[23bb004649] Bijlage behorende bij 23bb004648 over plan van aanpak Op weg naar herstel en een thuis (2023-2026)
Tekst van het document
«-Á fri
•« 4 -?-
.-"31 W',
nr rr in 7 1 i u p In M ílí i ÿt in nr \4 S JÊļ f ií D V väí
Jr' v
Ÿ- įètĄ - - . iKŴ.’
Op weg naar herstel en een thuis (2023 2026) Plan van aanpak voor Rotterdam mers die (dreigend) dakloos zijn en/of met GGZ-problematiek
sa—e «ţagşje
Gemeente Rotterdam
Colofon Gemeente Rotterdam Datum: Auteur(s):
27 juni 2023 Team Zorg & Maatschappelijke Opvang, cluster MO
Vragen:
14010
2
Inhoudsopgave 1.
Voorwoord
6
2.
Inleiding
7
3.
4.
5.
6.
7.
2.1
Doelgroep en bereik
7
2.2
Het (woon-)zorgaanbod
7
2.3
De bredere context en dilemma's
8
2.4
Betrokkenheid strategischepartners
8
2.5
Speerpunten 2023-2026
8
Speerpunt: Huisvesting
10
Opgave 1: Wonen Eerst als uitgangspunt
10
Opgave 2: Zorgvuldige Z duurzame uitstroom uit MO/ BW
11
Opgave 3: Passend woonzorglandschap
11
Opgave 4: Herijkte afspraken over realisatie en beheer woonvoorzieningen
11
Opgave 5: Regionale samenwerking beschermd wonen
12
Speerpunt: Opvang
13
Opgave 1: We streven naar een maximaal verblijf van drie maanden in de opvang
13
Opgave 2: Beschikbaarheid opvang overdag
14
Opgave 3: Verdere kwaliteitsslag in de opvang
14
Opgave 4: Passende ondersteuning bij complexe problematiek
14
Opgave 5: Extra aandacht voor kinderen in de opvang
15
Speerpunt: Preventie enhulp
16
Opgave 1: Aanpak bankslapers verbeteren
16
Opgave 2: Extra aandacht voor jongeren
17
Opgave 3: Voorkom verder van huis
17
Opgave 4: Nazorg aan (ex-)gedetineerde Rotterdammers
17
Opgave 5: Versterken perspectief buitenslapende EU-migranten
18
Opgave 6: Lokale samenwerking Zorg & veilig
18
Speerpunt: Meedoen
19
Opgave 1: Verstevigen van netwerken en voorzieningen in de wijk
19
Opgave 2: Meedoen gericht op herstel
20
Opgave 3: Meer mensen vinden betaald werk
20
Opgave 4: Normalisering en destigmatisering
21
Monitoring en indicatoren
22
3
Indicator 1: Voorkomen van instroom in opvang en beschermd wonen o.a. via preventieve inzet
22
Indicator 2: Maximale benutting voorraad sociale huurwoningen voor uitstroom uit voorzieningen en Wonen Eerst
22
Indicator 3: Verblijfsduur in de opvang verkorten
22
Indicator 4: IPS (of vergelijkbare werktrajecten) verhogen
22
'fřfffffffrffffffļ
htftííľní'
MfHfHH fff I................. .
V a-. Vİ»5-ŕ»:
.Ŵ&V HE ití
yļr Vįf if -Z MM' T vitfiiå.ž?Ti.
™ . . N JJ» žffW/' fftWW M ' i
, . JJy
vf ^éb Iţļfel'įķ^ . ; jji fl‘r’
jln
*
jbf^ 1 r
'
'
■'íx rr vtj* ^ '
j ,
iļĽjįļįt.jļU.
ţ.ļj -
'ŵÿ-v
ljHK
Av -r*.'
'ŴáPŴäM
V
mMi ŕ'*'. WS3!ŕ
1. Voorwoord In de opvang voor dak- en thuislozen ontmoet ik veel ver
En ook daarna is de doorstroming naar een eigen huis niet
schillende mensen. Die mensen herken ik buiten de op
vanzelfsprekend. De druk op de Rotterdamse woningmarkt
vang lang niet altijd als dakloos. Wat ze gemeen hebben:
is enorm. Het aantal Rotterdammers dat een woning nodig
dakloosheid kan iedereen overkomen.
heeft, is vele malen groter dan het aantal beschikbare wo ningen. En de druk op onze woningvoorraad neemt mo
Soms zijn het vrouwen, met en zonder kinderen, die dak
menteel door allerlei ontwikkelingen, vaak landelijke, alleen
loos raken. Zij hebben een baan en krijgen hulp en onder
maar verder toe.
steuning. En hun kinderen gaan gewoon naar school of de opvang. Of het zijn mannen die na een verbroken relatie bij
We streven als stadsbestuur naar meer balans op de wo
vrienden en familie op de bank sliepen, omdat ze geen ei
ningmarkt om de doorstroming uit crisisopvang te verbete
gen huis meer hadden. Veel van hen werken of gaan naar
ren en onderschrijven de unanieme wens van de gemeen
school. En soms zijn het mensen met psychische proble
teraad om extra aandacht te hebben voor dakloze Rotter
men die een tijd hulp en ondersteuning nodig hebben om
dammers bij de verdeling van de schaarse woonruimte in
de structuur van het dagelijks leven weer op te pakken. Zij
onze stad.
krijgen hulp thuis of in een beschermde woonlocatie. Dit plan van aanpak is opgesteld na uitvoerig overleg met Al die Rotterdammers wil ik helpen om zo snel mogelijk
zorginstellingen die ondersteuning bieden en gesprekken
hun leven op de rit te hebben. Ze tijd en ruimte geven om
met omwonenden en woningcorporaties. We hebben ge
problemen op te lossen. Tijdens de bezoeken aan de op
bruik gemaakt van tips van ervaringsdeskundigen en cli-
vang en de gesprekken met dak- en thuisloze Rotterdam
entvertegenwoordiging. Ook de gemeenteraad heeft ons
mers is me een ding duidelijk geworden: ze hebben een
vooraf richtlijnen en wensen meegegeven. Ik steek de han
plek nodig om te wonen om weer verder te kunnen in het
den uit de mouwen en ga dit plan uitvoeren en zoveel mo
leven. In dit plan van aanpak staat daarom één ding cen
gelijk mensen aan een huis helpen. Ik ben er tot op het bot
traal: Wonen eerst.
voor gemotiveerd.
Voor bankslapers breiden we het aantal tijdelijke woningen uit, want een tijdelijk huis voorkomt veel andere problemen. En we verbeteren de kwaliteit van de nachtopvang door
Ronald Buijt
maximaal 4 mensen op een kamer te laten slapen. Dat geeft rust en een groter gevoel van veiligheid, zodat er meer aandacht is voor het aanpakken van problemen. Dakloze EU-arbeidsmigranten, die nog geen recht op soci ale voorzieningen hebben, helpen we aan een perspectief. Door stevig in te zetten op terugkeer naar werk of naar het land waar ze vandaan komen en waar hun familie en vrien den nog wonen. En daar waar Rotterdammers in zorg er gens tijdelijk wonen, zorgen we voor goed contact met de buurt. Omwonenden hebben een stem in de beheercom missies en krijgen duidelijker te zien hoe klachten of over last aangepakt worden. Met deze aanpak zetten we als Rotterdam belangrijke stappen om ervoor te zorgen dat mensen die willen, ook van de straat af kunnen. Wel zijn we realistisch, want dak loosheid is helaas nooit helemaal te voorkomen en ook nooit helemaal op te lossen. De tijdelijke plekken waar dak lozen werken aan hun problemen zijn beperkt beschikbaar.
6
Voorwoord - Hoofdstuk 1
Wethouder Zorg, Ouderen en Jeugdzorg
2. Inleiding 2.1
-
Doelgroep en bereik
murale ggz-ondersteuning op maat aan huis of in
Dit plan richt zich op de brede groep Rotterdammers die
een woonzorgvoorziening (begeleid wonen). Zo
(dreigend) dakloos is en/of met psychische/psychosociale
kunnen zij regie voeren over het eigen leven en
problematiek kampt. Het gaat om dakloze personen (jong
zo zelfstandig mogelijk deel nemen aan de sa
volwassenen 18-23 jaar, volwassenen 23+ en gezinnen),
menleving;
bankslapers en Rotterdammers met een extramurale of in
-
tramurale ggz-indicatie vanuit de Wmo.
1.400 bankslapers hebben een gemeentelijk briefadres, met daarbij ondersteuning vanuit het wijk team of vanuit ambulante ggz-ondersteuning.
In de afgelopen jaren is vanuit de gemeente fors geïnves
Hierbij geldt dat het totaal aantal bankslapers in
teerd in het bereik van deze groep. Er is een uitgebreid
Rotterdam vele malen groter is;
(woon-)zorgaanbod, waarbij de ondersteuning die iemand
-
nodig heeft, bepaalt op welke plek iemand de zorg ont
Toeleiding naar een perspectief van EU-migranten, waarmee over het jaar 2022 in totaal 221
vangt. Zo worden: -
Jaarlijks ontvangen 10.000 Rotterdammers extra
dakloze EU-migranten aan het werk zijn geholpen
Jaarlijks 1400-1500 dakloze personen toegelaten
en 323 zijn ondersteund bij terugkeer naar het
tot de opvang. Het gaat om volwassenen, jongvol
land van herkomst.
wassenen en gezinnen met kinderen die om ver
-
-
schillende redenen geen dak boven het hoofd
2.2
Het (woon-)zorgaanbod
hebben;
Er is een veelheid aan voorzieningen en ondersteu-
Via innovatieve woonconcepten 'Housing First'
ningstrajecten die vanuit de Wmo geboden worden. In Rot
(jaarlijks 50 plekken) en Project010 (jaarlijks 35
terdam verlenen we maatwerk in de ondersteuning waarbij
plekken, voor jongvolwassenen 18-23 jaar) wor
ook aandacht is voor iemands culturele achtergrond en
den dakloze personen direct aan huisvesting mét
seksuele geaardheid. In het onderstaand overzicht is een
ondersteuning geholpen;
versimpelde visuele weergave opgenomen van het woon-
In totaal ontvangen jaarlijks 1200 Rotterdammers
zorglandschap en het type voorzieningen dat we in Rotter
met een intramurale Wmo-indicatie 24-uurs on
dam kennen. Er is voor de verschillende doelgroepen (dak
dersteuning in een beschermde woonvoorziening;
loze personen, mensen met een intramurale of extramurale Wmo-indicatie) specifiek aanbod, zoals opvang, be schermd wonen locaties, doorstroomvoorzieningen en in novatieve woonvormen als Housing First en Project010.
Wmo arrangement (extramuraal)
Nachtopvang
Wmo arrangement (extramuraal) Zelfstandig wonen
Basisbegeleiding
Housing First Doorstroomvoorzieningen
Voor mensen díe zelfstandig kunnen wonen en waarbij nog: * praktische zaken op orde worden gebracht (waaronder inkomen en schulden) * wordt ge werkt aan woonvaardigheden
Veelal is sprake van een huur ' /zorgovereenkomst, omdat de meeste mensen nog ondersteuning nodig hebben bij het zelfstandig wonen.
Wmo arrangement (overbrugging - extramuraal) Housing First
Beschermd wonen
Intramurale Wmo voorzieningen, voor mensen die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen in verband met psychische of psychosociale problemen Wmo arrangement (intramuraal)
Inleiding - Hoofdstuk 2
Voor langdurig dak-en thuislozen met multiproblematiek, veelal groepsongeschikt.
Voor de meest kwetsbare en zorg mijdende Rotterdam
Aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers. Deze zijn
mers zijn er laagdrempelige voorzieningen, zoals de dag
betrokken bij de totstandkoming van dit plan. Hier
opvang, het stedelijk daklozenteam en gedurende de win
bij geldt dat we de landelijke beweging onder
terperiode de winteropvang. Dakloze EU-migranten, die
schrijven en waar relevant aansluiting zoeken bij
onvoldoende rechten op sociale voorzieningen hebben op
de geformuleerde ambities;
gebouwd, kunnen als onderdeel van een perspectief (te
-
Bestuursopdracht Zorg: waarbij als gevolg van de
rugkeer naar werk of het land van herkomst) gebruik ma
stijgende zorgvraag en de tekorten op de arbeids
ken van kortdurende opvang. Tot slot is er bemoeizorg
markt gekeken wordt hoe de groei van de zorg-
voor burgers die (tijdelijk) zelf niet in staat zijn de beno
kosten afgeremd kan worden. Ook hierin trekt de
digde zorg en ondersteuning te regelen en waarvan de si
gemeente samen op met zorgaanbieders om de
tuatie zodanig ernstig is dat niet-handelen geen optie is.
problematiek aan te pakken. Het traject van de
Bemoeizorg wordt binnen de gemeente uitgevoerd op
Bestuursopdracht Zorg kan ook consequenties
meerdere plekken: bij de wijkteams, het stedelijk daklozen
met zich meebrengen voor de doelgroep van dit
team en de verschillende gemeentelijke expertteams zoals
plan;
Vangnet & Advies en team Woningvervuiling & Advies.
-
Integraal Zorgakkoord (IZA): dit landelijke traject heeft als doel de zorg voor de toekomst goed,
De bredere context en dilemma’s
2.3
toegankelijk en betaalbaar te houden. Vanuit de regionale aanpak in Rotterdam wordt in samen
De vraag naar voorzieningen en ondersteuning is oneindig.
werking met relevante partijen gekeken hoe de
We zien dat we de grens naderen wat we als stad kunnen
beweging naar passende zorg ingezet kan wor
oplossen en staan dan ook voor een grote uitdaging. On
den.
danks dat we er alles aan doen om de ambities van dit plan te realiseren kunnen we niet alle hardnekkige proble men in de samenleving, zoals dakloosheid, oplossen. Dit
2.4
Betrokkenheid strategische partners
heeft niet alleen te maken met dat het budget ontoereikend
De totstandkoming van dit plan heeft in samenwerking met
is om iedereen te helpen en de stijgende zorgvraag op te
verschillende strategische partners in de stad plaatsgevon
vangen, maar ook met het tekort op de arbeidsmarkt en
den: zorgaanbieders, woningcorporaties en cliëntvertegen
dat het zorgpersoneel er niet is om deze stijging op te van
woordiging. De gemeente werkt nauw met deze partijen
gen. Dit betekent dat we moeten blijven prioriteren en op
samen om de ondersteuning aan mensen die (dreigend)
zoek moeten gaan naar hoe we 'het anders doen’, waarbij
dakloos zijn en/of met psychische/psychosociale problema
we samen met onze partners in de stad (aanbieders, zorg
tiek kampen, zo goed mogelijk te organiseren. We kijken
verzekeraars, corporaties en cliëntvertegenwoordiging) op
hierbij breed en integraal naar alle domeinen waar de doel
zoek blijven gaan naar oplossingen die het verschil maken.
groep mee te maken kan krijgen, zowel zorg als werk, wo
Dit is niet eenvoudig, mede doordat het woningtekort een
nen en inkomen. De komende tijd zullen we samen met
grote uitdaging is en de bestaanszekerheid van mensen
onze partners werken aan de speerpunten zoals in het
aantast. Dit maakt dat we kritisch moeten kijken naar hoe
plan opgenomen.
we voorkomen dat een hulpvraag een zorgvraag wordt. Dakloosheid is immers niet alleen een zorgprobleem, maar ontstaat vaak vanuit andere oorzaken zoals het verlies van een huis, werk of inkomen in combinatie met inflatie en een (persoonlijke) financiële crisis. De schaarste aan perso neel, huisvesting en budget in combinatie met de onein dige zorgvraag maakt dat we kritisch moeten kijken naar ons zorglandschap in het licht van de opgaves voor de ko mende jaren en de ontwikkelingen die op ons afkomen. Hierbij zoeken we samenhang met andere trajecten die op dit moment actueel zijn, zoals: -
Landelijke ontwikkelingen en plannen, zoals het Nationaal Actieplan Dakloosheid en het Plan van
8
Inleiding - Hoofdstuk 2
2.5
Speerpunten 2023-2026
Het doel van dit plan is om dakloze mensen, bankslapers en mensen met psychische/psychosociale problematiek zo zelfstandig mogelijk te laten wonen als dat kan, met daarbij zinvolle daginvulling en sociale contacten. Dit willen we be reiken door in te zetten op de volgende vier speerpunten: 1. Huisvesting: met aandacht voor een passend woonzorglandschap en voldoende (innovatieve) woonoplossingen voor de doelgroep; 2. Opvang: verbetering van de kwaliteit van de opvang en bevorderen uitstroom uit de opvang;
3. Preventie en hulp: specifiek aandacht voor bankslapers en andere groepen zoals jongeren, ex-gedetineerden en dakloze EU-migranten om te voorkomen dat zwaardere zorg ingezet moet worden; 4. Meedoen: met als doel om een goede daginvulling te bevorderen, zowel vanuit het gefinancierd zorgaanbod als het aanbod gericht op werk. Onder elk speerpunt zijn diverse opgaves opgenomen. Hierbij geldt dat niet alles nieuw is, soms gaat het om ont wikkelingen die al in gang gezet zijn. Maar ook nieuwe op gaves die nog opgezet gaan worden.
Inleiding - Hoofdstuk 2
9
3. Speerpunt: Huisvesting Net zoals iedereen hebben Rotter dammers die (dreigend) dakloos zijn en/of psychische/psychosociale pro blematiek hebben, een thuis nodig om mee te kunnen doen in de samenle ving. Een woonplek geeft rust en sta biliteit in je leven om vanuit daar te werken aan je herstel. Deze doelgroep heeft meestal meerdere problemen, waaronder een woonprobleem. Bin nen dit speerpunt is het doel dan ook om te zorgen dat het huidige woonzorglandschap voldoende passende woonoplossingen kent voor de doel groep om zodoende - in lijn met de landelijke ingezette beweging - op vang zo kort mogelijk te laten duren dan wel zelfs over te slaan daar waar mogelijk. In de afgelopen jaren is al gebouwd aan een uitgebreid woonzorglandschap die diverse woonoplossingen biedt zoals een variëteit van beschermde woonplekken met 24 uurs ondersteuning in directe nabij heid, begeleid wonen zoals doorstroomvoorzieningen, tot een eigen woonplek met een huurcontract op ei gen naam. In totaal zijn er al zo’n 1.200 plekken beschermd wonen. Af gelopen twee jaar is ingezet op uit breiding van het aantal begeleid wo nen plekken door extra 100 plekken te realiseren, waarbij er nu in totaal 900 plekken in begeleid wonen zijn.
woningmarkt is de komende jaren naar verwachting wel een remmende factor voor de ambities binnen dit thema. Diverse urgente doelgroepen doen een beroep op een betaalbare woning waar er ook voldoende be schikbaar moet blijven voor de regu lier woningzoekende.
Resultaten die we willen behalen: - Verdere uitrol van Wonen Eerst van jaar lijks 85 naar 125; - Van 600Zo uitstroom met nazorg naar 9507o; - Voldoende passende woonzorgplekken; - Blijvende inzet op voorkomen van over last met extra inzet op beheer van woon voorzieningen; - Evenredige spreiding van beschermd wonen cliënten over de regio.
Opgave 1: Wonen Eerst als uitgangspunt In lijn met het Nationaal Actieplan Dakloosheid willen we gaan toewerken naar het uitgangspunt Wonen Eerst waar bij het direct huisvesten van cliënten in een eigen woning met een huurcontract op eigen naam het streven is. Een ander uitgangspunt is passend wonen, dat kan ook wonen
Als gemeente doen we dit niet alleen. We werken hier al geruime tijd aan sa men met woningcorporaties en zorg aanbieders en blijven dat doen. Het succes van de huisvestingsopgave hangt immers in grote mate af van het zorgen voor voldoende betaalbaar woonaanbod en adequate begeleiding bij het wonen. De krapte op de
10
Speerpunt: Huisvesting - Hoofdstuk 3
bij een zorgaanbieder zijn, op een plek die zoveel mogelijk aansluiten bij de (ondersteunings-)behoefte van de doel groep. Het doel is dat het woonzorglandschap bijdraagt aan het kunnen overslaan van de opvang dan wel het ver blijf in de opvang tot een minimum te kunnen beperken. In Rotterdam zijn we vanaf 2019 aan de slag met Wonen Eerst waarbij we dakloze mensen vrijwel direct huisvesten vanuit de gedachte 'eerst een woning, dan herstel': een stabiele thuisbasis zorgt dat problemen met meer succes worden opgelost. Jaarlijks huisvesten we vrijwel direct 85
dakloze Rotterdammers via de projecten Housing First en
oplossing bieden in deze krappe woningmarkt. Passend
Project010.
voor zowel de omgeving, met goede afspraken tussen cli ent, corporatie en aanbieders. Maar ook passend voor de
Afgesproken is dat maximaal 250Zo van de betaalbare vrij
cliënt met goede zorg en ondersteuning. Het aantal plek
komende sociale huurwoningvoorraad (tot de tweede af-
ken is afhankelijk van de in-, door- een uitstroom van dak
toppingsgrens) beschikbaar wordt gesteld voor de uit
loze mensen I kwetsbare Rotterdammers. Als door- of uit
stroom van cliënten uit opvang, beschermd wonen en
stroom stokt stroomt de opvang vol of neemt de wachtlijst
woonvoorzieningen. Voor de reguliere uitstroom hebben
voor beschermd wonen toe. Overzicht bij alle partners over
we deze al nagenoeg nodig. Hierdoor is er slechts zeer be
ontwikkelingen van de vraag in relatie tot het aanbod en
perkte ruimte voor een verdere uitrol van Wonen Eerst: van
plannen met betrekking tot het woonzorglandschap en af
jaarlijks 85 naar 125. Samen met de woningcorporaties en
spraken hierover is dan ook van belang. De basis hiervoor
de zorgaanbieders werken we de uitgangspunten uit voor
is het Plan van Aanpak Wonen en Zorg 2030. Jaarlijks ma
een verdere uitrol van Wonen Eerst in het najaar 2023.
ken we een overzicht en bespreken we de mogelijke hiaten
Opgave 2: Zorgvuldige I duurzame uit
tijd wordt in ieder geval ingezet op uitbreiding van het aan
stroom uit MO/ BW
tal begeleid wonen plekken I doorstroomvoorzieningen
met de woningcorporaties en zorgaanbieders. De komende
Het doel is dat iedereen zo zelfstandig mogelijk woont met passende ondersteuning. Voor de uitstroom uit opvang, een woonzorgvoorziening of een beschermde woonvoor ziening maakt de doelgroep gebruik van de urgentieregeling om zo met voorrang een eigen woonplek te krijgen. Deze uitstroom moet zorgvuldig verlopen en we willen de
(circa 2 locaties), om de opgaves zoals opgenomen onder het speerpunt 'Opvang' te kunnen realiseren (o.a. 4 persoonskamers).
Opgave 4: Herijkte afspraken over realisatie en beheer woonvoorzieningen
omstandigheden creëren om te zorgen dat de uitstroom
In 2022 is het Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroe
duurzaam is. Daarom zetten we in om uiterlijk 1 januari
pen (HKD) in werking getreden dat als doel heeft om een
2024 uitstroom uitsluitend via de 1-route urgentie (directe
goede afweging te kunnen maken over de realisatie van
bemiddeling) te laten plaatsvinden. Nu is dat ongeveer
initiatieven voor nieuwe opvang- en woonvoorzieningen.
600Zo. In het geval van de 1-route urgentie biedt de woning
Omdat zorgvuldigheid bij de realisatie van nieuwe voorzie
corporatie een woning aan waarbij zo veel als mogelijk re
ningen voorop staat, is de draagkracht van de omgeving
kening wordt gehouden met de draagkracht van de omge
een belangrijk onderdeel van het stappenplan. Om dit in
ving. De Rotterdammer die uit een voorziening stroomt
beeld te krijgen werken we vanaf medio 2023 met de
krijgt de eerste periode altijd passende nazorg. Dat kan
draagkrachtscan: een combinatie van objectieve en sub
heel licht zijn, om te monitoren of alles wel goed gaat, of
jectieve gegevens (zoals de veiligheidsindex en sociale in
zeer intensief, afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte.
dex) van de buurt. Voor woonzorgvoorzieningen zijn be-
Samen met de corporaties en zorgaanbieders nemen we
heerafspraken gemaakt om overlast zoveel mogelijk te
het gehele proces door van urgentieaanvraag tot uitstroom
voorkomen. Op heel veel plekken gaat het dan ook heel
om daarbij tot nieuwe werkafspraken te komen met een
goed, en is er weinig overlast. Soms is dit echter wel het
duidelijk rol- en taakverdeling. Met de corporaties en zorg
geval. We gaan nog meer in het werk zetten om dat te
aanbieders kijken we in welke complexen we kunnen toe
voorkomen. Voor alle beheercommissies rond HKD-loca-
werken naar zoveel mogelijk één aanspreekpunt I aanbie
ties wordt geïnventariseerd waar extra acties nodig zijn in
der per complex.
verband met mogelijke overlast. Wanneer er nog geen be
Opgave 3: Passend woonzorglandschap
ken van overlast in de omgeving is heel belangrijk. Daarom
In Rotterdam werken we continu aan het woonzorgland-
stimuleren we dat omwonenden in een vroeg stadium over
schap om te zorgen dat deze passend blijft en aansluit bij
last melden. Door middel van het bespreken van meldkaar-
de vraag. Een passend woonzorglandschap, uitgaande
ten en een nieuwe escalatieladder, kunnen we in samen
van het Wonen Eerst principe, vraagt om voldoende
werking met de zorgaanbieders, directie veilig, handhaving
heercommissie actief is wordt deze opgestart. Het beper
woon(zorg)plekken en variëteit hierin zoals semimurale
en politie, maatregelen nemen als de situatie daarom
voorzieningen (geclusterd of gespikkeld wonen met onder
vraagt.
steuning in nabijheid) en nieuwe wooninitiatieven die een
Speerpunt: Huisvesting - Hoofdstuk 3
11
Opgave 5: Regionale samenwerking be schermd wonen De doordecentralisatie beschermd wonen is een jaar uitge steld en gaat naar verwachting in op 1 januari 2025. De 'doordecentralisatie' houdt in dat álle gemeenten zelf ver antwoordelijk worden voor het beschermd wonen van hun eigen inwoners. Voor de toekomst van beschermd wonen hebben de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam zich uitgesproken blijvend samen te willen werken. Vooruitlopend op de doordecen tralisatie zijn samenwerkingsafspraken vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rot terdam. Door de gemeenschappelijke regeling kunnen we voor de inwoners uit onze regio continuïteit blijven bieden in het zorgaanbod, kwalitatief en gevarieerd aanbod hand haven en waar mogelijk de stap naar zelfstandig wonen helpen bevorderen. Eind 2023 maken we aanvullend op de gemeenschappelijke regeling afspraken met de regioge meenten over de spreiding van voorzieningen en de be schikbaarheid van de juiste en betaalbare woningen om uitstroom uit beschermd wonen te bevorderen. Deze af spraken bezien we in relatie tot de wachtlijsten voor be schermd wonen en de landelijke ontwikkelingen. Het suc ces van de doordecentralisatie hangt hier voor een groot deel mee samen. De afspraken worden vastgelegd in de spreidingsopgave.
Daarbij benutten we ook de referentie waarden maatschappelijke voorzieningen om te zorgen voor een goede spreiding over de stad en vernieuwingen in het aanbod van beschermde woonvoorzieningen zoals semimurale voorzieningen door te kunnen voeren.
12
Speerpunt: Huisvesting - Hoofdstuk 3
4. Speerpunt: Opvang Dakloosheid moet te allen tijde zoveel mogelijk voorkomen worden en als ie mand dakloos wordt, is het doel om opvang over te slaan. Deze ambitie staat in het Nationaal Actieplan Dak loosheid ‘Eerst een Thuis’, die wij als stad onderschrijven. Tegelijkertijd is dit een realiteit die nog niet bestaat, maar waar we in Rotterdam de ko mende jaren wel naar toe gaan wer ken.
- Integrale ondersteuning aan dakloze ge zinnen via gezinsarrangementen per 2025.
Opgave 1: We streven naar een maximaal verblijf van drie maanden in de opvang We zetten allereerst in op het voorkomen van opvang. Als dan toch opvang nodig is, verblijven mensen zo kort moge lijk in de opvang. In aansluiting bij de eerder gestelde am bitie willen we dat dit verblijf niet langer dan drie maanden duurt. Momenteel zien we de druk toenemen en halen we
Op dit moment hebben we de be staande opvangcapaciteit hard nodig en daarom zetten we ons in Rotter dam in om de komende drie jaar de kwaliteit in de opvang verder te verbe teren en de periode in de opvang zo kort mogelijk te maken. We doen dit samen met de aanbieders van op vang, de cliëntvertegenwoordiging en ervaringsdeskundigen. Uitgangspunt hierbij blijft het bieden van maatwerk op persoonsniveau.
deze ambitie vaak niet, daarom des te belangrijker om hierop in te zetten. Wanneer nog onduidelijk is of iemand zelfstandig kan wo nen, of wanneer nog aan woonvaardigheden moet worden gewerkt, maakt de Rotterdammer zo snel mogelijk de stap naar een doorstroomvoorziening. Dit is een woonvoorzie ning waar iemand tijdelijk verblijft voordat de stap naar vol ledig zelfstandig wonen wordt gemaakt. Hiervoor moet er voldoende aanbod zijn van doorstroomvoorzieningen die aansluiten op de ondersteuningsbehoefte. Samen met aanbieders wordt het aanbod in beeld gebracht. Op basis hiervan worden knelpunten aangepakt, dit kan ook leiden tot ontwikkeling van nieuwe initiatieven waarbij de ge
Resultaten die we willen behalen: - Per 2026 is de maxime verblijfsduur in de opvang niet langer dan 3 maanden; - In de opvang overdag is er in 2024 pro
meente vooral een faciliterende rol heeft. Bij de gezinsopvang ligt dit anders, omdat in het belang van het kind zowel wordt gestreefd naar een zo kort moge lijk verblijf in de opvang als naar het beperken van het aan tal verhuisbewegingen. Iedere verhuizing brengt spanning met zich mee en vaak ook een wisseling van school.
grammatisch aanbod gericht op active
Daarom slaan we binnen de gezinsopvang de stap naar
ring, participatie en doorstroom;
een doorstroomvoorziening over. Als kinderen dan toch in de opvang verblijven, worden zij veilig en kindvriendelijk
- Per 2026 vierpersoonskamers voor al
opgevangen.
leenstaande volwassenen vanaf 23 jaar; Specifiek voor jongeren zetten we meer in op netwerkacti-
- Per 2025 sluitende afspraken met justitie en zorgkantoor om verblijf in de opvang na detentie of verblijf in een instelling ver der te voorkomen;
vering, waardoor meer jongeren (vanuit de opvang) terug kunnen keren naar huis of terecht kunnen in hun netwerk voor ondersteuning. Door bij elke jongere te onderzoeken hoe zijn netwerk een rol kan spelen, kan er passende on dersteuning worden ingezet voor de jongere en zijn net werk. Onderdeel hiervan is ook gebruik maken van buddyprojecten en de inzet van ervaringsdeskundigen.
Speerpunt: Opvang - Hoofdstuk 4
13
Opgave 2: Beschikbaarheid opvang over
de kwetsbare positie van jongeren voor alle opvangplekken realiseren. De feitelijke realisatie zal naar verwachting in
dag
2026 zijn.
Tijdens de coronacrisis was de nachtopvang op alle loca ties ook overdag geopend. Hierbij is gebleken dat 24-uurs
Daarnaast is het proces van instroom in de opvang niet
beschikbaarheid van opvang in de stad rust en veiligheid
eenduidig en zorgt het soms voor vertraging. We werken
biedt. Als stad willen we blijven zorgen dat iedereen in de
met de betrokken aanbieders aan een aanscherping van
opvang ook overdag ergens terecht kan om aan zijn of
het instroomproces en de werkwijze met de aanmeldlijst.
haar traject te werken, ook al is dat niet altijd op de locatie
Doel is een betere toeleiding van cliënten naar de opvang,
waar geslapen wordt. Naast een individueel begelei
een optimale bedbezetting en het voorkomen van uitval.
dingstraject is er op alle 24 uurslocaties ook een structu
Onderdeel daarvan is dat het ICT-systeem een sterke faci-
reel groepsaanbod. De aanbieders bieden - in aanvulling
literende rol vervult. De voorbereidingen starten in 2023.
op het individueel traject - hiermee een programma aan
We verwachten in 2024 met het nieuwe instroomproces te
waarin de verschillende leefdomeinen van de ZRM met re
werken.
gelmaat terug komen. Met een passend aanbod aan bege leiding en met meer focus op activering en participatie, zet
Verder willen we opvang mogelijk maken voor mensen met
ten we in op snellere doorstroom naar een passende ver-
een hond die dakloos raken en ervoor zorgen dat mens en
volgplek. Ook gebruiken we zo het verblijf in de opvang om
dier gezamenlijk opgevangen kunnen worden. Eind 2023
de cliënt voor te bereiden op de vervolgstap. De eerste
start hiervoor een pilot voor de duur van 2 jaar. Dit onder
stappen hiervoor willen we per 2024 zetten. Vanaf 2024
voorbehoud van de vergunning en het inregelen van extra
starten alle 24 uurslocaties met een inhoudelijk groepsaan-
benodigdheden voor de opvang van een hond.
bod. In lijn met het nationaal actieplan dakloosheid streven we Vanaf 2024 blijven 7 opvanglocaties voor volwassenen 24
naar stapsgewijze afbouw van de opvang in 2030. Dit doen
uur per dag geopend. Dat betekent dat voor alle slapers
we onder andere door de doorontwikkeling van Wonen
die toegelaten zijn tot de opvang, er op loopafstand een
Eerst en uitbreiding met andere typen woonVzorgvoorzie-
opvanglocatie overdag beschikbaar is waar gewerkt wordt
ningen. Kortdurende opvang zal echter nodig blijven om
aan activering en participatie.
mensen toe te leiden naar een passende plek. Het streven
Voor jongeren blijft de dagopvang 'Post West' geopend tot
seren met éénpersoonskamers richting 2030, of zoveel
de opening van de 24-uurs jongerenopvang die voorzien is
mogelijk eerder als dit verantwoord kan.
is hierbij de, na afbouw, nog resterende opvang te organi
in 2026.
Opgave 4: Passende ondersteuning bij
14
Opgave 3: Verdere kwaliteitsslag in de op
complexe problematiek
vang
De opvang is geen geschikte plek voor mensen met com
We willen meer rust, privacy en veiligheid in de opvang van
plexe GGZ of complexe cognitieve problematiek (zoals een
volwassenen en jongeren. Richting 2026 zetten we voor
verstandelijke beperking). Als iemand een Wlz-indicatie of
volwassenen in op stapsgewijs overgaan van slaapzalen
een (stevig) forensische profiel heeft, is opvang niet pas
naar een opvang met overwegend kamers voor maximaal
send. We spannen ons in om te voorkomen dat deze men
vier personen. Gezien de extra kwetsbaarheid van de vrou
sen in de maatschappelijke opvang verblijven. Op het mo
wen in de opvang, streven we ernaar om voor deze groep
ment dat geen sprake is van een indicatie of op het mo
al eerder de stap naar vierpersoonskamers te maken. Van
ment dat een zorgmachtiging passend lijkt te zijn, dan wer
belang voor het aanbod van opvang, is dat we de ontwik
ken we intensief samen met het Zorg- en Veiligheidshuis.
kelingen in de vraag naar opvang nauwgezet volgen en de
We zijn in gesprek met zorgkantoor, zorgverzekeraar en
benodigde opvangcapaciteit niet afbouwen voordat we vol
justitie om met elkaar te komen tot passende oplossingen
doende alternatieve capaciteit hebben georganiseerd om
voor de doelgroep dakloze personen met complexe GGZ-
de afbouw mogelijk te maken. Specifiek voor jongeren wer
en of VB-problematiek. Gelet op de aard van de problema
ken we toe naar één 24-uurs jongerenopvang met 1-per-
tiek zal dit een continu aandachtspunt blijven. Het doel is
soonskamers. Het merendeel van de opvang voor jonge
om per 2024 afspraken te hebben met het zorgkantoor in
ren heeft nu al 1-persoonskamers en dit willen we gezien
de regio Rotterdam zodat mensen met een Wlz-indicatie
Speerpunt: Opvang - Hoofdstuk 4
direct verwezen kunnen worden naar een passende plek. Daarnaast worden in 2024 nadere samenwerkingsafspraken gemaakt met Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), opvangaanbieders en Reclasseringspartijen zodat in lijn met het Nationaal Actieprogramma verblijf in de opvang na de tentie verder wordt teruggedrongen.
Opgave 5: Extra aandacht voor kinderen in de opvang We willen voorkomen dat gezinnen met kinderen in de op vang terecht komen. Als deze kinderen door omstandighe den dan toch in de opvang terecht komen, hebben we ex tra aandacht voor hen. Meekomende kinderen in de maat schappelijke opvang (gezinsopvang) behoren namelijk tot de meest kwetsbare kinderen in Nederland. Zij komen veelal uit instabiele of overbelaste gezinnen en hebben vaak ingrijpende en traumatische gebeurtenissen meege maakt. Deze factoren vergroten het risico op het ontwikke len van psychische problemen en op het herhalen van pa tronen in hun eigen toekomst (intergenerationele over dracht). In 2024 implementeren we het normenkader vanuit het Rijk ter bevordering van de zorg voor kinderen in de maat schappelijke opvang. Een belangrijk doel hiervan is het creëren van een eigenstandige cliëntpositie voor kinderen, wat waarborgt dat er voor elk afzonderlijk kind aandacht is. Dit doen we al binnen onze bestaande werkwijze. Vanaf 2025 verankeren we dit steviger door de ondersteuning voor de kinderen in te kopen via gezinsarrangementen. Hiermee brengen we de basis op orde voor kinderen en wordt persoonsvolgende begeleiding en ondersteuning aan kinderen in de opvang geboden. We werken eraan dat deze begeleiding doorloopt als het gezin naar een eigen woning verhuist.
In lijn met het nationaal actieplan dakloosheid organiseren we dat ervaringskennis wordt ingezet in de ontwikkeling van effectiever beleid voor de gezinsopvang. Verder zullen we in G4 verband bij het Rijk aandacht blijven vragen voor zelfredzame remigranten gezinnen zonder binding met Rotterdam. Daarbij zoeken we naar een balans tussen onze wettelijke verantwoordelijkheid en de menselijke maat.
Speerpunt: Opvang - Hoofdstuk 4
15
5. Speerpunt: Preventie en hulp Een stabiele basis zorgt dat proble men met meer succes worden opge lost. Preventie en wonen zijn dan ook de twee belangrijke pilaren van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Fi nanciële problematiek en gebrek aan participatie - vaak veroorzaakt door ingrijpende levensgebeurtenissen vormen belangrijke oorzaken van dak loosheid. Bestaanszekerheid is nodig voor het voorkomen van verdere pro blemen en dakloosheid en vormt de basis voor herstel. Tegelijkertijd staat voor steeds meer mensen hun be staanszekerheid onder druk: energiearmoede en inflatie verminderen het besteedbaar inkomen. Preventie vindt niet alleen plaats door problemen te verminderen, maar in de eerste plaats door problemen voor te zijn. Tijdig signaleren van het ont staan van problemen is daarbij van groot belang. Dat gebeurt met name ín de wijken, onder andere door sa menwerking met huisartsen. Ook het Welzijnsveld speelt hierin een grote rol. Toegankelijke fysieke en digitale informatie kan mensen die in proble men raken helpen en een handelingsperspectief geven. Doel is het beroep op (zwaardere) zorg zo te verminde ren en afglijden naar dakloosheid te voorkomen door tijdig in te grijpen. Dat voorkomt veel persoonlijk leed, maar bespaart ook kosten voor de stad.
Resultaten die we willen behalen: - Betere ondersteuning aan bankslapers met meer maatwerk en uitbreiding van
16
Speerpunt: Preventie en hulp - Hoofdstuk 5
van het aantal plekken flexwonen naar maximaal 100 in 2026; - Extra aandacht voor specifieke doel groepen zoals jongeren, (ex-)gedetineerden en dakloze EU-migranten; - Voorkomen van huisuitzetting bij particu liere huurders door betere afspraken en samenwerking met betrokken partijen; - In 2024 leggen we de basis om stappen de zetten met de Lokale Samenwerking Zorg en Veilig.
Opgave 1: Aanpak bankslapers verbeteren Bankslapers zijn thuisloos: zij zijn door verschillende om standigheden hun woning verloren en verblijven in hun net werk, vaak letterlijk bij iemand op de bank. Zij moeten vaak lang wachten op een betaalbare sociale huurwoning. De doelgroep bankslapers is geen uniforme doelgroep, we zien verschillende oorzaken die hebben geleid tot een bankslaapsituatie, en de doelgroep heeft verschillende achtergrondkenmerken en hulpvragen. Bankslapers komen vaak pas na een tijd in beeld bij de gemeente voor hulp. Bij de ondersteuning van bankslapers zijn verschillende ge meentelijke onderdelen en wetgeving betrokken. Bankslapers vallen daardoor vaak tussen wal en schip. Om struc tureel tot verbetering van de ondersteuning van banksla pers vanuit de gemeente te komen, is een integrale aan pak opgezet. Daarbij zijn binnen de gemeente verschil lende clusters betrokken: Werk & Inkomen, Dienstverle ning, Maatschappelijke Ontwikkeling (MO), Veiligheid en Stadsontwikkeling. Binnen de aanpak bankslapers worden tal van maatrege len genomen die de dienstverlening aan bankslapers ver beteren. Preventie en wonen zijn daarbij belangrijke aan dachtspunten. We hebben op dit moment 30 Flexplekken voor bankslapers. Dit aantal wordt in 4 jaar tijd uitgebreid naar maximaal 100 plekken. In de tweede helft 2023 wor den de eerste 24 extra plekken gerealiseerd.
Gezinnen krij gen daarbij voorrang in de tijdelijke woonoplossingen.
We gaan samen met de welzijnspartijen bekijken wat nodig is om de ondersteuning van bankslapers, bijvoorbeeld bij het inschrijven op Woonnet Rijnmond, vorm te geven bin nen de kaders van de welzijnsopdracht. Bij het toepassen van de kostendelersnorm willen we maatwerk leveren aan hoofdbewoners die bankslapers onderdak bieden. Die mo gelijkheid bestaat al, maar nog niet bij bankslapers die (nog) niet door het wijkteam ondersteund worden. Ook wordt een nieuw handelingskader opgesteld voor de wijk teams om de dienstverlening en bejegening van banksla pers te verbeteren. Verder zetten we in op de oprichting van een multidiscipli nair team dat beoordeelt of maatwerk nodig is bij het ver strekken van een briefadres.
Opgave 2: Extra aandacht voor jongeren Jongeren zijn extra kwetsbaar als zij de overgang van jeugdzorg naar de Wmo maken. Uit onderzoek blijkt dat 600Zo van de dakloze jongeren een verleden heeft in Jeugd
wordt vanuit een particuliere huurwoning zijn nog geen sluitende afspraken gemaakt en zijn de aantallen niet zicht baar. De pilot Voorkom verder van huis' heeft zich de af gelopen twee jaar gericht op deze groep. Daarnaast op ca suïstiek die vastliep in het reguliere proces, waarbij aan melding bij de pilot nodig was om een huisuitzetting uit een sociale huurwoning te voorkomen. Doel van de pilot was: voor Rotterdammers waarbij een huisuitzetting uit een particuliere (of een sociale) huurwo ning dreigt een oplossing bieden die de ontruiming voor komt en passende ondersteuning garandeert. Dit bij voor keur in de bestaande woonsituatie. De werkwijze van de pilot was succesvol, maar bereikte slechts een klein aantal mensen. Vanuit dit plan willen we tot een duurzame uitrol en borging van de aanpak in 2024 komen. Met de komst van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en het machtigingsbesluit op de Wet politiegegevens zien we hier de mogelijkheden toe. Hiermee werken we aan het beha len van één van de maatregelen uit het landelijk actiepro gramma: huisuitzetting leidt niet tot dakloosheid.
zorg. Het is daarom van groot belang dat de vijf pijlers van zelfredzaamheid (wonen, inkomen, school/ werk, hulp en sociaal netwerk) geregeld zijn, vóórdat de jeugdhulp ein digt. Dit is de opdracht van het aparte Actieplan 'Vastpak ken en niet loslaten' voor jongeren in een kwetsbare situa
Opgave 4: Nazorg aan (ex-)gedetineerde Rotterdammers We ondersteunen (ex-)gedetineerde Rotterdammers bij
tie (16-27 jaar). Zo wordt het Toekomstplan (een instru
hun terugkeer in onze stad volgens de doelen uit het plan
ment om de overgang 18-/18+ goed te regelen) verbeterd
van aanpak Nazorg detentie op (het rechte) pad met per
en zal deze meer prominent worden ingezet bij de aan
spectief 2021-2026. Dit is een wettelijke verplichting vanuit
vraag van verlengde Jeugdhulp met verblijf. Ook de over
de Wet Straffen en Beschermen. Hiermee voorkomen we
gang van residentiele jeugdhulp naar zelfstandig of bege
zoveel als mogelijk terugval in crimineel gedrag en houden
leid wonen (Wmo) wordt beter georganiseerd: we maken
we de samenleving zo veilig mogelijk. Dat doen we door
voor professionals en jongeren beter inzichtelijk welke uit
het bieden van perspectief op de basisvoorwaarden. We
stroomroutes er zijn na residentiele jeugdhulp. We zorgen
helpen bij het aanvragen van een ID-kaart en leiden toe
dat er voor alle jongeren een passend Wmo-aanbod wordt
naar passende dagbesteding en zorg, hulp bij inkomen en
gedaan. Daarnaast wordt de informatievoorziening aan
schulden en het vinden van huisvesting. Een van de be
jongeren en professionals verbeterd: de website van de
langrijkste pijlers is om de doelgroep aan werk te helpen.
gemeente wordt aangepakt, de app Kwikstart en het Ni-
Onze dienstverlening is vrijwillig voor de gedetineerden,
bud-boekje worden geactualiseerd. We verkennen hierbij
toch weten we ieder jaar meer (ex-)gedetineerden te berei
de mogelijkheden van inzet van nieuw aanbod, zoals het
ken met onze preventieve aanpak 'binnen beginnen'. We
wooninitiatief van de stichting Maimers met Aandacht'.
spreken op jaarbasis circa 1200 (ex-)gedetineerde Rotter
Hierbij wordt bekeken we of deze vorm van woningdelen
dammers en hebben onze dienstverlening uitgebreid van
passend en wenselijk is in Rotterdam en bijdraagt aan het
de 10 detentiecentra in de regio, naar alle detentiecentra in
voorkomen of oplossen van bankslapen.
Nederland. In 2023 en 2024 focussen we op het voorko men dat mensen na detentie in de nachtopvang terechtko
Opgave 3: Voorkom verder van huis In het voorkomen van dakloosheid is er in Rotterdam al veel bereikt doordat afspraken verankerd zijn in het Conve nant preventie huisuitzettingen'. De woningbouwcorpora ties, gemeente en zorgaanbieders vervullen hier een be langrijke rol in. Voor de groep mensen die uit huis gezet
men. In 2025 willen we zorgaanbieders met expertise in fo rensische problematiek in combinatie met (L)VB en (O)GGZ-problematiek kunnen inzetten. Om dat te bereiken zetten we dit jaar in op het verstevigen van een effectieve en integrale samenwerking en informatiedeling met (keten)partners, zoals de Dienst justitiële Inrichtingen (DJI),
Speerpunt: Preventie en hulp - Hoofdstuk 5
17
forensische zorgaanbieders en de drie reclasseringsorga-
en/of veiligheid. Dit moet ertoe leiden dat Rotterdammers
nisaties (3RO), waarmee we de juiste zorg op de juiste
die met problemen op verschillende leefgebieden worste
plek organiseren. Omdat we als gemeente niet altijd regie-
len en daardoor ook overlast veroorzaken voor hun omge
houder zijn van casuïstiek, organiseren we 4x per jaar ke
ving, passende hulp krijgen waarbij zij geen last ondervin
tenbijeenkomsten met alle ketenpartners in de regio waar
den van het gegeven dat de hulpverlening vanuit verschil
we beleidsvraagstukken gezamenlijk oppakken.
lende partijen geleverd wordt. Deze, steeds op de aard en zwaarte van de problematiek afgestemde, gevraagde en
Opgave 5: Versterken perspectief buitensla-
ongevraagde hulpverlening stopt pas als de problemen zijn
pende EU-migranten
opgelost.
Sinds corona is een flinke toename geweest in het aantal
LSZV zet in op het verstevigen van lokale samenwerkings
dakloze EU-migranten. Buitenslapende EU-migranten die
verbanden en -overleggen tussen betrokken professionals.
voldoende rechten hebben opgebouwd, komen in aanmer
Zo werkt LSZV voor deze professionals naar randvoor
king voor de opvang. We zien ook een deel die onvol
waarden en instrumenten over gegevensdeling, op- en af
doende rechten opgebouwd heeft en op straat belandt. Zij
schalen, coördinatie en andere samenwerkingsafspraken
kunnen gebruik maken van de winterkouderegeling, op het
die nodig zijn om tot deze gecoördineerde persoonsge
moment dat sprake is van een gevoelstemperatuur van 0
richte aanpak te komen. De basis hiervoor moet in 2024 er
graden of lager. Daarnaast is er kortdurende opvang als
liggen.
onderdeel van een traject gericht op werk of terugkeer naar het land van herkomst. In de stad zijn er veldwerkers die actief deze doelgroep benaderen en met hen in contact ko men. Om tot een afname te komen van het aantal dakloze EUmigranten is een intensieve aanpak ontwikkeld in nauwe samenwerking met zorg- en veiligheidspartijen, zowel op stedelijk als gebiedsgericht niveau. Hierbij is aansluiting gezocht met het landelijk Plan van aanpak kwetsbare dak loze EU-burgers, waar de gemeente Rotterdam als één van de pilotgemeenten in participeert. Met het landelijke plan dakloze EU-migranten wordt ingezet op het bieden van perspectief en overlast op straat te verminderen, door de intensivering van de inzet gericht op terugkeer en/of werk. De inzet in Rotterdam sluit hier naadloos op aan. Het hebben van werk is heel belangrijk om tot een duurzame oplossing te komen. Als onderdeel hiervan wordt kortdu rende opvang (maximaal 1 week) geboden. Het aantal plekken hiervoor is in 2023 uitgebreid naar 10 waarvan we 2 plekken, als onderdeel van een perspectief, voor een lan gere duur (een aantal weken) inzetten voor EU-migranten met voornamelijk verslavingsproblematiek. De komende tijd wordt mede aan de hand van de extra middelen vanuit het Rijk ingezet op de versteviging van de aanpak om nog meer dakloze EU-migranten te helpen aan een perspectief.
Opgave 6: Lokale samenwerking Zorg & veilig Het doel van Lokale Samenwerking Zorg & Veilig (LSZV) is om te komen tot een sluitende aanpak voor Rotterdam mers met meerdere problemen op het gebied van zorg
18
Speerpunt: Preventie en hulp - Hoofdstuk 5
6. Speerpunt: Meedoen Meedoen aan de samenleving is voor iedereen belangrijk. Het hebben van werk is hierbij de basis om je leven weer op de rit te krijgen en zo zelf standig mogelijk weer verder te gaan. Het hebben van werk heeft een posi tieve invloed op de zelfwaardering, de eigenwaarde, gezondheid en welzijn van de Rotterdammer. De toeleiding naar zelfstandigheid en betaald werk, waar mogelijk, is dan ook een belang rijk einddoel. Dit kan in de vorm van een garantiebaan of beschut werk. Als betaald werk niet kan, dan een an dere zinvolle daginvulling zoals dag besteding of vrijwilligerswerk. Dit draagt bij aan regelmaat en structuur, sociale contacten, zelfvertrouwen, voldoening en houvast. We streven naar een toename van participatie en faciliteren kwetsbare Rotterdammers hierbij, in het kader van bestaansze kerheid. Niet iedereen lukt het immers om dit op eigen kracht te realiseren. Hierbij heeft deze groep niet alleen te maken met de gevolgen van hun kwetsbaarheid, maar zij worden ook geconfronteerd met afwijzende reac ties van mensen om hen heen. Om er voor te zorgen dat alle Rotterdam mers kunnen werken, een bijdrage le veren aan een leefbare stad en hun sociaal netwerk verstevigen, zetten we in op een aantal ontwikkelopgaves.
- Een stedelijk dekkend netwerk van 8 herstelacademies eind 2025; - Tussen nu en 2026 worden tenminste 50 personen aan betaald werk geholpen met IPS, of een soortgelijk instrument; - Meer betrokkenheid van ervaringsdes kundigheid in beleidsontwikkeling en uit voeringspraktijk.
Opgave 1: Verstevigen van netwerken en voorzieningen in de wijk Er is een breed aanbod van laagdrempelige voorzieningen in de wijk. Kwetsbare Rotterdammers moeten (in de toe komst), net als andere wijkbewoners, gebruik kunnen ma ken van de deze welzijnsvoorzieningen, samen met andere wijkbewoners en niet alleen met lotgenoten. Welzijnsaanbieders hebben sinds juni 2022 de opdracht om een ge richt aanbod te realiseren voor, en begeleiding te bieden aan kwetsbare Rotterdammers in het Huis van de Wijk (of elders op locaties in de wijk waar de doelgroep graag komt). Met deze ontwikkeling willen we mensen met een psychische kwetsbaarheid, waar mogelijk, activeren om deel te nemen aan reguliere activiteiten in de wijk. Voor de genen die dat - al dan niet tijdelijk - nodig hebben, zorgen we voor passende hulp en ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld een maatwerkvoorziening. Parallel aan deze ontwikkeling zullen we de aparte inloopvoorzieningen, thuishavens en buurtsteunpunten specifiek voor kwetsbare Rotterdammers (hierna aangeduid als inloopvoorzienin gen) gefaseerd gaan afbouwen/samenvoegen. In 2025 zet ten we de eerste stap hierin. De inloopvoorzieningen die op ongeveer 20 minuten lopen van elkaar bevinden, wor den het eerste afgebouwd/samengevoegd. Dit betekent dat 6 van de 15 fysieke locaties worden afgebouwd/samenge
Resultaten die we willen behalen: - Meer mensen met een psychische
voegd per 2025. Hiermee zetten we een volgende stap naar een meer inclusieve samenleving, waarbij er een ste delijk dekkend netwerk van inloopvoorzieningen beschik baar blijft voor de mensen die dat nodig hebben. Tegelij
kwetsbaarheid worden geactiveerd om
kertijd zullen we monitoren hoe dit verloopt en met de zorg
deel te nemen aan (reguliere) activiteiten
aanbieders en welzijnsorganisaties hierover het gesprek
in de wijk;
blijven voeren. Op basis van de gesprekken, de monitoring
Speerpunt: Meedoen - Hoofdstuk 6
19
en de evaluatie van de eerste afbouw, bepalen we in de loop van 2025 de volgende stap in de afbouw. Naast laagdrempelige en toegankelijke dagvoorzieningen
Opgave 3: Meer mensen vinden betaald werk Het hebben van werk is een belangrijk aspecten in het
dragen ook wijknetwerken bij aan een inclusieve samenle
meedoen. Niet iedereen die wil gaan werken durft ook
ving. Bovendien kunnen wijknetwerken een positieve bij
daadwerkelijk de stap te zetten. Zij hebben de zekerheid
drage leveren aan het vergroten van de leefbaarheid in de
van een stabiel inkomen, vaste begeleiding of een veilige
wijk. Rotterdam kent diverse wijknetwerken voor kwetsbare
weg nodig. W&I heeft verschillende instrumenten om dit te
Rotterdammers, zoals de buurtcirkels en soortgelijke initia
bewerkstelligen. De start van het nieuwe project 'Met Inko
tieven. Op dit moment is het nog onvoldoende inzichtelijk
menszekerheid Naar Werk' is daar een voorbeeld van. Met
wat het effect is van de verschillende wijknetwerken. In
deze aanpak wordt geëxperimenteerd met een stabiel, ge
aansluiting op de dagvoorzieningen willen we in 2024 een
garandeerd inkomen voor werkende Rotterdammers in de
ambitie formuleren op de wijknetwerken. Daarbij maken we
bijstand. We volgen de uitkomsten van de projecten met
zoveel als mogelijk gebruik, c.q. sluiten we aan bij be
belangstelling en sluiten aan waar mogelijk.
staande wijknetwerken, zoals die bijvoorbeeld binnen het welzijnswerk bestaan. Op basis hiervan zullen we begin
Hiernaast verkennen we in samenwerking met zorgaanbie
2025 een aanpak ontwikkelen op het versterken van het
ders en Werk en Inkomen hoe verschillende bestaande in
gebruik van de wijknetwerken, passend binnen de ambitie.
strumenten passend bij de doelgroep van het plan van aanpak beter benut kunnen worden. Daarnaast zetten we
Opgave 2: Meedoen gericht op herstel Met de inzet op herstelacademies wordt invulling geven aan het landelijke Integraal Zorgakkoord, waarbij is afge sproken dat er een dekkend netwerk is van sociale steun punten voor mensen met een psychische kwetsbaarheid in de vorm van herstelacademies. Momenteel zijn er in Rot terdam in samenwerking met welzijnsorganisatie en de zorgaanbieders in drie Huizen van de Wijk herstelacade mies gerealiseerd. Het gaat om de gebieden Delfshaven, Charlois en IJsselmonde. De herstelacademies zijn een goed voorbeeld van samenwerking tussen een zorg -en welzijnspartij. In de zomer 2023 starten we aanvullend met
ook in op nieuw ontwikkelde instrumenten specifiek voor mensen met psychische/psychosociale/ LVB problematiek en om hen te helpen bij het verkrijgen en behouden van (betaald) werk. Voorbeelden hiervan zijn IPS en Simpel Switchen. IPS is een work-first-aanpak, waarbij werk het vliegwiel vormt voor verbeteringen op alle overige leefgebieden (schulden, psychische problematiek etc.). In 2023 gaat de gemeente Rijkssubsidie aanvragen voor individuele geval len die door zorgaanbieders worden aangedragen. Tussen nu en 2026 willen we tenminste 50 personen aan werk hel pen met IPS, of een soortgelijk instrument.
twee nieuwe herstelacademies in Noord/Kralingen/Crooswijk en Prins Alexander, waarmee we uitkomen op vijf her
Simpel Switchen is een methode die kan helpen om de
stelacademies. In 2025 moeten er in totaal acht herstelaca-
drempels om aan het werk te gaan, weg te nemen en het
demies gerealiseerd zijn. Kenmerkend aan herstelacade-
mensen makkelijker te maken om een stapje terug te doen
mies is dat deze laagdrempelig bezocht kunnen worden
als het even niet lukt. Het doel is dat uiteindelijk iedereen
door iedereen die te maken heeft (gehad) met ontwrich
mee kan doen op de plek die op dát moment het beste bij
tende ervaringen en die zichzelf wil ontwikkelen door mid
diegene past. Binnen de pilot is er voor ongeveer 6 men
del van herstel- en empowermentgerichte cursussen en
sen met GGZ problematiek en 6 personen met LVB plaats
activiteiten. De herstelacademies worden 1000Zo gerund
om van dagbesteding naar werk te gaan en/of van werk
door ervaringsdeskundigen. Bezoekers helpen elkaar in
naar dagbesteding. De pilotresultaten moeten duidelijk ma
het vergroten van de eigen kracht. De herstelacademies
ken of Simpel Switchen meerwaarde heeft binnen het be
dragen bij aan het opbouwen van een positief zelfgevoel,
staande aanbod bij W&I en MO.
betekenisgeving en het stapsgewijs meer greep krijgen op het eigen leven. Door de herstelacademies uit te breiden ontstaat een dekkend aanbod voor heel de stad.
Vanuit deze aanpak sluiten we zo veel mogelijk aan bij de al bestaande structuren zoals het Nationaal Programma Zuid Rotterdam (NPRZ). In het (NPRZ), werken Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, school besturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan een gezonde toekomst voor Rotterdam Zuid. NPRZ heeft
20
Speerpunt: Meedoen - Hoofdstuk 6
goede samenwerking met werkgevers, W&I en het wijk team en zou als een breekijzer kunnen fungeren als het gaat om de activering van cliënten.
Opgave 4: Normalisering en destigmatisering Het gemeentelijk beleid is gericht op normalisering en destigmatisering. We richten ons hierbij ook tot (welzijnsor ganisaties en werkgevers om stigma's rond psychische kwetsbaarheid in relatie tot werk weg te nemen. Hierbij willen we dat werkgevers gestimuleerd worden om kwetsbare mensen in dienst te nemen. We willen dan ook in overleg met Werk & Inkomen kijken naar of en hoe we de activiteiten van Werk & Inkomen gericht op het stimule ren van werkgevers om meer werkzoekenden uit deze doelgroep in dienst te nemen, kunnen ondersteunen. Hier naast willen we de rol van de ervaringsdeskundige opti maal benutten zowel in beleid als in de uitvoering. Hierbij willen we concrete ideeën tegen stigma uitwerken samen met ervaringsdeskundigen en cliëntvertegenwoordiging. Meer inzet van ervaringsdeskundigen creëert ruimte om stigma bespreekbaar te maken en kan zorgen voor een meer inclusieve en effectieve beleidsvorming, waarbij de behoeften en ervaringen van de mensen waarvoor het be leid bedoeld is, centraal staan. Door hun eigen ervaringen hebben zij een uniek perspectief op de problematiek en kunnen ze vaak beter inschatten welke maatregelen en be leidsbeslissingen effectief zullen zijn.
Speerpunt: Meedoen - Hoofdstuk 6
21
7. Monitoring en indicatoren Het plan van aanpak zal integraal gemonitord worden in een jaarlijks voortgangsrapportage. Hierin zal in gegaan worden op de voortgang per speerpunt aan de hand van de opge stelde resultaten. Aanvullend zijn vier kernindicatoren bepaald. Deze indica toren meten het effect van de eind doelen van de speerpunten en de sa menhang hiertussen.
ontwikkelingen mee die aan de preventieve kant plaatsvin den. In 2022 zijn in totaal 1.031 mensen toegelaten tot de op vang voor volwassenen en 372 nieuwe indicaties voor be schermd wonen, waarvan 238 voor volwassenen en 134 voor jongvolwassenen.
Indicator 2: Maximale benutting voorraad sociale huurwoningen voor uitstroom uit voorzieningen en Wonen Eerst We willen bereiken dat de doelgroep uit dit plan van aan
Als kernindicatoren van het plan van
pak zo passend en zelfstandig mogelijk gaat wonen. Dit
aanpak hanteren we de volgende vier
willen we realiseren door de sociale huurvoorraad maxi
indicatoren die inzicht geven op de voortgang van het plan van aanpak als geheel:
maal te benutten voor uitstroom uit voorzieningen en initia tieven als Wonen Eerst. Het gaat jaarlijks om maximaal 25Zo van het totaal aantal vrijkomende sociale huurwonin gen die voor deze doelgroep ingezet kunnen worden (via
- Voorkomen van instroom in opvang en
urgenties). Op basis van de verwachte prognose van het
beschermd wonen o.a. via preventieve in
aantal woningen dat dit jaar vrijkomt en het ijkpunt van
zet;
25Zo gaat het naar verwachting om 1225 woningen in
- Maximale benutting voorraad sociale
2023.
huurwoningen voor uitstroom uit voorzie ningen en Wonen Eerst; - Verblijfsduur in de opvang verkorten; - Individuele Plaatsing en Steun (of verge lijkbare werktrajecten) verhogen.
Indicator 3: Verblijfsduur in de opvang ver korten In lijn met de ambitie om de doelgroep sneller passend te laten wonen, willen we de verblijfsduur in de opvang ver korten. Hierop wordt ingezet via verschillende initiatieven, zoals de inzet van meer variatie in het woon-zorgaanbod (waaronder doorstroomvoorzieningen) en andere innova
Indicator 1: Voorkomen van instroom in op vang en beschermd wonen o.a. via preven
tieve woonvormen. Dit zal gemeten worden aan de hand van de verblijfsduur
tieve inzet
in de opvang. Voor slapers in de opvang volwassenen zien
We willen voorkomen dat mensen instromen in opvang en
we dat in 2022 circa 500Zo van de slapers meer dan 90
beschermd wonen. Dit willen we bereiken door meer in te
nachten per half jaar in de opvang slaapt.
zetten op preventie, bijvoorbeeld als het gaat om het ver beteren van de ondersteuning van de bankslapers en de
Indicator 4: IPS (of vergelijkbare werktrajec
groep nazorg ex-gedetineerden en het voorkomen van
ten) verhogen
huisuitzettingen. Ook de inzet van (intensieve) ambulante ondersteuning draagt hieraan bij.
De opgave vanuit het plan is om de participatie van inwo ners te bevorderen. Dit doen we al via (gesubsidieerd)
22
Op basis van deze indicatoren zal het aantal toelatingen
werk, maar ook door zinvolle dagbesteding of activering.
voor de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
Focus voor de komende tijd ligt op activering naar (be
gekwantificeerd worden. Daaraan verwant nemen we de
taald) werk. Werk en Inkomen heeft verschillende
Monitoring en indicatoren - Hoofdstuk 7
instrumenten om dit te bewerkstelligen. De inzet hiervan willen we beter benutten voor de doelgroep. Aanvullend op de bestaande instrumenten worden nieuwe instrumenten ingezet die expliciet ontwikkeld zijn om mensen met psy chische/psychosociale/ LVB problematiek te helpen bij het verkrijgen en behouden van (betaald) werk. We willen bereiken dat tussen nu en 2026 in totaal tenmin ste 50 personen aan betaald werk geholpen met IPS, of een soortgelijk werkinstrument.
Monitoring en indicatoren - Hoofdstuk 7
23