[23bb003619] Bijlage 6 behorende bij 23bb003615 over Zienswijze provincie
Tekst van het document
provincie Zuid'Holland
Gedeputeerde Staten
InFNTRAAL INFORMATIEBEHEERíreg.nr.-.
- 9 DEC. 2022
Postadres Provinciehuis
Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum
Zie verzenddatum linksonder
Rom
KOPIE:
Ons kenmerk
PZH-2022-821883797/ DOS-2022-0006968 Uw kenmerk
Aan de gemeenteraad van de gemeente Rotterdam
Bijlagen
Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM
Onderwerp
Zienswijze ex artikel 3.8 Wro inzake ontwerpbestemmingsplan Max Euwekwartier Geachte raad, Inleiding
Ingevolge artikel 3.8, lid 1, onder b van de Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) ontvingen wij op 15 november 2022 bovengenoemde ontwerpbestemmingsplan. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de visie, Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. Op basis van onderhavig bestemmingsplan wordt een gemengd gebied mogelijk gemaakt waarin plaats is voor diverse functies. Op grond van de regels kunnen maximaal 1.198 woningen worden gerealiseerd en 7.200 m2 aan commerciële voorzieningen, waarvan maximaal 150 m2 b.v.o. kleinschalige detailhandel. In beginsel kunnen wij instemmen met een dergelijke ontwikkeling voor dit gebied. Het plan, met een Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag
Tram 9. Vanaf station Den Haag CS is het tien
combinatie van wonen en werken, kan een positieve bijdrage leveren aan de verstedelijkingsopgave waar wij in Zuid-Holland voor staan. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is bij brief van 14 oktober 2022 al
minuten lopen. De
aangegeven dat het voorontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening houdt met de
parkeerruimte voor
betrokken provinciale ruimtelijke belangen inzake externe veiligheid, klimaatadaptatie,
auto's is beperkt.
kantoren en detailhandel. Het college is verzocht om het plan op deze onderdelen aan te passen. Wij hebben geconstateerd dat hieraan slechts gedeeltelijk gevolg is gegeven. Daarom dienen wij tegen het ontwerpplan een zienswijze in ten aanzien van de verantwoording externe veiligheid.
Verzonden op 08-12-2022
PZH-2022-821883797 dd. 08-12-2022
provincie Zuid'Holland
Ons kenmerk
PZH-2022-821883797/ DOS-2022-0006968
Zienswijze
Vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A16 is sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Volgens de toelichting in het plan neemt de overschrijding van de oriëntatiewaarde door de voorgestelde ontwikkeling verder toe. In onze vooroverlegreactie hebben wij - in verband met het provinciaal ruimtelijk belang groepsrisico - gevraagd het plan op de volgende vijf punten aan te vullen: 1. advies van de veiligheidsregio inclusief het meewegen van de geadviseerde maatregelen in het bestemmingsplan; 2. een gemotiveerde afweging van alternatieven die leiden tot een lagere oriëntatiewaarde van het groepsrisico ten opzichte van het voorgestelde plan; 3. een afweging van mogelijk te treffen maatregelen aan de risicobron; 4. Beschrijving op welke wijze een maximale inspanning wordt geleverd voor het beheersen van groepsrisico, waaronder de maatregelen die worden voorzien ten behoeve van de hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid ten tijde van een ramp op de transportroute A16; 5. een verantwoording en besluit van het bevoegd gezag (de gemeenteraad) over het toenemen van het groepsrisico en de hiervoor genoemde elementen. Mede naar aanleiding van onze zienswijze heeft u het plan op deze punten aangevuld. U gaat daarmee voldoende in op de punten 1, 3 en 4. Uw argumentatie ten aanzien van punt twee vinden wij echter alsnog te summier.
Uw motivering is kort gezegd dat het past binnen een plan dat in 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad (Masterplan Brainpark I), dat toename van de veiligheidsrisico's daarmee onvermijdelijk zijn en daardoor al door de raad geaccepteerd. Het gaat bij voorliggend plan over hoge groepsrisico's (van 3,4x naar 3,9x de oriëntatiewaarde), waarvan de gemeenteraad ten tijde van de vaststelling van het Masterplan naar wij menen nog geen weet kon hebben. Indien sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, vraagt de provincie van het bevoegd gezag een maximale inspanning om met maatregelen het groepsrisico te beheersen. In het geval van een bestemmingsplan is de raad bevoegd gezag. Het is dan ook van belang dat we bij vaststelling van het bestemmingsplan kunnen zien dat uiteindelijk de raad de overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico heeft verantwoord en daarin een eigen afweging heeft kunnen maken.
2/3 PZH-2022-821883797 dd. 08-12-2022
Ons kenmerk
PZH-2022-821883797/
DOS-2022-0006968
Conclusie
Op basis van de aangeboden gegevens constateren wij dat het ontwerpbestemmingsplan op genoemd onderdeel niet in overeenstemming is met het provinciaal (ruimtelijk) beoordelingskader en daarom verzoeken wij u om het bestemmingsplan bij de vaststelling alsnog op dit punt aan te vullen. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen, drs. K.P. Spannenburg Hoofd Beoordeling Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer te vermelden dat wij rechts bovenaan in deze brief hebben opgenomen.
3/3 PZH-2022-821883797 dd. 08-12-2022