[23bb004568] Bijlage behorende bij 23bb004567 over raadsmonitor over het Rotterdamse stelsel van welzijn, zorg en jeugdhulp over 2e helft 2022
Tekst van het document
Raadsmonitor over het Rotterdamse stelsel van welzijn, zorg en jeugdhulp over 2e helft 2022
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
Contextindicatoren
4
Wijknetwerk
5
Voortgang 2022
6
3
Toegang
8
3.1
Aantallen bezoekers per loket/meldpunt
8
Doorlooptijd
9
Publieksreacties
10
4
Wijkteams
11
4.1
Instroom
11
4.2
Actieve casussen
12
4.3
Uitstroom
12
4.4
Publieksreacties
13
5
Specialistische hulp/ tweedelijns ondersteuning
14
5.1
Voortgang
14
5.2
Cliëntenbestand en instroom
15
Jeugdhulp
15
Jeugdbescherming Rijnmond (Rotterdamse cliënten)
17
Huidig cliëntenbestand Wmo voorzieningen
19
Wmo voorzieningen
20
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (Rotterdamse cliënten)
21
5.3
Wachttijden
22
5.4
Financieel beeld
23
6
Beschikbaarheidsvoorzieningen
25
6.1
Beschikbaarheidsvoorzieningen
25
6.2
Huidige stand van zaken
25
Aantal toegekende CO-passen
25
Capaciteit en bezettingsgraad
25
Verblijfsduur in beschikbaarheidsvoorzieningen
29
Buitenslapers
30
Urgentieaanvragen
30
2
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
2 van 31
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
3 van 31
1
Inleiding
Voor u ligt de tiende raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp. De raadsmonitor is een hulpmiddel voor de gemeenteraad om de werking van het stelsel van welzijn, zorg en jeugdhulp, en de ontwikkelingen hierin in Rotterdam te kunnen volgen. In deze monitor zijn de cijfers aangevuld voor de tweede helft van 2022 en vergeleken met vorig jaar en de eerste helft van 2022. In de tweede helft van vorig jaar is het herstel na de coronapandemie ingezet en zien we een licht stijgende lijn in zorggebruik. Per hoofdstuk worden bijzonderheden vermeld.
Contextindicatoren Demografische informatie Aantal Rotterdammers tot 18 jaar Aantal Rotterdammers tot 27 jaar Aantal Rotterdammers van 18 tot 75 jaar Aantal Rotterdammers 75 jaar en ouder Totaal aantal Rotterdammers
2021 120.945 223.716[1] 485.868 44.256 651.069
2022 121.023 229.207 495.527 46.985 663.535
Informele zorg (2) Aantal mantelzorgers aantal en % zwaar- en overbelaste mantelzorgers aantal en % overbelaste mantelzorgers Aantal vrijwilligers 13-75 jaar - waarvan in ongeorganiseerd verband - waarvan in georganiseerd verband
81.000 6.000 (7%) 3.000 (4%) 250.000 175.000 190.000
69.000 6.000 (9%) 3.000 (4%) 250.000 170.000 180.000
Sociaal emotionele gezondheid Rotterdamse jongeren (3) % van de 4-jarigen heeft tussen 0 en 4 jaar voldoende contactmomenten gehad met de jeugdgezondheidszorg % van de jeugdigen heeft zich afgelopen week thuis gelukkig gevoeld Ervaren gezondheid en regie en eenzaamheid % Rotterdammers dat de gezondheid als (zeer) goed ervaart, 18 jaar en ouder % Rotterdammers dat matig tot zeer ernstig eenzaam is, 65 jaar en ouder % Rotterdammers dat aangeeft voldoende regie te hebben over het eigen leven, 18 jaar en ouder
98,3% 83%
75% 53%
56%
18-23 jarigen: 93% 24-64 jarigen: 91% 65 jaar en ouder: 85%
89%
(1) Deze categorie wordt buiten beschouwing gelaten bij de optelling voor het totaal aantal Rotterdammers om dubbeltellingen te voorkomen. (2) De cijfers over mantelzorg en vrijwilligers komen uit de Omnibusenquête 2022 en worden jaarlijks gemeten (3) Deze cijfers komen uit de Staat van de Jeugd 2021. (4) Deze cijfers zijn afkomstig uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
4 van 31
2
Wijknetwerk
Een sterk wijknetwerk draagt bij aan preventief werken, eerder en sneller signaleren en vergroting van het sociaal netwerk. Het wijknetwerk bestaat uit allerlei organisaties en initiatieven, zoals scholen, sportverenigingen, vrijwilligers, levensbeschouwelijke organisaties, sociaal ondernemers, maar ook de VraagWijzers, de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) en de stedelijke loketten. Een deel hiervan vindt plaats in opdracht van of met financiering van de gemeente. Het CJG ziet alle jeugdigen en biedt reguliere en zo nodig extra contactmomenten. Samen met Welzijn hebben zij de taak om de samenwerking in het wijknetwerk vorm te geven. Welzijn vervult vier functies, te weten: 1. (Vroeg)Signaleren Tijdig signaleren en het tijdig inzetten van interventies is geboden om erger te voorkomen. De focus van preventie richt zich op ouderen en met het CJG op jeugd vanuit het opvoedmilieu, vrije tijd en de straat. 2. Het aanjagen van de eigen kracht en talenten van bewoners (jeugd en volwassenen) Initiatieven van bewoners faciliteren en stimuleren. Jongeren uitdagen om invloed uit te oefenen op hun directe leefomgeving (talentontwikkeling). Het aanbieden van professionele ondersteuning, indien nodig. Talenten van kinderen ontwikkelen en hun leefwereld vergroten door hen te prikkelen en te stimuleren, zodat hun zelfvertrouwen en motivatie groeien. 3.
Activering & participatie Maatschappelijke participatie en contacten met anderen zijn essentieel voor alle Rotterdammers. Welzijn organiseert participatie-, stage- en werk-leerplekken voor bewoners (jeugd en volwassenen, met een uitkering). 4. Ondersteuning & dienstverlening Welzijn werkt complementair aan de VraagWijzer, CJG, stedelijke loketten en de wijkteams. Aanbod is daar waar het kan collectief, en daar waar nodig individueel. De wijze waarop welzijn invulling geeft aan de ondersteuning van Rotterdammers in hun directe omgeving is tweeledig. Uitgangspunt is de ondersteuning zo dichtbij mogelijk te organiseren, in de wijken en buurten van de stad. Dat gebeurt door de welzijnspartijen die van de gemeente de opdracht hebben gekregen om het welzijn binnen de 4 beschreven functies in een gebied uit te voeren. Zij werken daarbij onder andere aan verschillende stedelijke uitvoeringsdoelen (zie 3.2.1). Daarnaast zijn er in ieder gebied vele lokale initiatieven die met gebruikmaking van vrijwilligers zich inzetten voor de bewoners in het gebied/de wijk. Een deel van deze organisaties ontvangt in het kader van Couleur Locale subsidie van de gemeente. Er zijn ook voorzieningen op stedelijk niveau (stedelijk welzijn) die niet gebiedsgericht georganiseerd zijn, maar waar de dienstverlening wel gericht is op de Rotterdammer of groepen Rotterdammers.
Voorbeelden daarvan zijn de ondersteuningsstructuur voor vrijwilligersorganisaties en mantelzorg, Zorgzaam 010 (online matchings-instrument op het gebied van vrijwilligerswerk) en Opzoomer Mee.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
5 van 31
Voortgang 2022 We sluiten voor het welzijn aan bij de prestaties die in de opdrachten en subsidies zijn opgenomen. Stedelijke uitvoeringsdoelen Huisbezoeken 75+
Preventieve dagbesteding, Huizen van de Wijk plus
Inzet welzijnspartijen Aantal bezochte 75+ers Doorverwijzingen 75+ huisbezoeken naar: wijkteam/wijknetwerk/ Vraagwijzer Aantal Rotterdammers dat deelnam aan preventieve dagbesteding in de Huizen van de wijk plus.
1e half jaar 2e half 1e half 2e half 2e half 1e half 2020 jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022 460
617
365
923
792
1.200
146
622
506
353
169
356
688
606
571
578
65.128
32.525
33.207
30.943
31.966
32.674
23.877
25.476
27.040
27.490
24.187
22.986
Centrum voor Jeugd en Gezin Contactmomenten jeugdgezondheidszorg Extra contactmomenten jeugdgezondheidszorg
Dit betreft het aantal uitgevoerde standaard contactmomenten. Dit betreft het aantal uitgevoerde extra contactmomenten (bovenop de standaard contactmomenten).
1e half jaar 2e half 1e half 2e half 1e half 2e half 2020 jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022
Doelen Stedelijk Welzijn Zorgzaam010 Opzoomer Mee
Aantal Rotterdammers met een actief profiel Aantal Opzoomer straten
2.150
Aantal Lief en Leed straten.
973
2.503 965
20.044
21.794
23.946
25.822
1.795 956
2.211 981
1.704
2.127 961
928
Tabel 2.1 Overzicht van verschillende prestaties van (stedelijk) welzijn en het CJG
Huisbezoeken 75+ In het tweede half jaar van 2022 is het aantal huisbezoeken verder gestegen. Daarbij wordt opgemerkt dat de cijfers betrekking hebben op de periode 1 juni tot en met 31 december, omdat op 1 juni de nieuwe welzijnsopdrachten zijn begonnen. Daarbij gaat het om cijfers op basis van de voorlopige jaarverslagen van de welzijnsaanbieders. Het aantal doorverwijzingen is vergelijkbaar met de tweede helft van 2021. Preventieve dagbesteding/Huizen van de Wijk plus Het aantal deelnemers aan de preventieve dagbesteding is al een aantal jaren redelijk constant. Contactmomenten jeugdgezondheidszorg De aard van de contacten is voor een groot deel vergelijkbaar met het voorafgaande jaar namelijk: informatie en voorlichting, vaccinatie en opvoedings-/gezondheidsvragen. Wel ziet het CJG tijdens de contactmomenten een toename van mentale en financiële problemen bij gezinnen. Het aantal standaardcontactmomenten is iets toegenomen. Dit heeft ermee te maken dat de dienstverlening door het CJG weer vergelijkbaar is met de dienstverlening van voor de coronacrisis. Alle reguliere contactmomenten worden weer uitgevoerd. Extra contactmomenten Het aantal extra contactmomenten is in de tweede helft van 2022 verder gedaald. Ten tijde van de coronacrisis werd dienstverlening voornamelijk telefonisch of digitaal uitgevoerd. Hier was in 2022 geen sprake meer van.
Daardoor was een extra fysiek contactmoment op locatie na een niet-fysiek contactmoment niet meer nodig. Het CJG ziet dat het aantal extra contactmomenten daalt naar het niveau van voor de coronacrisis.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
6 van 31
Zorgzaam010 Het aantal Rotterdammers met een actief profiel op Zorgzaam010 wordt sinds 1 januari 2021 gemeten. Voorheen was dit platform bekend onder de naam Rotterdammersvoorelkaar. Het nieuwe platform is breder van opzet voor zowel Rotterdammers als Informele zorgpartijen, de stijging zet door. Opzoomer Mee De cijfers van Opzoomer Mee zijn bijna gelijk aan niveau van 2021.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
7 van 31
3
Toegang
Rotterdammers kunnen met hun vraag voor hulp en ondersteuning terecht bij de VraagWijzer, de stedelijke loketten (Centraal Onthaal Volwassenen, Centraal Onthaal Jongeren en Centraal Onthaal Gezinnen) of bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Rotterdammers krijgen hier informatie en advies of worden doorgeleid naar verdere ondersteuning, hulp of zorg. Rotterdammers kunnen natuurlijk ook telefonisch of online bij de gemeente terecht. Rotterdam hanteert dus drie ‘dienstverleningskanalen’ -telefonisch, digitaal en fysiek – om aan te sluiten bij de behoefte van Rotterdammers. De gemeente optimaliseert deze verschillende dienstverleningskanalen doorlopend.
3.1 Aantallen bezoekers per loket/meldpunt Instroom toegang 1)
2e half 1e half 2e half 1e half 2e half jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022
CJG -
aantal telefonische contacten
65.763
73.635
67.595
71.987
61.209
13.001
12.894
13.424
13.468
14.755
161
208
168
170
49
Service & Contact -
Digitale Contacten
Service & Contact Aantal meldingen 2) VraagWijzer -
Aantal klanten dat binnenloopt bij of contact opneemt met Vraagwijzer
72.877
70.358
69.134
75.934
80.266
-
Aantal meldingen
17.530
16.609
16.902
17.020
17.066
Aantal meldingen Centraal Onthaal Volwassenen (COV)
993
1.017
947
1.225
Aantal meldingen Centraal Onthaal Gezinnen (COG)
222
222
228
306
1.273
1.175
1.531
1.175
1.230
1.125
1.264
-
1.292
Totaal aantal meldingen COV en COG
1.308
Aantal meldingen Centraal Onthaal Jongeren (COJ)
792
1.215 1.255 3)
Aantal actieve briefadressen wijkteams
1.750
1.194
Tabel 3.1. Aantal contacten en meldingen van verschillende loketten 1) Het aantal meldingen VraagWijzer en COJ is inclusief herindicaties 2) Het aantal meldingen geregistreerd door het CJG 3) Het aantal gerouteerde meldingen is toegevoegd aan het totaal aantal meldingen binnen COJ, hierdoor zijn de cijfers vanaf 2021 hoger.
CJG Telefonische contacten is in de tweede helft fors gedaald. Het CJG neemt voor een aantal contactmomenten zelf contact op met klanten om een afspraak te maken. Dat betekent dat er minder telefonische contacten binnen komen over afspraken. Het aantal digitale contacten is toegenomen. Het CJG ziet dat andere wijzen van dienstverlening, naast telefonisch contact, bekender worden en dat er meer gebruikt wordt gemaakt van digitaal contact. Het aantal meldingen is gedaald. De oorzaak hiervoor lijkt te liggen bij de wachtlijsten van de wijkteams, waardoor wijkteams in sommige gevallen geen nieuwe klanten aannamen en een deel van de klanten naar elders is verwezen. De Service & Contact momenten digitaal zijn doorgestegen, het aantal meldingen is gedaald. Meldingen wijkteam Het CJG registreert ook het aantal aanmeldingen dat wordt gedaan in het wijkteam. Dit aantal is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van de tweede helft van 2021. Het gaat dan om aanmeldingen vanuit de reguliere en aanvullende contactmomenten JGZ en aanmeldingen die worden gedaan van uit de aanvullende contactmomenten met (ortho)pedagogen. De instroom van jeugdigen via het CJG
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
8 van 31
is relatief veel lager en daardoor niet te vergelijken met de instroom van volwassenen via de VraagWijzer. De verklaring voor dit lage aantal is dat de Vraagwijzer de centrale aanmeldroute vormt voor de meldingen van volwassenen uit het volwassenenwijknetwerk, terwijl er voor jeugd nog andere belangrijke aanmeldroutes zijn via school/schoolmaatschappelijk werk, via huisartsen en via welzijnspartners. VraagWijzer Contact met de VraagWijzer kan digitaal, telefonisch of persoonlijk aan de balie plaatsvinden. Het aantal klanten dat binnenloopt of contact opneemt met de Vraagwijzer is ten opzichte van het voorgaande halfjaar fors toegenomen met meer dan 4.000 contacten. Deze toename is een gevolg van het feit dat de Vraagwijzer meer outreachend is gaan werken. Hierdoor weten steeds meer Rotterdammers de Vraagwijzer te vinden. Naast de reguliere inloop op de Vraagwijzerlocaties en de spreekuren in de wijken, is de Vraagwijzer is ook actiever gaan voorlichten in de wijken. Zo worden er bijvoorbeeld actief flyers van de Vraagwijzer verspreid, via netwerkpartners of door deze direct aan te bieden aan Rotterdammers. We sluiten daarbij aan op initiatieven in de wijk, we zijn bijvoorbeeld aanwezig op markten of bijeenkomsten in de wijk. De Vraagwijzer heeft in 2022 actief Rotterdammers benaderd om te vragen of zij hulp nodig hadden bij de energietoeslag.
Ook hebben medewerkers van de Vraagwijzer bijvoorbeeld woonlocaties bezocht waar veel ouderen wonen, om vragen te beantwoorden en te ondersteunen. Daarnaast worden de contacten met de welzijnspartijen aangehaald en verbeterd. COV en COG Het totale aantal meldingen is fors toegenomen. Door een aanpassing in de registratiewijze, zijn er ook meldingen geregistreerd van mensen die direct zijn doorverwezen naar andere loketten omdat er geen sprake is van dakloosheid. Met deze mensen is wel een intakegesprek gehouden en zijn deze ook als melding geregistreerd. Bij de toelatingen tot de opvang is er geen toename (zie hiervoor hoofdstuk 6). COJ Het aantal jongeren dat zich meldt bij COJ is vergelijkbaar met het aantal in de tweede helft van 2021.
Doorlooptijd 1e half 1e half jaar 2019 jaar 2020 Doorlooptijd loketten en meldpunten Gemiddelde doorlooptijd Wmo meldingen in dagen -
VraagWijzer Centraal Onthaal Volwassen (COV)
-
Centraal Onthaal Gezinnen (COG) Centraal Onthaal Jongeren (COJ)
38 34
44 38
niet beschikbaar niet beschikbaar
2e half 1e half 2e half 1e half 2e half jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022 28
45
40 34
42 35
47 41
69 40,5
45 47
47 38
64 69
56 63
Tabel 3.2 Gemiddelde doorlooptijd loketten en meldpunten
VraagWijzer Een Wmo-melding kent een onderzoeksfase van maximaal 6 weken. Sinds 2020 is er sprake van een oplopende doorlooptijd voor het afhandelen van Wmo meldingen. In de tweede helft van 2022 komt de gemiddelde doorlooptijd boven de norm van 42 dagen uit (69 dagen).
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
9 van 31
Er zijn meerdere oorzaken voor het stijgen van de doorlooptijd. Een belangrijke reden voor het toenemen van de doorlooptijd is dat oude meldingen nu eerst worden afgehandeld, met als gevolg dat de gemiddelde doorlooptijd oploopt. De achterstand zijn we momenteel langzaam aan het inlopen en daarmee daalt de afhandeltermijn ook. Er worden verschillende maatregelen genomen om de voorraden van Wmo meldingen weg te werken. We onderzoeken mogelijkheden om meer te automatiseren, en zetten in op het verkorten en versneller van processen, zonder dat de Rotterdammer daar de dupe van is. Verder zetten we in op extra capaciteit voor Wmo-consulenten, extra inhuur van medewerkers en een aangepaste wervingsprocedure voor Wmo-adviseurs. Wel blijft de grote uitstroom van ervaren Wmo-adviseurs en krapte op de arbeidsmarkt leiden tot een capaciteitsprobleem. COV en COG De doorlooptijd van de meldingen bij COV is niet verder gestegen in de tweede helft van vorig jaar. De doorlooptijd van de meldingen bij COG is gedaald van 64 naar 56 dagen. De doorlooptijden bij COV en COG blijven hoog dit komt vooral door uitstroom van ervaren Wmo adviseurs en een hoger ziekteverzuim in 2022. De verwachting is dat nieuwe medewerkers snel volledig mee kunnen draaien en dat het ziekteverzuim zal terug lopen.
COJ In de tweede helft van 2022 bedraagt de gemiddelde doorlooptijd van de ondersteuningsverslagen 63 dagen, een lichte daling. Verwachting is dat daling doorzet in 2023 door inzet en training van nieuw personeel.
Publieksreacties Algemene Cliënttevredenheid
2e helft 2020
1e helft 2021
2e helft 2021
1e helft 2022
Aantal ingediende klachten VraagWijzers
107
102
105
Aantal gegronde klachten VraagWijzers Aantal ingediende bezwaarschriften 1)
7
6
6
7
97
110
97
99
21,10%
23,50%
35,50%
28,80%
% afgehandelde gegronde bezwaarschriften
133
1) Dit betreft het totaal aantal bezwaren voor de Wmo en de Jeugdwet Tabel 3.3 Cliënttevredenheid en klachten VraagWijzer en informatie over bezwaren
Het percentage gegronde klachten over de Vraagwijzer ligt sinds de 2e helft van 2020 rond de 5,5%. In de 1e helft van 2022 werden er 7 van de 133 ingediende klachten gegrond verklaard. Het aantal ingediende bezwaarschriften ligt de afgelopen twee jaar rond de 100 per half jaar. Na een geleidelijke toename van het percentage afgehandelde gegronde bezwaarschiften over de periode 2020 en 2021, zien we dit cijfer in de 1e helft van 2022 stabiliseren.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
10 van 31
4
Wijkteams
De wijkteams nemen een centrale plek in in het Rotterdamse stelsel van zorg en ondersteuning. De wijkteams bieden hulp en ondersteuning aan Rotterdammers die te maken hebben met complexe problematiek. Het afgelopen jaar is de vraag naar ondersteuning van de wijkteams gestegen met name doordat de instroom weer richting het niveau gaat dat voor corona gebruikelijk was. Er wordt hard gewerkt om de druk op de wijkteams te verlagen. Zo zetten we extra capaciteit in om de wachttijden te verlagen en wordt met de nieuwe inkoop getracht meer flexibiliteit in te bouwen, zodat we kunnen meebewegen met de toenemende vraag naar zorg en ondersteuning.
4.1 Instroom Instroom wijkteams
Totaal instroom Volwassenen in periode Totaal instroom Jeugd in periode
2e half 2e half 1e half 1e half 2e half 2e half 1e half 1e half 2e half 2e half jaar 2020 jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022 jaar 2022 jaar 2022 BasisCasusBasisCasusBasisCasusBasisCasusBasisCasushulp regie hulp regie hulp regie hulp regie hulp regie 2.948 1.568
357 445
2.784 1.740
362 361
3.124 1.570
364 369
3.376 1.641
376 405
3.435 1.680
363 331
Tabel 4.1 Instroom wijkteams Volwassenen en Jeugd
Bij de categorie ‘Casusregie’ in deze tabel gaat het om situaties waarbij bij de instroom in het wijkteam alleen Casusregie door het wijkteams nodig is, er is dan geen Basishulp nodig. Dat is vaak in situaties waar alleen een arrangement wordt ingezet en het wijkteam zelf geen ondersteuning levert (Basishulp). De instroom in de Basishulp is in dezelfde periode gestegen, dus er waren blijkbaar minder ondersteuningsvragen waarbij alleen casusregie nodig was en meer ondersteuningsvragen waarbij ook Basishulp werd ingezet. Het totaal aantal jeugdige Rotterdammers dat alleen door middel van Casusregie wordt ondersteund door het wijkteam is al langere tijd redelijk stabiel (tabel 4.2).
.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
11 van 31
4.2 Actieve casussen Actieve casussen en caseload wijkteams Jeugd
Jaar Fte Casus per fte Basishulp Casusregie Totaal casussen
2e helft 2020 349,3 15,4 2.936 2.429 5.365
1e helft 2021 348,5 15,4 2.958 2.368 5.326
2e helft 2021 351,8 14,8 2.885 2.338 5.223
1e helft 2022 365,7 13,9 2.864 2.329 5.193
2e helft 2022 394,1 13 2.794 2.315 5.109
Actieve casussen en caseload wijkteams Volwassenen
Jaar Fte Casus per fte Basishulp Casusregie Totaal casussen
2e helft 2020 254,3 15,5 3.203 681 3.884
1e helft 2021 263,8 15 3.156 808 3.964
2e helft 2021 311,6 13,1 3.223 862 4.085
1e helft 2022 352,5 13,9 3.969 909 4.878
2e helft 2022 351 13,9 3.996 875 4.871
Actieve casussen en caseload wijkteams totaal Jeugd en Volwassenen 2e helft 1e helft 2e helft 1e helft 2e helft 2020 2021 2021 2022 2022 Jaar Fte Casus per fte Basishulp Casusregie Totaal casussen
603,6 15,4 6.139 3.110 9.249
612,3 15,2 6.114 3.176 9.290
663,4 14 6.108 3.200 9.308
718,2 13,9 6.833 3.238 10.071
745,1 13,5 6.790 3.190 9.980
Tabel 4.2 Actieve casussen en caseload wijkteams Volwassenen en Jeugd
Het beeld laat zien dat het totaal aantal casussen en casusregie is gedaald. Dit komt doordat de wijkteams tijdsintensievere casuïstiek zijn gaan doen bij gezinnen waar zorgen zijn over de veiligheid van de kinderen. Dit noemen we Intensieve Hulpverlening, waarbij een jeugd- en gezinscoach veel tijd moet investeren in een ondersteuningsvraag om de directe veiligheid in een gezin te herstellen en een uithuisplaatsing te voorkomen. Deze taak is overgekomen van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Hiervoor hebben de wijkteams extra medewerkers aangenomen, Dat is terug te zien in het aantal fte voor de wijkteams en in een daling bij maatregelen bij jeugdbescherming.
4.3 Uitstroom Ondersteuning vanuit het wijkteam is in principe kortdurend. Hiervoor zijn richtlijnen opgesteld. De gemiddelde ondersteuningsperiode wanneer we naar basishulp kijken zit aan de bovenkant van deze richtlijn: 3 tot 6 maanden bij volwassenen, 9 tot 12 maanden bij jeugd. Er zijn altijd Rotterdammers die meer nodig hebben dan de richtlijn. Het wijkteam blijft hen dan gewoon ondersteunen.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
12 van 31
1e half jaar 2020
Vervolg na wijkteams
2e helft 2020
1e helft 2021
2e helft 2021
1e helft 2022
2e helft 2022
Totale uitstroom uit de wijkteams (Basishulp en casusregie)
4.956
5.594
5.107
5.404
5.794
5.721
Uitstroom Volwassenen Gemiddelde ondersteuningsperiode in weken % Langer dan 6 maanden in hulp en/of ondersteuning Volwassenen Basishulp Uitstroom Jeugd
3.073 22,9 31%
1883
3.380 23,7 38% 2.214
3.089 25,1 41% 2.018
3.344 26,1 41% 2.060
3.755 27,4 36% 2.039
3.648 25,9 49% 2.073
Gemiddelde ondersteuningsperiode in weken Basishulp % Langer dan 12 maanden in hulp en/of ondersteuning Jeugd Basishulp
27,3 16%
29,9 18%
34,6 27%
37,3 28%
44,1 34%
39,3 27%
Tabel 4.3 Totale uitstroom uit de wijkteams
De cijfers over vervolg na wijkteams laten zien dat de totale uitstroomcijfers over heel 2022 hoger liggen dan in 2021. Meer volwassen stroomden uit, hier komen de uitstroomcijfers weer richting het niveau van voor corona. De gemiddelde ondersteuningsduur nam iets af in het tweede half jaar, maar het percentage cliënten dat langer in hulp was is toegenomen. De uitstroom voor jeugd is stabiel, en in deze groep nam percentage langer in hulp en de gemiddelde ondersteuningsperiode af.
4.4 Publieksreacties Klachten
1e helft 2020
2e helft 2020
1e helft 2021
2e helft 2021
1e helft 2022
2e helft 2022
Aantal ingediende klachten bij klachtenbureau cluster MO
55
50
66
41
45
59
Aantal (deels) gegronde klachten bij klachtenbureau cluster MO
6
6
8
7
6
12
Tabel 4.4 Klachten over de wijkteams
In de tweede helft van 2022 kwamen er 59 klachten binnen over de wijkteams, afgezet tegen 45 klachten in het voorgaande half jaar. Het aantal gegronde klachten in de tweede helft van 2022 is 12, ten opzichte van 6 in de eerste helft van 2022. De meeste klachten zijn ingediend over de informatievoorziening, maatwerk en professionaliteit.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
13 van 31
5
Specialistische hulp/ tweedelijns ondersteuning
De gemeente wil graag dat alle Rotterdammers kunnen meedoen in de stad. Sommige inwoners hebben daar hulp bij nodig, als gevolg van bijvoorbeeld een verstandelijke beperking, psychiatrische klachten, ontwikkelingsproblemen of ouderdomsbeperkingen. In Rotterdam organiseren we de zorg en ondersteuning dicht bij de Rotterdammers. De professionele ondersteuning aan Rotterdammers in het kader van de Wmo en de Jeugdwet is gericht op het vergroten van zelfredzaamheid en samenredzaamheid, daarbij gebruik makend van de netwerken van bewoners, het wijknetwerk en het welzijnsaanbod.
5.1 Voortgang In dit hoofdstuk presenteren we de cijfers voor jeugdhulp en de maatwerkvoorzieningen Wmo met vergelijkingscijfers van 2020 en 2021. Bij de jeugdhulp maken we onderscheid tussen regionale, lokale en landelijke ingekochte jeugdhulp. Hoe dit en de toeleiding zich tot elkaar verhoudt blijkt uit de Infographic1. Deze geeft weer welke ondersteuningsmogelijkheden mogelijk zijn binnen het stelsel van jeugdhulp. Globaal gaat het om ondersteuning van licht naar zwaar. Er is geen standaard route die een gezin moet doorlopen binnen de specialistische jeugdhulp, het betreft ondersteuning 1
Een toelichting op de Infographic vindt u in het stuk ‘Bijlage 1 behorende bij 20bb6506 - Infographic Jeugdhulp en toelichting op onderdelen’, onder registratienummer ‘20bb6507’. Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
14 van 31
op maat. Dit kan van lokaal naar regionaal, van regionaal naar landelijk ingekocht maar ook afwisselend. De in te zetten ondersteuning is afhankelijk van de problematiek en ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en het gezin.
5.2 Cliëntenbestand en instroom Jeugdhulp Onderstaande tabellen tonen het aantal cliënten dat jeugdhulp ontving in desbetreffende periode. De hulp is uitgesplist naar de volgende drie financieringsstromen: 1. Rotterdam lokaal betreft: Basis GGZ (BGGZ) voor jeugdigen, dyslexie en extramurale hulp voor jeugdigen met een beperking. De gemeente koopt deze zorg zelfstandig in. 2. PGB: dit is de instroom van het aantal nieuwe indicaties Jeugdhulp dat met een persoonsgebonden budget (PGB) wordt ingekocht. 3. Rotterdams deel van de GRJR: een groot deel van de specialistische jeugdhulp wordt via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) ingekocht. Naast Rotterdam nemen nog 14 andere gemeenten uit de regio Rijnmond deel aan deze inkoop. Het is mogelijk dat een cliënt meerdere soorten jeugdhulp ontvangt. In dat geval staat deze cliënt bij beide typen zorg. Alleen de laatste regel van elke tabel laat het unieke aantal cliënten zien dat Jeugdhulp ontvangt. Lokale jeugdhulp en PGB De eerste tabel heeft betrekking op de jeugdhulp die de gemeente zelfstandig inkoopt.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
15 van 31
Aantal cliënten Jeugdhulp (lokaal) Jeugd met een beperking
1e half jaar 2e half 1e half 2e half 1e half 2e half 2020 jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022 850 839 808 808 814 750
Basis JGGZ Dyslexie
949 566
865 554
924 574
1031 547
1052 550
1.524 569
Pgb Totaal aantal unieke cliënten
1.138 3.328
1.191 3.280
1.204 3.489
1.231 3.465
1.322 3.716
1.239 4.082
Tabel 5.1 cliënten specialistische ondersteuning Jeugd – lokaal ingekochte hulp.
Bij de lokale jeugdhulp blijft het totale aantal cliënten groeien. Deze groei is vooral te verklaren door een groei bij de basis GGZ, zie ook bij instroom. Instroom in een jaarhelft is gedefinieerd als een nieuw arrangement van een cliënt die het half jaar daarvoor geen zorg ontvangen heeft. De instroom betreft afgegeven indicaties. Niet elke indicatie hoeft verzilverd te worden. Het aantal arrangementen/hulptrajecten dat daadwerkelijk start kan dus lager liggen dan het totale instroomcijfer. Daarnaast kunnen sommige cliënten meerdere indicaties hebben en meerdere keren voorkomen in de tabellen. Instroom specialistische jeugdhulp (lokaal)
1e half jaar 2020
e e e 2e half 2e half 2 half 1 half 1 half jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022
Jeugd met een beperking Basis JGGZ Dyslexie
165 311 164
202 295 135
162 275 215
139 347 169
160 363 195
140 720 148
Instroom PGB Totale aantal nieuwe arrangementen/PGB’s
233 873
243 875
240 892
260 915
337 1.055
390 1.398
Tabel 5.2 Instroom specialistische jeugdhulp – ingekocht door de gemeente
De instroom bij basis GGZ is in de tweede helft sterk gestegen, dit komt door een tussentijdse inkoop voor BGGZ+. Door het aanbod uit te breiden, is er meer capaciteit voor behandelingen beschikbaar gekomen. Doel is om de hoge druk en wachtlijsten bij de specialistische GGZ te verlagen, door de toestroom naar SGGZ om te buigen naar de Basis GGZ. Dit effect zien we nog niet terug in dalende aantallen bij de SGGZ. De instroom voor Pgb is gestegen met 53 aanvragen. Dit hangt samen met het feit dat de gecontracteerde zorg te kampen heeft met wachttijden ten gevolge van personele krapte en ouders en verzorgers zoeken naar aanbieders waarbij de hulp sneller wordt geleverd. regionale jeugdhulp De volgende tabel toont het aantal Rotterdamse cliënten dat gebruik maakt van jeugdhulp die regionaal via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is ingekocht. Clienten Jeugdhulp specialistische ondersteuning – regionale inkoop
1e half jaar 2e half 1e half 2e half 1e half 2e half 2020 jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022
A. Pleegzorg (GRJR Rotterdam)
1.091
1.025
996
1.017
944
1.050
B. Opname Bed & Behandeling (GRJR Rotterdam)
435
370
376
413
376
390
C. Langdurig verblijf (GRJR Rotterdam) D. Steun, hulp of behandeling overdag (GRJR Rotterdam)
175 409
150 409
153 433
152 487
160 539
174 633
E. Ambulante hulpverlening in de thuissituatie (GRJR Rotterdam) Totaal aantal unieke cliënten
3.727 5.339
3.230 4.746
3.510 5.010
3.505 5.088
3.464 5.015
3.512 5.200
Tabel 5.3 Aantal cliënten specialistische ondersteuning Jeugd – regionaal ingekochte hulp
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
16 van 31
De stijging van het aantal jeugdigen in opdracht D (Steun, hulp of behandeling overdag) komt mede door een nieuw Zorgonderwijscentrum en een toename van aanbod in daghulp, zie ook bij instroom. Ook een verzwaring van de doelgroep zorgt voor een verschuiving van jeugdigen (vanuit opdracht E) naar opdracht D. Ook de (soms) beperkte doorstroom richting de residentiële jeugdhulp (verblijf), onderwijs of kinderopvang zorgt voor een toename van het aantal jeugdigen in opdracht D. De instroom en het aantal jeugdigen in opdracht B (Opname Bed & Behandeling) is afgenomen. Een verklaring hiervoor is de afbouw van de gesloten jeugdhulp. Het aantal jeugdigen in opdracht C (Langdurig verblijf) is redelijk stabiel, dit hangt samen met het aanbod.. Er is sprake van een lichte afname van de instroom, en een toename van het aantal jongeren in zorg. Mogelijk zijn beperkte doorstroommogelijkheden (Wmo, Wlz, woningnood) van invloed hierop. Onderstaande tabel toont het aantal nieuw afgegeven arrangementen voor Rotterdamse cliënten binnen de GRJR. Instroom Jeugdhulp specialistische ondersteuning – regionale inkoop
1e half jaar 2020
A. Pleegzorg (GRJR Rotterdam) B. Opname Bed & Behandeling (GRJR Rotterdam) C. Langdurig verblijf (GRJR Rotterdam) D. Steun, hulp of behandeling overdag (GRJR Rotterdam) E. Ambulante hulpverlening in de thuissituatie (GRJR Rotterdam) Totale aantal nieuwe arrangementen
94 136 58 176 853 1.317
2e half 1e half 2e half 1e half 2e half jaar 2020 jaar 2021 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2022
111 102 38 164
106 156 50 192
86 163 44 240
147 116 40 187
1.099 1.514
1.033 1.537
1.000 1.533
992 1.482
109 102 51 253 1.017 1.532
Tabel 5.4 Instroom specialistische ondersteuning Jeugd – regionaal ingekochte hulp
Het totaalbeeld is in 2022 vergelijkbaar met 2021. Over de afgelopen jaren is een stijging te zien in opdracht D daghulp, omdat het aanbod in dit onderdeel is verruimd. De stijging binnen opdracht A (pleegzorg) heeft te maken met de wijziging in het Woonplaatsbeginsel, hierdoor zijn meerdere jeugdigen onder de verantwoordelijkheid van Rotterdam komen te vallen. Jeugdbescherming Rijnmond (Rotterdamse cliënten) De Gecertificeerde Instelling (GI) wordt ingezet wanneer de veiligheid en/of ontwikkeling van een kind wordt bedreigd. De rechter kan na onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) een dwangmaatregel opleggen zoals een ondertoezichtstelling (OTS) of een voogdijmaatregel. Ook kan een rechter een jeugdreclasseringsmaatregel (JR) opleggen in strafrechtelijk kader. Deze maatregelen worden door een GI uitgevoerd. Wanneer er een acute crisis optreedt, kan het crisisinterventieteam (CIT) van de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) ingeschakeld worden. In de tabel staat informatie over het aantal jeugdigen dat een lopende jeugdbeschermingsmaatregel of crisisinterventie had.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
17 van 31
1e halfjaar 2021
2e halfjaar 2021
1e halfjaar 2022
2e halfjaar 2022
Ondertoezichtstelling
1390
1110
1173
1099
Jeugdreclasseringsmaatregel
883
688
473
462
Voogdij
353
322
444
445
Crisisinterventies
561
365
426
406
Huidig bestand jeugdbescherming (totaal GI)
Tabel 5.5 huidig clientbestand jeugdbescherming
In de rapportage over heel 2021 zijn de cijfers van JBRR, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSSJBJR) en het Leger des Heils opgenomen. In de rapportage over 2022 wordt deze lijn doorgezet. Er worden cijfers gepresenteerd van de drie instellingen vanaf begin 2021. De GI’s hebben over 2021 een aangepaste telling aangeleverd voor het overzicht lopende unieke cliënten. Het beeld blijft voor de inzet van Ondertoezichtstellingen gelijk. Er is sprake van een geleidelijke daling van het aantal Ondertoezichtstellingen. Bij jeugdreclassering is ook een dalende trend zichtbaar. Tegelijkertijd zijn er veel signalen dat er sprake is van ernstiger feiten wanneer jeugdigen criminele handelingen plegen. De toename bij Voogdij komt door een administratieve aanpassing in verband met veranderingen in het woonplaatsbeginsel. Dit waren al jeugdigen waarvoor de voogdij bij deze GI’s was belegd. 1e halfjaar 2021
2e halfjaar 2021
1e halfjaar 2022
2e halfjaar 2022
Ondertoezichtstelling (OTS)
329
208
164
205
Jeugdreclasseringsmaatregel (JR)
286
215
146
148
Voogdij
37
30
22
30
Instroom jeugdbescherming (totaal GI)
Tabel 5.6 Instroom jeugdbescherming
Bij de instroom van nieuwe cliënten in 2022 blijft bij alle wettelijke maatregelen de daling doorzetten.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
18 van 31
Huidig cliëntenbestand Wmo voorzieningen In onderstaande tabel staat informatie over het aantal cliënten dat in een bepaald halfjaar een indicatie had voor een maatwerkvoorziening. Cliënten kunnen een indicatie hebben voor meerdere soorten maatwerkvoorzieningen. Zij worden dan zowel bij de ene als bij de andere soort(en) maatwerkvoorziening(en) meegeteld als cliënt.
Cliënten met tweedelijnsondersteuning Wmo
Aantal cliënten 1e halfjaar 2019
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal e e e e cliënten cliënten 1e cliënten 2 cliënten 1 cliënten 2 cliënten 1 2e halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar 2020 2020 2021 2021 2022 2022 51.009 51.254 51.108 51.157 51.034 50.435 48.777 48.986 48.771 49.016 49.119 48.205
Totaal aantal unieke cliënten -waarvan ZIN
49.707 47.017
-waarvan PGB (totaal) -waarvan PGB (enkel Wmo-arrangementen) Bestaand uit:
5.399 4.389
5.261 4.204
5.310 4.234
5.335 4.244
5.129 4.003
4.498 3.813
4.181 3.619
- Wmo-arrangement Waarvan per cliëntgroep * Ouderen/Somatiek
29.783
31.894
33.097
33.692
33.858
33.918
33.239
15.566
16.859
17.106
17.278
17.829
18.213
18.216
* Lichamelijk Beperkten * Verstandelijk Beperkten extramuraal
965 1.696
963 1.714
934 1.765
915 1.774
868 1.731
842 1.713
836 1.654
* Verstandelijk Beperkten intramuraal * Zintuiglijk beperkten * (O)GGZ extramural
90 99 10.360
108 97 10.923
115 93 11.300
138 90 11.623
136 91 11.595
143 93 11.430
157 91 11.359
* (O)GGZ intramural - Overgangsrecht AWBZ-Wmo GGZ-C intramuraal - Vervoer
1.472 730 26.679
1.716 446 26.704
1.784 402 26.196
1.874 123 25.577
1.608 25.655
1.484 25.644
1.378 25.070
- Hulpmiddel - Woningaanpassingen
10.553 1.499
10.851 2.301
11.059 2.888
10.979 3.103
11.045 3.426
10.730 3.667
11.579 3.805
Tabel 5.7 Informatie over cliënten met een Wmo-indicatie
Qua cijfers valt op dat er een lichte daling is in het totaal aantal cliënten. We zien een daling in intramuraal OGGZ, er is een kleine toename intramurale VB indicaties daarnaast is het waarschijnlijk dat een deel van mensen met OGGZ intramuraal zijn uitgestroomd naar de Wlz in 2022. Een Wmo-arrangement bestaat uit ondersteuning op één of meer van in totaal zeven resultaatgebieden. Onderstaande tabel geeft informatie voor welke resultaatgebieden cliënten geïndiceerd zijn.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
19 van 31
e
e
e
e
15.845
16.343
16.844
15.810
14.979
2e halfjaar 2022 16.113
721 19.367
791 19.743
788 19.995
784 20.590
1.557 21.009
1.355 21.154
9.462 6.105
9.506 5.828
9.543 5.678
9.302 5.651
8.460 5.048
7.775 4.785
7.148 4.464
5.022 1.083
4.859 969
4.768 910
4.765 886
4.255 793
4.044 741
3.788 676
- Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid - Nachtelijk Toezicht
3.824 282
4.242 396
4.391 434
4.580 470
4.177 417
3.961 405
3.700 362
- Nachtelijk Toezicht en Huisvesting Aantal indicaties dat bestaat uit
1.541
1.819
1.892
2.003
1.734
1.618
1.515
* één resultaatgebied * twee resultaatgebieden
17.299 7.409
18.743 7.873
19.410 8.198
19.869 8.484
20.565 8.326
20.309 8.840
20.342 8.465
* drie resultaatgebieden * vier resultaatgebieden
4.259 1.993
4.377 2.086
4.434 2.088
4.474 2.136
4.249 1.938
4.326 2.051
4.094 1.859
* vijf resultaatgebieden * zes resultaatgebieden
1.041 15
1.037 18
1.045 15
1.022 9
788 11
716 22
590 20
1e
e
Aantal indicaties Wmo-arrangementen per resultaatgebied
halfjaar 2019
2 halfjaar 2019
- Sociaal en persoonlijk functioneren
14.858
waarvan met opvoedingsondersteuning - Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden
623 17.873
- Financiën - Dagbesteding waarvan sociaal waarvan arbeidsmatig
2 halfjaar 1 halfjaar 2 halfjaar 1 halfjaar 2020 2021 2021 2022
Tabel 5.8 Aantal indicaties Wmo-arrangementen per resultaatgebied
De meeste cliënten met een Wmo-arrangement hebben een indicatie voor één resultaatgebied. Het resultaatgebied met de meeste indicaties is het resultaatgebied ‘Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden’. Het aantal indicaties hiervoor is de afgelopen jaren toegenomen. Een verklaring hiervoor is het abonnementstarief voor de eigen bijdrage dat per 1 januari 2019 geldt. Dit houdt in dat de eigen bijdrage van de cliënt is gemaximeerd, ongeacht inkomen of de mate waarin hulp wordt gebruikt. Naast de blijvende stijging op ‘Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden’, lijkt er ook een effect van het abonnementstarief te zien op ‘woningaanpassingen’. Het abonnementstarief is vastgesteld door het Rijk. Instroom Wmo voorzieningen In onderstaande tabel staat de instroom van nieuwe cliënten met een indicatie voor de verschillende soorten Wmo-maatwerkvoorzieningen2 voor de verschillende halfjaren. Iemand wordt gezien als nieuwe cliënt wanneer hij/zij niet binnen een periode van 6 maanden daarvoor ook een indicatie had voor een maatwerkvoorziening.
2
Een Wmo-maatwerkvoorziening is een individuele voorziening waar een cliënt op grond van de door de gemeente afgegeven indicatie recht op heeft. Wmo-maatwerkvoorzieningen worden onderscheiden in Wmo-arrangementen (ondersteuning in de vorm van diensten), vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen. Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
20 van 31
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal e e e e cliënten cliënten 1e cliënten 2 cliënten 1 cliënten 2 cliënten 1 2e half jaar halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar 2020 2020 2021 2021 2022 2022
Instroom tweedelijns ondersteuning Wmo
Instroom vanuit: VraagWijzer
5.788
5.096
5.050
5.983
5.267
3.773
Wijkteam Centraal Onthaal Volwassenen Centraal Onthaal Jongeren Totaal 1)
408 436 212 6.916
357 415 177 6.126
387 479 238 6.232
369 358 215 7.028
322 409 84 6.163
248 370 87 4.701
Instroom per soort ondersteuning: Wmo-arrangement per cliëntgroep * Ouderen/Somatiek * Lichamelijk Beperkten * Verstandelijk Beperkten extramuraal * Verstandelijk Beperkten intramuraal
2.140 51 144 6
1.860 63 130 5
1.841 66 133 13
2.136 52 133 8
1.849 60 106 3
1.736 60 109 5
* (O)GGZ extramuraal 2) * (O)GGZ intramuraal * Zintuiglijk beperkten Vervoer * waarvan: collectief aanvullend vervoer
1.339 112 5 1.698 1.523
1.322 95 4 1.402 1.236
1.374 181 5 1.418 1.251
1.246 87 5 1.900 1.718
1.117 83 5 1.693 1.523
1.133 62 4 1.529 1.418
* waarvan: vervoer naar dagbesteding Hulpmiddel Woningaanpassing
93 905 519
113 826 418
107 771 455
111 940 539
109 787 480
86 999 382
1) De totalen zijn geen optellingen van de aantallen erboven: er zijn cliënten die zijn ingestroomd waarvan onbekend is via welk loket zij de indicatie afgegeven hebben gekregen. 2) Binnen deze cliëntgroep vallen ook cliënten die behoren tot de bijzondere doelgroepen Dak- en thuisloze volwassenen, Daken thuisloze jongeren, Slachtoffers huiselijk geweld, (O)GGZ met kinderen in de opvang. De uitsplitsing naar deze bijzondere doelgroepen is in de systemen niet waar te nemen en cijfers zijn hierover dus niet te presenteren. Tabel 5.9 Instroom tweedelijns ondersteuning Wmo
Instroom uit de VraagWijzer is gedaald in het tweede half jaar. Bij Centraal Onthaal Jongeren is de daling in het ‘aantal unieke cliënten met een eerste indicatie’ te zien in het eerste half jaar. Dit kwam door tekort aan personeel dat een onderzoek na een melding kan uitvoeren. Instroom op Wmo-arrangementen blijft op cliëntgroepen ouderen en (O)GGZ extramuraal het grootst. Instroom in vervoer voor volwassenen is licht gedaald. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (Rotterdamse cliënten)
Rotterdamse cijfers VTTR
1e half 2e 1e 2e 1e 2e jaar halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar 2020 2020 2021 2021 2022 2022
Adviezen
3.028
4.280
4.617
4.370
4.165
3.826
Meldingen
3.926
3.801
4.005
3.427
3.297
3.607
Tabel 5.10 Instroom VTTR
Het aantal adviesvragen in het 2e halfjaar 2022 (3.826) was lager dan in dezelfde periode vorig jaar (4.370). In het 2e halfjaar 2022 steeg het aantal meldingen bij VTRR naar 3.607 (t.ov. 3.297 in het 1e halfjaar 2022). Sinds de aanscherping van het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in 2019 had Veilig Thuis landelijk te maken gehad met een stijgende instroom. Vanaf het 2e halfjaar
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
21 van 31
2021 zien we een daling van het aantal adviezen bij VTRR. VTRR heeft geen specifieke verklaring voor de daling van het aantal adviezen. Het aantal meldingen bij VTRR nam in de 2e helft van 2022 toe. VTRR vermoedt dat de beëindiging van de coronamaatregelen van invloed zijn geweest op de instroom. Tijdens de coronacrisis kwamen professionals minder achter de voordeur. VTRR ziet dat de ernst van de meldingen toeneemt, waardoor VTRR vaker dan voorheen eigen diensten als onderzoek of ‘voorwaarden en vervolg’ (veiligheidsafspraken) inzet.
5.3 Wachttijden 2e halfjaar 2020 15,9 weken 67%
1e halfjaar 2021 14,0 weken 67%
2e halfjaar 2021 13,0 weken 72%
1e halfjaar 2022 11,0 weken 70%
Wmo: Aantal cliënten met een overbruggingsarrangement
437
448
448
421
431
Waarvan behorende tot cliëntgroep Verstandelijk Beperkten extramuraal Waarvan behorende tot cliëntgroep (O)GGZ extramuraal - Wmo: norm aanvang start zorg behaald
75 362 77%
81 367 80%
82 366 77%
80 341 76%
83 348 76%
Wachttijden tweedelijns ondersteuning Jeugd retrospectieve wachttijd (GRJR Rotterdam), gemiddelde wachttijd in weken Treeknorm jeugdhulp (% clienten binnen 14 weken gehlopen) (GRJR Rotterdam)
2e halfjaar 2022 11,0 weken 70%
Tabel 5.13 Informatie over wachttijd Jeugd, aanvang zorgstart Wmo en overbruggingsarrangementen Wmo
De bovenstaande tabel toont bij jeugd de retrospectieve wachttijd. De gemiddelde wachttijd blijft in de tweede helft van 2022 gemiddeld 11 weken. De afname is vooral te danken aan de regionale aanpak wachttijden. Zo is er een kortere wachttijd voor ambulante jeugdhulp, waar de wachttijdaanpak effect lijkt te hebben en jeugdigen minder lang hoeven te wachten. Om de wachttijd voor jeugdhulp met verblijf te laten afnemen zijn er in 2022 tijdelijk extra bedden voor ‘Opname Bed & Behandeling’ gerealiseerd. Ook zijn er ambulante alternatieven voor verblijf ontwikkeld. De Treeknorm beschrijft de landelijk maximaal aanvaardbare termijn van wachten binnen de zorg, namelijk maximaal 14 weken. In de tweede helft van 2022 is het percentage gelijk aan de eerste helft van 2022. Het aantal Wmo-cliënten met een overbruggingsarrangement is stabiel gebleven ten opzichte van de eerste helft van 2022, maar gedaald ten opzichte van deze periode in 2021. Voor 76% van de nieuw gestarte indicaties koppelden de zorgaanbieders aan de gemeente op tijd terug dat de zorg voor een cliënt met een Wmo-arrangement is gestart. Dit percentage is vergelijkbaar met het vorig halfjaar.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
22 van 31
5.4 Financieel beeld
5.4.1 Wmo maatwerk voorzieningen Wmo-maatwerk Raadsmonitor 2022 (bedragen x € 1 mln)
Realisatie 2021 Oorspronkelijke Begroting 2022 Realisatie 2022 Begroting 2022 (na 10-maands)
Afwijking
Wmo-arrangementen met verblijf (intramuraal)
62,8
70,0
72,8
54,4
18,4
Wmo-arrangementen zonder verblijf (extramuraal)
175,3
188,9
200,6
182,5
18,0
Overige maatwerkvoorzieningen Wmo
31,4
32,2
31,4
32,5
-1,2
Totaal maatwerkvoorzieningen Wmo
269,5
291,1
304,8
269,6
35,3
Tabel 6.11 Financiën tweedelijns Wmo-ondersteuning
Door lagere productie zijn de declaraties op de voorlopige afrekeningen van de Wmo-arrangementen lager uitgevallen. Dit is deels ook te wijten aan het feit dat de bijgestelde prognose te hoog was. De (bijgestelde) begroting is gebaseerd op de meerjarenprognose. De uitkomsten van de meerjarenprognose kennen echter een grote mate van onzekerheid. De oorzaak hiervoor is dat de meerjarenprognose wordt opgesteld op basis van een extrapolatie van historische data op perceelniveau. Het Rotterdamse arrangementenmodel werkt met andere parameters die echter niet 1-op-1 bruikbaar zijn als bouwstenen voor een financiële prognose. Het verbeteren van de prognoses (waarbij het Rotterdamse arrangementenmodel als uitgangspunt zou moeten gaan dienen) staat hoog op de agenda, evenals het verbeteren van de beschikbaarheid van voldoende betrouwbare data (datakwaliteit) voor de prognoses. Beide issues zijn niet op korte termijn op te lossen. De lasten voor de overige maatwerkvoorzieningen zijn hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door hogere uitgaven voor woningaanpassingen, doordat vanwege de huidige woningmarkt niet altijd een verhuisadvies is afgegeven en soms flinke (en dure) aanpassingen van de huidige woning nodig zijn. Daarnaast is er een sterke stijging van offerteprijzen, zowel bij de woningaanpassingen als bij de hulpmiddelen.
De redenen van de prijsstijgingen zijn bekend: hogere grondstofprijzen, gestegen transportkosten en personeelstekort. 5.4.2 Jeugdhulp Jeugdhulp Raadsmonitor 1e halfjaar 2022 (bedragen x € 1 mln)
Realisatie 2021 Oorspronkelijke Begroting 2022 Realisatie 2022 Begroting 2022 (na 10-maands)
Afwijking
Lokale Jeugdhulp
40,2
48,3
48,2
41,7
6,6
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
134,5
136,4
162,3
162,3
0,0
Totaal Jeugdhulp
174,7
184,7
210,5
204,0
6,6
Tabel 6.12. Financiën specialistische jeugdhulp
Voor lokale jeugdhulp zijn extra middelen beschikbaar gesteld om de voor het wegwerken van de wachtlijsten. Deze extra middelen zijn niet volledig besteed op lokale jeugdhulp, maar voor een belangrijk deel wel binnen de regionale jeugdhulp. Ook voor de GRJR zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor het wegwerken van de wachtlijsten. Deze extra middelen zijn wel allemaal besteed en was er ook spraken van overbesteding. In de tabel is deze overbesteding niet zichtbaar omdat de jaarrekening van de GRJR opgemaakt wordt nadat de
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
23 van 31
jaarrekening van de gemeente is opgesteld. Deze overbesteding over 2022 is meegenomen in de begroting 2023 van de gemeente.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
24 van 31
6
Beschikbaarheidsvoorzieningen
6.1 Beschikbaarheidsvoorzieningen Het doel van de beschikbaarheidsvoorzieningen zoals dagopvang, nachtopvang en crisisopvang is het creëren van een vangnet voor Rotterdammers 3. In het geval van huiselijk geweld betekent dit het bieden van bescherming, een veilige plek, om van daaruit toe te leiden naar zelfstandig wonen en/of passende Wmo ondersteuning. Die ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid. De gemeente zet zich samen met zorgaanbieders en andere ketenpartners in om dak- en thuisloze volwassenen, gezinnen, jongeren en slachtoffers van huiselijk geweld direct te helpen. Dak- en thuislozen verblijven doorgaans in hun netwerk. Opvang wordt ingezet als men niet (meer) in zijn netwerk terecht kan en acuut dakloos is. Crisisopvang voor slachtoffers van huiselijk geweld vindt plaats als er sprake is van acuut gevaar, danwel levensbedreigende situaties.
6.2 Huidige stand van zaken Aantal toegekende CO-passen
Figuur 6.1 Het aantal nieuw toegekende CO-passen per maand 2021-20224
In de tweede helft van 2022 zijn in totaal 533 passen verstrekt, dat is 35 meer dan in de eerste helft van 2022 (498). In totaal over 2022 zijn 1.031 passen verstrekt; in 2021: 1015, de instroom is dus vergelijkbaar met 2021. Capaciteit en bezettingsgraad Aantal volwassenen in nachtopvang 3 4
NB, Rotterdam is een centrumgemeente Deze grafiek is dus van toepassing op de doelgroep vanaf 23 jaar
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
25 van 31
Figuur 6.2 Aantal unieke cliënten per maand in de nachtopvang 2021-2022
In de bovenstaande grafiek is te zien dat het aantal unieke slapers in de tweede helft van 2022 iets toeneemt tov de eerste helft, maar lager is dan in 2021.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
26 van 31
Bezettingsgraad van de nachtopvang
Figuur 6.3 Capaciteit en bezetting per maand van de nachtopvang 2021-2022
Sinds 2022 zijn 272 plekken beschikbaar in de nachtopvang. De gemiddelde bezettingsgraad over de tweede helft van 2022 is stabiel, rond 87%. Een bezettingscijfer van 100% niet reëel, vanwege de aard van de doelgroep kwetsbare Rotterdammers. Door de vluchtigheid van de doelgroep komt het voor dat een bed onbeslapen blijft terwijl dit wel gereserveerd was. Vanuit de gemeente sturen we samen met aanbieders van nachtopvang op een optimale bezetting van de bedden in de nachtopvang. Crisisopvang jongeren Voor acuut dakloze jongeren hebben we in Rotterdam momenteel 33 plekken in de crisisopvang. Jongeren hebben hier na toewijzing een vast bed en zijn dus iedere avond verzekerd van onderdak. Overdag kunnen deze jongeren terecht in de in 2021 gerealiseerde dagopenstelling (dagopvang) ‘Post West’. In de tweede helft van 2022 zijn in totaal 77 jongeren geplaatst in de crisisopvang. Als we dit vergelijken met de tweede helft van 2021, waarbij 81 jongeren zijn geplaatst, dan zien we een daling van het aantal jongeren. Sinds mei 2022 zijn er twee plaatsen voor groepsongeschikten jongeren geopend, waardoor er nu 33 plekken beschikbaar zijn (in plaats van 31 voorheen).
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
27 van 31
Crisisopvang jongeren
tweede eerste helft helft 2021 2022
Aantal jongeren in de crisisopvang
81 jongeren 94 jongeren 77 jongeren
Verblijfsduur crisisopvang
52 dagen
Aantal jongeren die langer dan 84 dagen in de crisisopvang zitten
9 jongeren 15 jongeren 23 jongeren
Wachttijd voor een plek in de crisisopvang
4 dagen
56 dagen 12 dagen
tweede helft 2022 71 dagen -
Tabel 6.1 Crisisopvang jongeren
De ketenafspraak is dat jongeren maximaal 6 weken (42 dagen) in de crisisopvang verblijven, met maximaal 1 verlenging van 6 weken (totaal 84 dagen). In de tweede helft van 2022 verbleven jongeren gemiddeld 71 dagen in de opvang. De reden hiervoor is dat er voor hen niet een passende vervolgplek beschikbaar was. Dit blijft een punt van aandacht. De bezetting in de crisisopvang was nagenoeg 100%, waardoor een jongere na aanmelding niet direct geplaatst kon worden. Een wachttijd voor de crisisopvang is onwenselijk, maar een aantal jongeren weten in deze periode ergens nog een slaapplek te vinden (bij familie of vrienden). Uitgangspunt is dat jongeren niet op straat slapen. Bij gebrek aan een plek in de crisisopvang zijn jongeren daarom soms tijdelijk in een hotel geplaatst. In 2022 is het aantal plekken van Project 010 uitgebreid naar 35 plekken. Volwassenen in crisisopvang huiselijk geweld
Figuur 6.4 Aantal unieke cliënten per maand in de crisisopvang 2021-2022
In Rotterdam zijn 40 crisisopvangplaatsen voor volwassen slachtoffers van huiselijk geweld. Doel van de opvang is om directe veiligheid te organiseren en een veilige plek te bieden aan vrouwen, moeders en hun kinderen wanneer de veiligheid in de thuissituatie niet kan worden gewaarborgd.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
28 van 31
Het gaat om slachtoffers die in acuut gevaar verkeren, dan wel waar sprake is van onveilige en/of levensbedreigende situaties. Het aantal mensen in de crisisopvang is gedaald ten opzichte van daarvoor, maar er zitten (met uitzondering van juli en augustus) nog steeds meer mensen in de crisisopvang dan het aantal formele plekken. Dit wordt opgelost door een bed erbij of een hotelplaatsing. Verblijfsduur in beschikbaarheidsvoorzieningen Indien een cliënt gedurende een half jaar meer dan 90 nachten gebruik heeft gemaakt van de nachtopvang is sprake van langdurig gebruik (langslaper).
Figuur 6.5 Percentage cliënten dat langdurig gebruik maakt van de nachtopvang per maand 2021-2022
In de tweede helft van 2022 is gemiddeld 47 % van de volwassenen een langslaper. In vergelijking met dezelfde periode in 2021 en ten opzichte van de eerste helft van 2022 is dit een lichte afname. Onder andere via actietafels met aanbieders wordt stil gestaan bij de langslapers op casusniveau, waarbij knelpunten besproken worden inclusief oplossingsrichtingen. Verder komt deze informatie terug in de (contract)gesprekken met de aanbieders. Tot slot is er aandacht voor huisvesting, de rol van woningcorporaties, en wat we kunnen doen om de stap naar (zelfstandig) wonen te maken.
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
29 van 31
Buitenslapers
250
137
168
sep-22
148 150
150
162 161 163
180 172 177
jul-22
198 199
200 154
152
180
127 127 107
100
76 58 51
50
76
55 38
dec-22
nov-22
okt-22
aug-22
jun-22
mei-22
apr-22
mrt-22
feb-22
jan-22
dec-21
nov-21
okt-21
sep-21
aug-21
jul-21
jun-21
mei-21
apr-21
mrt-21
feb-21
jan-21
0
Figuur 6.6 Aantal buitenslapers per maand 2021/2022
Op basis van een maandelijkse signaallijst van veldwerkers wordt een inschatting gemaakt van het aantal mensen dat buiten slaapt (of in een niet voor bewoning geschikte plek). Het gaat hierbij zowel om mensen die voor langere tijd buitenslapen, als om mensen die de veldwerkers incidenteel zien. Veldwerkers van Stichting Ontmoeting en het Leger des Heils gaan dagelijks de straat op om contact te zoeken met buitenslapers en hen toe te leiden naar passende hulp of naar werk en/of land van herkomst in het geval van niet rechthebbende EU-migranten. Door het werk van de veldwerkers en contacten met andere partijen ontstaat een beeld van het aantal buitenslapers. Als gevolg van het coronavirus werd conform de landelijke richtlijn in de eerste helft 2021 en in de periode van eind 2021 tot het eerste kwartaal van 2022 de noodopvang voor alle daklozen wederom geopend. In deze maanden zijn als buitenslaper enkel de mensen meegeteld die daadwerkelijk buiten zijn aangetroffen. Dit verklaart waarom de cijfers van de buitenslapers in deze periode lager uitvallen.
Urgentieaanvragen In 2022 zijn er 1.215 urgentieaanvragen vanuit de zorgaanbieders ingediend bij de SUWR, waarbij er 1.087 zijn toegekend (89% van de aanvragen). Dit is een afname van 10% ten opzichte van 2021 (1208 positieve besluiten). Het aandeel directe bemiddeling met huurzorgcontract is in 2022 gedaald naar 56%. In 2021 was dit percentage nog 66%. We werken ernaartoe dat vanaf 2024 alleen nog maar uitstroom uit opvang en beschermd wonen mogelijk is via directe bemiddeling met een huurzorgcontract. Onderstaande tabel bevat informatie over het aantal toegekende urgenties voor directe bemiddeling - huurzorgcontract (zelfstandig wonen met begeleiding/nazorg) en het aantal toegekende reguliere urgenties (urgenties zonder huurzorgcontract).
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
30 van 31
Urgenties
2018
2019
2020
2021
2022
Totaal toegekend
966
885
973
1.208
1.087
Directe bemiddelingen
581 385
505 380
554 419
773
608
435
479
Regulier
Tabel 6.7 urgenties, uitgesplitst naar reguliere urgenties en directe bemiddelingen
Raadsmonitor Welzijn, Zorg en Jeugdhulp -
Datum
Pagina
mei 2023
31 van 31