CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb004044] Collegebrief over rectificatie Derde Wijziging van de Havenverordening Rotterdam 2020

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 14 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Derde Wijziging van de Havenverordening Rotterdam 20202.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stadsontwikkeling Haven, Economie, Horeca, Bestuur (wijken en kleine kernen) Robert Simons Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Linda Poelman Telefoon: 31 6 18206846 E-mail: l.poelman@rotterdam.nl

Aan de gemeenteraad

Ons kenmerk: M2304-2014 23bo005901 Bijlagen(n): 3 Onderwerp: Rectificatie Derde Wijziging van de Havenverordening Rotterdam 2020 Datum: 14 juni 2023

Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? In het college van 23 mei j.l. is de Derde Wijziging Havenverordening Rotterdam 2020 in concept vastgesteld en naar uw raad toegezonden voor verdere behandeling. Afgelopen dagen is ontdekt dat een stuk tekst uit de Tweede Wijziging Havenverordening abusievelijk in het deel ‘toelichting’ is opgenomen bij het raadsvoorstel voor de Derde Wijziging van de Havenverordening. In het onderdeel ‘Ontwerpbesluit’ en de overige delen uit het oorspronkelijke raadsvoorstel staan wel de juiste teksten. In de bijlage is de juiste versie toegevoegd van het raadsvoorstel voor de Derde Wijziging Havenverordening. Wij verzoeken u om deze versie te betrekken bij uw behandeling in de raadscommissie en de gemeenteraad. Met excuses voor het eventuele ongemak en erop vertrouwend u hierbij voldoende geïnformeerd te hebben.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

A. Aboutaleb

Bijlagen:  Rectificatie raadsvoorstel Derde Wijziging Havenverordening

Stadsontwikkeling Haven, Economie, Horeca en Bestuur R.A.C.J. Simons Van: Vera Bauman Telefoon: +31 6 2087 97 57

Uw kenmerk: Ons kenmerk: M2304-2014 23bo005902 Bijlagen(n): 2

Aan de gemeenteraad

Onderwerp: Derde Wijziging van de Havenverordening Rotterdam 2020 Datum: 14 juni 2023

Gevraagd besluit: Vaststellen derde wijziging van de Havenverordening Rotterdam 2020. Waarom dit voorstel?/Waarom nu voorgelegd? In de bijlage vindt u de Derde wijziging van de Havenverordening Rotterdam 2020 (nr...). De nu voorliggende wijziging betreft de gebruikelijke periodieke wijziging waarmee geanticipeerd wordt op de ontwikkelingen in de maritieme wereld, onder andere op het gebied van alternatieve brandstoffen en op afstand bestuurbare vaartuigen. Tevens wordt met deze wijziging beter aangesloten op de huidige praktijk en zijn enige redactionele wijzigingen doorgevoerd. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: n.v.t. Achtergrond De Havenverordening Rotterdam 2020 is in november 2019 door de Gemeenteraad aangenomen. In maart 2021 heeft een eerste wijziging van de Havenverordening Rotterdam 2020 (21bb002981) plaatsgevonden. De Havenverordening, inclusief wijzigingen, heeft als doel voor de gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Velsen, Zaanstad, Beverwijk, Dordrecht, Zwijndrecht, Papendrecht, Vlaardingen, Schiedam en Maassluis) om tot gelijkluidende regelgeving in de havens te komen. Zo is het makkelijker en duidelijker voor de omgeving en klant wanneer een schip één van de havens aandoet.

Ook wordt zo voorkomen dat er verschil optreedt in interpretatie van regelgeving omtrent de veiligheid op en rond het water tussen de regio’s.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2 20 juni 2023 M2304-2014

Artikelsgewijze toelichting Hieronder volgt een samenvatting van de wijzigingen. Een uitgebreid overzicht staat in het hoofdstuk Artikelsgewijze toelichting. De voorgestelde inhoudelijke wijzigingen zijn afgestemd met de gemeenten en publieke organisaties. De wijzigingen hebben als doel om: - sneller anticiperen mogelijk te maken bij ontwikkelingen die spelen op het gebied van alternatieve scheepsbrandstoffen. In de Havenverordening wordt om die reden niet langer over specifieke brandstoffen gesproken, maar wordt per brandstof of energiedrager bepaald welke activiteiten zijn toegestaan. - nieuwe technieken om de scheepshuid schoon te maken onder te brengen, dit vindt plaats onder het begrip “dienstverlenend schip”; - de Havenverordening beter op de praktijk te laten aansluiten. Een voorbeeld hiervan is het artikel 3.6 over het gebruik van voortstuwers, boegschroeven en hekschroeven, waarbij het gaande houden van een schip zonder gebruik van deze middelen niet mogelijk is; - de tekst en de toelichting van de Havenverordening waar nodig taalkundig te verduidelijken; - via het uitbreiden van de meldplicht gericht toezicht mogelijk te maken op het gebruik van mobiele ontgasinstallaties en op het bunkeren van (aangewezen) brandstoffen en energiedragers vanaf de wal bij een bedrijf waar dit is toegestaan.

Artikelsgewijze toelichting Hieronder worden de wijzigingen in de Havenverordening per artikel toegelicht. Voor een meer inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de teksten in de Havenverordening zelf. Algemene wijzigingen Bij de tweede wijziging van de verordening is het begrip ‘inrichting’ gewijzigd in ‘een bedrijf waar deze activiteiten zijn toegestaan’. Het is echter gebleken dat de term ‘locatie’ de lading beter dekt omdat ook openbare kades hieronder kunnen vallen. Naast een aantal redactionele wijzigingen wordt voorgesteld enkele artikelen te wijzigen zodat deze beter op de praktijk aansluiten. Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Voorgesteld wordt het begrip: -

“binnentankschip” te verduidelijken door de tekst “… gas als bedoeld in het ADN” toe te voegen omdat binnentankschepen naast vloeibare lading ook gas kunnen vervoeren; “controlelijst” tekstueel overeen te laten komen met de titel van het artikel waarop dit begrip van toepassing is; “dienstverlenend schip” ook van toepassing te laten zijn op het inspecteren van de huid van een schip; “efficiënt gebruik van de haven” en “ordening” toe te voegen. Met ordening als een van de motieven van de verordening wordt bedoeld een efficiënt gebruik van de haven. Met het definiëren van de begrippen efficiënt gebruik van de haven en ordening is duidelijk

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3 20 juni 2023 M2304-2014

-

-

-

-

-

gemaakt wat met beide begrippen is bedoeld. In de verordening wordt nu consequent gesproken over efficiënt gebruik van de haven.; “infrastructuur” toe te voegen. Het begrip infrastructuur komt in de verordening voor, bijvoorbeeld in artikel 3.7. Het opnemen van een definitie voorkomt onduidelijkheid over de strekking van het artikel waar het begrip in voorkomt; “kwetsbare objecten” toe te voegen. Dit vervangt het begrip “woonconcentraties”. Daarmee wordt aangesloten op de Omgevingswet; “LNG”, “LNG-aangedreven schip” en “LNG-brandstof” te laten vervallen. In de verordening wordt niet meer over een specifieke brandstof gesproken. In de verordening kan per brandstof specifieke regels wordt gesteld; “passagiersschip” aan te laten sluiten op de definitie zoals deze luidt in het Binnenvaartbesluit; "petroleumhaven” te wijzigen, waarbij het woord “vloeibaar” uit deze definitie wordt verwijderd Alle tankschepen die vloeibare gevaarlijke stoffen vervoeren dienen aan de voorwaarden van paragraaf 5 Petroleumhavens te voldoen; “ventileren” te verduidelijken door in de begripsomschrijving op te nemen onder welke condities wordt gesproken over ventileren. Deze condities komen in artikel 4.11 te vervallen; “woonconcentraties” te laten vervallen; “zeetankschip” aan te vullen met “..of gas als bedoeld in de IGC code” omdat zeetankschepen naast vloeibare lading ook gas kunnen vervoeren.

Artikel 1.5 Voorschriften en beperkingen Omdat de voorwaarden voor toepassing van artikel 1.5 ook geldt voor het nemen van een maatregel, en een maatregel niet een toestemming of aanwijzing is, is de maatregel toegevoegd aan dit artikel. Paragraaf 3 Ordening en gebruik van de haven Artikel 3.2 Aanwijzen gebieden en periodes ligplaatsnemen Dit artikel regelt in het algemeen dat het college bevoegd is gebieden aan te wijzen waar bepaalde typen schepen zich wel of niet mogen bevinden dan wel voor ligplaatsen aan te geven welke activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het aanwijzen van activiteiten is nieuw en geeft de mogelijkheid om ongewenste activiteiten op bepaalde ligplaatsen te voorkomen. Artikel 3.6 Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven Het artikel sloot onvoldoende aan op de praktijk. Het doel van dit artikel is dat er geen schade wordt toegebracht aan de infrastructuur wanneer voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven worden gebruikt. Artikel 3.8 Rechthebbenden Voorgesteld wordt om de titel “Overlast aan schepen” te wijzigen in “Rechthebbenden” omdat dit beter aansluit op de tekst van het artikel. Artikel 3.11

Operationele ruimte ligplaatsen

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4 20 juni 2023 M2304-2014

Bepaalde soorten schepen mogen zonder ontheffing buiten de operationele ruimte ligplaats nemen, namelijk bunker- en dienstverlenende schepen. Andere schepen hebben een ontheffing nodig als ze buiten deze ruimte willen liggen. Het college kan in het besluit tot aanwijzing van de operationele ruimte bepalen dat ook andere schepen zonder ontheffing buiten de operationele ruimte ligplaats mogen nemen. Artikel 3.13 Voorzieningen in de haven Dit artikel is op eenieder van toepassing en niet alleen op de schipper, kapitein of exploitant. Paragraaf 4 Veiligheid en milieu in de haven Artikel 4.4 Veilige toegang Het doel van dit artikel is dat schepen een veilige toegang moeten hebben. Artikel 4.5 Verrichten van werkzaamheden Werkzaamheden aan schepen dienen in eerste instantie uitgevoerd te worden op locaties waar dit is toegestaan, zoals een werf. In geval van kleine reparaties mogen werkzaamheden onder specifieke voorwaarden ook op andere locaties worden uitgevoerd. Om te voorkomen dat werkzaamheden uitgroeien tot werkzaamheden van grote omvang en buiten een omgeving plaatsvinden die daartoe niet ingericht is, is bepaald dat de werkzaamheden in totaal niet langer dan 7 dagen mogen duren. Met de voorgestelde wijziging van het artikel wordt dit duidelijker aangegeven. Daarnaast wordt in het derde lid voorgesteld om geen specifieke brandstoffen of energiedragers meer te noemen.

Het arsenaal aan brandstoffen en energiedragers neemt toe waarbij iedere brandstof of energiedrager bepaalde risico’s met zich meebrengt. Via een besluit van het college kan per brandstof of energiedrager bepaald worden of werkzaamheden aan de betreffende installatie zondermeer mogen worden uitgevoerd. Artikel 4.10 Vergunning mobiele ontgasvoorziening Het ontgassen van ladingtanks via mobiele ontgasvoorziening zal meer gaan voorkomen als gevolg van de milieubelasting en de toenemende weerstand in de maatschappij tegen het ontgassen naar de atmosfeer. Het is daarom belangrijk dat er gericht toezicht plaats kan vinden. Om die reden wordt voorgesteld een meldplicht op te nemen. Artikel 4.11 Schoonmaken en ventileren van ladingtanks of sloptanks van tankschepen De wijziging in dit artikel is voor een deel het herschikken van de tekst, het regelen op een logischerwijze, alsook het weglaten van onderdelen die voor zich spreken zodat de nadruk ligt op stoffen die niet open mogen worden schoon gemaakt. Paragraaf 5 Petroleumhavens Artikel 5.2 Toegelaten schepen in de petroleumhaven Als gevolg van de introductie van het begrip “infrastructuur” en het schrappen van de definitie van het begrip “LNG” dient dit artikel gewijzigd te worden. Artikel 5.3

Verbod open vuur, roken en vonkvorming

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5 20 juni 2023 M2304-2014

Met dit wijzigingsvoorstel wordt duidelijk aangegeven dat het roken alleen is toegestaan in een afgesloten ruimte die daarvoor bestemd is. Artikel 5.4 Tankschepen met gevaarlijke stoffen De stoffen die in het tweede lid onder b waren opgenomen zijn uitgebreid met stoffen die geen gevaar voor de omgeving opleveren. Artikel 5.5 Binnentankschepen met gevaarlijke stoffen Een schip dat een ontvangstvoorziening is mag alleen in de petroleumhaven komen als het daar is om afval te ontvangen. Met deze wijziging wordt verduidelijkt wat met deze regel wordt bedoeld. Artikel 5.6 en artikel 5.7 Zeetankschepen/ combinatietankschepen met gevaarlijke stoffen De kapitein is verantwoordelijk om de "verklaring gasdeskundige” af te geven aan de havenmeester. Een gasdeskundige dient de verklaring op te maken. Zeeschepen met gevaarlijke stoffen die ligplaats nemen buiten een petroleumhaven en waarbij een verklaring gasdeskundige is vereist mogen geen activiteiten uitvoeren met gevaarlijke stoffen, die de conditie van de ladingtanks of sloptanks wijzigen. Dit wordt geregeld in eerste lid onder c.

Paragraaf 7 Zoneringsregeling schepen met gevaarlijke stoffen in verpakking of bulk Artikel 7.1 Verbod ligplaatsinname schip met gevaarlijke stoffen Met kwetsbare objecten wordt aangesloten op de nog vast te stellen Omgevingswet met betrekking tot het bepalen van veiligheidscontouren. Artikel 8.1 Bunkeren De wijziging van het vijfde lid creëert een bevoegdheid voor het college om voor bepaalde brandstoffen en energiebronnen gelijktijdige activiteiten bij het (de)bunkeren toe te laten. Het gaat dan om brandstoffen en energiebronnen die bepaalde eigenschappen van een gevaarlijke stof bevatten. Artikel 8.8 Tekens Voorgesteld wordt aan te sluiten op het begrip “tekens” zoals opgenomen in het Binnenvaartpolitiereglement (Bpr). Artikel 8.8 beschrijft meer in het algemeen de bevoegdheid van het college om tekens voor te schrijven. Tevens kan het college in verband met de veiligheid minimale passeerafstanden voorschrijven. Artikel 8.9 Meldingen Voorgesteld wordt een nieuw artikel toe te voegen. Afhankelijk van de risico’s bij het bunkeren of debunkeren van bepaalde brandstoffen en energiedragers is het voor de havenmeester in het kader van veiligheid voor de omgeving (onder andere de scheepvaart) belangrijk te weten waar en wanneer de bunkeractiviteit plaatsvindt.

Dit is ongeacht of deze activiteit bij het walbedrijf plaatsvindt waar de brandstof vanaf de wal wordt geleverd en daarmee onder de vergunning van het walbedrijf valt.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6 20 juni 2023 M2304-2014

Financiële consequenties: Er zijn geen financiële consequenties Juridische aspecten: De wijziging van de Havenverordening Rotterdam 2020 geschiedt door de gemeenteraad op basis van artikel 147 van de Gemeentewet; de wijziging van de Havenverordening Rotterdam 2020 is een algemeen verbindend voorschrift waar geen bezwaar of beroep tegen open staat; de centrale regelgevingstoets heeft plaatsgevonden. Het bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

A. Aboutaleb

Bijlage(n):

1. Ontwerpbesluit derde wijziging Havenverordening Rotterdam 2020 2. Bijlage 2 bij Havenverordening Rotterdam 2020

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7 20 juni 2023 M2304-2014

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8a0f19ce-a111-4769-8085-54fc2c8f528f