CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb004637] Bijlage 4 behorende bij 23bb004630 over Monitor armoede en schulden 2023

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 23 augustus 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Armoedebestrijding8.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor Armoede & Schuldenaanpak Rotterdam 2023 Onderzoek en Business Intelligence

1

Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI)

2

Datum: Auteur(s):

8 mei 2023 Frans Moors

Vragen:

onderzoek@rotterdam.nl

Inhoud Inleiding

5

De doelgroep van het Rotterdamse armoedebeleid

6

Inleiding

6

Omvang van de doelgroep van het armoedebeleid

7

Bron van inkomsten

8

Huishoudenstype

8

In- en uitstroom

9

Inleiding

9

Achtergronden van instroom

10

Achtergronden van uitstroom

10

3 Schulden en schuldenaanpak

11

Resultaten van de schuldenaanpak

12

Gebruik van inkomensondersteuning

15

Bijlage

20

3

4

Inleiding De Monitor Armoede & Schulden wil inzicht bieden in ‘de staat van de armoede’ in de stad en de ontwikkelingen in de schuldenaanpak in 2022. De monitor bestaat uit vier delen: •

Een beschrijving van de doelgroep van het Rotterdamse armoedebeleid (huishoudens met een inkomen tot 110% van het wettelijk sociaal minimum). Dit gebeurt op basis van de meest recente cijfers van het CBS, peildatum 1 januari 2021. Naast deze beschrijving worden ook de ontwikkelingen in de doelgroep op de korte termijn (2020-2021) en de lange termijn (2015-2021) beschreven.

•

Een analyse van de in- en uitstroom uit de doelgroep in de periode 2020-2021 en een beschrijving van de ontwikkeling op de lange termijn;

•

Een overzicht van de Rotterdamse huishoudens met problematische schulden en de resultaten van de Rotterdamse schuldenaanpak;

•

Een beschrijving van het gebruik van gemeentelijke inkomensondersteunende voorzieningen in het kader van het armoedebeleid over 2022 en de ontwikkelingen hierin op de korte termijn (2021-2022) en de lange termijn (2015-2022). Het gaat dan om de volgende voorzieningen: o o o o o o o o o o

Kind- en Jeugdtegoed AOW-tegoed Individuele Inkomenstoeslag Energietoeslag Kwijtschelding afvalstoffenheffing Bijzondere bijstand Meedoen in Rotterdam Jeugdfonds Sport & Cultuur Maatwerkbudget wijkteams Premiebijdrage zorgverzekering.

5

De doelgroep van het Rotterdamse armoedebeleid Inleiding In deze paragraaf wordt de doelgroep van het Rotterdamse armoedebeleid beschreven. Onder de doelgroep verstaan we de particuliere huishoudens en personen in Rotterdam met een inkomen dat niet hoger is dan 110% van het wettelijk sociaal minimum, ofwel de voor een huishouden toepasselijke bijstandsnorm. We noemen dit voor de leesbaarheid in deze monitor ook wel een ‘laag inkomen’. Deze groep wordt beschreven op basis van de meest recente inkomensgegevens uit het Integraal Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Deze worden vergeleken met de jaarlijkse cijfers vanaf 2015, en met die over 2020, zodat de lange- en korte-termijntrends binnen de doelgroep over in beeld worden gebracht. Hoewel we de doelgroep voor de beschrijving in deze monitor afbakenen op 110% van het sociaal minimum, zijn bepaalde inkomensondersteunende voorzieningen de afgelopen jaren ook voor een bredere doelgroep beschikbaar gekomen. Zo kennen het Jeugdtegoed, Meedoen in Rotterdam en het Jeugdfonds Sport & Cultuur een inkomensgrens van 130% van het sociaal minimum, is de premiebijdrage ziektekostenverzekering beschikbaar voor huishoudens met een inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon en kon de Energietoeslag worden aangevraagd door huishoudens met een inkomen tot 140% van het sociaal minimum.

Daarom wordt hier een overzicht van deze bredere doelgroep gegeven. In de onderstaande figuur staat het huishoudensinkomen van alle Rotterdamse huishoudens, ingedeeld in groepen van percentages ten opzichte van het sociaal minimum. Figuur 1.1

Inkomen van Rotterdamse huishoudens in relatie tot het wettelijk sociaal minimum 2011-2020 (aantallen x 1.000, cumulatief

96

96

87

88

78

93

91

91

90

87

85

82

83

82

79

79

76

74

74

73

69

70

69

67

65

65

64

57

58

57

56

54

55

54

41

42

41

40

40

40

40

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

tot 101%

6

95

tot 110%

tot 120%

tot 130%

tot 140%

tot 150%

Omvang van de doelgroep van het armoedebeleid In 2021 hadden rond 54.000 huishoudens en rond 85.000 personen in Rotterdam een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Rond 18.000 minderjarige kinderen leven in een huishouden met een dergelijk inkomen. In de periode 2020-2021 daalde het aantal huishoudens met een laag inkomen met 500; het percentage huishoudens met een laag inkomen bleef nagenoeg gelijk op 18,2%. Het aantal personen in deze huishoudens daalde met 1.500. Daarmee daalde het percentage Rotterdammers met een laag inkomen licht van 14,6% naar 14,3%. Het aantal minderjarige kinderen in een huishouden met een laag inkomen daalde met 600; in 2021 leefde 16% van alle minderjarige kinderen in Rotterdam in een huishouden met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. In de onderstaande tabel staat een overzicht van aantal en percentage lage inkomens vanaf 2015. Tegelijkertijd is de ontwikkeling op de korte termijn (2020-2021) en op de lange termijn (2015-2021) weergegeven. Tabel 1.1

Particuliere huishoudens en personen met een inkomen tot 110% WSM in Rotterdam 2015-2021 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2020-

2015-

2021

2021

Aantal huishoudens

57.000

57.900

57.400

55.600

54.200

54.600

53.800

-800

-3.200

Procent

20,4%

20,4%

20,0%

19,2%

18,5%

18,5%

18,2%

-0,3

-2,2

Aantal personen

96.000

97.000

94.400

90.400

87.400

87.000

85.000

-2.000

-11.000

Procent

16,9%

16,9%

16,3%

15,4%

14,8%

14,6%

14,3%

-0,3

-2,6

Aantal kinderen 0-18 jr

23.100

23.200

22.000

20.500

19.600

18.800

18.100

-700

-5.000

Procent

20,7%

20,6%

19,4%

18,1%

17,3%

16,5%

16,1%

-0,4

-4,6

Bron: CBS, bewerking OBI

Het aantal huishoudens dat langdurig (vier jaar of langer) op een laag inkomen is aangewezen, laat in de periode 2020-2021 een lichte daling zien. Het percentage langdurig lage inkomens bleef nagenoeg gelijk op 12,4%. Na een relatief sterke stijging in de periode 2015-2017, is dit percentage al enkele jaren stabiel. Het aantal personen in deze huishoudens daalde de periode 2019-2020 met 1.000. Het percentage Rotterdammers met een langdurig laag inkomen ligt nu op 9%. 9.600 minderjarige kinderen leven in een huishouden dat langdurig op een laag inkomen is aangewezen; dat is 9,3% van alle minderjarige kinderen in de stad. Dat betekent een lichte daling van aantal en percentage ten opzichte van het voorgaande jaar. 60% van alle huishoudens met een laag inkomen heeft dit inkomen al vier jaar of langer; het aandeel steeg daarmee met 8 procent-punt sinds 2015. Tabel 1.2

Particuliere huishoudens en personen met langdurig een inkomen tot 110% WSM in Rotterdam 2015-2021 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2020-

2015-

2021

2021

Aantal huishoudens

29.800

31.100

31.700

32.000

32.400

32.800

32.600

-200

2.800

Procent alle huishoudens

11,2%

12,2%

12,4%

12,5%

12,5%

12,5%

12,4%

- 0,1

1,2

% huishoudens <110%

52%

54%

55%

58%

60%

60%

60%

0,0

8,0

Aantal personen

48.200

49.600

49.900

49.600

49.600

49.600

48.600

-1.000

400

Procent alle personen

9,2%

9,5%

9,5%

9,4%

9,3%

9,2%

9,0%

- 0,2

-0,2

% personen <110%

50%

51%

53%

55%

57%

57%

57%

0,0

7,0

11.200

11.400

11.200

10.800

10.500

10.100

9.600

-500

-1.600

Aantal kinderen 0-18 jr % alle kinderen

10,8%

11,0%

10,8%

10,5%

10,1%

9,7%

9,3%

-0,4

-0,5

% kinderen <110%

48,5%

49,1%

50,9%

52,7%

53,6%

53,7%

52,7%

-1,0

-1,5

7

Bron van inkomsten De groep huishoudens met een laag inkomen bestaat voor bijna de helft uit bijstandsgerechtigden of ontvangers van een andere sociale voorziening. 1 Nog eens 32% heeft een AOW en/of een pensioen. Het overige deel heeft hoofdzakelijk inkomen uit werk (11%) of een werkloosheids-of arbeidsongeschiktheidsuitkering (7%). Onder de langdurig lage inkomens zijn de bijstandsgerechtigden en gepensioneerden nog wat sterker vertegenwoordigd: 86% van de langdurig lage inkomens bestaat uit deze twee categorieën.

Tabel 1.3

Huishoudens met een inkomen tot 110% WSM naar bron van inkomen (Rotterdam, 1-1-2021) Ten minste 1 jaar Aantal

Procent

4 jaar en langer % doel-

Aantal

Procent

groep

% doelgroep

Loon

3.430

6%

2%

740

2%

1%

Winst zelfstandig ondernemer

2.780

5%

10%

480

2%

2%

Werkloosheidsuitkering

550

1%

25%

50

0%

2%

Bijstandsuitkering

21.970

41%

86%

14.100

46%

67%

Uitkering sociale voorziening overig*

4.440

8%

67%

2.500

8%

43%

Uitkering ziekte/arbeidsongeschiktheid

2.990

6%

27%

1.500

5%

14%

Pensioenuitkering

17.330

32%

27%

13.200

40%

21%

360

1%

29%

100

0%

10%

53.840

100%

18%

32.600

100%

12%

Overig (stufi/vermogen) Totaal

*)

Het betreft hier onder meer de uitkering voor oudere werklozen, voor jonggehandicapten en uitkeringen in het kader van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen en de Toeslagenwet.

Huishoudenstype Bij ruim twee derde van de huishoudens met een laag inkomen gaat het om alleenstaanden zonder kinderen. Nog eens 15% is alleenstaand met kinderen. Onder alleenstaanden en eenoudergezinnen zien we de hoogste percentages lage inkomens. Alleenstaanden en eenoudergezinnen hebben ook veruit het vaakst een langdurig laag inkomen. In de onderstaande tabel staat een volledig overzicht per huishoudenstype. Tabel 1.4

Huishoudens met langdurig een inkomen tot 110% van het sociaal minimum in 2021, naar huishoudenstype, en de ontwikkeling op de korte en lange termijn Verschil 2020-2021 Aantal

%

% per

Verschil 2015-2021

Aantal

%-punt

Aantal

%-punt

type Alleenstaand <65 jr

13.690

42%

18%

-60

-0,2

2.380

2

Alleenstaand 65+

9.940

31%

27%

160

0,1

1.040

2,3

Paar zonder kinderen < 65 jr

1.030

3%

3%

-10

0

30

0

Paar zonder kinderen 65+

2.470

8%

12%

40

0,1

450

2,5

Eenoudergezin minderj kinderen

3.220

10%

23%

-150

-1,1

-260

-1,7

Eenoudergezin overig

580

2%

4%

-80

-0,6

-390

-3,7

Paar alleen minderj kinderen

1.220

4%

4%

-70

-0,2

-330

-0,8

Paar overig

360

1%

2%

-30

-0,2

-160

-1

Overige meerpersoonshh.

100

0%

3%

10

0

30

0,5

32.600

100%

12%

-200

-0,1

2.780

0,6

Totaal

1

8

De bron van inkomen is gebaseerd op het hoogste inkomen bezien over het hele jaar.

In- en uitstroom Inleiding Het percentage personen en huishoudens met een inkomen tot 110% WSM (verder: met een laag inkomen) schommelt al jaren rond de 20%. Toch is er sprake van dynamiek: ieder jaar is er instroom en uitstroom in de groep lage inkomens. Om een beeld te schetsen van deze dynamiek is op basis van CBS-gegevens nagegaan hoeveel personen en huishoudens jaarlijks in- en uit de doelgroep van het armoedebeleid stromen, en wat de achtergrond van deze stromen zijn. De gegevens zijn geanalyseerd over de periode 2015-2021. In de onderstaande figuur zijn de in- en uitstroomcijfers over de jaren 2015-2021 uitgezet. Duidelijk is te zien dat het verloop in de groep Rotterdammers met een laag inkomen in de afgelopen jaren kleiner is geworden. In 2021 stroomden rond 21.500 personen uit de groep Rotterdammers met een laag inkomen, terwijl 20.300 personen instroomden. Daarmee ligt de instroom 3% lager dan in 2020, terwijl de uitstroom daalde met 7%.

Figuur 2.1

2021

2020

In- en uitstroom uit de groep Rotterdammers met een laag inkomen (2015-2021) -1.180

21.520 20.340

-2.100

23.100 21.000

-3.300

2019

24.600

21.300 -2.500

2018

2017

21.600 -1.000

24.100

24.700 23.700 900

2016

2015

25.000 25.900 -3.200 25.500 Saldo

Uitstroom

28.700

Instroom

9

Achtergronden van instroom De instroom (dat zijn dus de personen die in 2020 niet, en in 2021 wel een laag inkomen hebben) kan verschillende oorzaken hebben. Die zijn in de onderstaande tabel te zien. Veruit de belangrijkste oorzaak is inkomensdaling: in ruim 63% van de gevallen gaat het om een inwoner van Rotterdam die een inkomensdaling doormaakte. In iets meer dan een vijfde van de gevallen gaat het om Rotterdammers die in 2020 niet tot de doelpopulatie behoorden. Dat kan zijn omdat ze niet heel 2020 een inkomen hadden, of behoorden tot een studentenhuishouden of waren geïnstitutionaliseerd. Van 11% werden over 2020 geen gegevens aangetroffen, wat betekent dat ze ‘nieuw’ zijn in de registratie. Tenslotte is te zien dat 6% van de instroom werd veroorzaakt door verhuizing naar Rotterdam. Een deel van deze groep had bij die verhuizing al een laag inkomen, terwijl het andere deel gelijktijdig met de verhuizing instroomde in lage-inkomensgroep. De opbouw van de oorzaken van instroom is in de periode 2020-2021 nauwelijks veranderd in vergelijking met voorgaande jaren. Tabel 2.2

Oorzaken van instroom in de groep Rotterdammers met een laag inkomen Aantal

%

Inkomensdaling (woonde al in Rotterdam)

12.840

63%

Voorafgaand jaar geen doelpopulatie*

4.170

21%

Immigratie/geboren/gegevens niet eerder bekend

2.190

11%

Verhuisd naar Rotterdam binnen NL (minima geworden)

630

3%

Verhuisd naar Rotterdam binnen NL (al minima)

510

3%

20.340

100%

Totaal

Achtergronden van uitstroom Kijken we naar de achtergrond van de uitstroom (dus de personen die in 2020 wel, maar in 2021 niet meer tot de groep lage inkomens behoorden), dan zien we dat 68% van de uitstroom wordt veroorzaakt door een inkomensstijging. Rond een vijfde van de uitstroom wordt veroorzaakt doordat de persoon niet meer behoort tot de doelpopulatie, bijvoorbeeld omdat er geen sprake meer is van een heel jaar inkomen. Rond een tiende bevond zich door overlijden, emigratie of een andere reden niet meer in de registratie. Tenslotte wordt 6% van de uitstroom veroorzaakt door verhuizing: de helft verhuisde daarmee ook uit de lage-inkomensgroep, terwijl de andere helft van deze groep deel bleef uitmaken.

Tabel 2.3

Aantal

%

Inkomensstijging (woonde al in Rotterdam)

14.540

68%

Geen doelpopulatie meer *)

3.700

17%

Geëmigreerd/overleden/gegevens niet langer bekend

1.840

9%

Verhuisd binnen Nederland (geen minima meer)

690

3%

Verhuisd binnen Nederland (minima gebleven)

750

3%

21.520

100%

Totaal *)

10

Oorzaken van uitstroom uit de groep Rotterdammers met een laag inkomen

De doelpopulatie wordt gevormd door personen met het hele jaar inkomen, niet behorend tot een studentenhuishouden of geïnstitutionaliseerd.

3 Schulden en schuldenaanpak Onlangs publiceerde het CBS voor het eerst gegevens over het aantal huishoudens met problematische schulden per gemeente2. De meest recente cijfers betreffen oktober 2021. In dat jaar was er bij rond 50.000

Tabel 3.1

huishoudens sprake van problematisch schulden. Dat is 15,5% van alle huishoudens in Rotterdam. In de onderstaande grafiek staat een overzicht van de ontwikkeling vanaf 2015.

Rotterdamse huishoudens met een geregistreerde problematische schuld, 2015-2021 Aantal huishoudens

Percentage Rotterdam

Percentage Nederland

2015

50.830

16,1%

8,6%

2016

51.910

16,3%

8,6%

2017

48.380

15,1%

7,8%

2018

50.840

15,8%

8,3%

2019

50.360

16,1%

8,1%

2020-01

51.340

15,6%

7,9%

2020-10

50.990

15,5%

7,6%

2021-01

48.630

14,8%

7,4%

2021-10

49.650

14,9%

7,6%

Bron: CBS

In de volgende tabel staat een overzicht van het aantal en percentage huishoudens met een geregistreerde problematische schuld per gebied. In de laatste kolom staat het aandeel huishoudens met

2

Volgens CBS is er is sprake van een huishouden met geregistreerde problematische schulden als tenminste één persoon in het huishouden voldoet aan ten minste één van de volgende criteria op 1 januari van het betreffende verslagjaar: • Volgt een WSNP‐traject; • • •

•

Volgt een bij BKR geregistreerd minnelijk traject; Heeft een bij BKR geregistreerde betalingsachterstand; Is in het Centraal Curatele en Bewindregister (CCBR) opgenomen op grond van verkwisting en/of problematische schulden; Heeft ten minste zes maanden de zorgpremie niet betaald;

een problematische schuld in het betreffende gebied. In Charlois, Feijenoord, IJsselmonde en Delfshaven zien we een bovengemiddeld aandeel huishoudens met een problematische schuld.

•

•

•

•

Heeft een betalingsachterstand van een Wet Mulder‐boete (boete voor lichte verkeersovertreding) bij het CJIB heeft waarvan de tweede aanmaning ten minste twee maanden openstaat, of zich al in een ernstigere wanbetalersfase bevindt. Daarnaast moet het openstaande bedrag in totaal minimaal 50 euro zijn Heeft langer dan 27 maanden een toeslagschuld van totaal minimaal 50 euro openstaan bij de Belastingdienst; Heeft langer dan 15 maanden een schuld van totaal minimaal 50 euro voor overige belastingaanslagen openstaan bij de Belastingdienst; Heeft een belastingschuld bij de Belastingdienst die in de 12 maanden voor het peilmoment oninbaar is geleden; Heeft een betalingsachterstand bij de DUO van 3 maanden of langer en van minimaal 270 euro.

11

Tabel 3.2

Rotterdamse huishoudens met een geregistreerde problematische schuld per gebied, oktober 2021 Aantal huishoudens

Procent

Rotterdam Centrum

2.180

4,4%

9,6%

Delfshaven

6.780

13,7%

17,1%

Overschie

1.130

2,3%

13,0%

Noord

3.460

7,0%

11,6%

Hillegersberg-Schiebroek

1.990

4,0%

9,7%

Kralingen-Crooswijk

3.410

6,9%

10,8%

Feijenoord

7.820

15,8%

20,4%

IJsselmonde

5.480

11,0%

18,9%

230

0,5%

10,2%

Prins Alexander

5.490

11,1%

11,8%

Charlois

8.090

16,3%

22,8%

Hoogvliet

2.510

5,1%

15,2%

Hoek van Holland

330

0,7%

6,9%

Rozenburg

640

1,3%

11,2%

49.650

100,0%

14,9%

Pernis

Totaal Rotterdam

Procent per gebied

Bron: CBS

Een andere indicator die wordt gebruikt om problematische schuldproblematiek in kaart te brengen, is het aantal Rotterdammers met meer dan zes maanden betalingsachterstand van de premie ziektekostenverzekering. Dit cijfer laat in de afgelopen vijf jaar een constante daling zien.3 In de onderstaande tabel staat hiervan een overzicht. Tabel 3.3

Aantal Rotterdammers met >6 maanden achterstand in betaling ziektekostenpremie met en zonder betalingsregeling

Indicator Aantal Rotterdammers met >6 maanden achterstand in betaling ziektekostenpremie met en zonder betalingsregeling

2022

2021

2020

2019

2018

22.462

23.088

25.486

26.624

27.786

Resultaten van de schuldenaanpak In 2022 meldden zich 5.109 Rotterdammers aan bij het Expertiseteam Financiën (ETF). Dat is een stijging van 5% ten opzichte van 2021. Niet al deze aanmeldingen leiden tot een intakegesprek: in 2022 werden 4.459 intakegesprekken gehouden; dat is 87% van het aantal aanmeldingen. Bij de overige aanmeldingen kan het zijn dat problemen eenvoudig opgelost kunnen worden, maar vaker blijkt dat Rotterdammers nog niet klaar zijn voor een schuldhulpverleningstraject. In dit eerste gesprek wordt, in het kader van stress-sensitief werken, daarom gefocust op het winnen van vertrouwen en het luisteren naar het verhaal van de Rotterdammer. Niet ieder intakegesprek leidt direct tot een ondersteuningsplan. In 2022 is voor 3.525 Rotterdammers een ondersteuningsplan opgesteld; dat is 79% van alle intakegesprekken. Daarmee zijn in de periode 2019 tot en met 2022 15.134 ondersteuningsplannen gerealiseerd.

3

12

Het cijfer wordt echter beïnvloed doordat wanbetalers die direct een betalingsregeling met hun verzekeraar overeenkomen in sommige gevallen niet in de registratie worden opgenomen. Daarnaast kan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bepaalde groepen aanwijzen die onder voorwaarden kunnen uitstromen. Dit laatste betreft met name personen met een bijstandsuitkering.

Tabel 3.4

Aantal aanmeldingen, intakegesprekken en gerealiseerde ondersteuningsplannen

Indicator

2022

2021

2020

2019

2018

Aantal Rotterdammers die zich hebben gemeld (al dan niet via een

5.109

4.870

3.978

4. 168

3.782

Aantal intakegesprekken bij ETF

4.459

4.257

3.780

1.413

nvt

Aantal gerealiseerde ondersteuningsplannen ETF

3.525

4.010

4.051

3.548

nvt

begeleider) bij het ETF of de KBR

3.1.1

Aantal gestarte en geslaagde schuldregelingen bij de KBR

Ook het aantal geslaagde schuldregelingen laat voor het eerst sinds vijf jaar een daling zien; het aantal gestarte regelingen daalde het voorgaande jaar al. Het aantal gestarte regelingen daalde met 16%, een aantal geslaagde regelingen daalde met 19%. Het slagingspercentage bleef nagenoeg stabiel op 93%.

Tabel 3.5

Aantal gestarte en geslaagde schuldregelingen bij de Kredietbank Rotterdam 2022

2021

2020

2019

2018

Gestarte schuldregelingen

1.886

2.193

2.254

2.064

1.945

Geslaagde schuldregelingen

1.758

2.055

1.924

1.601

1.462

Slagingspercentage

93%

94%

85%

78%

75%

De trend op de langere termijn is een toename van het aantal aanmeldingen en intakegesprekken, maar een afname van het aantal gerealiseerde ondersteuningsplannen en schuldregelingen. Dat is te zien in de onderstaande grafiek.

6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0

2019

2020

2021

Aanmeldingen bij ETF of KBR

Aantal intakegesprekken bij ETF

Aantal gerealiseerde ondersteuningsplannen ETF

Aantal geslaagde schuldregelingen

2022

13

3.1.2

Instroom Perspectieffonds voor jongeren

De instroom in het Perspectieffonds is met 142 jongeren nagenoeg gelijk aan het voorgaande jaar. Tabel 3.6

Aantal jongeren in Perspectiefpact en Perspectieffonds

Indicator

2022

2021

2020

2019

2018

Aantal jongeren dat is ingestroomd in het Perspectieffonds

142

149

44

1

nvt

3.1.3

Schulddienstverlening aan ondernemers

De ondersteuning van kleine ondernemers en zzp’ers is met ingang van 1 januari 2021 opgenomen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Deze taak werd daarvoor ook al uitgevoerd via het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ). Het RBZ doet specialistische schuldhulpverlening ingekocht bij een externe partij, Zuidweg & Partners. In de onderstaande tabel staat het aantal aanmeldingen bij dit bureau. Het gaat hier om het aantal aanmeldingen in de regio Rijnmond. Na een daling van het aantal aanmeldingen in 2021, zien we over 2022 weer een substantiele stijging.

Tabel 3.7

3.1.4

Aantal aanmeldingen ondernemers voor schulddienstverlening (regio Rijnmond) 2022

2021

2020

302

162

245

Meldpunt Preventie Huisuitzettingen (MPH)

Het aantal meldingen bij het Meldpunt Preventie Huisuitzettingen steeg na een sterke daling in 2021 in 2022 weer met circa 40% naar 1.650. Het aantal meldingen van gezinnen met kinderen liet bijna een verdubbeling zien. Het aantal daadwerkelijke huisuitzettingen bleef echter, evenals in vorige jaren, dalen. In 2021 waren het er nog 95, in 2022 waren het er nog maar 53. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de cijfers van Aedes, die in juli 2022 vaststelden dat het aantal huurders met achterstand in de eerste maanden van het jaar, na een daling in 2020 en 2021, weer opliep. Het aantal huisuitzettingen laat echter, vooral door een sociaal incassobeleid, nog steeds een daling zien.

Tabel 3.8

Resultaten van het Meldpunt Preventie Huisuitzettingen (MPH) 2022

2021

2020

2019

1.650

1.191

1.774

2.127

Waarvan: aantal meldingen die gezinnen met kinderen betreffen

824

435

636

864

Aantal huisuitzettingen (als gevolg van huurachterstand)

53

95

71

196

Aantal meldingen preventie huisuitzettingen in kader van convenant MPH

14

Gebruik van inkomensondersteuning 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk komt het gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen in het kader van het armoedebeleid aan de orde. De hier gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op registraties van de gemeente Rotterdam en andere instanties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de diverse regelingen. De cijfers betreffen het jaar 2022. Het gaat hier om gemeentelijke voorzieningen, of door de gemeente gesubsidieerde voorzieningen, te weten: -

AOW- en Jeugdtegoed

-

Kwijtschelding afvalstoffenheffing

-

Bijzondere bijstand

-

Energietoeslag Individuele Inkomenstoeslag

-

Stichting Meedoen in Rotterdam

-

Jeugdfonds Sport & Cultuur

-

Premiebijdrage collectieve zorgverzekering Maatwerkbudget voor de wijkteams

Hoewel we deze regelingen in deze rapportage hebben samengebracht onder de noemer ‘inkomensondersteunende voorzieningen’, zijn er belangrijke verschillen in doelstelling en inzet, wat gevolgen heeft voor de wijze van verstrekking en mate van gebruik. Met de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is de gemeentelijke ruimte voor inkomensondersteuning door het Rijk ingeperkt. Categoriale voorzieningen, zoals de AOW-toeslag, de Toelage voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar en de Langdurigheidstoeslag, zijn daardoor niet meer toegestaan. De eerste twee voorzieningen zijn vervangen door het AOW- en Jeugdtegoed, dat jaarlijks op de Rotterdampas worden bijgeschreven, en dat uitsluitend mag worden ingezet voor de aanschaf van producten die bijdragen aan sociale participatie. Deze bijschrijving vindt voor een belangrijk deel van de doelgroep wel nog volgens een geautomatiseerd systeem plaats: huishoudens waarvan bekend is dat zij tot de doelgroep behoren, krijgen het tegoed automatisch op de Rotterdampas bijgeschreven. Ook kwijtschelding van de afvalstoffenheffing vindt middels een dergelijke geautomatiseerde procedure plaats, waardoor het gebruik per definitie hoger ligt. Rotterdammers met een inkomen tot 100% WSM hebben recht op een gedeeltelijke kwijtschelding van afvalstoffenheffing.

In 2022 bedraagt de maximale kwijtschelding, evenals in het voorgaande jaar, 76,5% van het tarief. Bijzondere bijstand wordt alleen op aanvraag verstrekt, en is een individuele voorziening om noodzakelijke kosten van bestaan, voor zover die niet kunnen worden bekostigd door het reguliere inkomen en andere voorliggende voorzieningen, te vergoeden. Voor de verstrekking van bijzondere bijstand vindt altijd een individuele toets plaats. Vanaf het vorig jaar is ook de verstrekking van de Energietoeslag in de bijzondere bijstand opgenomen. De toeslag werd verstrekt aan huishoudens met een inkomen tot 140% van het sociaal minimum. Huishoudens waarvan het inkomen op de peildatum bekend was, kregen de toeslag automatisch verstrekt. Daarnaast kon de toeslag digitaal of schriftelijk worden aangevraagd.

15

Rotterdammers met een inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon die in het jaar voorafgaand aan de aanvraag geen hoger inkomen hebben gehad, en geen perspectief hebben op inkomensverbetering, komen in aanmerking voor een Individuele Inkomenstoeslag (IIT) van 120 euro op jaarbasis. Stichting Meedoen in Rotterdam (voorheen stichting Leergeld) en het Jeugdfonds Sport & Cultuur zijn fondsen waarop huishoudens met kinderen met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum een beroep kunnen doen om kosten van deelname aan sport- of culturele activiteiten, al dan niet in clubverband, voor zover die niet door een andere voorziening wordt vergoed, te bekostigen. Stichting Meedoen vergoedt ook andere kosten die de participatie van kinderen aan de samenleving ondersteunen, waaronder de kosten van een computer of fiets. Beide fondsen keren een toegekende verstrekking direct uit aan vereniging of leverancier; de bedragen worden dus niet direct uitgekeerd aan de aanvrager. Inwoners van Rotterdam met een inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon die deelnemen aan het Rotterdampakket van zorgverzekeraar VGZ komen in aanmerking voor een premiebijdrage van 120 euro op jaarbasis. Tenslotte is het maatwerkbudget een budget dat door de professionals in de Wijkteams naar eigen inzicht kan worden ingezet in geval van acute financiële nood bij een huishouden.

Het Maatwerkbudget wordt dus niet op aanvraag van een huishouden ingezet, maar uitsluitend als er naar het oordeel van de professional sprake is van acute financiële nood, die niet kan worden gelenigd door een andere voorliggende voorziening. De mate van gebruik is dus sterk afhankelijk van de beoordeling van de professional, en niet van aanvraag door de gebruiker. Om een indicatie te geven van het bereik van de regelingen, zijn de gebruikscijfers afgezet tegen de omvang van de respectievelijke doelgroepen. In de onderstaande tabel staat de omvang van de potentiële doelgroep weergegeven en het daarop gebaseerde percentuele gebruik in 2022. Bij dit percentage hoort een aantal kanttekeningen: de omvang van de doelgroep voor 2022 is gebaseerd op inkomensgegevens van het CBS, peildatum 1 januari 2021. De cijfers betreffen particuliere huishoudens, personen of kinderen in een huishouden met een heel jaar inkomen in het betreffende jaar. De werkelijke doelgroep zal daarom groter zijn dan de hier gehanteerde cijfers; dat is de verklaring voor het feit dat het gebruik in sommige gevallen boven de 100% uitkomt. Precieze inschatting van de doelgroep op basis van het inkomen is daarnaast moeilijk omdat vaststelling van recht op basis van inkomen voor de verschillende voorzieningen op verschillende momenten in het jaar van aanvraag kan gebeuren.

Daarnaast kan bij de kwijtscheldingsregeling onder bepaalde voorwaarden worden afgeweken van het inkomenscriterium. De gebruikspercentages kunnen daardoor niet meer dan een ruwe indicatie geven van het daadwerkelijke bereik.

16

Tabel 4.1

Gebruik en bereik van inkomensondersteunende voorzieningen in 2022

Soort voorziening

Omvang doelgroep (peildatum 1-1-2021)

Aantal ge-

%

bruikers in

doelgroep

2022 Kindtegoed*

9.100 kinderen 4-11 jaar (110% WSM)

10.400

114%

Jeugdtegoed*

8.100 kinderen 12-17 jaar (130% WSM)

9.100

112%

AOW-tegoed

17.800 huishoudens 65+ (110% WSM)

12.100

68%

Kwijtschelding afvalstoffenheffing **)

39.900 huishoudens (100% WSM)

37.400

94%

Individuele Inkomenstoeslag ***)

56.100 huishoudens 21-65 jaar tot 130% WML

26.600

47%

Energietoeslag

81.100 huishoudens vanaf 21 jaar tot 140% WSM

79.200

96%

Meedoen in Rotterdam

20.440 kinderen 4-18 jaar (130% WSM)

8.100

40%

Jeugdfonds Sport & Cultuur - cultuur

20.440 kinderen 4-18 jaar (130% WSM)

2.300

11%

Jeugdfonds Sport & Cultuur - sport

20.440 kinderen 4-18 jaar (130% WSM)

7.100

35%

Premiebijdrage VGZ

98.000 personen >=18 jaar tot 130% WML

40.300

41%

Maatwerkbudget wijkteams

****)

2.100

*)

Het feit dat de bereikpercentages in 2018 en 2020 boven de 100% liggen, komt doordat de omvang van de doelgroep is gebaseerd op cijfers van het CBS betreffende kinderen in een particulier huishouden met een heel jaar inkomen. Dat betekent dat de omvang van de werkelijke doelgroep groter zal zijn dan de hier gehanteerde cijfers.

**)

Het gebruikspercentage van de kwijtscheldingsregeling afvalstoffenheffing is gebaseerd op het gebruik van kwijtschelding voor het lopende belastingjaar. Het gebruik ligt dicht bij de 100%. Dit komt doordat de omvang van de doelgroep ruimer is dan alleen op basis van de inkomensgrens van 100% WSM. Dit heeft verschillende oorzaken. Op de eerste plaats hanteert Gemeentebelastingen voor AOW-gerechtigden hogere normen dan in de Participatiewet worden gehanteerd. Daarnaast kunnen huishoudens met schulden in sommige gevallen voor kwijtschelding in aanmerking komen, ook als er sprake is van een hoger inkomen. Tenslotte kunnen ook (buitenlandse) studenten en huishoudens die maar een deel van het jaar inkomen hebben in aanmerking komen; deze groepen worden niet meegenomen in de huishoudens volgens de CBS-definitie.

***)

In het vaststellen van de omvang van de doelgroep kon geen rekening gehouden met het ‘inkomensverbeteringscriterium’: het gaat dus om alle particuliere huishoudens met een inkomen tot de inkomensgrens waarvan de hoofdkostwinner tussen de 21 en 65 jaar oud is. Bij de vaststelling van de doelgroep voor 2022 is uitgegaan van de netto bijstandsnorm voor gehuwd op peildatum 1 januari 2021, maal 130%.

****)

Het maatwerkbudget heeft geen duidelijk begrensde doelgroep; een percentage voor het bereik kan daarom niet worden berekend

Kijken we naar de ontwikkeling van het aantal gebruikers in vergelijking met vorig jaar, dan zien we een stijging van het aantal gebruikers van het AOW-tegoed, van Meedoen en het Jeugdfonds Sport & Cultuur en van het Maatwerkbudget. We zien een daling in het aantal gebruikers van het Kind- en Jeugdtegoed, kwijtschelding afvalstoffenheffing, de individuele inkomenstoeslag en de premiebijdrage VGZ.

17

Tabel 4.2

Aantal gebruikers van inkomensondersteunende voorzieningen (2018-2022) 2018

2019

2020

2021

2022

2021-2022

20212022

+/-

+/- %

Kindtegoed

11.200

11.000

10.500

10.800

10.400

-400

-4%

Jeugdtegoed

9.200

8.700

8.700

9.200

9.100

-100

-1%

AOW-tegoed

10.000

10.700

10.400

10.900

12.100

1.200

+11%

Kwijtschelding afvalstoffenheffing

43.000

39.900

39.000

38.700

37.400

-1.300

-3%

Bijzondere bijstand

33.500

36.700

37.700

39.600

*)

Individuele Inkomenstoeslag

21.600

27.600

26.900

28.100

26.600

-1.500

-5%

Meedoen in Rotterdam

5.200

7.000

6.600

6.800

8.100

1.308

+19%

Jeugdfonds Sport & Cultuur - cultuur

1.800

2.500

2.500

2.200

2.300

100

+5%

Jeugdfonds Sport & Cultuur - sport

5.200

6.100

5.700

6.400

7.100

700

+11%

Premiebijdrage VGZ

40.300

40.400

40.500

41.100

40.300

-800

-2%

1.900

2.100

1.400

1.200

2.100

900

+75%

Maatwerkbudget wijkteams *)

Door een wijziging in de registratie kan het aantal individuele gebruikers niet meer op een vergelijkbare manier worden vastgesteld

Als de ontwikkeling van de doelgroep in de cijfers wordt verdisconteerd, zien we in de onderstaande tabel en grafiek de ontwikkeling van de gebruikspercentages in de afgelopen vijf jaar. Het gebruik van het Jeugdtegoed, AOW-tegoed, Meedoen in Rotterdam, het Jeugdsportfonds en de premiebijdrage VGZ laat in vergelijking met het voorgaande jaar een stijging zien. Het gebruik van de kwijtscheldingsregeling en de IIT daalde, terwijl dit bij het Kindtegoed en het Jeugdcultuurfonds gelijk bleef.

Tabel 4.3

Percentage gebruikers van inkomensondersteunende voorzieningen (2018-2022) 2018

2019

2020

2021

2022

2021-2022 procentpunt

*)

18

Kindtegoed

89%

100%

100%

114%

114%

0

Jeugdtegoed*

122%

130%

95%

102%

112%

+10

AOW-tegoed

60%

63%

61%

59%

68%

+9

Kwijtschelding afvalstoffenheffing

99%

91%

93%

96%

94%

-2

Individuele Inkomenstoeslag

36%

45%

46%

54%

47%

-7

Meedoen in Rotterdam*

24%

35%

33%

37%

40%

+9

Jeugdfonds Sport & Cultuur – cultuur*

8%

11%

12%

11%

11%

0

Jeugdfonds Sport & Cultuur – sport*

24%

28%

27%

31%

35%

+4

Premiebijdrage VGZ

38%

37%

38%

35%

41%

+6

De doelgroep van het Jeugdtegoed werd in 2020 verbreed van 110% naar 130% van het sociaal minimum. De doelgroep van Meedoen in Rotterdam en het Jeugdfonds Sport & Cultuur is in 2019 verbreed van 120% naar 130% van het sociaal minimum.

Figuur 4.1

Percentage gebruikers van inkomensondersteunende voorzieningen (2018-2022)

140%

120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%

2018

2019

2020

2021

2022

19

Bijlage Huishoudens, personen en kinderen met een laag inkomen per wijk

I.1

Inkomen van huishoudens ten opzichte van het sociaal minimum, per wijk (cumulatief in aantallen) Inkomen ten opzichte van het sociaal minimum, tot:

Afrikaanderwijk

110%

120%

130%

140%

150%

>=150%

Totaal

850

1.090

1.240

1.370

1.500

1.590

3.560

3.550

Agniesebuurt-Provenierswijk

650

850

1.000

1.120

1.230

1.330

4.510

4.500

Bergpolder-Blijdorp-Liskwartier

1.170

1.590

1.910

2.200

2.500

2.780

14.220

14.210 4.990

Beverwaard

680

900

1.060

1.210

1.350

1.500

4.980

Bloemhof

1.260

1.660

1.960

2.200

2.420

2.640

6.320

6.320

Bospolder-Spangen-Tussendijken

2.330

3.000

3.470

3.860

4.160

4.480

11.050

11.050

Carnisse-Zuiderpark

750

1.040

1.250

1.480

1.680

1.890

6.570

6.560

Cool-Scheepvaartkw-Stadsdriehoek

980

1.270

1.490

1.670

1.890

2.100

13.500

13.490

Crooswijk

1.770

2.390

2.820

3.140

3.410

3.670

9.520

9.520

Delfshaven-Schiemond

860

1.150

1.340

1.490

1.680

1.850

6.120

6.100

Dijkzigt-Oude Westen

990

1.260

1.450

1.610

1.770

1.890

5.030

5.030

Entrepot-Noordereiland

780

1.060

1.240

1.380

1.520

1.660

5.770

5.760

Feijenoord

900

1.150

1.310

1.450

1.560

1.680

3.340

3.340

Groot- en Oud-IJsselmonde

1.900

2.680

3.230

3.750

4.280

4.750

16.290

16.300

Hillegersberg

810

1.110

1.340

1.570

1.790

1.990

12.180

12.180

Hillesluis

880

1.180

1.380

1.580

1.740

1.920

5.090

5.090

Hoek van Holland

260

430

560

700

840

980

4.790

4.790

Hoogvliet

1.510

2.090

2.580

3.090

3.540

3.990

15.960

15.950

Katendrecht-Wilhelminapier

430

570

660

750

840

910

4.160

4.160

Kralingen

1.810

2.390

2.820

3.180

3.540

3.880

15.440

15.430

Lageland-Prinsenland-‘s-Graveland

1.390

1.930

2.380

2.800

3.160

3.530

14.070

14.070

Lombardijen

1.040

1.430

1.730

1.980

2.200

2.450

6.780

6.780

Mathenesse

550

740

880

1.010

1.140

1.260

4.690

4.690

Middelland-Nieuwe Westen

2.370

3.050

3.490

3.870

4.230

4.560

14.800

14.790

Nesselande

150

240

310

370

430

490

4.540

4.540

Ommoord

1.350

2.000

2.550

3.040

3.400

3.820

12.780

12.770

Oosterflank

910

1.240

1.470

1.660

1.840

1.990

5.490

5.490

Oud Charlois-Wielewaal

980

1.320

1.550

1.780

2.020

2.240

6.890

6.880

Oude Noorden

1.570

2.060

2.350

2.610

2.870

3.090

8.440

8.440

Overschie Pendrecht-Zuidwijk

910

1.260

1.510

1.770

1.990

2.190

8.510

8.520

2.270

3.100

3.630

4.130

4.560

4.980

13.020

13.030

Rozenburg

320

490

630

790

940

1.060

5.650

5.650

Schiebroek

1.160

1.550

1.840

2.090

2.310

2.520

7.740

7.740

Tarwewijk

910

1.170

1.380

1.580

1.770

1.970

6.030

6.020

Vreewijk

1.240

1.770

2.140

2.520

2.830

3.100

7.230

7.240

Zevenkamp

1.000

1.360

1.600

1.810

1.990

2.170

7.180

7.190

190

270

350

460

540

610

3.610

3.700

39.880

53.840

63.900

73.070

81.460

89.510

305.850

305.860

Heijplaat-Kralingseveer-Pernis * ROTTERDAM

20

101%

I.2

Inkomen van huishoudens ten opzichte van het sociaal minimum, per wijk (cumulatief in percentages) Inkomen ten opzichte van het sociaal minimum, tot: 101%

110%

120%

130%

140%

150%

>=150%

Afrikaanderwijk

24%

31%

35%

39%

42%

45%

100%

Agniesebuurt-Provenierswijk

14%

19%

22%

25%

27%

30%

100%

Bergpolder-Blijdorp-Liskwartier

8%

11%

13%

15%

18%

20%

100%

Beverwaard

14%

18%

21%

24%

27%

30%

100%

Bloemhof

20%

26%

31%

35%

38%

42%

100%

Bospolder-Spangen-Tussendijken

21%

27%

31%

35%

38%

41%

100%

Carnisse-Zuiderpark

11%

16%

19%

23%

26%

29%

100%

Cool-Scheepvaartkw-Stadsdriehoek

7%

9%

11%

12%

14%

16%

100%

Crooswijk

19%

25%

30%

33%

36%

39%

100%

Delfshaven-Schiemond

14%

19%

22%

24%

28%

30%

100%

Dijkzigt-Oude Westen

20%

25%

29%

32%

35%

38%

100%

Entrepot-Noordereiland

14%

18%

22%

24%

26%

29%

100%

Feijenoord

27%

34%

39%

43%

47%

50%

100%

Groot- en Oud-IJsselmonde

12%

16%

20%

23%

26%

29%

100%

Hillegersberg

7%

9%

11%

13%

15%

16%

100%

Hillesluis

17%

23%

27%

31%

34%

38%

100%

Hoek van Holland

5%

9%

12%

15%

18%

20%

100%

Hoogvliet

9%

13%

16%

19%

22%

25%

100%

Katendrecht-Wilhelminapier

10%

14%

16%

18%

20%

22%

100%

Kralingen

12%

15%

18%

21%

23%

25%

100%

Lageland-Prinsenland-sGraveland

10%

14%

17%

20%

22%

25%

100%

Lombardijen

15%

21%

26%

29%

32%

36%

100%

Mathenesse

12%

16%

19%

22%

24%

27%

100%

Middelland-Nieuwe Westen

16%

21%

24%

26%

29%

31%

100%

Nesselande

3%

5%

7%

8%

9%

11%

100%

Ommoord

11%

16%

20%

24%

27%

30%

100%

Oosterflank

17%

23%

27%

30%

34%

36%

100%

Oud Charlois-Wielewaal

14%

19%

23%

26%

29%

33%

100%

Oude Noorden

19%

24%

28%

31%

34%

37%

100%

Overschie

11%

15%

18%

21%

23%

26%

100%

Pendrecht-Zuidwijk

17%

24%

28%

32%

35%

38%

100%

Rozenburg

6%

9%

11%

14%

17%

19%

100%

Schiebroek

15%

20%

24%

27%

30%

33%

100%

Tarwewijk

15%

19%

23%

26%

29%

33%

100%

Vreewijk

17%

24%

30%

35%

39%

43%

100%

Zevenkamp

14%

19%

22%

25%

28%

30%

100%

Heijplaat-Kralingseveer-Pernis*

5%

8%

10%

12%

15%

16%

100%

ROTTERDAM

13%

18%

21%

24%

27%

29%

100%

21

22

ROTTERDAM

Afrikaanderwijk Agniesebuurt-Provenierswijk Bergpolder-Blijdorp-Liskwartier Beverwaard Bloemhof Bospolder-Spangen-Tussendijken Carnisse-Zuiderpark Cool-Scheepvaartkw-Stadsdriehoek Crooswijk Delfshaven-Schiemond Dijkzigt-Oude Westen Entrepot-Noordereiland Feijenoord Groot- en Oud-IJsselmonde Hillegersberg Hillesluis Hoek van Holland Hoogvliet Katendrecht-Wilhelminapier Kralingen Lageland-Prinsenland-sGraveland Lombardijen Mathenesse Middelland-Nieuwe Westen Nesselande Ommoord Oosterflank Oud Charlois-Wielewaal Oude Noorden Overschie Pendrecht-Zuidwijk Pernis Rozenburg Schiebroek Tarwewijk Vreewijk Zevenkamp 0%

-0,2 -170 18,2% 53.840 18,4%

54.010

20,4%

56.990

Verschil 2020-2021 Aantal Percentueel Procentpunt -1,7 -6% -70 -0,6 -2% -20 -0,4 -4% -60 -0,2 0% 0 -0,1 -1% -10 -0,0 0% -10 1,1 17% 150 -0,2 -2% -20 -0,4 -1% -30 -1,2 -5% -60 -1,7 -7% -90 -1,0 -3% -30 -0,5 -2% -20 0,2 0% 10 0,4 4% 40 -0,4 -2% -20 -0,1 0% 0 -0,1 -1% -20 -0,7 -5% -30 0,0 0% 0 -0,1 -1% -20 0,4 1% 10 -1,9 10% 70 -0,4 -2% -50 0,2 4% 10 -0,2 -2% -40 0,5 2% 30 0,0 4% 50 -0,6 -1% -20 -0,4 3% 40 0,1 0% 0 -0,1 0% 0 0,3 2% 10 0,0 0% 0 -1,8 -6% -80 -0,9 -2% -40 0,6 4% 50 2021* Aantal % huishoudens wijk 32% 1.080 20% 860 12% 1.590 19% 910 28% 1.660 28% 3.000 17% 1.040 10% 1.270 26% 2.380 19% 1.140 26% 1.270 19% 1.060 36% 1.150 17% 2.690 9% 1.110 25% 1.180 9% 430 13% 2.090 14% 570 16% 2.390 14% 1.930 22% 1.430 17% 740 22% 3.040 5% 240 16% 1.990 23% 1.250 20% 1.320 25% 2.060 15% 1.260 25% 3.100 6% 130 9% 490 21% 1.550 21% 1.170 25% 1.770 19% 1.360

2020 Aantal % huishoudens wijk 34% 1.150 20% 880 12% 1.650 19% 910 28% 1.670 28% 3.010 16% 890 10% 1.290 26% 2.410 21% 1.200 28% 1.360 20% 1.090 36% 1.170 17% 2.680 9% 1.070 25% 1.200 9% 430 13% 2.110 15% 600 16% 2.390 14% 1.950 21% 1.420 19% 670 22% 3.090 5% 230 16% 2.030 23% 1.220 20% 1.270 26% 2.080 16% 1.220 25% 3.100 6% 130 9% 480 21% 1.550 22% 1.250 26% 1.810 19% 1.310

2015 Aantal % huishoudens wijk 42% 1.360 25% 1.020 14% 1.830 22% 1.000 31% 1.760 33% 3.310 17% 970 12% 1.380 31% 2.720 24% 1.250 34% 1.530 22% 1.230 37% 1.080 17% 2.650 9% 1.090 30% 1.390 10% 450 13% 2.020 20% 610 19% 2.720 14% 1.810 22% 1.420 20% 740 27% 3.490 6% 270 16% 1.970 22% 1.130 24% 1.510 30% 2.310 17% 1.310 25% 2.840 7% 150 9% 480 20% 1.440 26% 1.380 29% 1.910 19% 1.300

Verschil 2015-2021 Aantal Percentueel Procentpunt -10,4 -21% -280 -5,0 -16% -160 -2,5 -13% -240 -2,9 -9% -90 -3,7 -6% -100 -4,8 -9% -310 -0,6 7% 70 -2,0 -8% -110 -4,6 -13% -340 -4,6 -9% -110 -7,5 -17% -260 -3,5 -14% -170 -1,3 6% 70 -0,1 2% 40 0,0 2% 20 -5,5 -15% -210 -0,7 -4% -20 -0,0 3% 70 -6,4 -7% -40 -3,1 -12% -330 0,3 7% 120 -0,6 1% 10 -3,1 0% -5,2 -13% -450 -0,8 -11% -30 -0,2 1% 20 1,5 11% 120 -4,0 -13% -190 -4,6 -11% -250 -2,1 -4% -50 0,2 9% 260 -1,3 -13% -20 0,1 2% 10 0,9 8% 110 -5,6 -15% -210 -3,4 -7% -140 0,2 5% 60 -2,2 -6% -3.150

I.3 Huishoudens met een inkomen tot 110% WSM per wijk, en de ontwikkeling op de korte en lange termijn

ROTTERDAM

95.920

16%

2015 Aantal% inwoners wijk Afrikaanderwijk 2.620 34% Agniesebuurt-Provenierswijk 1.610 20% Bergpolder-Blijdorp-Liskwartier 2.810 12% Beverwaard 1.900 17% Bloemhof 3.240 25% Bospolder-Spangen-Tussendijken 6.220 27% Carnisse-Zuiderpark 1.560 14% Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek 1.840 10% Crooswijk 4.710 27% Delfshaven-Schiemond 2.180 21% Dijkzigt-Oude Westen 2.540 28% Entrepot-Noordereiland 2.110 19% Feijenoord 2.110 30% Groot- en Oud-IJsselmonde 4.600 14% Hillegersberg 1.630 6% Hillesluis 2.610 23% Hoek van Holland 700 7% Hoogvliet 3.320 10% Katendrecht-Wilhelminapier 1.030 17% Kralingen 4.270 15% Lageland-Prinsenland-sGraveland 2.660 10% Lombardijen 2.420 19% Mathenesse 1.100 15% Middelland-Nieuwe Westen 5.970 21% Nesselande 510 4% Ommoord 2.940 12% Oosterflank 1.630 16% Oud Charlois-Wielewaal 2.600 19% Oude Noorden 4.040 25% Overschie 2.040 12% Pendrecht-Zuidwijk 4.820 20% Pernis 250 5% Rozenburg 860 7% Schiebroek 2.360 15% Tarwewijk 2.550 21% Vreewijk 3.230 24% Zevenkamp 2.060 13% 86.000

15%

2020 Aantal% inwoners wijk 1.970 26% 1.340 17% 2.280 9% 1.660 15% 2.910 22% 5.100 22% 1.430 14% 1.730 8% 3.980 22% 1.940 18% 2.140 24% 1.880 17% 2.110 29% 4.400 13% 1.500 6% 2.150 20% 690 7% 3.270 10% 950 12% 3.460 13% 2.740 10% 2.380 18% 970 15% 4.980 18% 390 3% 2.930 12% 1.690 17% 2.090 16% 3.350 21% 1.850 11% 4.940 19% 220 5% 840 7% 2.640 16% 2.130 19% 2.980 22% 1.960 13% 84.950

14%

-1.050

-1%

-0,3

-10.970

-11%

-2,1

2021* Verschil 2020-2021 Verschil 2015-2021 Aantal % inwoners wijk AantalPercentueel Procentpunt Aantal Percentueel Procentpunt 1.840 24% -130 -7% -1,6 -780 -30% -9,6 1.270 16% -70 -5% -0,8 -340 -21% -4,0 2.190 9% -90 -4% -0,3 -620 -22% -2,6 1.600 14% -60 -4% -0,6 -300 -16% -2,4 2.830 22% -80 -3% -0,5 -410 -13% -3,2 5.070 22% -30 -1% 0,2 -1.150 -18% -4,5 1.650 15% 220 15% 1,0 90 6% 0,5 1.680 8% -50 -3% -0,2 -160 -9% -1,4 3.910 22% -70 -2% -0,6 -800 -17% -4,6 1.850 17% -90 -5% -1,2 -330 -15% -4,3 1.950 22% -190 -9% -1,9 -590 -23% -6,8 1.760 16% -120 -6% -1,6 -350 -17% -3,2 2.060 29% -50 -2% -0,7 -50 -2% -1,8 4.450 14% 50 1% 0,2 -150 -3% -0,5 1.550 6% 50 3% 0,2 -80 -5% -0,3 2.120 19% -30 -1% -0,2 -490 -19% -3,6 690 7% 0 0% -0,1 -10 -1% -0,3 3.220 10% -50 -2% -0,1 -100 -3% -0,4 890 12% -60 -6% -0,9 -140 -14% -5,0 3.440 13% -20 -1% 0,0 -830 -19% -2,8 2.720 10% -20 -1% 0,0 60 2% 0,3 2.420 18% 40 2% 0,3 0% -0,3 1.030 14% 60 6% -1,5 -70 -6% -1,5 4.860 17% -120 -2% -0,4 -1.110 -19% -4,0 390 3% 0 0% 0,0 -120 -24% -1,0 2.880 12% -50 -2% -0,1 -60 -2% -0,4 1.690 17% 0 0% 0,3 60 4% 0,9 2.120 16% 30 1% -0,2 -480 -18% -3,1 3.260 20% -90 -3% -0,8 -780 -19% -4,8 1.860 10% 10 1% -0,6 -180 -9% -2,5 4.890 19% -50 -1% -0,3 70 1% -1,0 210 4% -10 -5% -0,3 -40 -16% -1,1 920 8% 80 10% 0,7 60 7% 0,6 2.600 16% -40 -2% -0,3 240 10% 1,0 1.990 17% -140 -7% -1,4 -560 -22% -4,1 2.810 21% -170 -6% -1,3 -420

-13% -3,7 2.040 13% 80 4% 0,6 -20 -1% 0,1

I.4 Personen met een inkomen tot 110% WSM per wijk, en de ontwikkeling op de korte en lange termijn

23

24

18.690

19,8%

ROTTERDAM

23.090

2020 Aantal 410 260 330 510 660 1.150 350 200 890 460 390 470 570 1.100 210 520 150 710 170 560 470 660 160 990 80 510 250 500 670 350 1.230 260 750 530 730 420

2015 Aantal % kinderen wijk Afrikaanderwijk 690 38% Agniesebuurt-Provenierswijk 350 26% Bergpolder-Blijdorp-Liskwartier 560 15% Beverwaard 630 23% Bloemhof 780 27% Bospolder-Spangen-Tussendijken 1.640 30% Carnisse-Zuiderpark 340 17% Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek 210 12% Crooswijk 1.220 36% Delfshaven-Schiemond 600 29% Dijkzigt-Oude Westen 540 34% Entrepot-Noordereiland 510 23% Feijenoord 610 35% Groot- en Oud-IJsselmonde 1.250 20% Hillegersberg 300 5% Hillesluis 650 24% Hoek van Holland 140 8% Hoogvliet 810 13% Katendrecht-Wilhelminapier 250 20% Kralingen 870 18% Lageland-Prinsenland-sGraveland 480 10% Lombardijen 660 25% Mathenesse 200 15% Middelland-Nieuwe Westen 1.320 22% Nesselande 160 4% Ommoord 570 15% Oosterflank 320 18% Oud Charlois-Wielewaal 700 25% Oude Noorden 1.000 31% Overschie 410 12% Pendrecht-Zuidwijk 1.310 25% Rozenburg 270 11% Schiebroek 580 16% Tarwewijk 700 26% Vreewijk 810 36% Zevenkamp 500 16% 16,6%

% kinderen wijk 26% 22% 10% 20% 23% 23% 18% 11% 26% 23% 27% 23% 33% 18% 3% 21% 9% 11% 13% 12% 10% 24% 16% 18% 2% 13% 16% 21% 23% 8% 22% 12% 19% 23% 29% 14% 18.120

16,1%

-570

-3%

-0,5

-4.970

-22%

-3,7

2021* Verschil 2020-2021 Verschil 2015-2021 Aantal % kinderen wijk Aantal Percentueel Procentpunt Aantal Percentueel Procentpunt 360 24% -50 -12% -2,0 -330 -48% -13,9 230 21% -30 -12% -1,1 -120 -34% -5,1 340 10% 10 3% 0,5 -220 -39% -4,5 470 18% -40 -8% -1,5 -160 -25% -4,4 610 22% -50 -8% -1,2 -170 -22% -5,1 1.110 23% -40 -3% 0,2 -530 -32% -6,8 360 18% 10 3% 0,1 20 6% 1,5 200 11% 0 0% -0,1 -10 -5% -1,2 890 26% 0 0% -0,2 -330 -27% -9,5 430 21% -30 -7% -1,6 -170 -28% -8,1 330 24% -60 -15% -2,9 -210 -39% -10,2 400 20% -70 -15% -3,5 -110 -22% -3,5 560 33% -10 -2% -0,6 -50 -8% -2,1 1.150 18% 50 5% 0,6 -100 -8% -2,0 200 4% -10 -5% 0,0 -100 -33% -1,4 520 21% 0 0% -0,1 -130 -20% -3,3 140 8% -10 -7% -0,7 0% -0,1 680 11% -30 -4% -0,4 -130 -16% -2,1 160 13% -10 -6% -0,3 -90 -36% -6,8 550 12% -10 -2% 0,1 -320 -37% -5,7 440 10% -30 -6% -0,3 -40 -8% 0,3 670 24% 10 2% 0,0 10 2% -1,4 140 14% -20 -13% -2,3 -60 -30% -1,7 970 19% -20 -2% 0,3 -350 -27% -3,7 80 2% 0 0% 0,0 -80 -50% -1,9 500 12% -10 -2% -0,3 -70 -12% -2,4 250 16% 0 0% 0,5 -70 -22% -2,0 500 21% 0 0% -0,1 -200 -29% -4,2 630 22% -40 -6% -1,5 -370 -37% -8,8 350 8% 0 0% -0,5 -60 -15% -4,5 1.180 21% -50 -4% -1,1 -130 -10% -3,9 320 14% 60 23% 2,2 50 19% 2,6 720 18% -30 -4% -0,7 140 24% 2,2 480 21% -50 -9% -2,2 -220 -31% -4,9 620 24% -110 -15% -4,2 -190 -23% -11,1 450 15% 30 7% 0,9 -50 -10% -1,1

I.5 Minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen tot 110% WSM per wijk, en de ontwikkeling op de korte en lange termijn

. Kennis voor een sterk Rotterdams beleid Onderzoek en Business Intelligence is een afdeling binnen de gemeente Rotterdam. De afdeling verzamelt informatie en doet onderzoek voor het maken en uitvoeren van beleid door de gemeente Rotterdam. Het onderzoek gaat over onderwerpen als gezondheid, zorg, onderwijs, re-integratie, demografie, ruimtelijke ordening en veiligheid. Soms is de gemeentelijke organisatie het onderwerp, vaker gaat het over de stad en haar bewoners.

Colofon

Het doel is steeds om met deze verzamelde kennis het beleid en de bedrijfsvoering van de gemeente te Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) verbeteren. Datum: Auteur(s):

8 mei 2023 [Auteurs]

Vragen:

onderzoek@rotterdam.nl

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=84a9bc1e-3910-4928-990c-f1815d1025f3