[23bb003392] Bijlage 2C behorende bij 23bb003399 over Integraal verkenningenrapport en MER MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam
Tekst van het document
Een verbeterde autobereikbaarheid via de A16 Van Brienenoordcorridor leidt niet tot meer kansen voor mensen. Het onderzoek naar Kansen voor mensen laat zien dat vooral OV en fiets meerwaarde bieden.
5.2.2 Milieueffecten Naast de projectdoelstellingen hebben we ook breed gekeken naar milieueffecten. Hieronder behandelen we de effecten. We staan daarbij specifiek stil bij de verschillen tussen alternatieven. Voor de overzichtelijkheid maken we daarbij onderscheid tussen effecten die samenhangen met verkeer, effecten die ontstaan door veranderingen in het ruimtebeslag van de infrastructuur en effecten die met duurzaamheid en klimaat te maken hebben. Het complete milieuonderzoek en de complete beoordelingstabel zijn terug te vinden in het Milieueffectenonderzoek A16 Van Brienenoordcorridor. Effecten die samenhangen met verkeer Het project zorgt voor veranderingen in verkeersstromen in de regio. Op bepaalde locaties gaat het om een toename, op andere locaties juist om een afname van de hoeveelheid verkeer. Het kan ook zo zijn dat de snelheid van het verkeer verandert als gevolg van het project. Effecten die ontstaan door veranderingen in de verkeersstromen hebben te maken met hoe het verkeer zich gedraagt en de milieu-impact die het verkeer heeft. Het gaat dan om de criteria luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en stikstof. Door toename van verkeer (met ca. 10%) op de A16 is er sprake van toename van hinder door geluid en lucht. Deze toename blijft binnen de wettelijke grenswaarden. Voor het criterium luchtkwaliteit hebben de alternatieven een beperkt effect.
De concentratie NO2 neemt beperkt toe op de NSL-toetspunten langs de rijksweg A16. Dit komt doordat met de aanpassingen aan de snelweg deze dichterbij de toetspunten komt te liggen. De maximale concentraties in de alternatieven A, B en C overschrijden de grenswaarden voor luchtkwaliteit niet.