CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb002624] Bijlage 1 behorende bij 23bb002623 over ontwerpbestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest"

Gemeenteraad 7 september 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Hoogvliet Zuidwest’.34.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

66

«

Indien ontwikkelingen worden voorzien die afwijken van het bestemmingsplan dient het effect hiervan op beschermde en waardevolle natuurgebieden te worden onderzocht en getoetst.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen die binnen een bestaande bestemming vallen, zoals sloop en nieuwbouw van woningen, renovaties of het herinrichting, dient voorafgaand nog flora- en faunaonderzoek te worden uitgevoerd. Bij bestemmingsplanwijzing of een projectbestemmingsplan dient opnieuw getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Uit de berekening van de aanlegfase blijkt dat geen bijdrage is aan de stikstofdepositie dat wil zeggen (afgerond) niet meer dan 0,00 mol/ha/jr. Uit de berekening van de gebruiksfase blijkt dat ook geen bijdrage is aan de stikstofdepositie. Dit wordt verklaard uit het gegeven dat de NOx uitstoot van het lokale wegverkeer niet verder bijdraagt dan 5 kilometer en deze uitstoot dus geen effect heeft op de stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden omdat zij op meer dan 10 kilometer van het plangebied zijn gelegen. Conclusie De ontwikkeling van het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" heeft wat betreft de stikstofdepositie geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" is ‘aanvaardbaar’ vanuit het oogpunt van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing voor de voorgenomen ontwikkelingen is naar verwachting niet nodig.

67

Hoofdstuk 7

Handhaving

In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daar achter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. Op grond van gemeentebeleid, neergelegd in het “Handhavingsbeleidsplan Toezicht Gebouwen” uit 2009 wordt bij de huidige aanpak eerst gekeken of het gebruik/bouwwerk kan worden gelegaliseerd. Als legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, zal de overtreder doorgaans met een dwangsom worden gesommeerd om binnen een bepaalde periode een einde te maken aan de overtreding.

68

Hoofdstuk 8

Financiële uitvoerbaarheid

In 2020 is een nadere ruimtelijke en programmatische invulling van het gebied gemaakt. Op basis van programma studies, ruimtelijke schetsplannen en deskundigen ramingen is de financiële haalbaarheid van de plannen door partijen getoetst. Bij deze toets is gekeken naar: «

Beschikbaarheid van gronden en terreinen (verwervingskosten, schadeloosstellingen, herhuisvesting zittende bewoners et cetera);

»

Programmatische mogelijkheden en wensen (verhouding en aantal marktwoningen en huurwoningen, de bouwkosten en VON-prijzen, faseerbaarheid en mogelijke grondopbrengst); Civieltechnische aspecten van de herontwikkeling (onderzoek naar de bodemgesteldheid, groen-, water- en infrastructuur en de kosten van noodzakelijke en gewenste ingrepen).

«

Uit deze studie is de conclusie getrokken dat de ontwikkelingen in bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" weliswaar een tekort oplevert, naar dat dit tekort door eigen middelen van de gemeente wordt gedekt. Daardoor zijn de ontwikkelingen in het bestemmingsplan haalbaar. Verder zijn er ook deelprojecten die onder een Gemeentelijk kostenverhaal gedekt worden met de grondopbrengsten. Om risico's tijdens de uitvoering te verminderen, en eventueel te kunnen bijsturen, is gekozen voor een gefaseerde herontwikkeling van de wijk. Voorafgaand aan iedere fase zal gekeken worden in welke mate de oorspronkelijke (financiële en programmatische) uitgangspunten nog gelden en of planaanpassing noodzakelijk is en of er met budgetten geschoven dient te worden. Op deze manier is het bestemmingsplan financieel uitvoerbaar.

69

Hoofdstuk 9 9.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zal een ieder gedurende zes weken, in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging wordt een informatieavond georganiseerd waar een ieder vragen kan stellen met betrekking tot het terinzageliggende ontwerpbestemmingsplan.

9.2

Vooroverleg

In het kader van het overleg ex. art. 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het concept-ontwerpbestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" toegezonden aan: 1.

Evides;

2. 3.

Archeologie Rotterdam (BOOR); Gasunie;

4. 5.

Tennet; Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid;

6.

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond;

7. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland; 8. Hoogheemraadschap Hollandse Delta; 9. Kamer van Koophandel; 10. KPN Telecom;

11. Luchtverkeersleiding Nederland; 12. Ministerie van Defensie; 13. Ministerie van Infrastructuur en Milieu; 14. Ministerie van Landbouw; 15. NV Rotterdam Rijn Pijpleiding Maatschappij; 16. Pro Rail; 17. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed; 18. Rijksluchtvaartdienst; 19. Rotterdam-Antwerpen Pijpleiding; 20. Metropoolregio Rotterdam-Den Haag; 21. Stedin; 22. VWS Pipeline Control;

23. Havenbedrijf Rotterdam; 24. Warmtebedrijf Rotterdam; 25. Gemeente Nissewaard;

26. Gemeente Albrandswaard. Door de partijen vermeld onder de nummers 2, 3, 6, 11, 23, 24,en 26 is schriftelijk gereageerd. Daarvan hadden de partijen vermeld onder nummers 2, 11, 24 en 26 geen inhoudelijke opmerkingen. De opmerkingen van de VRR is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Van de overige partijen is geen reactie ontvangen.

1.

Gasunie

De Gasunie merkt op dat de gasleiding op twee plekken in het plangebied een summier andere ligging kent dan op de verbeelding staat aangegeven.

Reactie De ligging van de gasleiding met bijbehorende zone is aangepast conform de opmerking van de Gasunie.

70

2.

Havenbedrijf Rotterdam

Geur In de toelichting van het bestemmingsplan wordt geen aandacht besteed aan het aspect geur. Vanwege de aanwezigheid van geurrelevante bedrijvigheid in Botlek-Vondelingenplaat vragen wij om hier in het plan aandacht aan te besteden. Met name voor die woningbouwlocaties aan de noordzijde van het plangebied.

Reactie Vanwege de concentratie van geurveroorzakende bedrijven in het havengebied geldt voor het havengebied een eigen beleid, waarbij via het vergunningenspoor de geuroverlast wordt beperkt. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe geurgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De planologische situatie verandert niet met dit nieuwe bestemmingsplan, waarmee geur geen toetsingsgrond is. Voor de volledigheid is paragraaf 6.6 Geur toegevoegd in de toelichting.

Nestgeluid Het Havenbedrijf vraagt zich af of een deel van de latente geluidsruimte is gebruikt voor het nestgeluid.

Reactie Omdat nestgeluid niet planologisch is vastgelegd, hanteert de gemeente Rotterdam een werkwijze waarbij de omvang van het nestgeluid wordt berekend op basis van een set met uitgangspunten. Daarbij is de latente geluidruimte niet meegenomen. Dit is gedaan omdat de uitgangspunten voor de berekening al een overschatting zijn van de werkelijkheid, zoals bijvoorbeeld de ligplaatsbezetting en de bronvermogens. Daarnaast worden er ook geen grote verschillen verwacht tussen de berekening onder de huidige wetgeving en onder de Omgevingswet, omdat het industriegebied voor een groot deel uit continue bedrijven bestaat. We denken daarom dat de huidige berekening voldoende ruimte biedt voor het accommoderen van het nestgeluid.

71

72

Bijlagen

73

Bijlage 1

Veiligheidsadvies VRR

74

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Directie Risico- en Crisisbeheersing Postadres Postbus 9154 3007 AD Rotterdam

Bezoekadres

Wilhelminakade 947

Gemeente Rotterdam College van Burgemeester en Wethouders T.a.v. dhr. J.H. Ekkelenkamp Postbus 6575 3002 AN ROTTERDAM

Rotterdam Telefoon E-Mail Ons kenmerk Betreft Datum Behandeld door

06-50053516 lorenzo.grabijn@vr-rr.nl 21UIT21690/R&C/LG/ÖE COBP ‘Hoogvliet Zuidwest', Veiligheidsadvies: 3807/830. 13 juli 2021 L. Grabijn

Geacht College, Op 23 juni 2021 heeft de heer Ekkelenkamp namens mevrouw Van Bockxmeer, Algemeen directeur cluster Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam, in het kader van het vooroverleg bij bestemmingsplannen zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, het concept ontwerpbestemmingsplan “Hoogvliet Zuidwest” in Rotterdam vrijgegeven en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) verzocht hierop een advies uit te brengen. De afdeling Risicobeheersing van de VRR brengt in het kader van fysieke veiligheid advies uit over de mogelijkheden voor effectieve hulpverlening, de zelf- en samenredzaamheid van de aanwezigen en de continuïteit van de samenleving. Dit wordt gedaan door middel van een analyse van de omgeving, waarbij risicobronnen, mogelijke scenario’s en hun effecten worden beschouwd. Uiteindelijk kan dit zich vertalen in omgevings-, bouwkundige, installatietechnische en/of organisatorische maatregelen. Onderstaand treft u ons advies aan. In bijlage 1 vindt u een toelichting op de risicobronnen. Graag verneemt de VRR uw besluit met betrekking tot de onderstaande adviespunten.

Situatiebeschrijving De gemeente Rotterdam is voornemens om met het bestemmingsplan ‘Hoogvliet Zuidwest’ de geldende bestemmingsplannen ‘Hoogvliet Noordwest’ en ‘Hoogvliet Maasranden’ te actualiseren. Daar waar in de afgelopen planperiode een ontwikkeling met een omgevingsvergunning is mogelijk gemaakt, wordt deze in dit nieuwe bestemmingsplan opgenomen. Ook maakt het bestemmingsplan de ontwikkeling van reeds bestemde gebieden mogelijk.

Advies Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van maatregelen met betrekking tot zeer kwetsbare bestemmingen wordt uitgegaan van de 1o0o letaliteitscontour (LC01) van het worst case scenario. Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van gewenste maatregelen voor (beperkt) kwetsbare bestemmingen wordt de 10 letaliteitscontour van het meest geloofwaardige scenario gebruikt. Voor dit plan geldt het volgende advies: Omgevingsmaatregelen 1. In het plangebied zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde ‘Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR’ biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. 2. Eventuele nieuwe zeer kwetsbare objecten niet binnen de 10 letaliteitscontour van de worst case scenario’s (zie bijlage) te plaatsen. -

1-

Bouwkundige maatregelen 3. Eventuele herontwikkeling binnen de 10 letaliteitcontour van het meest geloofwaardige toxisch scenario (120 meter vanuit het hart van de Havenspoorlijn, 1250 meter vanaf de Akzo PT110017) zodanig te construeren dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden. Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een object geschikt om enkele uren in te schuilen. 4. Eventuele herontwikkeling binnen de 10 letaliteitcontour van het meest geloofwaardige plasbrandscenario (25 meter vanaf de oever van de Nieuwe Maas en 35 meter vanaf de A15) zodanig te construeren dat het bouwwerk beschermd is tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) als gevolg van een plasbrand. Hierbij kan voor de gevels gericht naar de risicobron gedacht worden aan blinde gevels of het beperken van het glasoppervlak. De gevels en/of het glasoppervlak die gericht zijn naar de risicobron behoren bestand te zijn tegen een warmtestralingsflux > 15 kW/m2. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient bij de brandpreventieve toets rekening te worden gehouden met de effecten van een plasbrand op de gevel. 5.

Eventuele herontwikkelingen binnen de 10 letaliteitcontour het meest geloofwaardige scenario van de hogedruk aardgastransportleiding (15 meter vanuit het hart van de leiding A-559, A-517, A-536 en A-537) zodanig te construeren dat deze beschermd zijn tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) als gevolg van een fakkelbrand. Hierbij kan voor de gevels en daken gericht naar de leidingen worden gedacht aan blinde gevels of het beperken van het glasoppervlak. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient bij de brandpreventieve toets rekening te worden gehouden met de effecten van een fakkelbrand op de gevel/dak. 6. Eventuele herontwikkeling binnen de Wo letaliteitcontour van alle worst case scenario’s (zie bijlage) zodanig te construeren dat aanwezigen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen kunnen vluchten. Voor het ontvluchten van de voorziene objecten is het wenselijk minimaal één (nood)uitgang van de risicobron af te richten en alle (nood)uitgangen in voldoende mate aan te laten sluiten op de infrastructuur van de omgeving. Organisatorische maatregelen 7. Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”.

Doorgaans is schuilen in een gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. Op de website “www.rijnmondveilig.nl” vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident.

-

2-

Voor vragen of nadere toelichting kunt u contact opnemen met de heer L. Grabijn, beleidsmedewerker van de afdeling Risicobeheersing van de VRR. Zijn e-mailadres is: lorenzo.grabijn@vr-rr.nl. Met vriendelijke groet, het Bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, namens deze,

Mw. A. van Daalen, directeur Risico- & Crisisbeheersing

Bijlage 1: Achtergrond veiligheidsadvies ‘Hoogvliet Zuidwest’ Kopie: * »

OVD-BZ, Directie Veiligheid, Bestuursdienst Rotterdam Clustercoördinator DCMR, adviesloket-ROGEM@.dcmr.nl

-

3-

Bijlage 1 Achtergrond veiligheidsadvies Hoogvliet Zuidwest Risicobronnen In de nabijheid van het plangebied zijn 12 relevante risicobronnen aanwezig: I. Transport van gevaarlijke stoffen over de Oude Maas. II. Transport van gevaarlijke stoffen over de Havenspoorlijn III. Transport van gevaarlijke stoffen over de A15 IV. Hogedruk aardgastransportleiding A-517 V. Hogedruk aardgastransportleiding A-536 VI. Hogedruk aardgastransportleiding A-537 VII. Hogedruk aardgastransportleiding A-559 VIII. Akzo PT110017 chloor transportleiding IX. DOW propyleen transportleiding (6”) X. Emplacement Pernis XI. Hexion XII. Shell raffinaderij

Gatíenng

Nieuw Engeland Ogna Johannapoldef Oudetond -Westpunt

Tussenwaĩet

Hoogvliet

Pafkbuurt Boomgaardshoek

Meeuwenplaat

Zalmplaat

Maas 5d enkel

-

4-

Scenario’s Onderstaand zijn de worst case- en meest geloofwaardige scenario’s inclusief gehanteerde afstanden weergegeven. Worst case: 1. Vervoer van gevaarlijke stoffen (toxisch) over de Oude Maas Scenario: transport toxische gassen (GT3) zeevaart (WCS) Vrijkomen toxisch gas: Door bezwijken van een scheepscompartiment met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

150 meter

2

LC50

500Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

650 meter

3

LC01

1Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

1200 meter

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

1500 meter

4

LBW

Uitgangspunten

-

Falen tank zeevaartschip gevuld met ammoniak Afstand vanuit het midden van de waterweg Uitstroom 150 ton

2. Vervoer van gevaarlijke stoffen (fakkelbrand) over de Oude Maas Scenario: transport brandbare gassen (GF3) zeevaart (WCS) Fakkelbrand: Door een lekkage scheepscompartiment komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een fakkelbrand met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kW/^12

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

200 meter

2

23 kW/^12

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

250 meter

3

12,5 kW/^12

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

300 meter

4

5 kW/^12

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

500 meter

Uitgangspunten

3.

-

Lekkage tank zeevaartschip gevuld met LPG Afstand vanuit het midden van de vaarweg Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

Vervoer van gevaarlijke stoffen (toxisch) over de Havenspoorlijn of het emplacement Pernis

Scenario: transport toxische gassen (B2) spoor (WCS) Vrijkomen toxisch gas: Door het bezwijken van een spoorketelwagon met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

250 meter

2

LC50

50Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

350 meter

3

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

750 meter

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

850 meter

Irreversibele gezondheidsschade is mogelijk

3900 meter

4

LBW

5

AGW

Uitgangspunten

4.

-

Falen spoorketelwagon gevuld met ammoniak Afstand vanuit de buitenzijde van de buitenste spoorbaan Blootstellingsduur van 600 seconden

Vervoer van gevaarlijke stoffen (BLEVE) op het spoor of het emplacement Pernis

Scenario: transport brandbare gassen (A) spoor (WCS)

-

5-

Warme-BLEVE: Door verhitting van een spoorketelwagon met LPG/propaan kan de tankwand bezwijken onder de toegenomen druk. Het gevolg is een explosie in de vorm van een vuurbal met grote hittestraling. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kW^2

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

140 meter

2

23 kWZm2

LC10

10Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

220 meter

3

12,5 kWZm2

LC01

1 Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

330 meter

4

5 kWZm2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

600 meter

Uitgangspunten

5.

-

BLEVE met LPG-spoorketelwagon Afstand vanuit het hart van de transportroute Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 12 seconden Explosieduur van 12 seconden

Vervoer van gevaarlijke stoffen (toxisch) over de A15

Scenario: transport toxische gassen (GT3) weg (WCS) Vrijkomen toxisch gas: Door het bezwijken van een tankwagen met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

100 meter

2

LC50

50Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

225 meter

3

LC01

10Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

400 meter

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

550 meter

Irreversibele gezondheidsschade is mogelijk

2200 meter

4

LBW

5

AGW -

Uitgangspunten

Falen tankwagen gevuld met ammoniak Afstand vanuit de rechterzijde van de rechterrijstrook Blootstellingsduur van 600 seconde

6. Vervoer van gevaarlijke stoffen (BLEVE) over de A15 Scenario: transport brandbare gassen (GF3) weg (WCS) Warme-BLEVE: Door verhitting van een tankwagen met LPG/propaan kan de tankwand bezwijken onder de toegenomen druk. Het gevolg is een explosie in de vorm van een vuurbal met grote hittestraling. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kW^2

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

90 meter

2

23 kW^2

LC10

10Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

140 meter

3

12,5 kW^2

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

230 meter

4

5 kW^2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

400 meter

Uitgangspunten

7.

-

BLEVE met LPG-tankwagen Afstand vanuit het hart van de rijbaan Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 12 seconden

Hogedruk aardgastransportleiding A517_______________________________________

Scenario: transport brandbare gassen: breuk hogedruk aardgastransportleiding (WCS) Fakkelbrand: Door breuk van een hogedruk aardgastransportleiding komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een fakkelbrand met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op

-

6-

grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kW^2

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

130 meter

2

23 kW^2

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

210 meter

3

12,5 kW^2

LC01

10Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

310 meter

4

5 kW^2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

550 meter

Uitgangspunten

8.

-

Breuk hogedruk aardgastransportleiding Dikte transportleiding: 30 inch Druk transportleiding: 66 bar Afstand vanuit het hart van de leiding Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

Hogedruk aardgastransportleiding A-536 en A-559

Scenario: transport brandbare gassen: breuk hogedruk aardgastransportleiding (WCS) Fakkelbrand: Door breuk van een hogedruk aardgastransportleiding komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een fakkelbrand met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kWZm2

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

160 meter

2

23 kWZm2

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

250 meter

3

12,5 kWZm2

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

370 meter

4

5 kWZm2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

650 meter

Uitgangspunten

9.

-

Breuk hogedruk aardgastransportleiding Dikte transportleiding: 36 inch Druk transportleiding: 66 bar Afstand vanuit het hart van de leiding Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

Hogedruk aardgastransportleiding A-537

Scenario: transport brandbare gassen: breuk hogedruk aardgastransportleiding (WCS) Fakkelbrand: Door breuk van een hogedruk aardgastransportleiding komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een fakkelbrand met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kWZm2

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

70 meter

2

23 kWZm2

LC10

10Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

130 meter

3

12,5 kWZm2

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

190 meter

4

5 kWZm2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

330 meter

Uitgangspunten

-

Breuk hogedruk aardgastransportleiding Dikte transportleiding: 18 inch Druk transportleiding: 66 bar Afstand vanuit het hart van de leiding Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

10. DOW ethyleenleiding_____________________________________________________ Scenario: transport brandbare gassen: lekkage hogedruk ethyleenleiding (WCS) Jetfire: Door een breuk van een buisleiding met propeen/etheen komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een

-

7 -

jetfire met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kW/^12

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

190 meter

2

23 kW/^12

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

260 meter

3

12,5 kW/^12

LC01

1Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

300 meter

4

5 kW/^12

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

500 meter

-

Uitgangspunten

Breuk hogedruk propeenleiding Dikte transportleiding: 6 inch Druk transportleiding: 40 bar Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

11. Akzo PT110017 chloor transportleiding Scenario: transport giftige gassen of vloeistoffen: buisleiding (WCS) Vrijkomen toxische stoffen: Door het bezwijken van een buisleiding met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

30 meter

2

LC50

500Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

Niet berekend

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

1500 meter

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

Niet berekend

3 4

LBW

Uitgangspunten

-

Breuk buisleiding met chloor Dikte transportleiding: 4 inch Druk transportleiding 20 bar Afstand vanuit het hart van de leiding Bronsterkte 18kgfe (uitstroom van 30 minuten)

12. Hexion en Shell raffinaderij In relatie tot de ruimtelijke ordening kan voor Hexion en de Shell raffinaderij het invloedsgebied als effectafstand worden gebruikt. Dit is het gebied waarbinnen bij een worst case scenario 1 procent van de blootgestelde mensen komt te overlijden. Deze afstanden zijn respectievelijk: Voor Hexion 1000 meter vanaf de zuidelijke grens van het terrein van Hexion en voor de Shell raffinaderij 850 meter vanaf de zuidelijke grens van het terrein van Shell. Meest geloofwaardig: 13. Vervoer van gevaarlijke stoffen (toxisch) over de Oude Maas Scenario: transport toxische gassen (GT3) zeevaart (MGS) Vrijkomen toxisch gas: Door lekkage van een scheepscompartiment met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen die de worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

65 meter

2

LC50

50Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

80 meter

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

150 meter

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

175 meter

3 4

LBW

Uitgangspunten

-

Lekkage tank zeevaartschip gevuld met ammoniak Afstand vanuit het midden van de waterweg Uitstroom 150 ton

14. Vervoer van gevaarlijke stoffen (plasbrand) over de Oude Maas__________________ Scenario: transport brandbare vloeistoffen (LF2) zeevaart (MGS) Fakkelbrand: Door een lekkage scheepscompartiment komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een fakkelbrand

-

8-

met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kW/r^

3

12,5 kWZm2

4

1,5 kWZm2

LC100

15 kWZm2 LC01

Uitgangspunten

-

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

10 meter

Brandoverslag naar gebouwen

25 meter

1 Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

30 meter

Kort verblijf/vluchten mogelijk

70 meter

Lekkage tank zeevaartschip gevuld met hexaan Afstand vanaf de rand/oever van de vaarweg (insteekhavens e.d. niet beschouwd) Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

15. Vervoer van gevaarlijke stoffen (toxisch) over de Havenspoorlijn of het emplacement Pernis Scenario: transport toxische gassen (B2) spoor (MGS) Vrijkomen toxisch gas: Door lekkage van een spoorketelwagon met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

40 meter

2

LC50

50Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

55 meter

3

LC01

1 Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

120 meter

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

130 meter

Irreversibele gezondheidsschade is mogelijk

550 meter

4

LBW

5

AGW

Uitgangspunten

-

Lekkage spoorketelwagon gevuld met ammoniak (15 mm lek) Afstand vanuit de buitenzijde van de buitenste spoorbaan Bronsterkte 3 kilogram per seconde

16. Vervoer van gevaarlijke stoffen (toxisch) over de A15 Scenario: transport toxische gassen (GT3) weg (MGS) Vrijkomen toxisch gas: Door lekkage van een tankwagen met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

40 meter

2

LC50

50Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

55 meter

3

LC01

10Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

120 meter

4

LBW

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

150 meter

5

AGW

Irreversibele gezondheidsschade is mogelijk

500 meter

Uitgangspunten

-

Lekkage tankwagen gevuld met ammoniak (15 mm lek) Afstand vanuit de rechterzijde van de rechterrijstrook Bronsterkte 3 kilogram per seconde

17. Vervoer van gevaarlijke stoffen (plasbrand) over de A15________________________ Scenario: transport brandbare vloeistoffen (LF2) weg (MGS) Plasbrand: Door bezwijken van de tankwand van een tankwagen met brandbare vloeistoffen en ontsteking van de

-

9-

inhoud ervan, ontstaat een brandende vloeistofplas. Door de hittestraling overlijden mensen dichtbij en kunnen secundaire branden uitbreken. 1

35 kW^2

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

20 meter

2

23 kW^2

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

25 meter

3

12,5 kW^2

LC01

10Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

35 meter

4

5 kW^2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

70 meter

-

Uitgangspunten

Falen benzinetankwagen Afstand vanuit de rechterzijde van de rechterrijstrook Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden Duur hittestraling: 5 minuten

18. Hogedruk aardgastransportleiding (A517, A-536, A-537 en A-559) Scenario: transport brandbare gassen: lekkage hogedruk aardgastransportleiding (MGS) Fakkelbrand: Door lekkage van een hogedruk aardgastransportleiding komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een fakkelbrand met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kW^2

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

- meter

2

23 kW^2

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

- meter

3

12,5 kW^2

LC01

10Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

15 meter

4

5 kW^2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

20 meter

Uitgangspunten

-

Lekkage hogedruk aardgastransportleiding Afstand vanuit het hart van de leiding Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

19. DOW ethyleenleiding Scenario: transport brandbare gassen: lekkage hogedruk ethyleenleiding (MGS) Jetfire: Door een lekkage van een buisleiding met propeen/etheen komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een jetfire met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1

35 kW^2

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

40 meter

2

23 kW^2

LC10

10Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

50 meter

3

12,5 kW^2

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

55 meter

4

5 kW^2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

95 meter

Uitgangspunten

-

Breuk hogedruk propeenleiding Dikte transportleiding: 6 inch Druk transportleiding: 40 bar Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

20. Akzo PT110017 chloor transportleiding__________ Scenario: transport giftige gassen of vloeistoffen: buisleiding (MGS)

-

10 -

Vrijkomen toxische stoffen: Door een lekkage van een buisleiding met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1

LC100

Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

25 meter

2

LC50

500Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

Niet berekend

3

LC01

10Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

1250 meter

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

Niet berekend

4

LBW

Uitgangspunten

-

Lekkage buisleiding met chloor Afstand vanuit het hart van de leiding Dikte van de transportleiding: 4 inch Druk transportleiding: 20 bar Bronsterkte 13kgfe

Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in staat zijn om zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. In beginsel geldt dat schuilen in een gebouw de beste optie is. Door ramen en deuren te sluiten, het ventilatiesysteem af te schakelen, weg te blijven bij ramen (hittestraling en mogelijke scherfwerking) en te schuilen aan die zijde van het gebouw die zo ver mogelijk van het incident is afgelegen, is het risico op verwondingen het kleinst. Op de website “www.njnmondveilig.nľ vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident.

-

11 -

Bijlage 2 Afbeelding Archeologie

86

427.600________ 428.000________ 428.400________ 428.800________ 429.200________ 429.600________ 430.000________ 430.400________ 430.800________ 431.200________ 431.600________ 432.000________ 432.400________ 432.800________ 433.200

83.100

83.500

83.900

84.300

84.700

xjondetitigenw.eg.

rf I ou wo PU M

Ou dpi an d

n tv a! cr

H oogvli et

Boom

Mei'U w

a plangebied

Schenkt* Waarde Archeologie 1 Waarde Archeologie 2 Waarde Archeologie 3 Waarde Archeologie 4 Waarde Archeologie 5

M.ljswi jk

0 100m Schaal 1:25.000 Kaart: Gemeente Rotterdam ; 82.700

1' 83.100

Bestemmingsplan Rotterdam Hoogvliet Zuidwest. Plankaart archeologie.

Esri Nederland, Community Map ( ontributors

88

Regels

89

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

plan:

Het bestemmingsplan Hoogvliet Zuidwest met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP1132HvtZuid-on01 van de gemeente Rotterdam.

1.2

bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

Aanbouw (uitbouw)

Een uitbreiding van het hoofdgebouw in één bouwlaag (hieronder wordt tevens een uitbouw begrepen).

1.4

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

Achtererfgebied

Erf aan de achterkant van het oorspronkelijke hoofdgebouw en aan de zijkant(en) ervan, op meer dan 1 meter van de erfgrens aan de zijde van het openbaar toegankelijke gebied, alsmede op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw.

1.7

Archeologisch deskundige

Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam of een andere deskundige op het gebied van archeologie.

1.8

Archeologisch monument

Monument als bedoeld in artikel 1.1. van de Erfgoedwet.

1.9

Bebouwing

Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.10

Bebouwingspercentage

Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen.

1.11

Bedrijven

De bedrijven genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels.

1.12

Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond

Het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond" dat als bijlage 3 is gevoegd bij de regels van dit plan of een herziening of wijziging van dit beleidskader.

90

1.13

Belwinkel

Een inrichting waarvan de bedrijfsvoering onder welke benaming dan ook is gericht op het ter plaatse tegen betaling bieden van gelegenheid tot elektronische berichtenuitwisseling in de vorm van telefonie of door middel van toegang tot het internet. Een op de openbare weg geplaatste telefooncel wordt hier niet onder begrepen.

1.14 a. b. c.

Beperkt kwetsbare objecten

woningen, kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover deze objecten niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren; sporthallen, zwembaden, speeltuinen; sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren;

d.

andere objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren;

e.

objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

1.15

Besluit externe veiligheid inrichtingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen zoals dat luidt ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.16

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

1.17

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.18

Bouwaanduidingen

Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.

1.19

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.20

Bouwgrens

De grens van een Bouwvlak.

1.21

Bouwlaag

Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, vliering, zolder, souterrain, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als een afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw of dakkapel breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als een aparte bouwlaag geteld. NB: onder het "theoretisch profiel van een kap" wordt verstaan de ruimte binnen een kap met schuine zijden waarvan de hellingshoek ten minste 20 en maximaal 60 graden bedraagt, tenzij in de bestemmingsregels in hoofdstuk 2 anders is bepaald.

91

1.22

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.23

Bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel.

1.24

Bouwverordening

Bouwverordening Rotterdam 2010, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.25

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.26

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.27

Bruto vloeroppervlak (b.v.o.)

Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend.

1.28

Bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.29

Bijgebouw

Vrijstaand gebouw dat door constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een hoofdgebouw gelegen op hetzelfde perceel.

1.30

Bijzondere objecten

a. b.

bejaardentehuizen en verpleeginrichtingen (zoals ziekenhuizen en sanatoria); scholen en winkelcentra;

c. d.

hotels, kantoor- en bedrijfsgebouwen, bestemd voor meer dan 50 personen; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals computer- en telefooncentrales, gebouwen met vluchtleidingsapparatuur; objecten die door secundaire effecten een verhoogd risico met zich brengen, zoals bovengrondse installaties en opslagtanks voor brandbare, explosieve en/of giftige stoffen; een recreatieterrein:

e. f.

1.

g.

1.31

een terrein voor langdurig verblijf van personen gedurende een gedeelte van een jaar, zoals camping; 2. een terrein voor kortstondig verblijf van grote groepen personen gedurende een gedeelte van de dag, zoals een speeltuin, een volkstuin, een sportveld of een openluchtzwembad; andere, met de bovengenoemde vergelijkbare objecten.

Dakterras

Een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk waarvan de bouwhoogte minimaal 1,2 meter bedraagt.

92

1.32

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.33

Dienstverlening

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet va een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel en een seksinrichting worden hier niet onder begrepen.

1.34

Bedrijfswoning

Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is.

1.35 a.

b.

Dove gevel

een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede, een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits deze niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

In dit verband wordt onder een geluidsgevoelige ruimte verstaan een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2.

1.36

Erf

Terrein ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende bebouwing, voor parkeren, groenvoorzieningen, waterlopen en bouwwerken van lichte constructie (carports, slagbomen, fietsenstallingen e.d.).

1.37

Erfgoedwet

De Erfgoedwet (2016), zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.38

Gevaarlijke stoffen

Stoffen of preparaten die krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid van de Wet milieugevaarlijke stoffen, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.39

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.40

Geluidsgevoelige objecten

Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. NB: Delen van deze gebouwen kunnen worden uitgezonderd wanneer deze een bestemming krijgen voor een functie die niet als geluidsgevoelig kan worden beschouwd.

1.41

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond.

93

1.42

Grondgebonden woningen

Woningen met een eigen tuin.

1.43

Hoofdge bouw

Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.44

Hoog-risico biologisch laboratorium

Een biologisch laboratorium met een biologische veiligheidsklasse 3 of hoger zoals bedoeld in het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond".

1.45

Horeca

Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank en/of het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie.

1.46

Hotel

Het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf en bijbehorende voorzieningen zoals ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie.

1.47

Kap

Een afdekking van een gebouw met schuine zijden waarbij de hellingshoek ten minste 20 en ten hoogste 60 graden bedraagt.

1.48

Kantoren

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

1.49

Kleinschalige speeltoestellen

Speeltoestellen niet hoger dan 4 meter.

1.50 a.

Kwetsbare objecten

woningen, met uitzondering van: 1. 2.

b.

c.

d.

1.51

verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; dienst- en bedrijfswoningen van derden;

gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een b.v.o. van meer dan 1500 m2 per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk b.v.o. meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal b.v.o. van meer dan 2000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.

Maaiveld

De bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.

94

1.52

Maatschappelijke voorzieningen

Voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening. Bioscopen en filmhuizen vallen hier niet onder.

1.53

Milieudeskundige

De DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.

1.54

NAP

Het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.

1.55

Nieuw hoog-risico biologisch laboratorium

Nieuwvestiging van een hoog-risico biologisch laboratorium of uitbreiding van een bestaand (hoog-risico biologisch) laboratorium met een hoog-risico biologisch laboratorium.

1.56

Oorspronkelijke zij- resp. achtergevel

De zij- resp. achtergevel van een gebouw op het tijdstip van eerste oplevering van het gebouw.

1.57

Openbaar nutsvoorzieningen

Op het openbaar leidingen net aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, blokverwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt niet hieronder begrepen).

1.58

Openbaar toegankelijk gebied

Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b. van de Wegenverkeerswet 1994, openbaar water, alsmede ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van de zogenaamde brandpaden voor de achterontsluiting van tuinen voor langzaam verkeer.

1.59

Overige objecten

a. b.

een sporthal of een zwembad; een weidewinkel;

c. d. e.

een hotel, een kantoor- of bedrijfsgebouw, niet vallend onder de categorie bijzondere objecten; een schuur, opslagplaats, dierenverblijf, zomerhuisje, kas, weg en dergelijke; andere, met de bovengenoemde vergelijkbare objecten.

1.60

Peil (straat-)

a.

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse

b.

van de kruin van de weg; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang, na voltooiing van de aanleg van dat terrein.

Indien een bouwwerk aan meer dan één weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg maatgevend.

1.61

Praktijkruimte

Een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied.

1.62

Publieke dienstverlening

Bestuursorganen van de overheid en de daaraan gekoppelde ambtelijke diensten ten behoeve van de beleidsvoorbereiding en -uitvoering, alsmede politie, brandweer, reinigingsdiensten, gezondheidsdiensten.

95

1.63

Recreatie voorzieningen

Voorzieningen in de recreatieve sfeer zoals tennisbanen, scoutingterrein, manege, klein-dierencentrum, speelterreinen, zwembad, sportvelden.

1.64

Rijbaan

Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte, met uitzondering van (brom)fietspaden.

1.65

Rijstrook

Gedeelte van de rijbaan van een weg (welke door middel van doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd is) van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken.

1.66

Seksinrichting

De voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht.

1.67

Souterrain

Een gedeeltelijk onder het maaiveld gelegen gebruiksruimte van een gebouw.

1.68

Straatmeubilair

Voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken, plantenbakken e.d.

1.69

Tuin

Terrein ten behoeve van de aanleg van groenvoorzieningen, met de daarbij behorende verharding (paden, terrassen) en vijvers en dat in overwegende mate niet voor bebouwing in aanmerking komt.

1.70

Uitstekende delen aan gebouwen

Erkers, luifels, balkons, galerijen e.d.

1.71

VRR

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

1.72

Water

Waterlopen (sloten, singels, vijvers e.d.) ten behoeve van de waterberging, alsmede de aan- en afvoer van oppervlaktewater.

1.73

Wet geluidhinder

De Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.74

Wet ruimtelijke ordening

De Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.75

Woningwet

De Woningwet zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

96

1.76

Zorgwoning

Een zorgwoning is een woning of wooneenheid, die bestemd is voor verzorgd wonen, die niet va de reguliere woningdistributie beschikbaar komt, maar waarvan minimaal een van de bewoners vanwege de beperkte zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning- op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem- is geïndiceerd voor zorg, waarbij die zorg beschikbaar is in de directe nabijheid van de woning en welke zorg door minimaal een van de bewoners ook daadwerkelijk wordt afgenomen.

97

Artikel 2

wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vak.

2.2

de goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3

de inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk.

2.6

de breedte van een gebouw

Van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.7

de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens

Vanaf het punt van de gevel van een gebouw welke het dichtst bij de perceelsgrens is gelegen, haaks op de perceelsgrens.

98

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

BESTEMMINGSREGELS

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

de uitoefening van het agrarisch bedrijf, ontsluitingswegen en -paden en waterlopen, alsmede voorzieningen ten dienste van waterhuishouding, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de voor 'Agrarisch' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a.

bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals erf- of perceelafscheidingen, waarvan de hoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen.

99

Artikel 4 4.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven, met het daarbij behorende erf en werkterrein.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op de voor 'Bedrijf bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functie.

4.2.2

Beb ouwingsnormen

Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven;

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Toegestane b edrijven

Uitsluitend bedrijven t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan.

4.3.2

Bedrijfsgeb onden k antoren

Bedrijfsgebonden kantoren mogen per bedrijf niet meer dan 500Zo van het bruto vloeroppervlak innemen, met een maximum van 3.000 m2.

4.3.3

Hoog-risico biologisch laboratorium

Ten aanzien van het bepaalde in lid 4.1 geldt dat een nieuw hoog-risico biologisch laboratorium niet is toegestaan.

4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1

Toegestane bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in lid 4.3.1 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de Milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

4.4.2

Hoog-risico biologisch laboratorium

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.3; alvorens deze omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de VRR en de GGD, waarbij VRR en GGD hun advies baseren op het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond".

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=26351744-b24e-49bc-9f00-8e65dbe22782