CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb003390] Bijlage 2A behorende bij 23bb003399 over Aanvulling ROER Verstedelijking Oostflank

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 21 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Technische sessie Partiële herziening Omgevingsvisie Rotterdam - Oostflank42.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

In hoofdstuk 6 zijn de effecten van de twee alternatieven samenvattend beschreven en is een beoordeling opgenomen. Daarbij gaat het om de effecten van de bouwstenen gezamenlijk. In hoofdstuk 6 is tevens de vergelijking van de effecten van de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie weergegeven in de schuifjesfiguren. De beoordelingen voor de aspecten bodem en water zijn input voor de subvarianten bodem en water sturend in hoofdstuk 8. In de thematische achtergrondrapporten en in de samenvattende beschrijving van effecten in hoofdstuk 5 is veel informatie opgenomen. In de beschrijving van de referentiesituatie van de deelgebieden op hoofdlijnen is een keuze gemaakt de drie lagen (onderlaag, netwerken en occupatie) te laten representeren door drie kaartbeelden en een korte beschouwing en toelichting daarbij: • voor de onderlaag is een hoogtekaart 10 opgenomen; deze geeft, ook door de hoogteverschillen en de patronen en structuren die zichtbaar zijn, ook een beeld van de ontstaansgeschiedenis en de kansen en beperkingen voor verstedelijking; • voor de netwerken is bij elk deelgebied een kaartbeeld opgenomen van de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer, spoorwegen en industrielawaai 11; dit kaartbeeld laat zien waar in de stedelijke gebieden rekening moet worden met omgevingsgeluid. Doordat de snelwegen en spoorlijnen ook worden gebruikt 10 11

Netwerken Het gebied wordt doorsneden door de snelwegen A16 en (aan de noordkant) A20, door spoorlijnen en stedelijke hoofdontsluitingswegen. Ten noorden van de Nieuwe Maas biedt de metro een goede verbindingen tussen de woon- en werkgebieden onderling en met het centrum van Rotterdam. Op de zuidoever zijn vooral tram en bus van beschikbaar voor openbaar vervoer. De reistijd per OV van de gebieden op de noordoever naar gebieden op de zuidoever is fors door het ontbreken van een directe verbinding.

12

Bron: www. ahn.nl Bron: Atlas voor de leefomgeving

83

Bron: Atlas voor de leefomgeving

Figuur 7.1: Onderliggende landschappelijke structuren (bron: Handboek Rotterdamse stijl, 2010).

Figuur 7.2: Hoogtekaart van het maaiveld (bron: www.ahn.nl) Het verschil tussen de diepe polder, de hogere gebieden langs de oevers (en door ophogingen) en de minder diepe tussengebieden zijn duidelijk zichtbaar (blauw = laag, bruin = hoger)

84

Figuur 7.3: Waterhuishouding in de Prins Alexanderpolder (bron: Peilbesluit Polder Prinsenland en Eendragtspolder, HHSK, 2019)

Occupatie Een groot deel van het gebied heeft al een stedelijke functie. De Prins Alexanderpolder is al grotendeels verstedelijkt. De Nieuwe Maas is een barrière tussen noord en zuid. De gebieden ten noorden en ten zuiden van de Maas laten duidelijke verschillen zien op sociaal-economische vlak: opleidingsniveau, arbeidsparticipatie e.d. zijn in het zuidelijk deel wat uniformer en lager dan ten noorden van de rivier waar er wat grotere verschillen binnen en tussen de wijken zijn. Ten aanzien van werkgelegenheid is de relatie tussen Rotterdam-Zuid en de gebieden ten noorden van de rivier relatief klein.

Figuur 7.4: Netwerken en occupatie, weergegeven als hoogtekaart (bron: www. ahn.nl). De occupatie is zichtbaar als verhoging ten opzichte van het maaiveld.

85

Figuur 7.5: Gecumuleerde geluidbelasting (bron: Atlas leefomgeving)

86

7.2. Deelgebied Alexanderknoop

Tussen de spoorlijn en de A20 liggen (westkant) volkstuinen. Tussen de Prins Alexanderweg, Hoofdweg en A20 liggen het winkelgebied van de Alexanderknoop en het bedrijventerrein van de Marten Meesweg.

7.2.1 Referentiesituatie

Dit deelgebied vervult een centrumfunctie voor de gehele noordoostkant van Rotterdam en biedt (door de aanwezige bedrijvigheid en de goede bereikbaarheid) werkgelegenheid voor een ruimere omgeving.

Hoogtekaart

Ondergrond en water Dit deelgebied is evenals de deelgebieden Boszoom en Het Lage Land onderdeel van de 19e eeuwse, laaggelegen droogmakerij Prins Alexanderpolder (zie paragraaf 7.3.1 voor beschrijving en aandachtspunten). Een groot deel van dit deelgebied is al ‘versteend’; alleen de volkstuinen tussen de spoorlijn en de A20 zijn nog grotendeels onverhard. Het gemiddeld maaiveldniveau varieert van NAP -3m tot NAP -6m. De gemiddelde bodemdaling is hier ruim 3 mm per jaar. Alexanderknoop heeft een vrij hoog verhardingspercentage van 60%. Door de aanwezigheid van een groot volkstuincomplex is er in dit deelgebied toch nog 5% oppervlaktewater aanwezig..

Netwerken

Netwerken Dominant in dit deelgebied zijn de A20 (in knooppunt Terbregseplein aangesloten op de A16, de spoorlijn Rotterdam -Gouda en de metro. De OV-verbindingen van dit deelgebied met het centrum van Rotterdam en de Randstad zijn daardoor goed. Ook per auto is het gebied goed ontsloten. Geluid, externe veiligheid (groepsrisico) en luchtkwaliteit in dit deelgebied worden in belangrijke mate bepaald door de snelweg en de spoorlijn. Voor luchtkwaliteit en geluid zijn ook de hoofdontsluitingswegen (Hoofdweg en Prins Alexanderlaan) van belang. Voor externe veiligheid is tevens de hogedruk aardgasleiding relevant.

Occupatie

Groene en blauwe structuren zijn in dit sterk verstedelijkte gebied schaars. Het volkstuincomplex tussen spoorlijn en A20 ligt tamelijk geïsoleerd. In het deelgebied Alexanderknoop zijn geen (delen van) Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN) aanwezig. Alexanderknoop heeft ook geen ecologische hotspots of ecologische verbindingen. Op de Natuurindicatiekaart van de Gemeente Rotterdam scoort de Alexanderknoop laag. De meeste waarde qua biodiversiteit zit in de gevarieerde beplanting op het volkstuinencomplex. Daarnaast blijkt uit de gemeentelijke data dat er op het bedrijventerrein de nodige “dakbroeders”, zoals meeuwen, voorkomen. Wonen en werken Dit deelgebied heeft vooral een functie als werkgebied en als winkelgebied (Alexandrium). In het westelijk deel ligt tussen de Hoofdweg en de spoorlijn een bedrijventerrein met onder andere autosloperijen.

87

is ook de luchtkwaliteit een factor. Het aantal blootgestelden aan luchtverontreiniging neemt door de beoogde verdichting langs de hoofdontsluitingswegen en snelweg verder toe.

7.2.2 Effect van de bouwstenen Goede omgevingskwaliteit Dit deelgebied is evenals de deelgebieden Het Lage Land en Boszoom onderdeel van een diepe polder en een zettingsgevoelige ondergrond. Alexanderpolder is een gebied waar bodemdaling een belangrijk aspect is. Bovendien is dit gebied zeer opbarst gevoelig voor grondwater, er kan niet zomaar ontgraven worden zonder extra maatregelen te nemen. Het effect van verstedelijking op bodemdaling en het watersysteem is zonder mitigerende maatregelen negatief. Vanwege de aanleg van nieuw verhard oppervlak zal voor beide bouwstenen ongeveer 3,4 hectare watercompensatie moeten worden aangelegd. Verstedelijking leidt bovendien tot een geschatte toename van maximaal 307 m3 afvalwater per uur.

Woonomgeving Beide bouwstenen scoren positief op de aspecten in het cluster woonomgeving. Het toevoegen van woningen en voorzieningen in dit gebied wordt positief beoordeeld, voor beide bouwstenen. Het leidt – indien goed aansluitend bij de actuele vraag – tot meer geschikte woningen van goede kwaliteit. Belangrijk hierbij is wel, dat er parallel geïnvesteerd wordt in (vergroening van) de openbare ruimte, zodat bijvoorbeeld hittestress wordt vermeden. Zo biedt de ontwikkeling kansen voor meer groen en voor koele en stille plekken. De sociale veiligheid zal verbeteren door meer ogen op straat, en er komen meer plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Het welzijn zal daarmee verbeteren, voor beide bouwstenen. De bereikbaarheid is al goed, maar verbetert in AK2 (onderdeel van het alternatief Spreiden) door de doortrekking van de tram.

De toevoeging van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen leidt mogelijk tot extra stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van de inzet van bouwmaterieel en van meer verkeersbewegingen. Vooralsnog worden die, vanwege mobiliteits- en energietransities, als niet significant beschouwd, zie ook de uitgevoerde risicoanalyse voor Natura 2000 gebieden in de bijlage. Verstedelijking leidt tot een toename van de recreatiedruk op gebieden in de omgeving zoals het Kralingse bos. Het vergroenen van het Alexanderplein en de Alexanderlaan verbetert de ecologische verbondenheid van het gebied, evenals een (deels ecologische) onderdoorgang bij de spoorlijn. Het verdwijnen van de volkstuinen ten behoeve van sportvelden is een negatieve ontwikkeling voor de biodiversiteit. Al met al leidt het toevoegen van woningen en arbeidsplaatsen in reeds bebouwd gebied niet tot een verbetering van de biodiversiteit.

Economische omgeving Een verdere stedelijke ontwikkeling in dit gebied wordt voor de economische aspecten sterk positief beoordeeld. Verdichten in deze knoop, met een goede bereikbaarheid is gunstig voor het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid. Hierbij is ook de verbeterde relatie met de andere knopen (Kralingse Zoom, Feyenoord City, Hart van Zuid) va de nieuwe oeververbinding belangrijk. Verschil tussen de bouwstenen AK1 (transformeren bedrijventerrein Koperstraat) en AK2 (handhaven ruimte voor bedrijven) impliceert ook een verschil in beoordeling. Bij AK2 blijft meer ruimte beschikbaar voor meer traditionele vormen van bedrijvigheid (met de daaraan gekoppelde werkgelegenheidseffecten) en tevens ruimte voor bedrijvigheid gerelateerd aan circulaire economie. Bouwsteen AK1 gaat uit van transformatie van de gehele zone ten noorden van de Hoofdweg. Dit heeft als gevolg het verloren gaan van ‘traditioneel’ bedrijventerrein, maar daarvoor in de plaats komt ruimte voor andere meer arbeidsintensieve vormen van bedrijvigheid en werkgelegenheid.

De ontwikkeling biedt echter ook kansen om het watersysteem robuuster en klimaatadaptief in te richten. Veilige, gezonde fysieke leefomgeving Dit deelgebied grenst aan de A20 en wordt doorsneden door de spoorlijn en de Hoofdweg. Tevens bevindt zich in dit gebied een hogedruk aardgasleiding. Dit heeft als gevolg dat in dit deelgebied nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met de geluidbelasting, luchtkwaliteit en de externe veiligheid (groepsrisico). Vooral bij ontwikkeling in de strook tussen de A20 en de spoorlijn (Marten Meesweg e.a) zijn geluid en externe veiligheid beperkende factoren. Vanwege deze dubbelzijdige milieubelasting wordt het complex om een hier een gezond woon- en leefklimaat te realiseren. Beide bouwstenen gaan uit van woningen in dit gebied; voor geluid en externe veiligheid wordt dat sterk negatief beoordeeld. Het groepsrisico is al hoog in de huidige situatie en neemt door de verdichting verder toe. Bij bouwsteen AK2 blijft de geluidemissie van de bedrijven in de Metaalbuurt aanwezig. Langs drukke wegen

88

beoordeling voor de aspecten geluid en externe veiligheid van zeer negatief naar negatief of neutraal. Overigens blijft milieuhinder nog wel een belangrijk aandachtspunt in het westelijk deel van Alexander. Naast de aanwezige infrastructuur moet ook rekening worden gehouden met milieuhinder door de aanwezige bedrijven. Aanbevolen wordt om te onderzoeken in hoeverre bronmaatregelen mogelijk zijn, waaronder het omleiden van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor en het verplaatsen of verlagen van de druk van de hogedruk aardgasleiding.

Referentie

Verder wordt geconstateerd dat het toevoegen van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen op deze plek gunstig scoort op de clusters woonomgeving en economische omgeving. Het leidt tot veel nieuwe woningen en arbeidsplaatsen op een goed bereikbare plek, wat het woningaanbod en de economie ten goede komt. Vergroening moet wel een onderdeel zijn van de ontwikkelingen om de aantrekkelijkheid van het gebied te garanderen en dreigingen vanuit het klimaat (piekbuien, hittestress) te mitigeren.

AK1

AK2

7.2.3 Conclusies Onderlaag De karakteristieken van de onderlaag in deelgebied (bodemdaling en de noodzaak van meer waterberging) zijn (mede) de basis voor een nadere analyse vanuit de principes van bodem en water sturend (zie hoofdstuk 8). Netwerken en occupatie Er liggen kansen voor vergroening en het realiseren van ecologische verbindingen. De zone tussen snelweg en spoorlijn (ten oosten van de Prins Alexanderlaan, omgeving Marten Meesweg) is gezien de ligging ten opzichte van station en metro gunstig voor een intensieve verstedelijking (vanuit bereikbaarheid, de nabijheid van voorzieningen, economische vitaliteit), maar daarentegen is de milieubelasting in dit gebied (geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid) hoog. Door verdichting zal het aantal milieugehinderden toenemen. Als de bouwsteen voor dit deelgebied zodanig wordt aangepast dat in het gebied waar de problematiek voor de fysieke leefomgeving het grootst is (de zone tussen A20 en spoorlijn) geen of minder woningen worden toegevoegd, verandert de

89

7.3. Deelgebied Het Lage Land 7.3.1 Referentiesituatie Ondergrond en water Het gemiddeld maaiveldniveau ligt hier op NAP -6 m. Het Lage Land is evenals de deelgebieden Alexanderknoop en Boszoom onderdeel van de Prins Alexanderpolder die in 1865-1874 ontstond door het droogmalen van een aantal diepe veenplassen. De laat-negentiende eeuwse rationele verkaveling is nog herkenbaar in de hoofdstructuur van dit deelgebied. De polder ligt laag en behoort tot de laagst gelegen polders in Nederland. De kleibodem is gevoelig voor zetting. De gemiddelde zakkingssnelheid is 2 tot 5 mm/jaar. In de Alexanderpolder is een aantal peilvakken aanwezig (figuur 7.3), de afwatering verloopt via watergangen die de oude poldersloten volgen. Het water wordt aan de oostkant van het gebied uitgeslagen naar het naastgelegen peilgebied in de polder (figuur 7.3). Het relatief groene karakter van de wijk komt tot uiting in een niet te hoge verhardingsgraad (45%). Van het totaal onverhard oppervlak (55%) bestaat 7% uit oppervlaktewater. De lage ligging van de deelgebieden in de Prins Alexanderpolder leidt tot aandachtspunten voor bodem en grondwater (risico bodemdaling, opbarsting, zoute kwel) en risico’s voor wateroverlast bij extreme neerslag. Hoogtekaart

Occupatie In de jaren ‘60 – ’70 werd het agrarische gebruik (tuinbouw) van dit deelgebied vervangen door een woonwijk volgens de ontwerpprincipes van het functionalistische nieuwe bouwen. In dit deelgebied staan ongeveer 5.000 woningen (grondgebonden, lage appartementengebouwen). Voor werkgelegenheid is dit deelgebied vooral aangewezen op Rotterdam en werklocaties in de omringende deelgebieden (Kralingse Zoom, Alexanderknoop). Inmiddels is nagenoeg de gehele polder verandert van een agrarische polder in een stedelijk gebied.

Netwerken

aan robuustheid enkel geschikt voor vliegende soorten. Deze verbinding richting het Kralingse bos kent met de A16 een zeer grote barrière. Er zijn geen ecologische verbindingen naar groengebieden in het oosten. Centraal in het gebied ligt het Prinsenpark. Op de Natuurindicatiekaart van de Gemeente Rotterdam scoort het Lage Land laag. In het gebied komen huismuskolonies voor, zo blijkt uit de beschikbare gemeentelijke natuurdata. Daarnaast zijn er verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen aanwezig.

7.3.2 Effect van de bouwstenen Occupatie

Het Lage Land is (samen met de Boszoom en Alexander) het laagstgelegen deel van A-Z (en van Rotterdam). De bouwstenen LL1 en LL2 voorzien in de toevoeging van een – ten opzichte van de reeds aanwezige woningvoorraad – beperkt aantal woningen in deze diepe polder. De maatregelen bestaan verder uit het vergroenen van de Prins Alexanderlaan en de hoofdlanen. In LL2 wordt langs de Prinsenlaan OV toegevoegd en heringericht als groene verbinding tussen het Kralingse Bos en het Schollebos. In LL2 worden bovendien woningen toegevoegd bij het winkelcentrum.

Netwerken De verkeersstructuur in Het Lage Land is gebaseerd op de kavelstructuur van de Prins Alexanderpolder. De hoofdontsluiting bestaat uit de min of meer oost-west verlopende Prinsenlaan, Hoofdweg en Kralingseweg en de ongeveer noord-zuid verlopende Prins Alexanderlaan. De (fiets) verbinding met het centrum loopt via de Boszoom aan de westkant van de A16. Het OV-netwerk bestaat uit de metro en (in de Alexanderknoop) een NS-station. Dit deelgebied ondervindt milieuhinder van de A16 (geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit) en de stedelijke hoofdontsluitingen (geluid en luchtkwaliteit). In het deelgebied Lage land zijn geen (delen van) Natura 2000 of NNN-gebieden aanwezig. Ze kent ook geen ecologische hotspots. Groene en blauwe structuren zijn in dit deelgebied aanwezig als openbaar grond langs wegen en als wijkgrond tussen de woonstraten en de appartementencomplexen. Langs de Prinsenlaan bevindt zich een groene verbinding bestaande uit een bomenrij. Deze verbinding is door gebrek

Goede omgevingskwaliteit Belangrijk aandachtspunt in dit deelgebied is de lage ligging en de zettinggevoelige ondergrond. Het effect van in bepaalde delen verdichten en verspreid woningen toevoegen heeft een (beperkt) negatief effect op de bodemdaling. Het poldergebied is

90

ook een zeer opbarst gevoelig gebied, hierdoor moeten de benodigde maatregelen genomen worden om de gevolgen enigszins te beperken. Dit vraagt om een klimaatadapatieve inrichting van het gebied en een klimaatadaptieve manier van bouwen. De beoordeling voor bodem en water ten opzichte van de referentie is licht negatief. Doordat ‘acupunctureel’ woningen wordt toegevoegd (tussen bestaande bebouwing) is een goede afweging nodig welke maatregelen mogelijk en zinvol zijn. Vanwege de compensatieplicht voor nieuwe verhardingstoename (afgedekt bodemoppervlak) zal de hoeveelheid oppervlaktewater in het deelgebied met (naar schatting) 0,2 (alternatief Concentreren) respectievelijk 5,3 hectare (alternatief Spreiden) moeten toenemen. In de AWZI zal bij het spreidingsmodel een toename van 450 m3 per dag afvalwater verwerkt moeten kunnen worden. Het concentratiemodel geeft een toename van 300 m3 afvalwater per dag.

doortrekking van de tram. Die is niet voorzien in LL1. Het aspect welzijn verbetert in LL2 door meer ogen op straat en daarmee meer sociale controle, meer plekken om elkaar te ontmoeten en meer banen binnen bereik. Dit geldt in alle gevallen in mindere mate voor LL1. Economische omgeving Het toevoegen van woningen heeft een licht positief effect op het draagvlak voor voorzieningen en winkels. Voor beide bouwstenen geldt echter dat er geen substantiële veranderingen optreden voor de economische omgeving in dit deelgebied.

Beide bouwstenen zijn positief beoordeeld voor natuur; LL2 is door aanleg van de bos-as positiever dan LL1. Ontwikkeling van een robuuste bos-as en ecologische verbetering van het Prinsenpark leiden tot verhoging van de biodiversiteit. De toevoeging van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen leidt mogelijk tot extra stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van de inzet van bouwmaterieel en van meer verkeersbewegingen. Verstedelijking leidt tot een toename van de recreatiedruk op groengebieden in de omgeving. Vooralsnog worden die negatieve effecten, vanwege mobiliteits- en energietransities, als niet significant beschouwd, zie ook de uitgevoerde risicoanalyse voor Natura 2000 gebieden in de bijlage.

Referentie

LL1

Veilige, gezonde fysieke leefomgeving In de zone direct langs de A16 moet rekening worden gehouden met een (beperkte) toename van het groepsrisico en maatregelen om de geluidbelasting van de A16 te beperken. Dit geldt in sterkere mate voor LL2 dan voor LL1, omdat in LL2 meer wordt verdicht langs de A16. Gezien geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit heeft minder verdichten langs de A16 de voorkeur. Verdere mogelijke maatregelen zijn afscherming en beperken van de bouwhoogte nabij de A16. Een ander aandachtspunt in LL2 betreft het doortrekken van de tram tussen Kralingse Zoom en station Alexander. Deze nieuwe tramverbinding zorgt voor meer geluid in het Lage Land (alhoewel beperkt ten opzichte van geluid afkomstig van de A16). Het aantal milieugehinderden zal naar verwachting toenemen. Het Lage Land scoort daarom negatief.

LL2

Woonomgeving Beide bouwstenen worden positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. In LL2 wordt er meer verdicht in en rond Het Lage Land, en parallel meer geïnvesteerd in de openbare ruimte, bijvoorbeeld met de Bos-as. Dit zorgt voor een positievere score voor LL2 ten opzichte van LL1, onder andere voor openbare ruimte en voorzieningen. Ook de bereikbaarheid van Het Lage Land verbetert in LL2, door de

91

7.3.3 Conclusies Onderlaag Evenals in deelgebied Alexanderpolder is voor dit deelgebied evident dat een nadere analyse noodzakelijk is vanuit de uitgangspunten van bodem en water sturend. Deze is opgenomen in hoofdstuk 8. Netwerken en occupatie Bij woningbouw langs de A16 is aandacht nodig voor de ruimtelijke inpassing vanwege geluid, externe veiligheid (groepsrisico) en luchtkwaliteit. Niet of minder verdichten langs de A16 heeft de voorkeur. Indien toch langs de A16 verdicht wordt dienen bron- en overdrachtsmaatregelen afgewogen te worden. De opgaven voor groen en water kunnen waar mogelijk worden gecombineerd, ook ten behoeve van meer stille, groene plekken in de woonomgeving. Het is aan te bevelen de Bos-as als groene en ecologische verbinding in het voorkeursalternatief op te nemen. Het toevoegen van woningen in Het Lage Land wordt vooral in bouwsteen LL2 als positief beoordeeld, gekoppeld aan de verbeterde bereikbaarheid door de doorgetrokken tram. Het leidt tot meer geschikte woningen, meer draagvlak voor voorzieningen en draagt licht bij aan het verbeteren van het welzijn door o.a. meer sociale controle en meer plekken voor ontmoeting.

92

7.4. Deelgebied Boszoom

(delen van) Natura 2000 of NNN-gebieden aanwezig. Het gebied is in zijn geheel een ecologische hotspot. De ecologische verbondenheid binnen de Boszoom is groot. Daarnaast heeft het gebied goede verbindingen met het Kralingse Bos. Ook verbindingen naar de Kralingse Zoom zijn aanwezig. De Boszoom kent door de variatie in beplanting en de goede verbinding met het Kralingse bos een hoge biodiversiteit. Het gebied is geschikt voor diverse broedvogels en kleine grondgebonden zoogdieren. Het gebied biedt daarnaast foerageer mogelijkheden voor vleermuizen en roofvogels. De Boszoom scoort zeer hoog op de natuurindicatiekaart (is wel samengenomen met Kralings bos, maar door de verbindingen hier er niet geheel los van te beschouwen).

Netwerken Dominant in dit deelgebied is langs de westkant de A16. Het gebied ondervindt de invloed daarvan (geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit). Ook de lokale ontsluitingsweg Boszoom zorgt voor de nodige milieuhinder (geluid en luchtkwaliteit). Boszoom is van belang voor de verbinding (auto, fiets) van Het Lage Land met het centrum van de stad. In de bestaande situatie wordt deze als sociaal onveilig ervaren.

Netwerken

Het gebied behoort tot de laagstgelegen polders van Nederland. Het gemiddeld maaiveldniveau varieert tussen NAP -3m en NAP -6 m, plaatselijk tot wel -7 m. Het deelgebied grenst aan het Kralingse bos. Dit gebied rond de Kralingse plas (die als diepe plas bij de droogmaking van de Prins Alexanderpolder niet is drooggemaakt) is opgehoogd met havenslib en puin uit de stad. De gemiddelde zakkingssnelheid is 2 mm/jaar. Het watersysteem in dit deelgebied is onderdeel van het systeem in Het Lage Land. Het deelgebied Boszoom heeft een groene inrichting en een lage verhardingsgraad (23%). Boszoom heeft van alle deelgebieden in A-Z de grootste hoeveelheid onverhard oppervlak, 78%, waarvan 6% bestaat uit oppervlaktewater.

Wonen en werken In dit deelgebied liggen sportvelden en (in het noordelijke deel) volkstuinen. Er zijn geen woningen aanwezig. Direct aan de westkant van de Boszoom ligt de baan van de Golfclub Kralingen. Het gebied ligt – tussen de A16 en de golfbaan en het Kralingse bos – tamelijk geïsoleerd van de woonomgeving en wordt door sommige gebruikers als sociaal onveilig benoemd.

7.4.2 Effect van de bouwstenen Dit is een relatief smal en laaggelegen, zettinggevoelig deelgebied tussen de A16 en het Kralingsebos. Het huidige gebruik is extensief (sport, volkstuinen) en het gebied ligt geïsoleerd van woongebieden (en is daardoor sociaal minder veilig). Goede omgevingskwaliteit Dit deelgebied is onderdeel van het laagstgelegen deel van Rotterdam (en hydrologisch verbonden met Het Lage Land). De beoordeling voor het aspect bodem en water is (vooral daarom) sterk negatief. Vanwege de compensatieplicht voor verhardingstoenamen zal in het alternatief Spreiden de hoeveelheid oppervlaktewater in het deelgebied met ongeveer 1,8 hectare moeten toenemen. Bij het alternatief Spreiden wordt een geschatte toename verwacht van 73 m3 afvalwater per uur (DWA). Dat komt overeen met 1,7% van de maximale biologische capaciteit van de AWZI. Bij het concentratiemodel gaat het om een geschatte toename van 25 m3 afvalwater per uur. Vanwege de nabijheid van het Kralingse Bos is BZ2 negatief beoordeeld voor de effecten op natuur (hoewel de Bos-as hier een positief effect kan hebben). BZ1 is positief beoordeeld door de kwaliteitsmaatregelen in deze bouwsteen. BZ2 heeft een negatief effect door afname van groen en toename van verstoring.

De toevoeging van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen leidt mogelijk tot extra stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van de inzet van bouwmaterieel en van meer

Occupatie

Ondergrond en water Dit deelgebied is evenals de deelgebieden Alexanderknoop en Het Lage Land onderdeel van de Prins Alexanderpolder (zie paragraaf 7.3.1 voor beschrijving en aandachtspunten)). De Boszoom is -naast Het Lage Landhet laagste punt in de ‘cascade’ van de afwatering van de polder en daarmee het meest kwetsbare deelgebied in relatie tot waterbeheersing.

Hoogtekaart

7.4.1 Referentiesituatie

Het gebied heeft een overwegen groen karakter door de aanwezige volkstuinen en sportvelden en de omzomingen daarvan. In het deelgebied Boszoom zijn geen

93

verkeersbewegingen. Verstedelijking leidt tot een toename van de recreatiedruk op groengebieden in de omgeving. Vooralsnog worden die negatieve effecten, vanwege mobiliteits- en energietransities, als niet significant beschouwd, zie ook de uitgevoerde risicoanalyse voor Natura 2000 gebieden in de bijlage.

verbetering laat zien; er worden nieuwe woningen toegevoegd die voor verschillende doelgroepen aantrekkelijk zouden kunnen zijn. Bij bouwsteen BZ2 verbetert de woonomgeving weliswaar door de toevoeging van de Bos-as en nieuwe voorzieningen, maar verslechtert in dezelfde mate door de toevoeging van extra verharding door de komst van de woonwijk. In BZ1 verbetert de openbare ruimte licht, maar wordt de druk op en verharding van het gebied ook licht groter; dit leidt tot een neutrale score. In BZ2 verbetert de bereikbaarheid sterk door de nieuwe tram, dit geldt niet in BZ1.

Referentie

Economische omgeving Zowel BZ1 als BZ2 leiden tot meer banen in het gebied. Voor BZ1 geldt echter dat dit effect zo minimaal is dat het niet leidt tot betere scores. Voor BZ2 daarentegen verbetert daarmee de economische situatie licht. Het toevoegen van woningen heeft een licht positief effect op het draagvlak voor voorzieningen en winkels in Lage Land.

7.4.3 Conclusies BZ1

In dit deelgebied speelt het dilemma van negatieve beoordelingen voor de omgevingskwaliteit (geluid, luchtkwaliteit, bodem en water, EV, natuur) enerzijds en de (licht) positieve beoordeling voor wonen en woonomgeving en een nagenoeg neutrale beoordeling voor economie in bouwsteen BZ2.

BZ2

Onderlaag Bij de bouwsteen BZ2 speelt de vraag of verstedelijking, met de inpassingsvragen (water en bodem, geluid, natuur) de gewenste invulling is. De andere bouwsteen BZ1 heeft een gunstiger beoordeling voor omgevingsaspecten. Als wordt gekozen voor bouwsteen BZ2 is het noodzakelijk om klimaatadaptief te bouwen, met voldoende ruimte (horizontaal en verticaal) voor zowel waterberging (bij extreme neerslag) als voor natuur, en daarbij ook rekening te houden met de invloed van de A16 (momenteel is er geen geluidscherm) en de tram. Dit is nader beschouwd in hoofdstuk 8, met de subvarianten voor bodem en water sturend.

Veilige, gezonde fysieke leefomgeving Dit gebied ligt in de invloedsfeer van de A16 (geluid, luchtkwaliteit, groepsrisico) en de tram. Bouwsteen BZ2 wordt daarom negatief beoordeeld. Maatregelen zijn noodzakelijk om hier te kunnen komen tot een acceptabel woonmilieu. Bij BZ2 ligt een deel van de bouwblokken tussen de Boszoom (met tram) en de A16. Bij bouwsteen BZ1 is er een licht negatieve beoordeling wegens toename van het groepsrisico door intensiever gebruik van de aanwezige voorzieningen.

Netwerken en occupatie Bij verdichting in de Boszoom dienen maatregelen afgewogen te worden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan een het beperken van de omvang van de verdichting, rekening houden met de geluidshinder van sportvelden, de aanleg van een geluidsscherm, het beperken van de bouwhoogte (vanwege de relatief hoge ligging van de A16) en het verleggen van Boszoom en de trambaan langs de snelweg. Op deze wijze kan langs de westzijde een

Woonomgeving Toevoegen van woningen kan bijdragen aan een betere relatie tussen Het Lage Land en het Kralingse Bos. Bouwsteen BZ2 draagt hieraan bij door het toevoegen van woningen en de daarmee samenhangende verbetering van de sociale veiligheid van het gebied en van de route tussen Lage Land, het Kralingse Bos en de stad. Dit geldt niet voor BZ1, waar slechts iets geïntensiveerd wordt in voorzieningen en arbeidsplaatsen. BZ1 scoort verder neutraal op het aspect wonen, terwijl BZ2 een forse

94

geluidluwe zijde gecreëerd worden. Een ander voordeel is dat de meest geluidbelaste strook aan de oostzijde wordt gebruikt door andere geluidbronnen (tram en Boszoom) in plaats van nieuwe woningen. Bij bouwsteen BZ1 kan het gebied (ook) een functie krijgen voor de waterbeheersing van Het Lage Land, waarbij groene en blauwe functies kunnen worden gecombineerd. Ook kan de Bos-as (onderdeel van BZ2) een plek krijgen. Voor woonomgeving geldt dat het ontwikkelen van een nieuwe wijk (BZ2) tot allerlei positieve effecten leidt op het gebied van wonen, welzijn (o.a. betere sociale veiligheid) en door de doortrekking van de tram ook tot een verbeterde bereikbaarheid. Die effecten gelden niet voor BZ1. Economisch gezien speelt een nieuwe woonwijk op deze plek geen grote rol van betekenis.

95

7.5. Deelgebied Kralingse Zoom/EUR

plek in het gebied in. Autonome ontwikkelingen zijn al in gang voor een transformatie van het gebied naar een meer gemengd gebied met zowel wonen als werken. Het gebied sluit aan op het kantorenpark Rivium in de buurgemeente Capelle aan den IJssel.

7.5.1 Referentiesituatie

Hoogtekaart

Ondergrond en water Dit deelgebied ligt buiten de Prins Alexanderpolder. De ondergrond van de dit gebied is minder laag dan in Het Lage Land en de Boszoom. Het maaiveldniveau varieert tussen NAP -2m tot NAP+4m. Een deel van het gebied is opgehoogd met havenslib. Bodemdaling (mede als gevolg van de ophooglagen) en bodemkwaliteit (havenslib) zijn issues in dit gebied. De gemiddelde zakkingssnelheid varieert tussen 4 tot wel 12 mm/jaar. Het deelgebied Kralingse Zoom heeft naar Rotterdamse begrippen relatief veel groen. Het deelgebied heeft een verhardingspercentage van ca. 50% en heeft 6% oppervlaktewater. De hoge verhardingspercentages (rond de 70%) zitten vooral rond het metrostation en in het kantorenpark Lichtenauerlaan.

Netwerken

Netwerken Dit deelgebied wordt doorsneden door de A16 en grenst aan de belangrijke entree van Rotterdam vanaf de A16 (Abram van Rijckevorselweg en Kralingse plein). De bereikbaarheid via OV is uitstekend door de metroverbinding met de binnenstad van Rotterdam. Bij het metrostation is een P+R voorziening aanwezig. In dit gebied moet rekening worden gehouden met de effecten van de A16 en de stedelijke hoofdwegen (geluid, groepsrisico, luchtkwaliteit).

Occupatie

In het deelgebied Kralingse zoom zijn geen (delen van) Natura 2000 of NNN-gebieden aanwezig. De Kralingse Zoom kent verschillende ecologische hotspots zoals Ypenhof en het Arboretum Trompenburg. De Kralingse zoom kent verbindingen middels de Burgemeester Oudlaan en Kralingse zoom richting het Kralingse bos. Daarnaast zijn de kerngebieden zoals Arboretum Trompenburg en Park Honingen goed verbonden. De verbinding langs de Kralingse zoom bestaat uit een bomenrij. Deze verbinding is niet robuust en enkel geschikt voor vliegende soorten. Burgemeester Oudlaan is voor zowel vliegende als grondgebonden soorten verbonden met het Kralingse bos, doordat er een meer ecologisch beheer plaats vindt waarbij er diverse soorten beplanting in de berm is ontwikkeld. De verschillende groengebieden aan de westzijde zoals Arboretum Trompenburg vormen een geschikte robuuste zone voor verschillende soorten. Ondanks de aanwezigheid van verschillende kerngebieden en verbindingen scoort de Kralingse zoom gemiddeld op de natuurindicatiekaart. Wonen en werken In de huidige situatie heeft dit deelgebied vooral een functie voor werken (kantoren) onderwijs en een hotel. De campus van de Erasmus Universiteit neemt een eigen

96

en rond dit gebied: de sociale controle wordt vergroot, er komen veel nieuwe banen binnen bereik en er komen meer plekken (zowel in de openbare ruimte als in de gebouwde omgeving) om andere mensen te ontmoeten.

7.5.2 Effect van de bouwstenen In dit deelgebied is één bouwsteen onderzocht, die gelijk is voor beide alternatieven. Het gebied ligt deels laag, maar deels ook hoger (onder andere door ophogingen).De ophogingen in het verleden bestaan uit (verontreinigd) havenslib.

Economische omgeving De beoordeling van deze bouwsteen voor de economische aspecten is (sterk) positief. Het geconcentreerd toevoegen van woningen (ook door transformeren van kantoren) en ruimte voor werkgelegenheid nabij de knoop van metro en tram (en tevens nabij de A16) en goede verbindingen (OV, fiets, auto) met zowel het zuiden van Rotterdam -via de nieuwe stadsbrug -als ook met het centrum van Prins Alexander, is (sterk) positief voor de werkgelegenheid, het arbeidspotentieel en de ruimte voor bedrijvigheid. Het omzetten van bestaande ruimte voor bedrijvigheid kan (tijdelijk) een negatief effect hebben op bedrijvigheid. Deze bouwsteen zal ook positieve effecten hebben op de wijken aan de overkant van de Nieuwe Maas als de nieuw stadsbrug is gerealiseerd.

Goede omgevingskwaliteit Als gevolg van verstedelijking neemt het risico op bodemdaling toe en wordt ook de beheersing van het oppervlaktewatersysteem lastiger en met een grotere ruimtevraag. Het deelgebied is ‘stenig’ en er is ruimte nodig voor groen en ecologische verbindingen. Vanwege de compensatieplicht voor nieuwe verhardingstoename zal de hoeveelheid oppervlaktewater in het deelgebied moeten toenemen met (indicatief) ca. 1.3 hectare. De te verwachten gevolgen voor het rioolsysteem en de verwerking van afvalwater en hemelwater zijn een geschatte toename van 191 m3 afvalwater per uur. De toevoeging van woningen en arbeidsplaatsen bevindt zich in een reeds stedelijk gebied. De mogelijke gevolgen voor biodiversiteit zijn derhalve klein. Groenstructuren blijven behouden en worden versterkt, maar niet in die mate dat een verbetering van de biodiversiteit is te verwachten. De toevoeging van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen leidt mogelijk tot extra stikstofdepositie op Natura 2000gebied als gevolg van de inzet van bouwmaterieel en van meer verkeersbewegingen. Verstedelijking leidt tot een toename van de recreatiedruk op groengebieden in de omgeving. Vooralsnog worden die negatieve effecten, vanwege mobiliteits- en energietransities, als niet significant beschouwd, zie ook de uitgevoerde risicoanalyse voor Natura 2000 gebieden in de bijlage.

Referentie

Veilige, gezonde fysieke leefomgeving In dit intensieve deelgebied moet rekening worden gehouden met de invloed van de A16 (geluid, EV, lucht), de tram (geluid) en de stedelijke hoofdinfrastructuur (geluid, luchtkwaliteit). Verdere verstedelijking in dit gebied leidt naar verwachting tot een toename van het aantal milieugehinderden. Er is daarom sprake van een sterk negatieve beoordeling. Door de schaal van het gebied – relatief groot - en door de gemengde functies (niet alleen wonen) zijn er echter kansen om door slimme inpassing te komen tot een situatie waarin de milieuhinder kan worden beperkt.

KZ

Woonomgeving De bouwsteen voor de Kralingse Zoom/EUR wordt vanuit wonen en woonomgeving (zeer) positief beoordeeld. Er komen veel nieuwe, kwalitatief goede woningen bij die tegemoet kunnen komen aan de actuele vraag. Parallel aan de verdichting worden ingrepen gepleegd in de openbare ruimte, waardoor de aantrekkelijkheid vergroot wordt. Ook komen er nieuwe voorzieningen bij. De bereikbaarheid verbetert door de komst van de HOV-tram. Tenslotte verbetert het welzijn voor (nieuwe) bewoners in

KZ

97

7.5.3 Conclusie Onderlaag De bouwsteen voor dit gebied (identiek voor de beide alternatieven) impliceert een intensief ruimtegebruik in een omgeving waar ruimte en maatregelen nodig zijn voor het watersysteem. Het is van belang de wateropgave in het gebied zelf op te lossen en niet af te wentelen op de naastgelegen diepe polder. Dit is nader beschouwd in hoofdstuk 8. Netwerken en occupatie Voor dit deelgebied is de invloed van de A16, de tram en de hoofdontsluitingswegen factor. Voor de A16 is een mogelijke maatregel om de maximumsnelheid te verlagen. Dit komt ook ten goede aan de geluidbelasting ter plaatse van de Boszoom en het Lage Land. Andere maatregelen zijn bijvoorbeeld het werken met afscherming (door gebouwen en/of schermen), beperken van de bouwhoogte en gevoelige bestemmingen niet te dicht bij bronnen te situeren. Het toevoegen van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen op deze plek scoort zowel op woonomgeving als op economische omgeving (sterk) positief. Het leidt tot meer, goed bereikbaar programma. De parallelle investeringen in de openbare ruimte dragen bij aan een aantrekkelijke omgeving. Aandacht is nodig voor de aanleg en versterking van ecologische verbindingen in het gebied.

98

7.6. Deelgebied De Esch

scoort de Esch hoog. Dit komt met name door de aanwezigheid van natuurpolder De Esch. De hoge variatie in biotopen leidt hier tot een hoge biodiversiteit. Het gebied is geschikt voor diverse (strikt beschermde) grondgebonden zoogdieren, insecten en vleermuizen. Daarnaast is er potentie aanwezig voor algemene broedvogels en strikt beschermde soorten zoals roofvogels, uilen, huismus en gierzwaluw.

7.6.1 Referentiesituatie Ondergrond en water Deelgebied de Esch bestaat uit een woonwijk in het westen (verhard oppervlak 53%), sportvelden in het midden (71% onverhard), een klein bedrijventerrein in het oosten en een militaire kazerne (67% verhard) en een natuurgebied in het zuiden. Dit natuurgebied ligt deels op een voormalige stortplaats van havenslib. Een deel van het gebied ligt de-facto buitendijks. De Esch heeft van alle deelgebieden binnen A-Z het hoogste percentage oppervlaktewater, namelijk 9%. Het gebied wordt doorsneden door de primaire waterkering. In het gebied zijn hoogteverschillen aanwezig als gevolg van verschillen in ophoging op de natuurlijke ondergrond. Het maaiveldniveau binnendijks ligt gemiddeld op NAP -1m. Buitendijks varieert die van NAP -1m tot NAP+5m. De gemiddelde zakkingssnelheid varieert tussen 5 tot 9 mm/jaar. Het deelgebied is relatief groen en (vooral het meest zuidelijke deel) heeft natuurwaarden. In de huidige situatie is in dit deelgebied voldoende ruimte aanwezig voor het opvangen van regenwater bij extreme neerslag.

Hoogtekaart

Wonen en werken Dit deelgebied had en heeft een diversiteit aan (stedelijke) functies. In het gebied staan ongeveer 1100 woningen, grotendeels niet-grondgebonden. In het gebied zijn verder diverse soorten bedrijven gevestigd, een kazerne van de mariniers, sportvelden, volkstuinen, Joodse begraafplaats en het waterbedrijf. Het historische gebruik van het gebied heeft geresulteerd in cultuurhistorische waarden.

Netwerken

Netwerken Langs het gebied loopt (hoog) de A16 bij de Brienenoordbrug. Dit is van invloed op de geluidbelasting, luchtkwaliteit en externe veiligheidsrisico's in het gebied. Aan de noordkant van dit deelgebied ligt de belangrijkste entree van het centrum vanaf de A16 Abram van Rijckevorselweg en Kralingse plein. Ook deze wegen zorgen voor de nodige geluidbelasting en luchtverontreiniging. Het gebied grenst aan de Nieuwe Maas. Dit is met name relevant voor externe veiligheid (groepsrisico) en in mindere mate ook voor scheepvaartgeluid en luchtkwaliteit. In de huidige situatie is het gebied per OV bereikbaar per tram. De linkeroever van de Nieuwe Maas met het stedelijke gebied van Feyenoord ligt hemelsbreed vlak bij De Esch op de rechteroever, maar gemeten in de reistijd is de afstand tussen de linker- en rechteroever groot. Dit geldt voor openbaar vervoer, maar ook voor de fiets en de auto.

Occupatie

In het deelgebied De Esch zijn geen (delen van) Natura 2000 gebieden aanwezig. In het gebied ligt wel natuurpolder De Esch, die onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Naast de natuurpolder De Esch vormen de volkstuinen en de Oude plantage de belangrijkste ecologische kerngebieden in de Esch. De natuurpolder De Esch staat niet in verbinding met andere kerngebieden zoals de Oude plantage of de groenstructuur rondom de volkstuinen. Ook tussen deze gebieden ontbreken verbindingen. De Abraham van Rijckevorselweg vormt een belangrijk blokkade voor een ecologische verbinding voor grondgebonden soorten. Op de natuurindicatiekaart

99

7.6.2 Effect van de bouwstenen In de huidige situatie is dit deelgebied, ondanks de ligging nabij de A16 en Abram van Rijckevorselweg, een relatief rustig en groen gebied. Een groot deel van het gebied ligt relatief hoog. In het gebied ligt ook de primaire waterkering. De nieuwe oeververbinding doorsnijdt dit deelgebied (deels) op hoogte. Ten behoeve van de oeververbinding en de scheepvaart wordt een deel van de oever afgegraven. Goede omgevingskwaliteit De ligging van dit gebied nabij de Nieuwe Maas is relevant voor bodem en water. Bij bouwsteen E1 is de beoordeling voor de effecten op bodem en grond- en oppervlaktewater sterk negatief. Vanwege de compensatieplicht voor nieuwe verhardingen zal de hoeveelheid oppervlaktewater in het deelgebied moeten toenemen met naar schatting 4 hectare bij het alternatief Concentreren en 4,1 hectare bij het alternatief Spreiden Voor Concentreren wordt een geschatte toename van 1981 m3 afvalwater per dag (piekbelasting; 190 m3/uur) verwacht. En voor Spreiden een geschatte toename van 319 m3 afvalwater per dag (piekbelasting; 30 m3/uur). Door de verstedelijking is er een risico op verzilting als gevolg van minder infiltratie van neerslag. Bouwsteen E1 en in mindere mate ook E2 zijn negatief beoordeeld voor de effecten op natuur en biodiversiteit. Beide door afname van het areaal groen en toename van verstoring van groengebieden.

De toevoeging van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen leidt mogelijk tot extra stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van de inzet van bouwmaterieel en van meer verkeersbewegingen. Verstedelijking leidt tot een toename van de recreatiedruk op groengebieden in de omgeving. Vooralsnog worden die negatieve effecten, vanwege mobiliteits- en energietransities, als niet significant beschouwd, zie ook de uitgevoerde risicoanalyse voor Natura 2000 gebieden in de bijlage.

In bouwsteen E2 wordt een beperkt aantal woningen toegevoegd, in E1 wordt een zeer fors verdichtingsprogramma toegevoegd. De beoordeling van de bouwsteen E1 voor wonen is positief: er komen meer woningen bij van goede kwaliteit. Dit geldt ook voor E2; er komen minder woningen bij, maar er is meer ruimte om verschillende soorten woningen aan te bieden. Voor woonomgeving geldt dat de situatie voor bouwsteen E1 iets verslechtert: de grote hoeveelheid woningen leidt tot meer verharding, meer druk op de openbare ruimte en meer hittestress. Dit wordt niet in voldoende mate gecompenseerd door de ingrepen in de openbare ruimte, zeker omdat als gevolg van de komst van de brug een deel van Polder De Esch zal moeten worden afgegraven (met compensatie in de vorm van een rivierpark). Wel komen er extra voorzieningen bij. Voor E2 geldt dat er minder woningen bijkomen maar dezelfde ingrepen in de openbare ruimte (inclusief afgraving van de polder en compensatie in de vorm van een rivierpark) worden gepleegd: dit leidt tot een neutrale score. De bereikbaarheid verbetert voor beide bouwstenen sterk, door de komst van de nieuwe stadsbrug met HOV. Voor welzijn krijgen beide bouwstenen een neutrale score: de situatie verandert niet substantieel ten opzichte van de referentiesituatie.

Economische omgeving Bouwsteen E1 wordt in vergelijking met de referentie (licht) positief beoordeeld voor de economische vitaliteit en de economische structuur. Bij deze bouwsteen worden woningen en ruimte voor bedrijvigheid toegevoegd op een multimodaal goed bereikbare, en ten opzichte van het centrum van Rotterdam en Rotterdam-zuid goed gesitueerde plek. Deze bouwsteen sluit goed aan bij de bouwsteen KZ. Bij deze bouwsteen wordt maximaal geprofiteerd van de nieuwe stadsbrug. Deze bouwsteen kan ook positieve effecten hebben op de wijken aan de overkant van de Nieuwe Maas. Ook in E2 worden er nieuwe woningen en arbeidsplaatsen toegevoegd, maar in veel mindere mate; daarom verbetert de situatie voor bouwsteen E2 voor economische omgeving niet substantieel ten opzichte van de referentiesituatie.

Veilige, gezonde fysieke leefomgeving Bij bouwsteen E2 bevindt het grootste gedeelte van de verdichting zich in het midden van het gebied wat gunstig is ten aanzien van de risicobronnen in de omgeving. Het aantal geluidgehinderden en aantal blootgestelden (luchtkwaliteit) neemt naar verwachting toe. In E1 neemt de verdichting verder toe en wordt dichter bij de A16 gebouwd. E1 scoort daarom negatiever ten opzichte van E2. Door de omvang van dit deelgebied en gezien de afstand tot de belangrijkste bron van omgevingsgeluid (de A16) lijkt het echter mogelijk een stedenbouwkundige opzet te ontwikkelen waarmee de geluidbelasting in het gebied wordt gereduceerd.

Referentie

Woonomgeving

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=642621ec-9591-4c70-abdf-abdac5b88922