CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb004703] Beantwoording vragen Bonte over Geluidsoverlast windturbines

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 20 september 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Geluidsoverlast windturbines4.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Van: D. de Wit en J. Boudesteijn Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 23bb001900 Ons kenmerk: M2303-2937 - 23bo005335 Onderwerp: Beantwoording ‘Geluidsoverlast windtribunes’

Aan de gemeenteraad

Dat um: B&W 30 mei 2023

ontvangen 30-06-2023

Op 21 maart 2023 stelde het lid S.M. Bonte (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over Geluidsoverlast windturbines (23bb001900). Inleidend wordt gesteld: “Duizenden mensen in Nederland hebben te maken met geluidsoverlast door windturbines. Zembla ontdekte een achtergehouden rapport uit 2009 waarin wordt gewaarschuwd voor de geluidsnormen die omwonenden onvoldoende beschermen. De geluidsoverlast door windturbines leidt tot het verstoren van de nachtrust van omwonenden. Dit slaaptekort leidt tot gezondheidsklachten, zoals concentratieproblemen, hoge bloeddruk, angst en depressie. Het causaal verband tussen chronisch slaaptekort en gezondheidsklachten wordt erkend door het RIVM. Het RIVM concludeert, en daarmee de overheid, dat windturbines kunnen leiden tot ernstige hinder en mogelijk slaapverstoring en dat deze reacties een rol kunnen spelen bij het ontstaan van ernstige gezondheidseffecten van omgevingsgeluid op de lange termijn. Niet voor niets heeft Leefbaar Rotterdam dan ook bij de vaststelling van de RES (27 mei 2021) meerdere moties over dit onderwerp ingediend. Helaas konden deze moties toentertijd niet rekenen op een vruchtbare grond in de gemeenteraad. De geluidsnormen voor windturbines zijn vastgesteld op 47dB overdag en 41dB ‘s nachts. Uit onderzoek van Dr.ir.

Jan de Laat, klinisch-fysicus-audioloog (LUMC), blijkt dat al vanaf 35dB mensen overlast gaan ervaren. Bij veel wind maken de windturbines meer geluid. De betreffende geluidsnormen zijn in 2011 vastgesteld als jaargemiddelde. Structurele overschrijding in een bepaalde periode kan binnen de toegestane norm van het jaargemiddelde blijven, terwijl er wel sprake is van structurele geluidsoverlast en een chronisch slaaptekort. Een kritisch rapport van VROM-inspectie is destijds niet gedeeld met de Tweede Kamer. Een kwalijke zaak.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/7 30 mei 2023 M2303-2937

Een jaargemiddelde is niet handhaafbaar, want structurele piekbelastingen zijn toegestaan. Met als gevolg het verstoren van de slaap van omwonenden, slaaptekort en daarmee gezondheidsklachten. Door de Minister is destijds prioriteit gegeven aan de energietransitie ten koste van het beschermen van burgers. Geluidsoverlast aanvechten bij de rechter blijkt kansloos (van de 300 aangespannen rechtszaken won een omwonende er maar één). Wel is het mogelijk om nu een andere politieke keuze te maken en nu wel te kiezen voor de bescherming van burgers.” Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording: Vraag 1: Is de wethouder bekend met het kritische rapport uit 2009 van VROM-inspectie, dat destijds kennelijk is achtergehouden voor de Tweede Kamer, waarin gewaarschuwd wordt voor de gevolgen van de geluidsnormen van windturbines? Zo ja, wat is de reactie van de wethouder? Antwoord: Ja, dit rapport is bekend. Voor de inhoudelijke reactie op het rapport uit 2009 verwijs ik naar de brief d.d. 29 november 2022 van de staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat, drs. V.L.W.A. Heijnen. Ik voeg deze brief voor de volledigheid als bijlage toe. Momenteel werkt het Rijk aan nieuwe landelijke normen voor windturbines voor geluid, maar ook voor slagschaduw, externe veiligheid, lichtschittering, verlichting en markering.

Het college meent dat in het licht van de nieuw te ontwikkelen richtlijnen, het rapport uit 2009 minder relevant is en dat zij het belangrijk vindt dat hiervoor de meest relevante en actuele inzichten als basis worden gebruikt. De nieuwe normen kunnen naar verwachting begin 2024 in werking treden.

Vraag 2: Is de wethouder bekend met de klachten over chronisch slaaptekort en de daarbij gepaarde gezondheidsklachten door het verstoren van de nachtrust van omwonenden door de structurele geluidsoverlast van windturbines? Zo ja, wat is de reactie van de wethouder? Antwoord: Het is mij bekend dat er mensen zijn met deze klachten. Er is veel onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines. Het RIVM constateert dat uit de beschikbare onderzoeken tot nu toe geen eenduidige conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van slaapverstoring. Wel is het duidelijk dat geluid van windturbines ernstige hinder kan veroorzaken. Uit de onderzoeken blijkt dat of men last heeft van geluid van meerdere factoren afhangt: de sterkte van het geluid, het soort geluid en niet-akoestische factoren zoals geluidsgevoeligheid, de houding ten opzichte van windturbines, visuele aspecten en economisch voordeel. Hierdoor verschilt de ervaren hinder van persoon tot persoon. Windturbines zijn bovendien ’s nachts vaak beter hoorbaar dan overdag. Dit komt omdat er dan minder ander geluid is, bijvoorbeeld van auto’s of vliegtuigen. Men kan daardoor ’s nachts extra hinder ervaren.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/7 30 mei 2023 M2303-2937

Een duidelijke en goed onderbouwde normering moet hier zoveel mogelijk tegen beschermen. In de berekening van deze normen wordt rekening gehouden met het verschil tussen nacht en dag. Tegelijkertijd; hinder te allen tijde voor iedereen voorkomen is niet mogelijk. Er zijn verschillende belangen die een rol spelen. Enerzijds willen we onze inwoners zoveel mogelijk beschermen tegen mogelijke hinder. Tegelijkertijd hebben we als gemeente een belangrijke rol in de energietransitie, ook in het belang van onze inwoners. De locaties zijn schaars in de Rotterdamse regio, dus er zal steeds gezocht worden naar de juiste balans. Vraag 3: Heeft de wethouder onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de verstoring van de nachtrust door windturbines bij omwonenden en de mogelijke gezondheidsschade voor omwonenden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de uitkomst van dat onafhankelijke onderzoek (en door wie is het uitgevoerd) en in hoeverre heeft dit betrekking voor toekomstige windturbines op de Landtong nabij Rozenburg en het Beneluxplein nabij Hoogvliet en Pernis? Antwoord: Nee. Dat is niet gebruikelijk. Onze partners hebben de expertise in huis en volgen alle ontwikkelingen op dit gebied. De GGD heeft hier een aparte webpagina voor: Windmolens - GGD Leefomgeving, net als het RIVM Windmolens en gezondheid | RIVM. DCMR is verantwoordelijk voor het toezicht op de milieuaspecten.

Dit is ook het loket waar inwoners een melding kunnen doen indien zij hinder ervaren. In de infographic op de site van DCMR staat hoe dit werkt. Afhandeling hinder door windmolens | DCMR. Er zijn daarnaast nieuwe landelijke wettelijke normen voor onder andere geluid en slagschaduw in de maak. In juni 2021 zijn de landelijke normen voor windturbines uit het Activiteitenbesluit door een uitspraak van de Raad van State namelijk buiten werking gesteld, voor windparken met 3 of meer turbines. Voor dergelijke parken zullen dan lokale normen opgesteld moeten worden. Voor windparken met 1 of 2 turbines, gelden wel nog de normen uit het Activiteitenbesluit. Naast de algemene regels wordt er voor projecten van een bepaalde omvang specifiek een milieueffectrapportage opgesteld om in kaart te brengen of het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en aan lokaal te stellen normen. Een ontwikkelaar is verplicht om mitigerende maatregelen te treffen wanneer dit aan de orde is volgens de daartoe benodigde onderzoeken. Bij de vergunningsaanvraag moet de ontwikkelaar meerdere uitgebreide onderzoeken overleggen om het plan beargumenteerd te onderbouwen, ook als het opstellen van een milieueffectrapportage niet verplicht is. Dit wordt vervolgens getoetst door de gemeente en DCMR.

Vraag 4: Wat gaat de wethouder doen om de (mogelijke) gezondheidsschade van omwonenden door geluidsoverlast van windturbines te voorkomen? Antwoord: Zoals hierboven beschreven bestaat de route naar een vergunning uit een zorgvuldig proces waarin met onderzoeken aangetoond moet worden dat de effecten op de omgeving binnen de wettelijke geluidsnormen blijven.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/7 30 mei 2023 M2303-2937

Ook is het in het kader van de naderende Omgevingswet verplicht om een zorgvuldig participatietraject te doorlopen en bij besluiten over vergunningen de zorgen en de gezondheid van onze bewoners daarin mee te beoordelen en af te wegen. Gedurende de exploitatie registreert en analyseert DCMR. Ook als windturbines aan wettelijke eisen voldoen kunnen meldingen worden gebruikt om afwijkingen aan de turbines te signaleren en waar nodig het gesprek aan te gaan met exploitanten en gemeente. Vraag 5: Is de wethouder bekend met de schadevergoeding van 110.000 euro die is toegekend door een rechter in Frankrijk aan een echtpaar dat gezondheidsschade heeft ondervonden door windturbines die op 1 km afstand van hun woonhuis staan? Antwoord: Ja, deze casus is op hoofdlijnen bekend. Vraag 6: Hoeveel windturbines op land staan er (gepland) binnen een straal van 1 km van woonhuizen in de regio Rotterdam? Antwoord: In onze regio (waarbij we zijn uitgegaan van de regiobegrenzing uit het windconvenant en dat van het havengebied) staan nu 97 turbines, 40 daarvan op minder dan 1 kilometer van een woning. Gepland staan nu, binnen de ruimtelijke mogelijkheden daartoem, in totaal 37 turbines binnen een straal van 1 km van woonhuizen. Voor het gepland windvermogen in de regio, zijn we uitgegaan van het technisch potentieel binnen de VRM-locaties en RESzoekgebieden in de regio.

Vraag 7: Wat is de inschatting van de wethouder over de te verwachten schadeclaims door omwonenden binnen een straal van 1 km die gezondheidsschade ondervinden door windturbines op land? Antwoord: Het college verwacht nu geen schadeclaims op deze gronden. Er is in Nederland geen jurisprudentie bekend over een toegewezen schadeclaim in een zaak die gezondheidsschade door windturbines behandelt. Mochten er schadeclaims ingediend worden zullen wij deze vanzelfsprekend serieus beoordelen. Vraag 8: Heeft de wethouder middelen gereserveerd om deze te verwachten toekenning schadeloosstelling te kunnen betalen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, welk bedrag en hoe wordt dat gefinancierd? Antwoord: In lijn met het antwoord op vraag 7 is deze voorziening er niet. De redenering hiervoor is het tevens genoemde ontbreken van jurisprudentie op dit gebied.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/7 30 mei 2023 M2303-2937

Vraag 9: De wettelijk minimale afstand tussen een windturbine en een woonhuis kan worden berekend volgens de formule: tiphoogte windmolenwiek maal een factor x. Uit onderzoek blijkt dat een factor 10 noodzakelijk is om geen geluidsoverlast te veroorzeken (onderzoek Dr. ir. Jan de Laat): o Is de wethouder hiervan op de hoogte? o Welke minimale afstandsnormen hanteert de wethouder voor windturbines op land? o Wat zijn de criteria voor het vaststellen van de minimale afstand? o Wat is de te verwachte ontwikkeling van de wettelijke minimale afstand de komende jaren? o Is er Europese wet- en regelgeving terzake de minimale afstand te verwachten? En zoja, wanneer? o Hoe is het nu geregeld in de andere landen in onze regio, bijvoorbeeld België, Duitsland en Denemarken? Antwoord: Het onderzoek van de heer De Laat is nog niet gepubliceerd en derhalve niet bekend bij het college. Van het door u genoemde standpunt van de heer De Laat heeft het college kennisgenomen. Er gelden op dit moment geen afstandsnomen voor windturbines. Het Ministerie van IenW werkt aan de totstandkoming van nieuwe milieunormering voor windturbines op land op basis van een landelijke planMER. Het milieueffectrapport (planMER) dient als informatiebron bij het opstellen van de nieuwe windturbine-bepalingen.

Het planMER en het concept van de nieuwe windturbinebepalingen worden naar verwachting nog voor de zomer van 2023 gepubliceerd voor een consultatie waarin eenieder zienswijzen in kan brengen. De definitieve nieuwe windturbinebepalingen zullen dan naar verwachting begin 2024 in werking treden. In het planMER komt bescherming van diverse milieuaspecten (zoals geluid en slagschaduw) van windturbines aan de orde, en ook komen daarin afstandsnormen inclusief de variant 4 maal tiphoogte (Deense norm) als instrument voor het tegengaan van hinder aan de orde. In een eerder stadium heeft het ministerie van I&W al laten onderzoeken hoe andere Europese landen omgaan met afstandsnormen (en andere normen) voor windturbines. Dit rapport is hier gepubliceerd. De resultaten van dit onderzoek zullen ook worden betrokken bij het planMER ten behoeve van de nieuwe windturbine-bepalingen. Een verwachting uitspreken betreft de uitkomst van de ontwikkeling van de landelijke normen is op dit moment niet op betrouwbare wijze te doen. Vraag 10: Met verwijzing naar art. 21 en art. 22 lid 1 van de Grondwet; is de wethouder van mening dat de burgers van Rotterdam, in het bijzonder hun veiligheid en gezondheid, dienen te worden beschermd door de overheid? Antwoord: Ja.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6/7 30 mei 2023 M2303-2937

Vraag 11: Is de wethouder van mening dat het acceptabel is om windturbines te plaatsen op land, indien dit leidt tot risico’s op gezondheidsschade bij omwonenden in de regio Rotterdam? Indien ja, wat zijn de ethische afwegingen die de wethouder maakt? Antwoord: Voor de inschatting van de risico’s op gezondheidsschade vertrouw ik op de experts op dit gebied. Die expertise is verweven in normenstelsel (lokaal, dan wel landelijk opgesteld) en regelgeving waar een turbine aan moet voldoen. Waar wij als gemeente voor staan is een zorgvuldig proces en gesprek met de omgeving. In onze rol als bevoegd gezag hebben we daarnaast ook een toetsende rol in het proces van de vergunningverlening. Vraag 12: Welke (politieke) keuze maakt de wethouder in de afweging tussen gezondheid van burgers in de regio Rotterdam en het voldoen aan een convenant met betrekking tot windturbines op land? Antwoord: In het coalitieakkoord ‘Één stad’ treft u de passage: ‘Bestaande afspraken over het ruimtelijk mogelijk maken van vijf windparken op Rotterdams grondgebied, komen we na.’ Dit uitgangspunt is tot stand gekomen in de overtuiging dat de tweedeling die uw vraag stelt; een keuze tussen de realisatie van windmolens en de gezondheid van de Rotterdammer, er niet is.

Er is noodzaak tot de realisatie van schone energie en het college neemt daarin haar verantwoordelijkheid, met behoud van een gezonde leefomgeving. Vraag 13: Is de wethouder bereid om binnenkort met het nieuwe college van Gedeputeerde Staten het gesprek aan te gaan over de geplande windturbines op de Landtong en Beneluxplein? Zo nee waarom niet, gezien de nieuwe politieke realiteit in de Provincie? Antwoord: Met de brief ‘Uitkomst gesprek met de gedeputeerde van provincie Z-H over de locaties Rozenburg en Beneluxplein’ (22bo005851) bent u op 7 oktober jl. geïnformeerd over de gesprekken die vanuit het college met het college van de Gedeputeerde Staten ZuidHolland zijn gevoerd.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7/7 30 mei 2023 M2303-2937

Tijdens de bespreking van het Klimaat Actieplan Rotterdam in de commissie Mobiliteit, Haven, Economie, Klimaat heeft het college aangegeven deze gesprekken niet te herhalen bij een veranderende omstandigheid.

Bijlage: - Beantwoording Kamervragen leden Leijten SP en Erkens VVD over geluidsoverlast windmolens

:» Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2 515 XP Den Haag Postbus 20901 2 5 00 EX Den Haag T F

0 7 0-456 0000 070-456 1111

Ons kenmerk IENW/BSK-2022/278014

Datum Betreft

29 november 2022 Beantwoording Kamervragen leden Leijten (SP) en Erkens (VVD) over geluidsoverlast windmolens (2022Z19720)

Uw kenmerk 2 0 22Z19720

Geachte voorzitter, Hierbij zend ik u, mede namens de minister voor Klimaat en Energie, de antwoorden op de vragen van de leden Leijten (SP) en Erkens (VVD) over het bericht 'Inspectie: burgers onvoldoende beschermd tegen geluidsoverlast windmolens' (kenmerk 2022Z19720), ingezonden op 18 oktober 2022. Omdat de regelgeving voor geluid van windmolens onder mijn verantwoordelijkheid valt, zijn deze vragen overgedragen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hoogachtend, DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

drs. V.L.W.A. Heijnen

Pagina 1 van 7

2022Z19720 1. Kunt u verklaren hoe het kan dat op basis van een Wet open overheid-verzoek wordt geantwoord dat de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheidstoets (HUF) er in 2009 niet was, terwijl die er wel bleek te zijn? Hoe reflecteert u op deze informatiehuishouding? (1)

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IE NW/BSK-2022/278014

Antwoord: Bij het betreffende Woo-verzoek is aangegeven dat alle opgevraagde documenten al betrokken zijn geweest bij een eerder relatief recent besluit (19-08-2021) op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Voor dat besluit was een omvangrijke zoekactie gedaan met behulp van zoektermen in de archieven van het toenmalige ministerie van VROM en zijn de aangetroffen documenten deels openbaar gemaakt middels een Wob-besluit. Omdat de Woo alleen toeziet op informatie die nog niet openbaar is, is vanwege die eerdere omvangrijke inventarisatie aangenomen dat een nieuwe zoekslag niet meer informatie zou opleveren dan bij het eerdere Wob-besluit reeds openbaar gemaakt is. En op reeds openbare informatie is de Woo niet van toepassing. Na een Woo-verzoek specifiek gericht op de HUF-toets is deze wel aangetroffen en bij een Woo-besluit betrokken en openbaar gemaakt. Ik vind het erg vervelend om te constateren dat bij de eerdere zoekactie de HUF-toets helaas niet is aangetroffen. 2. Staat u achter de opvatting van destijds dat in deze HUF-rapportage persoonlijke beleidsopvattingen staan en waardoor het niet met de Kamer gedeeld kon worden? Kunt u uw antwoord toelichten? Antwoord: De rapportage HUF-beoordeling "wijziging milieuregels windturbines" is in 20 09 op grond van de Wob opgevraagd. Van de rapportage zijn toen de eerste twee paragrafen vrijgegeven.

De rest van de rapportage is gelakt, omdat het persoonlijke beleidsopvattingen bevatte die op grond van de Wob niet openbaar moesten worden gemaakt. Dit besluit heeft destijds bij de rechter stand gehouden1. 3. Deelt u de mening dat de HUF-toets onderdeel is van de besluitvorming en op die grond behoort te worden gedeeld, zeker bij navraag, met de volksvertegenwoordiging? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Conform de nieuwe instructie onder de Woo is hier opnieuw een beoordeling in gemaakt en is de HUF-toets inclusief persoonlijke beleidsopvattingen alsnog openbaar gemaakt in niet tot personen herleidbare vorm2. 4. Deelt u de mening dat een advies van een verantwoordelijke inspectie die waarschuwt dat bewoners onvoldoende beschermd zijn door een geluidsnorm op

1 uitspraak 12 november 2009, zaaknummer AMS 09/4671 2 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/woo-besluiten/2022/09/15/woo-besluit-overhuf-beoordeling-windturbines-2009

Pagina 2 van 7

basis van een jaargemiddelde, onderdeel moet zijn van de informatie die de Kamer krijgt? Op welke manier heeft u gehoor gegeven aan dit advies en op welke manier heeft u het beleid hierop aangepast? Antwoord: De HUF-beoordeling geeft als belangrijk punt van zorg aan dat de normering op basis van een jaargemiddeld geluidniveau niet goed handhaafbaar zou zijn. In de nota van toelichting bij de wijziging milieuregels windturbines3 (paragraaf 12.3 en 13) is aangegeven dat mede naar aanleiding van het advies van de inspectie het punt van de handhaafbaarheid bij de opstelling van de regeling veel aandacht heeft gekregen. Besloten is het reken- en meetvoorschrift op dat punt verder aan te scherpen en te verduidelijken. Eventuele handhaving richt zich niet op het meten van het jaargemiddelde geluidniveau op de gevel van de woning, maar op het controleren van het geluidvermogen (geluidproductie zoals gemeten bij de windmolen zelf, bij verschillende windomstandigheden). Daarmee kunnen in het geval van klachten de opgaven van het geluidvermogen van de fabrikant relatief eenvoudig gecontroleerd worden.

Met dit geluidvermogen (en andere gegevens zoals afstand tot de woning, bodemeigenschappen en de lokaal te verwachten windsnelheden en windrichting over het jaar heen) kan het jaargemiddelde gevelniveau bij normaal gebruik worden bepaald, wat vervolgens aan de normstelling kan worden getoetst. Hiermee kan tussentijds worden gehandhaafd, dus niet pas achteraf via de draaigegevens van de windmolen, omdat de handhaving is gericht op controle van het geluidvermogen van de windmolen zelf.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IE NW/BSK-2022/278014

Een ander punt van zorg betreft de bescherming tegen nachtelijke (piek)hinder, die niet goed geborgd zou zijn met een jaargemiddelde norm. Om de bescherming tegen nachtelijk geluid te waarborgen, is als reactie op de zorgen gekozen voor een aanvullende norm voor de nacht. Verder is verduidelijkt dat cumulatie van geluid van meerdere windturbines is meegenomen in de regelgeving, aangezien de norm geldt voor het gecombineerde geluid van alle windturbines op een windpark. 5. Is te achterhalen hoe er destijds landelijke geluidsnormen voor windmolens zijn opgesteld, zonder dat er acht geslagen is op de adviezen van de inspecties in de HUF-toets? Hoe reflecteert u op deze besluitvorming? Antwoord: Ik deel de mening niet dat er geen acht is geslagen op de adviezen van de inspectie. Zoals uit het antwoord op vraag 4 blijkt, zijn naar aanleiding van de adviezen verbeteringen aangebracht. Bij de totstandkoming van de landelijke geluidregels was er op basis van destijds beschikbaar onderzoek naar hinderlijkheid van geluid van windmolens een goed beeld van de hinder die mensen ervaren bij een bepaald, over langere tijd berekend geluidniveau op de gevel van hun woning. Hierbij is geconstateerd dat de kans op hinder bij de gekozen grenswaarde goed vergelijkbaar is met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd.

Deze bescherming werd als toereikend gezien.

3 https://zoek.oflficielebekendmakinaen.nl/stb-2010-749.html

Pagina 3 van 7

6. Erkent u dat de bezwaren van bewoners en de schade aan hun gezondheid als gevolg van geluidshinder voorspeld worden in de HUF-toets en dat de bezwaren en gezondheidsschade voorkomen hadden kunnen worden als de toets serieus was genomen? Kunt u uw antwoord toelichten?

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IE NW/BSK-2022/278014

Antwoord: Nee. Het advies van de Inspectie betreft vooral de zorg over de handhaafbaarheid van een jaargemiddelde norm en niet de hoogte van de norm zelf. Naar aanleiding van het advies is het reken- en meetvoorschrift verder aangescherpt en verduidelijkt en is een aanvullende norm voor nachtelijk geluid opgenomen, zie de antwoorden op vraag 4 en 5. Uit een overzichtsstudie van het RIVM blijkt dat geluid van windmolens kan leiden tot hinder en mogelijk ook slaapverstoring, maar geen direct verband laat zien met andere gezondheidseffecten. De geluidsnormering biedt een mate van bescherming tegen ernstige hinder die op basis van de best beschikbare wetenschappelijke informatie toereikend werd geacht. Net als voor andere geluidbronnen geldt dat hiermee niet helemaal te voorkomen is dat mensen hinder van geluid ondervinden, omdat ook een afweging plaatsvindt met andere belangen, zoals duurzame energievoorziening. 7. Vindt u dat er voldoende inhoudelijk is omgegaan met de bezwaren van bewoners en dat er naar behoren getoetst kon worden of de windmolens voldoen aan de geluidsnormen? Vindt u het niet op zijn minst opmerkelijk om geluid op basis van een 'jaargemiddelde' te meten, omdat dit geen recht doet aan piekhinder? Antwoord: Het is niet vreemd om geluid te meten op basis van een jaargemiddelde. Dit gebeurt ook voor veel andere geluidbronnen zoals weg- en railverkeer.

Deze jaargemiddelde geluidmaten worden door de WHO en de Europese richtlijn voor omgevingsgeluid ook aangeraden om verwachte hinder en slaapverstoring te bepalen. Door een jaargemiddelde norm wordt niet alleen het maximale geluidniveau, maar ook het aantal keer dat deze 'piekhinder' kan optreden sterk beperkt. Dit komt doordat de hoogste geluidniveaus in sterke mate bijdragen aan het gemiddelde, zeker gedurende de nacht omdat het geluid dan extra zwaar wordt meegewogen. Bij windmolens is geen sprake van kortstondig luid piekgeluid zoals dat soms bij industriegeluid kan voorkomen. Er zijn meerdere momenten waarop getoetst kan worden of de windmolens voldoen aan de wettelijke geluidsnormen. Voorafgaand aan de plaatsing moet worden getoetst of de berekende jaargemiddelde geluidbelasting op de gevel van woningen voldoet aan de norm. Bij bestaande windparken moet de eigenaar van de windmolen op basis van jaarlijkse draaigegevens aan kunnen tonen dat wordt voldaan aan de geluidsnormen. Daarnaast kan bij klachten via metingen worden gecheckt of het geluidvermogen (geluidniveau bij de windmolen zelf) overeenkomt met het vooraf ingeschatte geluidvermogen. Op deze manier kan dus ook tussentijds gehandhaafd worden. 8. Op welke manier waarborgt u dat de nieuwe norm voldoende handhaafbaar is zonder afhankelijk te zijn van informatie van de exploitant? Antwoord:

Pagina 4 van 7

Zoals blijkt uit het antwoord op vraag 7 en ook op vraag 4, is handhaving niet afhankelijk van de informatie van de exploitant, maar is ook tussentijdse controle mogelijk via meting van het geluidvermogen. In de praktijk zien we dat sommige bevoegd gezagen aangeven problemen te ervaren met de handhaving omdat zij van mening zijn dat deze alleen na afloop van het jaar kan plaatsvinden. Daarom kijken we hier met aandacht naar bij het opstellen van nieuwe normering.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IE NW/BSK-2022/278014

9. Wilt u borgen dat bij nieuwe afstandsnormen en geluidsnormen niet opnieuw met gemiddelden gewerkt zal worden, waardoor schadelijke effecten worden weggepoetst? Kunt u uw antwoord toelichten? Antwoord: Het hanteren van een jaargemiddelde geluidsnorm betekent niet dat schadelijke effecten worden weggepoetst, aangezien in de middeling de maximale geluidniveaus zwaar meewegen. Zoals bij het antwoord op vraag 7 aangegeven, beperkt dit in sterke mate het maximale geluidniveau, evenals het aantal keer dat dit kan optreden. In de lopende plan-milieueffectrapportage (plan-mer) voor het vaststellen van nieuwe algemene milieuregels voor windturbines wordt hier opnieuw aandacht aan besteed. Ik kan echter niet op de uitkomsten vooruitlopen. 10. Bent u bereid om op basis van nieuw gestelde normen de al bestaande windmolenparken, en al vergunde projecten, opnieuw te toetsen aan dat beleid en indien nodig compenserende maatregelen te nemen, dan wel bedrijven te vragen dit te doen, om bewoners in hun zorgen tegemoet te komen? Antwoord: Indien er op grond van de bevindingen in de plan-mer aanleiding is om de normering aan te passen, zal ik bekijken wat nodig is om bewoners rond bestaande windparken en al vergunde projecten tegemoet te komen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de eerder gemaakte keuzes en rechtszekerheid van de exploitant. 11.

Hoe kijkt u naar de conclusie van het onderzoek van Arcadis, gedaan in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, dat de Nederlandse geluidsnormen lager zijn dan in de vergeleken landen? Op welke manier gaat u de andere conclusies uit het rapport wegen in het opstellen van de nieuwe normen (Kamerstuk 33612, nr. 80)? Antwoord: Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandse geluidsnormen niet sterk afwijken van die in omringende landen: er zijn landen met een strengere normering, maar ook landen die ongeveer even streng zijn. De conclusies van het onderzoek naar de effecten van afstandsnormen worden meegenomen in de plan-mer procedure. Zoals al aangegeven kan ik op de uitkomsten hiervan niet vooruitlopen. 12. Wat heeft de onduidelijke en ondeugdelijke bescherming van omwonenden van windparken volgens u gedaan met het draagvlak van wind-op-land? Deelt u de mening dat strenge en duidelijke normen het draagvlak voor wind-op-land kunnen vergroten?

Pagina 5 van 7

Antwoord: Ik deel de mening niet dat de bescherming tot nu toe onduidelijk of ondeugdelijk is geweest. In de normering is destijds gekozen voor voldoende bescherming op grond van de best beschikbare wetenschappelijke informatie. De mate van bescherming tegen hinder is in lijn met de bescherming tegen hinder door andere geluidbronnen. Een duidelijke en goed onderbouwde normering is uiteraard van belang voor zowel de bescherming van omwonenden als het draagvlak voor windenergie op land. Bij het stellen van normen moeten we rekening houden met verschillende belangen. Enerzijds zullen deze voldoende bescherming moeten bieden tegen hinder en anderzijds moeten we ook de duurzame energiedoelstellingen halen die binnen Europa zijn afgesproken. In de zoektocht naar de meest geschikte locaties wordt gekeken waar windmolens de minste hinder opleveren, al zullen er altijd situaties blijven waarin omwonenden overlast hebben.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IE NW/BSK-2022/278014

13. Vindt u het ook pijnlijk dat er nu haast lijkt te zijn om windmolenparken op basis van de oude normen te vergunnen, nu blijkt dat deze normen onvoldoende rekening houden met de belasting voor omwonenden? Lopen deze projecten risico nu helder is dat de HUF-toets uit 2009 is genegeerd in de besluitvorming? Antwoord: Deze constatering deel ik niet. De landelijke milieunormen kunnen, als gevolg van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtsspraak van de Raad van State van 30 juni 2021, niet meer worden toegepast voor nieuwe windparken. Uit de jurisprudentie is niet gebleken dat onvoldoende rekening is gehouden met de belasting voor omwonenden, alleen dat bij het opstellen van de regelgeving niet de juiste (plan-mer) procedure is gevolgd. Decentrale overheden kunnen, op basis van een lokale milieubeoordeling, lokale milieunormen vaststellen en vergunningen afgeven. Dit gebeurt volgens een zorgvuldig proces. 14. Met welke partijen spreekt u bij het opstellen van de nieuwe normen? Op welke manier worden private belangen en zorgen van bewoners gewogen bij het opstellen van de nieuwe normen? Antwoord: Er wordt momenteel gewerkt aan de plan-milieueffectrapportage (plan-mer) voor het vaststellen van nieuwe algemene milieuregels voor windturbines. De nieuwe algemene milieuregels voor windturbineparken worden opgesteld met toepassing van de reguliere AMvB-procedure.

Er zal inspraak mogelijk zijn voor een ieder op zowel het milieueffectrapport als de concept-AMvB via de internetconsultatie. Uitgaande van deze procedure met brede participatie, (internet)consultatie, toetsen, advies van de Commissie m.e.r., voorhang en advies van de Raad van State wordt verwacht dat de nieuwe regels eind 2023 in werking kunnen treden. 15. Deelt u de mening dat er nu gekozen moet worden, vanuit het voorzorgsprincipe, voor strengere normen die in de toekomst niet wederom ter discussie gesteld zullen worden? Antwoord:

Pagina 6 van 7

Op basis van de plan-mer kan een zorgvuldige afweging gemaakt worden over het beschermingsniveau voor de relevante milieuaspecten. Inhoudelijk kan ik hier niet op vooruit lopen. (1) Rapportage HUF-beoordeling, "wijziging milieuregels windturbines". (https://fa7t2bwvxb1.b-cdn.net/3iifixp4azet-huf-beoordeling-regelswindturbines.pdf): Zembla, 28 september 2022, 'Inspectie: burgers onvoldoende beschermd tegen geluidsoverlast windmolens'. (https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/inspectie-burgers-onvoldoendebeschermd-tegen-geluidsoverlastwindmolens)

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IE NW/BSK-2022/278014

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=928eb5bc-b738-463c-80c2-d4e75090b42b