[23bb003601] Bijlage 1 behorende bij 23bb003600 over Van onschatbare waarde. Uitgangspuntennota voor het cultuurbeleid 2025-2028’
Tekst van het document
Vanaf 2024 is cultuuronderwijs ook opgenomen in het Rotterdamse Onderwijsbeleid.
In de paragrafen hierna worden de thema’s die bijdragen aan een inclusiever cultuurbeleid en publieksbereik besproken.
Voorbeeld inclusiviteit: 010inclusief 010inclusief is een stedelijke beweging en Rotterdams kennisplatform waar werkgevers en werknemers in hun eigen bedrijf diversiteit en inclusie versterken en anderen stimuleren dit ook te doen. Gezamenlijk wordt gewerkt aan goed en inclusief werkgeverschap. Een groeiend aantal culturele organisaties sluit zich aan. De RCB heeft gezamenlijk het charter diversiteit & inclusie ondertekend, met als doel meer diversiteit op de werkvloer. www.010inclusief.nl
28 Gemeente Rotterdam 2023 (zie noot 14). 29 Sociaal Cultureel Planbureau, Eigentijdse Ongelijkheid. De postindustriële klassenstructuur op basis van vier typen kapitaal. Verschil in Nederland 2023, maart 2023 30 Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA), 21e eeuwse vaardigheden en cultuuronderwijs, 2019. 31 Kenniscentrum Cultuuronderwijs Rotterdam, monitor Rotterdams cultuureducatiemodel, 2022.
23
In 2025-2028 ligt de focus op het beter verankeren van cultuur in het onderwijs. Daarnaast is de ambitie om ook de deelname aan cultuur in de buitenschool en in de vrije tijd te vergroten. De belangrijkste drempels voor deelname zijn fysiek (afstand tot aanbod), financieel en sociaal. Om inclusiviteit te vergroten is een gezamenlijke inspanning van alle spelers in het culturele veld nodig om deze drempels te verlagen.
Wat gaan we doen?
. Duurzame samenwerkingsstructuur en -strategie tussen de onderwijs- en cultuursector realiseren, met KCR als intermediair
. Sturen op aanbod van inclusief en kwalitatief goed cultuuronderwijs, passend bij de school . Doorgaan met inzet van bevoegde kunstvakdocenten . Versterken verbindingen tussen cultuuronderwijs, buitenschoolse cultuureducatie en vrije tijd onder andere via cultuurtafels in de wijk
. Verbeterde monitoring waaronder gebruik van het zelfevaluatie-instrument Evi32 in primair en voortgezet onderwijs
. Prestatieafspraken maken met instellingen in Cultuurplan met cultuuronderwijs als kerntaak . Afstemming met het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur versterken . Inzicht verkrijgen in de afstand tot aanbod en aanbieders cultuur per gebied met het Ruimtelijk Kader
Makers zijn de kern van de culturele en creatieve sector. Zij zijn het zwaarst geraakt door de coronacrisis en hebben als zzp’ers het minst geprofiteerd van de noodsteun aan cultuur33. Ook voor de coronacrisis was al sprake van groeiende aandacht voor de positie van makers in de sector, onder meer voor eerlijke beloning. Post-corona is duidelijk gebleken dat de groeiende groep makers in de sector op een andere wijze ondersteund en gefaciliteerd moet worden. Het versterken van het makersklimaat is dan ook een van de lijnen in de transitie van cultuur in Rotterdam. Het faciliteren van makers in hun talentontwikkeling draagt bij aan het vergroten van inclusiviteit. Onder andere door ruimte voor vernieuwing, genres die minder vertegenwoordigd zijn, cross-overs met andere domeinen, het inspireren van nieuwe generaties en het bereiken van nieuwe publieksgroepen. Jongeren- en nachtcultuur zijn vaak de vindplek voor makers. Daar zijn meestal de voorlopers en (sub) culturen te vinden die de trends en ontwikkelingen bepalen. In 2025-2028 voeren we, in navolging van andere grote steden, het vastgestelde Nachtplan uit. We zien nachtcultuur als een wezenlijk onderdeel van cultuur en bieden ruimte voor makers in de nacht. De gemeente benadrukt het belang van een divers aanbod in de nacht voor een aantrekkelijke, bruisende stad.
Het Rotterdamse nachtplan geeft invulling aan de ambitie om een impuls te geven aan het stedelijke nachtleven. Om ruimte te geven aan de levendigheid in de nacht worden onder andere een nachtraad en een nachtburgermeester benoemd.
Voor in- en doorstroom van talent ontbreken nu vaak duurzame samenwerkingsverbanden waarin het talent zelf centraal staat. In het onderzoek ‘Het talent is van zichzelf’36 worden aanbevelingen gedaan voor het beter ondersteunen van talent in Rotterdam. Onder andere door een omgeving die het talent ondersteunt, het verbeteren van de in- en doorstroom van talent en betere afspraken tussen belanghebbenden in talentontwikkeling. Wij verwachten van de culturele en creatieve sector dat zij samen met (kunst)vakopleidingen en andere initiatiefnemers op het gebied van talentontwikkeling, jong (top)talent begeleidt richting hun beroepspraktijk. En dat ze daarbij de belangen van het talent centraal stelt. We vragen organisaties met talentontwikkeling als kerntaak daarom te beschrijven aan welke fase (ontdekken, ontwikkelen, bekwamen of excelleren) van talentontwikkeling zij bijdragen. Voor welke doelgroep ze dat doen, wat hun plek is in de keten en in welk gebied van Rotterdam. Ook vragen we inzicht te bieden in duurzame afspraken met partners over de in-, door- en uitstroom van talent richting vrijetijdsector of beroepspraktijk. Naast artistieke en
zakelijke ontwikkeling is ook mentaal welzijn en sociale veiligheid van makers van belang. Het beter faciliteren van Rotterdamse makers door de grotere culturele instellingen is ook een uitgangspunt voor talentontwikkeling. Met als doel een impuls te geven aan gelijkwaardige samenwerking tussen grassroots, beginnende en gevestigde culturele organisaties uit de Rotterdamse sector. De gemeente verzoekt deze instellingen hieraan aandacht te besteden in hun plannen. Bovenstaande uitgangspunten dragen bij aan het versterken van het makersklimaat in Rotterdam. In dat kader is in 2022 de Creatieve Coalitie Rotterdam opgericht om het belang van Rotterdamse makers te vertegenwoordigen. Deze is voortgekomen uit en verbonden aan de landelijke Creatieve Coalitie. Het is een vereniging van 43 beroeps- en belangenorganisaties uit de culturele en creatieve sector, die zich inzet voor een betere sociaaleconomische positie voor iedereen die werkt in de sector. Ook andere Rotterdamse platforms vragen aandacht voor het faciliteren van makers. Hun advies draagt bij aan nieuw beleid en de transitie. Bovendien hebben Rotterdamse makers met de Creatieve Coalitie ‘een plek aan tafel.’
Talentontwikkeling Talentontwikkeling is de in-, door- en uitstroom van makers in de culturele en creatieve sector. Zowel talenten die zich kunnen en willen ontwikkelen tot professionele makers (beroepspraktijk) als beoefenaars in de vrije tijd die willen (door)ontwikkelen. Oftewel de top- en breedtesport in cultuur.
Het faciliteren van jong talent in de dag en nacht is relevant in de jonge stad die Rotterdam is. Er wonen hier meer dan 200.000 kinderen en jongeren jonger dan 27 jaar34. Hierin spelen grassroots-initiatieven, zoals festivals, in de haarvaten van de stad een belangrijke rol. Hiphop blijkt onder jongeren het populairst35. Jongeren organiseren zich vaker informeel en ontwikkelen cross-overs in digitale cultuur, muziek, spoken word en mode.
32 Evi is een landelijk veelgebruikt monitoring en evaluatie-instrument waarmee scholen in het primair- en voortgezet onderwijs op eenvoudige wijze cultuureducatie kunnen evalueren en inzichtelijk kunnen maken. De thema’s die bij Evi aan bod komen, hebben betrekking op de belangrijkste pijlers van cultuureducatie: visie, deskundigheid, programma en samenwerking. 33 Boekmanstichting in samenwerking met de bureaus SiRM en Significant APE, Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund. Effecten van de coronacrisis in de culturele sector, 2021. 34 Gemeente Rotterdam, Staat van de Jeugd. Een overzicht van cijfers over de Rotterdamse jeugd. Editie 2022. 35 LKCA, Kennisdossier ‘Cultuur en jongeren, mei 2023.
24
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
36 KCR/ P. van Raalte, Het talent is van zichzelf. Een kijk op Rotterdams talent(ontwikkeling), 2021.
25
Wat gaan we doen?
. Beter faciliteren makers, onder andere mbo traject/beleid Creatieve Industrie/transitie/New Deals
. Inzicht in de keten van talentontwikkeling van stedelijke en lokale aanbieders . Meer ruimte geven aan jongerencultuur en nachtcultuur . Vaststellen en uitvoeren van het Nachtplan . Betrekken van jongeren bij het beleid door jongerenraden, besturen en eigenaarschap.
Cultuur maken en meemaken in de lokale infrastructuur Onderzoek van de WHO37 wijst uit dat cultuurbeoefening een positieve invloed heeft op sociaal, mentaal en fysiek vlak. Het verbinden van cultuur, sport, welzijn, participatie en gezondheid heeft een meerwaarde. Uit het rapport blijkt dat meedoen aan kunst en cultuur bijdraagt aan:
. neurologische en fysieke gesteldheid: muziek, bewegen en dans stimuleren de hersenen . psychologische aspecten en mentaal welbevinden: cultuurdeelname vergroot veerkracht, zelfvertrouwen, zelfrespect, omgaan met veranderingen, zingeving en gedrag
. sociale aspecten: cultuurparticipatie bevordert opbouw van een sociaal netwerk en andere perspectieven
Het onderzoek laat het belang zien van cultuur voor iedereen. Cultuurdeelname bestaat uit cultuurbeoefening (het maken van cultuur) en cultuurbezoek (het meemaken van cultuur). Landelijk beoefent ruim 40% van de bevolking eens per maand of vaker een vorm van cultuur38. Er is geen reden om aan te nemen dat Rotterdam hierin afwijkt. We weten ook dat meer dan de helft van de Rotterdammers, de doelgroep licht, weinig tot geen gebruik maakt van het aanbod van de cultuurplaninstellingen.
Daarnaast zijn er ook sociale drempels. De nabijheid van cultuur in de wijken en de samenwerking met het sociaal domein helpen om meer mensen te bereiken, onder andere in de Huizen van de Wijk en de jongerenhubs. Zo komen bewoners op een laagdrempelige manier in aanraking met cultuur. We versterken de verbinding van cultuur met andere sectoren, bijvoorbeeld in het bestrijden van eenzaamheid bij ouderen. Het huidige college zet ook meer middelen in voor de wijken. We verbreden de inzet van cultuur in aansluiting op de behoefte van bewoners en hun levensstijl, zoals volkscultuur. Spreiding van cultuur maakt het mogelijk dat culturele organisaties en initiatieven en makers wijkgericht te werk kunnen gaan. Programmering komt samen met de doelgroep tot stand vanuit de behoefte, wensen en ideeën van de bewoners en komt terecht op locaties in de wijken. Met de introductie van Wijk aan Zet krijgen bewoners meer invloed op wat er gebeurt in hun wijk. Samen met de wijkraden beslissen bewoners en partners mee met de plannen voor de wijk, die resulteren in een wijkakkoord. Cultuur Concreet heeft gebiedsanalyses tot op wijkniveau gemaakt. Daarnaast werkt de gemeente aan een Ruimtelijk Kader, waarin de culturele infrastructuur van Rotterdam in beeld wordt gebracht. Deze inventarisatie maakt de culturele infrastructuur in bepaalde gebieden en wijken zichtbaar en laat zien wat de kansen zijn.
Op basis van deze gegevens kan nog gerichter worden ingezet op witte vlekken, doelgroepen en disciplines. Dit gebeurt door en met bewoners en partners in de wijken. Zo wordt nieuw aanbod gerealiseerd dat voorziet in de specifieke lokale behoefte. Vaste waarden in het lokale cultuuraanbod zijn LCP, Bibliotheek Rotterdam, kunst in de openbare ruimte, festivals en evenementen en grassroots-initiatieven. Zij dragen bij aan het bereik van de doelgroep licht op de volgende wijze:
. LCP versterkt het cultuuraanbod in de wijken om
Voor een deel van deze mensen is fysieke afstand een drempel. Uit onderzoek blijkt duidelijk het belang van culturele faciliteiten in de nabijheid van bewoners voor de deelname aan cultuur. Dat geldt zowel voor mensen met als zonder een beperking en vraagt om cultuuraanbod dichtbij huis.
dit zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de wensen en behoefte van de bewoners aan het maken en meemaken van cultuur. In het kader van LCP hebben de 14 gebieden van Rotterdam een cultuurregisseur om de toegankelijkheid van cultuur te verhogen.
37 World Health Organization, What is the evidence on the role of the arts in improving health and well-being?, 2019. 38 Centraal Bureau voor de Statistiek, Vrije tijd en cultuur, 2021.
26
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
. Bibliotheek Rotterdam bereikt verschillende doelgroepen in de wijken, bijvoorbeeld met het programma Ouderen in de Wijk. De bibliotheek heeft de ambitie om meer vestigingen te openen in wijken waar de bibliotheek nog niet goed vertegenwoordigd is.
. Cultuur in de openbare ruimte heeft een positief effect op de toegankelijkheid van cultuur en de leefbaarheid in de wijk. Rotterdam is een stad met een uitgebreid aanbod van beeldende kunst en street art, gespreid over de hele stad. Rotterdammers kunnen hiermee vaak al in hun directe leefomgeving in aanraking komen
. Festivals en evenementen die in de wijken worden geprogrammeerd dragen bij aan een laagdrempelige vorm van cultuurparticipatie en zorgen voor verbinding en ontmoeting. Ze bieden bovendien vaak de kans voor een eerste stap voor initiatieven die nog geen vaste plek in het culturele veld hebben.
. Meer ruimte voor grassroots-organisaties en -initiatieven op het gebied van jongeren- en nachtcultuur zorgen voor een groter bereik onder jongeren en volwassenen in de wijken, die niet of nauwelijks aan cultuur deelnemen. De Mbo Card zorgt voor cultuurbudget onder mbo-studenten en biedt een kans de deelname aan cultuur onder deze groep te vergroten. Meer spreiding, vaste waarden in de wijk en meer ruimte voor nieuwe initiatieven versterken het maken en meemaken van cultuur in de lokale infrastructuur. Dat
draagt bij aan meer inclusiviteit en toegankelijkheid in de culturele en creatieve sector. Wij vragen instellingen in hun plannen aan te geven hoe zij bijdragen aan het versterken van de lokale infrastructuur voor het maken en meemaken van cultuur in de wijken. En hoe ze samenwerken met lokale initiatiefnemers in de wijk op het gebied van cultuur of andere domeinen.
Wat gaan we doen?
. Voortzetten Lokale Culturele Programmering (LPC) . Uitvoeren Lokale Agenda Toegankelijkheid (LAT) . Betere afspraken maken tussen stedelijke en lokale partijen over aanbod in de wijk . Culturele organisaties faciliteren met spilfunctie voor makers en initiatiefnemers in gebied . Analyse van data van het Jeugdfonds Sport en Cultuur en kortingskaarten . Personele inzet in wijk beter afstemmen: cultuurregisseurs, wijkverkenners, e.a. . Ruimtelijk Kader basis voor afstemmen van aanbod en aanbieders in delen van de stad waar culturele infrastructuur achterblijft en daarop investeren
. In uitvraag aan cultuursector opnemen hoe ze bijdragen aan cultuur maken of meemaken in de wijk
. Het Ruimtelijk Kader inzetten om
inzicht te bieden op de aanwezigheid van voorzieningen en de kansen voor multifunctioneel gebruik van deze ruimtes
. Vergroten bereik doelgroep licht
27
4. Instrumentarium en randvoorwaarden Cultuur is altijd in beweging. Maatschappelijke trends vinden hun weerslag in nieuwe kunstvormen en cultuuruitingen. Zoals in dans, architectuur, film of debat. Cultuur verbindt, confronteert, is onderdeel van de tijdgeest of plaatst zich juist bewust daarbuiten. Voortdurend ontstaan nieuwe genres en nieuwe organisatievormen van makers en culturele instellingen, zowel overdag als in de nacht. Organisaties uit de professionele en amateurkunstsector, gezelschappen en zzp’ers kunnen een beroep doen op onze ondersteuningsmogelijkheden, die zoveel mogelijk meebewegen met die ontwikkelingen. In veel gevallen bestaat de ondersteuning uit subsidies. Maar ook leningen, netwerk en advies zijn mogelijk. Denk aan de tweewekelijkse spreekuren cultuursubsidies van de gemeente in de Centrale Bibliotheek of elders in stad, zoals nu de pilot op Zuid. De enorme impact van de coronacrisis, de hoge energielasten en inflatie hebben gevolgen voor iedereen die in de culturele sector actief is. Bijvoorbeeld omdat de procentuele prijsstijgingen voor instellingen vaak hoger zijn dan de inflatiecorrectie (accres) vanuit de gemeente. Of omdat de inzet van creatieve zzp’ers en kunstenaars onder financiële druk wordt geschrapt. Ook het consequent doorvoeren van een eerlijke beloning brengt hogere kosten met zich mee.
Wij zijn ons bewust van deze spanning tussen vaste lasten en programmabudget. Wij blijven hierover met de sector, Directeurenoverleg, Creatieve Coalitie Rotterdam, individuele instellingen en makers in gesprek en begrijpen dat dit kan leiden tot minder output.
28
In de beleidsperiode 2025-2028 continueren we de huidige regelingen en scherpen deze aan waar wenselijk op basis van ervaring en evaluatie. Tegelijkertijd is een intensief traject begonnen met sector en stakeholders om de bekostigingssystematiek per 2029 grondig te herzien. Beoogde stelselwijziging is onderdeel van de transitie Cultuur die wij met elkaar in gang hebben gezet.
De criteria voor subsidie bestaan uit de artistieke kwaliteit, de maatschappelijke betekenis (afhankelijk van het profiel van de organisatie) en de gezondheid van de bedrijfsvoering. Hieronder beschrijven we hoe we hieraan per onderdeel in het cultuurbeleid 2025-2028 inhoud geven.
Artistieke kwaliteit en betekenis voor stad, bewoners en disciplines Culturele instellingen krijgen subsidie voor activiteiten die bijdragen aan het Rotterdamse culturele en creatieve klimaat op basis van de artistieke kwaliteit. De artistieke kwaliteit drukt de culturele waarde van een organisatie uit op het gebied van presentatie, productie of inhoudelijke, ondersteunende activiteiten. De beoordeling daarvan gebeurt binnen de disciplines op grond van vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht. Het profiel van de instelling bepaalt de context voor de artistieke kwaliteit. De subsidieregeling en handleiding geven hierover duidelijkheid.
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
Maatschappelijke betekenis voor stad, bewoners en disciplines De Raad voor Cultuur adviseert om naast de artistieke kwaliteit een apart criterium in te richten voor de maatschappelijke betekenis van instellingen. Wij omarmen dat advies en zien daarin een parallel met de maatschappelijke relevantie die wij voor 2025-2028 definiëren met de waarden: bijdrage aan de stad en/ of de bewoners. Het profiel van de instelling is hierin leidend. Er is sprake van maatschappelijke betekenis wanneer een instelling met haar artistieke activiteiten bijdraagt aan maatschappelijke vraagstukken. Zoals het verminderen van sociaal-maatschappelijke ongelijkheid en eenzaamheid, het verbeteren van klimaat, et cetera. Of aan andere maatschappelijke sectoren, zoals onderwijs, zorg of huisvesting. Of als de instelling bepaalde doelgroepen bereikt, zoals doelgroep licht, ouderen, jongeren of mensen met beperking. Maar ook de bijdrage van cultuur aan het verhaal of imago van de stad is van belang. Belangrijk voor de maatschappelijke betekenis van instellingen is welk maatschappelijk effect hun artistieke activiteiten genereren.
Toegankelijkheid Toegankelijkheid - fysiek, sociaal en digitaal (informatie) - is benoemd in de Subsidieverordening Rotterdam (SVR). Het is de verantwoordelijkheid van iedere cultuurplaninstelling om de drempels voor participatie van publiek en deelnemers zo veel mogelijk te verlagen. Zo draagt bijvoorbeeld digitalisering bij aan toegankelijkheid, evenals prijsbeleid, het vergroten van fysieke toegankelijkheid van locaties en bepaalde randprogrammering.
In het kader van Rotterdam Onbeperkt werken we integraal samen aan een toegankelijke stad voor mensen met een beperking. Met de culturele sector werken we aan de toegankelijkheid van locaties, activiteiten en informatie in het kader van de LAT en op basis van de SVR.
De drie codes We zien de drie gedragscodes - die de sector zelf heeft ontwikkeld - als een voorwaarde en instrument voor ‘de basis op orde’ van organisaties in de culturele en creatieve sector. De codes bieden handvatten om hun fair practice en toezicht te verbeteren en om diverser en inclusiever te werken. Ze moeten onderschreven en gehandhaafd worden.
Fair Practice Code De Fair Practice Code kent vijf kernwaarden: solidariteit, transparantie, duurzaamheid, diversiteit en vertrouwen. Alle kernwaarden zijn van belang en dienen nageleefd te worden. In het bijzonder fair pay, als onderdeel van de kernwaarde solidariteit. De kernwaarden van de code gaan in op de aspecten van een gezonde bedrijfsvoering. Aanvragers in het Cultuurplan dienen een collectieve tariefafspraak te volgen, zoals een cao of een honoreringsrichtlijn. We beseffen dat dit bij gelijkblijvende budgetten mogelijk leidt tot een lagere output. Vanaf 2025 wordt er vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nieuw beleid verwacht op het gebied van de arbeidsmarkt. Daarin wordt onder andere strenger toegezien op de verhouding tussen zelfstandig ondernemerschap en vaste dienstverbanden. Ook zijn enkele wetswijzigingen voorzien. Met de Fair Practice Code als voorwaarde, kan de culturele sector zich hier tijdig op voorbereiden.
Code Diversiteit & Inclusie De code Diversiteit & Inclusie kent een plan van aanpak dat bestaat uit vijf stappen, ter verbetering van het beleid voor diversiteit en inclusie van culturele instellingen. Deze stappen zijn:
. weet waar je staat (nulmeting) . integreer diversiteit en inclusie in je visie . creëer commitment en draagvlak . maak een plan van aanpak . monitor en evalueer
Gezonde bedrijfsvoering Iedere culturele instelling in het Cultuurplan moet financieel, organisatorisch en bedrijfsmatig op orde zijn. Onder dit criterium valt de financiële gezondheid, die onder andere blijkt uit een realistische begroting. Dit wordt toegelicht in de handleiding voor aanvragen Cultuurplan. Ook het naleven van de Governance Code Cultuur en de Fair Practice Code dragen bij aan de bedrijfsmatige gezondheid. Het aspect Personeel (representatie en afspiegeling) wordt in het naleven van de Code Diversiteit & Inclusie beoordeeld.
Daarnaast worden de vier P’s benoemd: diversiteit en inclusie dienen te worden nagestreefd in Programma, Publiek, Personeel en Partners. Instellingen kunnen hiervoor de scan van de code Diversiteit & Inclusie gebruiken. De kernvraag is: welke maatregelen worden door wie, wanneer en waarom genomen om de diversiteit en inclusie op alle vier de P’s te bevorderen?
29
geldt de adviesaanvraag van het college als belangrijkste leidraad. De commissie brengt een integraal advies uit aan het college van B&W en adviseert over de afzonderlijke aanvragen van culturele instellingen, die in aanmerking willen komen voor een cultuurplansubsidie, inclusief een verdelingsvoorstel. Met het advies van deze commissie als stevige basis stelt het college het uiteindelijke verdelingsvoorstel samen. De gemeenteraad stelt het voorstel vast. We continueren in de periode 2025-2028 de middelen voor fair pay.
Plusprogramma’s In de beleidsperiode 2025-2028 willen wij enkele Plusprogramma’s voortzetten als toevoeging aan het huidige beleidsinstrumentarium. Daarmee zetten wij stevig in op het aanpakken van stedelijke vraagstukken samen met de sector. Programmatisch werken gaat uit van het gezamenlijk formuleren en nastreven van doelen. De gemeente Rotterdam subsidieert daarin geen individuele instellingen, maar een groep partners en instellingen, die een aantal activiteiten uitvoert vanuit een gezamenlijk doel.
Voortzetting Rotterdamse Culturele Basis
Vanuit hun artistieke betekenis en, afhankelijk van hun profiel, maatschappelijke betekenis, leveren instellingen een bijdrage aan de P van Programma en Partners. Voor zover dit betrekking heeft op de artistieke activiteiten. De P van Publiek drukt de toegankelijkheid uit. Potentieel publiek moet gemakkelijk toegang kunnen krijgen tot gesubsidieerd cultureel aanbod. Met als doel het bereik onder de doelgroep licht te vergroten.
Governance Code Cultuur De Governance Code Cultuur kent acht principes van goed bestuur en toezicht. Bestuur en Raad van Toezicht zijn verantwoordelijk voor het goed naleven van deze principes:
. De organisatie realiseert haar maatschappelijke
doelstelling door culturele waarde te creëren, over te dragen en te bewaren.
. De organisatie past de principes van de Governance
Code Cultuur toe en licht toe hoe zij dat heeft gedaan (‘pas toe én leg uit’). De organisatie volgt de aanbevelingen op en wijkt daar alleen gemotiveerd van af (‘pas toe óf leg uit’).
. Bestuurders en toezichthouders zijn onafhankelijk en handelen integer. Zij zijn alert op belangenverstrengeling, vermijden ongewenste belangenverstrengeling en gaan op een transparante en zorgvuldige wijze om met tegenstrijdige belangen.
. Bestuurders en toezichthouders zijn zich bewust
van hun eigen rol en de onderlinge verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en handelen daarnaar.
. Het bestuur is verantwoordelijk voor de algemene en dagelijkse leiding, het functioneren en de resultaten van de organisatie.
30
. Het bestuur gaat zorgvuldig en verantwoord om met de mensen en de middelen van de organisatie. . De raad van toezicht voert zijn toezichthoudende, adviserende en werkgeversrol op een professionele en onafhankelijke wijze uit.
. De raad van toezicht is verantwoordelijk voor
zijn samenstelling en waarborgt daarbij deskundigheid, diversiteit en onafhankelijkheid. Aan de hand van de aanvraag wordt beoordeeld of en hoe de aanvrager de acht principes van de code in praktijk brengt. Toezien op sociale veiligheid is een belangrijke taak voor bestuurders en toezichthouders, die verantwoordelijk zijn voor een veilig werkklimaat. Dat begint ermee dat voor iedereen duidelijk is wat onder ongewenst gedrag wordt verstaan. Wij verwachten dat instellingen maatregelen nemen om een veilig werkklimaat te scheppen en zien hierop toe in de jaarlijkse verantwoording.
Meerjarige subsidies Cultuurplan Het Cultuurplan is de vierjarige subsidieregeling voor cultuur van de gemeente Rotterdam. Instellingen in het Cultuurplan krijgen vier jaar lang een jaarlijkse subsidie van de gemeente. Met het Cultuurplan voert de gemeente Rotterdam het cultuurbeleid uit, volgend uit de Uitgangspuntennota. Deze Uitgangspuntennota 2025-2028 vormt de basis voor het opstellen van de Handleiding voor aanvragen in het kader van het Cultuurplan en voor de adviesaanvraag van het college aan de Commissie Cultuurplan.
De RCB is in 2021 in het leven geroepen om meer verantwoordelijkheid te beleggen bij grote instellingen die een sleutelpositie innemen in het Rotterdamse culturele ecosysteem. Zij zijn verantwoordelijk voor het ecosysteem zelf, de opgaven van de stad en de keten van talentontwikkeling. De RCB-instellingen hebben hiervoor een werkagenda opgesteld en zijn voortvarend aan de slag gegaan. Helaas gooide de coronacrisis flink wat roet in het eten. Een inhaalslag is daarom nodig.
We zien de culturele sector als strategische partner in de ontwikkeling van de stad en vragen gevestigde instellingen en nieuwe cultuurproducenten om gezamenlijk bij te dragen aan een aantal programmadoelen. Het werken met Plusprogramma’s stimuleert interconnectief werken binnen de cultuursector. De uitvoering van de Plusprogramma’s in 2021-2024 is als gevolg van corona pas medio 2022 gestart. De programma’s worden het laatste kwartaal van 2023 geëvalueerd.
Wij vragen voor de komende periode een stevigere ambitie op inzet van de drie I’s, de gezamenlijk te formuleren opgaven, facilitering van talent en goed werkgeverschap. Dit moet leiden tot meer aanscherping en focus, inclusief een concrete uitvoeringsagenda. Daarbij betrekken wij de opbrengst van de Evaluatie RCB. De aanbevelingen daarvan komen voor de zomer van 2023 beschikbaar. Wij vragen de huidige RCB-instellingen in samenspraak met instellingen en Creatieve Coalitie Rotterdam deze uitvoeringsagenda 2025-2028 op te stellen. Wij vragen de Commissie Cultuurplan het geheel te beoordelen bij de aanvragen van de betreffende RCB-instellingen.
Buiten Cultuurplan
Impulsregeling voor twee jaar Sinds 2021 is de Impulsregeling ingesteld, die bijdraagt aan doorontwikkeling en opschaling van nieuwe culturele organisaties. Deze regeling voorziet voor een periode van twee jaar in maximaal 50% financiële ondersteuning voor de activiteiten en overhead én voor coaching. De afgelopen periode is gebleken dat de regeling door de tweejarige cyclus niet standaard aansluit op de (vierjarige) cultuurplanperiode. Dat is een onwenselijke uitkomst, omdat de regeling de mogelijkheid tot doorgroei naar een cultuurplaninstelling moet bieden. Tegelijkertijd toont de forse overvraging van dit instrument de behoefte aan. Wij repareren de regeling daarom en continueren deze op basis van het huidige budget.
Sommige instellingen kunnen rekenen op een meerjarige bijdrage van de gemeente voor het uitvoeren van specifieke functies. Onder andere Stichting Rotterdam Festivals en de Bibliotheek Rotterdam worden meerjarig gesubsidieerd buiten het Cultuurplan en enkele wijkpodia ontvangen een jaarlijkse subsidie. Voor sommige specifieke functies vinden wij positionering buiten het Cultuurplan eveneens wenselijk. De intermediaire functies die SKAR, Cultuur Concreet en KCR vervullen, zijn buiten het Cultuurplan geplaatst. Zij realiseren het atelier- en broedplaatsenbeleid in de stad, beheren en verhuren werkruimtes voor kunstenaars en kunstenaarsinitiatieven, ondersteunen scholen en culturele instellingen op het gebied van cultuuronderwijs. Ook de kosten voor collectiebeheer, kwartiermaker en publieksactiviteiten van de stadsmuseale functie is buiten het te verdelen bedrag voor het Cultuurplan 2025-2028 gehouden. Bij de stadsmuseale functie gaat het om de ontwikkeling van een nieuw type stadsmuseum dat als trekker kan functioneren voor het in gezamenlijkheid en meer gecoördineerd vertellen van het verhaal of de verhalen van de stad. Er zijn een visie en een plan voor het nieuwe stadsmuseum opgesteld, die in de komende jaren verder geconcretiseerd zullen worden.
Deze commissie kent een brede samenstelling van externe experts uit het veld. Voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvragen door deze commissie
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
31
Eenmalige subsidies Financiële ondersteuningsvormen De gemeente Rotterdam verstrekt jaarlijks zo’n 600 eenmalige cultuursubsidies via een aantal subsidieregelingen.
. Projectsubsidies: maken jaarlijks
honderden initiatieven in de stad mogelijk, de toekenning is gebaseerd op adviezen van een commissie van experts
. Jaarsubsidies voor amateurverenigingen (koren, fanfares enz.): als bijdrage in de jaarexploitatie . Enkele kleine, specifieke subsidieregelingen, zoals de regeling Pitcher Perfect 010 en de regeling voor crowdfunding in samenwerking met Voordekunst.nl
Projectsubsidies Projectsubsidie is een belangrijk instrument in het versterken van het makersklimaat en de toegankelijkheid voor Rotterdamse makers en initiatieven. Het budget voor projectinitiatieven is de voorgaande jaren fors verminderd. Voor de projectsubisidies is dit in 2023 1,7 miljoen euro versus 2,3 miljoen euro in 2016. Momenteel wordt er drie keer meer aangevraagd dan er budget beschikbaar is. Er is een groeiende vraag, door een grote groep, veelal jonge creatieven. Ook is sprake van een groot aantal seriële aanvragers. Dat houdt in dat slechts ongeveer 20% van de aangevraagde projecten geld krijgt. Daarnaast is er meer budget nodig voor fair pay en het eerlijk belonen van medewerkers in projecten. Op basis van een evaluatie van de regeling voor projectsubsidies eind van het tweede kwartaal van 2023, onderzoeken we of het aanpassen van de regeling noodzakelijk is.
Aan elk gebied is cultuurbudget toegewezen voor uitvoering van de LCP. Deze uitvoering beleggen wij met een tenderregeling bij externe partijen. Zij verstrekken per gebied financiële bijdragen aan initiatieven, die passen binnen de gestelde criteria. Gezien het beschikbare budget worden keuzes gemaakt binnen de gebieden voor doelgroepen die het minst in aanraking komen met cultuur en plekken waar weinig tot geen cultuur aanwezig is. Uitvoering van plannen uit de wijkakkoorden moet passen binnen de bestaande cultuurbegroting.
Alternatieve ondersteuningsvormen Om in te springen op vernieuwing in de sector, heeft het college in de beleidsperiode 2021-2025 een aantal nieuwe ondersteuningsvormen geïntroduceerd. Die ondersteuning wijkt af van reguliere instellingssubsidiëring en programmatisch werken. Deze regelingen continueren wij in de beleidsperiode 2025-2028.
Rotterdam Film Media Office (RFMO)
De gemeente Rotterdam kent een zichzelf in stand houdend (revolverend) fonds in de vorm van de Rotterdamse Cultuurlening, waarbij het ministerie van OCW een 50% matching verzorgt. De regeling is er voor kunstenaars, creatieve ondernemers en culturele organisaties. Zij kunnen tegen gunstige voorwaarden een lening afsluiten van maximaal 60.000 euro. Aanvragers moeten aantonen dat zij een investering doen, die ten goede komt aan de Rotterdamse cultuursector en die voldoende terugverdienpotentieel heeft. Het aantal lopende leningen per eind 2022 bedraagt 13. De ervaring leert dat vrijwel alle leningen binnen de looptijd terugbetaald worden.
Rotterdam is populair als decor voor film en media en het aantal draaidagen neemt toe. RFMO is het centrale loket van de gemeente voor film- en mediaproducenten, die in onze stad willen filmen. Het RFMO faciliteert steeds meer betekenisvolle producties, die het verhaal van de stad belichten en werkt daarbij samen met partijen uit verschillende sectoren. Het samenwerken gebeurt met gemeentelijke diensten en (veiligheids) partners. Er is sprake van circa 1000 aanvragen per jaar.
Pitcher Perfect 010 De regeling Pitcher Perfect 010 is een unieke, laagdrempelige vorm van projectfinanciering, zonder inhoudelijke criteria of jury. De regeling is bedoeld voor makers en partijen die niet terecht komen bij de reguliere subsidieloketten voor kunst en cultuur. De deelnemers presenteren hun plannen tijdens een openbare pitchavond die elk halfjaar plaatsvindt en geven elkaar punten. Uit evaluatie blijkt dat de regeling nieuwe doelgroepen bereikt met een verscheidenheid aan cultuurprojecten. Een analyse van de makers laat zien dat het gaat om een gemêleerde groep van jong tot oud, afkomstig uit verschillende delen van Rotterdam.
Lokale Culturele Programmering
Crowdfunding
Voor het ondersteunen van initiatieven in de wijken werkt de gemeente samen met externe partijen door middel van de subsidieregeling LCP. Deze regeling zorgt voor een passend aanbod van kunst en cultuur in alle voormalige gebieden en kernen. Zowel fysiek als programmatisch, kwalitatief en kwantitatief. Daarbij wordt laagdrempelig ingezet op cultuurbeleving en -participatie voor bewoners van Hoek van Holland tot aan Nesselande. Hierbij zijn afstemming over de activiteiten met bewoners en spreiding in tijd en plaats - met oog voor de eigenheid van iedere plek - essentieel.
De gemeente Rotterdam heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met crowdfunding-platform Voordekunst.nl voor de ondersteuning van crowdfundingcampagnes van Rotterdamse creatieve makers. Wanneer een crowdfundingcampagne voldoet aan de voorwaarden van de gemeente, legt de gemeente tot 25% van het doelbedrag (met een maximum van 5.000 euro) in in de lopende campagne. Jaarlijks gaat het om ondersteuning van zo’n 30 uiteenlopende initiatieven. Elke euro die de gemeente inlegt, levert 5 euro van donateurs op. Er is dus sprake van een krachtig vliegwieleffect, passend bij onze ambitie om cultureel ondernemerschap te versterken.
32
Rotterdamse Cultuurlening
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
33
5. Transitie cultuur: op weg naar 2029
Afkortingenlijst
De dynamiek van Rotterdam levert nieuwe perspectieven op en een veranderende vraag naar cultuur in de stad. We willen sneller kunnen inspelen op de behoefte uit de stad. De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt hoe schraal een leven zonder cultuur is en hoe verrijkend en voedend cultuur is voor onze samenleving. De crisis heeft ook laten zien hoe kwetsbaar de sector is. We willen dat cultuur zijn maatschappelijke meerwaarde ten volle kan tonen en de weerbaarheid, wendbaarheid en veerkracht van de sector vergroten.
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
IABx
International Advisory Board
KCR
Kenniscentrum Cultuureducatie
LAT
Lokale Agenda Toegankelijkheid
LCP
Lokale Culturele Programmering
LKCA
Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst
RCB
Rotterdamse Culturele Basis
SCP
Sociaal en Cultureel Planbureau
SER
Sociaal-Economische Raad
SKAR
Stichting Kunstaccommodaties Rotterdam
SKVR
Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam
SVR
Subsidieverordening Rotterdam
WHO
World Health Organization
Dit vraagt een werkwijze die meer recht doet aan de dynamiek, diversiteit en samenhang van het culturele ecosysteem. Met de transitie Cultuur willen alle betrokkenen - instellingen, kunstenaars, creatieven, bedrijven en gemeente - investeren in het belang van cultuur voor onze stad, gedeeld eigenaarschap en daar ook samen de vruchten van plukken. Dat doen ze door:
. het uitvoeren van een gemeenschappelijke
Partijen zullen de komende jaren vooral gebruiken om te leren met elkaar en te werken aan meer impact van cultuur in en buiten de sector. In de periode 2025-2028 bouwen we voort op de beleidsspeerpunten van 2021-2024. Maar we sorteren ook al voor op de transitie, zoals die voor 2029 geformuleerd is. De komende vier jaar zet de gemeente zelf de nodige stappen om cultuur meer te verbinden met andere beleidsterreinen. Onder andere door de ontwikkeling van een kenniswerkplaats en de integrale aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Hoe gaan we dit doen? De zogenoemde kwartiermaker en het kernteam zijn bij het opstarten van dit proces in 2023 cruciale aanjagers. De kwartiermaker is de regisseur van de transitie en voorziet de gemeente van gevraagde en ongevraagde adviezen. Ook voert deze kwartiermaker de veranderagenda uit, zoals opgesteld door de aanwezigen tijdens het startcongres van 27 maart 2023. Uitvoering en monitoring van de New Deals Cultuur vormen onderdeel van de transitie.
veranderagenda.
. het doorvoeren van een stelselwijziging voor de culturele sector, inclusief een nieuw financieel instrumentarium per 2029. Dit gebeurt in nauwe afstemming met andere overheden en (rijks)fondsen.
. het organiseren van een IABx 2.0 naar analogie van
de eerdere internationale adviesraad in 2017. Deze IABx spreekt zich uit over de kansen en uitdagingen voor cultuur in relatie tot de stad en in het licht van de transitie en beoogde stelselwijziging.
34
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028
Colofon Juni 2023 Vormgeving Opschudders B.V.
Fotografen
. Almicheal Fraay . Eric Fecken . Eric van Nieuwland . Guido Pijper . Hans Tak . Iris van den Broek . Karlijn Tiebot . Marlo van der Plas / Reems van der Linde . Ossip van Duivenbode . Rhalda Jansen
p. 11 p. 3 p. 30 p. 8 p. 25 p. 21 p. 33 p. 2 Cover, p. 5 en p. 17 p. 13 en p. 27
35
www.rotterdam.nl 36
Uitgangspunten voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2025-2028