CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb003395] Bijlage 3B behorende bij 23bb003399 over Uitwerking als onderbouwing en toelichting van de Visie

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 14 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Herziening Omgevingsvisie Oostflank32.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Om dit netwerk compleet te maken moet nog een aantal ontbrekende schakels worden gerealiseerd, zoals de bos-as en het rivierpark. Daarnaast zorgen we dat de openbare ruimte op steeds meer plekken kan worden ingezet als gebruiksruimte, met een heldere doorgaande structuur voor fietsers en voetgangers als basis en met aantrekkelijke verblijfsplekken op logische plekken. Het bouwt voort op bestaande parken en pleinen en voegt daar een diversiteit aan nieuwe kwaliteiten, programma's en natuurlijke ruimten aan toe, die specifiek zijn voor elk gebied. Bestaande structuren worden geaccentueerd; zo kan in Lage Land de structuur van lanen worden versterkt en kunnen de grasveldjes tussen de woningen beter worden ingericht: ze zijn nu nog op veel plekken anoniem en ondergebruikt, en kunnen in de toekomst meer collectief worden toegeëigend en geprogrammeerd. In Bloemhof en Hillesluis kunnen juist de straten en kruispunten worden verbeterd en kan ruimte worden gezocht om nieuwe kleine klimaatparkjes te maken.

De Oostflank-opgave richt zich op de belangen van mensen, dieren en planten. In de wijken is veel leefkwaliteit te winnen door een voetgangersvriendelijke inrichting van de openbare ruimte met meer ruimte voor groen en water: parkjes, groene pleinen, waterpartijen en geveltuinen die uitnodigen tot verblijf en ontmoeting in de buurt, en bijdragen aan het opvangen van piekbuien en het verminderen van hitteoverlast in de zomer.

De ondergrond bepaalt wat de mogelijkheden zijn. Bodem, water en beplanting vormen samen een levend systeem dat gezond en weerbaar moet blijven, ook met een klimaat dat opwarmt. Een groot deel van Rotterdam-Oost ligt op slappe veen- en kleigrond in de laagste polder van Nederland; op Zuid is de kleigrond veel steviger. Dit bepaalt onder andere hoeveel water en groen er nodig is en wat voor bomen kunnen worden aangeplant.

STRATEGIE: Hoe pakken we het aan? We zetten in op een groenstructuur voor de Oostflank die de verschillende groene netwerken op stads-, wijken buurtniveau aan elkaar koppelt. Het landschappelijk

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

Verbinding omliggende landschap

Landschap en openbare ruimte Bosrijk en ecologisch groen Parken Groene lanen en straten Sport Buurttuinen Recreatief fietsnetwerk Recreatieve wandelroutes Nieuwe brug Openbare ruimte centrummilieu Uitwerking rivierverruiming voor brug

32

33

Groene structuren en verbindingen Bosrijk en ecologisch groen Parken Getijdennatuur Sport en volkstuinen Dijk Gelaagd groen Bosrijke as (3-laags groen: grassen, struiken en bomen) (Georganiseerde) groene assen (2-laags groen: grassen en bomen) Aaneengesloten bomenrijen (1-laags groen: bomen) Minimale groenstructuren (potentiële groenconnecties)

Landschappelijk raamwerk op regionale schaal Het Landschappelijk raamwerk is opgebouwd uit vijf belangrijke verbindingen in oost-west richting. In noordzuidrichting worden nieuwe krachtige verbindingen voorgesteld tussen de Rotte, het Kralingse Bos en de Maas en langs het spoor in Rotterdam-Zuid.

N

0m

500m

2000m

Schaal 1 : 40 000

De meest noordelijke oost-weststructuur verbindt Park Zestienhoven via de Rotte met het recreatiegebied Rottemeren, waarin de Bergse Bossen liggen. Tweede oost-weststructuur is de Bosas, die het Kralingse Bos via het Prinsenpark met het Schollebos en Hitland verbindt. De derde structuur is het Rivierpark, dat ontstaat door de oevers van de Nieuwe Maas over de gehele lengte toegankelijk te maken, in te richten als natuurgetijdegebied en recreatief te programmeren. Door de komst van de nieuwe stadsbrug worden beide oevers voor recreanten nog beter verbonden. De vierde structuur verbindt het Zuiderpark met Park de Twee Heuvels en bouwt voort op wat bekend staat als de Gordel van Smaragd. De meest zuidelijk gelegen structuur is het Zuidelijk Ringpark, dat de groengebieden langs de A15 verbindt, dat door de introductie van stillere en schonere elektrische auto’s steeds aantrekkelijker zal worden. De drie structuren die in de Oostflank liggen, worden versterkt als onderdeel van de strategische agenda. Landschappelijk raamwerk op regionale schaal

Landschap en openbare ruimte Door vanuit de ondergrond, het water, de natuur en het klimaat de groene ruimte te ontwikkelen, ontstaat er uiteindelijk een gevarieerd aanbod aan ‘gebruiksgroen’ met verschillende sferen. Grofweg zijn er vier categorieën te onderscheiden: • bosrijk en ecologisch groen • parken • groene lanen en straten • sport- en volkstuinen In de eerste categorie trekt de natuurlijke en landschappelijke kwaliteit rustzoekers en actieve recreanten. Deze natuurlijke plekken, zoals het rivierpark op de noordoever, zijn toegankelijk en uitnodigend voor alle inwoners. In tuinen en parken is de ruimte meer georganiseerd en toegespitst op specifieke doelgroepen, door de integratie van speel- en sportplekken, terrasjes of ligweides. Groene lanen en straten zijn voorzien van goede wandel- en fietspaden en maken het mogelijk om gezonde routes door de stad te hardlopen, skaten, fietsen, of wandelen, door een stedelijke omgeving. Sport en volkstuinen zijn van oudsher semi-privaat, maar het sport- en volkscomplex van de toekomst is ook toegankelijk en aantrekkelijk voor andere bezoekers. Het is belangrijk dat deze groene ruimtes voor iedereen goed bereikbaar en te gebruiken zijn.

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

34

35

Landschap

Gebied met overstromingsrisico Regenbufferzone Ontwikkelingsgebied met daktuinen Ruimte voor de rivier / wetlands Pocket regentuin Hoofdafvoersysteem Secundair afvoersysteem Watergevoelige straten Hergebruik van water Opslag in natuurgebieden Wateropslag Programma tijdelijk overstroombare gebieden

Water en overstromingsgevaar Rotterdam is gebouwd op een mozaïek van polders en rivieroevers, die nog steeds de grenzen bepalen waarbinnen de waterhuishouding geregeld wordt. In elk van deze waterhuishoudkundige gebieden moet het systeem bestand zijn tegen zowel langdurige regenval als kortstondige piekbuien en voorbereid zijn op de steeds extremere weersituaties die zich in de toekomst zullen voordoen. Daarbij moeten dijken en buitendijkse ontwikkelingen bestand zijn tegen zeespiegelstijging.

weersomstandigheden is in de diepste polders nodig om 5% van het oppervlak voor waterberging te reserveren. Dit vraagt om extra ruimte voor water bij de inrichting van het stedelijk gebied. Het betekent dat we in de Boszoom een wijk realiseren in een natuurlijke, klimaatadaptieve omgeving – waarbij wonen plaatsvindt omringd door natte natuur. Aan het Koperpad realiseren we een sportcomplex, waarbij onder de velden ruimte wordt gereserveerd voor waterberging. Deze locaties kunnen dienen als waterbuffer voor Het Lage Land tijdens piekbuien. Juist voor Prins Alexander is dit nodig, hier moet grofweg 2900 m3 water geborgen kunnen worden. Ook in Kralingen realiseren we waterberging voor grofweg 800 m3. Daarnaast zorgen we voor klimaatadaptieve bouwvormen op plekken als de Boszoom. Denk hierbij aan flexibel bouwen, slim inrichten met open bodem en een verbeterde structuur voor water en groen.

Piekbuien Als we kijken naar de binnendijkse gebieden, zijn voor Noord en Zuid zowel het huidige watersysteem als de wateropgave sterk verschillend. Ook binnen deze gebieden zijn er grote verschillen. In het noorden hebben we te maken met laaggelegen droogmakerijen (een van de laagstgelegen polders van Nederland!) en veenpolders en in het zuiden met hoger geleden zeekleipolders. Noord en Zuid vallen ook onder verschillende waterschappen: Schieland-Krimpenerwaard op Noord en Hollandse Delta op Zuid. Om aan te passen aan het veranderend klimaat moeten deze gebieden in staat zijn om piekbuien te kunnen verwerken; de zogenaamde “sponswerking” van de het gebied. Dit kan gerealiseerd worden door op daken, in tuinen en langs wegen regenwater op te vangen, onder andere door middel van groene daken, waterberging op en in gebouwen, regentuinen en wadi’s. Voor nieuwbouw- en renovatieprojecten in Rotterdam geldt dat alle bouwplot of percelen zodanig zijn ingericht dat een bui van 50mm water op eigen terrein moet worden opgevangen. Door maatregelen om lokale berging te stimuleren, wordt het riool ontlast.

0m

500m

2000m

Schaal 1 : 40 000

Zuid Het watersysteem van de zuidelijke oever kenmerkt zich door grotere peilgebieden, die variëren van -1,90 m NAP tot -2,90 m NAP. Zelozen rechtstreeks op de boezem en Maas. Het stedelijk watersysteem heeft een beperkte capaciteit en structuur. Het verbeteren van de waterstructuur in combinatie met meer vergroenen en ontharden biedt kansen om de waterafvoer te vertragen en kwaliteit toe te voegen aan dit sterk versteende gebied. Daarnaast brengt de verstedelijkingsopgave een toename van verhard oppervlak met zich mee, wat moet worden gecompenseerd. Het gaat in IJsselmonde om zo’n 2800 m3. In Hart van Zuid wordt al een stedelijke waterbuffer aangelegd; met dit water worden straks de hallen van Ahoy schoongemaakt en de toiletten van de bioscoop doorgespoeld. Buitendijks Daarnaast zijn er buitendijkse gebieden, die in direct contact met de Nieuwe Maas staan. Belangrijk is hier om langs de kade en dijkzone voldoende ruimte te reserveren voor toekomstige dijkverzwaringen en om de functies en bebouwing zo overstroombaar mogelijk in te richten. Het buitendijkse deel van de Oostflank heeft een hogere ligging en een betere grondslag door oude rivierafzetting. Dit gebied is geschikter om te bouwen mits het voldoende op hoogte is gebouwd om overstromingsgevaar te voorkomen. Polder De Esch is hier een uitzondering met natte natuur die laaggelegen is.

Noord Het binnendijkse watersysteem op de noordelijke Maasoever bestaat uit laaggelegen polders waarbij de hoogte varieert tussen -2,35 m NAP westzijde tot -6,80 m NAP aan de oostzijde. Het gebied ten oosten Kralingse Plas is gevoelig en kwetsbaar voor hevige neerslag door de zeer lage ligging in een diepe polder. Het water wordt er afgevoerd via een cascade naar hoger gelegen boezem. De bodem van deze droogmakerij is slap, zettingsgevoelig en kwelgevoelig. Voor natte periode met langdurige neerslag in de (diepe) polders is het belangrijk dat ruimte wordt gereserveerd in retentieplekken waar tijdelijk peilstijging toegestaan is zonder direct tot overlast te leiden. Voor extreme

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

N

36

37

Landschap

Landschap

Hittestress in de stad

Biodiversiteit

In Rotterdam komt hittestress steeds vaker voor als gevolg van klimaatverandering en het hitte-eilandeffect, dat warmte vasthoudt en tot hogere temperaturen leidt. Het verlaagt de leefbaarheid van de stad en levert voor kwetsbare groepen gezondheidsrisico’s op. Met name ouderen lijden onder hitte en zijn gebaat bij koele uitwijkmogelijkheden. In de Oostflank speelt de hittestress het meest op Zuid, van Stadionpark tot aan het Zuiderpark. Hier bestaan de compact gebouwde stadswijken uit veel verharding, weinig bomen en weinig buurtgroen. Dichtbij grootschalige infrastructuur ontstaan de grootste hitte-eilanden: de omgeving van het Feyenoord stadion en het treinspoor Rotterdam-Zuid is één van de heetste gebieden van de stad. De Lange Hilleweg en Hillevliet zijn de twee belangrijkste open groene ruimten van de wijk, maar lijden ook onder extreme hitte, door een tekort aan schaduw in de zomer.

In de Oostflank wordt gewerkt aan de natuurinclusieve stad. Dit is op elk schaal belangrijk, voor elke ontwikkeling die plaats vindt; van de ruimte voor huismussen onder dakpannen en egels in achtertuinen tot paaigebieden en migratieroutes op schaal van de stad. Voor een duurzame integratie van natuur in de stad is het belangrijk dat er volwaardige leefgebieden (habitats) zijn, waarin dierenpopulaties kunnen eten, rusten, en voor nageslacht kunnen zorgen. Alleen zo kunnen ze zichzelf in stand kunnen houden. In de Oostflank bevinden zich de volgende stedelijke habitattypen: parkboshabitat, parkhabitat, tuinhabitat, getijdenhabitat en droge habitat (langs infrastructuur). Voor elke habitat zijn doelsoorten benoemd.

Heet

Te optimaliseren als koelere corridors Te optimaliseren als koelruimte Voorstel pocketpark Koeling door nieuw groen Koeling door bestaand water N

N 0m

500m

In Rotterdam-Oost is hitte op de meeste plekken minder urgent, maar ook hier kunnen dezelfde strategieën werken om een aangenaam leefklimaat te realiseren in warme zomers. Nadruk zou hier meer moeten liggen op het bruikbaar en toegankelijk maken van de koele plekken die er al zijn. Ook kunnen er robuuste koele corridors ontstaan, waarlangs je op een fijne de rivier, parken en het buitengebied kunt bereiken.

38

0m

2000m

en de oevers van de Maas, zo goed mogelijk bereikbaar te maken voor alle doelgroepen.

Er kan op verschillende manieren voor verkoeling worden gezorgd. Door de hele wijk helpt het om meer bomen te planten, die zorgen voor schaduw en verdamping, en verharding te minimaliseren. Op grote kruisingen is het hitte-eiland effect nu nog vaak sterker maar hier is ook meer ruimte om bomen te planten. De bestaande parken, zoals het Varkenoordsepark kunnen hun verkoelende functie vergroten door middel van een meer diverse, gelaagde vegetatie met een bomen die bijdragen aan verkoeling. Bij vernieuwingsoperaties in de wijken kan ruimte worden gezocht voor nieuwe buurtparken. De nieuwbouw die wordt toegevoegd kan met groene daken en groen aan de gevels het opwarmende effect verlagen. Ook is het belangrijk om de bestaande koele openbare gebieden, zoals het Zuiderpark

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

Voorgestelde ecologische stapsteen Bospark leefgebied Getijden leefgebied Park leefgebied Tuin leefgebied Droog leefgebied Te versterken verbinding

Koel

500m

2000m

Doordat deze corridors uiteindelijk verbinding maken met de grotere landelijke habitats, wint de stedelijke natuur aan weerbaarheid. Naast het verbinden van kerngebieden is de groene wijkdooradering van fundamenteel belang om de stadnatuur met de natuur in het buitengebied te verbinden. Door het leggen of verbeteren van deze verbindingen zijn er mogelijkheden voor planten en dieren in de stad om met hun soortgenoten buiten de stad in contact te komen. Vaak zijn dit robuuste en grootschalige boomstructuren, kleinere parken, buurtgroen en watergangen.

De habitats zelf door middel van ecologisch beheer beter worden ingericht en worden uitgebreid. Daarnaast is het heel belangrijk om de verschillende ecologische hotspots beter met elkaar te verbinden. Ontbrekende schakels zijn op Noord de verbinding van het Lage Bergse Bos, met het Kralingse Bos, en vervolgens naar de Noordelijke rivieroever. Op Zuid gaat het om de verbinding van de Zuidoever met Park de Twee Heuvels, het Varkenoordse Park en het Zuiderpark. Omdat tussen Zuiderpark en Park de Twee Heuvels de ruimte zeer beperkt is, wordt hier ingezet op het maken van stapstenen.

39

Mobiliteit en energie

Netwerk Mobiliteit is een cruciale sleutel om te werken aan een leefbare, bereikbare, duurzame en groene stad. Alle modaliteiten moeten hierbij op een slimme manier in balans worden gebracht. Naast het bieden van een basisbereikbaarheid voor alle modaliteiten wordt geïnvesteerd in betere verbindingen voor voetgangers en fietsers. Daarbij zijn de dagelijkse voorzieningen zoveel mogelijk op loop- en fietsafstand. De andere voorzieningen in de stad worden goed ontsloten met het openbaar vervoer. Per locatie kijken we goed hoe we mobiliteit optimaal organiseren op basis van ligging, bereikbaarheid en behoefte.

MOBILITEITSSTRATEGIE: Hoe pakken we het aan? Het Rotterdamse mobiliteitsbeleid is vastgelegd in het Stedelijk Verkeersplan 2030 en uitgewerkt in verschillende deeluitwerkingen. We zetten daarbij in op een aantal principes, te weten: Rotterdam blijft bereikbaar met de auto, investeren in betere verbindingen voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer en vitaal economisch verkeer. Deze principes zijn ook de basis van de mobiliteitsstrategie van de ontwikkelvisie Oostflank: • De huidige infrastructuur voor auto’s en logistiek verkeer blijft beschikbaar en er komt een stadsbrug bij; • Het ontwikkelen van een sterk en aantrekkelijk verkeersnetwerk voor fietsers en voetgangers; • In de ontwikkelgebieden wordt parkeren op loopafstand van de woning gerealiseerd, waarbij per gebied wordt gekeken hoe dit het beste kan worden vormgegeven; • Een optimaal aanbod van (hoogwaardig) ov als ontsluiting van de woon- en werkgebieden; en • Dagelijkse voorzieningen zijn zoveel mogelijk in de buurt en bereikbaar te voet en met de fiets (15-minuten buurten).

Ook onderdeel van de systeemlaag netwerk is energie. Energie is een basisbehoefte en de verdere ontwikkeling van het energiesysteem is cruciaal voor het duurzaam functioneren van de stad. In dit gebied zullen we nieuwe duurzame warmte en koudebronnen ontsluiten, het transportnetwerk van warmte uitbreiden en moderniseren en het elektriciteitsnet verzwaren waar dat nodig is om de transities naar voornamelijk elektrisch vervoer, de groei van zonnepanelen en het gasloos maken van de gebouwen mogelijk te maken.

Met deze strategie kunnen we de bereikbaarheid garanderen, voor huidige en bewoners en voor alle modaliteiten.

Op de locaties waar verdicht wordt zetten we in op integrale warmte- én koudevoorzieningen zodat de stad in de zomer ook leefbaar blijft en we het elektriciteitsnet niet meer dan nodig belasten. We integreren de energietransitie van de bestaande wijken in de planvorming van de nieuwe ontwikkelingen zodat infrastructuur optimaal kan worden gebruikt en we de schaarse energie brengen naar de plekken waar deze het hardste nodig is.

LANGZAAM VERKEERSNETWERK Voetganger Rond de ov-knooppunten, stedelijke bestemmingen en verblijfsgebieden zoals wijkcentra, staan voetgangers op één – zoals de zones voor de ‘city lounge’. Binnen de Oostflank gaat het specifiek om de gebieden Alexanderknoop, Kralingse Zoom, Stadionpark en Hart van Zuid. Hier krijgt de voetganger meer bewegingsruimte.

In onze buurt kan ik m'n kinderen gerust leren fietsen

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

Stedelijk netwerk Spoorweg met station Nieuw station Metro Tram Nieuwe HOV-tram fase 1 Nieuwe HOV fase 2 Nieuwe HOV-bus Hoofdontsluiting nationaal/regionaal Stedelijke hoofdontsluiting 50 Gebiedsontsluitingsweg Gebiedsontsluitingsweg Metropolitane fietsroutes en snelfietsroutes Plus fietsnetwerk Hoofd fietsnetwerk Basis/ onderliggend fietsnetwerk Recreatief fietsnetwerk Onderdoorgang langzaam verkeer verbeteren Goede oversteek realiseren Nieuwe brug Openbare ruimte centrummilieu Uitwerking rivierverruiming voor brug Hubs P+R

P+R locatie OV-knooppunt (trein, metro, tram en/of bus) Hub stadslogistiek

Energie en grondstoffen Bestaand verdeel-/hoogspanningsstation Uitbreiding pompstation Potentie plaatsen zonnepanelen langs snelweg en spoorbundels Zoekgebied geothermiebron Zoekgebied thermische energie oppervlaktewater (TEO) Zoekgebied thermische energie drinkwater (TED) Zoekgebied thermischie energie afvalwater(TEA) / riothermie Circulaire hub 5min

A B B+

10min 5min

N

0m

500m

2000m

Schaal 1 : 40 000

Fiets Net als in de rest van de stad spelen fietsers een belangrijke rol bij verplaatsingen. We zetten zoveel mogelijk in op het verbeteren van bestaande fietsverbindingen. Verder lossen we de 'missing links’ of ‘bottlenecks’ op, oftewel de belangrijke verbindingen in het netwerk die nog ontbreken of te druk zijn voor een goede doorstroming. Ook overbruggen we barrières in de infrastructuur zoals drukke wegen, spoor of water. Een belangrijk onderdeel hiervan is de route over de toekomstige stadsbrug.  

40

41

Mobiliteitsnetwerken

Mobiliteitsnetwerken

Langzaamverkeersnetwerk

Openbaar vervoer

Status Nieuw fietspad Upgrade categorie Categorie Metropolitane fietsroutes en snelfietsroutes Plus fietsnetwerk Hoofd fietsnetwerk Basis/ onderliggend fietsnetwerk Recreatief fietsnetwerk Recreatieve wandelroutes Netwerk

Openbare ruimte centrummilieu

Bestaande spoorweg met station Nieuw station Bestaande spoortunnel Bestaande metro Bestaande ondergrondse metro Bestaande Tram met haltes Nieuwe HOV-tram fase 1 Nieuwe HOV fase 2 Nieuwe HOV-bus Brug

Verbindingen Bestaande brug Bestaande onderdoorgang Nieuwe brug Verbeterde (onder)doorgang Nieuwe (onder)doorgang Goede oversteek realiseren Verbreding fietspaden Hubs Hubs

OV-knooppunt (trein, metro, tram en/of bus) Trein station Nieuw station HOV(-tram) haltes 5min

10min

N

Doordat er een aantal ontbrekende schakels in het fietsnetwerk zijn toegevoegd, ben ik een stuk sneller op m'n werk

Andere belangrijke verbindingen zijn de fietsroutes tussen de Oostflank en andere delen van Rotterdam en richting Capelle, Gouda, Dordrecht en Delft. Ook versterken we de bestaande en nieuwe recreatieve verbindingen tussen de woongebieden en het Kralingse Bos, de Maas, de Rotte en het Schollebos. Tot slot komen er bij de ov-knopen en bij voorzieningen hoogwaardige stallingen waar je de eigen of deelfiets comfortabel kunt parkeren.

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

42

5min

500m

10min

N

5min

0m

P+R locatie OV-knooppunt (trein, metro, tram en/of bus)

P+R

2000m

5min

0m

Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) is een belangrijke drager van de verstedelijking in de Oostflank en de ontwikkeling van stedelijke centra rond Zuidplein, Stadionpark, Kralingse Zoom en de Alexanderknoop. Een nieuwe tramlijn tussen Zuidplein en Kralingse Zoom over de toekomstige stadsbrug is de belangrijkste schakel. In een tweede fase aangevuld met het mogelijk doortrekken van de tramlijn vanaf Kralingse Zoom via Het Lage Land naar station Alexander. De realisatie van station Stadionpark is essentieel voor snelle verbindingen naar de rest van de Randstad, voornamelijk voor Zuid, EUR Campus en Kralingse Zoom.

500m

2000m

Meer en aan elkaar gekoppelde, hoogwaardige ov-lijnen zijn goed voor nieuwe wijken en vooral voor bestaande wijken die zo beter zijn verbonden met de rest van de stad en regio. Een betere OV-bereikbaarheid van Zuid kan ook bijdragen aan het verminderen van de zogeheten vervoersarmoede. Het biedt kansen voor mensen en een betere bereikbaarheid van banen en onderwijs. Bij OV-knooppunten kun je overstappen van het openbaar vervoer naar een deelfiets, of van een privéfiets naar een deelauto.

43

Mobiliteitsnetwerken

Toevoegen: ca. 30.000 woningen

Gemotoriseerd verkeersnetwerk

Verbeteren: verbindingen voor OV, fiets en voetganger

+

+

Woningen

Mobiliteitsnetwerk

Verschillende delen van de Oostflank liggen binnen deze zero-emissie stadslogistieke (ZES) zone. Om dit logistieke verkeer economisch vitaal te laten werken, moeten we dit verkeer goed faciliteren. Daarom zijn logistieke overslagpunten (hubs) nodig aan de randen van de ZESzone en de stad voor zwaar (milieubelastend) vrachtverkeer. Hier worden de goederen dan overgeslagen naar slimme en schone oplossingen die de laatste kilometers afleggen (de zogenaamde ‘last mile'). Passende locaties met een gunstige ligging binnen de Oostflank zijn het Chroomdistrict en bedrijventerrein Stadionweg. Tot slot zijn goed werkende en prettige punten nodig voor afhandeling van pakketten en afvalinzameling. Dit kan gecombineerd worden in de centrale parkeervoorzieningen.

Alexanderknoop

Bestaande

Status Nieuwe gemotoriseerd verkeer verbinding Verplaatsen weg positie Kralingse Zoom Capelsebrug

Categorie Hoofdontsluiting nationaal/regionaal Stedelijke hoofdontsluiting 50 Gebiedsontsluitingsweg Gebiedsontsluitingsweg Verbindingen Bestaande brug Bestaande onderdoorgang Nieuwe auto(onder)doorgang Nieuwe brug

•

•

Hubs Stadionpark

P+R locatie OV-knooppunt (trein, metro, tram en/of bus) Zoekgebied parkeervoorziening Hub stadslogistiek

P+R

Zuidplein

5min

10min

N

5min

0m

AUTOVERKEER Het is van belang dat ook in de nieuwe woongebieden slimme mobiliteitskeuzes worden gemaakt om een prettige en bereikbare stad te blijven. Hierbij maken we onderscheid tussen verschillende type wegen: • Doorgaand autoverkeer op regionaal en landelijk niveau verplaatst vooral zich via de Ruit. In de verdere toekomst zal de Ruit (na 2040) naar verwachting een steeds belangrijkere functie krijgen binnen het stedelijke mobiliteitssysteem en de verplaatsing tussen verschillende stadsdelen. Om dit in goede banen te leiden werken we samen met andere overheden en

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

•

44

500m

2000m

Rijkswaterstaat aan een lange termijnstrategie voor het rijkswegennet in onze regio. Daarbij wordt nagedacht over een vervolg op het onderzoek naar slimmere inrichting en capaciteitsuitbreiding van de A16, zoals uitgevoerd in het kader van de MIRT-verkenning Oeververbindingen Rotterdam. Een aantal hoofdwegen leiden het verkeer de stad in en uit vanaf de Ruit. Op deze zogenaamde inprikkers is de auto de belangrijkste verkeersstroom. We zoeken naar een manier om de leefbaarheid en veiligheid voor Rotterdammers en bezoekers te verbeteren, met behoud

•

van de functie. Bijvoorbeeld door de oversteekbaarheid te verbeteren en geluidsoverlast te verminderen door het aanbrengen van geluidswerende voorzieningen. In de strategische agenda en de uitwerkingen per deelgebieden doen we een aantal voorstellen voor specifieke plekken. Voor andere hoofdwegen moeten we dit nog uitwerken. Hoofdwegen in de Oostflank zijn: Hoofdweg, (verlegde) Bosdreef, Boszoom, Jacques Dutilhweg, Abram van Rijckevorselweg, Kralingse Zoom, John F Kennedyweg, Stadionweg en Vaanweg. De ‘inprikkers’ die rechtstreeks aansluiten op de Ruit, leiden in de Oostflank vlot naar de P+R voorzieningen. Zo is het centrum via een overstap op een andere vervoerswijze beter en sneller bereikbaar. De ontsluitingswegen in de Oostflank verdelen samen als goed werkend systeem het autoverkeer naar de bestemmingen. In de Oostflank zijn dit de Prinsenlaan, ‘s Gravenweg, Laan op Zuid, Putselaan, Coen Moulijnweg - Stadionviaduct, Colosseumweg en Rosestraat. De inzet is om deze wegen zo in te richten dat ze bijdragen aan een veiligere en gezonde leefomgeving. Als hier een breed draagvlak voor is, verlagen we de snelheid naar 30 km/h. De verblijfstraten (erftoegangswegen en erven) in de woonwijken worden ingericht met het oog op de voetgangers en fietsers. Deze straten blijven wel toegankelijk voor autoverkeer, nood- en hulpdiensten en duurzame (last-mile) stadslogistiek.

PARKEREN Parkeren wordt binnen de ontwikkelgebieden van de Oostflank op loopafstand van de woningen gerealiseerd. De inrichting van de parkeervoorzieningen wordt afhankelijk van de locatie in de Oostflank vormgegeven. Hierbij wordt naar behoefte ook ruimte gegeven aan deelmobiliteit. Inkomend verkeer naar de binnenstad vangen we zoveel mogelijk af in de parkeervoorzieningen aan de randen van de stad. We onderscheiden verschillende typen parkeervoorzieningen die verschillen in de reikwijdte (schaal), ligging en bereikbaarheid ten opzichte van de verschillende ontwikkelgebieden en de behoeften van de bewoners en werknemers in de Oostflank. Op de regionale en stedelijke schaal zijn dit regionale P+R’s en parkeervoorzieningen bij ov-knooppunten (nabij treinstations en drukke metrostations). »

»

STADSLOGISTIEK Stadslogistiek is een belangrijk onderdeel van het verkeer in de stad. Supermarkten moeten dagelijks verse spullen krijgen. Vrachtwagens brengen materialen naar nieuwbouwlocaties. En bezorgdiensten leveren pakketjes aan huis. Vanaf 2025 geldt in Rotterdam een uitstootvrije zone voor stadslogistiek. De gemeente en het bedrijfsleven werken daar samen aan in het Stappenplan ZES: Zero Emissie Stadslogistiek.

De regionale P+R heeft een regionale functie en biedt toegang tot openbaar vervoer en parkeergelegenheid voor zowel (deel)auto’s als (deel)fietsen en scooters. Dit type is gelegen aan de randen van de stad en vormt de schakel tussen de regio en de stad voor bezoekers van de stad en mensen die de stad uit reizen. De parkeervoorziening bij een OV-knooppunt vormt een overstaplocatie tussen verschillende vormen van openbaar vervoer, maar heeft naar behoefte ook een ruim aanbod aan deelfietsen en- scooters ten behoeve van last-mile verplaatsingen.

Op de wijk- en buurtschaal gaat het om parkeervoorzieningen voor bewoners en werknemers op loopafstand in de wijk, waarbij de inrichting afhankelijk is van de locatie binnen de Oostflank.

45

Energienetwerk

Inzetten op de energietransitie De stad groeit, en daarmee het gebruik van energie ook. Tegelijkertijd werkt de samenleving aan de overstap naar hernieuwbare energie. De ambitie is om de Oostflank te verduurzamen en klimaatneutraal te maken. De nieuwe ontwikkelingen voor het gebied zijn duurzaam, maar we willen de verduurzaming van bestaande gebouwen en bebouwing ook versnellen. De ontwikkelvisie voor de Oostflank is daarmee een aanjager voor de verduurzaming van nieuwe én bestaande wijken.

Als eerste zetten we in op het zo veel mogelijk beperken van de energievraag binnen de Oostflank door alle nieuwbouw zo energiezuinig mogelijk te realiseren. Ten tweede zetten we maximaal in op gebruik van eigen lokale bronnen. We weten dat het niet mogelijk zal zijn om de elektriciteitsvraag van de Oostflank volledig in het gebied zelf op te wekken. We streven naar een lokale opwekking van 70% van de elektriciteitsvraag van gebouwinstallaties, de activiteiten in de gebouwen en voor het opladen van elektrische voertuigen in het gebied. Voor het resterende zal energie van buiten het gebied moeten komen, steeds meer vanuit CO2-neutrale of hernieuwbare bronnen.

Concreet zijn drie hoofdstromen voor energie in het gebied nodig: warmte, koude en elektriciteit. Hiervoor zijn oplossingen nodig voor de opwek, het netwerk, opslag en gebruik. Om klimaatneutraal te worden, moet er veel gebeuren. Nieuwe technologie voor de energietransitie moet een plek krijgen. Bijvoorbeeld in de ondergrond, de openbare ruimte en bestaande gebouwen. Het Europees, nationaal, regionaal en stedelijk beleid voor de energietransitie ontwikkelt zich snel. Dit gaat de invulling van de opgave om klimaatneutraal te worden, sterk beïnvloeden. De ontwikkelingen in de Oostflank moeten uiteraard aansluiten bij de wet- en regelgeving. De voortgang moeten we dus constant monitoren en bijstellen als dat nodig is.

Warmte Binnen de Oostflank zijn een aantal maatregelen nodig om warmte op te wekken en te leveren. Met die maatregelen kunnen we huizen en gebouwen op een duurzame manier verwarmen. Dit leidt tot een aantal voorstellen die in de Rotterdamse-Warmte-Koude-Strategie verder worden geconcretiseerd. Een van de belangrijkste voorstellen is het verminderen van de warmtevraag door ‘passieve maatregelen’ aan bestaande en nieuwe gebouwen. Passieve maatregelen zijn bijvoorbeeld isolatie en slimme ventilatiesystemen. Stadsverwarming op een lagere temperatuur dan nu, maar voldoende voor direct gebruik als warm tapwater bij woningen, brengt op systeemniveau de laagste maatschappelijke kosten met zich mee. Het biedt een oplossing voor bestaande bouw en nieuwbouw omdat er dan ook een elektriciteitsarme oplossing is voor warm tapwater. Er zijn in potentie voldoende bronnen voor collectieve warmte/koude aanwezig. Die bronnen moeten we wel goed ontsluiten oftewel toegankelijk maken. De Oostflank draagt hieraan bij door ruimte op te nemen voor een geothermiebron waarmee er aardwarmte aan het warmtenet wordt geleverd en ruimte vrij te houden voor leidingen. Voor andere functies dan woningbouw is lage temperatuurverwarming voldoende.

In die situatie is er meer diversiteit in bronnen (zoals het winnen van warmte uit de Maas of de Kralingse plas, uit riolering, uit drinkwater) beschikbaar en zijn er meer kansen voor uitwisseling tussen werklocaties met restwarmte (bv. grote bakkerij of datacenter) en een gebied met kantoren.

Met de energiestrategie voor de Oostflank schetsen we de ambitie, geven we enkele cruciale ingrepen aan en maken we duidelijk wat de randvoorwaarden zijn waarmee we de doelstellingen kunnen halen. Per deelgebied gaan we in op specifieke aandachtspunten. STRATEGIE: hoe pakken we dat aan? In deze energiestrategie voor de Oostflank bieden we kaders om een duurzaam energiesysteem in goede banen te leiden, inclusief de ruimtelijke ordening daarvan. We zien dat het een complexe puzzel is om toe te werken naar een integraal systeem waar de bestaande en nieuwe stad optimaal samenwerken. Zo kan warmte die via een warmtenet bestaande woningen heeft verwarmd nog genoeg energie in de retourwarmte bevatten om een werklocatie te verwarmen. Een werklocatie kan veel dakoppervlak hebben waar elektriciteit opgewekt kan worden die elders ingezet kan worden. Door deze kansen te identificeren en te verzilveren, zorgen we ervoor dat energie voor iedereen duurzaam, betaalbaar en aantrekkelijk is. We willen warmte en koude duurzaam en goed oplossen op gebiedsniveau. Er is ruimte nodig in de ondergrond en openbare ruimte om de nieuwe energiesystemen goed te kunnen laten werken.

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

Warmte/ koude Restwarmte netwerk Hoofdwaterleidingen Uitbreiding pompstation Zoekgebied geothermiebron Zoekgebied thermische energie oppervlaktewater (TEO) Zoekgebied thermische energie drinkwater (TED) Zoekgebied thermischie energie afvalwater(TEA) / riothermie

RoCa centrale

Elektriciteit Bestaande verdeel-, hoogspanningsstation Gecombineerde warmte- en elektriciteitscentrale Bestaande zonnepanelen Bestaande windmolens Hoofdspanning - bovengronds/ ondergronds Potentie plaatsen zonnepanelen langs snelweg en spoorbundels Potentiële daken met de zonnepanelen (50-60%)

Zoekgebied geothermie

Uitbreiding pompstation Boszoom

Extra inspanning isoleren N

0m

500m

2000m

Schaal 1 : 40 000

RWZI: potentiele bron warmtenet (TEA)

Zoekgebied aquathermie (TEO)

Evides: potentiele bron warmtenet (TED) Zoekgebied aquathermie (TEO)

Verdeelstation Putselaan Zoekgebied aquathermie (TEO)

Daarnaast behouden we de bestaande warmte-infrastructuur en versterken die op punten in het netwerk waar dat nodig is. Zo maken we de bestaande stad klaar voor een klimaatneutrale maatschappij: door isolatie en renovatie, door het warmtenet uit te breiden en door hernieuwbare

46

Hoogspanningsstation Tinstraat

47

Onderstaande schema’s geven een indicatie van de verdeling van de energievraag in het plangebied:

bronnen te ontsluiten. Door deze ingrepen neemt het totale warmteverbruik in het gebied nauwelijks toe, ondanks de verstedelijking. Oplossingen die draaien op biomassa dragen niet bij aan de warmtevoorziening in de Oostflank en omliggende gebieden. Waterstof zal op gebouwniveau ook geen rol spelen, mogelijk kan het een bijdrage leveren als een piekvoorziening van het warmtenet.

Warmtevraag

Warmtevraag Intensiteit van de warmtevraag: hoe donkerder rood hoe hoger de verwachte warmtevraag per m2 grondoppervlak.

Koude We verwachten dat de vraag naar kou en koelte stijgt door vier factoren: hittestress, verbeterde isolatie van gebouwen, klimaatverandering en de groeiende comfortbehoefte van gebruikers. We zetten daarom in op ‘goede gebouwen’ die de koelvraag minimaliseren. Aangevuld met vergroening van de openbare ruimte (groen zorgt voor koelte) en collectieve koude-oplossingen. Bijvoorbeeld (warmte)koude-opslag in de bodem bij knooppuntlocaties in Stadionpark en Alexander. In de buurt van de Maas zetten we in op koudevoorzieningen via aquathermie en koude-opslag. Koudevraag

Elektriciteit De elektriciteitsvraag in het gebied neemt flink toe, zo is de verwachting. Om de groei te beperken zetten we in op besparing waar mogelijk en het voorkomen van elektrische vormen van verwarming en koeling. Er komen meer bewoners, meer bedrijvigheid en meer voorzieningen. Daarnaast neemt ook de elektrificatie van de industrie, mobiliteit en koken toe. Het ontwikkelgebied Oostflank is al goed verbonden met het gebiedsoverstijgende net. Strategische investeringen in het netwerk zijn nu niet aan de orde, maar het bestaande netwerk moet wel behouden blijven en worden versterkt. De elektriciteitsnetwerken van de RET bieden hiervoor ook kansen. Het tijdstip van verbruik en het tijdstip van opwek zijn niet gelijk en dat levert grote uitdagingen op. Dit vraagt om een strategie waarbij we kansen voor het sturen van de vraag en voor lokale opslag beter gaan benutten, bijvoorbeeld bij logistieke hubs en in elektrische auto's. Of in innovaties die komende jaren verder worden ontwikkeld. Zo zorgen we ervoor dat we het netwerk niet nog zwaarder belasten. Hierbij werken we nauw samen met Stedin als netbeheerder in dit gebied.

Koudevraag Intensiteit van de koudevraag: hoe donkerder blauw hoe hoger de verwachte koudevraag per m2 grondoppervlak.

Elektriciteit overzicht_tekort

Elektriciteitsvraag en aanbod (over gehele jaar) Tekort. Minder potentie voor elektriciteitsproductie dan verwachte vraag Potentie voor elektriciteitsproductie en verwachte vraag ongeveer in balans Groen: overschot. Meer potentie voor elektriciteitsproductie dan verwachte vraag.

Het gebied wekt nu naar schatting 5% van de verbruikte energie zelf op. Dit is inclusief de zonnepanelen bij Evides en de windturbine bij de waterzuivering. Er liggen nu zo’n 25.000 zonnepanelen op gebouwen, dat is op ongeveer 2% van het oppervlak van de huidige gebouwen. Naar verwachting kan het gebied ook in de toekomst niet in zijn eigen elektriciteitsvraag voldoen. We ambiëren 60% op en aan de gebouwen (bestaand én nieuw) op te wekken en 10% op andere locaties, zo’n 140.000 zonnepanelen. Met name geluidsschermen langs de snelweg zijn hiervoor kansrijk. Hiermee leggen we een stevige ambitie neer om de effecten buiten het gebied te minimaliseren. Het restant moet

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

GEBIEDSONTWIKKELING EN ENERGIETRANSITIE Om de ambitie en strategie te concretiseren in de gebiedsontwikkelingen zijn een aantal randvoorwaarden opgesteld. Die randvoorwaarden sluiten aan op de totaalvisie en de energietransitie. Bij verdichting is sturing op het energiesysteem noodzakelijk. Bij hogere dichtheden ontstaat er namelijk meer schaarste aan ruimte in de ondergrond. Er komen immers meer kabels en leidingen bij.

Sturing op voldoende opwek van duurzame elektriciteit Om de ambitie om voldoende duurzame elektriciteit op te wekken te concretiseren, is het uitgangspunt dat 60% van de footprint (bebouwd oppervlak) van gebouwen voorzien wordt van zonnepanelen en 25% van het geveloppervlak tussen oost en west via zuid. Dit is aanzienlijk méér dan vanuit (huidige) BENG-eisen (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen) wordt gevraagd en zal waarschijnlijk niet zonder stimulering tot stand komen.

Bij hogere dichtheden ontstaat er meer schaarste in de ondergrond voor het gebruik van WKO (warmte-koudeopslag) en zijn er meer mogelijkheden om door middel van collectieve systemen tot duurzamere, toekomstbestendigere en op stedelijk niveau optimalere oplossingen te komen. Voor het doelmatig ordenen van de bodem voor WKO’s is momenteel een bodemenergieplan het geëigende instrument. In onderstaande tabel wordt aangegeven vanaf welke dichtheden dit, op basis van de analyses, verstandig is om dit instrument in te zetten bij gebiedsontwikkelingen. Dit zijn uitgangspunten, die bij de gebiedsontwikkelingen verder zullen worden uitgewerkt. Afhankelijk van de lokale situatie zal dit uitgangspunt per gebiedsontwikkeling aangescherpt worden.

Daarnaast zal er gezocht moeten worden naar andere kansen voor dubbel ruimtegebruik zoals integratie van zon met geluidsschermen of utilitaire functies. Dit vraagt om daadkracht en creativiteit op financieel, samenwerkings- en ontwerpvlak. De totale omvang van dit deel van de opgave is ongeveer 140.000 zonnepanelen.

Koppeling met de bestaande stad De grootste uitdaging om de ontwikkeling van de Oostflank en de energietransitie te combineren ligt in de timing van deze twee parallel uit te voeren programma’s: de energietransitie van de bestaande stad en de verdichting van de stad. Bijvoorbeeld: de warmte die terugkomt uit het warmtenet van een bestaande stadswijk is nog warm genoeg om een nieuwbouwontwikkeling van warmte te voorzien. Als de bestaande stadswijk pas na de realisatie van de nieuwbouwontwikkeling wordt voorzien van een warmtenet, dan wordt er voor een andere (suboptimale) warmtevoorziening voor de nieuwbouwontwikkeling gekozen. De energietransitie als geheel wordt daar uiteindelijk minder effectief van. Dit soort knelpunten moet worden opgelost.

Voldoende ruimte in gebouwen/ondergrond en slim meekoppelen De energietransitie voor de nieuwe en bestaande stad vraagt ruimte in het raamwerk van openbare ruimte (in boven- en ondergrond), in gebouw(complexen) en overige buitenruimten (in boven- en ondergrond) om collectieve infrastructuur te kunnen plaatsen zoals transformatoren of warmteoverdrachtstations. De ruimte in de ondergrond voor leidingen en kabels is beperkt. Het integraal uitwerken van meerdere claims in de ondergrond dan energietransitie vraagt een zorgvuldige puzzel: slimme ordening van het systeem en haar uitwerking.

Het zal de uitdaging zijn om deze afhankelijkheden op tijd te Dichtheid (floor space Type gebieden index [FSI] blokniveau)

Sturing op gebruik ondergrond voor WKO

Sturing op gebiedsoplossing warmte/koude

Lage dichtheid, FSI 0-0,5

Werkgebieden zoals Chroomdistrict, woongebieden zoals De Esch Boszoom

Niet nodig

Niet nodig

Nodig, bijv. met bodemenergieplan

Niet nodig

Knooplocaties zoals Alexanderplaats en Stadionpark

Nodig, bijv. met bodemenergieplan

Nodig, bijv. met warmteplan

Gemiddelde dichtheid, FSI 0,5-1,5 (Extra) Hoge dichtheid FSI > 1,5

48

identificeren en daarvoor effectieve oplossingen te vinden om het eindbeeld (goede groei naar klimaatneutraliteit in 2050) te behalen. Bijvoorbeeld door voor te investeren in een warmtebron of een leiding. We gaan aan de slag om deze knelpunten te identificeren en om, eventueel met hulp van het rijk of de EU, de juiste stappen te kunnen zetten om de juiste stappen tóch op het juiste moment te kunnen zetten en beide transities bij te laten dragen aan een leefbare stad.

duurzaam, maar buiten de Oostflank worden opgewekt.

49

Wonen, werken en voorzieningen

Programma Bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied buiten Oostflank Hoogstedelijk centrum / zoekgebied stedelijke voorzieningen Gemengde stadsbuurt (wonen, werken, voorzieningen) Gemengde stadsbuurt met specifieke aandacht voor groen en water Zoekgebied verdichting Zoekgebied lichte gerichte transformatie / verdichting Bedrijfsintensiveringsgebieden Zoekgebied bedrijfsintensivering Werkprogramma als geluidsbuffer Lokale wijkcentra Bestaaned bestemmingen Zoekgebied nieuwe stedelijke bestemmingen Zoekgebied nieuwe gebiedsbestemmingen Zoekgebied nieuwe buurtbestemmingen

Programma Binnen de Oostflank verandert de komende jaren veel. Zo komen er tot 2040 zo'n 30.000 woningen bij, maar het gaat om veel meer dan dat: het realiseren van een goed stuk stad waar ook bestaande wijken van profiteren. Het houdt onder meer in dat voorzieningen meegroeien met de stad en intensiever worden gebruikt. Ook het aantal arbeidsplaatsen groeit mee met het aantal nieuwe inwoners. Huidige bewoners krijgen daardoor veel meer mogelijkheden in hun nabijheid én het levert nieuwe stedelijke milieus op die weer aanvullend zijn op andere plekken in de stad.

P+R

werken en voorzieningen. Dat geeft deze gebieden weer een nieuwe impuls. Toch blijft er ruimte nodig voor moeilijk mengbare functies. Bedrijven die milieuhinder kunnen veroorzaken maar veel waarde hebben voor de stad, zoals een betoncentrale, moeten ook een plek kunnen krijgen of houden. Ook hier houden we ruimte voor. We mengen waar kan, maar scheiden waar moet. Een stad voor iedereen We streven naar een stad waar iedereen een plek kan vinden en zich kan ontwikkelen. Dat betekent dat we werken aan wijken met woningen voor verschillende mensen; van jong tot oud, van alleenstaanden tot gezinnen. Mensen kunnen wooncarrière maken in hun eigen wijk. In de wijken vind je voorzieningen voor iedereen; van sportvelden tot supermarkten, van een bakker tot een basisschool. Plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar sociale verbanden kunnen ontstaan. Ook verschillende soorten werk krijgen in de wijk een plek: er is ruimte voor aannemers en fysiotherapeuten, voor de praktisch geschoolde vakman en kenniswerkers. We zorgen met ruimtelijke ingrepen – bijvoorbeeld door te zorgen voor ontmoetingsplekken – dat er verbanden tussen bewoners kunnen ontstaan en de sociale samenhang wordt versterkt.

Gemengde wijken, waar je alles vindt Het mengen van functies leidt tot een stedelijk milieu waarin alles dichtbij is: een ‘15-minutenstad', waarbij de dagelijkse voorzieningen op 15 minuten loop- of fietsafstand zijn. Of liefst nog dichterbij. Dat is fijn voor bewoners, zeker als ze minder goed ter been zijn. En het versterkt de sociale cohesie. Daarbij is het ook een duurzame vorm van stedelijke ontwikkeling: voorzieningen op loop- of fietsafstand en de auto voor bestemmingen op grotere afstand. Er is ruimte voor rustig wonen, maar de stad is altijd ‘om de hoek’. Ook het werken vindt een plek in de wijken. Er is ruimte voor verschillende soorten werk. Door woningen toe te voegen aan kantoorlocaties, ontstaat een mix van wonen,

Plek voor leisure en cultuur

OV-knooppunt (trein, metro, tram en/of bus) P+R locatie Hub stadslogistiek Circulaire hub

Bedrijventerrein Prinsenland

Nieuwe brug Uitwerking rivierverruiming voor brug Openbare ruimte centrummilieu Sport Buurttuinen N

0m

500m

2000m

Plek voor ontmoeting innovatie en onderwijs

Schaal 1 : 40 000

Kralingse Zoom

Watertoren haven

Sportcomplexen van de Toekomst

Prettige plek in het park

Brug met uitzicht en verblijven

Stadionweg

Plek voor sport & leisure

Stadionpark

Plek voor ontmoeting & entertainment

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

50

Alexanderknoop

Chroomdisctrict

P

Hubs

Intensief en inclusief: in dezelfde ruimte, meer te doen In de Omgevingsvisie kiest Rotterdam voor verdichting binnen de bestaande stad. Dit betekent dat we bestaande ruimte intensiever gaan benutten. Er zijn voldoende plekken in de Oostflank waar een intensiever gebruik kan leiden tot aantrekkelijkere en sociaal veiligere omgevingen. Denk bijvoorbeeld aan Kralingse Zoom, het gebied bij het toekomstig station Stadionpark of het gebied rondom station Rotterdam Alexander. Ook streven we naar inclusief gebruik van de ruimte: waardevolle ruimtes en programma's die door alle Rotterdammers gebruikt kunnen worden.

Sportcomplexen van de Toekomst

Hart van Zuid

51

Wonen in de Oostflank

Woonprogramma (Eindsituatie) Extra hoge dichtheid Hoge dichtheid Medium dichtheid Zoekgebied stedelijke dichtheid Zoekgebied verdichting Zoekgebied lichte gerichte transformatie / verdichting Mogelijke toekomstige verdichting in bestaande wijken

Genoeg geschikte woningen voor iedereen De vraag naar woningen is groot en het aanbod beperkt. Betaalbaarheid van wonen is voor heel de stad een groot thema. Daarom zoeken we naar mogelijkheden om nieuwe woningen toe te voegen. In de omgevingsvisie staat dat we die ruimte zoeken in de bestaande stad, waaronder binnen de Oostflank. We voegen hier wonen toe, gekoppeld aan een nieuwe HOV-verbinding, op zo'n manier dat de bestaande stad er ook van profiteert.

knopen bouwen we in relatief lagere dichtheden, woningen in verschillende groottes met meer ruimte, waar ook gezinnen een plek kunnen vinden. Daarnaast gaan we uit van gerichte ingrepen in bestaande wijken, zeker ook als toevoeging op, aan, of achter bestaande bebouwing. Bijvoorbeeld met uitbouwen of extra etages, maar soms ook vervanging van bestaande gebouwen in slechte staat. Zo versterken we de structuur en de voorraad. Deze laatste categorie is nu niet in detail uitgewerkt en vereist precisie in het vervolg, samen met eigenaren en bestaande bewoners.

Elke wijk heeft haar eigen uitdagingen. Zo komt er een flinke vergrijzingsgolf aan. Dus moeten er meer woningen en voorzieningen komen voor ouderen en zorgbehoevenden. Zo kunnen senioren uit grote woningen bijvoorbeeld doorstromen naar een passend nieuw huis; vooral op Zuid is daar op dit moment een tekort aan. Starters en gezinnen willen we graag in de stad houden, er is grote behoefte aan plek voor deze doelgroepen.

0m

500m

2000m

Schaal 1 : 40 000

Vanaf 2026 geldt bij nieuwbouw de verdeling van 25% sociaal, 40% middensegment, 20% hoger segment en 15% topsegment. Als we de plannen in de vervolgfase verder concretiseren, brengen we een specificatie aan per deelgebied, aansluitend bij de actuele woningvoorraad in dat gebied. Wel kunnen we al voorzichtig stellen dat er naar verwachting minder sociale huur wordt gebouwd in een aantal kwetsbare wijken op Zuid. Op de noordoever komen in de sterkere wijken juist meer sociale huurwoningen. Dit zorgt voor een betere balans in de woningvoorraad. In de nieuwe ontwikkelingen is er plek voor woningcorporaties om woningen te realiseren. Dat kan weer een aanjager zijn voor meer diverse woonmilieus en verschillende woonsegmenten. Verdichten binnen de bestaande stad vraagt om zorgvuldigheid. De verdeling sociaal, midden en hoger segment moet goed zijn. Zo houden we de sociale samenstelling van een wijk in balans.

De kwaliteit van woningen is in sommige wijken slecht. Nu verduurzamen nog noodzakelijker wordt, is dat steeds pijnlijker zichtbaar. Hetzelfde geldt voor het levensloopbestendig maken van woningen. De balans in woningsegmenten is soms uit verhouding. We willen in elke wijk een woningaanbod voor verschillende groepen, zodat je wooncarrière kan maken in je eigen wijk. Het toevoegen van woningen in de Oostflank kan een positieve impuls geven aan al deze uitdagingen. Tegelijkertijd kunnen we ook niet alles in één keer oplossen.

+1750 - 2450w

+1350 - 1650w

Kralingse Zoom

+5650 - 5800w

Mogelijk aanvullende velden lange termijn

De Esch (excl. Toepad)

+550 - 950w

Toepad

+500w - 900w

Door woningbouw slim te programmeren en te combineren, zorgen we dat er ook betaalbare woningen voor starters beschikbaar komen

Het passende woonmilieu en woontype verschilt per locatie. Bij de ov-knopen realiseren we hogere dichtheden om de goede bereikbaarheid optimaal te benutten. Op deze plekken komen relatief kleinere woningen en meer huurwoningen. Dit sluit beter aan bij doelgroepen als studenten, starters, mensen zonder kinderen en ouderen. Verder weg van de

Lage Land en Prinsenland

Boszoom

We maken wijken met een dichtheid zoals in Noord, West en Feijenoord

Strategie: hoe pakken we het aan? Binnen de Oostflank komen er de komende jaren zo'n 30.000 nieuwe woningen bij. Daarmee lossen we een groot deel van de stedelijke opgave in deze zone op. De nieuwe woningen bieden oplossingen voor de beschreven opgaven: zo zorgen we dat wonen in Rotterdam betaalbaar blijft en we realiseren nieuwe woningen van goede kwaliteit. We zorgen ervoor dat deze woningen voldoen aan de wensen voor verschillende doelgroepen: van starters tot senioren, van alleenstaanden tot gezinnen. Bestaande bewoners kunnen wooncarrière maken in hun eigen wijk.

Bloemhof/ Hillesluis

+250 - 650w Stadionpark

+7000 - 8500w

17/04/2023 Hart van Zuid

Bestaand Woningen Alexanderknoop

Totaal min.

1.000

7.600

8.500

+2300w

max. 8.600

Woningen

9.500

Oppervlak min.

Bestaand aantal woningen

30.400

max.

-

1.350

1.650

1.350

1.650

Nieuwe woningen

25.600

Het Lage Land

9.850

1.750

2.450

11.600

12.300

Lichte verdichting

1.350

2.450

Kralingse Zoom

450

5.650

5.800

6.100

6.250

Totaal nieuw woningen

26.950 won

31.700 won

2.700

1.050

1.850

3.750

4.550

Totaal

57.350 won

62.100 won

800

7.000

8.500

7.800

9.300

Stadionpark

52

Nieuw programma min. max.

programma

Boszoom

De Esch

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

Aantal nieuwe woningen Gebiedsontwikkelingen buiten het onderzoeksgebied

+0w

N

Alexanderknoop

+7600 - 8500w

Bloemhof / Hillesluis

13.250

250

650

13.500

13.900

Hart van Zuid

2.350

2.300

2.300

4.650

4.650

30.400 won

26.950 won

31.700 won

57.350 won

62.100 won

53

29.250

Werken in de Oostflank

Werkprogramma (Eindsituatie) Kantoorcluster Werkgebouwen (cluster): hoge dichtheid Zoekgebied werkgebouwen Werkgebouwen: lage dichtheid Werkgebouwen: geluidsbuffer Zoekgebied verdichting Zoekgebied lichte gerichte transformatie / verdichting Bedrijventerreinen/ bedrijfsintensiveringsgebieden Recreatief / bedrijvigheid met groen karakter

Voor iedereen is werk in de buurt Rotterdam is niet alleen een woonstad, maar ook een werkstad. We bieden blijvend ruimte voor verschillende soorten werk. Van kantoorlocaties waar kennisintensieve dienstverleners zich kunnen vestigen tot aan bedrijventerreinen waar stadsverzorgende (maak)industrie een plek kan vinden en alles wat daartussen zit. In nieuwe (gebieds)ontwikkelingen brengen we werken in wijken terug. Ook in de Oostflank is voor al deze verschillende soorten werk ruimte, maar dat vraagt wel om keuzes: werk aan de winkel dus.

+0 banen

+0 banen

N

Alexanderknoop

+6.200 - 8.050 banen +2.300 - 2.550 banen

Nieuwe banen in kantoren en werkgebouwen Nieuwe banen in voorzieningen Gebiedsontwikkelingen buiten het onderzoeksgebied

0m

500m

2000m Boszoom

Schaal 1 : 40 000

Lage Land en Prinsenland

+1.350 - 1.650 banen

+550 - 750 banen

Kantoren » Dienstverlenend werk, vaak vrij kennisintensief van aard » Ruimte voor groei op daarvoor geschikte locaties, zoals Alexanderknoop door de goede bereikbaarheid. Bij Kralingse Zoom is ook ruimte voor groei voor kantoren met een specifiek, innovatief profiel. In Stadionpark en vooral Hart van Zuid ligt er minder focus op groei van kantoren. » In totaal gaat het om 30% van het toe te voegen aantal arbeidsplaatsen in de Oostflank.

Veel van de bestaande werklocaties functioneren aardig, maar sommige locaties zijn aan verbetering toe. Er zijn plekken waar die vernieuwing al aan de gang is, zoals Brainpark 1. Hier verandert een verouderd monofunctioneel kantorencluster in een gemengd woon- en werkmilieu. Met een buitenruimte die gericht is op ontmoeting tussen verschillende groepen mensen. Andere bedrijventerreinen liggen op dit moment op zeer goed bereikbare plekken, maar de gunstige ligging wordt nog niet optimaal gebruikt. Werk aan de winkel dus.

Ontwikkelvisie en -strategie Oostflank

+400 - 500 banen

STRATEGIE: Hoe pakken we het aan? We onderscheiden vier categorieën die we in de Oostflank willen faciliteren: kantoren, werkgebouwen, bedrijventerreinen, en werken in voorzieningen of thuis. Bij het realiseren van nieuwe werklocaties hanteren we per categorie een aantal principes.

Rotterdam heeft naast de binnenstad behoefte aan nieuwe toplocaties, bijvoorbeeld voor kantoren. De Oostflank heeft daar de ruimte én de kwaliteiten voor. De bereikbaarheid van bijvoorbeeld de Alexanderknoop en Kralingse Zoom is zeer goed, we zetten in op functiemenging en de openbare ruimte krijgt een kwaliteitsslag. De verdeling van werklocaties in heel Rotterdam moet dan wel op elkaar worden afgestemd, locaties moeten elkaar versterken, niet beconcurreren. Er is al veel plek voor werken in de Oostflank, formeel zo’n 1.000.000 m2. De aard van het werk verschilt nogal, van kantoren tot bedrijventerreinen, van onderwijs tot zorg.

+1.600 - 2.300 banen

Kralingse Zoom

+2.600 - 2.750 banen +1.700 - 1.750 banen

Mogelijk aanvullende velden lange termijn

De Esch

+1.050 - 1.850 banen

17/04/2023 Werkgebouwen » Tussen kantoor en bedrijventerrein in. Voor denken Bestaand Bloemhof/ Hillesluis Nieuw programma Totaal maakwerk,Woningen voor knappe koppen en handige handjes. programma min. max. min. max. +50 - 450 banen Alexanderknoop 1.000 in combinatie 7.600 8.500 8.600 9.500 » Goed te integreren in woonbuurten, zeker +100 - 200 banen Boszoom 1.350 1.650 1.350 1.650 met aansluitende voorzieningen Het Lage Land 9.850 1.750 2.450 11.600 12.300 » Ook op bedrijventerreinen voegen we waar mogelijk 5.650 Kralingse Zoom 450 5.800 6.100 6.250 werkgebouwen toe, waarbij plaats blijft2.700 voor De Esch 1.050 1.850 3.750 4.550 Stadionpark 8.500 7.800 9.300 extensievere stadsverzorgende functies800 (denk aan 7.000 Bloemhof / Hillesluis 13.250 250 650 13.500 13.900 loodgieters, monteurs, aannemers, etc.) Hart van Zuid 2.350 2.300 2.300 4.650 4.650 » Schonere bedrijven die nu op30.400 terreinen zitten waar won 26.950 won 31.700 won 57.350 won 62.100 won dat niet per se hoeft, proberen we juist te mengen met andere functies zoals wonen. Denk aan de Bestaand Nieuw programma Totaal Nieuwe banen aannemer, een werkplaats voor hout, sportschool of Werk programma min. max. min. max. min. max. een bouwmarkt.

Deze kunnen ook neerstrijken in een Alexanderknoop 260.000 335.000 591.000 666.000 340.000 6.200 8.050 Hart van Zuid werkgebouw, bijvoorbeeld in de onderste Boszoom 80.000 119.000 131.000 51.000verdieping68.000 1.350 1.650 +800 banen 1.600 Het Lage LandKansrijk zijn combinaties 108.000 146.000 174.000 81.000 2.300 (plint) van nieuwbouw. van80.000 +700 banen Kralingse Zoom 98.000 104.000 285.000 291.000 187.000 2.600 2.750 verschillende bedrijvigheid: maken, ontwerpen, denken De Esch 53.000 85.000 117.000 149.000 64.000 1.050 1.850 en dienstverlening. Voorwaarde is wel dat de ruimtes Stadionpark 260.000 320.000 409.000 469.000 178.000 7.000 8.500

54

Bloemhof / Hillesluis

27.000

3.000

19.000

30.000

46.000

50

Hart van Zuid

84.000

40.000

40.000

124.000

124.000

800

1.012.000 m2

862.000 m2

1.091.000 m2

1.821.000 m2

2.050.000 m2

20.650 banen

+300 - 550 banen

Woningen

Oppervlak min.

max.

Bestaand aantal woningen

30.400

Nieuwe woningen

25.600

Lichte verdichting

1.350

2.450

Totaal nieuw woningen

26.950 won

31.700 won

Totaal

57.350 won 62.100 won Stadionpark

29.250

+7.000 - 8.500 banen +2.100 - 2.550 banen

Oppervlak Werkprogramma Bestaand werkprogramma Nieuwe programma Lichte verdichting Totaal nieuw Totaal

min.

Banen max.

min.

1.012.000 * 842.000

1.027.000

max. -

-

20.250

24.850

20.000

64.000

400

1.500

862.000 m²

1.091.000 m²

20.650 banen

26.350 banen

1.821.000 m²

2.050.000 m²

-

-

* optimalisering 50% bestaande bedrijventerreinen

450 800 26.350 banen

Banen in voorzieningen Totaal banen

55

8.150 banen

9.550 banen

28.800 banen

35.900 banen

Werken in de Oostflank

Werkgebieden en werkclusters: types en principes »

voor verschillende types ondernemers betaalbaar zijn. Werkgebouwen kunnen naast een snelweg of spoor liggen om zo het geluid richting woonmilieus te weren.

De verschillende deelgebieden lenen zich op basis van hun karakter en het bestaande stedelijke leven goed voor uiteenlopende types werkgelegenheid. Hieronder een overzicht van de speerpunten per deelgebied. Dit wordt in de deelgebieduitwerkingen (Hoofdstuk 4) verder behandeld.

Bedrijventerreinen » Voor productiewerk of (licht) industrieel werk, er kan geluid gemaakt worden. » Voor bedrijven met een hogere milieucategorie: daarom wordt deze categorie in de basis niet gecombineerd met wonen. » Bedrijven met een hogere milieucategorie of met grote logistieke stromen, brengen we zoveel mogelijk bij elkaar op de Autostrada, KoperstraatWest/Chroomdistrict en een groot deel van het bedrijventerrein Stadionweg. Hier is de ambitie om werkgelegenheid te vergroten: meer arbeidsplaatsen per vierkante meter, bijvoorbeeld door intensivering of optopping. Dat kan interessante combinaties opleveren op het gebied van circulariteit en duurzaamheid.

ALEXANDERKNOOP » Knooppunt en omgeving: kantoren (kennisintensieve) dienstverleners, hoofdkantoren bedrijven, daarnaast goedkoper segment voor meer diverse bedrijven » Megastores: herontwikkeld met gemengder aanbod » Koperkwartier: gemengd wonen en werken (makersgerichte bedrijvigheid) » Chroomdistrict: ruimte behouden voor bedrijvigheid tot milieucategorie 3.2, inzetten op intensivering en circulariteit BOSZOOM, LAGE LAND EN PRINSENLAND » Boszoom: kleinschalige werkfuncties, collectieve werkruimtes en open karakter, gemengd met wonen » Lage Land: kleinschalig werken 'in de buurt' in plinten » Prinsenland: bedrijventerrein (tot milieucategorie 3.2) behouden, intensiveren en aantrekkelijker maken

Werken in buurtvoorzieningen of thuis » Mix van commercieel en niet-commercieel: detailhandel, horeca, sport, zorg, onderwijs, leisure overige dienstverlening en mensen met een bedrijf of werk aan huis. » Maatschappelijke ontwikkelingen geven handvatten voor nieuwe combinaties van functies. » Versterken van bestaande buurt- en wijkcentra en waar nodig toevoeging van vierkante meters voor ’15-minuten stad om de hoek.’

KRALINGSE ZOOM » Knooppunt en omgeving: kantoren voor startups en scale-ups gericht op innovatie, digitalisering en tech » Brainpark: gemengd gebied met wonen en werken » Erasmus Universiteit/Hogeschool Rotterdam: hoger onderwijs en onderzoek DE ESCH » Woonbuurten: versterken detailhandel en buurtvoorzieningen i.c.m. werkgebouwen » Oost: grootschalige functies met waarde voor de stad, zoals de Kazerne en Evides

De plinten van kantoren, werkgebouwen en buurtvoorzieningen zijn cruciaal en dragen bij aan de levendigheid van de stad. Waar openbare ruimte en gebouwfuncties samen komen. Gastvrije en eventueel gedeelde ruimtes waar uitwisseling tot stand komt en die bijdragen een florerende lokale economie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=11f37e57-a280-458b-b068-839335f27fca