[23bb003350] Bijlage 1 behorende bij 23bb3349 - Ontwerpbestemmingsplan ‘Langeweg, Hoek van Holland’;
Tekst van het document
Langeweg, Hoek van Holland Ontwerpbestemmingsplan
Opgesteld door:
datum:
14 april 2022
Stadsontwikkeling Ruimte & Wonen, Bureau Bestemmingsplannen
Vastgesteld d.d.:
........
Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam
2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 9.1 9.2
Inleiding Aanleiding Gekozen planopzet Ligging en begrenzing Vigerende bestemmingsplannen Beleid Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid Beschrijving van het plangebied Huidig gebruik Cultuurhistorie en landschap Archeologie Stadsgezichten en Monumenten Planbeschrijving Inleiding Opzet van het plan Ontwikkelingen Juridische planbeschrijving Water Inleiding Beleidskader Huidige watersysteem Toekomstige situatie Milieu Inleiding Milieueffectrapportage Milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Bodem Externe veiligheid Natuur Verkeer en parkeren Niet gesprongen explosieven Duurzaamheid Handhaving Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Informatievoorziening en vooroverleg Zienswijzen
7 7 7 7 8 9 9 13 20 27 27 27 30 31 33 33 33 34 35 39 39 39 46 51 55 55 55 55 57 60 61 63 64 66 69 70 71 73 75 75 75
3
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11
Nota van uitgangspunten Welstandsparagraaf Wateradvies Akoestisch onderzoek Memo nestgeluid schepen Onderzoek luchtkwaliteit Onderzoek externe veiligheid Stikstofberekeningen Wnb-vergunning Voortoets en Quickscan Wet natuurbescherming Nota overleg
Regels Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Groen Artikel 4 Natuur Artikel 5 Verkeer - Wegverkeer Artikel 6 Wonen Artikel 7 Waarde - Archeologie Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Artikel 9 Algemene bouwregels Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Artikel 12 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel Bijlagen Bijlage 1
103 103 106 107 107 108 109 110 112 115 115 116 117 118 119 121 121 122
Staat van bedrijfsactiviteiten
4
Toelichting
5
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het project bestaat uit de realisatie van maximaal 150 woningen verdeeld over 5 of 6 verschillende appartementencomplexen. Het plangebied is gelegen tussen de Langeweg en Het Roomse Duin in. Het onderhavige bestemmingsplan maakt de bouw van deze woningen op de locatie in juridisch-planologische zin mogelijk.
1.2
Gekozen planopzet
Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling die voorziet in voldoende flexibiliteit om de geplande ontwikkeling te realiseren. De regeling geschiedt door middel van bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). Binnen de in de regeling opgenomen randvoorwaarden zijn verschillende invullingen van een ontwikkeling met woningbouw mogelijk. De bindende planstukken zijn in deze toelichting onderbouwd. De planopzet sluit aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Rotterdam, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).
1.3
Ligging en begrenzing
Het plangebied ligt aan de verlegde Langeweg (N211) aan de westzijde van Hoek van Holland (gemeente Rotterdam). Het plangebied omvat een reststrook met gras en de voormalige N211 die is ontstaan na verlegging van de Langeweg aan de zuidzijde. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door Het Roomse Duin, aan de oostzijde door de Harwichweg en aan de westzijde door de rotonde die grenst aan de Langeweg. In figuur 1.1 is het plangebied weergegeven.
7
Figuur 1.1 Weergave plangebied
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
Voor grootste deel van het plangebied vigeert momenteel geen bestemmingsplan. Ter plaatse van het noord(oost)elijke deel van het plangebied vigeert het bestemmingsplan Hoek van Holland - Woongebied. Hier geldt de bestemming Natuur.
8
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI, die gekenmerkt wordt door een hoog abstractie en schaalniveau. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (geconsolideerde versie 2020)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Toetsing en conclusie Primaire waterkering buiten het kustfundament (titel 2.11 Barro) Deze titel legt vast dat primaire waterkeringen de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" krijgen in het bestemmingsplan. De beschermingszone krijgt de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - dijk". Voor nieuwe bestemmingen binnen de zones van de waterkering geldt dat deze geen nadelige invloed mogen hebben op de waterkering. Door de beoogde ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met het onderhavige bestemmingsplan wordt er een nieuwe ontwikkeling voorzien binnen de beschermingszone van de waterkering. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (titel 2.9 Barro) Deze titel legt vast dat er in het gebied een indicatie is van een buisleiding die van nationaal belang is voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
De relevante buisleiding waar men op doelt is de K-1 leiding ten westen van het plangebied, deze leiding is van TAQA Energy BV. Het plangebied ligt echter buiten het invloedsgebied van 31 meter van deze leiding. De risicobron is hierdoor niet relevant.
9
Figuur 2.1 Plangebied binnen het Barro 2.1.3
Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte (2011)
In de jaren 2012-2016 heeft de Rijksdienst in vijf programmalijnen uitvoering gegeven aan de beleidsnota Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter. In de beleidsnota schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Het programma Erfgoed en Ruimte is met een paar jaar verlengd, tot aan de invoering van de Omgevingswet. De komende jaren werkt de Rijksdienst aan drie programmalijnen: Water en erfgoed; Landschap: transformatie van het landelijk gebied; Transformatie in de stad en in krimpgebieden. Toetsing Met de onderhavige ontwikkeling wordt transformatie binnen stedelijk gebied mogelijk gemaakt, waarbij wordt aangesloten op het karakter van de omgeving. Zie ook bijlage 1 voor de uitgangspunten die zijn gehanteerd in het onderhavige plan. 2.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking, gewijzigd 2017)
Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor projecten binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen of een functiewijziging vanaf 500 m2 bvo. Het geldende bestemmingplan is vertrekpunt in de beoordeling of iets een stedelijke ontwikkeling is.
10
Toetsing stedelijke ontwikkeling In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling, omdat er meer dan 11 woningen mogelijk worden gemaakt. Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van Hoek van Holland. Daarom is hierna de behoefte beschreven. Provinciale woningbehoefteraming Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de Rotterdamse regio behoefte is aan ruim 61.000 woningen. Bovendien zijn 22.150 woningen (10%) nog niet regionaal toegedeeld. De nieuwe raming komt hoger uit dan die uit 2019, wat betekent dat er in de gemeente Rotterdam ook meer woningen nodig zijn.
Figuur 2.2 Gewenste Woningvoorraadtoename regio Rotterdam (bron: WBR 2021) Regionale afspraken en woningbehoefteraming In het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam (januari 2019) is (mede op basis van een eerdere prognose) afgesproken dat Rotterdam zich inzet om 30.000 woningen aan de voorraad toe te voegen. De hogere prognose van de WBR 2021 is aanleiding om deze regionale afspraken te actualiseren. ABF Research (ABF) heeft in opdracht van het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam de actuele woningbehoefte voor de gemeenten in de regio Rotterdam onderzocht (Actualisatie studie Naar een meer evenwichtige Regio Rotterdam, ABF 2021). De belangrijkste conclusie is dat de regio meer woningen moet toevoegen dan er is afgesproken in het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 - 2030 (Regioakkoord). Hierbij moet de focus vooral komen te liggen op de uitbreiding van de sociale en middeldure woningvoorraad. Deze opgave betreft alle regiogemeenten, zowel de randgemeenten als de centrumgemeenten Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. De netto uitbreidingsopgave voor de regio Rotterdam betreft 72.400 woningen tussen 1 januari 2020 en 31 december 2030. In Rotterdam is de netto uitbreidingsbehoefte 38.200 woningen.
Kwalitatieve behoefte Met het oog op een betere balans in de Rotterdamse woningmarkt is in het huidige gemeentelijk beleid (Addendum Woonvisie) de verhouding 20% sociaal segment, 30% middensegment, 30% hoger segment en 20% topsegment vertrekpunt.
11
Uit het regionale behoefteonderzoek (ABF) blijkt dat voor de verschillende prijssegmenten er een uitbreidingsbehoefte ligt van: + 7.100 sociale woningen (19%, huur en koop); + 16.000 middeldure woningen (42%, vooral koop); + 15.100 dure woningen (40%, vooral koop).
Figuur 2.3 Woningbehoefte 2020 tm 2030 (bron: woningbehoefteonderzoek ABF) Omdat de vigerende regionale woningmarktafspraken onvoldoende kunnen voorzien in de nieuw geraamde woningbehoefte, is het noodzakelijk het beleid en daarmee de regionale woningmarktafspraken bij te buigen. Uit de behoefteraming blijkt bijvoorbeeld dat een aandeel van ruim 60% betaalbare woningen (sociale en middeldure woningen opgeteld) nodig is en daarin voorzien de huidige woningbouwplannen in de regio onvoldoende. Lokale woningbehoefte Het aantal inwoners van Rotterdam groeit snel. De doelstelling in het coalitieakkoord om in 4 jaar tijd 18.000 woningen te bouwen voorziet in het verlichten van de druk op de woningmarkt de komende jaren. Met het oog op een betere balans in de Rotterdamse woningmarkt is de verhouding 20% sociaal segment, 30% middensegment, 30% hoger segment en 20% topsegment vertrekpunt (in lijn met Addendum Woonvisie). In het Addendum zijn de volgende categorieën aangehouden (prijspeil 2018): categorie
huur
koop
sociaal basis
<640
<180.000
sociaal
640-711
180.000 - 220.000
midden
711-1.000
220.000 - 265.000
hoger
1.000 - 1.300
265.000 - 400.000
top
> 1.300
>400.000
De corporaties zullen zo’n 80% van de totale nieuwbouw in het sociale segment voor hun rekening nemen. Het overige deel wordt opgepakt door particuliere huisvesters, in het bijzonder partijen gericht op studenten. Deze ontwikkeling richt zich op toevoeging in het middenhuursegment, in lijn met het Actieplan Middenhuur (april 2019). Meer nieuwbouw in de categorie 'middenhuur' is een van de plannen van de gemeente om de middeninkomens voor Rotterdam te behouden. Het gaat hierbij om woningen met een (kale) huur van ongeveer 700 tot 1.000 euro per maand (prijspeil 2018). Het college wil in de periode tussen 2018 en 2022 starten met de bouw van 18.000 woningen. Gemiddeld 20 procent van die 18.000 woningen moet een huurwoning in het middensegment zijn. In het initiatief wordt uitgegaan van 31 appartementen in de middenhuur en 119 koopwoningen.
12
Met het huidige prijspeil vallen de appartementen in de volgende categorieën: appartementen
aantal
categorie
%
70-85 m2
31
bovenkant middenhuur
20,7
70-85 m2
36
bovenkant middensegment
24,0
85-120 m2
59
hoger segment
39,3
>120 m2
24
topsegment
16,0
totaal
150
Met dit initiatief wordt invulling gegeven aan de grote vraag naar appartementen, met een accent op middenhuur en -koop. Conclusie Er is in de regio en in de gemeente Rotterdam sprake van een grote woningbehoefte. Dit bestemmingsplan maakt nieuwe woningen mogelijk om bij te dragen aan het verminderen van de druk op de woningmarkt. De woningen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, voorzien in een behoefte en liggen binnen bestaand stedelijk gebied. Gezien het bovenstaande voldoet het bestemmingsplan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland - herziening 2021 (maart 2022)
Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: Wonen: Voorzien in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen in Zuid-Holland is van provinciaal belang.
Omdat het aanbod van woningen onvoldoende aansluit op de vraag en de ontwikkelingen op de woningmarkt zich niet beperken tot gemeente- en/of regiogrenzen is een samenhangende aanpak op bovenlokale en bovenregionale schaal noodzakelijk. Ook hebben de woonopgaven nauwe samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven op het vlak van bijvoorbeeld regionale economie, groen en recreatie en infrastructuur.
13
Uitgangspunten van dit provinciaal beleid die van belang zijn voor deze ontwikkeling zijn: Voorraadontwikkeling en voorraadbeheer naar behoefte: De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar (toekomstige) inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert: de juiste woning op de juiste plek (en op het juiste moment). Dat gaat allereerst over voorraadontwikkeling en voorraadbeheer naar behoefte. De toevoeging en onttrekking van woningen moet bijdragen aan een adequate en gedifferentieerde woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van de woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Daarnaast gaat het over de ruimtelijke ordeningskant van het wonen: het wonen zo situeren dat het - in samenhang met (investeringen in) infrastructuur, werklocaties en een aantrekkelijke groenblauwe leefomgeving - bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven en transities waar de provincie voor staat. Het toevoegen van woningen als de enige of primaire oplossing voor behoud van de sociaaleconomische vitaliteit in steden en dorpen is in de ogen van de provincie geen duurzame lange termijn strategie. Verstedelijking: de provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten.
De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving. Toekomstbestendig bouwen: De provincie wil zorgen voor een toekomstbestendig ingericht bebouwd gebied dat zorgt voor een prettige, gezonde en veilige leefomgeving. Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient (in toenemende mate): energieneutraal te zijn, door optimaal in te zetten op besparing van elektriciteits- en warmte/koeltevraag, het benutten van rest- en aardwarmte en zoveel mogelijk in eigen (lokale) hernieuwbaar opgewekte elektriciteit te voorzien; klimaatbestendig en waterrobuust te zijn ook op slappe ondergrond. Daarmee wordt bedoeld dat het nieuw ingerichte gebied en de omgeving goed blijft functioneren in extreme weersomstandigheden.
Klimaatadaptief bouwen is daarom de norm in Zuid-Holland; uit te gaan van natuurinclusief bouwen om daarmee de biodiversiteiten variatie aan biotopen voor de stedelijke soorten in het bebouwde gebied duurzaam te behouden en te versterken; circulaire oplossingen te bieden bij realisatie en beheer door een verantwoord materiaalgebruik en het hanteren van de ontwerpprincipes modulariteit en losmaakbaarheid, zodat er kan worden ingespeeld op een veranderde behoefte in de toekomst; gezonde en veilige leefomgeving te bevorderen; die een gezonde leefstijl ondersteunt, met een beweegvriendelijke leefomgeving voor sport en beweging stimuleert en waarin een goede milieukwaliteit wordt beschermd en bevorderd. Ruimtelijke kwaliteit: De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. De provincie wil een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. In die hoedanigheid leveren ze een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. De instandhouding van deze waarden vraagt om hierop toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling, naast de generieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit.
Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het in standhouden van de specifieke waarden.
14
Het plangebied is op de kwaliteitskaart uit de omgevingsvisie aangemerkt als 'duinlandschap', met de volgende richtpunten: Ontwikkelingen dragen bij aan of versterken de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen; Ontwikkelingen dragen zorg voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland. Nieuwe strandbebouwing voor verblijfsrecreatie nabij duingebied op rustige stranden is daarmee niet toegestaan. In de diverse gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities, waaronder het Gebiedsprofiel Delflandse Kust. Het plangebied valt niet binnen de begrenzing van het gebiedsprofiel.
Figuur 2.4 Ruimtelijke kwaliteit (bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland - herziening 2021, februari 2022) 15
Toetsing Deze ontwikkeling biedt ruimte aan maximaal 150 woningen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de ambitie van de provincie in het voorzien van voorraadontwikkeling en voorraadbeheer naar behoefte. In de ladder voor duurzame ontwikkeling is verder onderbouwd dat de gemeente Rotterdam een grote woningbehoefte heeft met een accent op de betaalbare sector. De woningen die mogelijk worden gemaakt liggen binnen bestaand stedelijk gebied en sluit hierbij aan bij de verstedelijkingsambitie van de provincie. Het toevoegen van woningen in een prettige, gezonde en veilige leefomgeving binnen de steden en dorpen geeft invulling aan de visie. 2.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie (maart 2022)
In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1 Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2 Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3 Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4 Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a.
een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5 Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6 Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7 Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij 1. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen
16
ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; 2. indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g.
11 Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10. De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12 Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het omgevingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. Toetsing Het plangebied is op de kaart 'Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën' niet aangemerkt als bijzondere beschermingscategorie. Lid 8 tm 12 zijn niet van toepassing.
Figuur 2.5 Kaart Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland, geconsolideerde versie maart 2022)
17
Het plangebied is op de kaart ruimtelijke kwaliteit (omgevingsvisie) aangemerkt als duinlandschap. Het plangebied grenst aan het gebiedsprofiel Delflandse Kust. De rand van Hoek van Holland wordt gekenmerkt door een overlap met het duingebied. De ambitie is om een sfeer te creëren die passend is bij de bijzondere locatie in het duingebied. De ontwikkeling is te gast in het binnenduinmilieu dat als inspiratiebron en als kader geldt. In het ontwerp is rekening gehouden met het realiseren van een natuurlijke overgang tussen het dorp en de duinen. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt en zijn aanvullende maatregelen (lid 7) niet noodzakelijk. Het plangebied is op de kwaliteitskaart Zuid-Holland 'laag van de stedelijke occupatie' aangemerkt als stads- en dorpsgebied en als dorpsrand. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand moeten bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Het gebied grenst aan duingebied. Ontwikkelingen in het duingebied moeten bijdragen aan de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van de duinen. Ontwikkelingen moeten ook zorgdragen voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland.
Toegankelijkheid en gebruik van het naastgelegen natuurgebied moet in evenwicht zijn met de ecologische draagkracht ter plaatse. Het plangebied is echter zelf niet aangemerkt als natuurgebied. Ontwikkelingen moeten ook bijdragen bij aan het behoud van de elementen van de Atlantikwall. In het plangebied zijn geen elementen. Het toevoegen van woningen in de dorpsrand binnen bestaand stedelijk gebied wordt beschouwd als inpassen. In dit geval wordt een natuurlijke overgang gerealiseerd tussen het stedelijk gebied en het duingebied. Het gebied wordt zowel een woongebied met 150 woningen als een parkrand en entree naar de Roomse Duin. Hiermee wordt een passende overgangskwaliteit gerealiseerd ter plaatse van de vrijgekomen weg. Het gebied is niet aangemerkt als een bijzondere beschermingscategorie. Aanvullende maatregelen worden niet noodzakelijk geacht. De beeldkwaliteit is verder beschreven in hoofdstuk 4.
Figuur 2.6 Kwaliteitskaart 'laag van de stedelijke occupatie'
18
Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.
In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing De ontwikkeling is in paragraaf 2.1.4 getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Het betreft inpassing van een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. De woningbehoefte, inclusief de voorraad sociale huurwoningen is regionaal afgestemd binnen de stadsregio Rotterdam. Artikel 6.10b Parkeernorm sociale huur 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. 2 In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Toetsing Rotterdam heeft eigen parkeerbeleid.
Artikel 6.35a Risico’s van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. Toetsing Zie paragraaf 4.2 en 5.4.
19
2.2.3
Woningmarktafspraken Regio Rotterdam
Begin 2019 hebben 14 gemeenten en 25 woningcorporaties uit de Regio Rijnmond het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030' vastgesteld. Op basis van dit akkoord maken de betrokken gemeenten zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 woningen uit te breiden. Daarnaast zetten de gemeenten en woningcorporaties zich in voor een betere balans van het sociale woningaanbod in de regio. In het Regioakkoord is vastgelegd welke bijdrage iedere gemeente levert aan het behalen van de regionale doelen. In het Regioakkoord is (mede op basis van een eerdere prognose) afgesproken dat Rotterdam zich inzet om 30.000 woningen aan de voorraad toe te voegen. De hogere prognose van de WBR 2021 is aanleiding om deze regionale afspraken te actualiseren. Toetsing De ontwikkeling draagt bij aan de woningbouwopgave in de regio. De hogere prognose van de WBR 2021 is aanleiding om de regionale afspraken in 2022 te actualiseren.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Omgevingsvisie Rotterdam (2021)
De Omgevingsvisie is de opvolger van de Stadsvisie Rotterdam uit 2007. Met de invoering van de Omgevingswet in 2022 moet elke gemeente een Omgevingsvisie maken. Deze omgevingsvisie vormt de nieuwe koers van de fysieke leefomgeving van Rotterdam. Goede uitgangspositie Rotterdam, stad met een diverse en dynamische bevolking, met meer dan 170 nationaliteiten: niemand is hier in de meerderheid. Stad van handige handjes en knappe koppen. Een stad met een rijke geschiedenis en internationaal bekend als architectuurstad. Waar steeds meer mensen willen wonen, werken en verblijven. Met een haven van wereldformaat en een groeiende kenniseconomie. Rotterdam heeft een goede uitgangspositie, is goed verbonden met de wereld en met de regio. De haven is de grootste van Europa en is van regionaal belang voor de werkgelegenheid. Via de haven staat Rotterdam in verbinding met de rest van de wereld. Daarnaast is Rotterdam onderdeel van de Randstad, een van de sterkste polycentrische metropolen in Europa. Goede (ov-)verbindingen tussen de stad en de regio zijn essentieel voor de bouw van nieuwe woningen en het versterken van de agglomeratiekracht. Ze brengen belangrijke centra van kennis en innovatie dichter bij elkaar. De woonmilieus in regiogemeenten zijn weer aanvullend op die in Rotterdam en bieden kansen voor de stad.
Opgaven Tegelijkertijd kent de stad een aantal uitdagingen en die zijn deels ook anders dan voorheen. De levensverwachting van de inwoners is lager dan in andere delen van het land en de bevolking is relatief laagopgeleid. Het gaat goed met de Rotterdamse economie maar veel economische sectoren moeten veranderen om schoner en duurzamer te worden en daarmee (internationaal) competitief te blijven. Rotterdam is internationaal bekend vanwege de slimme omgang met het water en profiteert van zijn prachtige ligging in de delta, maar tegelijkertijd zijn de klimaatverandering en zeespiegelstijging hier extra voelbaar. De trek naar de stad zet door en ook Rotterdam is populair. Steeds meer mensen willen er wonen, werken en recreëren. Het realiseren van voldoende woningen, werkgelegenheid en voorzieningen is essentieel om deze trek naar de stad op te kunnen vangen. Bij deze ontwikkelingen is de aantrekkelijkheid van de stad en regio belangrijker dan ooit. Een biodivers, gezond en goed bereikbaar landschap in en rond de stad is randvoorwaardelijk om prettig te kunnen leven in Rotterdam en de regio.
20
Daarnaast heeft Rotterdam te maken met grote transities. De energietransitie heeft grote impact op de stad en de regio, omdat de industrie en logistiek nog grotendeels gebruik maken van fossiele brandstoffen. Duidelijk is dat de energiemix in regio Rotterdam de komende jaren zal veranderen. Ook moet de stad zicht aanpassen op klimaatverandering en streven naar een circulaire economie. Het mobiliteitspatroon in steden verandert, er komen steeds meer nieuwe vormen van vervoer bij. Bovendien gaat de digitalisering van onze samenleving verder. Meerdere opgaven waardoor de stad en het ruimtegebruik ingrijpend veranderen. Die opgaven vragen om een nieuwe visie en een duidelijke koers. Koers Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en identiteit ondersteunt en versterkt waarbij we Rotterdammers betrekken in het proces van verandering. Dit is essentieel om ervoor te zorgen dat Rotterdam een aantrekkelijke stad blijft en blijven voor alle Rotterdammers, want samen maken we de stad. Om richting te bepalen bij goede groei gebruikt Rotterdam het kompas met de vijf perspectieven: compact, gezond, inclusief, duurzaam en productief. Rotterdam heeft een aantal vrijliggende woonkernen, waaronder Hoek van Holland.
De opgave in deze kernen zit in het toevoegen van typen woningen die aansluiten bij de vraag en het op peil houden van het voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Zo wil de gemeente de levensloopbestendigheid van vrijliggende kernen garanderen. De aandacht is specifiek gericht op het behoud en versterken van de weerbaarheid en het benutten van de kansen voor de toekomst. Rotterdam trekt de metro door naar Hoek van Holland strand en gaat het dorp ontwikkelen tot een vierseizoenenbadplaats.Ook zet de gemeente in Hoek van Holland in op het creëren van een groene buitenplaats waar natuur, recreatie en toerisme centraal staan Conclusie Hoek van Holland heeft de ambitie uitgesproken zich te ontwikkelen tot een kwalitatief hoogwaardige vierseizoenenbadplaats met een vitale, zelfredzame en zelfvoorzienende woongemeenschap. Deze ambities vertalen zich in verschillende opgaves voor het gebied, onder meer in het investeren in wonen. Bijvoorbeeld voor mensen die graag willen verhuizen naar een huis dat beter bij ze past, maar wel in Hoek van Holland willen blijven wonen. De bouw van vrije sector huur- en koopappartementen aan de Langeweg aan de zuidwestkant van Hoek van Holland gaat hieraan een belangrijke bijdrage leveren. 2.3.2
Gebiedsplan Hoek van Holland (2014)
Het gebiedsplan geeft een typering van het dorp en de ambities die het wil bereiken: zelfvoorzienende woongemeenschap, vitale en zelfredzame woongemeenschap en kwalitatief hoogwaardige vierseizoenenbadplaats. Het dorp heeft ten aanzien van wonen een opgave om enerzijds de vergrijzende bevolking te accommoderen met betaalbare appartementen en anderzijds woningen beschikbaar te hebben voor nieuw te vestigen gezinnen en jongeren. De bevolkingsopbouw van Hoek van Holland is onevenwichtig; er zijn relatief veel ouderen ten opzichte van het aantal jongeren en gezinnen. Door de aanwas en doorstroming van midden- en hogere inkomens te faciliteren en kansen te bieden voor terugkeer of vestiging van gezinnen, kan een meer evenwichtige bevolkingsopbouw ontstaan. Op die manier blijft Hoek van Holland in de toekomst voor alle leeftijdscategorieën een aantrekkelijk dorp om te wonen. Toetsing Het onderhavige plan draagt bij aan de realisatie van nieuwe woningen. Er wordt hiermee geïnvesteerd in wonen waarbij een kwalitatief aantrekkelijke buitenruimte wordt gerealiseerd. Het beleid staat de uitvoering dan ook niet in de weg.
21
2.3.3
Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020 (2016)
De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.
De basis op orde houden door: het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren. Planspecifiek De woonkern Hoek van Holland behoort tot het "dorps wonen". De sociale verbanden tussen bewoners zijn hecht, mensen wonen er vaak al lang - de gemiddelde leeftijd is hoog - en men is bovengemiddeld tevreden over het wonen. De vitaliteit van de gemeenschappen in deze kleine kernen, komt onder druk te staan als gevolg van vergrijzing, een stabiliserende bevolkingsgroei en het daarmee samenhangende wegvallen van voorzieningen. Het behoud van vitale gemeenschappen is hier een belangrijke prioriteit met het oog op de basis op orde.
De wijze waarop dit vorm krijgt, is integraal van aard, verschilt sterk per kern en is maatwerk. Voor Hoek van Holland is de Kleine Kernenaanpak van toepassing. De woningvoorraad in Hoek van Holland bestaat voor een belangrijk deel uit eengezinswoningen. Vele daarvan worden bewoond door huishoudens zonder kinderen. Dit heeft een relatie met de leeftijd van bewoners. Hoek van Holland is het meest vergrijsde gebied van Rotterdam en volgens bevolkingsprognoses komen er in het dorp nog veel senioren bij. De bouw van gelijkvloerse woningen biedt senioren de mogelijkheid om door te stromen naar een woning, waar zij langer zelfstandig thuis kunnen wonen. In de eengezinswoning die zij achterlaten, kunnen (jonge) gezinnen hun intrek nemen. Het gestapelde programma op de Langeweg dient zodoende het doel van lokale doorstroming. De unieke locatiekwaliteit biedt bovendien de kans om bewoners van buiten het dorp aan te trekken. Zo ontstaat een mix van bewoners uit het dorp en daarbuiten. Door een duidelijke oriëntatie van de woningen en entrees aan de straat, zorgt de ontwikkeling ook voor een aantrekkelijker en sociaal veiliger route tussen dorp en strand.
22
2.3.4
Addendum Woonvisie 2030: Thuis in Rotterdam (2019)
Met het Rijk is eind 2018 voor de metropoolregio Rotterdam/Den Haag een actieplan vastgesteld waarmee het Rijk en de regio versneld aan de behoefte van 100.000 woningen in de periode tot 2020-2025 willen voldoen. In 2019 ondertekende de gemeente samen met andere regiogemeenten, de Maaskoepel, de woningcorporaties en de Provincie Zuid-Holland het Regioakkoord, met daarin woningmarktafspraken voor de regio als geheel en gemeenten afzonderlijk. Dit regioakkoord vormt de basis voor het Addendum Woonvisie 2030. Het Addendum vervangt de teksten over de ontwikkeling van de woningvoorraad en duurzaam bouwen in de Woonvisie 2030. De Agenda 2022 in het Addendum vervangt de Agenda 2022 in de Woonvisie 2030. De nieuwe agenda bevat meer maatregelen voor de korte termijn. De kern van het Addendum Woonvisie 2030 is de realisatie van duizenden extra nieuwbouwwoningen en het verminderen van de sloop van woningen. Ook is in het Addendum meer aandacht voor het betaalbaar verduurzamen van woningen. Met het Addendum wil de gemeente de woningvoorraad in Rotterdam nog beter laten aansluiten bij de behoefte van Rotterdammers. Met de huidige woningvoorraad lukt dit nog niet goed. Nu valt 69 procent van de woningen in de sociale sector (huur en koop) en 31 procent in het middensegment of hoger (huur en koop). De gemeente wil dat er meer evenwicht in het woningaanbod komt.
De hiervoor genoemde verhouding in de woningvoorraad komt namelijk niet overeen met de samenstelling van de Rotterdamse bevolking, waar steeds meer mensen een hogere opleiding en inkomen hebben. Uit het woningbehoefteonderzoek dat de gemeente samen met de andere gemeenten in de regio heeft uitgevoerd blijkt dat er in Rotterdam dan ook een tekort is in het middensegment en het hogere segment, terwijl er juist een overmaat is in het sociale segment. Met alle ingrepen die in het Addendum zijn beoogd zal in Rotterdam in 2030 ongeveer 58 procent van de totale woningvoorraad sociaal zijn. In absolute aantallen blijven er altijd meer sociale woningen dan huishoudens in de sociale doelgroep. Stadsbreed is de leidraad voor nieuwbouw - op de korte en lange termijn - met het oog op een betere balans: 20% sociaal segment, 30% middensegment, 30% hoger segment en 20% topsegment. Toetsing In het plangebied worden woningen ontwikkeld die aansluiten op de woningbehoefte. Vertrekpunt is de verhouding 20-30-30-20. In dit initiatief is vervolgens een accent gelegd op het middensegment, in lijn met het Actieplan Middenhuur (april 2019). Hierop is nader ingegaan in paragraaf 2.1.4). 2.3.5
Programma Duurzaam 2015-2018
Het Programma Duurzaam 2015-2018 beschrijft waarom en hoe de gemeente Rotterdam het inspirerende voorbeeld wil zijn voor andere deltasteden in de wereld die de duurzaamheidstransitie doormaken. Drie ambities onderstrepen dit streven: Rotterdam werkt aan een groene, gezonde en toekomstbestendige stad; Rotterdam gaat voor schonere energie tegen lagere kosten; Rotterdam streeft naar een sterke en innovatieve economie. Om richting te geven aan deze ambities wil Rotterdam inzetten op drie sporen: 1. Energietransitie; 2. Circulair; 3. Adaptatie. Energietransitie Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. De energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen wordt vastgelegd aan de hand van 3 eisen: 1. De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar; 2. Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar; 3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.
23
Meer informatie hierover is te vinden op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De ambitie van Rotterdam is om nu al naar BENG gebouwen te gaan. Hierbij staat voorop dat Rotterdam geen nieuwe aardgasaansluitingen meer in de stad wenst. Circulair Het spoor van Circulair richt zich erop dat er in 2050 geen afvalstoffen zijn. Alle materialen uit gebouwen en gebruik moeten kunnen worden ingezet als grondstof. Gebouwen: Voor woningen die nu worden gebouwd, geldt dat deze ver na 2050 weer in de materialenketen terecht zullen komen. Daarom is er voor de ontwikkeling Langeweg een visie op circulair en op welke manier circulariteit een plek krijgt in het ontwikkel- en realisatieproces opgesteld. Gebruik: Wat betreft gebruik wordt aanvullend op de eisen die Rotterdam nu stelt gevraagd door een slim ontwerp de bewoners van de nieuwbouw Langeweg te verleiden tot 100% scheiding van glas en papier. Deze reststromen kunnen nu al zeer goed worden toegepast als grondstof. Een andere reststroom van bewoners het groente, fruit, tuinafval (GFT) is ook een aandachtspunt met de ambitie om deze nu al 100% uit de afvalketen te krijgen en is de wens dit in de ontwikkeling Langeweg mee te nemen. Adaptatie In adaptatie zijn twee lijnen van belang: de opwarming van de stad door verharding (Urban Heath Island Effect, kortweg UHIE) en de zorgplicht hemelwater.
UHIE: Om de stad leefbaar te houden, moet worden voorkomen dat deze verder opwarmt; inzetten van groen en gebruik van water speelt daar een belangrijke rol in. Landschappelijke inpassing van de ontwikkeling is een belangrijk uitgangspunt, de toepassing van groen en water maken daar onderdeel van uit. Zorgplicht hemelwater: De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt, is primair verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. Het hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of wordt in de bodem geïnfiltreerd. Uitgangspunt hierbij is dat hemelwater schoon is. Wanneer het hemelwater te verontreinigd is, moet het afvalwater ter plaatse door de houder worden gezuiverd. Toetsing Voor Langeweg geldt dat voldaan wordt aan de zorgplicht voor hemelwater op de locatie als onderdeel van de ontwikkeling. Hierbij is het doel tevens het vertragen van het hemelwater bij zware buien. Groene daken zijn een eis voor de laaggelegen gebouwdelen en kunnen bij het spoor adaptatie een belangrijke rol spelen.
24
2.3.6
Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+ (2017)
Het Stedelijk Verkeersplan is een plan waarbij bereikbaarheid in dienst van een economisch sterk en gezond Rotterdam staat. Het Stedelijk Verkeersplan zet de lange termijnvisie neer, waarbij het uitgangspunt is dat mobiliteit geen doel op zich is, maar een belangrijke randvoorwaarde voor een economische sterk, gezond en aantrekkelijk Rotterdam. De Rotterdamse Mobiliteitsagenda kent een drietal vertrekpunten: de groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; de economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; de stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets en ov-gebruik. De bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en het openbaar vervoer is daarbij vertrekpunt. Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk vervoersnetwerk vorm geeft. Hierbij staat de gezondheid van de Rotterdammer voorop en wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad functioneert als proeftuin.
De structuuringrepen binnen het Stedelijk Verkeersplan bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat voldoende flexibel en genoeg adaptief is om de stad van de toekomst (Next City) vorm te geven. De mobiliteitsstrategie ontstaat vanuit de gewenste ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en regio en wordt - wanneer de bereikbaarheidsopgave in de toekomst verandert - steeds opnieuw aan de tijdgeest aangepast, omdat het geen volgordelijkheid kent. Dit leidt tot de volgende beleidskeuzen: 1. City Lounge versterkt: stimuleren van fiets en ov; 2. een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ov in evenwicht; 3. regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; 4. aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; 5. versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile; 6. geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; 7. gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; 8. slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; 9. gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden. Planspecifiek De onderhavige ontwikkeling draagt bij aan de stedelijke verdichting van de gemeente Rotterdam. Daarnaast is de locatie gelegen in de nabijheid van De Hoekse Lijn.
De Hoekse Lijn is een belangrijke impuls voor een duurzame verbinding vanuit Hoek van Holland en het Westland met de Rotterdamse binnenstad. Hierdoor is er zeker geen sprake van verkeersarmoede. De woningen zijn passend binnen een economisch sterk en gezond Rotterdam. 2.3.7
Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 (2021)
In februari 2018 is de beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 vastgesteld. De afgelopen jaren zijn veel bouwvergunningen afgegeven waarin de parkeereis voor de auto en de fiets op basis van deze regeling is berekend. Bij het werken met de beleidsregeling uit 2018 bestaan er soms onduidelijkheden waardoor een verduidelijking en juridische aanscherping van de beleidsregeling nodig is. De nieuwe beleidsregeling geeft een realistischer en op de toekomst gerichter beeld van de verwachte parkeerbehoefte bij nieuwe bouwontwikkelingen. In paragraaf 6.9.4 is het plan getoetst aan de geldende parkeernormen.
25
2.3.8
Welstandsnota Rotterdam (2012)
Het huidige welstandsbeleid van de gemeente Rotterdam is vastgelegd in de Welstandsnota Rotterdam. De ontwikkelingslocatie Langeweg ligt op het grensvlak van twee gebieden: 'historische linten en kernen' en 'stedelijke groengebieden'. Voor de locatie zullen de aanvullende criteria reguliere gebieden gelden. Deze zijn uitgebreid toegelicht in de welstandsnota. Daarnaast geldt voor het plangebied de welstandsparagraaf Waterweg centrum Oost en daarbinnen De Rand. De commissie voor Welstand en Monumenten zal op basis daarvan de architectonische uitstraling en verschijningsvorm van het bouwplan toetsen.
Figuur 2.6 Uitsnede gebiedstypenkaart 2.3.9
Cultuurhistorische Verkenning (2017)
De gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben samen de Cultuurhistorische verkenning geïnitieerd. De resultaten van de eerste fase van deze verkenning zijn in het eerste kwartaal van 2017 openbaar gemaakt. Deze verkenning geeft inzicht in de ontwikkelingsgeschiedenis, de karakteristieken en de bijzondere waarden van en in het gebied Hoek van Holland. De gebiedskarakteristiek is ontrafeld aan de hand van vijf thema’s: 1. Het landschap 2. De Nieuwe Waterweg 3. De bunkers en stellingen 4. De kust en het toerisme 5. Het dorp. Planspecifiek Uit de analyse van deze thema’s volgt dat in Hoek van Holland totaal verschillende werelden en sferen op een bijna onwerkelijke manier samenkomen. Er is geen plek in Nederland die een vergelijkbare confrontatie in zich heeft. Het plangebied is hier onderdeel van en hiermee wordt rekening gehouden (zie ook de paragrafen 3.2 en 4.2).
26
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving van het plangebied
Huidig gebruik
Het plangebied bestaat grotendeels uit groen. Daarnaast is er verharding gelegen, zie ook figuur 3.1 voor een luchtfoto. Deze verharding sluit aan op de Harwichweg (zuidoostzijde) en de N211 (zuidwestzijde). Het plangebied heeft momenteel officieel geen functie, maar het wordt op drukke dagen gebruikt om te parkeren.
Figuur 3.1 Luchtfoto van huidige invulling van het plangebied
3.2
Cultuurhistorie en landschap
3.2.1
Ontstaansgeschiedenis
Hoek van Holland maakt deel uit van een voornamelijk in de Late Middeleeuwen (1000 - 1500) en de Nieuwe Tijd gevormd landschap. In de Romeinse tijd (begin jaartelling - 350 na Chr.) en Vroege Middeleeuwen (350-1000) lag ter plaatse het mondingsgebied van de Nieuwe Maas. Afzettingen uit deze tijd ontbreken. Het huidige landschap bestaat uit jonge kustduinen, bedijkte kleigebieden en zogenaamde haakwallen: smalle stroken zandige, landinwaarts gebogen strandafzettingen waarop duinvorming heeft plaatsgevonden. De haakwallen zijn in verschillende fasen in zuidwaartse richting afgezet, zie ook paragraaf 3.3. De gebieden tussen de opeenvolgende haakwallen werden bedijkt zodra dat mogelijk was. Zo ontstonden bijvoorbeeld de Nieuwlandse polder (kort na 1421) en de Bonnenpolder en de Oranjepolder. Historisch hoorde Hoek van Holland (tot de annexatie door Rotterdam in 1914) bij 's Gravenzande en Naaldwijk. De naam Hoek van Holland verscheen in de 17e eeuw voor het eerst op historische kaarten. Een deel van het gebied kwam door de aanleg van de Nieuwe Waterweg (1866-1872) ten zuiden daarvan te liggen en daarop werd later Maasvlakte 1 aangelegd.
27
3.2.2
Het plangebied
Voor Hoek van Holland is op 27 juni 2017 de cultuurhistorische verkenning "Hoek van Holland: cultuurhistorische verkenning fase 1: biografie, analyse en waardering" door B&W vastgesteld. De eerste fase geeft inzicht in de ontwikkelingsgeschiedenis, de karakteristieken en bijzondere waarden van het gebied Hoek van Holland. In Fase 1 zijn de objecten, structuren en ensembles gegeven die het verhaal van Hoek van Holland vertellen, en wat ze met elkaar verbindt. Voor een goed begrip van Hoek van Holland is de gebiedskarakteristiek ontrafeld aan de hand van de volgende thematisch lagen: 1. Het landschap: het verhaal over de riviermonding, de polders en de agrarische bestemming; 2. De Nieuwe Waterweg: het verhaal over de aanleg, de bijbehorende voorzieningen en diensten, alsmede de transportsector en de bedrijvigheid in de flank daarvan; 3. De bunkers en stellingen: het verhaal over de militaire verdedigingswerken; 4. De kust en het toerisme: het verhaal over de ontwikkeling tot badplaats voor kampeerders, bleekneusjes en dagtoeristen; 5. Het dorp: het verhaal over de ontwikkeling van tijdelijke werkkolonie tot planmatig ontworpen nederzetting in de flank van de 'verboden kringen'.
In deze cultuurhistorische verkenning wordt onder cultuurhistorische waarden het volgende verstaan: beschermde en niet-beschermde bovengrondse objecten, structuren en ensembles van landschappelijke, stedenbouwkundige en/of architectonische aard die door hun ouderdom, functie, verschijningsvorm, typologie, positie, techniek en/of ontwerpkwaliteiten op zichzelf, maar veelal ook in relatie met andere gewaardeerde uitingen en relicten, van uitzonderlijk belang zijn voor het verhaal en de beleving van het structuurbeeld van Hoek van Holland. Het verhaal (de biografie) en het structuurbeeld (de analyse) vormen het vertrekpunt voor de waardering. Voldoet een object, structuur of ensemble aan de bovenstaande definitie en is er sprake van een zekere mate van gaafheid, herkenbaarheid en/of zeldzaamheid, dan is het betreffende element gewaardeerd. Bij die waardering is sprake van gradaties. Het plangebied heeft een bijzondere ligging in het landschap van Hoek van Holland. Uit de analyse van de thema's volgt dat op het gebied Langeweg totaal verschillende werelden en sferen op een bijna onwerkelijke manier samenkomen. Het gebied vormt een unieke constellatie, waarvoor de verkenning aan de hand van locatie-specifieke waarden, aanbevelingen doet voor de versterking en verbetering ervan.
Het Roomse Duin (tevens Natura 2000 gebied), waar de plangebied Langeweg direct aan grenst, is het oudere duinencomplex (haakwal) dat het achterland beschermde tegen de zee. De Hoekse Bosjes en het Roomse Duin worden als één landschappelijke eenheid gezien. Door de kustuitbreidingen en -ontwikkelingen ligt de locatie nu in het hart van Hoek van Holland. Hierdoor komt de kustbeleving tot in het hart van het dorp. Het Brinkplein grenst als het ware aan de duinen. De Cultuurhistorische verkenning waardeert de landschappelijke structuur en beschutte ligging van de Oude Hoek en het dorp in het landschap. Zoals de Oude Hoek aan de voet van de duin is gesitueerd, ligt ook de locatie Langeweg aan de voet van het beschutte duin, in de rand van het bos. De Nieuwe Langeweg is gepositioneerd op de dijk, waardoor een hoogteverschil ontstaat tussen de rand van het Roomse Duin en deze dijk. Het gebied ligt dus niet alleen aan de voet van het duin maar ook aan de voet van de dijk, wat bijdraagt aan het plangebied als een belangrijke ruimtelijke verbinding tussen de Nieuwe hoek en het strand. De dijk gaat in het westen over in de haak van de oude duinenrij.