[23bb004244] Afdoeningsvoorstel wethouder Zeegers toezegging 23bb004111 over invulling monitoringsverplichting uit de Omgevingswet
Tekst van het document
Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Peter van der Glas/ Ingrid Schalkwijk Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl
Aan de commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat
Uw kenmerk: Ons kenmerk: M2306-2534 - D2306-59782 23bo006121 Onderwerp: Afdoening toezegging invulling monitoringsverplichting uit de Omgevingswet (23bb004111) Datum: 20 juni 2023
Beste commissieleden, Tijdens de behandeling van de Koersnota Geluid in de commissie MHEK d.d. 14 juni 2023 heb ik u toegezegd u te informeren over de invulling van de monitoringsverplichting uit de Omgevingswet (23bb004111). Daarbij zou ik ook nader ingaan op de geluidbelastingkaarten die door Rotterdam in het kader van de Europese regelgeving worden opgesteld. Geluidbelastingkaarten De Europese Richtlijn Omgevingslawaai verplicht Rotterdam om elke vijf jaar geluidbelastingkaarten op basis van een voorgeschreven rekenmethode en rekenmodel te maken. Hierop dient de geluidbelasting te worden weergegeven die op de gevel van woningen wordt veroorzaakt door (spoor)wegen, industrie en luchtvaart. Aan de hand van deze geluidbelastingkaarten dient de gemeente, eveneens elke vijf jaar, vervolgens in een actieplan geluid aan te geven wat ze doet om de geluidsproblematiek in de stad aan te pakken. Op 20 december 2022 zijn de meest recente geluidbelastingkaarten door het college vastgesteld. Het nieuwe Actieplan Geluid 2024-2029 dient uiterlijk 18 juli 2024 te zijn opgesteld. Verplicht onderdeel van dat actieplan is een nadere analyse en duiding van de data van de nieuwe geluidbelastingkaarten en de verschillen ten opzichte van de vorige geluidbelastingkaarten (in dit geval 2017).
Monitoringsplicht onder Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet komen er twee extra stelsels om geluid te beheersen. Het gaat daarbij om de basisgeluidemissie (bge) voor gemeentelijke (spoor)wegen en de geluidproductieplafonds (gpp’s) voor industrieterreinen. Deze stelsels verplichten de gemeenten om het geluid in de stad goed te monitoren en daarover vijfjaarlijks verslaglegging te doen. Deze monitoringsplicht komt naast de verplichting tot het maken van geluidbelastingkaarten te staan.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/2 20 juni 2023 M2306-1550
De bge-waarden zijn het referentieniveau (nul-situatie) voor het geluid van gemeentelijke (spoor)wegen en dient uiterlijk 2026 door het college te worden vastgesteld. Het college moet daarover verslag doen aan de raad en de gegevens aanleveren bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Voor het vastleggen van de bge kan slechts gedeeltelijk gebruik worden gemaakt van de gegevens die worden verzameld voor de geluidbelastingkaarten. Dit heeft te maken met de verschillende rekenmethodes en rekenmodellen die voor de geluidbelastingkaarten en de bge moeten worden gebruikt. De geluidbelastingkaarten gaan over de geluidimmissie (de geluidbelasting op de omgeving), terwijl de bge zich richt op de geluidemissie (het geluid veroorzaakt door de bron). Gpp’s geven de maximaal toegestane geluidproductie van een gezoneerd industrieterrein weer en zijn referentiepunten op een vaste afstand van het betreffende industrieterrein. De gpp’s worden gebaseerd op de zone-immissiepunten die onder de huidige wetgeving gehanteerd worden. De gemeente dient de huidige geluidzones rondom industrieterreinen uiterlijk 2029 te hebben omgezet in gpp’s. Voor de monitoring van de gpp’s kan voor een deel gebruik worden gemaakt van de data van de geluidbelastingkaarten, maar ook hier geldt dat gebruik moet worden gemaakt van verschillende rekenmodellen.
De geluidbelastingkaarten gaan bovendien alleen over de belasting op de gevel van woningen. De verslaglegging over de monitoring wordt een verplicht onderdeel van het actieplan geluid. Wanneer na vijf jaar sprake is van een toename van het geluid met 1,5 dB (of meer) als gevolg van gemeentelijke (spoor)wegen, moet de gemeente een besluit nemen over het treffen van maatregelen. Voor het geluid van industrieterreinen geldt, dat de gemeente al bij een (dreigende) overschrijding van een geluidsproductieplafond maatregelen dient te (laten) treffen. Met deze brief beschouw ik de gedane toezegging als afgedaan.
Met vriendelijke groet,
Drs. C.M. Zeegers MA Wethouder Klimaat, Bouwen, Wonen