verschillende plekken in de wijk. Ouders kunnen bij de gezinsondersteuners terecht met bijvoorbeeld vragen over financiën, werk, de kinderen, wonen en gezondheid. Samen met de ouder kijkt de gezinsondersteuner hoe een structurele oplossing kan komen. Bijvoorbeeld door samen te zorgen voor voldoende inkomen. Daarna wordt gewerkt aan het toekomstperspectief van de ouders en kinderen. De Intensieve gezinsaanpak loopt tot einde 2022 en is inmiddels verlengd. In Delfshaven wordt hiermee gewerkt op drie scholen in BoTu en vanuit Yess. Er is onderzoek geweest naar deze aanpak, maar daarin is nog niet meegenomen of de gezinnen duurzaam zijn versterkt door de aanpak. Medewerkers kansengelijkheid De gemeente startte in oktober 2021 een proef op zes basisscholen in Rotterdam om armoede via school op te sporen. Er is een medewerker kansengelijkheid op een school in Delfshaven. Schoolzorgteams In 2022 gestart.
Hierbij worden wijkteamwerkers ingezet om de samenwerking met andere zorgprofessionals (de intern begeleider, de linkwerker/ brugfunctionaris van Team Toekomst de schoolmaatschappelijk werker en de medewerker van het Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs) op de school te versterken. Zo kan er sneller passende hulp komen. Deze medewerker jeugd uit het wijkteam werkt vier uur per week op de school.
08 De eerste zes schoolzorgteams startten in Delfshaven en Rotterdam-Zuid. Eind oktober 2022 moeten dat er 45 schoolzorgteams zijn in heel Rotterdam. In Delfshaven geven veertien scholen aan een schoolzorgteam te hebben, vier scholen willen dit nog graag. Een aantal scholen hebben alle extra zorg gecombineerd. Vijftien scholen geven aan gebruik te maken van extra schoolmaatschappelijk werk. Een school wil dat ook graag.
Vanuit de wijk en fondsen Integrale kind- en gezinsondersteuning* Linkwerkers / Brugfunctionarissen Team Toekomst In Londen bestaat sinds 2014 een bewezen effectieve interventie, West London Zone. Die interventie is naar Delfshaven gebracht en heet in Delfshaven Team Toekomst. Inmiddels is al behoorlijke ervaring opgedaan met linkwerkers van Team Toekomst in Delfshaven. Tien basisscholen hebben een linkwerker (brugfunctionaris) en zes basisscholen zouden graag starten met een linkwerker. Er is niet eerst gewacht op geld van de gemeente, maar er is gestart vanuit een sterke intrinsieke motivatie van partijen uit de wijk. De betaalde brugfunctionarissen zijn zelf ook wijkbewoners en moeders, waardoor de sociale verbindingen makkelijker te maken zijn. Zij zijn vertrouwde personen voor het gezin en helpen het gezin met een tweejaarlijks plan voor kind en gezin en ondersteunen de gezinnen in die twee jaar op het moment dat het gezin het nodig heeft (reguliere interventie). Elk kind krijgt minimaal vier uur naschoolse activiteiten per week. Team Toekomst ondersteunt deze kinderen langdurig en helpt ze zo om hun talenten te ontwikkelen.
Zoals een school het uitdrukt: "Ondersteunend, samen in hetzelfde schuitje, dichtbij, na schooltijd/in het weekend, een extraatje dat geboden wordt dat eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn, een back-up, meedenken over volledige ontwikkeling, laagdrempelig, dromen, brede ontwikkeling, preventief, vanuit krachten." Daarnaast ondersteunt Team Toekomst het gezin op alle leefgebieden die voor dat gezin op rood staan. Daarin werkt Team Toekomst samen met o.a. de Frontlijnaanpak, huisartsen, CJG, Indigo en zorgt Team Toekomst dat ouders zelf weer aan perspectief werken. Door hen te begeleiden richting een opleiding of richting werk.
09 De brugfunctionarissen (linkwerkers) zijn waar mogelijk vast onderdeel van de integrale schoolzorgteams (schoolkrachtteams), die vanuit het vertrouwen een relatie op kunnen bouwen met kind en gezin en vervolgens de juiste partijen uit de wijk duurzaam verbinden aan de gezinnen. Wat zij daarnaast doen, en dat is cruciaal in deze tijd van beperkte budgetten, is het op wijkniveau samen met de scholen inzichtelijk maken om hoeveel en welke gezinnen het gaat, zodat heel gestructureerd gezin voor gezin kan worden ondersteund, net zolang tot ieder gezin de juiste ondersteuning op maat heeft ontvangen. Zo gaan de middelen en de capaciteit op het juiste moment naar de gezinnen die die steun op dat moment nodig hebben. En er zijn zowel kwalitatieve als kwantitatieve resultaten bekend: 80% van de deelnemers aan deze werkwijze behaalt de doelstellingen die vooraf met het gezin waren geformuleerd.[3] Voor de zomer van 2022 hebben de eerste 50 kinderen het traject afgerond, 150 kinderen/gezinnen zitten nu in traject. In september zijn 100 hiervan afgerond komen er weer 150 gezinnen bij. Daarnaast heeft Team Toekomst wijknetwerkers. Zij ondersteunen alle kinderen, die niet meedoen aan de reguliere interventie, maar die ook ondersteuning nodig hebben (wijkinterventie).
De wijknetwerkers zijn aanwezig tijdens koffieochtenden op school, organiseren iedere vakantie op 4-5 plekken in Delfshaven een vakantieprogrammering met de wijkpartijen en zijn eerste contactpersoon van alle aanbieders in de wijk. Jaarlijks doen 1000 kinderen mee aan de vakantieprogrammering. 20% van die kinderen wordt vervolgens lid van een club in de wijk. Daarnaast worden voor kortdurende vragen nog eens bijna 500 gezinnen ondersteund. Bijvoorbeeld voor gratis OV, jeugdtegoed, taalles. In totaal worden 200 gezinnen langdurig en 700 gezinnen kortdurend ondersteund. De lekker fit docenten en cultuurdocenten weten welke kinderen (nog) niet sporten en/of aan cultuur doen. Zij kunnen deze kinderen richting de vakantieprogrammering sturen of naar de wijknetwerker. De wijknetwerkers hebben op CBS Mozaiek de Speelotheek weer geopend en op OBS Finlandia een kledingbank.
[3] Cijfers op basis van een vooraf vastgesteld inpact raamwerk en gevalideerde vragenlijsten. Zie ook bijlage 1. In 2022 heeft EUR een Phd-er aangenomen die de effectiviteit van de werkwijze van Team Toekomst en het ontbijten op school gaat onderzoeken.
10 Met financiering van Sint Laurensfonds zijn binnen het programma Kinderen in armoede negen informele organisaties in Rotterdam gestart met intensieve, integrale projecten bedoeld om gezinnen in armoede duurzaam te versterken. Om van de eigen en elkaars praktijk te leren en de werkzame elementen in de aanpak te achterhalen, hebben vijf van deze projecten meegewerkt aan een monitor. Alle negen organisaties hebben deelgenomen aan een leerkring die in een periode van twee jaar vijf maal bij elkaar kwam. De monitor en leerkring werden uitgevoerd door onderzoekers van Hogeschool Rotterdam. In hun rapport “Rapport Integrale Armoedebestrijding”[4] laten de onderzoekers zien wat de succesfactoren zijn: Toegankelijk (laagdrempelig voor en continuïteit biedend aan gezinnen), Aansluit bij gezinnen (werkt vanuit vertrouwen en presentie en biedt maatwerk), Duurzaam (integraal en empowerend en de gemeenschap versterkend). Enkele projecten die (ook) in Delfshaven (gaan) werken: Krachtgezinnen Dit project is ontwikkeld door Thuis in West. Zij werken in Delfshaven (Middelland en Nieuwe Westen) en werken samen met de Mariaschool in Middelland. Inmiddels zijn ze ook aangehaakt bij het schoolzorgteam van deze school. Bij krachtgezinnen worden veertig gezinnen in armoede gesteund en is via kwaliteitsinterviews de kracht van deze aanpak bevestigd. Honderd kinderen profiteren ervan.
Het genoemde rapport toont dat 88% van de deelnemers zelf een ‘positieve ontwikkeling’ ziet en nog maar “beperkte steun nodig heeft”. [5] Naast Krachtgezinnen kunnen gezinnen in armoede gebruik maken van een voedselkastje, een noodfonds voor acute hulp, gratis menstruatieproductenuitgiftepunt, etc. Voor empowerment en sociale verbinding heeft Thuis in West tweewekelijkse clubs voor jongens en meiden, praatavonden met ouders, pleinprogrammering op het Brancopark, inloop en maaltijden, bezoekwerk en ontmoetingsfaciliteiten, jongerenwerk, voorzieningen waar ruim 300 buurtbewoners regelmatig gebruik van maken.
[4]https://www.hogeschoolrotterdam.nl/contentassets/d02cf4ae2d7a47b8accf5e46800351af/rap portage-integrale-aanpak-armoede-in-gezinnen.pdf [5]https://www.hogeschoolrotterdam.nl/contentassets/d02cf4ae2d7a47b8accf5e46800351af/rap portage-integrale-aanpak-armoede-in-gezinnen.pdf
11 Van Kansarm naar Kansrijk Dit project van de Van Veldhuizenstichting helpt gezinnen die in armoede dreigen te belanden of in armoede leven door kleine interventies en gezinsondersteuning. Gezinnen kunnen zich hier zelf voor aanmelden. Dit project werkt onder andere in Delfshaven. Het hoofddoel van “van Kansarm naar Kansrijk” is het verbeteren van de ontwikkelkansen van kinderen (0-12 jaar) uit gezinnen in (dreigende) armoede. Door de veerkracht en zelfredzaamheid van het gezin geleidelijk aan op te bouwen komt er een duurzame verandering binnen het gezin tot stand, krijgt het gezin weer toekomstperspectief en kunnen zij eventuele (armoede)problemen in de toekomst zelfstandig het hoofd bieden. Binnen deze interventie krijgen (aan armoede gerelateerde) opvoedingsvraagstukken of -problemen extra aandacht. Gezinsondersteuners met pedagogisch achtergrond en kennis bieden opvoedingsondersteuning aan huis. Daarnaast maken zij intern gebruik van de overige onderdelen van de Van Veldhuizenstichting. Kinderkansen in West Dit is een project van het wijkpastoraat West. Zij zijn gestart in het Oude Westen en willen uitbreiden naar Delfshaven. Schoolontbijten (of -lunches) Uit het onderzoek van het Armoedeplatform Delfshaven in 2019 bleek dat er in Delfshaven nog altijd heel veel kinderen zonder ontbijt naar school gaan. Er is nog een lange weg te gaan naar gezond ontbijt.
De meeste kinderen eten te weinig groente en fruit. Een gezond ontbijt op school zou kinderen op jonge leeftijd kunnen leren gezond te eten én de leerprestaties kunnen verbeteren. Vanaf januari 2020 is de stichting Geloven in de Wijk (voorheen Spangen) van start gegaan op twee basisscholen. Inmiddels is een aanvraag voor subsidie bij de gemeente Rotterdam goedgekeurd en kan stichting Geloven in de Wijk uitbreiden naar 17 basisscholen in Delfshaven. De gemeentelijke financiering loopt tot de zomer van 2023. Vijftien scholen doen inmiddels mee aan ontbijt/lunch georganiseerd door Geloven in de Wijk. Een school geeft aan ook mee te willen doen. Een school doet het zelf en een school via een andere organisatie.
12 Het onderzoek naar de effectiviteit van de ontbijten vindt plaats met Team Toekomst en de basisscholen. Want juist de stapeling van verschillende wijkintenventies is interessant en uiteindelijk willen we ervoor zorgen dat gezinnen geen ontbijt meer nodig hebben en zelf weer bij kracht zijn om iedere dag in de basisvoorzieningen van het gezin te voorzien. Jeugdeducatiefonds Het Jeugdeducatiefonds helpt om de ontwikkelingskansen van kinderen die opgroeien in armoede te vergroten. Aanvragen voor het fonds lopen via de basisschool, omdat daar bekend is wat de talenten en de intellectuele mogelijkheden van de kinderen zijn. De juf of meester weet als geen ander wat nodig is. Waar geldgebrek een belemmering is in de ontwikkeling, kan de school een beroep doen op het Jeugdeducatiefonds. Scholen met een meerderheid aan kinderen die opgroeien in armoede hebben meer dan andere scholen extra financiering nodig om achterstanden in te halen en de kansen voor deze leerlingen te vergroten. Daar waar de sociale context en de financiële middelen zeer beperkt zijn, kan een extra steuntje in de rug het verschil maken voor de rest van hun leven. Veertien scholen (van de achttien) doen mee met Jeugdeducatiefonds, een school zou wel willen meedoen. Drie scholen niet en van twee scholen is het niet bekend.
Ook vanuit Verre Bergen loopt een projecten om vanuit scholen gezinnen te kunnen ondersteunen. Drie scholen werken met Verre Bergen, drie scholen zouden dat wel willen. Alle scholen geven aan te willen houden wat ze hebben. Acht scholen geven aan meer te willen, vooral schoolzorgteam en Team Toekomst. Een school geeft aan dat er geld beschikbaar zou moeten komen voor ouders die hun peuters naar de peuterschool brengen. Daarnaast wordt opgemerkt dat het jammer is dat St. Meedoen R'dam geen vergoeding meer geeft voor schoolreis/kamp, omdat de inspectie heeft aangegeven dat scholen dit zelf moeten regelen. Team Toekomst gaat met een aantal scholen ervoor zorgen dat de gezinnen die ervoor in aanmerking komen, gratis OV aanvragen voor de kinderen. Dat scheelt bij de scholen dan al enorm in de kosten voor de uitjes. Een aantal scholen geeft aan dat in de (nabije) toekomst de hulp uitgebreid zal moeten worden. Armoede zal toenemen. Meerdere gezinnen zullen in financiële nood komen.
13 Er zit beweging in, ook bij de gemeente. Maar toch: vooral daar waar de scholen en wijkpartners zelf aan het roer staat zijn de grootste effecten. Daar waar de stad hun werkwijze oplegt is er minder effect in de wijk. En bovenal is alle inzet helaas onvoldoende. Uiteraard heeft de gemeente beperkte capaciteiten, maar daarvoor was juist die uitgestoken hand van basisscholen en wijkpartners: samen (maar dan ook echt samen) zijn er veel meer middelen voor handen (publiek, privaat, sponsoring etc) en kan veel efficienter en effectiever worden gewerkt. Wijknetwerk Om de armoede bij deze gezinnen te verzachten en aan te pakken, is een sterk wijknetwerk nodig. Dat is het bijzondere in Delfshaven, dat het deze gerichte integrale interventies combineert met een breed en inclusief aanbod. Met een in jaren opgebouwde samenwerking tussen formele en informele partijen. Opgebouwd vanuit de vele initiatieven in de wijk die inmiddels deels ook verenigd zijn in de Welzijnscoalitie Delfshaven. Het gaat om initiatieven of organisaties die actief zijn op het gebied van armoede, voedselbanken, (jongeren)inloopspreekuren, Oppepper Lokaal, sportspullenbank, weggeefwinkel Yes, Essajo, sport- en cultuurverenigingen en vele anderen. Het gaat om meer, armoede heeft immers veel gezichten. Het hele Delfshavense wijknetwerk is hier aan zet en wil die bijdrage leveren.
De (warme) huiskamers, veerkrachtig BoTu, de groeninitiatieven, initiatieven richting werk en opleiding, de welzijnscoalitie. De vele initiatieven op het gebied van kinderen zoals de bouwkeet en het leespaleis. De samenwerking met huisartsen en woningcorporaties en de welzijnspartij. De genoemde Delfshavense initiatieven (met linkwerkers) worden doorgaans door professionals geleid, met veel vrijwillige inzet. Externe fondswerving en gemeentelijke subsidies helpen hen om goed te functioneren. Nu is een volgende stap nodig, waarin gemeente en wijkpartijen nog meer samenwerken en elkaar versterken.
14 Deze organisaties bevinden zich tussen servet en tafellaken. Ze zijn te groot voor de ‘kleine’ subsidiepotten van de gemeente, ze zijn te integraal en te breed om mee te kunnen doen met bijvoorbeeld de subsidie preventief jeugdbeleid en ze zijn te klein gebleken om met elkaar in te kunnen schrijven op de welzijnsaanbesteding. Deze organisaties werken slechts gedeeltelijk met gemeentelijke financiering. Zij zijn en worden ook allemaal omarmd door de vele Rotterdamse en landelijke vermogensfondsen en menig bedrijf sponsort hen. Met al die externe middelen en deels gemeentelijke middelen krijgen zij het voor elkaar om jaarlijks ongeveer 300 gezinnen langdurig te begeleiden en 700-1000 kortdurender. Dat zijn klinkende cijfers, maar het blijft onvoldoende om in Delfshaven het verschil op wijkniveau te kunnen maken.
3.3. Resultaten extra zorg en ondersteuning Voor resultaten is het nog erg vroeg. Toch merken scholen al veranderingen. Tabel 2. Eerste resultaten (totaal 18 scholen) Resultaat
Aantal scholen
Percentage
Positief
3
17%
Lijkt positief
13
72%
Weet niet, te korte tijd
2
11%
De scholen waar al wat langer wordt gewerkt met de extra zorg en ondersteuning, merken al een positieve verandering. Op de meeste scholen is nog niet lang genoeg gewerkt om dit te concluderen. Toch zijn de meeste directeuren al voorzichtig positief. Op de vraag wat scholen door de extra inzet zien aan de betrokken kinderen, aan de betrokken ouders en aan andere betrokken, kwamen veel reacties. Samenvattend: De scholen zien blijere kinderen. Beter geconcentreerd en rust in hun hoofd door onder meer de schoolontbijten. Ze voelen dat ze erbij horen, voelen zich begrepen en dat zorgt voor meer zelfvertrouwen. De signalering is verbeterd en er kan meer preventief worden gewerkt.
15 De scholen zien dankbare ouders. Er wordt sneller hulp gegeven en dat geeft meer lucht. De hulp is laagdrempeliger, mensen komen makkelijker naar school met hun zorgen en durven zich kwetsbaar op te stellen. Ouders krijgen meer vertrouwen, zijn meer open en durven te delen dat ze in armoede leven. De lijntjes zijn korter en er is meer hulp. De scholen zijn ook blij met de steun van het Jeugdeducatiefonds, bijvoorbeeld met schoolreisjes, kamp en werkweek. Enkele citaten: "Het is niet aantoonbaar dat door bovenstaande interventies de schoolresultaten stijgen. Wij hopen dat leerlingen beter in hun vel zitten, dat ouders iets minder stress hebben." "Kinderen zijn meer geconcentreerd aan het leren (hebben een volle maag dankzij het ontbijt). Kinderen van groep 8 hebben nu allemaal een laptop voor het huiswerk en voor het voortgezet onderwijs, we konden de werkweek van groep 7/ 8 door laten gaan dankzij de financiële hulp van het jeugdeducatiefonds, ouders zijn erg blij met de hulp, dat geeft lucht." "Ouders zijn blij met de extra zorgmogelijkheden, stappen nu makkelijker op school af bij zorgen. Leerlingen voelen dat ze erbij horen en mee kunnen doen." "Betere signalering, waardoor er hulp geboden kan worden. Dit is voor ieder kind anders. De betrokken ouders zijn dankbaar.’" "Mogelijkheid tot ontbijt/lunch. Dankbare ouders.
Enkele gezinnen waar juiste kleding gekocht kon worden passend bij seizoen. Preventievere inzet zorgteam door uitbreiding en andere taakverdeling. Leraren meer ontzorgd in geval van incidenten door inzet gedragsspecialist .” "Kortere lijntjes m.b.t. zorg, sneller zorg in het gezin." "Contacten met de school zijn verbeterd. Ouders krijgen meer vertrouwen, waardoor kinderen beter te helpen zijn."
16 3.4. Financiering extra zorg en ondersteuning De meeste extra zorg en ondersteuning wordt betaald met NPO-geld. Scholen maken zich veel zorgen over wat er gebeurt als dat extra NPO-geld stopt. Tabel 3. Financiering, 16 scholen Financiering
Aantal scholen
Percentage
NPO-middelen
15
83%
Andere middelen
8
50%
Gemeentesubsidie gelijke kansen
4
25%
Eigen middelen/formatie
2
12,5%
Via bemiddelde ouders
1
1%
PPO
1
1%
3.5. Rol school en gemeente Geen enkele directeur vindt dat de school in beginsel bedoeld is voor onderwijs en dat zorg uit de school moet blijven. Anderzijds vinden zij ook niet dat voor ouders de vindplaats voor zorg in eerste instantie de school moet zijn. De meeste directeuren zijn wel voor meer samenwerking: "Ik vind dat er een combinatie zou moeten zijn van onderwijs en zorg, waarbij beide disciplines zich met hun eigen vakgebied bezig houden, maar elkaar vinden waar nodig." (dertien scholen) "In mijn optiek is onderwijs en zorg niet los te koppelen en moeten beide disciplines samen doelen stellen en samenwerken om doelen voor kinderen en gezinnen te bereiken." (elf scholen) Als het gaat om de rol van de gemeente zijn dertien scholen van mening dat de gemeente hierbij een financiële verantwoordelijkheid heeft. Twaalf schooldirecteuren vinden dat de gemeente mee moet denken over het zorgaanbod in de school.
17
4.
Plan van aanpak tot 2030 De Delfhavense aanpakt lijkt een goede weg. De samenwerking van scholen en wijk werkt. Laagdrempelig, vanuit vertrouwen, menselijk en op maat. Kinderen en ouders voelen zich gezien en gehoord. Nu gaat het er om de extra zorg te bieden aan alle 20 scholen in Delfshaven die te maken hebben met armoede. Kijken per school wat het beste werkt. En vooral ook de zorg continueren, ook als er geen extra NPO-geld meer beschikbaar is. Wat kunnen we zelf en waar hebben we de gemeente voor nodig, behalve deels financiën? We hebben hoge ambities. We gaan er met elkaar voor zorgen dat armoede de wijk uit gaat en ieder kind kansgelijk opgroeit. Als het in 1 wijk in combinatie van burgerkracht en welzijns- en gemeentekracht kan, dan is dat Delfshaven. Om verder te groeien en op wijkniveau verschil te kunnen gaan maken, is een nauwere samenwerking met overheid en institutionele partijen nodig. Delfshaven heeft goud in huis. Succesvolle methodieken vragen om een bredere toepassing, vooral als er zoveel kinderen en gezinnen baat bij kunnen hebben. Nu de overheid meer van de wijk gaat verwachten is het een goed moment om samen door te pakken. Om ervoor te zorgen dat in 2030 geen Delfhavens kind meer nietkansgelijk opgroeit.
4.1. De aanpak De scholen worden gefaciliteerd om per kind en gezin aan te geven welke gezinnen volgens hen extra steun nodig hebben. In het integrale schoolzorgteam worden deze gezinnen besproken en wordt verkend welk wijkaanbod het best aansluit bij de noden van het gezin. De wijkpartners bieden informele zorg voor alles dat betrekking heeft op het na- en buitenschoolse; SMW zorgt voor formele hulp waar nodig. Samen met een brugfunctionaris uit de wijk (Team Toekomst, of in Middelland Thuis in West) wordt vervolgens verkend welke na- en buitenschoolse ondersteuning het best past bij het gezin. Daar waar de IB-er niet precies weet wat er speelt bij het gezin, gaat de brugfunctionaris langs, bouwt een band op met de ouders en het kind en geeft, als het gezin daar akkoord mee gaat, dat terug aan de IB-er.
18 De IB-er heeft daarmee een totaaloverzicht van de kinderen en de na- en buitenschoolse ondersteuning die nodig is. Daar waar er een kortdurende of overzichtelijke vraag is, kan de betreffende organisatie worden verbonden. Daar waar er op meerdere leefgebieden aandacht nodig is, wordt de brugfunctionaris verbonden aan het gezin en aan het kind, om ervoor te zorgen dat de ondersteuning op de verschillende fronten effectief is. De brugfunctionarissen helpen het gezin met een tweejarig plan voor kind en gezin en ondersteunen de gezinnen in die twee jaar op het moment dat het gezin het nodig heeft. Elk kind krijgt minimaal vier uur naschoolse activiteiten per week. De brugfunctionaris ondersteunt deze kinderen langdurig met tweewekelijkse kindercaching en helpt ze zo om hun talenten te ontwikkelen. Daarnaast heeft de brugfunctionaris tweewekelijks een half uur overleg met het gezin. De brugfunctionaris is vertrouwd persoon en persoonlijk coach van het gezin. De brugfunctionaris zorgt ook voor sociale verbinding met de buurt. Het wijknetwerk in Delfshaven heeft vele honderden vrijwilligers actief in een breed palet van speeltuinen, groenplekken, buurthuizen, sportclubs en kunstateliers. Ze runnen weggeefwinkels en op diverse pleinen is er programmering en toezicht van professionals of ouders.
De brugfunctionaris stimuleert de kinderen tot deelname aan sport-, kunst- en buurtactiviteiten, en activiteiten in de huizen van de wijk. Dat brengt de gezinnen in contact met leuke plekken en stevige vrijwilligers. De relaties die zo ontstaan, lopen door, ook als het gerichte steuntraject klaar is. Zo bereikt de Delfshavense aanpak meer duurzaamheid. Inbedding in het sociale netwerk geeft het gezin een betere kans om de armoede blijvend achter zich te laten. En als dat niet lukt, dan is de sociale verbinding een waakvlam of een vangnet voor deze gezinnen. Daarnaast ondersteunt de brugfunctionaris het gezin op alle leefgebieden die voor dat gezin op rood staan. Daarin werkt de brugfunctionaris samen met onder andere de Frontlijn-aanpak, huisartsen, CJG en Indigo. Met de intensieve gezinsaanpak zijn goede ervaringen opgedaan, de wijk kan dit overnemen en doet dit ook al voor een groot deel. De brugfunctionaris zorgt dat ouders zelf weer aan perspectief werken. Door hen te begeleiden richting een opleiding of richting werk.
19 Team toekomst werkt al op elf basisscholen. Bij de basisschool in Middelland wordt deze rol (begeleiden kind en gezin en de schakel naar de wijkpartijen) uitgevoerd door Thuis in West (Krachtgezinnen) en doet Team Toekomst desgewenst alleen de data-analyse en structurering van het bereik. Ieder jaar weer wordt op basis van de data vastgesteld hoe het ervoor staat. Zijn we met elkaar opgeschoten met het verminderen van de kansongelijkheid? Het waren eerst structureel 2500 basisschoolkinderen: zijn het er inmiddels, 2 jaar later, nog maar 2300? We werken toe naar een wijk waarin ieder kind kansgelijk op kan groeien en gezinnen in hun kracht staan. Dat vergt een strakke planning, impactmeting en monitoring op wijkniveau. Op een andere wijze dan de gemeente gewend is: niet op inspanningen, maar op resultaat: we weten precies hoeveel kinderen nu sociaal emotioneel gezond zijn, voldoende zelfvertrouwen hebben en lid zijn van een club. We weten of de gezinnen weer in hun kracht zitten en we hebben met elkaar een sociaal netwerk gebouwd waar zij onderdeel van zijn. De Van Veldhuizenstichting vervult met het project Van Kansarm naar kansrijk deze rol voor een aantal kinderen en hun gezinnen op diverse basisscholen in Delfshaven. De drie organisaties stemmen goed met elkaar af.
Zo hoeven de overige wijkpartijen niet overal aan te schuiven, zelf spreekuren te organiseren en zelf flyers te drukken om de doelgroep te bereiken: ze krijgen op het juiste moment het juiste gezin/ kind voor hun interventie. Zodat zij kunnen focussen op waar zij goed in zijn: het wegnemen van de schuldenproblematiek, of het zorgen voor opvoedvaardigheden, het zorgen dat de kinderen hun talenten kunnen ontwikkelen etc. Denk aan Oppepper, wijkteam, intensieve gezinsaanpak van Frontlijn, de sportverenigingen en cultuuraanbieders, Wmo Radar, CJG, Indigo etc. En doen de IB-er en brugfunctionaris waar zij goed in zijn: het structureren van het bereik, het planmatig zorgen dat geen gezin wordt vergeten en dat iedere aanbieder in de wijk volle klassen of groepen krijgt, dat de hulp aansluit bij de vraag op dat moment en dat het gezin wordt gecoacht om alle hulp van partners ten volste te benutten en weer aan perspectief te werken.
20 De wijkpartijen zorgen ook voor een ‘verzachtend’ aanbod. Het ontbreken van een laptop, of een ontbijt, of een bed, of geld voor contributie bij een club. Het wijknetwerk heeft allerlei voorzieningen, zoals tegoedbonnen voor boodschappen, voedselbank, weggeefwinkel, kledingbank. Een belangrijk onderdeel van de ‘verzachting’ is het schoolontbijt wat Geloven in de Wijk inmiddels op vijftien basisscholen realiseert. Een gezonde maaltijd helpt het kind om de schooldag tot een succes te maken. De noodzaak ervan wordt door schooldirecteuren onderstreept. Momenteel wordt het schoolontbijt gefinancierd uit diverse bronnen, maar die zijn tijdelijk. In het schoolzorgteam wordt ieder jaar opnieuw beoordeeld hoe het gaat met alle kinderen. Hoe staat ze ervoor, zijn er voldoende positieve stappen gezet? Welke andere gezinnen komen nu aan bod om na- en buitenschools te worden ondersteund? Zodat er heel gestructureerd wordt toegewerkt naar een situatie waarin ieder kind de juiste ondersteuning op maat krijgt. Daarvoor bestaat een impactanalyse die aansluit bij de wensen van het welzijnsbestek, die aansluit bij het factorenmodel en dat de effecten van meerdere interventies op kinderen en gezinnen kan meten. Zo kan die data-analyse steeds meer gaan dienen als backbone voor de gezamenlijke ambitie van scholen en wijkpartners.
Zo is het erg interessant om te volgen of een stapeling van interventies (bijvoorbeeld ontbijt en de ondersteuning van de brugfunctionaris) meer effect heeft dan een van beiden of geen. Het vervolgonderzoek op scholen laat zien dat de eerste resultaten van de extra hulp en ondersteuning positief lijken. Kinderen zijn meer geconcentreerd en hebben rust in hun hoofd. Ouders hebben meer vertrouwen in de school, durven zich kwetsbaar op te stellen en om hulp te vragen.