[23bb003738] Bijlage behorende bij 23bb003737 over evaluatie Rotterdamse regels voor kamerbewoning
Tekst van het document
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
23
Leefbaarheidscriterium Schaarste Het leefbaarheidscriterium draagt niet bij aan het tegengaan van schaarste, het stelt extra voorwaarden maar limiteert in principe niet hoeveel kamerbewoning plaats kan vinden. Overlast Het leefbaarheidscriterium richt zich specifiek op leefbaarheid en dus ook op overlast. Door te kijken naar de geschiedenis van woonoverlast rond het adres wordt geprobeerd in te schatten of er overlast plaats zal vinden die de leefbaarheid aantast. Zo ja, dan zal geen vergunning afgegeven worden, en zal overlast voorkomen kunnen worden. Voor omwonenden is het criterium nog onduidelijk, en de effecten zijn niet duidelijk zichtbaar. Als het eigendom van de woning niet veranderd is, dan zegt de voorgeschiedenis van woonoverlast op het betreffende adres iets over hoe de eigenaar hier mee omgesprongen is. Dit houdt een zekere voorspelling in hoe de eigenaar zal optreden tegen eventuele woonoverlast van de kamerbewoners in de toekomst. Oppervlaktecriterium Schaarste Het oppervlaktecriterium draagt bij aan het tegengaan van schaarste aan zelfstandige woningen. Het oppervlaktecriterium ligt hoger dan de overbewoningsnorm voor zelfstandige woonruimte (gemiddeld minimaal 12 m2 gebruiksoppervlak per bewoner). Hierdoor zijn er dus beperkingen waardoor woningen minder gemakkelijk omgezet kunnen worden naar kamerbewoning.
Aantekening is wel dat het oppervlaktecriterium blijkt aan te sluiten bij de gebruikelijke maten die door verhuurders worden gehanteerd. Er worden niet vaak vergunningen op geweigerd. Voor kamerbewoning door 3 personen is bijvoorbeeld een woning van minimaal 54 m2 nodig. Maar de kleine portiekwoningen van 55 à 60 m2 lenen zich ook niet wat betreft indeling om te worden bewoond door meer dan 3 personen. De bescherming die uitgaat van deze maatregel is dan ook gering. Overlast Het oppervlaktecriterium zou kunnen bijdragen aan het tegengaan van overlast. Door een hogere oppervlakte eis, kunnen er minder mensen in een woning wonen en de verwachting is dat dit daardoor tot minder overlast leidt. Echter, hierboven constateerden we al dat er weinig vergunningen op geweigerd zijn. Afstandscriterium Schaarste Het afstandscriterium limiteert het aantal woningen dat verkamerd kan worden, aangezien minstens 50 meter afstand van een verleende vergunning vereist is. Hierdoor wordt de omzetting naar kamerbewoning van een hele groep woningen voorkomen. Deze zullen dus als zelfstandige woningen beschikbaar blijven. Verhuurders geven ook aan dat vanwege de 50 meter het verkameren van woningen veel lastiger is geworden. In heel veel gebieden, bijvoorbeeld in Rotterdam Noord, is het nagenoeg onmogelijk een vergunning aan te vragen omdat er overal binnen 50 meter al vergunningen zijn vergeven.
Een verhuurder gaf aan dat bij 9 van de 10 woningen die zij kopen binnen 50 meter al een vergunning verleend is. Overlast Het afstandscriterium stuurt op spreiding van studentenhuizen, juist met het doel daarmee te zorgen dat hun aanwezigheid minder tot overlast leidt. Diverse geïnterviewden onderschrijven deze noodzaak. Maar het werkt ook, wellicht nog het meeste doordat door het afstandscriterium de mogelijkheid voor de verlening van een vergunning sterk wordt beperkt.
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
24
Nulquotumqebied Schaarste Door het nulquotumgebied kunnen in het gebied geen zelfstandige woningen meer omgezet worden naar zelfstandige woningen. Dit betekent dat de schaarste aan zelfstandige woningen binnen het gebied in elk geval niet verder zal oplopen. Indien een vergunning vervalt of wordt ingetrokken, dan kan een nabijgelegen woning niet alsnog naar kamerbewoning omgezet worden. Op die manier werkt het dus ook enigszins in het terugdringen van kamerbewoning. Overlast De nulquotumgebieden lijken bij te dragen aan het voorkomen van een verergering van de situatie rond woonoverlast. Zowel vanuit Directie Veiligheid als omwonenden wordt het nulquotumgebied als zinvol ervaren. Het afstandscriterium alleen zou niet genoeg zijn om te voorkomen dat de situatie daar verder uit balans raakt. Het is nog erg vroeg om te oordelen over de effecten, maar het nulquotumgebied zal waarschijnlijk een positief effect hebben in het voorkomen van een toename aan overlast, niet per se in het zorgen voor een afname. Intrekking bij overlast Schaarste Het intrekken van een vergunning bij overlast draagt niet bij aan het tegengaan van schaarste, er worden geen grote aantallen vergunningen ingetrokken, en de woningen worden dus niet weer (terug omgezet naar) zelfstandige woningen. Overlast Bij het tegengaan van overlast is het intrekken juist expliciet en duidelijk.
Door het kunnen intrekken bij overlast is er meer motivatie vanuit huurders en verhuurders om geen overlast te veroorzaken. Zo gaan verhuurders ook hun verantwoordelijkheid nemen in het aanspreken van bewoners, door bijvoorbeeld een huishoudelijk reglement. De mogelijkheid tot intrekken kan zo ook een manier zijn van het bevorderen van goed verhuurderschap. Aan de andere kant is er echter ook het beeld dat door intrekken van de vergunning de verhuurder gestraft wordt, en niet de oorzaak van de overlast, namelijk de kamerbewoners. Het intrekken zou leiden tot het ophouden te bestaan van een overlast gevende situatie, en dus een afname van overlast. Maar het intrekken is wel heel duidelijk het ultimum remedium bij de handhaving op woonoverlast.
7.3 Uitvoerbaarheid criteria Naast bijdragen aan de doelstellingen kijken we ook naar de uitvoerbaarheid van de verschillende criteria. Dit wordt beoordeeld op basis van hoe toepasbaar de criteria zijn vanuit de gemeente, en hoe voorspelbaar het is of een vergunningsaanvraag zal voldoen aan de criteria, voor aanvragers en behandelaars. Studentencriterium De toepassing van deze voorwaarde blijkt toch ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt. Deze voorwaarde is duidelijk te toetsen door middel van het aanleveren van bewijs van inschrijving bij een onderwijsinstelling. Dit is eenvoudig te communiceren, maar kan het soms lang duren voordat dit volledig en op een juiste manier wordt aangeleverd door de aanvrager. Het meest ingewikkelde is echter dat de voorwaarde tot een kip - ei probleem leidt: het is een voorwaarde voor het verkrijgen van een vergunning dat bewoners studenten zijn, maar men mag pas verhuren aan studenten als men over een vergunning voor kamerbewoning beschikt. De aanvrager moet dus bewijzen aanleveren van inschrijving bij een onderwijsinstelling van huurders (personen die een huurcontact hebben). Echter op het moment dat de aanvraag wordt gedaan mag de aanvrager nog niet verhuren aangezien hij nog geen vergunning heeft. Het is dus feitelijk niet mogelijk voor de aanvrager om bewijs van inschrijving te leveren van huurders waar hij nog niet aan verhuurt.
Dit wordt
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
25
nu in de praktijk opgelost door de aanvrager toe te staan met concept huurcontracten te werken en door de aanvrager een termijn te geven voor het aanleveren van de inschrijfbewijzen. De vergunning wordt dan verleend onder voorwaarde dat binnen een termijn van 4 weken het bewijs van inschrijving wordt geleverd, terwijl de Verordening eigenlijk geen grondslag biedt voor het stellen van die voorwaarde. Leefbaarheidscriterium Het criterium wordt nu ingevuld door bij de veiligheidscoördinator woonoverlast van de Directie Veiligheid navraag te doen naar de situatie van overlast rondom de woning. Dit heeft als achtergrond dat de vergunningverlening jaren geleden vaak in het kader van legalisatie naar aanleiding van handhaving plaatsvond. Bovendien was dit een belangrijk criterium om de aanvragen onder de overgangsregeling op te toetsen. Deze wijze van toetsen is echter momenteel praktisch van weinig waarde omdat de aanvragen nu vrijwel uitsluitend voor nieuwe situaties van kamerbewoning gedaan worden. De geschiedenis van woonoverlast vanuit de woning zegt dan niets over de inschatting van de effecten van deze nieuwe kamerbewoning op de leefbaarheid in de toekomst. Oppervlaktecriterium Het oppervlaktecriterium is eenvoudig toepasbaar bij het toetsen van de aanvragen. Van elke woning is immers in de Basis Administratie Gebouwen (BAG) vermeldt was het bruto vloeroppervlak is.
Het is daarom bij elke aanvraag eenvoudig te toetsen of de woning groot genoeg is voor het aantal personen waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. Het oppervlaktecriterium is ook voor aanvragers duidelijk. Het gebeurt bijna nooit dat een vergunning hierop geweigerd wordt. Soms is aanvullend bewijs nodig als de data in de BAG niet lijkt te kloppen met de werkelijkheid. Het aantal aanvragen dat echt wordt afgewezen op dit criterium is zeer gering. Hier zijn geen exacte cijfers van maar dit wordt op 2 procent ingeschat. Afstandscriterium Het toetsen op de 50 meter eis wordt niet ingewikkeld gevonden. Vanuit verhuurders wordt ook aangegeven dat het afstandscriterium duidelijk en objectief is, en transparant wordt weergegeven op website. Op een digitale kaart is te zien welke gebieden binnen zich een 50 meter straal bevinden en waar dus wel of geen nieuwe aanvragen kunnen komen. De exacte adressen waar de vergunningen op afgegeven zijn (en waar de cirkel met een straal van 50 meter omheen getrokken is) niet terug te vinden. De locatie van de aanvraag wordt gebaseerd op de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) coördinaten van de woning waar de vergunning voor wordt aangevraagd. Voor aanvragers en behandelaars kan het lastig zijn dat aanvragen die in behandeling zijn nog niet op de kaart staan, en de kaart niet up-to-date is.
Het zou voor toepasbaarheid en voorspelbaarheid wenselijk zijn de kaart vaker te updaten, en aanvragen in behandeling ook mee te nemen. Soms gebeurt het ook dat een aanvraag wordt ingediend die volgens de kaart niet kan, dit lijkt een geval van niet geschoten altijd mis vanuit de aanvragers. Een ander probleem met het gebruik van de BAG coördinaten treedt op bij gestapelde bouw. Bij appartementencomplexen hebben vaak alle appartementen in het complex dezelfde BAG coördinaten, net achter de hoofdingang van het complex. Dit houdt dus in dat bij appartementencomplexen met 1 hoofdingang er door toepassing van het afstandscriterium maar 1 appartement een vergunning kamerbewoning kan krijgen. Enerzijds brengt het afstandscriterium hier dus grotere beperking met zich mee. Op zich zou men kunnen stellen dat bij kamerbewoning van meerdere woningen in één complex (die één hoofdingang delen) het gevaar voor overlast juist rond die hoofdingang het grootste is. Daar komen dan meerdere
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
26
personen door (niet alleen bewoners maar ook bezoekers) en daar vinden ook meerdere verhuisbewegingen plaats. Alle bewoners van het complex zouden hier dus last van hebben. Andere methoden van het toetsen van het afstandscriterium zouden ingewikkelder zijn. Om te kijken naar de exacte locaties van appartementen binnen een complex zouden plattegronden, of huisnummerbesluiten opgevraagd moeten worden, als die al uitsluitsel geven. Mogelijk zouden vergunningverleners zelfs fysiek naar het complex moeten gaan om te kijken. Ligging in nulquotumgebied Over de uitvoerbaarheid van de nulquotumgebieden is het team overige vergunningen positief. Het wordt als een duidelijke en objectieve voorwaarde ervaren die makkelijk toe te passen is. Vanwege de kaart op de website weten vergunningsaanvragers precies of hun aanvraag wel of niet binnen een nulquotumgebied valt. Af en toe gebeurt het alsnog dat er een aanvraag binnen een nulquotumgebied binnenkomt. Mogelijk doen aanvragers dat in de hoop dat er overheen gekeken wordt of dat hun aanvraag toch door het systeem glipt. Vanuit verhuurders zijn vergelijkbare geluiden te horen. Het is duidelijk en makkelijk te zien of iets wel of niet in een nulquotumgebied ligt. Ook bewoners zijn positief over de aanwijzing als nulquotumgebied. Het is een regel die in de buurt gemakkelijk gecommuniceerd kan worden.
Iedereen begrijpt het en ziet het voor zich. Daardoor heeft de regel ook een geruststellend effect: in onze buurt kan geen kamerbewoning meer bijkomen. Het afstandscriterium en het oppervlaktecriterium zijn moeilijker te interpreteren. Om die toe te passen op een woning die te koop komt (daar komt toch geen kamerbewoning) moet men bijvoorbeeld ook weten hoe groot de woning is, waar al vergunningen zijn afgegeven en hoe groot 50 meter afstand is. Bij aanwijzing van de nulquotumgebieden is door de raad gevraagd het effect hiervan te evalueren. Naast de kwalitatieve aspecten (zoals oordelen van betrokkenen) kan ook gekeken worden naar het effect van het instellen van de nulquotumgebieden op het patroon van vergunningverlening. Heeft dit bijvoorbeeld geleid tot meer vergunningverlening in de buurten rondom de aangewezen gebieden? Sinds de nulquotumgebieden van kracht zijn geworden (1 februari 2021) zijn er 9 maanden geweest dat er buiten die gebieden vergunningen konden worden aangevraagd voor nieuwe kamerverhuur. In die maanden zijn 62 vergunningen aangevraagd en verleend, waarvan er maar 4 in buurten die direct aan de nulquotumgebieden grenzen. Hieruit valt geen effect af te leiden op de verlening van vergunningen in de buurten die direct naast de nulquotumgebieden liggen.
Voorwaarde intrekking op basis van overlast Er is nog nooit een vergunning ingetrokken op basis van overlast. Het is twee keer wel de bedoeling geweest, maar in beide gevallen bleek het niet nodig en is de kamerbewoning beëindigd op een andere manier. Het is ook onduidelijk aan welke (objectieve) criteria een situatie exact moet voldoen om aanleiding te geven de vergunning in te trekken. Wanneer wordt geoordeeld dat de kamerbewoning de leefbaarheid aantast? Hier is ook nog geen jurisprudentie over.
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
27
7.4 Analyse De toepassing van de verschillende criteria met betrekking tot de doelstellingen en uitvoerbaarheid is in onderstaande tabel verder in beeld gebracht. Een + toont een positieve bijdrage aan een doelstelling en een positief oordeel over uitvoerbaarheid. Een - toont geen positieve bijdrage, en +A geeft een gemengd beeld aan.
Criterium
Doelstellingen
Uitvoerbaarheid
Schaarste/ overlast
Toepasbaar /voorspelbaar
Studentencriterium
+
-
+I-
+
Leefbaarheidscriterium
-
+I-
-
+I-
Oppervlaktecriterium
+
+I-
+
+
Afstandscriterium
+
+
+I-
+I-
Ligging in 0-gebied
+
+
+
+
Intrekking bij overlast
-
+
+I-
+I-
De huidige regels zijn weliswaar al bijna twee jaar in werking, toch is het lastig om op basis van cijfers eenduidig onderbouwde uitspraken te doen over de werking van de onderdelen van het systeem. De gemeente hecht aan een duidelijk, voorspelbaar en goed uitvoerbaar vergunningensysteem dat bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen. Alle criteria voor het verlenen van een vergunning voldoen in zekere mate hieraan. - Alle criteria dragen bij aan één of beide doelstellingen van de regulering. - Alle criteria zijn voor aanvragers voorspelbaar. Voor het afstandscriterium geldt dit echter niet altijd in de praktijk. De ambities zijn hoog en in theorie is dat gemakkelijk te realiseren, maar de praktijk is weerbarstig omdat het om aansluiting van verschillende systemen gaat - kleine foutjes leiden meteen tot stornering. - In de uitvoering leidt de huidige invulling van het leefbaarheidscriterium eigenlijk tot een weinig zinvolle toets. - De toepassing van het studentencriterium en het afstandscriterium is op papier helder, maar in de praktijk dikwijls bewerkelijk. Enkele (technische) wijzigingen in regelgeving kunnen dit verbeteren.
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
28
8.
Conclusies
8.1 Conclusies: 1.
Het is maar beperkt mogelijk eenduidig onderbouwde uitspraken te doen over de werking van de onderdelen van het systeem. 2. De evaluatie wekt de indruk dat het reguleren van kamerbewoning in Rotterdam bijdraagt aan het bestrijden van de schaarste aan zelfstandige woonruimte. 3. Er is een relatie tussen woonoverlast en kamergewijze bewoning. Kamerbewoning door 5 of meer veroorzaakt naar verhouding de meeste overlast. Deze overlast is weinig zichtbaar in de gebruikelijke leefbaarheidsindicatoren. 4. Het huidige vergunningenstelsel in Rotterdam is adequaat. In de praktijk blijkt de uitvoerbaarheid niet altijd optimaal.
8.2 Aanbevelingen: Aanbevolen wordt: 4. Bij een volgende aanpassing van de Verordening de volgende aanpassingen door te voeren in het belang van de uitvoerbaarheid en voorspelbaarheid van het vergunningstelsel: a. Het mogelijk maken van verstrekking van de vergunning onder voorwaarde dat de kamerverhuur daadwerkelijk plaatsvindt aan studenten b. Het verduidelijken van de methode voor het bepalen van het afstandscriterium 5. Een nadere uitwerking van het leefbaarheidscriterium te onderzoeken 6. Het reguleren van kamerbewoning via het ruimtelijke spoor verder uit te werken voor de Rotterdamse praktijk
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
29
Bijlagen Bijlage 1 Aantal vergunningen kamerbewoning per buurt. Buurten gerangschikt op alfabetische volgorde van de buurtnaam. Buurt Afrikaanderwijk Agniesebuurt Bergpolder Beverwaard Blijdorp Bloemhof Bospolder C.S. Kwartier Carnisse Charlois Zuidrand Cool De Esch Delfshaven Dijkzicht Dorp Eemhaven Feijenoord Groot Ijsselmonde Heijplaat Het Lage Land Hillegersberg Noord Hillegersberg Zuid Hillesluis Hoogvliet Noord Hoogvliet Zuid Katendrecht Kleinpolder Kop van Zuid Kop van Zuid - Entrepot Kralingen Oost Kralingen West Kralingseveer Landizicht Liskwartier Lombardijen Middelland Molenlaankwartier Nesselande Nieuw Crooswijk
# 28 44 207 10 174 129 74 14 177 1 56 36 102 2 8 2 10 60 0 105 7 91 133 15 13 11 7 6 5 173 380 16 0 99 62 219 0 0 24
Buurt Nieuw Mathenesse Nieuwe Werk Nieuwe Westen Noordereiland Ommoord Oosterflank Oud Charlois Oud Crooswijk Oud IJsselmonde Oud Mathenesse Oude Noorden Oude Westen Overschie Pendrecht Pernis Prinsenland Provenierswijk Rijnpoort Rozenburg Rubroek ‘s Gravenland Schiebroek Schiemond Schieveen Spangen Stadsdriehoek Strand en Duin Struisenburg Tarwewijk Terbregge Tussendijken Vreewijk Wielewaal Witte Dorp Zestienhoven Zevenkamp Zuiderpark Zuidplein Zuidwijk
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
# 0 16 309 46 30 25 166 41 19 162 228 99 38 38 8 8 65 1 114 137 5 4 2 0 50 293 4 91 211 0 126 58 0 0 0 19 0 5 8
30
Bijlage 2 Aantal vergunningen kamerbewoning per buurt. Buurten gerangschikt op het aantal vergunningen. Buurt Kralingen West Nieuwe Westen Stadsdriehoek Oude Noorden Middelland Tarwewijk Bergpolder Carnisse Blijdorp Kralingen Oost Oud Charlois Oud Mathenesse Rubroek Hillesluis Bloemhof Tussendijken Rozenburg Het Lage Land Delfshaven Liskwartier Oude Westen Hillegersberg Zuid Struisenburg Bospolder Provenierswijk Lombardijen Groot Ijsselmonde Vreewijk Cool Spangen Noordereiland Agniesebuurt Oud Crooswijk Overschie Pendrecht De Esch Ommoord Afrikaanderwijk Oosterflank
# 380 309 293 228 219 211 207 177 174 173 166 162 137 133 129 126 114 105 102 99 99 91 91 74 65 62 60 58 56 50 46 44 41 38 38 36 30 28 25
Buurt Nieuw Crooswijk Oud Ijsselmonde Zevenkamp Kralingseveer Nieuwe Werk Hoogvliet Noord C.S. Kwartier Hoogvliet Zuid Katendrecht Beverwaard Feijenoord Dorp Pernis Prinsenland Zuidwijk Hillegersberg Noord Kleinpolder Kop van Zuid Kop van Zuid - Entrepot ‘s Gravenland Zuidplein Schiebroek Strand en Duin Dijkzicht Eemhaven Schiemond Charlois Zuidrand Rijnpoort Heijplaat Landizicht Molenlaankwartier Nesselande Nieuw Mathenesse Schieveen Terbregge Wielewaal Witte Dorp Zestienhoven Zuiderpark
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
#
24 19 19 16 16 15 14 13 11 10 10 8 8 8 8 7 7 6 5 5 5 4 4 2 2 2 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
31
Bijlage 3 Aantal vergunningen kamerbewoning per 1.000 woningen per buurt. Buurten gerangschikt op het aantal vergunningen per 1.000 woningen. Buurt Kralingen West Kralingen Oost Bergpolder Oud Mathenesse Middelland Nieuwe Westen Tussendijken Tarwewijk Blijdorp Stadsdriehoek Rubroek Struisenburg Carnisse Delfshaven Oude Noorden Hillesluis Liskwartier Provenierswijk Oud Charlois Hillegersberg Zuid Noordereiland C.S. Kwartier Bospolder Kralingseveer Oude Westen Agniesebuurt Bloemhof Rozenburg Het Lage Land Cool Nieuw Crooswijk De Esch Nieuwe Werk Spangen Overschie Oud Crooswijk Lombardijen Afrikaanderwijk Vreewijk
woningen 8146 3819 4857 3814 5717 8561 3496 5982 5606 9446 4583 3151 6184 3569 8585 5037 3757 2588 6893 3875 1972 604 3209 739 4682 2120 6319 5842 6006 3755 1762 2684 1227 4214 3282 4106 6984 3750 7772
# 46,65 45,30 42,62 42,48 38,31 36,09 36,04 35,27 31,04 31,02 29,89 28,88 28,62 28,58 26,56 26,40 26,35 25,12 24,08 23,48 23,33 23,18 23,06 21,65 21,14 20,75 20,41 19,51 17,48 14,91 13,62 13,41 13,04 11,87 11,58 9,99 8,88 7,47 7,46
woningen Buurt # Charlois Zuidrand 7,41 135 Oud Ijsselmonde 7,04 2697 Pendrecht 5555 6,84 Zuidplein 6,56 762 Dijkzicht 4,67 428 Oosterflank 4,47 5588 Groot Ijsselmonde 4,20 14276 Katendrecht 3,88 2836 Pernis 3,53 2269 Kop van Zuid 3,22 1862 Feijenoord 3310 3,02 Hoogvliet Noord 2,67 5626 Zevenkamp 2,60 7298 Ommoord 2,27 13192 Strand en Duin 2,11 1898 Dorp 2,07 3860 Beverwaard 2,04 4901 Kleinpolder 1,77 3966 Hillegersberg Noord 4118 1,70 Prinsenland 1,55 5164 ‘s Gravenland 1,43 3506 Kop van Zuid - Entrepot 1,26 3965 Hoogvliet Zuid 1,24 10500 Zuidwijk 1,13 7069 Schiemond 0,76 2624 Schiebroek 0,50 8075 Heijplaat 822 0,00 Landzicht 0,00 198 Molenlaankwartier 0,00 3475 Nesselande 0,00 4553 Nieuw Mathenesse 0,00 866 Schieveen 0,00 139 Terbregge 0,00 1299 Wielewaal 0,00 360 Witte Dorp 236 0,00 Zestienhoven 0,00 1179 Zuiderpark 0,00 537 Eemhaven** 8 250,00 Rijnpoort** 31 32,26
* Het aantal woningen op 1 januari 2021 (bron OBI) ** Het aantal woningen in de buurten Eemhaven en Rijnpoort is dusdanig klein, dat de enkele vergunningen die daar verleend zijn tot relatief hoge scores leiden
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
32
Bijlage 4 Relatie meldingen woonoverlast met vergunningen voor kamerbewoning in wijken Centrum
Aantal woningen
Totaal Woningen met vergunning - Kamerbewoning 3 - Kamerbewoning 4 - Kamerbewoning 5 - Kamerbewoning ^ Geen kamerbewoning
20136 481 361 59 13 48 19655
Delfshaven
Aantal woningen
Totaal Woningen met vergunning Kamerbewoning 3 Kamerbewoning 4 Kamerbewoning 5 Kamerbewoning ^ Geen kamerbewoning
35425 1043 828 60 24 131 34382
Kralingen Crooswijk
Aantal woningen
Totaal Woningen met vergunning Kamerbewoning 3 Kamerbewoning 4 Kamerbewoning 5 Kamerbewoning ^ Geen kamerbewoning
28272 905 609 113 67 116 27367
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
aantal meldingen Woonoverlast 226 23 7 5 6 5 203
Aantal Meldingen per 100 woningen 1,12 4,78 1,94 8,47 46,15 10,42 1,03
aantal meldingen Woonoverlast 437 40 23 3 4 8 397
Aantal Meldingen per 100 woningen 1,23 3,84 2,78 5,00 16,67 6,11 1,15
aantal meldingen Woonoverlast 702 233 80 21 41 91 469
Aantal Meldingen per 100 woningen 2,48 25,75 13,14 18,58 61,19 78,45 1,71
33
Totaal
Woningen met vergunning
Vergunning 3
Vergunning ^
zonder vergunning
34267
605
512
93
33662
641
37
33
4
604
1,87
6,12
6,45
4,30
1,79
Feijenoord
Totaal
Woningen met vergunning
Vergunning 3
Vergunning ^
Zonder vergunning
Aantal woningen
46044
425
301
124
45619
490
29
12
17
461
1,06
6,82
3,99
13,71
1,01
HillegersbergTotaal Schiebroek
Woningen met vergunning
Vergunning 3
Vergunning ^
Zonder vergunning
Aantal woningen
20838
102
62
40
20736
139
1
1
0
138
0,67
0,98
1,61
0,00
0,67
IJsselmonde
Totaal
Woningen met vergunning
Vergunning 3
Vergunning ^
Zonder vergunning
Aantal woningen
28858
150
93
57
28708
356
12
9
3
344
1,23
8,00
9,68
5,26
1,20
Noord
Totaal
Woningen met vergunning
Vergunning 3
Vergunning ^
zonder vergunning
Aantal woningen
27507
807
600
207
26700
338
32
24
8
306
1,23
3,97
4,00
3,86
1,15
Totaal
Woningen met vergunning
Vergunning 3
Vergunning ^
zonder vergunning
8787
45
21
24
8742
98
3
3
0
95
1,12
6,67
14,29
0,00
1,09
Charlois Aantal woningen Meldingen Woonoverlast Meldingen per 100 woningen
Meldingen Woonoverlast Meldingen per 100 woningen
Meldingen Woonoverlast Meldingen per 100 woningen
Meldingen Woonoverlast Meldingen per 100 woningen
Meldingen Woonoverlast Meldingen per 100 woningen Overschie Aantal woningen Meldingen Woonoverlast Meldingen per 100 woningen
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
34
Bijlage 5 Relatie meldingen woonoverlast met vergunningen voor kamerbewoning in nulquotumgebieden Kralingen Oost
Aantal woningen
aantal meldingen Woonoverlast
Aantal Meldingen per 100 woningen
Totaal
3818
212
5,55
Woningen met vergunning
174
88
50,57
Kamerbewoning 3
98
32
32,65
Kamerbewoning 4
26
4
15,38
Kamerbewoning 5
14
11
78,57
Kamerbewoning ^
36
41
113,89
Geen kamerbewoning
3644
124
3,40
Kralingen West
Aantal woningen
aantal meldingen Woonoverlast
Aantal Meldingen per 100 woningen
Totaal
8146
314
3,85
Woningen met vergunning
384
115
29,95
Kamerbewoning 3
257
33
12,84
Kamerbewoning 4
49
13
26,53
Kamerbewoning 5
35
26
74,29
Kamerbewoning ^
43
43
100,00
Geen kamerbewoning
7762
199
2,56
Middelland
Aantal woningen
aantal meldingen Woonoverlast
Aantal Meldingen per 100 woningen
Totaal
5717
63
1,10
Woningen met vergunning
219
6
2,74
Kamerbewoning 3
157
1
0,64
Kamerbewoning 4
14
1
7,14
Kamerbewoning 5
6
1
16,67
Kamerbewoning ^
42
3
7,14
Geen kamerbewoning
5498
57
1,04
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
35
Nieuwe Westen
Aantal woningen
aantal meldingen Woonoverlast
Aantal Meldingen per 100 woningen
Totaal
8551
105
1,23
Woningen met vergunning
310
11
3,55
Kamerbewoning 3
238
3
1,26
Kamerbewoning 4
16
1
6,25
Kamerbewoning 5
6
1
16,67
Kamerbewoning ^
50
6
12,00
Geen kamerbewoning
8241
94
1,14
Struisenburg
Aantal woningen
aantal meldingen Woonoverlast
Aantal Meldingen per 100 woningen
Totaal
3151
76
2,41
Woningen met vergunning
92
19
20,65
Kamerbewoning 3
57
7
12,28
Kamerbewoning 4
11
3
27,27
Kamerbewoning 5
11
4
36,36
Kamerbewoning ^
13
5
38,46
Geen kamerbewoning
3059
57
1,86
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
36
Overzicht geïnterviewden ^ ^
Team Overige Vergunningen, Bouw en Woningtoezicht Irene Araujo, Nadiaska Soerka, Team IVI en Tactisch Centrum Handhaving, Stadsbeheer
^
Murat Cetinkaya , Veiligheidsregisseur woonoverlast, Directie Veiligheid
^
Kirsten Duijndam, Rental Rotterdam
^
Lesley Elkhuizen, Value+ vastgoed
^
Judith van Luijk, Contractmanager dak- en thuisloze jongeren, Zorg en Maatschappelijke Opvang
^
George Meijer, Accounthouder Kralingen-Crooswijk, Directie Veiligheid, Afdeling Wijkveiligheid
^
Rotterdamse Kamer van Verenigingen, Judith Noordhuis Floor Zegers
^
Marvin Siemensma, Woonstad/Stadswonen
^
Stop Overlast Krali ngen, Arthur ten Have Sanneke van Hassel
^
STUUR Rotterdam, Soraya Oumansouri
^
Werkgroep Oud-Charlois, Frans Gordijn André Patijn Elly van der Spoel
^
Rieke Zijlmans, Team TIAP/woningoverlast, Directie Veiligheid
Evaluatie regels voor kamerbewoning in Rotterdam
37