[23bb002959] Wethoudersbrief Buijt over Brief aan de commissie ZWCS i.v.m. RvW n.a.v. publicatie Richtlijn Uithuisplaatsingen en verbeterplan Feitenonderzoek JBRR
Tekst van het document
Maatschappelijke Ontwikkeling Zorg, Ouderen, Jeugdzorg R. Buijt
Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl
Aan de commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport
Van: Marc Verkerk/ Jessica Touw Telefoon: 06-10731782 E-mail: bbo@rotterdam.nl Uw kenmerk: 22bb006789 Ons kenmerk: M2302-3874 - 23bo004859 Onderwerp: Brief aan de commissie ZWCS i.v.m. RvW n.a.v. publicatie Richtlijn Uithuisplaatsingen en verbeterplan Feitenonderzoek JBRR Bijlage(n): 3 Datum: 9 mei 2023
Geachte commissieleden, Met deze brief wil ik u nader informeren over het verbeterplan Feitenonderzoek van JBRR, zoals ik u eerder heb toegezegd in mijn brief van 14 december 2022 (kenmerk 22bb008571). Tijdens de commissievergadering Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport van 8 februari 2023 heeft raadslid Tjalling Vonk (CU) een regeling van werkzaamheden aangevraagd n.a.v. de publicatie van de Richtlijn Uithuisplaatsingen van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) (23bb000582). Graag ga ik in deze brief ook in op deze richtlijn.
Verbeterplan feitenonderzoek JBRR Een kinderbeschermingsmaatregel, zoals een machtiging uithuisplaatsing, heeft grote impact op het leven van kinderen en ouders. Het is daarom van belang dat de besluiten die worden genomen zorgvuldig zijn onderbouwd en op feiten zijn gebaseerd. In mijn brief van december jl. heb ik aangekondigd dat ik u nader zou informeren over het verbeterplan Feitenonderzoek van Jeugdbescherming RotterdamRijnmond (JBRR). Helaas, heeft de toezending van de informatie over dit plan langer geduurd dan ik eerder had voorzien. Eind januari 2023 heeft JBRR het verbeterplan aan de UO/GRJR toegestuurd. Na bespreking in het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) op 6 april jl. is de informatie over het verbeterplan van JBRR aan de gemeenten toegestuurd. De vertraging van de toezending betreur ik, maar ik ben positief over de brief waarin JBRR haar verbeteraanpak heeft beschreven. Mijn beeld is dat JBRR, dit maak ik ook op uit direct contact met het bestuur van de organisatie, op een gedegen en serieuze wijze aan de slag is met de maatregelen om de kwaliteit van het feitenonderzoek te verbeteren. JBRR heeft begin 2022 een nulmeting uitgevoerd naar de vijf onderdelen van de richtlijn feitenonderzoek. JBRR beschrijft hoe zij dit onderzoek heeft uitgevoerd en tot welke bevindingen dit heeft geleid.
Belangrijkste verbeterpunt is dat de jeugdbeschermer in zijn onderzoek meer expliciet onderscheid moet maken tussen feiten en meningen. Een nauwkeuriger bronvermelding is een tweede belangrijke verbeterpunt.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/7 9 mei 2023 M2302-3874
De bevindingen uit haar eigen nulmeting komen grotendeels overeen met de uitkomsten van het landelijke onderzoek van de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ), dat in juni 2022 is gepubliceerd.1 Belangrijk is te vermelden dat de IGJ heeft aangegeven geen aanwijzingen gevonden te hebben dat de uithuisplaatsingen onterecht waren. Wel is het belangrijk dat de kwaliteit van het proces verbeterd.2 In oktober 2022 heeft JBRR, op basis van haar eigen bevindingen en het IGJ-rapport, haar verbeterplan vastgesteld. Dit verbeterplan zet in op het realiseren van vijf doelen: 1. Jeugdbeschermers zijn gemotiveerd om de richtlijn “Feiten volledig en naar waarheid aanvoeren” in hun werk te gaan toepassen. 2. Jeugdbeschermers, gedragswetenschappers en werkbegeleiders kennen de richtlijn “Feiten volledig en naar waarheid aanvoeren” en passen de richtlijn toe in hun dagelijks werk. 3. Cliënten voelen zich gehoord en geïnformeerd over het (proces van) feitenonderzoek en besluitvorming. 4. De manager heeft de kwaliteit van feitenonderzoek geborgd in zijn managementactiviteiten (sturen en bijsturen). 5. JBRR heeft zicht op de kwaliteit van feitenonderzoek en rapportage (waar we staan). Vanaf 2022 en doorlopend in 2023 worden t.b.v. de verschillende doelen diverse maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn in de tweede helft van 2023 volledig geïmplementeerd.
In het derde kwartaal van 2023 wordt wederom onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de uitvoering van het feitenonderzoek. Het bestuur van de GRJR heeft JBRR gevraagd om het dossieronderzoek in het derde kwartaal van 2023 te herhalen om te objectiveren in hoeverre de maatregelen tot verbetering hebben geleid. Na de evaluatie zal een borgingsplan worden opgesteld dat tot doel heeft om ervoor te zorgen dat de gerealiseerde verbeteringen op het juiste niveau blijven, doordat er blijvende aandacht zal zijn voor de kwaliteit van het feitenonderzoek. JBRR zal het bestuur van de GRJR eind 2023 informeren over resultaten van de maatregelen uit het verbeterplan. Nadat JBRR het bestuur van de GRJR heeft geïnformeerd over de uitkomsten van haar verbeterplan, zal ik ook uw commissie informeren. In de tussentijd zal de Uitvoeringsorganisatie GRJR vanuit haar opdrachtgeversrol de ontwikkelingen met de verbetermaatregelen volgen. Wanneer er aanleiding toe is, zal de UO mij als voorzitter van het Dagelijks bestuur informeren. Omdat er nu eenmaal sprake is van een zeer hoge werkdruk, bestaat het risico dat de uitvoering niet altijd optimaal zal zijn. Dit zal ik nadrukkelijk blijven volgen.
Kwaliteit van feitenonderzoek rond de aanvraag van machtigingen voor uithuisplaatsingen, IGJ 27 juni 2023. 2 Gesprek van IGJ met de Tweede kamer op 3 november 2022 1
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/7 9 mei 2023 M2302-3874
Kwaliteitskader Jeugdbescherming JBRR haalt in haar brief ook de oproep van de Inspectie Gezondheid en Jeugd aan gemeenten en Rijk aan, om ervoor te zorgen dat medewerkers van Gecertificeerde instellingen en de Raad van de Kinderbescherming voldoende tijd hebben om hun werk goed te kunnen doen. Voldoende tijd is belangrijk om het complexe werk van jeugdbeschermers goed uit te voeren. Landelijk is gewerkt aan een kwaliteitskader jeugdbescherming. In dit kwaliteitskader is beschreven op welke wijze de taken bij een ondertoezichtstelling idealiter worden uitgevoerd en hoeveel tijd daarvoor nodig is. Landelijk hebben het ministerie van J&V, de gemeenten/VNG en JeugdzorgNederland, dit kwaliteitskader omarmt. Het kader adviseert een lagere caseload voor de uitvoering van jeugdbescherming. Op landelijk niveau wordt doorgesproken hoe dit financieel mogelijk te maken. Vanuit de gemeente Rotterdam ondersteun ik deze caseloadverlaging. Dit vraagt goede afspraken met het Rijk over bekostiging van deze maatregel. Daarnaast vrees ik dat de negatieve beeldvorming over en bejegening van medewerkers in de jeugdzorg, waaronder JBRR, ervoor kan zorgen dat het verlagen van de caseload geen gemakkelijke opgave zal zijn. Daarom zal ik pleiten voor een actieve rol van het kabinet om deze negatieve beeldvorming bij te stellen.
Voor de kortere termijn hebben ministerie, gemeenten en GI’s een aantal afspraken gemaakt om de werkdruk voor jeugdbeschermers te verlichten. De minister heeft daarover op 16 maart een brief geschreven aan de Tweede kamer. GI’s krijgen o.a. extra middelen voor het aantrekken van medewerkers en voor het ontwikkelen van een aanpak om zij-instromers te werven.
De richtlijn Uithuisplaatsingen De richtlijn Uithuisplaatsingen roept terecht op om heel zorgvuldig om te gaan met besluiten om een kind uit huis te plaatsen. Een uithuisplaatsing is een zeer ingrijpende maatregel die diep ingrijpt in het leven van ouders en kinderen. Een uithuisplaatsing moet alleen een laatste onvermijdelijke middel zijn, wanneer echt al het andere is geprobeerd. Inzet van hulpverleners - jeugdhulp, GI’s, RvdK, wijkteams e.a. - en de omgeving van een gezin moet erop gericht zijn om er alles aan te doen om een uithuisplaatsing te voorkomen. Maar bij deze afwegingen dient wel altijd de veiligheid van kinderen bovenaan te blijven staan. In de regiovisie “Nabij en passend” hebben we het streven om minder kinderen uit huis te plaatsen nadrukkelijk opgenomen. Ook in ons beleidskader Heel de Stad staat dit als doel opgenomen. We zetten in op hulp die zo thuis mogelijk wordt geboden. Bij voorkeur hulp in het gezin, maar als het niet anders kan, streven we naar het betrekken van een pleeggezin of een gezinshuis. Binnen Rotterdam en in de regio Rijnmond zetten we daarom diverse acties in om het aantal uithuisplaatsingen terug te brengen en om goede alternatieve hulpvormen te ontwikkelen. De richtlijn is een hulpmiddel dat aan deze doelstelling kan bijdragen. Verderop in de brief schets ik waar we mee aan de slag zijn.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/7 9 mei 2023 M2302-3874
Deze aangepaste richtlijn geeft op basis van een overkoepelde visie een set aan praktische en nuttige handvatten aan professionals, waarmee zij in de verschillende fasen van de hulpverlening op een zorgvuldige wijze met ouders en kinderen kunnen samenwerken. Voorop staat in de richtlijn dat er maximaal wordt ingezet op het voorkomen van uithuisplaatsingen. Wanneer een uithuisplaatsing toch overwogen wordt, biedt de richtlijn handvatten hoe er in afstemming met ouders tot een zorgvuldig besluit gekomen kan worden en hoe er na een uithuisplaatsing direct weer gewerkt gaat worden naar een terugkeer naar huis. Er is helder beschreven wat het van professionals vraagt om planmatig en objectief met ouders en kinderen samen te werken vanuit een duidelijke rolverdeling in het proces. De opstellers van de richtlijn kijken echter breder dan het werk van de jeugdbeschermers. Ze beargumenteren ook de noodzaak om hulpverlening te richten op het hele systeem en om daarbij aandacht te hebben voor bestaanszekerheid van gezinnen. Inzetten op bestaanszekerheid kan volgens hen een belangrijke sleutel zijn in het voorkomen van uithuisplaatsingen. Deze aangepaste richtlijn is een hulpmiddel dat kan bijdragen aan zorgvuldiger processen en daarmee naar verwachting ook aan het voorkomen van uithuisplaatsingen.
Hierbij wil ik ook wel benoemen dat het realiseren van de beweging, zoals in de richtlijn is beschreven, tijd en aandacht vergt. Daarbij is het ook belangrijk om aan te tekenen dat er altijd situaties zullen zijn waarbij ouders zich niet kunnen vinden in een mogelijk besluit van een GI of de RvdK ondanks de ambities om tot een gezamenlijk besluit te komen. De richtlijn raakt niet alleen de taken van de Gecertificeerde instellingen of van de Raad voor de Kinderbescherming, instellingen die de rechter over een uithuisplaatsing adviseren, maar ze raken alle spelers in de jeugdhulpketen, bijvoorbeeld ook de wijkteams. Het gaat om een brede blik op gezinnen en de tijdige inzet van passende hulp en ondersteuning die zowel gericht is op de kinderen als op de ouders en met aandacht voor de bestaanszekerheid van gezinnen. En het gaat om het ontwikkelen van alternatieve vormen van hulp en ondersteuning zodat kinderen en gezinnen meer in de nabijheid geholpen kunnen worden. En bovenal geeft de Richtlijn handvatten voor de wijze waarop hulpverleners, ouders, kinderen en hun omgeving met elkaar kunnen optrekken om tot zorgvuldige en zoveel als mogelijk gezamenlijke besluiten te komen. Gecertificeerde instellingen Alle Gecertificeerde instellingen hebben aangegeven dat zij de richtlijn omarmen.
Meer aandacht voor het voorkomen van de uithuisplaatsing en meer aandacht voor de verklarende analyse, het perspectiefbesluit en terugplaatsen van de jeugdige vinden de Gecertificeerde instellingen heel belangrijk. Alle jeugdbeschermers zijn inmiddels geattendeerd op de nieuwe richtlijn. Alle Gecertificeerde instellingen hebben aangegeven dat ze bezig zijn om de richtlijn goed te analyseren en om deze vervolgens te vertalen naar hun werkprocessen en benodigde kennis en vaardigheden. De GI’s bereiden op deze wijze de implementatie van de richtlijn voor. Ik volg dit proces vanuit de GRJR. Ontwikkeling van jeugdhulp en ondersteuning aan gezinnen De richtlijn geeft aan dat de beweging naar minder uithuisplaatsingen niet alleen vraagt om andere inzet van de GI’s, maar ook maatregelen vereist op andere plekken in het jeugdhulp- en sociaal domein.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/7 9 mei 2023 M2302-3874
Zowel in Rotterdam als in de regio wordt al langere tijd gewerkt aan een breed palet aan maatregelen om de jeugdhulp dichterbij en bij voorkeur in de gezinnen te brengen en om, wanneer een uithuisplaatsing toch nodig is, dit zo thuis mogelijk te doen. Binnen het kader van Heel de Stad en de regiovisie, werken we aan de volgende ontwikkelopgaven: Een sterke lokale infrastructuur 1. Een sluitend onderwijs-zorg-continuüm 2. Een stevige en deskundige toegang 3. Meer samenhang in lokale netwerk Aansluitende regionale infrastructuur 4. Regionale voorzieningen sluiten aan 5. Groei alternatieven voor bed ((pleeg)gezin/gezinshuis) 6. Flexibele inzet beschikbare bedden Samen Leren 7. Vergroten bestaanszekerheid en normaliseren opvoeding (samenhang preventie en aanpalende domeinen) 8. Maximale impact met schaarse middelen Op al deze thema’s vinden in de stad en in de regio ontwikkelingen plaats. Mede dankzij afspraken met jeugdhulpaanbieders in de nieuwe inkoop jeugdhulp per 1/1/2023. Met de voortgangsrapportage Heel de Stad bent u al over veel ontwikkelingen geïnformeerd. Deze ontwikkelingen kunnen ook bijdragen aan het voorkomen van uithuisplaatsingen. Het gaat over ontwikkelingen door de hele keten van preventie tot specialistische hulp heen.
In relatie tot het onderwerp van deze brief is het goed om een aantal voorbeelden te noemen: Met het onderwijs wordt gewerkt aan het versterken van dagprogramma’s (1), binnen de wijkteams wordt gewerkt aan het verbeteren van het arrangeerproces, aan de casusregie en aan he versterken van de hulpverlening (2). Met de ontwikkeling van de Jeugd GGZ Hubs, de inzet van de POH en de brede inzet op preventie en welzijn brengen we meer verbinding aan in het zorglandschap, zodat jeugdigen en gezinnen eerder passend geholpen worden en kinderen weer sneller naar huis kunnen na een uithuisplaatsing (3). Daarbij richten we ons ook steeds meer op bredere ondersteuning aan het hele systeem en niet alleen aan het kind. Dit doen we met onze inzet op bestaanszekerheid (PRIO en BOZ) (7). Een belangrijke maatregel is ook de lokale en regionale aanpak om wachttijd voor de jeugdhulp terug te dringen. Daarover bent u separaat geïnformeerd. We ontwikkelen alternatieve vormen van hulpverlening in plaats van residentiele hulp (3, 4, 6). Er wordt ook extra ingezet op het werven en ondersteunen van pleegouders en op het aanbod aan gezinshuizen (6). We bouwen de gesloten jeugdhulp zoveel mogelijk af, ten gunste van kleinschaliger voorzieningen. Er zal waarschijnlijk wel altijd een groep jeugdigen blijven waarvoor plaatsing in gesloten jeugdhulp nodig zal blijven.
Doel van deze maatregelen is om jeugdhulp zo thuisnabij mogelijk te leveren (5 en 6). Bovendien willen we door datagedreven te werken de kwaliteit van zorg en kosteneffectiviteit in de jeugdhulp beter inzichtelijk maken (8).
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/7 9 mei 2023 M2302-3874
Ik zie bij deze inspanningen veel vereenkomsten met de adviezen die de richtlijn Uithuisplaatsingen geeft. Specifiek wil ik in dit verband nog de inzet op bestaanszekerheid noemen. Ik sluit me aan bij de oproep van de opstellers van de richtlijn dat het belangrijk is om ons te richten op gezinnen en niet alleen op problemen van een kind. Vaak ligt het ontstaan van problemen niet bij een kind maar juist bij de ouders. Problemen op gebied van huisvesting, schulden, werkeloosheid en sociaal isolement en volwassenGGZ hebben grote impact op ouders en daarmee ook op de kinderen. We hebben daarom de ambitie om in te zetten op het breder stutten en steunen van gezinnen op de verschillende leefgebieden. Hierbij maak ik me wel zorgen of onze ambities werkelijk haalbaar zijn in relatie tot de steeds complexere en groeiende problematiek waar onze stad zich voor gesteld ziet.
Met vriendelijke groet,
R. Buijt Wethouder Zorg, Ouderen, Jeugdzorg
Bijlagen: 1. Brief over verbeteringen van het Feitenonderzoek door JBRR aan GRJR; 2. Poster van JBRR waarmee medewerkers worden geattendeerd op belangrijke aandachtspunten in het feitenonderzoek; 3. Brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dd 16 maart 2023.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
7/7 9 mei 2023 M2302-3874
Bijlage 2.