[23bb003787] Beantwoording vragen Nunnely over Stopzetten pilot werkpremie
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Werk en Inkomen Werk, Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EU-arbeidsmigranten Tim Versnel MSc · Van: Martijn Camfferman Telefoon: 06-28 36 29 49 Uw kenmerk: 23bb003166 Ons kenmerk: M2305-2490 - 23b0005493 Onderwerp: Stopzetten pilot werkpremie
Aan de gemeenteraad Datum: B&W 6 juni 2023
Op 16 mei 2023 stelde J. Nunnely (D66) ons schriftelijke vragen met de titel 'Stopzetten pilot werkpremie'. Inleidend wordt gesteld: D66 heeft in de vorige raadsperiode het initiatiefvoorstel 'Werkbonus, Werken moet lonen' ingediend met als doel Rotterdammers in de bijstand te verleiden voor een deeltijdfunctie om de stap naar fulltime werk te verkleinen. Dit heeft geleid tot de pilot 'Werkpremie' die is gestart in 2021 en op 1 april jl. is stopgezet. Ons bereiken signalen dat parttime werkenden die meededen met de pilot helemaal niets hebben vernomen over het stopzetten van de proef, en erger nog: ook helemaal nergens met hun vragen heen kunnen over het plotselinge verlies van inkomen. Dit is extra kwalijk, omdat de werkpremie dan voor inkomensonzekerheid heeft gezorgd bij mensen die geen inkomen kunnen missen, en waarin is toegezegd dat de werkpremie niet tot extra inkomensonzekerheid zou leiden. Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording: Vraag 1: Hoe heeft de gemeente gecommuniceerd aan de Rotterdammers betrokken bij de pilot met de werkpremie, die nog steeds parttime aan de slag waren? Wij verzoeken het college een uiteenzetting van de communicatiemiddelen, de boodschap, en de huidige beschikbare kanalen voor vragen. Antwoord: Er is op diverse manieren met de Rotterdamse bijstandsgerechtigden gecommuniceerd over de looptijd en einde van de pilot: •
•
De uitbetaling van de werkpremie is steeds bevestigd met een individuele beschikking. De inhoud hiervan komt overeen met de beschikking in bijlage 1. In deze beschikking is de begin- en einddatum van de pilot genoemd. De betrokkenen die nog een betaling van de werkpremie ontvangen, worden met een beschikking op de hoogte gesteld van het einde van de pilot.
Blad: Datum : Ons kenmerk:
2/8 6 juni 2023 M2305-2490
•
•
Op de website Rotterdam.nl is uitleg gegeven over de Werkpremie inclusief einddatum van de pilot. De archiefpagina zoals deze tot het eind van de pilot beschikbaar was treft u aan als bijlage 2. Over het einde van de pilot is in april 2023 een bericht geplaatst in 010Werkt, het magazine voor bijstandsgerechtigden. Pagina 2 van de 010werkt van april 2023 treft u aan als bijlage 3.
Verdere communicatie over de pilot: •
Alle bijstandsgerechtigden hebben een algemene mailing gehad via de post in april 2021 (bijlage 4);
•
De bijstandsgerechtigden met parttime inkomsten hebben een extra brief gekregen in juni 2021 (bijlage 5); Er is in april 2021 informatie over de pilot opgenomen in de 010Werkt. Pagina 5 van de 010Werkt van april 2021 treft u aan als bijlage 6. Werkconsulenten zijn geïnformeerd over deze pilot, zodat zij tijdens gesprekken met bijstandsgerechtigden over re-integratie, informatie konden verschaffen over de pilot. Daarbij kon gebruik gemaakt worden van een voor dit doel ontwikkelde flyer (bijlage 7). Ook op banenmarkten zijn bijstandsgerechtigden over de pilot geïnformeerd.
• •
Zoals is aangegeven in de collegebrief 'Niet continueren pilot Werkpremie' van 28 maart 2023 (23bb002065) wordt de opgebouwde premie alsnog betaalbaar gesteld aan een groep bijstandsgerechtigden die in maart 2023 een maand of langer in deeltijd heeft gewerkt, maar niet meer (opnieuw) kan voldoen aan de zes maandentermijn. Deze doelgroep wordt hierover in de loop van juni geïnformeerd met een beschikking. In juni volgt ook de betaling voor deze doelgroep. Huidige beschikbare kanalen voor vragen Het is vervelend als mensen niets hebben vernomen over het einde van de pilot werkpremie. Wij hebben over het einde van de pilot bericht in het magazine 010Werkt van april 2023 (zie bijlage 3). De bijstandsgerechtigden kunnen daarnaast vragen via de reguliere kanalen van de gemeente stellen, zoals: • De inkomensconsulent of de werkcoach • Het algemene nummer van de gemeente: 14010. Vraag 2: Is het volgens het college wenselijk dat Rotterdammers die hun bijverdiensten dachten op te sparen in de werkpremie, plotseling niets meer zien van hun bijverdiensten en hier ook niets meer over horen? Antwoord:
Wij begrijpen dat er mensen teleurgesteld zijn als zij wellicht extra inkomsten hadden verwacht, maar nu niet ontvangen. Wij hebben echter wel degelijk over de voorwaarden (zoals de looptijd van de werkpremie) gecommuniceerd. De pilot kende een looptijd van twee jaar en is geëindigd op 1 april 2023. De opgebouwde werkpremies waarbij op 1 april 2023 niet aan de zes maandeneis is voldaan, komen iri beginsel niet meer tot uitbetaling.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/8 6 juni 2023 M2305-2490
Zoals is toegelicht in de collegebrief 'Niet continueren pilot Werkpremie' van 28 maart 2023 (23bb002065), is besloten de opgebouwde premie wel aan een groep bijstandsgerechtigden uit te betalen, ook al is formeel niet voldaan aan de zes maandentermijn. Het gaat dan om bijstandsgerechtigden die in de maand maart 2023 inkomsten uit arbeid hebben ontvangen en die dus kort voor het einde van de looptijd van de pilot nog deeltijdwerk hebben verricht. Hiertoe is besloten omdat deze groep tot de laatste maand heeft gewerkt en misschien het gevoel zou kunnen krijgen dat vlak voor het einde van de pilot de boot is gemist. Wij willen deze groep belonen voor het werken. Informatie over het einde van de pilot was gedurende de looptijd van de pilot opgenomen op de pagina www.rotterdam.nl/werkpremie (zie bijlage 2). Daarnaast is het einde van de pilot genoemd in de 010Werkt van april 2023 (zie bijlage 3). In alle schriftelijke communicatie over de pilot (op papier dan wel via de website) is de einddatum van de pilot benoemd. Bijstandsgerechtigden die in de doelgroep van de pilot vielen, hebben hiervan dus steeds op de hoogte kunnen zijn. Met eventuele vragen over het einde van de pilot kan de bijstandsgerechtigde zich wenden tot 14010of zijn inkomensconsulent.
Vraag 3: Welke impact wordt door het college verwacht, vanwege het stopzetten van de pilot, op diegenen die in aanmerking kwamen voor de werkpremie? Antwoord:
Het besluit om de pilot werkpremie niet te continueren is genomen op basis van het onderzoeksrapport 'Onderzoek effecten werkpremie' (23bb002066, bijlage bij de collegebrief over 'niet continueren pilot Werkpremie'). Uit dit onderzoeksrapport blijkt dat een financiële prikkel zoals de werkpremie volgens de geïnterviewde Rotterdammers geen belangrijke motivator is voor het aanvaarden van deeltijdwerk (zie paragraaf 5.4 op pagina 41 van het onderzoeksrapport). Wij verwachten daarom dat een groot deel van deze doelgroep in deeltijd blijft werken en geen grote impact ervaart van het niet continueren van de pilot. Vraag 4: Is er op dit moment sprake van maatwerk of alternatieve oplossingen voor de Rotterdammers waarbij de werkpremie nu is vervallen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u hier voorbeelden van geven? Antwoord:
Zoals is aangegeven in het antwoord op vraag 2,is besloten de opgebouwde werkpremie alsnog uit te betalen aan een groep bijstandsgerechtigden die formeel niet aan de vereisten voor verstrekking daarvan voldoet. Dit zien wij als een vorm van maatwerk. Zoals ook in de collegebrief 'Niet continueren pilot Werkpremie' van 28 maart 2023 (23bb002065) is benadrukt, beschouwt het college het verrichten van deeltijdwerk als een belangrijke opstap naar volledige uitstroom. Het verrichten van (deeltijd)werk draagt bovendien bij aan het vergroten van het welbevinden van de Rotterdammer, zo heeft onderzoek bevestigd.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/8 6 juni 2023 M2305-2490
Daarom zijn we, onder meer in de pilot 'Met Inkomenszekerheid Naar Werk' (MinW), aan het onderzoeken welke belemmeringen bijstandsgerechtigden ervaren om werk in deeltijd te aanvaarden, te behouden en uit te breiden; en welke ondersteuning kan worden geboden om deze belemmeringen te verminderen of weg te nemen. De individuele bijstandsgerechtigde kan ook nu in gesprek gaan met zijn werkconsulent over eventuele belemmeringen die worden ervaren. Het bepalen van een traject naar reintegratie is altijd maatwerk. Vervolgens wordt gesteld: Geheel in lijn met bovenstaand beeld van de communicatie vanuit de gemeente, wordt in het onderzoek naar de werkpremie aangegeven dat de communicatie vanuit de gemeente tekort heeft geschoten. Vraag 5: Wat vindt u van deze zienswijze en welke conclusies trekt het college naar aanleiding hiervan voor de werkpremie? Antwoord:
Zoals toegelicht in het antwoord op uw eerste vraag, hebben wij via verschillende kanalen geprobeerd de Rotterdamse bijstandsgerechtigde goed te informeren over het bestaan van de pilot rond de werkpremie, de voorwaarden voor het recht op premie en de looptijd van de pilot. Het onderzoeksrapport bevestigt dat er sprake is geweest van ruime aandacht voor communicatie. Het is jammer om te moeten constateren dat het bestaan van de premie 'ondanks een brede communicatiestrategie(..), slechts matig bekend is onder deeltijdwerkers' (rapport 'Onderzoek effecten werkpremie', pagina 40). Het onderzoeksrapport stelt niet dat de communicatie vanuit te gemeente tekortgeschoten is. Op pagina 60 van het onderzoeksrapport wordt over de onbekendheid van de premie gesteld: "Dat is, zeker gezien de ingezette voorlichting, een opmerkelijk resultaat (.. )". Wel bevestigt het rapport dat onze communicatie niet heeft geleid tot voldoende bekendheid onder de doelgroep. Helaas worden brieven van de gemeente niet altijd door de doelgroep gelezen of begrepen. Wij zien ook onze verantwoordelijkheid om de informatie goed over te brengen. Volgens het rapport heeft ook de informatie in de 0lOWerkt onvoldoende bijgedragen aan bekendheid van dit instrument (pagina 40 van het onderzoeksrapport). Het zoeken naar optimale communicatie is een blijvende zoektocht.
Eveneens in het antwoord op uw eerste vraag is toegelicht dat wij in onze communicatiestrategie verschillende kanalen hebben gebruikt. Vraag 6: Welke acties zijn er ondernomen om de werkpremie goed bekend te maken bij de uitkeringsgerechtigden? Kunt u hier voorbeelden en cijfers bij noemen?
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/8 6 juni 2023 M2305-2490
Antwoord:
Voor een opsomming van de ondernomen acties verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 1. Voor wat betreft de aantallen, geldt het volgende: • De brief van april 2021 (bijlage 4), is verzonden aan alle bijstandsgerechtigden (ca. 36.000); • De brief aan parttime werkenden uit juni 2021 (bijlage 5) is verzonden aan ca. 2.500 bijstandsgerechtigden; • De brief over de eerste uitbetaling van de werkpremie uit oktober 2021 (bijlage 1) is verzonden aan ca. 1.800 bijstandsgerechtigden; • De 010Werkt van april 2021 (bijlage 6)is verzonden aan alle 36.000 Rotterdammers die op dat moment bijstandsgerechtigd waren. De gevallen waarin bijstandsgerechtigden mondeling zijn geïnformeerd over de pilot, zijn niet geregistreerd. Vraag 7: Was er sprake van een campagne om de werkpremie bekend te maken bij de Rotterdammers? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe zag deze eruit? Antwoord:
De combinatie van het sturen van brieven, het maken van een flyer, informatie op de website en het plaatsen van een artikel op 010Werkt kan als een campagne beschouwd worden. Vraag 8: Is het college het met de fractie van D66 eens dat een onbekend instrument nooit een succesvolle prikkel kan zijn? Antwoord:
Zoals eerder toegelicht heeft de gemeente over de werkpremie gecommuniceerd, maar heeft dat niet geleid tot een grote bekendheid bij de doelgroep. Vraag 9: Is het college het met ons eens dat het dan wel erg rigoureus is om de werkpremie stop te zetten, zelfs voordat er een inhoudelijke uitwisseling van argumenten binnen een raadsdebat is geweest en zelfs geen communicatie naar betrokkenen lijkt te hebben plaatsgevonden? Antwoord:
De pilot met de werkpremie had op voorhand een tijdelijk karakter. Al bij de start van de pilot was de looptijd hiervan bepaald op een periode van 2 jaar, van 1 april 2021 tot 1 april 2023 (waarbij vanaf 1 april 2022 al geen instroom in de pilot meer mogelijk was). Hiervoor verwijzen wij u naar de collegebrief 'Collegereactie initiatiefvoorstel 'Werkbonus. Werken moet lonen' van 15 september 2022 (20bb11132). De inmiddels verrichte evaluatie heeft ons doen besluiten om het instrument werkpremie niet aan het reguliere instrumentarium toe te voegen. Deze evaluatie kostte veel tijd en daarom bent u laat ingelicht.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/8 6 juni 2023 M2305-2490
Vraag 10: In de brief wordt benoemd dat de pilot niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd. Kunt u uitleggen hoe er resultaten worden verwacht van de werkpremie als prikkel naar werk, als er niet is gecommuniceerd binnen de bredere bijstandspopulatie? Antwoord: De werkpremie is gecommuniceerd binnen de bredere bijstandspopulatie. Zoals in vraag 1 vermeld zijn er verschillende middelen gebruikt om de bekendheid te vergroten. Vraag 11: In de brief wordt benoemd dat de pilot niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd. Welke redenen zijn hiervoor als oorzaak te noemen die nog niet in de brief zijn genoemd? Antwoord: Voor de evaluatie van de pilot en de redenen om het instrument werkpremie niet voort te zetten, wordt verwezen naar de collegebrief 'Niet continueren pilot Werkpremie' van 28 maart 2023 (23bb002065) en het achterliggende onderzoeksrapport 'Onderzoek effecten werkpremie' (23bb002066). Andere oorzaken waarom de pilot niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd, zijn ons niet bekend. Vraag 12: In het onderzoeksrapport [23bb002066] wordt benoemd dat een structurele werkpremie mogelijk wel tot de gewenste effecten zou leiden en deeltijdwerkers vier keer vaker volledig uitstromen naar werk.
Bent u daarom voornemens om in het beleidskader dat volgt, dit als mogelijk instrument in te zetten? Antwoord: Wij zien op basis van de resultaten uit het onderzoek geen aanleiding om het instrument werkpremie aan het reguliere instrumentarium toe te voegen. Het verrichte onderzoek wijst uit dat een financiële premie geen belangrijke motivator is voor het aanvaarden van deeltijdwerk. Hiervoor verwijzen wij u naar paragraaf 5.4 op pagina 41 van het onderzoeksrapport. Daarnaast is het structureel verstrekken van een premie ook niet wenselijk. In de memorie van toelichting bij de Wet werk en bijstand (de voorloper van de Participatiewet) staat hierover: "Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de premie een structureel karakter draagt." (Tweede Kamer, vergaderjaar 2002-2003, 28 870, nr. 3 pagina 57 onderaan). De extra stimulans gericht op het aanvaarden van deeltijdwerk zou na verloop van tijd verminderen en er zou gewenning kunnen optreden. In het nieuwe beleidskader wordt er zeker aandacht gegeven aan het bevorderen van (deeltijd)werk. Het instrument werkpremie zien wij echter niet als een geschikt middel om dit te bewerkstelligen. De pilot MinW zal ons meer inzichten geven over welke belemmeringen mensen ervaren om (deeltijd) te werken. Wij blijven op zoek naar geschikte middelen om (deeltijd) werk te bevorderen.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
7/8 6 juni 2023 M2305-2490
Vraag 13: Kunt u een toelichting geven waar de ca. €1,1 miljoen extra totale kosten vandaan komen? Het daadwerkelijke verschil in kosten is zowaar nog groter, kunt u dit grote verschil (ongeveer €2,5 miljoen) verklaren? Antwoord:
Per abuis is er in de collegebrief 'Niet continueren pilot Werkpremie' (23bb002065) verwezen naar een bedrag aan begrote kosten van €1,9 miljoen. In het raadsvoorstel 'Wijziging Participatieverordening Rotterdam 2015' (21bb002380) is de correcte omvang van de begrote kosten genoemd. Daarin is aangegeven dat de ingeschatte kosten voor de pilot € 3,3 miljoen zouden bedragen, waarvan € 2,3 programmalasten. De uiteindelijke programmalasten blijven binnen. dit bedrag. Wel blijft de besparing op de BUIG-lasten inderdaad achter bij de verwachting. Aanvankelijk is ervan uitgegaan dat de pilot met de werkpremie zou leiden tot een grotere stijging van het aantal deeltijdwerkers. Zoals aangegeven in de collegebrief 'Niet continueren pilot Werkpremie' (23bb002065), is er in werkelijkheid echter geen sprake van een significante stijging van het aantal deeltijdwerkers, zodat ook de besparing op de BUIG-lasten een stuk kleiner is dan verwacht. Dit verklaart het grote verschil tussen de gemaakte kosten en de bespaarde BUIG-lasten. Dat grote verschil is ook aanleiding geweest om na de vastgestelde pilotperiode, niet verder te gaan met het instrument werkpremie. Vervolgens wordt gesteld: Zowel onderzoeksvraag 3 als vraag 6 geven onvoldoende inzicht over de (duurzame) uitstroom naar werk, vooral door de korte onderzoeksopzet.
Daarnaast wordt in september 2022 geconcludeerd dat deeltijdwerkers maar liefst vier keer vaker uitstromen dan bijstandsgerechtigden die niet in deeltijd werken. Dit is waardevolle informatie, maar de korte onderzoeksopzet belemmert het vinden van de meest waardevolle conclusie. Vraag 14: Bent u het daarom met onze fractie eens dat de pilot prematuur is stopgezet? Zo ja, waarom heeft u de raad niet benaderd met de vraag om de pilot te verlengen? Zo nee, welke conclusies over de (duurzame) uitstroom haalt u dan uit dit onderzoek? Antwoord:
Wij delen uw conclusie niet. De pilot kende een vooraf bepaalde looptijd en is daarom niet prematuur stopgezet. Het uitgevoerde onderzoek bevestigt dat het verrichten van deeltijdwerk in hoge mate bijdraagt aan volledige uitstroom, maar uit het onderzoek blijkt tevens dat de werkpremie niet leidt tot een significante toename in het verrichten van deeltijdwerk. Om zoveel mogelijk bijstandsgerechtigden te helpen stappen richting betaald werk te zetten, is het noodzakelijk om te experimenteren met vernieuwende instrumenten, zoals de werkpremie. Dat kan echter alleen als we ook bereid zijn het te aanvaarden als een uitgeprobeerd instrument niet het verwachte effect sorteert.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
8/8 6 juni 2023 M2305-2490
Dan leren we ervan, en gaat onze zoektocht naar het meest effectieve beleid door.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secre)aris,
De burgemeester,