[23bb003601] Bijlage 1 behorende bij 23bb003600 over Van onschatbare waarde. Uitgangspuntennota voor het cultuurbeleid 2025-2028’
Tekst van het document
Van onschatbare waarde
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028 1
Voorwoord Wanneer het over cultuur gaat, denken we vaak aan muziek, kunst, theater of film. Maar cultuur is zoveel meer. Cultuur gaat over onszelf. Cultuur toont onze identiteit, gezamenlijke normen en waarden en het gevoel ergens bij te horen. Cultuur zorgt voor schoonheid, verwondering en helpt om onszelf te verplaatsen in de werelden van anderen. Cultuur zet de stad op de kaart, brengt wijken in beweging en mensen bij elkaar. Kortom: Cultuur is van onschatbare waarde. Dat besef is, zeker in coronatijd, nog maar eens extra bekrachtigd. Een belangrijke les uit die periode is het besef hoe onmisbaar cultuur is in ons leven. Immers: cultuur geeft leven aan onze levens. Daarom is mij er alles aan gelegen om steeds de juiste voorwaarden te scheppen om onze cultuur in Rotterdam te laten leven, te koesteren en optimaal te laten floreren. Weerbaar, wendbaar en klaar voor de toekomst! Voor u ligt de Uitgangspuntennota voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028 met daarin de meerwaarde van cultuur als centraal vertrekpunt en het fundament onder ons Rotterdamse cultuurbeleid. Een nota die is opgesteld in een periode waarin we met de sector een ambitieuze transitie hebben ingezet. Deze nota kan daar uiteraard niet los van worden gezien en sluit daar naadloos op aan.
Ook de transitie steunt op drie belangrijke pijlers waar we de komende jaar op doorbouwen: Interconnectiviteit, Innovatie en Inclusiviteit. Anders gezegd: deze nota staat voor samen impact realiseren, ruimte geven aan vernieuwing en iedereen de mogelijkheid bieden om cultuur te maken en mee te maken. Door met een brede blik naar cultuur als florerend ecosysteem te kijken, kunnen we elkaar sterker maken. We hebben de afgelopen jaren kunnen zien hoe belangrijk dat is. Daarom moeten wij, juist op dit gebied, samen het voortouw nemen. Maar dan moeten we ook over grenzen heen durven te kijken. Muren slechten. Openstaan voor uitwisseling. En verantwoordelijkheid durven nemen voor elkaar. Zó houden we de Rotterdamse cultuursector veerkrachtig en toekomstbestendig. En dat niet alleen. Door met een breder perspectief naar kunst te kijken, worden ook tal van maatschappelijke thema’s en uitdagingen geadresseerd. Kunst brengt mensen bij elkaar, leert je anders te kijken naar dingen en laat je reflecteren op je omgeving én jezelf. Wanneer we kunst en cultuur zo zien, kan het de uitdagingen van deze tijd helpen oplossen. Ik ben ervan overtuigd dat de creativiteit in onze sector ongekende originaliteit en denkkracht losmaakt. Een denkkracht die ook bij grote maatschappelijke thema’s vaak een sleutel tot de oplossing is.
Maar de collectieve denkkracht van onze sector is boven alles dé sleutel tot een levendige cultuursector voor iedere Rotterdammer en bezoeker van onze stad. En dat is wat mij betreft van onschatbare waarde!
“
En dat is wat mij betreft van onschatbare waarde!"
Said Kasmi, Wethouder Onderwijs, Cultuur en Evenementen
2
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
3
Inhoudsopgave
Voorwoord
3
Samenvatting
5
Cultuur in Rotterdam
8
1
Interconnectiviteit
14
2
Innovatie
18
3
Inclusiviteit
22
4
Instrumentarium en randvoorwaarden
28
Transitie cultuur: op weg naar 2029
34
5
4
Samenvatting
Afkortingenlijst
35
Colofon
35
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
D
e waarde van cultuur voor de stad, de bewoner en de (artistieke) discipline staat centraal in het cultuurbeleid 2025-2028.
We werken aan deze waarde door in te zetten op de drie I’s: Interconnectiviteit, Innovatie en Inclusiviteit, de drie I’s die achtereenvolgens komen uit het advies van de International Advisory Board, de IABx , de Rotterdamse Cultuurvisie en de Uitgangspuntennota 2021-2024. Er is brede behoefte aan concretisering en ook meer focus op deze drie beleidsspeerpunten. De innovatieve kracht van de sector is evident, mag meer zichtbaar en krachtiger worden uitgedragen en benut. De samenwerkingen tussen instellingen, (maatschappelijke) partners en makers vragen om verdere verduurzaming en gelijkwaardigheid. En ondanks alle inzet en inspanningen op publieksverbreding is cultuur nog altijd niet toegankelijk voor een groot deel van de Rotterdammers. Er is in de wijken buiten het centrum minder aanbod en de participatie is laag.
Met Interconnectiviteit maken we samen impact door meerwaarde voor andere sectoren zichtbaarder te maken en door in gezamenlijke verantwoordelijkheid met andere sectoren te werken aan de opgaves van de stad. Bij Innovatie werken we aan het bieden van ruimte voor innovatie en experiment door het als voorwaarde te noemen voor een veerkrachtige cultuursector en sterke stad en door aandacht voor kennisontwikkeling. Bij Inclusiviteit staat cultuur van en voor iedereen centraal, in alle delen van de stad en in vele vormen. Door kennisontwikkeling op inclusiviteit, cultuuronderwijs, talentontwikkeling en door spreiding in te zetten gaan we hieraan verder werken om de cultuurparticipatie te verhogen. De komende vier jaar zet de gemeente zelf de nodige stappen om cultuur meer te verbinden met andere beleidsterreinen, onder andere door de ontwikkeling van een kenniswerkplaats en de integrale aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Zo werken we aan een transitie Cultuur waarbij we samen investeren in het belang van cultuur voor onze stad en daar ook samen de vruchten van plukken. Met deze inspanning en focus bewegen we krachtig richting de beoogde transitie en doen daarmee recht aan alle veranderingen die al bezig zijn.
5
Werken aan waarde voor de stad, de bewoner en de (artistieke) disciplines door: Interconnectiviteit
Innovatie
Inclusiviteit
Gezamenlijk impact realiseren
Bieden van ruimte aan innovatie en experiment
Cultuur van en voor iedereen. In alle delen van de stad en in vele vormen
Meerwaarde voor andere sectoren
. Kennisagenda . Plusprogramma’s . Open oproepen . Verbinding van cultuur met
Ruimte bieden voor experiment en innovatie
andere domeinen
6
. Inzicht in ecosysteem . Opgavegericht werken met de RCB die het voortouw neemt . Internationalisering als opgave . Architectuurbeleid . RFMO . Kennisagenda
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
Kennisontwikkeling op inclusiviteit
. Code D&I monitoring Cultuurplan . Doelgroepenmodel RF
financieringsvormen en innovatieve instrumenten
Innovatie als voorwaarde voor een veerkrachtige cultuursector en sterke stad
Samen verantwoordelijk
. Beleidsvisie Creatieve Industrie . Projectsubsidies . Opgavegericht werken . Doorontwikkelen andere . Ateliers en broedplaatsen . New Deals . Open oproepen . Plusprogramma’s
Cultuuronderwijs
Talentontwikkeling
Kennisontwikkeling op innovatie
. CityLab010 model . Kennisagenda
Cultuur maken en meemaken in de lokale infrastructuur
. Intermediaire organisaties: KCR . Culturele instellingen in Cultuurplan met cultuuronderwijs als kerntaak . Subsidieregeling Cultuurcoaches . KunstPakt . Ieder Kind een Instrument . Jeugdfonds Sport en Cultuur . Faciliteren van makers . Evenementenbeleid . Nachtplan . Projectsubsidies . Ateliers en broedplaatsen . Intermediaire organisaties: Cultuur Concreet, KCR en SKAR . Lokale Culturele Programmering . Ruimtelijk Kader Cultuur . Jeugdfonds Sport en Cultuur en Rotterdampas . Evenementenbeleid . Nachtplan
7
Cultuur in Rotterdam Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) - percentage Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) - percentage 45%
44%
Rotterdam is een rijke cultuurstad met internationale toppers, prijswinnende festivals en een ongekend aantal grassrootsinitiatieven. Rauw en eigen, stoer en trots. Een echte dynamische wereldstad. Een stad van ondernemen, vernieuwen en experimenteren.
2017
CULTUURKAART. Deze elementen zijn echt Rotterdams en dat maakt de stad zo herkenbaar. Die identiteit is aantrekkelijk voor bewoners en zeker ook voor bezoekers. Cultuur en architectuur blijven voor (internationale) bezoekers belangrijke redenen om naar Rotterdam te komen. En dat is ook goed voor de economie in de stad.
wijkprofiel 2017
Charlois
wijkprofiel 2019
30%
39%
Delfshaven 2017 2019
wijkprofiel 2017
31%
wijkprofiel 2019
32%
39% 35%35%39%
50% 47%47% 50% 44% 45% 39%
2017
wijkprofiel 2017
32%
2019
45%
35%
39%
47%
50%
41%
44%
31%
Charlois wijkprofiel 2017
Delfshaven
wijkprofiel 2019
32%
wijkprofiel 2017
32%
37%
wijkprofiel 2019
36%
Feijenoord wijkprofiel 2017
53%
wijkprofiel 2019
52%
Charlois Charlois
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Hoogvliet wijkprofiel 2017
IJsselmonde wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Kralingen-Crooswijk wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Charlois
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
36%
30%
31%
50%
50%
41%
HillegersbergSchiebroek Delfshaven
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
44%
47%
50%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
53%
Feijenoord
wijkprofiel 2019
52%
32%
wijkprofiel 2017
2017
30%
wijkprofiel 2017
32%39% 32% 32% 32% 35%
55%
32%
wijkprofiel 2017
Hoogvliet Hoogvliet Charlois wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
31%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
32%
wijkprofiel 2019
37%
wijkprofiel 2017
HillegersbergSchiebroek
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
58%
36%
53%
52%
55%
Kralingen-Crooswijk
Noord
58%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
30% 39%
wijkprofiel 2017
47%
31% 39%
wijkprofiel 2017
Rotterdam (totaal) 47% 50% wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Charlois wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019 wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019 wijkprofiel 2019
Delfshaven wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
32%
wijkprofiel 2017
Feijenoord
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
32%
37%
36% 2017 2019 Overschie Rotterdam (totaal) wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
39% wijkprofiel 2017
39%Hoogvliet
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
22% IJsselmonde 24% wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
30%
Rozenburg Noord 39% wijkprofiel 2017
39%
22%
wijkprofiel 2019
39%
22%
24%
48%
42%
64%
61%
Overschie 28% 29% wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
24%
48%
Pernis wijkprofiel 2017
42% wijkprofiel 2017
45%
Hillegersberg-44% Schiebroek 47%48%50%42%
Pernis
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
Prins Alexander wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Rotterdam-Centrum wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
35%
wijkprofiel 2017
Rozenburg
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
58%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
29%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
58%
47%
50%
28%
41%
44%
47%
50%
29%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
55%
28% 39%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Delfshaven Rozenburg
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019 wijkprofiel 2019
Kralingen-Crooswijk
39%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
39% Kralingen-Crooswijk
39%
22% 24% 30% 31%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
64%
48% 32%
48% 42% Noord
wijkprofiel 2019
32%
wijkprofiel 2017
32% Overschie
37%
53%
wijkprofiel 2017
28%
47% 50% 30% 31% 28% 50% 29% 47% 35% 39% Kralingen-Crooswijk wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
42% 32%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
Feijenoord
wijkprofiel 2019
Prins Alexander wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
Hoogvliet
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
Hoek van Holland 29% wijkprofiel 2017
52% 30% 31% Prins Alexander wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
64% 37%
61% 36%
61%
55%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
39% 39% 58% 32% 32% Rotterdam-Centrum wijkprofiel 2017
Hoogvliet
wijkprofiel 2019
Rotterdam-Centrum wijkprofiel 2017
39%
IJsselmonde
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
22%
Prins Alexander wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Rozenburg 39% wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
24%
48%
41% 32%
Noord wijkprofiel 2017
44% 32%
wijkprofiel 2017
47% 50% Noord wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
64%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
Delfshaven Hoek van Holland Rozenburg HillegersbergCharlois Schiebroek wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
HillegersbergSchiebroek
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
41%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
Delfshaven wijkprofiel 2017
53%
44%
HillegersbergSchiebroek IJsselmonde
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
47% 50% 37% 36% wijkprofiel 2019
52%
47%
55%
58%
50%
wijkprofiel 2019
Feijenoord Hoogvliet wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
28% 29% 53% 52%
Kralingen-Crooswijk wijkprofiel 2017
Feijenoord
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
28% 55%29% 58%
Noord wijkprofiel 2019
HillegersbergSchiebroek wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
36% Pernis
wijkprofiel 2019
61%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
39%
22%
wijkprofiel 2017
24%
42%
53%
52%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
48%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
48%
42%
64%
61%
29% 22%
24%
48%
42%
wijkprofiel 2019
Noord Prins Alexander
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
IJsselmonde
wijkprofiel 2019
64%
61%
55%
28%
29%
58%
wijkprofiel 2019
Kralingen-Crooswijk Pernis
wijkprofiel 2019
Noord
wijkprofiel 2019
24%
37% 36% Rozenburg wijkprofiel 2017
Hoogvliet Rotterdam-Centrum
wijkprofiel 2019
22%
wijkprofiel 2019
IJsselmonde Overschie
wijkprofiel 2019
Kralingen-Crooswijk Hoek van Holland
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
28%
Rotterdam-Centrum wijkprofiel 2017
Kralingen-Crooswijk Rozenburg
wijkprofiel 2019
Rozenburg wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Noord wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
29%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
42%
64%
Overschie
Rozenburg wijkprofiel 2017
55%
wijkprofiel 2017
61%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Rotterdam-Centrum
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
Noord
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
39% Overschie
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
52%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017 wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
61% 41%64% 44% 44% 45% Hoek van Holland IJsselmonde Charlois Rotterdam (totaal) 53% 52% 55% 58% Pernis Prins Alexander Rotterdam-Centrum 2017 2019 Charlois Delfshaven Feijenoord Rotterdam (totaal)
wijkprofiel 2017
31%
Hoek van Holland
Pernis wijkprofiel 2019
29%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019 wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
35%22%39%24%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
Hoek van Holland 55% 58%
28%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017 wijkprofiel 2017
IJsselmonde
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
55%
wijkprofiel 2019
52%64% wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019 wijkprofiel 2019
61%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017 wijkprofiel 2017
2017 Hoogvliet
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
53% 48% 42%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017 wijkprofiel 2017
64%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
53%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
50%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Noord Noord HillegersbergCultuurparticipatie per gebied - wijkprofielNoord 2017 en 2019 (cultureel) - percentage IJsselmonde Kralingen-Crooswijk Schiebroek 41% 44% 47% 50%
wijkprofiel 2019
47%
wijkprofiel 2017
29%
42%
Hillegersberg58% Schiebroek wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
52%
2019
wijkprofiel 2017
39% 45% 39% 44% Hillegersberg30% 31% Schiebroek
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
53%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
39%
48%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
35% 44% 45% 64% 61% 61% 28%29% 29% 37%48%42% 36%42% 53% 52% 55% 58% 48% 64% 28% 39% 39% 22% 24% 48% 42% 64% 61% Charlois Rotterdam (totaal) Delfshaven Feijenoord HillegersbergOverschie Pernis Prins Alexander Rozenburg Schiebroek 2017 Rotterdam-Centrum 2019 41% 44% 47% 50% Rotterdam (totaal) Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel)Charlois - percentage Pernis Prins Alexander Rotterdam-Centrum Rozenburg Pernis Prins Alexander Rotterdam-Centrum Rozenburg Hoogvliet IJsselmonde Kralingen-Crooswijk Noord Overschie Pernis Prins Alexander Rotterdam-Centrum 32% 24% 2017
Hoogvliet
2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
58% 55%55%50% 58% 47% 37% 36%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
35%
37% 36%22% 24% 39% 39%
50% 28%
wijkprofiel 2017
Cultuurparticipatie per gebied - 30% wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) - percentage Cultuurparticipatie per gebied en 2019 31% 32% 32% 37% 36% 53% 52%- wijkprofiel 2017 55% 58% (cultureel) - percentage
Hoek Holland Hoek vanvan Holland wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
45%
47%
61%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
36%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
44%
32% 22%
50% Overschie Overschie Hoek van Holland wijkprofiel 2017 wijkprofiel 2017
64%
wijkprofiel 2017
22% 24% HillegersbergSchiebroek
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
50%
IJsselmonde
wijkprofiel 2019
Feijenoord
Kralingen-Crooswijk Kralingen-Crooswijk Feijenoord Hoogvliet
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
39%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
44%
wijkprofiel 2017
47% 50%
HillegersbergHillegersbergPrins Alexander Rotterdam-Centrum Rozenburg Delfshaven Feijenoord HillegersbergSchiebroek Schiebroek Overschie Pernis Prins Alexander Schiebroek wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
37%
wijkprofiel 2019
IJsselmonde IJsselmonde Delfshaven Hoek van Holland
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
32%
Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) - percentage 39% 39% 22% 24%
2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
47%
42% 41%
wijkprofiel 2017
Noord
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
39% 39% Feijenoord wijkprofiel 2017
52% 53% 41%53%52% 44% 32% 32%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
32%
35%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
32%
37%37%50% 36%36% 47% 30% 31%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
31%
45%
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
44%
Hoek van Hollandper gebied Hoogvliet Kralingen-Crooswijk Cultuurparticipatie - wijkprofiel 2017 en IJsselmonde 2019 (cultureel) - percentage
2019
Hoek Holland Hoek van van Holland Rotterdam (totaal)
44%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Feijenoord Feijenoord Pernis Charlois
wijkprofiel 2019
Delfshaven
wijkprofiel 2017
44%41%
wijkprofiel 2017
61%
39%
39%
28%
Pernis wijkprofiel 2019
Prins Alexander
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Rotterdam-Centrum wijkprofiel 2017
64%
61%
28%
29%
Rozenburg
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
Overschie wijkprofiel 2017
Pernis wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
Prins Alexander wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
Rotterdam-Centrum Overschie wijkprofiel 2017
Rozenburg Pernis
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
wijkprofiel 2017
Charlois
wijkprofiel 2019
50% 47%47% 50% 24% 47% 50% 48%
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
30%31% 31% 30% 45% 44%
30%
wijkprofiel 2019
Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) - percentage
wijkprofiel 2017
Overschie
8
47% 47%
Feijenoord
wijkprofiel 2019
37%
wijkprofiel 2019
41% 50%
Delfshaven
wijkprofiel 2017
2017 2019 Delfshaven Delfshaven Overschie Rotterdam (totaal)
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2019
Charlois
wijkprofiel 2019
2019 wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
Rotterdam (totaal) Rotterdam (totaal) wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
47%
41%41% 44%44% 35% 39% 22% 39%
2019
Rotterdam (totaal)
20172017 20192019
2017
wijkprofiel 2019
47% 50%35% 39% 44% 45%
44%44%45%45%
Hoek van Holland
wijkprofiel 2017
44% 39%
Hoek van Holland Hoogvliet IJsselmonde Kralingen-Crooswijk Cultuurparticipatie gebied - wijkprofiel 2017 2019 (cultureel) - percentage Cultuurparticipatie perper gebied - wijkprofiel 2017 en en 2019 (cultureel) - percentage Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) Hoek van Holland - percentage Hoogvliet
35%
wijkprofiel 2017
39%
41% 35%
Rotterdam (totaal)
wijkprofiel 2017
45%
44%
Rotterdam (totaal)
wijkprofiel 2017
45%
Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) - percentage
We zien dat er, naast de succesverhalen, ook opgaven zijn. De innovatieve kracht van de cultuursector is evident, mag meer zichtbaar en krachtiger worden uitgedragen en benut. De samenwerkingen tussen instellingen, (maatschappelijke) partners en makers vragen om verdere verduurzaming en gelijkwaar- Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) - percentage digheid. En ondanks alle inzet en inspanningen op publieksverbreding is cultuur nog onvoldoende toegankelijk voor een groot deel van de Rotterdammers. Er is in de wijken buiten het centrum minder aanbod en de participatie is laag. 30%
50%
44%
Cultuurparticipatie per gebied - wijkprofiel 2017 en 2019 (cultureel) - percentage
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2017
47%
wijkprofiel 2017
Rotterdam (totaal)
2017
39%
2019
Rotterdam (totaal)
Cultuurparticipatie per gebied gemiddeld percentage wijkprofiel 2017 en 19 (cultureel) percentage
wijkprofiel 2017
44%
35%
wijkprofiel 2019
Prins Alexander
Rotterdam-Centrum
Rozenburg
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
wijkprofiel 2017
wijkprofiel 2019
9
Ruimtelijk kader Cultuur Het Ruimtelijke Kader Cultuur bestaat uit verschillende cultuurkaarten waar data over cultuur in Rotterdam is samengebracht. In het Ruimtelijk Kader wordt zichtbaar dat de cultuurparticipatie in de gebieden buiten het centrum fors lager is. Dit hangt samen met verschillende zaken. Zo is er minder cultuuraanbod in deze gebieden en is de afstand tot culturele voorzieningen groot. Daarnaast wonen er in deze gebieden veel personen uit de doelgroep licht, dat staat voor lichte cultuurparticipatie en betrokkenheid. In het beleid van 2021-2024 is verbreding en vergroting van het publieksbereik als doelstelling benoemd. In de periode 2025-2028 scherpen we dit verder aan. We leggen de focus op de doelgroep licht om zo de cultuurparticipatie van de Rotterdammers te verhogen.
De waarde van cultuur
Transitie
Cultuur is van grote waarde voor de stad. Het draagt bij aan de economie en het verhaal van de stad. Cultuur kan daarnaast het individuele leven verrijken, omdat het ontwikkeling, verbeelding, confrontatie, reflectie, troost of juist een gevoel van geluk kan bieden. En cultuur heeft een waarde in zichzelf, vanuit artistieke overwegingen; om taal, beeld, betekenis of vernieuwing uit te drukken of te ontwikkelen. De waarde van cultuur voor de stad, de bewoner en de (artistieke) discipline(s) staat daarom centraal in het cultuurbeleid 2025-2028.
Samen met de gemeenteraad, instellingen, makers en creatieven hebben we in het najaar 2022 uitgesproken dat we toewerken naar een transitie Cultuur. We investeren gezamenlijk in het versterken van het belang van cultuur voor onze stad en plukken daar ook samen de vruchten van. Er is breed draagvlak bij de culturele sector voor de ontwikkeling van een cultureel ecosysteem; die beweging is in de praktijk al ingezet4. Er is bovendien potentieel in de onderlinge samenwerking binnen de sector en tussen het culturele domein en andere domeinen, zoals vastgoed, economie, milieu/klimaat en het sociaal domein. Het vraagt wel om verdere versterking en uitvoering om het potentieel te benutten.
Deze waarde van cultuur voor de stad, de bewoner en de (artistieke) discipline(s) wordt bereikt door middel van Interconnectiviteit, Innovatie en Inclusiviteit, kortom: de drie I’s die achtereenvolgens komen uit advies van de International Advisory Board, de IABx1, de Rotterdamse Cultuurvisie2 en de Uitgangspuntennota 2021-20243. Interconnectiviteit staat voor samen impact realiseren. Innovatie geeft de ruimte aan experiment en vernieuwing. Inclusiviteit biedt de mogelijkheid voor iedereen om cultuur te maken en mee te maken, in vele vormen en in alle delen van de stad.
CULTUURKAART. Culturerele voorzieningen
In deze uitgangspuntennota schetsen we welke inzet gaat helpen om te komen tot ‘een cultuuraanbod dat divers, toegankelijk en laagdrempelig is en een aansprekend programma biedt, voor alle leeftijden en verspreid over alle wijken’5. Samen werken we hier aan het creëren van waarde voor de stad, met ruimte voor experiment en vernieuwing.
2. 1. Witte de With, Museumkwartier 2. Schouwburgplein 3. Kop van Zuid / Katendrecht
1.
3. Hoek van Holland
Rozenburg
1 2 3 4 5
10
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
IABx, Rotterdam, stay close to what you are! Becoming an international cultural hotspot, starts with authenticity, 2017. Rotterdamse Cultuurvisie, Cultuur ondersteunt de veranderingen in de stad, april 2019. Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2021-2024, Stad in transitie, cultuur in verandering, juni 2019. Collegebrief, Een nieuw adviesmodel voor cultuur, november 2022. Coalitieakkoord 2022 – 2026 Rotterdam, Eén stad, juni 2022.
11
Impact We bouwen verder aan de drie I’s om de artistieke en maatschappelijke waarde van cultuur voor de stad verder te versterken, te vergroten en te verduurzamen. De drie I’s worden gedragen door de culturele sector en worden gezien als relevante beleidsspeerpunten. In gezamenlijkheid wordt toegewerkt naar een ecosysteem van een weerbare en toekomstbestendige cultuursector die bijdraagt aan een inclusieve en innovatieve stad. Om dit te bereiken, is het nodig om op basis van scherper gedefinieerde beleidsspeerpunten verder te werken. Om te leren met elkaar, te werken aan impact en om zo goed mogelijk de transitie naar een florerend ecosysteem6 te kunnen maken. Aan het einde van de beleidsperiode 2025-2028 hebben we (meer) inzicht in welke bijdrage cultuur aan de stad levert en hoe het ecosysteem functioneert en verder kan floreren. Een scherpere duiding en focus is dus nodig. Zo wordt helder aan welke doelen wordt bijgedragen, wordt meer betekenis gegeven aan wat we doen en krijgen we inzicht in wat er nog moet gebeuren. Het gezamenlijk werken aan duidelijke beleidsspeerpunten zorgt daarnaast voor meer interconnectiviteit en bevordert het proces richting de beoogde transitie.
Focus Bij alles wat we doen, werken we aan de waarde voor de stad, de bewoner en de discipline(s), oftewel de impact. Dit is de basis van alle instrumenten, regelingen en programma’s. De nadruk ligt hierbij niet alleen op de output, zoals aantallen, maar ook op de outcome, bijvoorbeeld talentontwikkeling. Impact is geen instrument ter verantwoording (to prove). Impact gaat over de langetermijnveranderingen die een culturele organisatie teweegbrengt of wat in gezamenlijkheid gebeurt met betrekking tot stedelijke opgaven. Zinvol meten van impact gaat over leren en bijsturen (to improve). Dat is dan ook de ambitie, zeker richting de transitie. Relevant zijn en betekenis geven staan hierin centraal. In de periode 2025-2028 maken we hier een start mee, door samen met de sector en andere stakeholders te werken aan opgaven zoals kansengelijkheid en thema’s zoals talentontwikkeling.
Hoe gaan we dit doen Van instellingen willen we weten hoe zij bijdragen aan het verder ontwikkelen van hun discipline(s), welke positie de instelling heeft binnen de discipline(s) en hoe zij deze positie inzetten voor hun discipline(s). Voor
6 7 8
de waarde van de stad willen we, afhankelijk van het profiel van de instelling, weten welke maatschappelijke betekenis de instelling heeft als het gaat om sociale vraagstukken en domeinen, in welke gebieden en/of wijken de instelling opereert en wat haar bijdrage daar is. We vragen naar de waarde die de instelling heeft voor bepaalde publieksgroepen. Samengevat: wat is de betekenis voor de stad, de bewoner, de discipline(s) en hoe draagt de instelling daaraan bij?
Leeswijzer In de volgende drie hoofdstukken werken we de drie I’s verder uit. Per I leggen we uit waarom deze bijdraagt aan de waarde voor de stad, welke doelstellingen we voor ogen hebben en wat er wordt gedaan om dit te bereiken. In het vierde hoofdstuk wordt het instrumentarium nader toegelicht en wordt uitgelegd hoe de diverse regelingen en programma’s bijdragen aan de waarde voor de stad. In het laatste hoofdstuk geven we een korte blik op de toekomst richting de transitie Cultuur.
Binnen de gemeente Binnen de gemeente wordt de inzet en betekenis van cultuur in de domeinen van zorg, welzijn, onderwijs en stedelijke ontwikkeling ook verder uitgebouwd7. Bij stedelijke ontwikkeling bieden gebiedsontwikkelingen kansen voor nieuwe ruimte voor cultuur, ook in tijdelijkheid. Met de vastgoedstrategen zitten we dichter op deze gebiedsontwikkelingen. Vanuit het rijke netwerk in de wijken moet de spreiding van cultuurvoorzieningen vorm krijgen, mogelijk in combinatie met andere maatschappelijke voorzieningen en ruimte. Met onderwijs wordt integraal gewerkt aan cultuuronderwijs.8 Met welzijn wordt samengewerkt in de Plusprogramma’s, Rotterdam Onbeperkt en aan participatie in de gebieden. Daarnaast biedt het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) een kans om integraal samen te werken op het gebied van onder andere mentale weerbaarheid. We richten een kenniswerkplaats in en stellen een kennisagenda op. We delen de opgedane kennis en resultaten met alle stakeholders. We doen dit in afstemming met de Rotterdamse culturele sector, andere relevante partijen en met de landelijke kennisagenda van bijvoorbeeld de Boekmanstichting. De komende jaren monitoren we met elkaar de drie I’s, om te bepalen wat werkt en wat niet. Niet in de vorm van een afrekenbaar instrument, maar om te zien wat bijdraagt aan de stad en wat niet.
Bij de ontwikkeling van deze kenniswerkplaats betrekken we nadrukkelijk ook andere beleidsterreinen voor advies en data. Zo werken we verder aan cross-sectorale uitwisseling (binnen de gemeente) en een meer integrale benadering van cultuurbeleid. Daarmee bewegen we krachtig richting de beoogde transitie en doen daarmee recht aan alle veranderingen die al bezig zijn.
Collegebrief (zie noot 1). Reactie wethouder op handreiking Cultuur in Stedelijk Ontwikkeling, feb 2023. In PO, VO, SO en MBO. PO is primair onderwijs, VO is voorgezet onderwijs, SO is speciaal onderwijs en MBO is middelbaar beroepsonderwijs.
12
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
13
1. Interconnectiviteit
Eind 2017 introduceerde de IABx9 de term ‘interconnectiviteit’, voortbouwend op ontwikkelingen in de Rotterdamse cultuursector. In de Rotterdamse Cultuurvisie10 werkten wij het thema verder uit als sleutelbegrip. In 2021 adviseerde de Denktank New Deal Cultuur Rotterdam11 nadrukkelijk nog meer te werken aan interconnectiviteit. Wij hebben deze aanbeveling omarmd. Door de inzet van het beleidsspeerpunt Interconnectiviteit streven wij naar een compleet en evenwichtig cultureel ecosysteem in de stad dat de brede culturele sector verbindt, meerwaarde heeft voor andere sectoren en vice versa.
Per opgave leveren makers en instellingen van verschillende grootte en niveaus hun eigen unieke bijdrage. Wederkerigheid staat hierbij centraal. Wordt er in de gemeenschap samengewerkt, dan worden niet alleen resultaten bereikt, maar wordt ook kennis opgehaald over hoe zulke processen vormgegeven kunnen worden13. Dit is onmisbaar bij het leerproces op weg naar een florerend ecosysteem.
Uit de meerjarenbeleids- en jaarplannen (2021-2022) valt op te maken dat instellingen nog niet vaak duurzaam werken vanuit een gezamenlijk doel of opgave. De motivatie om op die manier samen te werken is er wel, maar wordt nog onvoldoende concreet.14
In de ideale situatie zien we dat cultuur:
. onderdeel is van stedelijke ontwikkeling; . bijdraagt aan opgaven van de stad; . verbinding heeft met andere disciplines en domeinen.
Om dit bereiken, worden twee lijnen uitgezet:
. meerwaarde voor andere sectoren; . samen verantwoordelijk.
9 IABx 2017 (zie noot 3). 10 Rotterdamse cultuurvisie (zie noot 4). 11 Advies Denktank New Deal Cultuur Rotterdam, mei 2021. De Denktank deed aanbevelingen aan het college voor de ondersteuning van de cultuursector tijdens en na de coronacrisis. 12 Mark Moore, Creating public value: Strategic management in government, 1995. 13 Moore 1995 (zie noot 12). 14 Gemeente Rotterdam, Terugblik cultuurbeleid 2021-2022, 2023.
14
Samen verantwoordelijk
De veranderende samenleving, de noodzaak van de energietransitie, verduurzaming, verdichting en uitbreiding van de stad vragen om creatieve oplossingen. Interconnectiviteit draagt bij aan de betekenis van cultuur voor andere beleidsdomeinen en vice versa.
De verbondenheid tussen overheid en cultuursector is van belang voor de effectiviteit van het cultuurbeleid. We werken immers samen aan de stad, de verhalen van de stad en haar bewoners en de opgaven waar we de komende jaren voor staan. Dat betekent niet alleen een verdere versteviging van de relatie tussen de gemeente en het culturele veld, maar ook van de verhouding met andere sectoren. Het ideaal is een samenwerking gebaseerd op gelijkwaardigheid en partnerschap, die ruimte biedt voor nieuwe manieren van beleidsontwikkeling en nieuwe bekostigingsinstrumenten. En die optimaal aansluit bij de behoeften van de culturele organisaties, creatieven, jong talent en de veelheid aan andere spelers in het culturele veld. Hiermee sorteren we voor op de transitie Cultuur16 zoals die voor 2029 geformuleerd is.
Vanuit creativiteit kan de cultuursector meewerken aan het bevorderen van taalvaardigheid, weerbaarheid, preventie van gezondheidsklachten of eenzaamheid, of innovatieve oplossingen bieden voor het bedrijfsleven. De culturele sector daagt bovendien uit tot reflectie en dialoog, biedt nieuwe perspectieven en werkwijzen en versterkt de authentieke verhalen van de stad. Wij maken zichtbaar en aantoonbaar wat cultuur kan bijdragen. Dat is een belangrijke opgave voor de gemeente en is sterk verbonden met monitoring en de kennisagenda (zie verderop in dit hoofdstuk). Daarnaast zetten we verschillende (succesvolle) programma’s voort die deze waarde zichtbaarder maken zoals de open oproepen en de Plusprogramma’s15. Als gemeente streven we ernaar de samenwerking tussen cultuur en andere sectoren in ons beleid en als opdrachtgever te verstevigen.
Wat gaan we doen?
Definitie Interconnectiviteit is een middel om aan de waarde voor de stad te werken. Juist door in gezamenlijkheid aan die waarde te werken, krijgt het begrip betekenis12. Interconnectiviteit wordt gezien als een schakel en een voorwaarde om te werken aan gemeenschappelijke thema’s binnen grootstedelijke vraagstukken. Het gaat verder dan samenwerkingslijstjes afvinken: ons uitgangspunt is impact voor de stad. Interconnectiviteit heeft verschillende niveaus: van verkennen van samenwerking naar samenwerking met partners, tot domeinoverstijgende samenwerking waarin wordt gewerkt vanuit een gezamenlijk doel of een gezamenlijke opgave. Dat laatste niveau is de gewenste uitkomst.
Meerwaarde voor andere sectoren
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
. Binnen de kennisagenda focussen op wat cultuur bijdraagt aan andere sectoren . Voortzetten van de Plusprogramma’s en de open oproepen . Verstevigen van de samenwerking tussen cultuur en andere sectoren in gemeentelijk beleid en opdrachtgeverschap
Om deze beweging in te zetten zal de gezamenlijke verantwoordelijkheid verder gefaciliteerd en ontwikkeld moeten worden. Hier is kennisdeling voor nodig, inzicht in het ecosysteem en wie welke plek daarin heeft. We nodigen instellingen en makers uit tot reflectie op hun bijdrage/waarde voor de stad, de bewoner en/ of de discipline(s) en hoe ze daaraan werken. Er moet aandacht zijn voor de verdiencapaciteit van grote instellingen. De instellingen zullen worden gevraagd om in hun plan aandacht te besteden aan het verhogen van de eigen inkomsten om zo bij te dragen aan de weerbaarheid van de sector. Ook zullen we gerichter toetsen welke plek en bijdrage andere regelingen zoals de Impulsregeling, Lokale Culturele Programmering (LCP) en de Projectsubsidies hebben binnen het ecosysteem en wat deze bijdragen.17
Internationalisering Het ecosysteem beperkt zich logischerwijs niet tot de fysieke grenzen van de stad of van ons land; interconnectiviteit en internationalisering gaan hand in hand. Wij zien de waarde van internationalisering voor Rotterdam en de bijdrage die zij levert aan het versterken van het culturele en makersklimaat (door onder andere internationale uitwisseling en relaties), crossculturele samenwerking en kennisdeling en de wijze waarop we ons als wereldstad profileren. De kwaliteit van ons (kunstvak)onderwijs trekt veel internationale studenten aan, die ook na hun studie in Rotterdam blijven wonen en werken. De Rotterdamse creatieve sector is daarnaast een groeiend cultureel exportproduct.
15 Zie voor meer informatie over de open oproepen en de Plusprogramma’s respectievelijk de hoofdstukken Innovatie en Instrumentarium en randvoorwaarden. 16 Collegebrief 2022 (Zie noot 1). 17 Zie voor meer informatie over de impulsregeling, de Lokale Culturele Programmering en de Projectsubsidies respectievelijk de hoofdstukken Innovatie en Instrumentarium en randvoorwaarden.
15
Rotterdam onderscheidt zich als internationale cultuurstad onder andere op het gebied van toonaangevende architectuur, internationale festivals en community arts. Cultuur levert in die internationale context tegelijkertijd een belangrijke bijdrage aan de economie, het toerisme en het vestigingsklimaat. Om sterker in te zetten op internationalisering, is dit thema een belangrijk onderdeel van de kennisagenda waartoe de gemeente het voortouw neemt. We zoeken onder andere aansluiting bij het World Cities Culture Forum, waarin prominente steden wereldwijd kennis delen en de essentiële rol van cultuur bij grootstedelijke vraagstukken verkennen.
Werkagenda RCB In 2021 heeft de Rotterdamse Culturele Basis (RCB) een werkagenda voor de periode 2021-2024 opgesteld waarin bredere doelen dan alleen cultuur zijn opgenomen. De RCB wordt gevraagd deze werkagenda gezamenlijk met het culturele veld te actualiseren en zijn aanjagende rol bij de opgaven te continueren.
Onlangs is een evaluatie uitgevoerd naar de rol van de intermediaire instellingen. Op basis van deze bevindingen wordt aanbevolen de inzet van deze rol te versterken, zodat de kennis en ervaring van de intermediairs en van de gemeente over en weer beter benut kan worden voor de stad.18 De subsidiekaders voor deze instellingen worden daarom aangescherpt of geconcretiseerd. Zo zijn zij als kennisnetwerk van de sector gezamenlijk verantwoordelijk voor het verzamelen van data, het toegankelijk maken en benutten hiervan en het evalueren en bijsturen. Er wordt verwacht dat de instellingen onderling de samenwerking opzoeken, meewerken aan het opzetten van de onderzoeks- en kennisagenda en actief kennisdelen met de sector, door bijvoorbeeld symposia te organiseren of dashboards te ontwikkelen.
Verdere uitwerking hiervan staat in het hoofdstuk Instrumentarium en randvoorwaarden. De thema’s die wij als gemeente al agenderen in die werkagenda, zoals talentontwikkeling en spreiding van cultuur, worden verder toegelicht in het hoofdstuk Inclusiviteit.
Kennisagenda Als gemeente faciliteren wij het werken aan opgaven door een kennisagenda te ontwikkelen. De kennisagenda zal bestaan uit (urgente) kennisvragen en het opzetten en ondersteunen van onderzoek en kennisdeling door onder andere kennissessies en instrumenten zoals het Ruimtelijk Kader Cultuur in wording. De drie intermediaire organisaties Cultuur Concreet, Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR) en Stichting Kunstaccommodaties Rotterdam (SKAR) wordt gevraagd samen met Rotterdam Festivals hier vanuit hun functie een sterke rol in te gaan spelen.
Wat gaan we doen?
. Inzicht verkrijgen in het ecosysteem door instellingen te vragen naar hun waarde en positie op het gebied van bewoner, stad en discipline(s)
. Onderzoeken hoe de regelingen buiten het Cultuurplan bijdragen aan het ecosysteem . Werken aan opgaven vanuit gedeelde
verantwoordelijkheden en belangen. De RCB actualiseert met die invalshoek zijn werkagenda in afstemming met het culturele veld en continueert zijn aanjagende rol
. Ontwikkelen van een kennisagenda ter
bevordering van kennisontwikkeling en kennisdeling. De gemeente neemt hierin het voortouw. De intermediaire organisaties samen met Rotterdam Festivals gaan hier een sterke rol in spelen
Voorbeeld interconnectiviteit: urban culture-concept Voor de as Kop van Feyenoord-IJsselmonde wordt gewerkt aan concepten waarin verschillende disciplines bij elkaar komen, zoals het verbinden van sport en cultuur (urban culture-concept). De partijen werken samen aan het stepping stone-model: het tijdelijk benutten van ruimte met uitzicht op permanent gebruik in de toekomst, zodat cultuur van toegevoegde waarde blijft in het gebied.
18 KWINK, Evaluatie intermediaire instellingen Rotterdam, april 2023.
16
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
17
2. Innovatie
Innovatie is een middel om creatief om te gaan met een steeds veranderende omgeving. Dit vraagt om dynamiek, aanpassing, nieuwe manieren van werken en het bereiken van mensen. Innovatie is bij uitstek een kracht van de culturele en creatieve sector; ontwerpend denken, een alomvattende benadering van vraagstukken en een dynamische werkwijze zijn eigen aan de sector. Dit stelt haar in staat maatschappelijke kwesties aan de orde te stellen, complexe opgaven te doorgronden en met onverwachte ideeën en oplossingen te komen. Deze manier van denken en werken leidt niet alleen tot innovatieve producten en diensten met een artistieke waarde. In de creatieve sector worden regelmatig innovatieve ideeën geboren die tot toepassingen leiden in andere sectoren en de potentie hebben om maatschappelijke vooruitgang teweeg te brengen. Innovatie is dus al een kracht van de sector, maar er is nog ruimte om te werken aan de optimalisering van de condities waarbinnen innovatie plaats kan vinden. We willen Rotterdam als laboratorium voor culturele innovatie versterken. In dit hoofdstuk beschrijven we op welke manieren we innovatie willen stimuleren en ondersteunen.
Aanbod
Configuratie
Dienstverlening: Vergroten van het aanbod door gerichte, vernieuwde dienstverlening.
Systeem: Een complementair aanbod van producten, activiteiten of diensten bieden.
Verdienmodel: Inrichten van een verdienmodel op een vernieuwende manier met een product, dienst of activiteit.
Kanaal: Jouw idee aan de Rotterdammers overbrengen op een vernieuwende en interessante wijze.
Uitvoering: Vernieuwing van een bestaande of een compleet nieuwe activiteit, product of dienst leveren.
Netwerk: Nieuwe manieren van samenwerken stimuleren of creëren.
Presentatie: Meer impact creëren door een originele presentatie van een initiatief, product, dienst of activiteit.
Structuur: Slim en efficiënt structureren en organiseren van mensen, middelen en activiteiten.
Interacties: Mensen uit verschillende hoeken samenbrengen op een slimme en waardevolle manier.
Proces: Een product, dienst of activiteit inzetten om processen te vernieuwen of verbeteren.
Definitie In het algemeen kunnen we zeggen dat er sprake is van innovatie als er nieuwe inzichten worden verworven en/ of nieuwe denk- en werkwijzen worden ontwikkeld en gangbare inzichten, denk- en werkwijzen ter discussie worden gesteld. Het is belangrijk te constateren dat wat voor de ene culturele instelling of maker vernieuwend is, voor een andere instelling of maker al vanzelfsprekend is. Wat we als innovatie beschouwen is relatief; de discipline(s), het profiel, de context en positionering van de instelling zijn hierbij bepalend en beïnvloeden de manier waarop innovatie vorm krijgt en wat we zien als vernieuwend. Om toch een dieper inzicht te krijgen in wat innovatie is en kan zijn en op welke manieren het zich kan uiten, introduceren we hier het innovatiemodel dat wordt gehanteerd bij CityLab01019. Hoewel geen model uitputtend is, laat het goed de bandbreedte zien van de facetten waarop vernieuwing kan plaatsvinden door tien soorten innovatie te beschrijven, in drie categorieën: beleving, aanbod en configuratie. Door inzicht te bieden in die verschillende soorten, kan het model voor instellingen en makers een handvat zijn bij het herkennen van innovatiekansen en het formuleren van doelstellingen op het gebied van innovatie.
19 Dit model is gebaseerd op het Ten Types of Innovation-model (Keeley, Pikkel, Quinn & Walters, 2013). Het werd ontwikkeld om innovatiekansen te kunnen identificeren en de mate van innovatie te kunnen toetsen.
18
Beleving
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
Ruimte geven aan experiment en innovatie We willen de komende jaren ruimte bieden aan experiment en innovatie voor organisaties en makers, zowel in faciliteiten als doorgroeimogelijkheden. De groep nieuwe en vernieuwende makers is een belangrijke dragende factor van vernieuwing in de cultuursector. Zij bereiken via nieuwe kanalen publiek dat door andere instellingen minder wordt bereikt, creëren andere vormen van interactie met het publiek, experimenteren met het gebruik van de fysieke ruimte of het realiseren van aanbod op alternatieve locaties en vinden nieuwe financieringsmogelijkheden. We versterken de positie en potentie van deze groep door te zorgen dat hiervoor ruimte is. Fysieke experimenteerruimte, in de vorm van betaalbare werkruimte voor creatieven, gespreid over Rotterdam. En ruimte voor de ontwikkeling van deze makers, zowel artistiek als zakelijk, door de ondersteuningsvormen voor deze groep verder te ontwikkelen (zie hieronder). We benadrukken dat innovatie wat ons betreft niet alleen voorbehouden is aan nieuwe makers of nieuwe organisaties. Ook culturele organisaties die al langer actief zijn in Rotterdam ontwikkelen bijvoorbeeld nieuwe werkwijzen om beter aan te sluiten bij (nieuwe) publieksgroepen, boren nieuwe kanalen aan of zoeken nieuwe manieren van samenwerken.
We stimuleren de samenwerking tussen deze organisaties en nieuwe makers of organisaties door het (laten) opstellen van gemeenschappelijke opgaven en een kennisagenda ter bevordering van kennisdeling en -ontwikkeling. Het gaat hier expliciet om samenwerkingen op gelijkwaardige voet, waarin men elkaar inspireert, van elkaar leert en de slagkracht van de een combineert met het flexibele en dynamische karakter van de ander. Door de sterke kanten van de samenwerkingspartners op een duurzame manier met elkaar te verbinden, kunnen
innovaties ontstaan waar partijen individueel wellicht niet toe in staat zijn. Ruimte geven aan experiment en innovatie vraagt ook om vernieuwing binnen de gemeente. De afgelopen jaren zijn nieuwe financierings- en ondersteuningsvormen ontwikkeld die beter aansluiten bij de innovatieve cultuurvormen die we zien ontstaan en bij de behoeften van nieuwe makers. Voorbeelden zijn Pitcher Perfect 010, de ondersteuning van crowdfundingsacties in samenwerking met Voordekunst, de Rotterdamse Cultuurlening en de Impulsregeling (zie ook het hoofdstuk Instrumentarium en randvoorwaarden). Het gaat hier nadrukkelijk niet alleen om financiële ondersteuning, maar ook om andere vormen zoals kennisdeling en netwerkontwikkeling. De komende jaren zetten we in op de doorontwikkeling van deze nieuwe ondersteuningsvormen. Om ruimte te geven aan experimenten, is het belangrijk dat we ook ruimte inbouwen voor het ‘mislukken’ van die experimenten. Onderzoek en experiment bieden geen gegarandeerd resultaat, maar zijn wel van essentieel belang om tot innovatie te komen. Dit vraagt van ons als gemeente dat we deze ruimte bieden en dat we de manier waarop we plannen beoordelen bijstellen waar nodig. De afgelopen jaren is bij de vernieuwing en vervanging van het gemeentelijke vastgoed gestart met Ontwerpend Ontwikkelen, een innovatief instrument om de waarde van deze plekken te vergroten.
Door optimaal gebruik te maken van de schaarse ruimte, goed aan te sluiten bij de wensen van de wijk en door plek te bieden aan waardevolle programma’s en lokale initiatieven die in de groeiende stad onder druk staan. Dit doen we samen met architecten, ontwerpers, gebruikers, bewoners, stadmakers, organisaties en marktpartijen.
19
Voorbeeld innovatie: Ontwerpend Ontwikkelen in Hoek van Holland Het strategieteam Maatschappelijk Vastgoed van de gemeente heeft samen met de Veldacademie en AIR/Van der Leeuwkring het traject Ontwerpend Ontwikkelen geïnitieerd. Een gezamenlijke zoektocht naar een nieuwe manier van ontwikkelen van maatschappelijk vastgoed, samen met ontwerpers en stakeholders uit de markt/ maatschappij/overheid. De Hoekstee in Hoek van Holland was een van de pilots. In De Hoekstee zijn een stadswinkel, huis van de wijk, sporthal en een theaterzaal gehuisvest. Het pand is afgeschreven en toe aan vervanging. Meerdere gebiedsontwikkelingen in de buurt veranderen bovendien mogelijk de behoefte aan voorzieningen. De vraag was dus hoe - en waar - De Hoekstee terug zou kunnen keren en hoe deze vernieuwingsopgave in te zetten is om een optimale bijdrage te leveren aan de toekomst van het dorp. In workshops met stakeholders zijn de kansen en mogelijke combinatie van programma’s verkend.
Wat gaan we doen?
. Bieden van fysieke experimenteerruimte in de vorm van ateliers en broedplaatsen . Stimuleren van samenwerking tussen instellingen door het (laten) opstellen van gemeenschappelijke opgaven en een kennisagenda
. Verder ontwikkelen van nieuwe ondersteuningsvormen . Ruimte bieden voor experimenten en het eventueel ‘mislukken’ van die experimenten . Continueren van innovatieve instrumenten als Ontwerpend Ontwikkelen
Innovatie als voorwaarde voor een veerkrachtige cultuursector en sterke stad De coronacrisis heeft de noodzaak aangetoond van een weerbare, wendbare en veerkrachtige cultuursector. Het heeft innovaties over de gehele breedte in versnelling of meer onder de aandacht gebracht, van het ontwikkelen van nieuwe inzichten en werkwijzen tot nieuwe manieren om publiek te bereiken.
We zetten de komende jaren in op de doorontwikkeling van die innovaties, in aansluiting op het advies van de Denktank New Deal Cultuur Rotterdam20. De Denktank deed een oproep te investeren in een weerbare en toekomstbestendige sector. Dit advies en de sectorconferentie van oktober 2022 leiden tot de uitwerking van concrete New Deals. De sector is hierbij aan zet; oplossingen zijn niet op voorhand bedacht, maar worden door grotendeels zelforganiserende ‘tafels’ ontwikkeld. Het proces is een experiment waarbij de richting niet door de gemeente wordt aangegeven, maar door de sector, zonder dat de uitkomst al vaststaat. De New Deals zijn in de geest van de aanbevelingen van de Denktank vernieuwend, breed gedragen en hebben een sectoraal belang. Voorbeelden zijn innovaties in de financieringsmix en de digitale transformatie: met het leggen van verbindingen naar andere sectoren ontstaan alternatieve manieren van investeren in cultuur en het matchen van geldstromen. Belangrijke randvoorwaarden voor de inzet van onder andere privaat geld bij het bekostigen van cultuur zijn het inzetten van gemeentelijk geld als hefboom en het bieden van een passende structuur hiervoor. De digitale transformatie, die wordt gedreven en ondersteund door het toenemend gebruik van digitale technologieën, is mede door de coronacrisis binnen de cultuursector in versnelling gebracht.
Digitale technologie zien we als een waardevol element in het realiseren van nieuwe vormen en praktijken die een belangrijke aanvulling zijn op het reguliere aanbod en de bestaande werkwijzen van culturele instellingen en makers. De New Deals vormen de eerste best practices voor de transitie Cultuur21.
20 Denktank New Deal 2021 (zie noot 11). 21 Collegebrief 2022 (zie noot 1).
20
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
De veranderende samenleving leidt tot maatschappelijke en grootstedelijke vraagstukken die vragen om creatieve en innovatieve oplossingen. In de huidige tijd is dit actueler dan ooit. Dit maakt dat het voor de hand ligt dat we de Rotterdamse creatieve sector met haar innovatieve denkkracht betrekken bij de opgaven waar we als stad voor staan. In de afgelopen jaren hebben we hiermee geëxperimenteerd door het opzetten van een aantal pilots, zoals bijvoorbeeld de Oproep Eenzaamheid22 en de Plusprogramma’s23. De Plusprogramma’s en het instrument van de open oproep, waarin ontwerpers en andere creatieven worden gevraagd mee te denken over een maatschappelijk vraagstuk, willen we de komende jaren continueren. Hiermee zetten we als gemeente verder in op een meer integrale benadering van cultuurbeleid met spin-off naar andere beleidsterreinen.
Wat gaan we doen?
. Inzetten op de doorontwikkeling van innovaties die bijdragen aan een weerbare en toekomstbestendige sector
. Opgedane kennis uit de New Deals meenemen in de transitie Cultuur . Continueren van programma’s/instrumenten
Kennisontwikkeling op innovatie We vragen instellingen en makers de komende jaren om hun doelstellingen op het gebied van innovatie kenbaar te maken in hun subsidieaanvragen en jaarplannen en die te verbinden aan de waarde voor de stad, de bewoner en de discipline(s). Het innovatiemodel dat we hierboven introduceren kan hierbij ondersteunen. Dit geeft ons inzicht in de focus of accenten die uit die plannen naar voren komen en hoe die aansluiten bij de ambities en opgaven voor de stad; welk soort innovaties zijn juist in de Rotterdamse context van bijzondere waarde en waar kan de gemeente Rotterdam een aanjagende of ondersteunende rol vervullen om die waarde tot zijn recht te laten komen? De komende jaren willen we dit monitoren, hiervan leren en ons beleid doorontwikkelen waar nodig.
Wat gaan we doen?
. Monitoren van innovatie door instellingen concreet te bevragen over innovatie . Opgedane kennis inzetten om Rotterdam als laboratorium voor culturele innovatie te versterken
die de innovatieve denkkracht van de sector inzetten bij maatschappelijke en grootstedelijke vraagstukken
22 De pilot Eenzaamheid Ouderen (Oproep Eenzaamheid) betrof een experiment waarbij ontwerpers gevraagd werd hun ontwerpkracht in te zetten bij het tegengaan van eenzaamheid onder ouderen. Dit gebeurde via een open oproep. 23 Zie voor meer informatie over de Plusprogramma’s het hoofdstuk Instrumentarium en randvoorwaarden.
21
3. Inclusiviteit
Rotterdam is een superdiverse stad. De term diversiteit geeft aan dat mensen op een aantal kenmerken feitelijk van elkaar verschillen – zoals (culturele) achtergrond, beperking, gezondheid, geaardheid, gender, religie, sociaaleconomisch, genoten opleiding of leeftijd. Diversiteit is de afspiegeling van verschillende (groepen) mensen uit de maatschappij.24 Definitie Inclusie verwijst naar de manier waarop wordt omgegaan met deze verschillen tussen mensen. Er is sprake van inclusie als toegankelijkheid – zowel fysiek, sociaal, als digitaal (informatie) – voor iedereen is gewaarborgd en als iedereen zich welkom, veilig en gerespecteerd voelt. Een voorwaarde voor inclusie is kansengelijkheid, gelijkwaardigheid en representatie. Gelijkwaardigheid gaat over gelijke behandeling afgestemd op de diverse kenmerken, gelijkheid betekent namelijk niet dat iedereen gelijke en eerlijke kansen krijgt.25
De laatste jaren is een maatschappelijk debat gevoerd over grensoverschrijdend gedrag en ongewenste omgangsvormen, dat juist in de cultuur en mediasector een hardnekkig probleem blijkt.26 Het heeft geleid tot meer aandacht voor sociale veiligheid als onderdeel van good governance. Sociale veiligheid gaat over het expliciet maken van gedeelde normen, zodat ongewenst gedrag herkend of voorkomen kan worden en een veilige (werk)omgeving gecreëerd en gehandhaafd kan worden. Dat draagt bij aan meer inclusiviteit op de werkvloer. De inzet op Inclusiviteit is gericht op meer representatie, kansengelijkheid en gelijkwaardigheid in cultuur. Onze ambitie blijft onverminderd: zoveel mogelijk Rotterdammers doen mee, in alle delen van de stad en in vele vormen. Kort gezegd: cultuur van en voor iedereen. Dat is het uitgangspunt voor Inclusiviteit in het Cultuurplan 2025-2028. Daarin staat het vergroten van het bereik onder de doelgroep lichte gebruikers27 centraal.
Naleving code Diversiteit & Inclusie Meer representatie en diversiteit in de cultuursector draagt bij aan meer inclusiviteit. Dat heeft de afgelopen jaren binnen de Rotterdamse cultuursector geleid tot grotere aandacht voor urgente maatschappelijke thema’s als eenzaamheid, mentale weerbaarheid, genderongelijkheid, dekolonisatie, discriminatie en racisme. Mede door de pijnpunten te benoemen en bewust bekwaam te handelen kan de sector inclusiever worden. Meerstemmigheid heeft ook geleid tot het verbreden van het cultuurbegrip, ruimte voor nieuwe ontwikkelingen (innovatie), genres en bijbehorend publiek.
De code Diversiteit & Inclusie is een instrument van de sector om de voortgang op het gebied van inclusiviteit te meten per organisatie. Dat gebeurt in de code aan de hand van de vier P’s: Programma, Publiek, Personeel en Partners. Ook wordt de toegankelijkheid van de sector hiermee in kaart gebracht. Iedere instelling in het Cultuurplan moet behalve inclusief, ook organisatorisch en bedrijfsmatig op orde zijn. De Governance Code Cultuur en Fair Practice Code zijn hiervoor de basis (zie Instrumentarium).
24 Code Diversiteit & Inclusie. 25 Boekmanstichting, Cultuurmonitor 2022, 2022. 26 Raad voor Cultuur ‘Over de grens. Op weg naar een gedeelde cultuur’ Juni 2022. 27 Het doelgroepenmodel werkt met 11 doelgroepen die zijn ingedeeld op specifieke kenmerken, gedrag en wensen rondom culturele participatie en betrokkenheid. De 11 groepen zijn onderverdeeld in drie groepen; doelgroep hoog, medium en licht, waarbij licht staat voor lichte cultuurparticipatie en betrokkenheid. Voor meer informatie: Rotterdam Festivals, Het culturele doelgroepenmodel, Versie Rotterdam, 2021/02.
22
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
Een analyse van de resultaten in de eerste helft van het huidige Cultuurplan laat zien dat er onder cultuurplaninstellingen veel ambities zijn rondom inclusiviteit, maar dat die (nog) niet altijd tot concrete doelen en resultaten leiden.28 Een uitzondering vormen de nieuwkomers en doorstromers in het Cultuurplan, die inclusie vaak als identiteit hebben. Overigens blijkt monitoring niet altijd mogelijk vanwege privacywetgeving. De analyse laat ook zien dat er sprake is van meer kennis en bewustzijn (bijvoorbeeld door trainingen en kwartiermakers) en meer representatie in de raden van toezicht/besturen. Daarnaast sluit een groeiend aantal Rotterdamse cultuurinstellingen zich aan bij 010inclusief (SER- programma diversiteit op de werkvloer) en Cultuur/Inclusief (manifest tegen institutioneel racisme).
Cultuuronderwijs
Naleving van de Code Diversiteit & Inclusie is in het Cultuurplan 2025-2028 een belangrijk instrument. Dat gaat verder dan het onderschrijven van de code in het huidige Cultuurplan.
De gemeente wil de komende jaren doorgaan met het structureel verankeren en versterken van cultuuronderwijs. In het primair en voortgezet onderwijs is in de afgelopen tijd al veel vooruitgang geboekt. Uit gegevens van het KCR blijkt dat 43% van de scholen in het basisonderwijs in de afgelopen vier jaar het cultuuronderwijs hebben geïntensiveerd.31 Hierdoor is er nu met name winst te behalen in het mbo en het speciaal onderwijs. Voor een goede start moet elke leerling toegang krijgen tot cultuuronderwijs. Dat draagt bij aan de kwaliteit van het onderwijs en aan inclusieve cultuur voor alle Rotterdammers. Vanaf 2024 is cultuuronderwijs ook opgenomen in het Rotterdamse Onderwijsbeleid.
Wij vragen instellingen Inclusiviteit integraal in hun plannen te verwerken en per P hun doelen en resultaten SMART te formuleren. Op basis daarvan vindt monitoring en evaluatie plaats. De scan van de code Diversiteit & Inclusie is een belangrijk instrument voor nulmeting en monitoring. Monitoring moet inzicht bieden in welke maatregelen door wie, wanneer en waarom worden genomen om diversiteit en inclusiviteit op de vier P’s te bevorderen. Dat is maatwerk per instelling, maar betekent naleving voor allen.