[23bb005254] (Vervallen zie 23bb7430) Bijlage 6 behorende bij 23bb5250 - zienswijzerapportage bestemmingsplan Feijenoord
Tekst van het document
A3 Bestemming nutsvoorziening Persoonsdam In het geldende bestemmingsplan Feijenoord heeft het voormalige (inmiddels gesloopte) nutsgebouw van Stedin, ter plaatse van de Persoonsdam, de bestemming ‘BedrijfNutsvoorziening’. Omdat de voormalige nutsvoorziening inmiddels is gesloopt, een nieuwe nutsvoorziening op deze locatie onwaarschijnlijk is, er andere plannen voor deze locatie zijn en gezien de toenmalige eigendomssituatie, heeft de betreffende locatie in het ontwerpbestemmingsplan Feijenoord de bestemming ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ gekregen. Het voormalige nutsgebouw is echter gekocht, en het erfpachtcontract is overgenomen, door Transformatiehaven BV. Zij hebben een omgevingsvergunning gekregen om tijdelijk (voor een periode van 15 jaar) in afwijking van het bestemmingsplan woningen op deze locatie te realiseren. De financiering van de tijdelijke woningen is mede gebaseerd op het gegeven dat de locatie nu de bestemming ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ heeft, met een aanzienlijk hogere grondwaarde dan het geval is als deze locatie de bestemming ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ zou hebben. Het met het nieuwe bestemmingsplan veranderen van de bestemming van ‘BedrijfNutsvoorziening’ naar ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ is om deze reden niet juist, en zou grote nadelige gevolgen hebben voor de ontwikkelaar en voor de gemeente.
Daarom stellen wij u voor om de bestemming ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ die in het ontwerpbestemmingsplan aan deze locatie is toegekend weer terug te veranderen naar de bestemming ‘BedrijfNutsvoorziening’ die deze locatie in het oude thans nog geldende bestemmingsplan heeft. A4 M.e.r.-beoordelingsbesluit Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingplan is geconcludeerd dat het bestemmingsplan slechts voor een beperkte wijziging van de planologische situatie zorgt, en daarom niet als een stedelijk ontwikkelingsproject te beschouwen is in de zin van categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Daarom is er destijds geen m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Als gevolg van recente jurisprudentie van de Raad van State hebben wij aanleiding gezien om alsnog een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Wij stellen u daarom
voor om de huidige tekst in paragraaf 6.2 ‘Milieu effectrapportage’ te vervangen door de onderstaande tekst, en om het genoemde m.e.r.-beoordelingsbesluit als bijlage 10 bij de toelichting op te nemen. Voorgesteld wordt om de huidige tekst in paragraaf 6.2.1 van de toelichting te vervangen door de volgende tekst: “Om te bepalen of het bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, is het programma getoetst aan de Nederlandse en Europese wetgeving. Het bestemmingsplan maakt één sloop/nieuwbouw ontwikkeling mogelijk, Persoonshaven 85. Dit pand is een niet meer in gebruik zijnde schoolgebouw in twee bouwlagen. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat in plaats van de huidige bebouwing maximaal 32 woningen worden gerealiseerd in vier bouwlagen. Deze mogelijkheid moeten worden gezien als een stedelijke ontwikkelingsproject zoals omschreven in het Besluit m.e.r. kolom 1, opgenomen in het onderdeel D 11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In de nabijheid van het plangebied zijn verschillende grootschalige ontwikkelingen met voornamelijk woningen voorzien. De ontwikkelmogelijkheid naar 32 woningen die in het bestemmingsplan Feijenoord is opgenomen heeft geen enkele financiële, organisatorische of bouwkundige samenhang met andere ontwikkelingen in de omgeving.
De gronden van de ontwikkellocatie zijn in eigendom van de gemeente. Bij verkoop van de gronden aan een initiatiefnemer zal een overeenkomst worden gesloten waarin de kosten voor de gemeente gedekt zijn. Ook is er geen sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen de ontwikkeling in het bestemmingsplan en andere ontwikkelingen. Zoals uit het bovenstaande blijkt is er voor het bestemmingsplan Feijenoord een m.e.r.beoordeling nodig. De genoemde ontwikkeling is de (opzichzelfstaande) voorgenomen activiteit waarvoor de m.e.r.-beoordeling nodig is. Omdat de 32 woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt onder de drempelwaarde ligt van 2.000 woningen en een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 gaat het om een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze beoordeling is uitgevoerd. Het college heeft besloten dat er geen MER hoeft te worden opgesteld, omdat er geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten zijn voor het milieu. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is als bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd.” A5 Aanpassen geluidzone industrie Op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan Feijenoord zijn de geluidzones van het gezoneerde industrieterrein ‘Feijenoord’ en het gezoneerde industrieterrein ‘Maas- en Rijnhaven’ aangegeven.
Met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening industriezones Feijenoord en Maas- Rijnhaven’ zijn deze industrieterreinen en de geluidzones daaromheen komen te vervallen. In plaats daarvan is de geluidzone rondom het nieuw aangewezen industrieterrein ‘Piekstraat Feijenoord’ (het terrein van Hunter Douglas) over een deel van het plangebied komen te liggen. Wij stellen u voor om de twee vervallen geluidzones die nu op de verbeelding staan te vervangen door de thans geldende geluidzone. Teven stellen wij u voor om de toelichting hierop te wijzigen, als volgt: De huidige tekst in paragraaf 6.4.3 ‘Industrielawaai’ wordt vervangen door: “Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan lag een groot deel van het plangebied binnen de geluidzone van het industrieterrein ‘Maas-Rijnhaven’, en het hele plangebied
binnen de geluidzone van het industrieterrein ‘Feijenoord’. Nu zijn deze gezoneerde industrieterreinen en de geluidzones daaromheen komen te vervallen. In plaats daarvan is de geluidzone rondom het nieuw aangewezen industrieterrein ‘Piekstraat Feijenoord’ (het terrein van Hunter Douglas) over een deel van het plangebied komen te liggen. Zoals op de verbeelding is aangegeven met de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie piekstraat feijenoord’. In het als bijlage 3 bij de regels van het bestemmingsplan gevoegde besluit hogere waarden zijn voor de geluidsgevoelige locaties 1, 3, 4 en 5 hogere waarden vastgesteld voor de geluidbelasting door het industrieterrein ‘Feijenoord’. Nu dit industrieterrein is komen te vervallen kunnen deze hogere waarden ook als vervallen worden beschouwd. De vier genoemde locaties liggen niet binnen de geluidzone van het industrieterrein ‘Piekstraat Feijenoord’. Deze geluidzone ligt geheel binnen de vervallen geluidzone en het instellen van de nieuwe geluidzone brengt geen verandering in de geluidproductie met zich mee. Zodoende is industrielawaai niet langer van invloed op de nieuwe geluidsgevoelige situaties in het bestemmingsplan Feijenoord. De huidige tekst in paragraaf 6.4.5.3 wordt vervangen door: Industrielawaai zorgt niet voor overschrijdingen van de voorkeurswaarde op de gevels van de nieuwe geluidsgevoelige situaties.
A6 Stikstof Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan is geen stikstofberekening uitgevoerd. Omdat de enige ontwikkeling in het bestemmingsplan beperkt van omvang is, de afstand tot stikstofgevoelige natuurgebieden groot en bij grotere ontwikkelingen in de omgeving geen planbijdrage aan de stikstofdepositie is berekend, werd dit niet nodig geacht. Gezien de wijzigingen in wetgeving en jurisprudentie vinden wij het nu wel nodig dat een stikstofberekening ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan. De stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling is thans berekend, met het meest recente AERIUS-model. Voorgesteld wordt om paragraaf 6.8.2 ‘Gebiedsbescherming’ hierop aan te passen zoals hieronder is aangegeven. En om de uitgevoerde stikstofberekening als bijlage 9 bij de toelichting toe te voegen.
De onderstaande alinea in paragraaf 6.8.2 wordt geschrapt: “Vanwege de grote afstand tot stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, de zeer beperkte omvang van de nieuwe ontwikkelingen en het feit dat er bij (grotere) plannen in de (directe) omgeving geen stikstofeffecten optreden, valt uit te sluiten dat de ontwikkelingen in het plangebied een negatief effect hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.” In plaats daarvan wordt de volgende alinea opgenomen: “Uit de ten behoeve van het bestemmingsplan uitgevoerde stikstofdepositieberekening blijkt dat er zowel bij de aanlegfase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr optreedt. Dit betekent dat nader onderzoek of maatregelen niet nodig zijn en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor het bestemmingsplan.” A7 Bodem In paragraaf 6.6 ‘Bodem’ is de volgende tekst opgenomen: “Het bestemmingsplan voorziet niet in direct in nieuwbouw waarvoor ingrepen in de bodem nodig zijn. Het milieuaspect bodemverontreiniging speelt geen rol bij de functiewijzigingen van bestaande panden, en vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.”
Deze tekst klopt niet. Op één locatie (Persoonshaven 85) voorziet het bestemmingsplan in sloop van een school en nieuwbouw van woningen. Daarom wordt voorgesteld om de bovenstaande tekst te vervangen door de volgende tekst: “In het bestemmingsplan is één sloop/nieuwbouwlocatie opgenomen (Persoonshaven 85). In de bouwplanfase dient na sloop een bodemonderzoek te worden uitgevoerd, en dient in het kader van de bouwvergunning een geschiktheidsverklaring te worden verkregen. Gezien de indicatieve bodemkwaliteit zal deze geschiktheidsverklaring naar verwachting kunnen worden verkregen. Het milieuaspect bodemverontreiniging vormt daarom geen belemmering voor het bestemmingsplan. Bodemverontreiniging speelt geen rol bij de functiewijzigingen van bestaande panden.” A8 Duurzaamheid In het ontwerpbestemmingsplan Feijenoord is geen paragraaf ‘Duurzaamheid’ opgenomen. Hetgeen bij ontwerpbestemmingsplannen met een recentere datum wel het geval is. Wij stellen u voor om in het bestemmingsplan Feijenoord alsnog de onderstaande paragraaf ‘Duurzaamheid’ op te nemen. “4.1.7 Duurzaamheid Algemeen Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst. Bij nieuwe initiatieven is duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave.
In 2019 werd het Rotterdams Duurzaamheidskompas vastgesteld als overkoepeling voor al het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rotterdam. Hierin geeft de gemeente de richting aan hoe de komende jaren wordt gewerkt aan een duurzame stad. Duurzaamheid is grofweg met vier thema’s te omschrijven: energietransitie, circulaire economie, klimaatbestendige stad en gezonde leefomgeving. Deze thema’s hebben invloed op elkaar en kunnen dus ook niet los van elkaar worden gezien. Energietransitie Voor het alternatief op aardgas zet Rotterdam in op stadsverwarming. Grote delen van Rotterdam kennen nu al een warmtenet en in combinatie met de restwarmte die de regio heeft (industriële restwarmte) is dit een energetische en kostenefficiënte oplossing voor oa. het verwarmen van nieuwe maar ook bestaande woningen. Circulaire economie De basis voor een circulaire economie ligt in principe van het voorkomen en het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, het verlengen van levensduur van producten, het hergebruik van producten en onderdelen en het recyclen van materialen en grondstoffen. Oftewel: reduce, re-use and recycle. Klimaatbestendige stad Om hevige regenval, langdurige droogte en hitte, grondwater onder- en overlast en bodemdaling aan te pakken zijn ingrepen noodzakelijk in openbaar gebied en op particulier terrein.
Klimaatadaptatie, het aanpassen van Rotterdam aan die verandering, is nodig. Door het klimaatadaptief ontwerpen van de buitenruimte (openbare en private ruimte) en gebouwen zijn er ook kansen om doelen voor natuurwaarden te koppelen (natuurinclusief bouwen en biodiversiteit). Voor de gebouwde omgeving in Hoogvliet zijn extreme hoosbuien de meest in het oog springende veroorzakers van schade en overlast. Deze overlast, overbelasting van de riolering door piekbelasting dient in de toekomst door een robuust systeem voorkomen te worden. Hoe dit plaatsvindt is onderdeel van nadere uitwerking. De
gemeentelijke ambitie is om in de volgende volgorde met water om te gaan: water lokaal nuttig gebruiken, water vasthouden, water bufferen en water vertraagd afvoeren. Meer en langere periodes met hoge temperaturen kunnen leiden tot gezondheidsproblemen (hittestress), in het bijzonder voor kwetsbare inwoners (ouderen, zieken). In woningen en buitenruimtes moet voldoende verkoeling mogelijk zijn tijdens hittegolven. Schaduwrijke bomen en oppervlaktewater leveren een bijdrage aan de benodigde verkoeling. Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving hangt af van verschillende factoren, onder andere: De milieukwaliteit (geluidhinder, luchtkwaliteit, geurhinder, bodemkwaliteit: zie hoofdstuk 6), de mate/kwaliteit van groen in de omgeving en hittestress (zie hierboven). Plangebied Het bestemmingsplan Feijenoord bevat één nieuwe ontwikkelmogelijkheid, de sloop van een school en de nieuwbouw van 32 woningen (Persoonshaven 85), en op verschillende locaties wordt in de plint transformatie van niet-woonfuncties naar woningen mogelijk gemaakt. Voor het bestemmingsplan zelf is duurzaamheid geen sturend thema geweest, daarvoor is de bouwplanfase het geëigende moment. Het Rotterdamse kwaliteitsbeleid wonen is van toepassing op nieuwbouwprojecten en bij transformaties, waarbij de functie wijzigt naar wonen.
Het kwaliteitsbeleid zal initiatiefnemers van nieuwbouw- en transformatieplannen van tevoren duidelijk maken welke elementen de gemeente van belang acht voor het realiseren van woningbouw met toekomstwaarde. De gronden van de ontwikkellocatie zijn in eigendom van de gemeente. Er zal daarom t.z.t. bij ontwikkeling een nota van uitgangspunten moeten worden vastgesteld. Via de nota van uitgangspunten zal worden gestuurd op het realiseren van de duurzaamheidsambities.”