[23bb002632] Bijlage 1 behorende bij 23bb2630 - ontwerpbestemmingsplan Noordereiland
Tekst van het document
3.2.1
Algemeen
Op de voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 3.2.2
Bebouwingsnormen
a. de maximum bouwhoogte voor gebouwen bedraagt 4 meter tenzij op de verbeelding anders staat aangegeven; b. het gehele bestemmingsvlak mag worden bebouwd.
76
Artikel 4 4.1
Gemengd - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, zowel op de begane grond als op de verdiepingen; b. detailhandel en dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; c. bedrijven t/m categorie 2 als bedoeld in 'Bijlage 2' behorende bij deze regels, uitsluitend op de begane grond met uitzondering van handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven (sbi-codes 451 t/m 454, 45204 en 45205); d. kantoren, uitsluitend op de begane grond; e. ter plaatse van de aanduiding "horeca", tevens voor horeca, uitsluitend op de begane grond; f. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk', tevens voor openbare dienstverlening, verenigingsleven en wezijnsinstelling; g. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf", tevens een glasverwerkingsbedrijf uit milieucategorie 3.1 (SBI-code 2615); h. ter plaatse van de aanduiding “parkeergarage” een gebouwde al dan niet geheel of ten dele ondergrondse parkeervoorziening; i. ter plaatse van de aanduiding 'garage', tevens een garagebedrijf (sbi-codes 451 t/m 454, 45204 en 45205), uitsluitend op de begane grond; j. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals groen, ontsluitingswegen en -paden. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de voor 'Gemengd - 1' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 4.2.2
Bebouwingsnormen
a. de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; b. ter plaatse van de aanduiding "plat dak" dienen gebouwen plat te worden afgedekt; c. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding "hoogteaccent" (sba-ha) is, in afwijking van hetgeen vermeld is op de verbeelding, een maximum bouwhoogte van 18 meter toegestaan ten behoeve van een toren (Maaskade 140a); d. ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' geldt dat deze niet mag worden dichtgebouwd tot en met een hoogte van niet minder dan 2,5 meter. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Algemeen
Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf.
77
4.3.2
Realiseren woningen
Ten aanzien van het bepaalde in lid 4.1 geldt dat woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als bijlage P.M. bij de regels is gevoegd, uitsluitend zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden.
4.3.3
Kantoren
a. kantoren mogen elk niet groter zijn dan 750 m2 b.v.o.; b. bedrijfskantoren mogen per bedrijf niet meer dan 50% van het totale b.v.o. van het betreffende bedrijf innemen tot een maximum van 3000 m2 b.v.o; c. ter plaatse van de Maaskade 115 en 116 en Thorbeckestraat 2 en 4 zijn, in afwjking op het bepaalde in lid 4.1 onder d, kantoren ook op de verdiepingen toegestaan. 4.3.4
Specifieke vorm van bedrijf
Indien bij de aanduiding "bedrijf" het gebruik als glasverwerkingsbedrijf, milieucategorie 3.1 (SBI-code 2615) is vervangen door ander gebruik als als bedoeld in 4.1, de artikelleden a t/m d, is het gebruik als de glasverwerkingsbedrjf niet langer toegestaan. 4.3.5
Horeca
In aanvulling op het bepaalde in lid 4.1 onder e is ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven aanduiding "horeca" een horecavestiging op de begane grond toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de Van der Takstraat 1-F uitsluitend een lunchroom is toegestaan. 4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 onder c terzake van toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.
78
Artikel 5 5.1
Gemengd - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, zowel op de begane grond als op de verdiepingen; b. kantoren, uitsluitend op de begane grond en eerste verdieping met uitzondering van het bebouwings blok met een maximumhoogte van 21 m, waar kantoren uitsluitend op de begane grond zijn toegestaan; c. maatschappelijke voorzieningen; d. ter plaatse van de aanduiding “parkeergarage”, tevens voor een al dan niet ondergrondse parkeervoorziening; e. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals groen, ontsluitingswegen en -paden. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op de voor 'Gemengd - 2' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 5.2.2
Bebouwingsnormen
a. de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; b. ter plaatse van de aanduiding "plat dak" dienen gebouwen plat te worden afgedekt; c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' geldt dat deze niet mag worden dichtgebouwd tot en met een hoogte van niet minder dan 2,5 meter. 5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Algemeen
Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 5.3.2
Realiseren woningen
Ten aanzien van het bepaalde in lid 5.1 geldt dat woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als bijlage P.M. bij de regels is gevoegd, uitsluitend zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden. 5.3.3
Kantoren
Kantoren mogen elk niet groter zijn dan 750 m2 b.v.o.
5.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.3.1 onder b en Bijlage 2 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.
79
Artikel 6 6.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, met bijbehorende voet- en fietspaden en watergangen; b. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming; c. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel', tevens een tunnel; d. kleinschalige voorzieningen voor openbaar nut en verkeer en vervoer. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op de voor 'Groen' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke in de bestemming passen, zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers, niet groter dan 10 m3 (al dan niet ondergronds), bovenleidingsmasten c.q. -portalen ten behoeve van trambanen, bruggen, duikers; b. uitstekende delen aan gebouwen, niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld; c. kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, zoals gemaalgebouwtjes, telefooncellen, gasdrukregel- en meetstations, wachthuisjes e.d., niet groter dan 80 m3;
80
Artikel 7 7.1
Kantoor
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
Kantoren; ter plaatse van de aanduiding "horeca", tevens voor horeca; ter plaatse van de aanduiding "cultuur en ontspanning'", tevens voor cultuur en ontspanning; ter plaatse van de functieaanduiding “parkeergarage” een gebouwde al dan niet geheel of ten dele ondergrondse parkeervoorziening;
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op de voor 'Kantoor' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 7.2.2
Bebouwingsnormen
a. de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; b. ter plaatse van de specifieke bouwaanduidingen "hoogteaccent" (sba-ha) is, in afwijking van hetgeen vermeld is op de verbeelding, een maximum bouwhoogte van 24 meter toegestaan ten behoeve van een hoogteaccent (Maaskade 119 t/m 126d).
81
Artikel 8 8.1
Maatschappelijk - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, met het daarbij behorende erf, groen en parkeerterrein; 8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Op de voor 'Maatschappelijk - 1' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 8.2.2
Bebouwingsnormen
a. de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; b. Indien geen bouwvlak opgenomen, mag het gehele bestemmingsvlak worden bebouwd, zie ook Algemene bouwregels, artikel 19.2. c. ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' geldt dat deze niet mag worden dichtgebouwd tot en met een hoogte van niet minder dan 2,5 meter.
82
Artikel 9 9.1
Maatschappelijk - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, die niet vallen onder de Geluidsgevoelige objecten genoemd in artikel 1 van deze regels; b. daarbij behorende voorzieningen waaronder erf, groen en parkeerterrein. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Op de voor 'Maatschappelijk - 2' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 9.2.2
Bebouwingsnormen
a. De bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; indien geen bebouwingspercentage of bouwvlak is opgenomen mag het bestemmingsvlak volledig worden bebouwd; b. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt: - 1 meter vóór de voorgevel of het verlengde daarvan; - 2 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan, tenzij grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied; in dat geval bedraagt de maximum bouwhoogte 1 meter.
83
Artikel 10 10.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuin; b. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming; c. aan- en bijgebouwen ten behoeve van een woning die krachtens een aangrenzende woonbestemming is toegelaten; d. ter plaatse van de functieaanduiding “parkeergarage” een ondergrondse parkeervoorziening; 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op de voor 'Tuin' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals pergola's, erfafscheidingen, keermuren, gebouwde terrassen, hellingbanen, (brand)trappen, tuinmeubilair, speeltoestellen, vlaggenmasten en vijvers; b. uitstekende delen aan gebouwen; c. aan/ en bijgebouwen als bedoeld in het eerste lid, onder c; d. gebouwen die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan reeds waren vergund en/of legaal waren opgericht, worden gehandhaafd of mogen worden vernieuwd, mits de omvang, situering en hoogte niet wordt gewijzigd. 10.2.2 Bebouwingsnormen a. niet meer dan 50% van het oppervlak van de achtertuin mag worden bebouwd; b. een aanbouw aan de zijgevel van het hoofdgebouw mag niet breder zijn dan 3 meter, gemeten vanaf de oorspronkelijke zijgevel van het hoofdgebouw; c. een aanbouw aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag niet dieper zijn dan 3 meter, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; d. de goothoogte van een aanbouw mag niet hoger zijn dan het vloerniveau (+ 30 cm) van de eerste verdieping van het hoofdgebouw, met dien verstande dat een aanbouw mag worden afgedekt met een schuin dakvlak met dezelfde hellingshoek als de kap/schuin dakvlak op het hoofdgebouw; e. een bijgebouw mag niet groter zijn dan 30 m2 b.v.o; f.
een bijgebouw mag niet hoger zijn dan 3 meter, gemeten vanaf maaiveld; g. aanbouwen/bijgebouwen dienen een afstand van ten minste 1 meter tot de denkbeeldige lijn getrokken in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw aan te houden; h. aanbouwen/bijgebouwen dienen een afstand van ten minste 1 meter tot de erfgrens aan te houden aan de zijde waar de kavel grenst aan openbaar gebied; i. gebouwde terrassen (dakterrassen worden niet hieronder begrepen) mogen niet hoger worden dan 0,2 meter boven maaiveld; j. uitstekende delen aan gebouwen mogen niet dieper dan 1, 5 meter uit de gevel steken en moeten ten minste 2,2 meter boven maaiveld blijven; k. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt: 1. 2 meter voor erfafscheidingen achter de voorgevel van de woning of het verlengde daarvan, tenzij grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied; in dat geval bedraagt de maximum bouwhoogte 1 meter; 2. 1 meter voor erfafscheidingen vóór de voorgevel van de woning of het verlengde daarvan.
84
Artikel 11 11.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen, zoals trottoirs, voetpaden en trappen; b. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, fietspaden, parkeerplaatsen; c. groenvoorzieningen, waterpartijen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; d. bouwwerken voor kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen, verkeer en vervoersvoorzieningen; e. geluidswerende voorzieningen; f. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming; g. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' is tevens een tunnel toegestaan; h. terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van een aangrenzende bestemming. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3, met dien verstande dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen uitsluitend zijn toegelaten indien deze vergund zijn op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; b. uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in lid 11.1 onder f., niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld. 11.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2.1 sub a, voor de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen, tot een maximum hoogte van 1,50 meter. Bij de afweging betrekken burgemeester en wethouders de op dat moment van toepassing zijnde en door hen vastgestelde kwaliteitseisen voor terrassen.
85
Artikel 12 12.1
Verkeer - Wegverkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, trambanen, fietspaden, parkeerplaatsen, met de daarbij behorende kunstwerken zoals viaducten, bruggen, duikers; b. voorzieningen ten behoeve van wandelen en verblijven, zoals trottoirs, paden en trappen; c. groenvoorzieningen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; d. bouwwerken ten behoeve van kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen, verkeer en vervoersvoorzieningen; e. geluidswerende voorzieningen; f. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming; g. terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van een aangrenzende bestemming; h. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' is een tunnel toegestaan. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Wegverkeer' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, bovenleidingmasten c.q. portalen ten behoeve van trambanen, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3; b. uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in het eerste lid onder f., niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld.
86
Artikel 13 13.1
Water - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen en waterberging, de aan- en afvoer van oppervlaktewater, alsmede voor verkeer te water met bijbehorende voorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'brug', tevens een brug; c. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel" tevens een tunnel ten behoeve van het spoorverkeer; toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'steiger' tevens een bunkerponton; e. ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats', tevens voor wonen op een woonschip. 13.2
Bouwregels
13.2.1 Algemeen a. Op de voor 'Water - 2' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard, zoals keerwanden, beschoeiingen, duikers, bruggen, gemalen e.d., met dien verstande dat bruggen uitsluitend toegestaan zijn ter plaatse van de aanduiding "brug"; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' een woonschip, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals loopplanken, steigers, meerpalen e.d. 13.2.2 Bebouwingsnormen Het woonschip ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' mag exclusief oorspronkelijke tuigage een bouwhoogte hebben van maximaal 5,5 meter, gemeten vanaf de waterlijn, een lengte van 49 meter en een breedte van 7 meter.
87
Artikel 14 14.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' en uitsluitend op de begane grond tevens voor bedrijven t/m categorie 2 als bedoeld in 'Bijlage 2' behorende bij deze regels, met uitzondering van handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven (sbi-codes 451 t/m 454, 45204 en 45205); c. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' ' tevens voor detailhandel en dienstverlening uitsluitend op de begane grond; d. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor', tevens voor kantoren uitsluitend op de begane grond; e. ter plaatse van de aanduiding 'horeca', tevens voor horeca uitsluitend op de begane grond; f. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk', tevens voor openbare dienstverlening, verenigingsleven, een welzijnsinstelling en religie; g. ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting', tevens voor een seksinrichting; h. met de daarbij behorende voorzieningen zoals (inpandige) bergingen en garageboxen, al dan niet ondergronds (gebouwde) parkeervoorziengen, aanbouwen, bijgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, alsmede tuinen, groen, water en ontsluitingswegen en -paden; 14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen Op de voor ''Wonen' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 14.2.2 Bebouwingsnormen a. de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; b. ter plaatse van de aanduiding "plat dak" dienen gebouwen plat te worden afgedekt; c. ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' dient een onderdoorgang aanwezig te zijn, waarvan de breedte en hoogte niet minder dan 2,5 meter mag bedragen, met dien verstande dat ingeval de onderdoorgang tevens voor autoverkeer bestemd is deze niet minder dan 3,5 meter breed resp. 4,2 meter hoog mag zijn; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging' dient een vrije hoogte van 8,5 meter te worden aangehouden, gerekend vanaf peil Maaskade; 14.3
Specifieke gebruiksregels
Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 14.3.1 Kantoren Kantoren mogen elk niet groter zijn dan 750 m2 b.v.o.
88
14.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 14.3 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.
89
Artikel 15 15.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 15.2
Bouwregels
15.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 15.3.1. 15.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 3,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte van meer dan 200 vierkante meter beslaan. 15.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. b. c. d. e. f.
grondbewerkingen (van welke aard dan ook); het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.
15.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.
90
15.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 15.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
91
Artikel 16 16.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 16.2
Bouwregels
16.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 16.3.1. 16.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
16.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 16.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan de huidige onderwaterbodem en die tevens een terreinoppervlakte van meer dan 200 vierkante meter beslaan. 16.3.2 Het vergunningsvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. b. c. d. e. f.
grondbewerkingen (van welke aard dan ook); het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.
16.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.
92
16.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft voorgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 16.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
93
Artikel 17 17.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van het beschermd stadsgezicht Noordereiland. 17.2
Bouwregels
17.2.1 Algemeen In aanvulling op de bouwregels voor de andere aldaar voorkomende bestemmingen, geldt voor de als 'Waarde - Cultuurhistorie' bestemde gronden dat gebouwen die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan afgedekt zijn met een kap, bij herbouw afgedekt dienen te worden met een kap in de oorspronkelijke vorm (d.w.z. de kapvorm zoals die was ten tijde van de eerste oplevering van het gebouw). 17.2.2 Specifieke bouwregels a. op de mede voor 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Verkeer - Wegverkeer' en 'Groen' bestemde gronden zijn in het belang van behoud en bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden, geen bouwwerken toegestaan; b. de bestaande indeling in bouwblokken dient te worden gehandhaafd. 17.3
Afwijken van de bouwregels
17.3.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in lid 17.2.2 sub a ten behoeve van het oprichten van kleine bouwwerken voor voorzieningen van openbaar nut, verkeer en vervoer (niet groter dan 80 m3) binnen de bestemmingen 'Verkeer Verblijfsgebied', 'Verkeer - Wegverkeer' en 'Groen'. 17.3.2 Advies Alvorens aan het vorige lid toepassing wordt gegeven, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de commissie voor Welstand en Monumenten. 17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Verbod In het belang van het beschermde stadsgezicht genoemd in het eerste lid, is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. op de mede voor 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Verkeer - Wegverkeer' en 'Groen' bestemde grond terrein te verharden of terrein meer dan 0,5 meter op te hogen of af te graven; b. op de mede voor 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Verkeer - Wegverkeer' en 'Groen' bestemde gronden wegwerkzaamheden die het bestaande wegprofiel kunnen aantasten; c. in de voortuinen van gebouwen terrein te verharden of terrein meer dan (PM...) meter op te hogen of te ontgraven. 17.4.2 Uitgezonderde werkzaamheden a. normaal onderhoud en beheer; b.
werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden.
94
17.4.3 Vergunning Bij hun beslissing omtrent het verlenen van een vergunning betrekken burgemeester en wethouders de belangen van het betrokken beschermd stadsgezicht in hun overwegingen. 17.4.4 Advies Alvorens vergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders het advies in van de commissie voor Welstand en Monumenten. 17.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
17.5.1 Verbod Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' bestemde gronden is het verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 17.5.2 Uitzondering op verbod In afwijking van het bepaalde in lid 17.5.1 is geen vergunning vereist ingeval van: a. een aanschrijving van burgemeester en wethouders op grond van de Woningwet (hoofdstuk III); b. bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; c. een vergunning voor het slopen van een bouwwerk vereist is ingevolge een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening en deze vergunning verleend is. 17.5.3 Vergunning Vergunning wordt verleend indien door het slopen het aanzien en/of de karakteristiek van het beschermd stadsgezicht niet of niet in betekenende mate wordt geschaad. 17.5.4 Advies Alvorens te beslissen op een aanvraag winnen burgemeester en wethouders het advies in van de commissie voor Welstand en Monumenten.
95
Hoofdstuk 3 Artikel 18
ALGEM ENE REGELS
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
96
Artikel 19 19.1
Algemene bouwregels
Afdekking van gebouwen
Ingeval noch de regels, noch de verbeelding (plankaart) duidelijkheid verschaffen over de wijze van afdekking van gebouwen, mogen gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt. 19.2
Bouwvlak
Indien voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen op de verbeelding een bouwvlak is opgenomen, komen uitsluitend de gronden binnen het bouwvlak voor bebouwing in aanmerking, met dien verstande dat bouwwerken geen gebouwen zijnde, ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan. 19.3
Dakkapellen
Tenzij in de regels in hoofdstuk 2 anders is bepaald, is op een kap/schuin dakvlak een dakkapel toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. ingeval zij geplaatst wordt op het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijke gebied gekeerd dakvlak, mag zij niet breder zijn dan 2/3 deel van bedoeld dakvlak; niet meer dan één dakkapel mag op elk van bedoelde dakvlakken worden gerealiseerd; b. op een ander dakvlak dan de onder sub a. genoemde, zijn meerdere dakkapellen toegestaan, waarbij de dakkapellen in totaal niet breder mogen zijn dan 2/3 deel van het bedoeld dakvlak; c. op een aanbouw aan een hoofdgebouw is een dakkapel alleen toegestaan op het achterdakvlak; d. in alle gevallen geldt dat een dakkapel dient te voldoen aan de volgende eisen: 1. voorzien van een plat dak; 2. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,50 meter; 3. onderzijde meer dan 0,5 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet; 4. bovenzijde meer dan 0,5 meter onder de daknok; 5. zijkanten meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak. 19.4
Geluidsgevoelige objecten
Bij nieuwe situaties in de zin van de Wet geluidhinder is de realisatie van Geluidsgevoelige objecten voorzover gelegen binnen een geluidzone, alleen mogelijk indien voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder, dan wel aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. 19.5
Maximum bebouwingspercentage
Ingeval voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen noch in de regels, noch op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is vermeld, mogen deze gronden volledig worden bebouwd. 19.6
Maximum bouwhoogte
a. voor zover in de regels geen bepalingen zijn opgenomen terzake van de maximum toegestane bouwhoogte, gelden de maatvoeringsaanduidingen terzake op de verbeelding; b. voor woningen mag de maximum bouwhoogte (nokhoogte) niet meer bedragen dan 7 meter boven de maximum goothoogte. 19.7
Maximum goothoogte
Ingeval de toegestane bouwhoogte in bouwlagen is vermeld, dient voor het berekenen van de maximum toegestane goothoogte een hoogte van 3,5 meter voor een bouwlaag van een woonfunctie resp. een hoogte van 4,5 meter voor een niet-woonfunctie te worden aangehouden. 19.8
Souterrain
Een souterrain mag niet hoger reiken dan 2 meter boven peil.
97
Artikel 20 20.1
Algemene gebruiksregels
Evenementen
Voor evenementen gelden de volgende bepalingen:
20.1.1 Geluidsnormering Voor evenementen geldt dat het equivalente geluidsniveau (gemeten over een tijdsinterval van 3 minuten) veroorzaakt door het ten gehore brengen van muziek en/of het gebruik van geluidsapparatuur ter plaatse van de gevel van Geluidgevoelige objecten niet meer mag bedragen dan het bepaalde onder artikel 21.1 lid 2.
20.1.2 Externe veiligheid Bevi-inrichtingen a. met betrekking tot externe veiligheid in relatie tot Bevi-inrichtingen wordt advies ingewonnen bij de VRR; b. In afwijking tot het gestelde in artikel 21.1 lid 2 en in aanvulling op het gestelde in artikel 21.1 lid 3 en artikel 21.1 lid 4 zijn evenementen slechts toegestaan indien uit het advies van de VRR blijkt dat afdoende afstand tot Bevi-bedrijven in acht wordt genomen en/of voldoende maatregelen zijn getroffen. 20.1.3 Begin en eindtijden evenement a. Een evenement is toegestaan tussen 08.00 - 23.00 uur en op zon- of feestdagen tussen 13.00 23.00 uur b. bij evenementen vanwege de viering van oud- en nieuw geldt een eindtijd tot 01.00 uur. 20.1.4 Op- en afbouwperiode a. De op- en afbouwperiode mag in totaal niet meer dagen bedragen dan hieronder is opgenomen: Voor evenementen vallend onder de Categorie Klein: maximaal 4 dagen Voor evenementen vallend onder de Categorie Middel binnen parken: maximaal 10 dagen Voor evenementen vallend onder de Categorie Middel buiten de parken: maximaal 7 dagen Voor evenementen vallend onder de Categorie Groot binnen parken: maximaal 15 dagen Voor evenementen vallend onder de Categorie Groot buiten de parken: maximaal 7 dagen
b. De op- en afbouw is uitsluitend toegestaan tussen 7.00 uur en 23.00 uur, en op zondag tussen 12.00 en 23.00 uur tenzij het noodzakelijke geluidsarme activiteiten betreft.
20.1.5 Gebruiksruimte categorie Groot en Middel Indien blijkt dat ruimte resteert binnen de categorie Groot of Middel voor wat betreft het aantal evenementen en/of evenementdagen is het toegestaan gebruik te maken van de hogere evenementencategorie onder voorwaarde dat vastgehouden wordt aan de maximale geluidsbelasting en op- en afbouwperiode van de oorspronkelijke categorie.
20.2
Hoog risico biologische laboratoria
a. nieuwe hoog-risico biologische laboratoria zijn op grond van de in Hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingsregels niet toegestaan; b. op basis van het bepaalde in de Algemene afwijkingsregels 22.3, kunnen Burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid a.
98
Artikel 21 21.1
Algemene aanduidingsregels
Evenementen
1. Binnen de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer-verblijfsgebied', 'Verkeer - wegverkeer' zijn de gronden tevens bestemd voor evenementen. 2. De volgende evenementen zijn jaarlijks toegestaan:
3. Plasbrandaandachtsgebied/vrijwaringszone Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone-plasbrandaandachtsgebied' of 'vrijwaringszone' geldt in afwijking van lid 1 dat evenementen slechts zijn toegestaan indien advies is gevraagd aan de VRR en er op basis van dat advies afdoende maatregelen zijn getroffen om het risico of het effect gedurende het evenement beheersbaar te houden. 4. Effectgebied externe veiligheid Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone-effectgebied externe veiligheid' geldt in aanvulling op lid 1 dat de organisator van een evenement: a. de aanwezigen dient te informeren over de risico's aangaande externe veiligheid waarbij verwezen dient te worden naar een schuilgelegenheid en/of vluchtroute, b. na advies van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond kan kiezen voor een maatwerkoplossing op grond waarvan het risico op of het effect van een incident aanvaardbaar wordt geacht. 21.2
geluidzone - industrie 1
Geluidzone vanwege het gezoneerd industrieterrein Feijenoord, Stadionweg en Schaardijk Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie 1' zijn geen geluidgevoelige objecten toegestaan, tenzij: a. de hoogst toelaatbare geluidbelasting van de gevel van geluidgevoelige objecten niet meer bedraagt dan de in de Wet geluidhinder aangegeven voorkeurswaarde of, b. op grond van de Wet geluidhinder voor die hoogst toelaatbare geluidbelasting hogere waarden kunnen worden vastgesteld of, c. anderszins aan de Wet geluidhinder kan worden voldaan. 21.3
geluidzone - industrie 2
Geluidzone vanwege het gezoneerd industrieterrein Maas- en Rijnhaven Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie 2' zijn geen geluidgevoelige objecten toegestaan, tenzij: a. de hoogst toelaatbare geluidbelasting van de gevel van geluidgevoelige objecten niet meer bedraagt dan de in de Wet geluidhinder aangegeven voorkeurswaarde of, b. op grond van de Wet geluidhinder voor die hoogst toelaatbare geluidbelasting hogere waarden
99
kunnen worden vastgesteld of, c. anderszins aan de Wet geluidhinder kan worden voldaan. 21.4
vrijwaringszone - spoor
21.4.1 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - spoor' (spoorwegen) mag, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, niet worden gebouwd, behoudens voor (ondergrondse) spoorbanen met bijbehorende voorzieningen, zoals metrotunnels/metrostations e.d. ten behoeve van het metro-/sneltramen treinverkeer. 21.4.2 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.4.1 voor het bouwen overeenkomstig de in de vrijwaringszone gelegde bestemming(en) voor andere functies, mits het belang van het metro-/sneltram- en treinverkeer niet wordt geschaad. 21.4.3 Advies Alvorens vergunning te verlenen, winnen burgemeester en wethouders het schriftelijk advies in van de spoorwegbeheerder. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van het belang van het spoorverkeer.
21.5
Veiliigheidszone- Vervoer gevaarlijke stoffen
21.5.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens aangeduid voor een bebouwingsvrije zone
21.5.2 Bouwregels a. Verbod Op de gronden welke gelegen zijn binnen de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' is bebouwing niet toegestaan. b. Uitzondering op het verbod Het verbod bedoeld in artikel 21.4.2 a geldt niet voor (vervangende nieuwbouw van) bebouwing welke aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.
21.5.3 Afwijken van de bouwregels a. Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 21.4.2 a, indien: I. II.
er sprake is van een groot maatschappelijk of economisch belang; het kleinschalige voorzieningen betreft ter ondersteuning van het dagrecreatieve karakter van de oever; III. het voorzieningen betreft die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de vaarweg of haven, zoals radarposten en kranen; IV. het bebouwing betreft voor bedrijven die vallen onder artikel 2, eerste lid van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
100