CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb004016] Bijlage 3 behorende bij 23bb004013 over Rotterdamse Monitor Inburgering 2022

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 28 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Samenleven12.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rotterdamse monitor inburgering 2022

Inhoudsopgave Management­samenvatting

4

Inleiding7 1. Doelgroepen

8

2. Wonen

9

2.1

Taakstelling en samenstelling statushouders

9

2.1.1 Taakstelling statushouders

9

2.1.2 Samenstelling statushouders

9

Huisvesting status­houders

12

2.2.1 Huisvesting door woningcorporaties

12

2.2.2 Druk op de woningmarkt

12

2.2.3 Huisvesting statushouders buiten corporatievoorraad

13

2.2.4 Opvang alleenstaande minderjarige vreemdeling

14

2.2.5 Opvang op schepen voor gekoppelde statushouders

14

2.2

3. Begeleiding

15

3.1 Maatschappelijke begeleiding

3.2

2

15

3.1.1 M  aatschappelijke begeleiding voor status­houders door VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland

15

3.1.2 M  aatschappelijke begeleiding voor gezins- en overige migranten door Stichting Buurtwerk en Stichting Voorlichters Gezondheid

16

Lokale initiatieven

16

3.2.1 Stichting Buddy to Buddy

16

3.2.2 Stichting Mano – Programma Samen­doorSamen

17

Rotterdamse monitor inburgering 2022

3.3

3.2.3 OpenEmbassy – Project Van inzichten naar interventies

17

3.2.4 Theatervoorstelling Ik Ben Hier

17

Financiële begeleiding

17

3.3.1 Financieel ontzorgen

17

3.3.2 Financieel spreekuur en workshop Omgaan met geld

18

3.3.3 Verdere mogelijkheden preventie schulden

18

4. Inburgeren, Werken en Onderwijs

19

4.1 Rotterdamse Taalstart (RTS) voor statushouders 

20

4.2

Leerbaarheidstoets

20

4.3 Assessment voor statushouders

20

4.4 Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP)

21

4.5

Leerroutes

21

4.6

Pilot Vroege Start – schip Statendam

23

4.7

Einde Lening nog Inburgeringsplichtig (ELIP)

23

4.8

Onvoltooide inburgering

23

4.9

Inzicht bijstands­uitkeringen

23

4.9.1 Instroom en uitstroom

24

4.9.2 Verdeling naar leefsituatie & geslacht en leeftijd

26

4.9.3 Parttime werken

28

4.10 Inzet instrumenten

29

5. Onderzoek Rotterdamse inburgeringsbeleid

30

Colofon31

Rotterdamse monitor inburgering 2022

3

Management­ samenvatting Per 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering (Wi 2021) ingegaan. De regie op inburgering ligt sindsdien bij gemeenten. De gemeente is verantwoordelijk voor de begeleiding en biedt inburgeraars een inburgeringsprogramma op allerlei aspecten zoals wonen, financiën, participatie, leren en werken. Alle inburgeraars krijgen een inburgeringstraject op maat. Zo kunnen inburgeraars snel meedoen aan de Rotterdamse samenleving. Rotterdam beschouwt de nieuwe Wet als een goede ontwikkeling. Het is een kans om de inburgeraars succesvoller te laten inburgeren door ze beter te onder­ steunen. Dat is goed voor inburgeraars en goed voor de stad. Wel is het een grote verandering en vraagt het veel van de gemeente en de uitvoerende partners. Het kost tijd voordat we de nieuwe Wet eigen hebben gemaakt en de uitvoering verloopt zoals we voor ogen hebben. Naast de nieuwe Wet, hebben we nog met 2 vorige Inburgeringswetten te maken, die gelden voor inburgeraars die vóór 2021 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog niet aan hun plicht hebben voldaan. Er bestaan nu 3 inburgeringsstelsels naast elkaar: Wi 2007, Wi 2013 en Wi 2021. Elke wet heeft verschillende eisen, rechten en plichten. In 2022 vielen er 752 statushouders en 617 gezins- en overige migranten onder de nieuwe Wet. Niet alle inburgeraars zijn in 2022 begonnen met hun inburgering.

Dat komt doordat inburgeraars langer moesten wachten op een woning door het woningtekort in de gemeente. Ook het opstellen van een PIP duurde langer dan verwacht, omdat er een wachtlijst was voor de – voor het PIP – verplichte leerbaar­ heidstoets. Andere redenen zijn dat inburgeringsplichtige gezinsmigranten vaak niet kwamen opdagen voor de gesprekken waarin het PIP wordt opgesteld. En dat schoolgaande 18+’ers zelf een vrijstelling voor de inburgering moeten aanvragen. Rotterdam wil de nieuwe Wet op een goede en effectieve manier uitvoeren. Daarom doen de Erasmus Universiteit en de gemeente Rotterdam onderzoek naar de effectiviteit van de Rotterdamse werkwijze. De uitkomsten hiervan gebruiken we om onze werkwijze waar nodig aan te passen en te verbeteren.

4

Rotterdamse monitor inburgering 2022

Ieder jaar informeren we de raad over de Rotterdamse Opgave Inburgering met de Monitor Statushouders. Omdat inburgeraars niet alleen statushouders zijn, hebben we de naam in 2023 gewijzigd in Rotterdamse Monitor Inburgering. De monitor beschrijft op hoofdlijnen de uitvoering van de Rotterdamse opgave inburgering. De belangrijkste cijfers en bevindingen over het jaar 2022 vindt u in deze managementsamenvatting.

Inburgeraars Rotterdam Statushouders zijn vluchtelingen met een verblijfs­ver­ gunning. Zij zijn – als ze volwassen zijn – verplicht om in te burgeren. Dat geldt ook voor gezins­migranten. Dit zijn migranten die bij hun Nederlandse partner of ander familielid komen wonen. Alleen vol­was­senen zijn inburgeringsplichtig. Van de totale instroom van statushouders in Rotterdam is gemid­deld 30% jonger dan 18 jaar. Zij zijn dus niet inburgerings­plichtig, maar moeten wel naar school. Van de resterende 70% is ruim een derde tussen de 18 en 27 jaar en bijna tweederde is ouder dan 27 jaar. Voordat de begeleiding kan starten, moeten statushouders eerst gehuisvest worden. Ondanks de grote druk op de sociale huur­woningmarkt is het door de inzet van verschillende partijen gelukt om in 2022 de wettelijke taakstelling van 861 personen te realiseren. We hebben 958 personen gehuisvest, 97 personen meer dan de taakstelling. Dit aantal wordt in mindering gebracht op de taakstelling van 2023. Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)1 eind januari 2022 het proces van vaststellen van de inburgeringsplicht tijdelijk stopgezet. Vanwege fouten bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) konden gemeenten pas vanaf eind maart 2022 inburgeraars begeleiden die onder de nieuwe Wet vallen.

Wonen De woningcorporaties hebben het merendeel van het aantal statushouders gehuisvest. Daarnaast is in 2022 huisvesting gerealiseerd in woningen van particuliere verhuurders en in panden die via leegstandsbeheerders worden verhuurd. Zo hebben 5 jonge statushouders in 2022 een tijdelijk huurcontract gekregen voor een kamer in het voormalige Havenziekenhuis. Ook in 2023 kunnen zij hier blijven wonen. Verder zijn in 2022 37 statushouders gehuisvest via particuliere verhuurders. Zij hebben allemaal tijdelijke huurcontracten voor de 1

DUO stelt de inburgeringsplicht en de inburgeringstermijn vast.

2

Ook bekend als de Rotterdamse Aanpak Inburgering (november 2021).

Rotterdamse monitor inburgering 2022

duur van maximaal 2 jaar. We streven ernaar deze mensen na die tijd naar een andere woning te bemid­delen. Daarbij zijn we afhankelijk van beschikbare woonruimte. Door het behalen van de taakstelling heeft Rotterdam een belangrijke bijdrage geleverd en draagt Rotterdam bij aan de doorstroom in de Nederlandse migratieketen en het verminderen van de druk in de asielzoekercentra.

Financiën Zodra een statushouder een woning heeft, is de Rotterdamse Opgave Inburgering2 erop gericht dat statushouders zo snel mogelijk (financieel) zelfredzaam worden. Dit is ook verplicht vanuit de nieuwe Wet inburgering. Hiervoor krijgen alle statushouders maatschappelijke en financiële begeleiding en volgen zij ook workshops over financiën. De financiële begeleiding van de gemeente bestaat uit het 6 maanden lang betalen van de 4 vaste lasten (water, energie, huur en zorgverzekering) vanuit de bijstandsuitkering voor levensonderhoud. Zo kunnen statushouders zo snel mogelijk beginnen met het inburgeringstraject, zonder zich zorgen te maken over het betalen van de vaste lasten. 2022 zijn er vanuit het gemeentelijke Intakeloket Ondersteuning Statushouders (IOS) 186 statushouders bij de Kredietbank Rotterdam (KBR) aangemeld voor het financieel ontzorgen. Door de huidige inflatie hebben veel statushouders toch financiële zorgen, ondanks de financiële begeleiding. De energieprijzen zijn erg gestegen, waardoor men te weinig overhoudt om het levensonderhoud te betalen. Statushouders die in 2022 gehuisvest zijn, hebben een nieuw energiecontract moeten afsluiten met hoge prijzen. De gemeente Rotterdam, waaronder de Kredietbank Rotterdam (KBR), zoekt naar passende oplossingen.

Een deel van de oplossing ligt bij het direct starten met financieel ontzorgen in plaats van na een maand, zoals tot voor kort door de kredietbank gebeurde.

5

Gezins- en overige migranten kunnen maatschappelijke begeleiding krijgen, maar dit is niet wettelijk verplicht. Ook hoeven zij volgens de nieuwe Wet niet financieel ontzorgd te worden, omdat ervan uit wordt gegaan dat zij een netwerk hebben.

Inburgeringstraject Tegelijkertijd met de maatschappelijke en financiële begeleiding en het financieel ontzorgen start het inburgeringstraject. Inburgering bestaat uit: Een bij de inburgeraar passende leerroute; Een Participatieverklaringstraject; Een Module Arbeidsmarkt en Participatie; Een intensieve begeleiding door de consulenten.

. . . .

De consulenten spreken en zien de statushouder frequent en zijn de spin in het web voor het begeleiden van een inburgeringstraject. De gezinsmigranten worden ook begeleid door consulenten, alleen minder frequent. Zij moeten zelf zorgen dat zij de taal leren. Alleen het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt en Participatie moet de gemeente hen aanbieden vanuit de wet.

Werk en inkomen Door de regierol vanuit de nieuwe Wet inburgering kan de gemeente een passend inburgeringstraject aanbieden en tegelijkertijd toeleiden naar werk voor statushouders. Daardoor kunnen statushouders eerder financieel zelfredzaam worden en zo beperkt mogelijk bijstandsafhankelijk zijn. Daarom spant de gemeente zich in om deze totale groep werkzoekenden zo veel mogelijk duurzaam uit te laten stromen.

statushouders dat parttime werkt, is gestegen van 1.207 (2021) naar 1.328. Dit aandeel neemt de laatste jaren toe en dat zien wij als een gunstige ont­wik­keling. Veel statushouders zijn nog bezig met hun inburger­ings­ traject en kunnen hierdoor niet altijd fulltime werken. We stimuleren hen om naast de inbur­ger­ing te werken, al dan niet in deeltijd. Daarmee vergroten zij de kans dat zij na de inburgering full­time aan de slag kunnen. Vanuit Wi 2021 hebben we hier meer invloed op, maar een groot deel van de statushouders valt onder de oudere inburgerstelsels. Van de totale instroom in de uitkering in 2022 is 8,3% statushouder. Bij jongeren (onder de 27 jaar) is het aandeel statushouders dat in 2022 voor het eerst een uitkering ontving, groter, namelijk 13%. Van het totaal aantal uitkeringsgerechtigden is het aandeel statushouders boven de 27 jaar 7,2%. Onder de 27 jaar is het aandeel statushouders 18,9%, dat is 4% meer dan in 2021. De verklaring hiervoor is dat veel jongeren werkloos zijn geraakt in de coronaperiode. Veel jongeren hebben in 2022 weer vlot werk gekregen. Dit geldt niet voor de complexere groep statushouders die meer problematiek heeft. De verwachting is dat het aantal statushouders dat afhankelijk is van de bijstand verder zal groeien.

Door de hogere taakstelling, de complexiteit van de doelgroep ten opzichte van reguliere werkzoekenden en de beschik­ baarheid van budget om hen te begeleiden.

In 2021 zagen we dat het aantal statushouders dat afhankelijk is van een uitkering was toegenomen doordat door corona de arbeidsmarkt ongunstig was en de hogere taakstelling. In 2022 is het aantal statushouders dat afhankelijk is van een bijstands­ uitkering gestegen van 2.921 (2021) naar 3.118, verdeeld over 2.370 huishoudens. Tegelijkertijd zijn in 2022 483 huishoudens status­ houders uit de uitkering gestroomd. 70% stroomt uit door inkomsten uit werk of doordat zij een studie of opleiding gaan doen. Dit is mede te danken aan de inzet van meer capaciteit en gespecialiseerde consulenten. Dit betekent dat de instroom (605 uitkeringen) groter is dan de uitstroom (483 uitkeringen). De hogere instroom komt door de hogere taakstelling in 2022. De verwachting is dat ook de komende jaren gemeenten meer statushouders moeten huisvesten. Het aantal

6

Rotterdamse monitor inburgering 2022

Inleiding Voor u ligt de Rotterdamse monitor inburgering 2022 (voorheen de Rotterdamse monitor statushouders). Deze monitor beschrijft de stand van zaken van de uitvoering van de opgave inburgering in Rotterdam. Vanaf 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering (Wi 2021) ingegaan. Met de nieuwe Wet inburgering zijn gemeenten verantwoordelijk voor een integraal aanbod op inburgering en krijgen zij de regierol in de uitvoering van het nieuwe stelsel. De Rotterdamse werkwijze zet in op dat inburgeraars kunnen meedoen in de samenleving en zo snel moge­ lijk de Nederlandse taal beheersen. Elkaar verstaan is een voorwaarde voor samenleven en het opbouwen van een netwerk. Zo houden inburgeraars regie over hun eigen leven en kunnen ze ook terecht bij een netwerk dat breder is dan hun eigen gemeenschap. Inburgeren vraagt inspanning van de inburgeraar en van de samenleving. Een actieve en veerkrachtige inburgeraar is in staat om kansen te benutten en actief mee te doen. De Rotterdamse samenleving speelt een belangrijke rol bij inburgering; door veilig en open te zijn, kunnen nieuwkomers meedoen.

Rotterdam heeft met de volgende uitgangspunten vormgegeven aan het nieuwe inburgeringsstelsel: Participatie is het hoofddoel, het liefst via betaald werk of een opleiding Taal is de basis om volwaardig te kunnen participeren Actieve inzet van de inburgeraar Een ontspannen houding van de samenleving Persoonlijke benadering en maatwerk

. . . . .

Het doel van de nieuwe wet is dat iedereen meedoet aan de samenleving, het liefst via betaald werk. De inzet van de inburgeraar, de overheden en andere (maatschappelijke) partners is hierop gericht. De regierol van gemeenten over de uitvoering is vastgelegd in de wet. De nieuwe wet kent hoge ambi­ ties vergeleken met het vorige inburgeringsstelsel. 3

Participatie is het hoofddoel en het vereiste taalniveau is verhoogd van A2 naar B13. Samenwerking tussen de inburgeraar, de overheden en partners is cruciaal om deze doelen te behalen. Onder vorige inburgeringsstelsels (Wi 2007 en Wi 2013) zijn inburgeraars zelf verantwoordelijk (ook financieel) voor hun inburgeringstraject, zoals het uitzoeken en inkopen van inburgeringslessen. In de praktijk werkt dit niet. Een grote groep inburgeraars is de dupe geworden van malafide taalaanbieders. Veel inburgeraars hebben hun DUO-lening opgemaakt terwijl hun inburgering­ straject nog lang niet is afgerond. Hierdoor hebben sommigen grote schulden bij DUO opgebouwd. Alle betrokken stakeholders erkennen het falen van het vorige inburgeringsstelsel. Met de Rotterdamse opgave inburgering, die in november 2021 is aangeboden (21bb14516), geeft de gemeente invulling aan de nieuwe wettelijke taken en de bijbehorende verantwoordelijkheden. Dit document geeft de complete beschrijving van de visie op en de uitvoering van de wet. Ook bevat deze opgave de vorige inburgeringstelsels (Wi 2007 en Wi 2013). Want hierin hebben we als gemeente nog steeds een rol, aangezien inburgeringsraars nog onder deze stelsels vallen.

Tot slot, in deze monitor komen de volgende onder­ werpen aan bod: doelgroepen, wonen, begeleiding, inburgeren, werken en leren en onderzoek en evaluatie van de Rotterdamse inburgeringsopzet. Elk onderwerp wordt in een apart hoofdstuk behandeld en geeft een weergave over het jaar 2022. Voor de leesbaarheid van deze monitor spreken we over de statushouder en gezinsmigrant in de hij-vorm. Uiteraard bedoelen we hier ook alle andere gendervormen mee.

A Basisgebruiker (A1/A2: beginner), B Zelfstandige gebruiker (B1/B2: gevorderd); https://detaalbrigade.nl/taalniveaus/.

Rotterdamse monitor inburgering 2022

7

Hoofdstuk 1

Doelgroepen Dit hoofdstuk gaat over de verschillende groepen inbur­ geraars. Statushouders en gezins- en overige migranten zijn inburgeringsplichtig. Asielzoekers zijn dat nog niet. Hieronder geven we de definitie van beide groepen.

. Een statushouder is iemand die door Nederland als vluchteling wordt erkend en een asielstatus krijgt. De persoon is dan geen asielzoeker meer. In plaats van statushouder wordt ook wel de term vergunning­ houder gebruikt. Statushouders hebben een ver­ blijfsvergunning en mogen een opleiding volgen en werken in Nederland. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) koppelt de statushouders aan gemeenten. Gemeenten moeten hen vervolgens passende woonruimte bieden (hoofdstuk 2). Binnen de doelgroep statushouders vallen ook alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). Een amv is bij aankomst in Nederland jonger dan 18 jaar, afkomstig uit een land buiten de Europese Unie en naar Nederland gekomen zonder ouder(s) of een andere persoon, die het gezag over de jongere heeft. Amv’s vallen tot 18 jaar onder de verantwoor­ delijkheid van voogdijinstelling Nidos (landelijke voogdijinstelling voor amv’s).

. Een gezinsmigrant is een persoon die van buiten de EU naar Nederland komt, om een huwelijk of partnerschap aan te gaan met een in Nederland gevestigde persoon of tot Nederlander genaturali­ seerde partner (de referent).

. Een overige migrant is een geestelijk bedienaar of familielid van kinderen die onder het kinderpardon vallen. Dit zijn geen asielstatushouders en zij vallen beleidsmatig gezien onder hetzelfde regime als de gezinsmigranten.

8

Opgave inburgering Naast de nieuwkomers die vanaf 2022 in Rotterdam wonen, is eerder aangegeven dat de gemeente ook de huidige inburgeraars binnen de stelsels 2013 en 2007 bedient. Vanaf 2022 hebben we dus 3 inburgerings­ stelsels naast elkaar, met verschillende eisen, rechten en plichten4. Om de onderdelen van het inburgering­ straject, die in de nieuwe Wet inburgering onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen, duide­ lijk uit te beelden, zijn routekaarten gemaakt. Naast de routekaarten staat de opgave beschreven in de Rotterdamse opgave inburgering. Omdat de gemeen­ telijke wettelijke taken voor statushouders anders zijn dan voor gezinsmigranten5, is voor beide groepen een aparte routekaart gemaakt6, zie bijlage. Voor de statushouders die onder het vorige stelsel vallen (2013) heeft de gemeente minder regie op het inburgeringstraject. Om nog iets te kunnen doen in het sturen van de kwaliteit van de inburgering, is er sinds november 2020 een kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering opgezet. Dit is een afspraak tussen de gemeenten en 30 taalaanbieders in de regio. Via dit convenant monitort het gemeentelijke kwaliteitsteam de kwaliteit en faciliteert de diversiteit van het taal­ aanbod. Het kwaliteitsteam heeft effectief drempels opgeworpen om fraude binnen de inburgering tegen te gaan.

Omdat het kwaliteitsteam precies weet wat voor inburgeringsaanbod er in de stad is, wordt de expertise van het team ingeschakeld om te adviseren bij het inko­ pen van gericht taalaanbod. Zoals inburgeringsaanbod, taalaanbod op de riviercruiseschepen, voor de gezins­ migranten, ELIP’ers (Einde Lening Inburgeringsplichtig), onvoltooide inburgeraars en WEB- (Wet Educatie en Beroepsonderwijs) trajecten. Het kwaliteitsteam maakt inzichtelijk welke kwaliteiten de diverse taalaanbieders bezitten, op wie de aanbieders zich richten en werkt hierin samen met Blik op Werk.7

4

Bijlage 1. Rotterdamse Aanpak Inburgering 2021, p.6.

5

In 2022 zijn 570 gezins- en overige migranten inburgeringsplichtig geworden in Rotterdam.

6

Bijlage 1. Rotterdamse Aanpak Inburgering 2021, p.21 en 22.

7

Blik op Werk controleert de kwaliteit van aanbieders van inburgeringstrajecten.

Rotterdamse monitor inburgering 2022

Hoofdstuk 2

Wonen In dit hoofdstuk geven we weer wat de taakstelling van de gemeente Rotterdam is, of deze is gerealiseerd en hoe, in welke gebieden de statushouders zijn gehuisvest en hoe groot de druk op de woningmarkt is.

2023 in mindering gebracht. Daarnaast is er nog sprake van 50 te herhuisvesten statushouders. Voor 2023 is het totaal aantal te huisvesten personen 1.748. Tabel 1. Taakstelling van 2016 tot en met 2023

2.1 Taakstelling en samenstelling statushouders 2.1.1 Taakstelling statushouders Nederlandse gemeenten krijgen van het Rijk elk half jaar een taakstelling opgelegd naar rato van het inwo­ nersaantal voor de huisvesting van statushouders. Op 1 oktober en 1 april van het betreffende jaar maakt het Rijk de taakstelling voor het daaropvolgende half­ jaar bekend. De provincies zien erop toe dat gemeenten hun taakstelling realiseren. De hoogte van de taakstelling schommelt flink de afge­ lopen jaren. Na een piek in 2016 (door de vluchtelingen­ crisis in Syrië) is de taakstelling in de jaren daarna flink afgenomen. Vanaf 2021 is weer sprake van een stijging. Ondanks de hoge taakstelling in 2021 en 2022 is het Rotterdam in deze jaren toch gelukt om de taakstelling te halen. De taakstelling van 2016 tot en met 2022 is te zien in de tabel hiernaast.

Periode

Taakstelling

Voor-/ achterstand aan eind van het jaar

2016

1579

-304

2017

840

+116

2018

879

-122

2019

434

-64

2020

435

-55

2021

904

+4

2022

861

+97

2023

17958

2.1.2 Samenstelling statushouders Geslacht

In 2022 hebben we 97 personen meer gehuisvest dan de taakstelling en daarmee hebben we de taakstelling ruim­ schoots gehaald. Alle personen die boven op de officiële taakstelling zijn gehuisvest, worden voor de Rotterdamse taakstelling voor 2023 in mindering gebracht.

Taakstelling 2023 Voor geheel 2023 is het totaal aantal te huisvesten perso­ nen (volwassenen en kinderen) 1.795. In de eerste helft betreft onze opgave het huisvesten van 784 personen en in de tweede helft 1.011 personen. Omdat we in 2022 97 personen meer hebben gehuisvest dan de taakstelling, wordt dit aantal voor de Rotterdamse taakstelling voor 8

Over de gehele periode 2013-2022 is 58% man en 42% vrouw. Van de 958 in 2022 gehuisveste statushouders is 59% man en 41% vrouw.

Leeftijdsopbouw De in tabel 2 gehanteerde leeftijdscategorieën houden verband met regelgeving en beleid, die op de verschillende categorieën van toepassing zijn. Zoals de leerplichtwet (0-17), studiefinanciering (tot en met 29) en AOW (67 en ouder). Een derde van de groep status­ houders die vanaf 2013 is ingestroomd, is jonger dan 18 jaar. 59% van de totale groep is jonger dan 30 jaar. Slechts 4% is ouder dan 55 jaar. De groep statushouders

In 2022 hebben we 97 personen meer gehuisvest dan de taakstelling. Bovendien is er sprake van 50 te herhuisvesten statushouders. Dus voor 2023 is

het totaal aantal te huisvesten personen 1.748.

Rotterdamse monitor inburgering 2022

9

is dus veel jonger dan de gemiddelde Rotterdamse bevolking. In 2022 is de verdeling over leeftijd vergelijk­ baar met die van 2021.

Nationaliteit In 2022 zijn Syriërs nog steeds de grootste groep onder de statushouders (46%), gevolgd door Turken (13%). Opvallend is ook de verwachte stijging van Afghaanse statushouders (11%). De stroom van Eritreeërs en Jemenieten is gedaald naar respectieve­ lijk 7 en 5%. Over de jaren 2013-2022 bestaat ongeveer de helft uit Syriërs en de daaropvolgende grootste groep uit Eritreeërs.

Gezinssamenstelling We maken onderscheid tussen 4 soorten gezinssamen­ stelling: alleenstaanden, gezinsherenigers, gezinsleden en referenten. Alleenstaanden zijn alleenstaande statushouders, die alleen in Nederland zijn aangekomen Gezinsherenigers zijn statushouders die via de gezinsherenigingsprocedure in Nederland zijn aangekomen Gezinsleden zijn statushouders die als gezin zijn aangekomen in Nederland Met referenten bedoelen we statushouders die gezinshereniging aanvragen

. . . .

Net als in 2021 zijn er in 2022 relatief veel alleenstaanden gehuisvest (34%). Het aandeel gezinsherenigers was in 2022 met een percentage van 40% weer iets hoger dan het vorige jaar. Dit kwam mogelijk door meer toekennin­ gen door de IND en meer mogelijkheden voor de nareis om in te vliegen. Het aandeel gezinsleden was met 21% bijna gelijk aan de instroom van vorig jaar en het aandeel referenten lag met 4% net zo laag als in 2021.

10

Rotterdamse monitor inburgering 2022

Tabel 2. Kenmerken van statushouders die in de periode 2013-2022 zijn gehuisvest9 Kenmerk

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

totaal

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

Man

161

56

286

62

599

62

910

63

578

47

319

50

288

58

281

63

570

60

565

59

4.557

58

Vrouw

126

44

172

38

364

38

540

37

665

53

325

50

208

42

167

37

386

40

393

41

3.346

42

0-17

114

40

131

29

259

27

385

27

539

43

293

45

169

34

118

26

279

29

329

34

2.616

33

18-22

35

12

68

15

148

15

200

14

134

11

71

11

61

12

45

10

113

12

112

12

987

12

23-26

35

12

71

16

154

16

238

16

111

9

51

8

44

9

64

14

113

12

122

13

1.003

13

27-29

25

9

47

10

94

10

159

11

87

7

36

6

37

7

58

13

88

9

75

8

706

9

30-54

72

25

131

29

285

30

436

30

328

26

176

27

161

32

150

33

324

34

281

29

2.344

30

55-66

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

33

3

210

3

67 en ouder

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

6

1

37

0

Syrië

26

9

165

36

435

45

845

58

805

65

267

41

151

30

161

36

421

44

443

46

3.719

47

Turkse

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

25

5

50

11

70

7

124

13

286

4

Afghanistan

22

8

18

4

17

2

36

2

26

2

41

6

30

6

16

4

22

2

101

11

329

4

Eritrea

27

9

57

12

204

21

267

18

134

11

120

19

111

22

34

8

70

7

65

7

1.089

14

Jemenitische

<

<

<

<

<

<

<

<

<

<

27

4

20

4

57

13

131

14

50

5

290

4

Iran

19

7

22

5

38

4

28

2

34

3

23

4

26

5

20

4

54

6

30

3

294

4

Somalië

114

40

85

19

45

5

17

1

16

1

<

<

16

3

<

<

16

2

11

1

337

4

Irak

13

5

22

5

<

<

42

3

38

3

37

6

17

3

<

<

19

2

10

1

217

3

Overig

53

18

74

16

186

19

203

14

169

14

86

13

76

15

71

16

134

14

103

11

1.155

15

Onbekend

12

4

14

3

27

3

11

1

16

1

23

4

24

5

20

4

19

2

21

2

187

2

Alleenstaanden

97

34

185

40

312

32

416

29

186

15

93

14

164

33

218

49

350

37

326

34

2.347

30

Gezinsherenigers

113

39

99

22

267

28

298

21

728

59

406

63

181

36

131

29

359

38

384

40

2.966

38

Gezinsleden

59

21

133

29

228

24

387

27

249

20

114

18

138

28

99

22

202

21

205

21

1.814

23

Referenten

18

6

41

9

156

16

349

24

80

6

31

5

13

3

0

0

45

5

43

4

776

10

Totaal

287

100 458

Geslacht

Leeftijd

Nationaliteit

Gezinssamenstelling

9

100 963

100 1.450 100 1.243 100 644

100 496

100 448

100 956

100 958

100 7.903

100

I.v.m. privacywetgeving zijn aantallen onder de 10 verwijderd. Vanaf 2013 worden deze cijfers op dezelfde manier bijgehouden.

Rotterdamse monitor inburgering 2022

11

2.2 Huisvesting status­houders 2.2.1 Huisvesting door woningcorporaties Gemeenten zijn verplicht statushouders te huisvesten. Zij doen dat in samenwerking met woningcorporaties. In de gemeente Rotterdam zijn dat Havensteder, Vestia, Woonbron, Woonstad, Resort Wonen, Woningbouwvereniging Hoek van Holland en Habion. Halverwege 2022 is ook de SOR (Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam) aangehaakt en neemt ook een deel van de opgave voor haar rekening. De opgave wordt verdeeld over de woningcorporaties naar rato van hun woningbezit met een sociale huur­ prijs. De woningbouwcorporaties zorgen ervoor dat statushouders zoveel mogelijk verspreid over de stad worden gehuisvest, met uitzondering van zones die aangemerkt zijn als Rotterdamwetgebieden.

2.2.2 Druk op de woningmarkt Statushouders zijn aangewezen op sociale huur­ woningen en de druk op deze markt is zeer hoog. Er zijn meer mensen of speciale doelgroepen die op deze huisvesting zijn aangewezen. Naast de reguliere woningzoekenden en statushouders zijn dit bijv. ook kwetsbare Rotterdammers en andere urgenten. Afgelopen jaar was de corporatievoorraad onvoldoende om al deze groepen te huisvesten en daarbij te voldoen aan de afspraken met de corporaties. Afgesproken is dat 45% van de vrijkomende woningen in het sociaalbasissegment (huurprijs tot maximaal €678,-, prijspeil 2022) toegewezen wordt aan reguliere woningzoekenden. Daarnaast wordt 25% toegewezen aan kwetsbare Rotterdammers en 30% aan urgenten via directe bemiddeling (zie tabel 3), waaronder ook statushouders.

In onderstaande tabel staat hoeveel woningen worden verhuurd aan urgenten via directe bemiddeling (als percentage van het totaal aantal woningen dat in dat jaar is verhuurd met een huurprijs in het sociaal­basis­ segment). In de tweede kolom staat welk percentage van deze verhuurde woningen naar statushouders is gegaan. Het aantal verhuringen in het goedkope segment door woningcorporaties neemt de afgelopen jaren toe en is ook in 2022 weer gestegen ten opzichte van 2021. In 2022 zijn in aantallen meer statushouders gehuis­ vest dan in 2021. Doordat het aantal verhuringen in 2022 is toegenomen, is het percentage woningen dat naar statushouders is gegaan toch lager. Omdat de corporatievoorraad afgelopen jaar onvol­ doende was om al deze groepen te huisvesten, is er voor statushouders via een andere wijze huisvesting gerealiseerd. Namelijk (tijdelijke) huisvesting via leegstandsbeheer of particuliere verhuurders, zie paragraaf 2.2.3. In 2022 zijn in totaal 438 woningen van woningcorporaties aan statushouders verhuurd. In deze 438 woningen zijn 799 personen gehuisvest. Huisvesting in kantoorpanden die omgebouwd moeten worden, brengen extra kosten met zich mee.

Tabel 3. Aandeel verhuurde woningen in sociaalbasis­segment via directe bemiddeling en specifiek aan status­houders

12

Periode

Directe bemiddeling

Statushouders

2016

23,7 %

13 %

2017

23 %

8%

2018

20 %

3%

2019

29 %

5%

2020

32 %

6%

2021

30 %

9%

2022

26 %

8%

Rotterdamse monitor inburgering 2022

2.2.3 H  uisvesting statushouders buiten corporatievoorraad

. Woning delen Sinds 2016 werkt de gemeente samen met Vestia en Havensteder in het project ‘woning delen’. Gapph (voorheen Villex) treedt op als intermediair en verzorgt naast de huurcontracten het sociaal beheer. Deze vorm van huisvesting, waarbij 3 per­sonen een huur­woning delen, is bedoeld voor jonge status­houders die tot hun 18e in de opvang verblijven (amv’s) én jongeren van 18-23 jaar van de lijst van Intakeloket Ondersteuning Statushouders (IOS). Er wonen momenteel 30 jonge statushouders in een deelwoning. Een aantal amv’s heeft een kamer gekregen bij Stadswonen, zodat zij nog zelf­stan­ diger en met andere jongeren kunnen wonen. Elke jongere die in een deelwoning verblijft heeft een Wmo-arrangement. Er moeten aankomend jaar meer kamers beschikbaar komen voor deze doel­ groep, omdat er sinds januari 2022 meer amv’s in Rotterdam worden opgevangen.

Niet alle statushouders krijgen een reguliere huur­ woning via de woningcorporatie. De afgelopen 2 jaar was de druk op de sociale huurmarkt zo hoog, dat het niet mogelijk was om hen allemaal via de woningcorporaties te huisvesten. Daarom zijn we op zoek gegaan naar andere vormen van huisvesting. Belangrijkste nadeel hiervan is dat het extra kosten met zich meebrengt en tijdelijk van aard is, en daarmee later alsnog een huisvestingsopgave oplevert. De volgende huisvestingsvormen zijn in 2022 ingezet:

. Huisvesting via particuliere verhuurders In 2022 zijn 37 statushouders gehuisvest via particuliere verhuurders. Het is juridisch gezien lastig om tegemoet te komen aan de wensen van de particuliere verhuurders. Zij vragen bijvoorbeeld een garantstelling van de gemeente voor het betalen van de huur en kosten, van eventuele schade en/of het voeren van een uitzettingsprocedure. Het is de gemeente echter niet toegestaan om zich op deze manier te mengen in de reguliere huurmarkt.

De kosten voor deze vorm van huisvesting zijn hoog. Naast de hoge kosten van begeleiding staat de gemeente garant voor leegstand en huurachterstan­ den. Na een landelijke lobby van de VNG vanwege de hoge kosten van deze opvang, is er landelijk voor 2022 10 miljoen euro beschikbaar gesteld. Deze gelden worden over alle gemeenten verdeeld die amv’s opvangen.

Er zijn ook statushouders die zelf voorzien in hun huisvesting, bijvoorbeeld door particulier te huren. Een statushouder die bij een vriend of kennis intrekt valt ook onder deze categorie. Dit betreft 4 adressen.

. Huisvesting via leegstandsbeheer of in leeg­ staande panden In 2022 zijn 5 jonge statushouders via leegstandsbe­ heer gehuisvest in het Havenziekenhuis. Ook in 2023 kunnen zij hier blijven wonen. In 2022 is gezocht naar leegstaand vastgoed dat geschikt gemaakt kon worden voor bewoning. Dit heeft 1 pand opgeleverd: Waelestein in de wijk Charlois. In januari 2023 zijn hier 24 statushouders gehuisvest. Tabel 4. Aantal woningen per huisvestingsvorm Aantal woningen per huisvestingsvorm

Via woningcorporaties

Via leegstandsbeheer

Via particuliere verhuurders

2021

422

30

21

2022

438

5

37

Rotterdamse monitor inburgering 2022

13

2.2.4 O  pvang alleenstaande minderjarige vreemdeling

2.2.5 Opvang op schepen voor gekoppelde statushouders

In Rotterdam woonden in 2022 91 amv’s in pleeggezin­ nen en 38 amv’s in een opvang. De grootste groep zijn Syrische en Eritrese jongens.

Vanwege de nationale opvangcrisis en de noodzaak om asielzoekerscentra te ontlasten, wordt in Rotterdam asielopvang aangeboden op 5 riviercruiseschepen voor in totaal 500 vluchtelingen. Ongeveer de helft van hen zijn aan Rotterdam gekoppelde statushouders. Het COA bekostigde deze tijdelijke opvang op de schepen.

Op deze groep is nog begeleiding nodig. Vaak zijn ze nog niet zo lang in Nederland en nog niet zelfstandig genoeg om een huishouding te voeren. Er is vaak sprake van achterliggende problemen, zoals een taalbarrière, GGZ-problematiek (vaak door trauma), financiën en schooluitval. Ook maken zij zich veel zorgen om hun familie die nog in het thuisland verblijft. Pleegzorginstelling Nidos koopt voor de groep die 15 jaar of ouder is, kleinschalige opvang en huisvesting in bij instellingen voor jeugdzorg. Voor Rotterdam voert Enver en Firmitas dit uit.

Voor alle statushouders wordt de periode op de schepen zo goed mogelijk benut met taalles en activiteiten, gericht op de kennismaking met Rotterdam. Op de loca­ tie Schiehaven heeft de gemeente Rotterdam bij wijze van pilot vervroegde kennismakingen en intakegesprek­ ken verricht (zie paragraaf 4.6 voor nadere toelichting). We onderzoeken of we dit voort kunnen zetten.

Firmitas heeft in januari 2022 een opvang voor 25 amv’s in Hoogvliet geopend en in mei een kleinschalige wooneenheid (kwe+) locatie met 7 studio’s voor de meer zelfstandige amv’s. Nidos werkt met 2 typen kleinschalige opvangmogelijkheden:

. kleinschalige wooneenheid (kwe). Amv’s van 15 jaar en ouder worden in een kleine groep opgevangen en dagelijks begeleid door mentoren, die gedu­ rende 4 tot 6 dagen per week enkele uren per dag aanwezig zijn

. kleinschalige woongroep (kwg). Amv’s die jonger en/of minder zelfstandig zijn, worden hier in groe­ pen van maximaal 12 personen opgevangen en 24 uur per dag begeleid Naast de opvang van amv’s in kleinschalige woon­ eenheden en woongroepen vangen ook pleeggezinnen amv’s op. In 2022 woonden 25 amv’s in kwg’s, 13 in kwe’s en in totaal 91 amv’s in pleeggezinnen. Vanaf 2023 worden de kosten voor verlengde pleegzorg en opvang rechtstreeks vergoed aan Nidos. Hierover zijn landelijke afspraken gemaakt met VNG en Nidos.

14

Rotterdamse monitor inburgering 2022

Hoofdstuk 3

Begeleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de volgende onderwer­ pen over statushouders en gezinsmigranten: 1. cijfers over het aantal statushouders en gezins- en overige migranten dat maatschappelijke begelei­ ding heeft ontvangen en hoe dit verlopen is 2. de lokale initiatieven en de opgeleverde resultaten 3. hoe de gemeente Rotterdam zorg- en schulden­ problematiek signaleert, financiële begeleiding aanbiedt en wat verder aan preventie wordt gedaan Hieronder alvast een overzicht van de doelgroepen die maatschappelijke en/of financiële begeleiding hebben ontvangen in 2022.

3.1 Maatschappelijke begeleiding 3.1.1 Maatschappelijke begeleiding voor status­houders door VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland (VWN) biedt statushouders dienstverlening aan, zodat zij zo snel mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. Deze dienstverlening omvat praktische hulp en coaching, gericht op het op orde brengen van praktische zaken na aankomst in Rotterdam. Onder praktische onder­ steuning verstaan we de basale vaardigheden die van belang zijn om goed te functioneren in de samen­leving. Een voorbeeld hiervan is brievenhulp.

Tabel 5. Aantal statushouders en gezins- en overige migranten die maatschappelijke en/of financiële begeleiding hebben ontvangen in 2022 Statushouders

Gezins- en overige migranten

1e jaar begeleiding 334 (in stelsel Wi 2021) Maatschappelijke begeleiding

Bereik workshops: 1707 deelnames10

345 (aangemeld in 2022, nog in stelsel Wi 2013) 2e jaar begeleiding

Individuele ondersteuning (Raad & Daad) circa 150

643 (in stelsel Wi 2013) Workshop financiën

870

N.v.t.

Financieel ontzorgen

186

N.v.t.

Workshops Omgaan met geld

102

N.v.t.

10 Namen worden niet bijgehouden, alleen het aantal aanwezigen per workshop. Het is onmogelijk om exact aan te geven om hoeveel unieke deelnemers het gaat, maar minimaal 623 personen hebben het programma deels of geheel gevolgd.

Rotterdamse monitor inburgering 2022

15

VWN geeft statushouders op een laagdrempelige manier de mogelijkheid om ontvangen brieven van officiële instanties samen door te nemen en onduidelijk­ heden weg te nemen. Het traject duurt in totaal 2 jaar. Het jaar 2022 was een overgangsjaar, omdat de nieuwe Wet inburgering in werking trad. Dit betekende voor VWN dat zij 3 verschillende doelgroepen moesten bedienen. Daarnaast hadden zij ook te maken met verschillende stelsels, namelijk:

. statushouders die in hun tweede jaar begeleiding zitten en onder het oude inburgeringsstelsel van 2013 vallen (in totaal 643 mensen).

. statushouders die werden aangemeld in 2022 en nog onder de oude wet moeten inburgeren. In totaal zijn 345 statushouders gestart met het eerste jaar maatschappelijke begeleiding.

. statushouders die onder de nieuwe Wet inburgering 2021 vallen. In totaal zijn 334 statushouders gestart met het eerste jaar maatschappelijke begeleiding. Alle statushouders die in 2022 zijn gestart, ontvingen naast de individuele maatschappelijke begeleiding, ook workshops financiën. Deze richten zich op het vergroten van de financiële zelfredzaamheid van de deelnemers. Deze activiteit ligt in het verlengde van de wettelijke taak die gemeenten hebben om statushouders finan­ cieel te ontzorgen (zie paragraaf 3.3). De implementatie van de nieuwe dienstverlening heeft behoorlijk wat gevraagd van ieders inzet, zowel van de gemeente als van VWN. Er is getracht om alle statushou­ ders zoveel mogelijk de nieuwe dienstverlening aan te bieden, zoals de workshops financiën en diverse groeps­ bijeenkomsten sociale vaardigheden (contacten leggen in je netwerk, wonen, gezondheid, werk & opleiding, rechts­ positie & documenten). Deze bijeenkomsten werden zeer goed bezocht. In totaal zijn 870 mensen bereikt.

3.1.2 M  aatschappelijke begeleiding voor gezins- en overige migranten door Stichting Buurtwerk en Stichting Voorlichters Gezondheid Het programma Nieuw in Rotterdam is een lichte en vrij­willige vorm van maatschappelijke begeleiding. Het voor­ziet in groepsgewijze en individuele voorlich­ ting en praktische hulp. Bijvoorbeeld rond het vinden van een taalschool of vrijwilligerswerk of het aanvragen van een DUO-lening.

Met de nieuwe Wet inburgering is er voor gezinsmi­ granten een nieuwe schakel in het inburgertraject gekomen, te weten Inburgering01011. De nieuwe wet geeft aan dat we als gemeente wel het inburgerings­ traject van de gezinsmigrant moeten monitoren. De inburger­con­sulenten van Inburgering010 bege­leiden en moni­toren de gezins­migrant bij het inburgerings­proces. Het pro­gramma Nieuw in Rotterdam is aan­gepast op deze gewijzigde situatie. Onder de vorige Wet inburgering had de gemeente geen direct contact met gezins- en overige migranten. Zij kregen alleen het Participatieverklaringstraject (PVT) aangeboden en stroomden van daaruit door naar het programma Nieuw in Rotterdam. In 2022 zijn in totaal 1707 deelnames (niet unieke deelnemers) aan workshops gerealiseerd. Eind oktober zijn de eerste groepen deelnemers onder de nieuwe wet gestart.

3.2 Lokale initiatieven Vanuit het actieprogramma ‘Relax. Dit is Rotterdam’ (2019-2022) zijn er subsidiemogelijkheden om nieuwe Rotterdammers (die vanuit het buitenland naar onze stad komen) te ondersteunen. Denk hierbij aan bij het vinden van de weg in de Rotterdamse samenleving, het vergro­ ten en versterken van het eigen netwerk, aanbieden van laagdrempelige participatie, en bekend maken met de rechten en plichten die de Nederlandse rechtstaat met zich meebrengt en hiernaar te handelen. Hieronder zetten we een aantal van deze initiatieven uiteen.

3.2.1 Stichting Buddy to Buddy Het initiatief Buddy to Buddy Rotterdam koppelt nieuwkomers (statushouders) aan Rotterdammers op basis van gelijkwaardigheid, overeenkomsten en gemeenschappelijke interesses. Het project helpt bij het realiseren van duurzaam contact tussen beide groepen en draagt bij aan het vergroten van het eigen netwerk en de zelfredzaamheid van statushouders in Rotterdam. Het voorkomt ook eenzaamheid en de kans op isole­ ment, want statushouders hebben een verhoogd risico om hierin terecht te komen. Buddy to Buddy draagt ook bij aan sociale cohesie tussen nieuwkomers en lokale Rotterdammers. In 2022 zijn in totaal 100 nieuwkomers aan 100 Rotterdammers gekoppeld. Zij zijn intensief met elkaar opgetrokken, zowel individueel als gezamen­ lijk als groep.

11 Inburgering010 begeleidt gezinsmigranten en ELIP (Einde Lening Inburgeringsplichtig). Specialistische consulenten van W&I en JOLO begeleiden statushouders.

16

Rotterdamse monitor inburgering 2022

3.2.2 S  tichting Mano – Programma Samen­ doorSamen Stichting Mano voert al enkele jaren verschillende pro­ gramma’s uit voor statushouders in Rotterdam. Dit doen zij onder de paraplu van het project SamendoorSamen. Hieronder een greep uit de verschillende activiteiten.

SamenActief Na het afronden van de maatschappelijke begeleiding (VWN) heeft een deel van de statushouders nog pro­ blemen op verschillende leefdomeinen. Samen met een maatje (vrijwilliger) gaan statushouders verder aan de slag met hun taalontwikkeling, opbouw van een sociaal netwerk en de praktische voorwaarden om in Rotterdam een bestaan op te bouwen. In totaal zijn 60 statushou­ ders een-op-een begeleid.

SamenStarten Dit is een programma voor deelnemers die op een laag Nederlands taalniveau zitten (vaak ouderen die geen scholing hebben gehad in het land van herkomst of ontheffing van de inburgering hebben) en hierdoor niet of in zeer beperkte mate mee kunnen doen in Rotterdam. Er wordt gewerkt met een ervaringsdes­ kundige en op wijkniveau. In totaal hebben 60 status­ houders hieraan deelgenomen.

SamenVeerkrachtig Een groot deel van de doelgroep heeft te maken met psychosociale problematiek, gevoelens van eenzaam­ heid en stress binnen het gezin. De problematiek wordt vaak versterkt omdat deelnemers de weg niet weten naar of niet goed kunnen omgaan met bestaande hulp­ verlening. Om dit aan te pakken is SamenVeerkrachtig ontwikkeld. Dat is een integraal programma waarmee preventie, vroegtijdige signalering, laagdrempelige begeleiding, een goede doorverwijzing, betere aanslui­ ting bij hulpverlening en vergroten van weerbaarheid en veerkracht mogelijk worden. In totaal hebben 65 statushouders hieraan deelgenomen.

3.2.3 O  penEmbassy – Project Van inzichten naar interventies Samen met het wijkteam IJsselmonde zijn een aantal interventies voor inburgeraars aangepast om ze beter te laten aansluiten bij wat statushouders nodig hebben. Rotterdamse nieuwkomers bleken moeilijk toegang te krijgen tot de wijkteams. Hierdoor worden zij niet of te laat geholpen met hun hulpvragen. In deze aanpak is meer aandacht voor o.a. het bouwen aan vertrouwen, een andere manier van intakes doen en kennis en exper­ tise over de doelgroep. Bovendien is er behoefte aan een betere samenwerking in de wijk en kortere lijnen, om de overdracht te versterken met lokale partners,

Rotterdamse monitor inburgering 2022

zoals VluchtelingenWerk, welzijnsorganisaties en de Vraagwijzer. In 2023 worden de resultaten opgeleverd en wordt gekeken of de aanpak ook toegepast kan worden naar andere wijkteams in Rotterdam.

3.2.4 Theatervoorstelling Ik Ben Hier Cultuur draagt bij aan begrip, verbinding en verande­ ring. Het theaterproject ‘Ik Ben Hier’ maakte de verhalen van nieuwe Rotterdammers (vluchtelingen) concreet en invoelbaar voor ‘lokale’ Rotterdammers. De voorstelling speelde zich af in de openbare ruimte. Al wandelend door de Rotterdamse winkelstraten vertelden nieuwko­ mers aan het publiek hun persoonlijk verhaal. Hiermee ervaart het publiek dat deze verhalen een wezenlijk onderdeel zijn van onze dagelijkse samenleving. De theatervoorstelling heeft 2 weekenden gedraaid en er zijn ongeveer 800 mensen bereikt. Tevens was er een expositie en een podcast gemaakt, waardoor de verhalen nog steeds te beluisteren zijn.

3.3 Financiële begeleiding Financieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid zijn belangrijke thema’s in de nieuwe wet. Hieronder zetten we uiteen wat de gemeente doet op het gebied van deze thema’s om de financiële stabiliteit van inburgeraars te verbeteren of te handhaven.

3.3.1 Financieel ontzorgen De statushouders die onder de nieuwe Wet inburge­ ring 2021 vallen, worden op grond van artikel 56a Participatiewet verplicht financieel ontzorgd. Hierbij betaalt de gemeente de 4 vaste lasten (water, energie, huur en zorgverzekering) vanuit de bijstandsuitkering voor levensonderhoud. Het doel van deze bepaling in de wet is om de focus van de statushouder te richten op het inburgeren door de stress van financiën zoveel mogelijk weg te nemen. In 2022 zijn er vanuit IOS 186 statushouders bij de Kredietbank Rotterdam (KBR) aangemeld voor het financieel ontzorgen. In de praktijk hebben de samenwerkende partijen frequent overleg gehouden om knelpunten van het ontzorgen in kaart te brengen en waar mogelijk die op te lossen. De huidige energieprij­ zen zijn zo gestegen dat deze niet vanuit de bijstandsuit­ kering voor levensonderhoud betaald konden worden. De gemeente Rotterdam, waaronder de Kredietbank Rotterdam (KBR), zoekt naar passende oplossingen. Een deel van de oplossing ligt bij het direct starten met financieel ontzorgen in plaats van na een maand, zoals tot voor kort door de kredietbank gebeurde.

17

3.3.2 F  inancieel spreekuur en workshop Omgaan met geld Alle statushouders ontvangen 5 workshops ‘omgaan met geld’ van Vluchtelingenwerk Nederland. Statushouders behoren tot de risicogroep die in schul­ den terecht kan komen. De gemeente wil voorkomen dat er (al vroegtijdig) problematische schulden ontstaan. Immers, een gezonde financiële situatie is onmisbaar wanneer je een goede start wil maken. Er is daarom aandacht voor het financiële systeem in Nederland met bijbehorende rechten en plichten. Maar ook voor thuisadministratie, omgaan met een persoonlijk budget en gebruik maken van regelingen, zoals zorgtoeslag en kinderbijslag. Deze workshops zijn laagdrempelig, geschikt voor mensen met een laag taalniveau, cultuursensitief en ze houden rekening met de belemmeringen en stressfactoren die statushouders ervaren. In 2022 zijn 214 statushouders uitgenodigd om de workshop te volgen. In totaal hebben 102 statushou­ ders het traject succesvol gevolgd. Deelname aan de workshops is geen verplichting. Wel worden statushou­ ders gestimuleerd om aan deze workshops mee te doen. Niet altijd is dit te combineren met taalles die iemand volgt. Er wordt gekeken hoe de workshops zo flexibel mogelijk aangeboden kunnen worden.

3.3.3 Verdere mogelijkheden preventie schulden Er is een samenwerking met de gemeentelijke afdeling Grip op Geldzaken. Statushouders worden doorverwe­ zen als zij schulden hebben of dreigen te krijgen. Team Statushouders geeft een workshop aan de status­ houders wanneer hun uitkering beëindigd wordt als zij werk hebben gevonden. Dit is een moment dat er finan­ cieel veel verandert en hierdoor kunnen er financiële problemen ontstaan. Bijvoorbeeld doordat zij niet goed de veranderingen doorgeven aan de belastingdienst.

18

Rotterdamse monitor inburgering 2022

Hoofdstuk 4

Inburgeren, Werken en Onderwijs In de paragrafen hieronder zetten we de belangrijkste cijfers uiteen aan de hand van de taken en verantwoor­ delijkheden van de nieuwe wet, voor zowel statushou­ ders als gezins- en overige migranten. Ook wordt waar nodig duidelijk aangegeven om welk stelsel het gaat. Hieronder alvast een overzicht met de cijfers van een aantal onderdelen van het inburgeringstraject.

stageplekken en begeleiding naar werk. Hierdoor zijn de nieuwkomers beter in staat de taal te leren, mee te doen en een bijdrage te leveren aan onze stad. Disclaimer: het is mogelijk dat er kleine verschillen zitten tussen de verschillende eindcijfers die zijn gepubliceerd over dit onderwerp. Dit komt door verschillen in bron en/of peildatum. Dit doet aan de conclusies niets af, omdat de verschillen minimaal zijn.

De gemeente biedt statushouders een stabiele inko­ mensbasis zodat zij kunnen werken aan inburgering, re-integratie en arbeidsontwikkeling. Het overgrote deel van de statushouders doet, in ieder geval de eerste periode, een beroep op een bijstandsuitkering. Het is wenselijk dat Rotterdammers zo beperkt mogelijk bijstandsafhankelijk zijn. Daarom spant de gemeente zich in voor deze totale groep werkzoekenden om zo veel mogelijk duurzame uitstroom te realiseren. Het coalitieakkoord 2022-2026 legt de focus nadrukke­ lijker op het ondersteunen van nieuwkomers om onder­ deel te worden van de samenleving door taallessen,

Tabel 6. Aantal statushouders en gezins- en overige migranten per onderdeel inburgeringstraject Onderdelen inburgeringstraject Rotterdamse Taalstart (RTS)

Statushouders

Gezins- en overige migranten

1100

N.v.t.

Leerbaarheidstoets

46912

Assessment

340

N.v.t.

Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP)

124

202

Participatieverklaringstraject (PVT)

564

50

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)

110

15

12

Bij aanmelding is geen onderscheid gemaakt tussen statushouders en gezins- en overige migranten.

Rotterdamse monitor inburgering 2022

19

4.1 Rotterdamse Taalstart (RTS) voor statushouders Rotterdamse Taalstart (RTS) is bestemd voor alle inburgeringsplichtige statushouders en is onderdeel van de verplichte brede intake (periode van de eerste 10 weken vanaf het moment dat een statushouder in Rotterdam woont) geworden sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering. Rotterdamse statushouders volgen een flexibel modulair programma op het gebied van taal en zelf­ redzaamheid. Het programma bestaat uit 11 lesweken. Ook worden statushouders binnen de RTS voorbereidt op de leerbaarheidstoets (een verplicht onderdeel van de brede intake). In 2022 is de RTS ook steeds meer gaan differentiëren qua niveaus. Er is een aparte groep gestart voor snelle leerders. De gemeente (consulent) ontvangt een tussentijdse en een eindrapportage per deelnemer. Deze rapportages geven inzicht in het taalniveau, de gevolgde modules, inzet en motivatie van de deelnemer en een advies over de inburgering (leerroute). De rapportage maakt duidelijk welk taalniveau naar verwachting haalbaar is. Dit helpt om een goede PIP (leerroute) vast te stellen. In 2022 zijn 1100 deelnemers gestart met de RTS.

4.2 Leerbaarheidstoets De leerbaarheidstoets is sinds 2022 een nieuw onder­deel van de brede intake en wordt zowel voor statushouders als gezins-en overige migranten ingezet. De leerbaarheidstoets heeft als doel inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeraar kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. De uitkomst van de toets is daarmee een indicator voor het bepalen van een passende leerroute van de inburgeraar door de gemeente. De afname van de leerbaarheids­ toets gebeurt door gecertificeerde medewerkers. DUO is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de leerbaarheidstoets, het verwerken van de toets resultaten en de gegevensuitwisseling met de gemeente.

teerde methodiek is ook in de overige regiogemeenten van Rotterdam succesvol en dient als voorbeeld voor de rest van het land. In 2022 hebben 469 inburgeraars een toets afgenomen. Door de vertraging bij DUO konden we een paar maan­ den later starten met de leerbaarheidstoets.

4.3 Assessment voor statushouders Om inzicht te krijgen in de ontwikkelingsmogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de statushouder rich­ting werk, wordt een assessment afgenomen. Het assess­ment bestaat uit vragenlijsten en een cognitieve capaciteitentest, die in het Nederlands en in 7 andere talen worden aangeboden. Ook vindt een gesprek plaats. Het doel van het assessment is een passend tra­ ject gericht op werk, scholing of vrijwilligerswerk aan te bieden. Over het algemeen wordt het assessment zowel door statushouder als consulent als positief ervaren. Het assessmentrapport biedt concretere handvatten voor een leerroute. In 2022 hebben 340 statushouders een assessment gekregen. Statushouders die nog onder de oude stelsels Wi 2007 en Wi 2013 vallen en bijvoorbeeld al werk hebben of scholing volgen, doen geen assessment. In het nieuwe stelsel Wi 2021 worden alle statushouders aangemeld voor het assessment. Het assessment is een onderdeel van de brede intake.

Landelijk is onrust ontstaan over de uitslagen van de leerbaarheidstoets, omdat deze in veel gevallen niet overeenkomen met wat de consulenten verwachtten. Door de deelnemers te informeren over het doel van de toets en met hen de vereiste digitale vaardigheden door te nemen, komen de uitslagen in Rotterdam veel meer overeen met de verwachting. De door Rotterdam gehan­

20

Rotterdamse monitor inburgering 2022

4.4 Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) Op basis van alle informatie uit de brede intake stelt de gemeente samen met de inburgeraar een Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. In dit persoonlijke plan wordt een op maat gemaakte route naar inburge­ ring en participatie vastgelegd voor de statushouder en geadviseerd voor de gezins- en overige migranten. Het PIP moet 10 weken na de start van de brede intake worden vastgesteld en vormt het startmoment van de inburgeringstermijn. Het is een formele beschikking, die de gemeente kan handhaven op de gemaakte afspraken met de inburgeraar. In 2022 zijn in totaal 326 PIP’s gemaakt (124 voor statushouders en 202 voor gezinsmigranten). Door vertraging bij DUO, hebben we in 2022 minder sta­ tushouders dan gewenst van een PIP kunnen realiseren.

4.5 Leerroutes Centraal in de nieuwe Wet inburgering staan de 3 leer­ routes (B1-, Zelfredzaamheids- en de Onderwijsroute) die moeten aansluiten bij de leercapaciteit van de inburgeraars.

. De B1-route. Een route waarbij taal en participatie gecombineerd worden. Inburgeringsplichtigen leren de Nederlandse taal op B1-niveau. Afschalen naar A2 mag na een aanzienlijke inspanning (600 uur taallessen gevolgd) te hebben geleverd. Tegelijk wordt ingezet om zo snel mogelijk ook mee te doen, bijvoorbeeld door (vrijwilligers)werk.

. De Onderwijsroute. Inburgeringsplichtigen volgen een taalschakeltraject naar een mbo 2-, 3- of 4-, hbo- of universitaire opleiding. Naast het leren van Nederlands op minimaal B1-niveau worden zij voorbereid op vervolgonderwijs door onder andere het opdoen van studievaardigheden en het volgen van vakken die nodig zijn voor de vervolgopleiding.

. De Zelfredzaamheidsroute (Z-route). Inburgerings­ plichtigen leren Nederlands op A1-niveau en worden voorbereid om mee te doen in de Nederlandse samenleving bijvoorbeeld door (vrijwilligers)werk. 13

Deze route bestaat uit 800 uur taal (inclusief Kennis van de Nederlandse Maatschappij) en 800 uur participatie en wordt afgerond met een eindgesprek met de consulent van de gemeente. De leerroutes worden samen met de regiogemeenten13 uitgevoerd. Zowel de gemeente als de aanbieders zijn van mening dat de samenwerking goed verloopt. In onderstaande tabel wordt weergeven bij welke aanbieders de routes zijn ingekocht en aantallen deel­ nemers in 2022. Tabel 7. Aantal Rotterdamse deelnemers per leerroute en aanbieder Leerroute

Aantal deelnemers

B1 route Toptaal

48

B1 route Nl training

27

B1 route Entree Albeda

15

Onderwijsroute HBO/WO Erasmus

9

Onderwijsroute MBO Albeda

21

Z route SNTR

20

Totaal

140

Voor jonge inburgeringsplichtigen voor wie de Onderwijsroute te moeilijk is, maar die wel graag een start willen maken in het Nederlandse onderwijs, wordt een B1-route naar Entree-onderwijs verzorgd door het Albeda. In deze route leren jongeren Nederlands en worden zij tegelijk voorbereid op het volgen van onderwijs op Entree-niveau. In totaal zijn er dus 140 statushouders gestart met een leerroute. Dit is niet gelijk aan het aantal statushouders dat is gehuisvest, omdat de meeste statushouders vorig jaar nog onder de oude wet vielen. Zij hebben voor 2022 te horen gekregen dat ze inburgeringsplichtig zijn en val­ len dus nog onder oude wet, maar zijn in 2022 gehuis­vest. Dit betreft een meerderheid in 2022. Zij vallen nog onder de oude wet en mogen geen leerroute volgen volgens de nieuw wet. Daarnaast heeft het ook te maken met de vertraging bij DUO het eerste kwartaal. Het duurde een tijd voordat er nieuwe statushouders kwamen die onder de nieuwe wet vielen.

Bijlage 2. Tabel regio aanbesteding.

Rotterdamse monitor inburgering 2022

21

Gezins- en overige migranten krijgen weliswaar voor het eerst begeleiding bij hun inburgering, maar voor het kiezen en bekostigen van hun taallessen blijven zij zelf verantwoordelijk. Op het gebied van de te volgen leerroute adviseerden de inburgeringsconsulenten 95% van hun klanten naar de B1-route en 5% naar de Zelfredzaamheidsroute.

Verplichte inburgeringsmodules Binnen de leerroutes is ook nog een aantal verplichte modules dat gevolgd moet worden, namelijk

. Kennis van de Nederlandse Maatschappij: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) is een verplicht onderdeel in alle routes. Hierin staan onder meer vragen over de Nederlandse geschiede­ nis, het onderwijssysteem, de gezondheidszorg en hoe wij in Nederland met elkaar omgaan. KNM wordt centraal geëxamineerd door DUO voor deelnemers aan de B1- en de Onderwijsroute. Binnen de Z-route is KNM ingebouwd in het programma en hoeven inburgeraars geen apart examen af te leggen. Ook gezinsmigranten dienen het examen KNM te doen. Zij kiezen zelf op welke manier zij zich hierop voorbereiden.

. Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP): Voor de statushouders is de MAP geïntegreerd in de taaltrajecten. Behalve in de Onderwijsroute; daar wordt loopbaanbegeleiding geboden. Voor de andere routes (B1- en de Z-route) geldt dat de asielstatushouders de geïntegreerde modules in de lessen volgen. De lessen gaan vooral over hoe de Nederlandse arbeidsmarkt werkt in Nederland. Daarnaast dienen de deelnemers ook een 40-urige praktijkstage te lopen. Er wordt maatwerk geleverd wanneer de deelnemers een betaalde baan hebben. Alle statushouders die een leerroute volgen, volgen ook de MAP. Voor gezins- en overige migranten biedt Sagènn Educatie de MAP aan. Inburgeraars moeten deze module binnen 3 jaar afronden. Ze worden in de regel pas na ongeveer een jaar aangemeld, op het moment dat ze redelijk Nederlands spreken. Eind 2022 is de eerste groep met ongeveer 15 deelne­ mers gestart met de workshops. Dit aantal is nog laag omdat de gezinsmigranten de module pas later volgen in hun inburgeringstraject.

waarden: vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit, par­ ticipatie, democratie en de rechtsstaat. Aanvullend worden in Rotterdam 2 extra gezondheidsworkshops aangeboden: stress en gezondheid en seksuele gezondheid. De reden dat Rotterdam deze workshops heeft toegevoegd is omdat statushouders in het land van herkomst, onderweg naar Nederland en ook in Nederland zelf sneller te maken krijgen met onveilige situaties. Vanwege hun kwetsbare positie lopen ze hierdoor meer seksuele risico’s, bijvoorbeeld een soa, seksueel geweld, seksuele dwang of uitbuiting, onbe­ doelde zwangerschap, (onveilige) abortus of genitale verminking. Investeren in seksuele gezondheid kan (gezondheids-)problemen voorkomen. Uit ervaring en ook uit onderzoeken blijkt dat status­houders vaker kampen met (ernstige) trauma’s of stress. Ook zien wij in meer of minder mate psychische klachten voorkomen. Rotterdam vindt het daarom belangrijk om de thema’s stress en gezondheid binnen de inburgering bespreekbaar te maken en waar nodig ondersteuning te bieden vanuit maatschappelijke begeleiding. Met het ondertekenen van de participatieverklaring geeft de inburgeraar aan dat hij zich bewust is van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en deze te respecteren. In 2022 hebben 564 statushouders het participatieverklaringstraject al helemaal afgerond.

Een deel is nog bezig met zijn of haar traject en de PVT is alleen van toepassing op het deel van de inburgeraars dat inburgeringsplichtig is (vanaf 18 jaar); gemiddeld zo’n 70% van de totale instroom. Stichting Voorlichters Gezondheid voert dit traject uit voor gezins- en overige migranten. Inburgeraars hebben 3 jaar de tijd om dit traject af te ronden. Gezien het belang van de thematiek en de laagdrempeligheid van het aanbod, worden ze voor dit traject aangemeld zodra zij hun PIP hebben gekregen. In december 2022 zijn de eerste 50 trajecten van gezins- en overige migranten onder Wi 2021 afgerond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8178196f-4b10-4bdf-8344-775f7604819c