[23bb002624] Bijlage 1 behorende bij 23bb002623 over ontwerpbestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest"
Tekst van het document
Hoogvliet Zuidwest ontwerpbestemmingsplan
Opgesteld door:
Datum: 5 juli 2022
Stadsontwikkeling Rotterdam
Vastgesteld d.d.
BWT, Bureau Bestemmingsplannen
Onherroepelijk d.d.
Postbus 6575 3002AN Rotterdam
2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Gekozen planopzet
7
1.3
Ligging en begrenzing
7
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
7
Beleid
9
2.1
Rijksbeleid
9
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
11
2.3
Gemeentelijk beleid
13
Beschrijving van het plangebied
22
3.1
Archeologie
22
3.2
Cultuurhistorie
23
3.3
Stadsgezichten en Monumenten
26
Planbeschrijving
28
4.1
Opzet van het plan
28
4.2
Opnieuw opgenomen woningbouwmogelijkheden
28
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
4.3 Ontwikkelingen in het plangebied, die met een aparte ruimtelijke procedure zijn/worden gerealiseerd.
29
4.4
Juridische planbeschrijving
30
Water
39
5.1
Beleidskader
39
5.2
Samenwerking met de waterbeheerder
40
5.3
Huidige watersysteem
40
5.4
De wateropgave
42
Milieu
44
6.1
Inleiding
44
6.2
Milieu effectrapportage
44
6.3
Milieuzonering
46
6.4
Geluid
47
6.5
Luchtkwaliteit
55
6.6
Geur
56
6.7
Bodem
58
6.8
Externe veiligheid
60
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
3
6.9
Natuur
63
Hoofdstuk 7
Handhaving
68
Hoofdstuk 8
Financiële uitvoerbaarheid
69
Hoofdstuk 9
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
70
9.1
Participatie
70
9.2
Vooroverleg
70
Bijlagen
73
Bijlage 1
Veiligheidsadvies VRR
74
Bijlage 2
Afbeelding Archeologie
86
Regels
89
Hoofdstuk 1
INLEIDENDE REGELS
90
Artikel 1
Begrippen
90
Artikel 2
wijze van meten
98
BESTEMMINGSREGELS
99
Artikel 3
Agrarisch
99
Artikel 4
Bedrijf
100
Artikel 5
Bedrijf - Gemeentewerf
101
Artikel 6
Bedrijf - Nutsvoorziening
102
Artikel 7
Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen
103
Artikel 8
Gemengd - 1
104
Artikel 9
Gemengd - 2
106
Artikel 10
Gemengd - 3
108
Artikel 11
Groen
110
Artikel 12
Maatschappelijk - 1
111
Artikel 13
Maatschappelijk - 2
112
Artikel 14
Natuur
113
Artikel 15
Natuur - Natuurgebied en landschappelijk waardevol gebied
114
Artikel 16
Recreatie
115
Artikel 17
Recreatie - Jacht- en passantenhaven
116
Artikel 18
Recreatie - Volkstuin
117
Artikel 19
Sport - Manege
118
Artikel 20
Sport - Sport- en speelterrein
119
Artikel 21
Tuin
120
Artikel 22
Verkeer - Erf
121
Artikel 23
Verkeer - Garagebox
122
Artikel 24
Verkeer - Metro/sneltram
123
Artikel 25
Verkeer - Parkeergarage
124
Artikel 26
Verkeer - Verblijfsgebied
125
Hoofdstuk 2
4
Artikel 27
Verkeer - Wegverkeer
126
Artikel 28
Water - 1
127
Artikel 29
Water - 2
128
Artikel 30
Wonen
129
Artikel 31
Wonen - 1
131
Artikel 32
Wonen - Bijzonder woongebouw
133
Artikel 33
Wonen - Woonwagenstandplaats
134
Artikel 34
Leiding - Gas
135
Artikel 35
Leiding - Hoogspanningsverbinding
137
Artikel 36
Leiding - Water
139
Artikel 37
Leiding - Warmte
141
Artikel 38
Waarde - Archeologie 1
143
Artikel 39
Waarde - Archeologie 2
145
Artikel 40
Waarde - Archeologie 3
147
Artikel 41
Waarde - Archeologie 4
149
Artikel 42
Waarde - Archeologie 5
151
Artikel 43
Waarde - Cultuurhistorie
153
Artikel 44
Waterstaat - Waterkering
154
Artikel 45
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
155
Hoofdstuk 3
ALGEMENE REGELS
156
Artikel 46
Anti-dubbeltelregel
156
Artikel 47
Algemene bouwregels
157
Artikel 48
Algemene aanduidingsregels
158
Artikel 49
Algemene afwijkingsregels
159
Artikel 50
Overige regels
160
Hoofdstuk 4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
161
Artikel 51
Overgangsrecht
161
Artikel 52
Slotregel
162
Bijlagen
163
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
164
Bijlage 2
Ontwerpbesluit Hogere Waarden
169
Bijlage 3
Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria
180
5
6
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Rotterdam streeft naar tijdige actualisering van het planologische regime op haar grondgebied. Hiervoor bestaan twee redenen; de wettelijke plicht om elke 10 jaar te actualiseren en het samenbrengen van verschillende en deels verouderde regelingen. In het meerjarenprogramma ten behoeve van de actualisatie van de Rotterdamse bestemmingsplannen staat het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" op de planning om geactualiseerd te worden. Voor enkele delen geldt een recent vastgesteld projectbestemmingsplan om de daar gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Het opstellen van het bestemmingsplan gebeurt in het kader van het Meerjarenprogramma actualisering bestemmingsplannen.
1.2
Gekozen planopzet
Het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" heeft tot doel de nu geldende bestemmingsplannen te actualiseren. Daarmee krijgen de veranderingen, die in de loop van de jaren hebben plaatsgevonden en het nieuwe beleid van de gemeente een juridisch-planologische verankering. Het bestemmingsplan zal de voornamelijk de reeds geldende mogelijkheden overnemen uit de geldende bestemmingsplannen "Hoogvliet Noordwest" en "Hoogvliet Maasranden". Daar waar in de afgelopen planperiode een ontwikkeling met een omgevingsvergunning is mogelijk gemaakt, wordt deze in dit nieuwe bestemmingsplan opgenomen. Daar waar in de geldende bestemmingsplannen ontwikkelingsmogelijkheden bestaan, maar die in de afgelopen planperiode nog niet zijn gerealiseerd, zijn deze locaties ten behoeve van dit nieuwe bestemmingsplan op milieuaspecten onderzocht.
1.3
Ligging en begrenzing
Het plangebied is gelegen ten zuiden van de Aveling, een belangrijke ontsluitingsweg binnen het gebied Hoogvliet. De Aveling vormt daarmee de noordelijke begrenzing van het plangebied. De westkant wordt begrensd door de Groene Kruisweg, de verbindingsweg met Spijkenisse. Aan de oost- en zuidzijde treffen we een meer natuurlijke begrenzing. In het oosten het polderlandschap en in het zuiden de rivier de Oude Maas. De twee projectbestemmingsplannen "Doggersbank" (onherroepelijk 28-09-2017) en "Dagbesteding Doggersbank" (in procedure als ontwerp 2021) liggen buiten dit plangebied.
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
De volgende geldende bestemmingsplannen zijn geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" gelegen. Bij elk bestemmingsplan is aangegeven wanneer het is vastgesteld door de gemeenteraad en wanneer het onherroepelijk is geworden:
7
f2iļ9j /lie
Spijkenisse
583
Hoogvliet Noordwest (vastgesteld op 19 maart 2009; onherroepelijk op 21 augustus 2009)
584
Hoogvliet Maasranden (vastgesteld op 19 maart 2009; onherroepelijk op 21 augustus 2009)
585
Deeldijk (vastgesteld op 20 november 2008; onherroepelijk op 18 september 2009)
8
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Vastgesteld op 11 september 2020 Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: » » » »
ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied.
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 5 juni 2014 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van nationaal ruimtelijk beleid. Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang.
Relevant beleid voor het plangebied Net als de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied.
Natura2000-gebied De Wet natuurbescherming is één van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming van natuurwaarden. Deze wet regelt de bescherming van gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Wanneer in of in de nabijheid van een dergelijk gebied een activteit plaatsvindt die leidt tot nadelige effecten op de natuurdoelstellingen van het gebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); deze gebieden worden beschermd va het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies en bestemmingsplannen). Het Natura 2000-gebied Oude Maas is gelegen binnen het plangebied en betreft de Oude Maas en aangrenzende buitendijkse gebieden en grienden. De Oude Maas en aangrenzende oevers zijn volledig aangegeven als NNN-gebied. Het open water bestaat uit het beheertype N02.01 Rivier- en Moeraslandschap. Op de oevers zijn binnen 1 kilometer tot de grens van het plangebied de beheertypen N01.03 Rivier- en Moeraslandschap, N14.01 Rivier- en Beekbegeleidend bos en N05.04 Dynamisch Moeras, N14.03 Haagbeuken- en Essenbos en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland aanwezig.
9
Het plangebied met een rode contour aangegeven en het Natura2000-gebied in groen.
2.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)
In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder. Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Bestemmingsplan In het bestemmingsplan is het op een aantal manieren mogelijk om het aantal woningen toe te laten nemen. Dat kan door het bebouwen van thans onbebouwde locaties en door transformatie van functies in bestaande bebouwing. Deze mogelijkheden kunnen worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder doorlopen moet worden. Het bestemmingsplan voorziet niet in een toename van andere functies, zoals kantoren en detailhandel. De kantoorruimte zal afnemen door transformatie naar woningen. Bij detailhandel is het bestemmingsplan gericht op concentratie, en er zal mogelijk ook een afname plaatsvinden. Bij detailhandel en kantoren is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder moet worden doorlopen.
10
Woningbouw De regiogemeenten hebben de woonvisie "Dat spreken we af! - Woningmarktstrategie Regio Rotterdam 2014-2020" (vastgesteld op 12 februari 2014 door de stadsregio Rotterdam) opgesteld ter uitwerking van het provinciale beleid. Deze Woonvisie is als regionale woonvisie te beschouwen en in april 2014 aanvaard door de provincie. Een actualisering van de regionale woonvisies is op 26 september 2017 aanvaard door Provinciale Staten. Uit de (acualisering van) de woonvisies blijkt dat er de komende jaren in de provincie vooral vraag is naar stedelijke woonmilieus: een relatief hoge dichtheid, goede bereikbaarheid, een hoog voorzieningenniveau en functiemenging. In de geldende bestemmingsplannen "Hoogvliet Noordwest" en "Hoogvliet Maasranden" worden de woningbouwontwikkelingen al mogelijk gemaakt. Deels zijn ze al vergund, maar nog niet onherroepelijk. Alle ontwikkelingen worden binnen de planperiode gerealiseerd.
Conclusie De woningen die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt voorzien in een actuele behoefte. De locaties liggen binnen bestaand stedelijk gebied en het gaat om nieuwbouw die grotendeels past binnen het geldende bestemmingsplan. Gezien het bovenstaande voldoet het bestemmingsplan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie
Vastgesteld door Provinciale Staten in 2019 Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in ons Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De Omgevngsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: » « » » »
de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb).
2.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Vastgesteld door Provinciale Staten in 2019 Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Hierin is de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Op basis hiervan zijn in het kader van dit bestemmingsplan de volgende artikelen relevant: Artikel 7.3.7.1 Stedelijke ontwikkelingen
Ladder voor duurzame verstedelijk ing: Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Bij elk project dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit is gedefinieerd als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Hiernaast dient te worden beoordeeld of het project ook gezien zijn schaal en
11
aard moet worden getoetst aan de Ladder. Als sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dan dient de toetsing aan de Ladder plaats te vinden. De provincie Zuid-Holland heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Een bestemmingsplan gericht op stedelijke ontwikkeling moet worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: «
»
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening (zie ook 2.1.3); indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.
De ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt is een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing van de beoogde herontwikkeling aan de Ladder leidt tot de hierna beschreven conclusies. Voor het onderhavige bestemmingsplan is van belang dat het plangebied binnen het bestaande stads en dorpsgebied ligt. Woningbouw De regiogemeenten hebben de Regionale Woonvisie Regio Rotterdam 2021-2040 - Fijn wonen in een veelkleurige regio" (vastgesteld op 23 juni 2021 door Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam) opgesteld ter uitwerking van het provinciale beleid. Deze Woonvisie is als regionale woonvisie te beschouwen en aanvaard door de provincie. Plannen die overeenstemmen met de nota "Fijn wonen in een veelkleurige regio" voldoen op basis van de Omgevingsverordening aan het onderdeel verantwoording van de behoefte en regionale afstemming daarvan voor wonen uit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" voorziet niet in nieuwe woningbouwmogelijkheden, anders dan al aanwezig waren in de vorige bestemmingsplannen. Artikel 7.3.8 Detailhandel Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel indien deze binnen een bestaande winkelconcentratie ligt of daar direct aan grenst.
Verder is detailhandel uitsluitend toegestaan binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk of binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie met detailhandel die is verplaatst van andere locaties. In het tweede lid is bepaald dat eventuele nieuwe detailhandel daarnaast in overeenstemming moet zijn met het ontwikkelingsperspectief dat is beschreven in het Programma ruimte en de Omgevingsvisie. Bij nieuwe detailhandel met een oppervlak van 2.000 m2 b.v.o. of groter dient te worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en is een advies nodig van de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. Het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" voorziet niet in nieuwe detailhandelsmogelijkheden. Artikel 7.3.9 Kantoren Een bestemmingsplan mag alleen voorzien in nieuwe kantoren: binnen de grootstedelijke top- en centrumlocaties, binnen de OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties (mits is aangetoond dat de behoefte aan kantoren groter is dan de nog onbenutte plancapaciteit voor kantoren op de desbetreffende locatie), en op een aantal bijzondere locaties die zijn aangegeven op kaart 10 van de Omgevingsverordening. Er gelden een aantal uitzonderingen op deze regel.
Onder anderen kleinschalige zelfstandige kantoren (tot 1.000 m2 per vestiging), en kantoren met een lokaal verzorgingsgebied, zijn wel toegestaan buiten de aangewezen gebieden. Het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" voorziet niet in nieuwe kantoormogelijkheden.
12
2.3
Gemeentelijk beleid
Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 kunnen ook gemeenten hun gemeentelijk beleid vastleggen in structuurvisies. Ter verwezenlijking van de doelen in het ruimtelijk beleid stelt de gemeente bestemmingsplannen op. In Rotterdam zijn er twee typen bestemmingsplannen te onderscheiden het zogenoemde gebiedsbestemmingsplannen en projectbestemmingsplannen. Gebiedsbestemmingsplannen worden opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling naar aanleiding van een meerjarenplanning. Wanneer een bepaalde ontwikkeling buiten het opstellen van een gebiedbestemmingsplan valt, kan daar een projectbestemmingsplan voor opgesteld worden of een omgevingsvergunningprocedure voor doorlopen worden, door een initiatiefnemer.
2.3.1
Omgevingsvisie 'De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen'
Vastgesteld door gemeenteraad op 2 december 2021 De omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Deze Omgevingsvisie vervangt de in 2007 vastgestelde Stadsvisie Rotterdam 2030. Tot de datum van invoering van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie de status van structuurvisie onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening. Hoofdlijn van de Omgevingsvisie is dat Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. De omgevingsvisie gaat uit van 5 langetermijndoelen (perspectieven): compact, inclusief, duurzaam, gezond, productief. Mede aan de hand daarvan worden in de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes benoemd waarmee invulling wordt gegeven aan de koers voor Rotterdam voor goede groei: »
»
»
»
»
Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: Rotterdam wordt een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen. Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden. Er wordt verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Verstedelijking gebeurt vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer. Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: deze worden in samenhang aangepakt om de wijken toekomstbestendig te maken. Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: Er wordt gewerkt aan een stad die klimaatneutraal is en waar w grondstoffen hergebruikt worden. Zo wordt een duurzaam Rotterdam gecreeërd met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties. Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening.
2.3.2
Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020
Vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld.
13
Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: » » »
de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid.
Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: » « »
een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.
De basis op orde houden door: » « » » »
het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning.
De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren.
2.3.3
Werklocaties 2030: kantoren en bedrijfsruimte
Vastgesteld op 12 maart 2020 door de Rotterdamse gemeenteraad Op 12 maart 2020 heeft de gemeenteraad de nota kantoren en de nota bedrijfsruimte vastgesteld.
Kantoren Doel van het beleid is om richting te geven aan de ontwikkeling van de Rotterdamse kantorenmarkt, door: »
« »
het versterken van de nieuwe economie door concentratie van kantoren op zes locaties met de beste bereikbaarheid en verblijfskwaliteit, en ontwikkeling van specifieke clusters op vijf andere locaties; een goede balans tussen vraag en aanbod door introductie van een Rotterdamse ladder (zodat snel duidelijk is of er een markttechnische onderbouwing is voor nieuwbouw); het stimuleren van verduurzaming van de kantorenvoorraad en -omgeving (minimaal energielabel C).
In Hoogvliet zijn geen kantorenconcentratiegebieden aanwezig. Dit betekent dat Hoogvliet in het Rotterdamse kantorenbeleid als overig gebied is aangemerkt. Buiten de concentratiegebieden is de kantoorontwikkeling gericht op lokaal georiënteerde dienstverlening en kleinschalige bedrijvigheid, bijvoorbeeld in de vorm van een bedrijfsverzamelgebouw. Voor bedrijven die doorgroeien is het ondernemingsklimaat van de concentratiegebieden meer geschikt.
Bedrijfsruimte Doel van het beleid is om voldoende bedrijfsruimte in Rotterdam te waarborgen - en richting te geven aan de ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijfslocaties: 1.
2.
Behouden en zo goed mogelijk benutten van bedrijfsruimte: a. De totale omvang van de voorraad bedrijfsruimte wordt behouden en zo efficiënt mogelijk benut; b. Bedrijfsruimte in de wijken wordt zoveel mogelijk behouden; c. Nieuwe bedrijventerreinen krijgen een plek in de regio; Functiemenging waar het kan, functiescheiding waar het moet: a. Ruimte-extensieve en zware bedrijvigheid wordt ingepast aan de rand van de stad of in de regio, arbeidsintensieve en lichte bedrijvigheid behoudt een plek in de stad; b. Op bedrijventerreinen met een transformatieopgave wordt ingezet op woonwerkgebieden met behoud van (vervangende) werkgelegenheid.
14
3.
4.
Stadsgebonden bedrijvigheid: a. Focus op vestiging van bedrijven die vanwege hun klanten- en werknemerskring een directe relatie hebben met de stad, en op: b. Kleinschalige datacenters (digitalisering), city hubs en XS-warehouses (ecommerce), incubators en bedrijfsverzamelgebouwen ('de nieuwe economie'). Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen: a. Focus op verduurzaming (energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie), en op: b. Verbetering van de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde en van de multimodale bereikbaarheid.
Het nieuwe Rotterdamse beleid sluit aan op de Strategie Werklocaties van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), waarin de regiogemeenten afspraken hebben gemaakt over de programmering van kantoren, bedrijfsruimte en detailhandel. De Nota Bedrijfsruimte vormt samen met de Nota Kantoren 2020 en de Nota Detailhandel 2017 een totaalbeleid voor werklocaties in Rotterdam. Dit samenhangende beleid dient onder meer als basis voor gemeentelijke investeringen in de lokale economie.
2.3.4
Nota Detailhandel 2017
Vastgesteld op 22 en 29 juni 2017 door de Rotterdamse gemeenteraad De Nota Detailhandel uit 2013 is in 2017 geactualiseerd. De nota bestaat uit een algemeen deel dat de stedelijke ambities ten aanzien van dit onderwerp bevat en 13 separate gebiedsgerichte uitwerkingen, die het detailhandelsbeleid per gebied beschrijven. De nota en de gebiedskoersen doen geen uitspraken over het centrum, hiervoor blijft de nota 'WNKLN N RTTRDM' het relevant beleidskader. Stedelijke ambities en spelregels ten aanzien van detailhandel Het detailhandelsbeleid bestaat in de basis uit een beleidskader, waarin op grond van de trends en ontwikkelingen de visie en ambitie van Rotterdam op de detailhandelsstructuur wordt uitgesproken. Met dit kader zet Rotterdam in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat en sprake is van complete, compacte comfortabele en levensvatbare centra. Om deze ambities te realiseren, is een aantal spelregels onontbeerlijk en zijn vier stedelijke ambities geformuleerd: » « » »
Een evenwichtige detailhandelsstructuur (aantrekkelijk, levensvatbaar, complementair) Meer flexibiliteit en dynamiek ter versterking van de detailhandelsstructuur Detailhandelsbeleid als kader voor ruimtelijke ontwikkelingen Een bruisende Binnenstad!
De spelregels die nodig zijn om de ambities te behalen zijn: »
Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk in de winkelconcentratiegebieden zoals in de Gebiedskoersen Detailhandel zijn vastgesteld.
» « » » » «
Creëren van nieuwe winkelgebieden is enkel onder strikte voorwaarden mogelijk. Geen nieuwe solitaire vestiging van winkels buiten de detailhandelsstructuur van winkelgebieden. In kleine kernen kan maatwerk vereist zijn, om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden. Vestiging van grootschalige detailhandel bekijken we kritisch. Geen nieuwe perifere concentratiegebieden. Tuincentra en bouwmarkten buiten de aangewezen winkelgebieden zijn onder voorwaarden bespreekbaar. Geen detailhandel op bedrijventerreinen. Winkels in tweedehandsgoederen vestigen we in winkelgebieden; uitzondering voor kringloopwinkels. Internetwinkels en -afhaalpunten met een (beperkte) bezoekersfunctie worden enkel toegestaan in de winkelgebieden en op trafficlocaties. Voor winkels geldt in de horecanota Rotterdam 2017-2021 de basisvrijstelling.
» » » »
15
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020
Vastgesteld op 22 en 29 juni 2017 door de Rottedamse gemeenteraad
LEGENDA
In de Fuik: In de Fuik kan als sterk boodschappencentrum een duidelijke functie in de structuur blijven innemen. Optimaliseren van aanbod, sfeer, aankleding, verblijfsgebied blijft voor dit gebied een opgave. Eventuele uitbreidingen van winkels zullen binnen het gebied gevonden moeten worden, eventueel door verschuiving. Doelstelling is om dit gebied kwalitatief te verbeteren, zonder daarbij de concentratie te vergroten
Lengweg: De Lengweg is in de huidige situatie moeilijk te definiëren als goed geprofileerd boodschappencentrum, aangezien de interactie in bezoek van de winkels grotendeels ontbreekt en het gebied niet één compact geheel vormt. Vanuit de Hoogvlietse structuur wordt dit gebied nog wel als boodschappengebied gedefinieerd. Aandacht om dit gebied beter als geconcentreerd winkelgebied te laten functioneren is belangrijk. Hier ligt een rol voor zowel eigenaren als ondernemers.
De Oude Wal: De Oude Wal heeft in aanbod in de afgelopen jaren bewezen als boodschappencentrum te kunnen functioneren. Uitbreiding behoort in het licht van de detailhandelsstructuur niet tot de mogelijkheden, door directe nabijheid van de Binnenban. Focus ligt op beheer van de basiskwaliteiten. Verspreide bewinkeling: Verspreide bewinkeling wordt beleidsmatig zoveel mogelijk tegengegaan. Voor bewinkeling dat in het verleden in de stad is geland, betekent dat niet dat dat aanbod actief wordt gesaneerd. Wel zijn het plekken waar aan plannen voor transformatie en functieverandering actief door gemeente wordt meegewerkt. 2.3.5
Horecanota Rotterdam 2017-2021
Vastgesteld door B&W op 1 november 2016
16
In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De nota beschrijft het instrumentarium dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen.
Belang voor de stad Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, een balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Bovendien levert de horecasector werkgelegenheid op en stimuleert het de lokale economie. De aantrekkingskracht van de stad is de afgelopen jaren toegenomen. Er wordt weer geld uitgegeven door bezoekers, Rotterdam voert de goede lijstjes aan en is in 2015 uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijkertijd verdicht de bewoning en is ruimte schaars. Het is dus van belang alles in goede banen te leiden en deze schaarse ruimte optimaal te benutten. De positieve ontwikkelingen van Rotterdam weten sommige delen van de stad onvoldoende te bereiken vanwege de aanwezigheid van malafide ondernemingen, georganiseerde criminaliteit en overlast. Dit vraagt om extra aandacht en stevig optreden.
Visie en ambities Met dit horecabeleid borduurt Rotterdam voort op de goede ontwikkelingen in onze stad. Met oog voor ondernemerschap en aandacht voor een prettig woon- en leefklimaat voor onze bewoners zijn aan de hand van een aantal uitgangspunten vier ambities bepaald waarmee Rotterdam invulling geeft aan de visie op horeca voor de komende jaren. De Horecanota 2017-2021 geeft invulling aan de visie van Rotterdam ten aanzien van de horeca voor de komende vijf jaar. De horecanota staat niet op zichzelf. Het is een kader dat samen met andere gemeentelijke kaders en visies moet zorgen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te verblijven. Op basis van de vsie en aan de hand van onderstaande uitgangspunten realiseert Rotterdam de ambities van balans in de wijk, een veerkrachtige binnenstad, verantwoord ondernemerschap en de stad als laboratorium. » « » » « » »
Rotterdam bruist!; de wijk is het uitgangspunt bij het bepalen van de mogelijkheden en onmogelijkheden; bewoners en ondernemers hebben inspraak en nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid; ruimte voor innovatie en experimenten ter bevordering van het ondernemerschap en woon- en leefgenot; minder regels, minder lasten en een vereenvoudigd vergunningenstelsel; uitgaan van vertrouwen en sturen op naleving (high trust); wanneer regels en afspraken worden geschonden, dan wordt stevig opgetreden (high penalty).
Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen) In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel.
17
Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0. Basisvrijstelling
- Geopend tussen D7:D0 en 22:00 uur: * alleen achtergrondmuziek aanbieden: ’ alleen een gevelzitplaats (max. 1m uit de gevel over de breedte van de gevel) exploiteren: * geen kansspelen, seks- en/of drugsgerelateerde activi teiten aanbieden en/of gelegenheid bieden tot het roken met gebruik van een waterpijp: * de horeca-activiteiten passen birnen de bestemming van het object: * de openbare inrichting niet vergunningplichtig is op grond van de Drank- en Horecav;et. Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk.
Vrijslellimf mei horecabestemming ’ ’ *
Geopend tussen D7:DŨ en 23:00 uur; een gevel terras exploiteren tot max. 3m uil de gevet over de breedte van de gevel; alcoholische drank schenken indien zij in hel bezit zijn van een Drank- en Horen a we (vergunning.
Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)
18
Wijste Hing voor bijzondere objecten ä instellingen * *
Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur: een gevel terras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; * alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horeca wet vergunning^.
Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Dit gebeurt door middel van een aanwijzingsbesluit dat voor bepaalde of onbepaalde tijd van kracht is. De aanwijzing wordt genomen op basis van het Horecagebiedsplan (zie ook paragraaf Horecagebiedsplan Hoogvliet 2022-2024 dat ter plaatse van kracht is, waarin ook gemotiveerd is waarom het gebied wordt aangewezen. In die gevallen is altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren, ook al is er sprake van één van de hierboven beschreven situaties. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt.
Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie).
Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z’n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd. Het horecagebiedsplan biedt het kader hiervoor.
2.3.6
Horecagebiedsplan Hoogvliet 2022-2024
Zalmplaat Zalmplaat is primair een woongebied met een metrostation. Het huidige aanbod van voorzieningen, inclusief horeca, is toereikend. Er is een goede balans met de aard van het gebied. Een verdere uitbreiding met horeca is op Zalmplaat alsmede het metrostation niet gewenst. Daarom is de ontwikkelrichting voor het gebied als geheel consolideren en is exploiteren vrijgesteld van de vergunningplicht niet toegestaan. Alleen voor winkelcentrum In de Fuik geldt een andere ontwikkelrichting. Teneinde de diversiteit van het aanbod en de leegstand te verminderen is de mogelijkheid geboden om te ontwikkelen met maximaal één inrichting in het winkelcentrum In de Fuik. Om te voorkomen dat de jeugdoverlast toeneemt, zijn de sluitingstijden met betrekking tot deze ontwikkeling beperkt tot 23.00 uur. Het huidige aanbod is hiermee toereikend en verdere uitbreiding is niet meer gewenst.
19
Meeuwenplaat Ondanks de positieve integrale veiligheidsaanpak die al tot resultaten heeft geleid, blijft de Meeuwenplaat een aandachtsgebied. Momenteel is sprake van een goede balans tussen de aanwezige horeca en de aard van het gebied. Het voorzieningenniveau, inclusief horeca, is toereikend. Om die reden geldt voor het gebied als geheel de ontwikkelrichting consolideren en is exploiteren vrijgesteld van de vergunningplicht niet toegestaan. Dat neemt niet weg dat er behoefte bestaat om in bepaalde specifieke gebieden kleinschalige horeca toe te staan teneinde de ontwikkeling in positieve zin te stimuleren. Het winkelcentrum Meeuwenpunt bestaat uit twee delen die ca. 100 meter van elkaar afliggen. De belangrijkste trekker van dit centrum is de supermarkt, aangevuld met enkele speciaalzaken. Daarnaast is hier Partycentrum Flamingo gevestigd. Om de balans in dit gebied te behouden is het niet wenselijk om te ontwikkelen met nieuwe en zwaardere horeca. Daarom wordt gekozen voor de ontwikkelrichting consolideren, waarbij twee uitzonderingen voor bestaande inrichtingen zijn gemaakt op de begane grond aan de Lengweg 150 en aan de Horsweg 10.
Nieuw Engeland In deze wijk ligt het winkelcentrum Oude Wal, waarin een uitbreiding met horeca bovenop de thans aanwezige voorzieningen niet is gewenst. Dit zou de balans in negatieve zin beïnvloeden. Daarom geldt voor dit gebied de ontwikkelrichting consolideren.
Groene Gordel De Groene Gordel bestaat uit parkbossen, wilgenvloedbossen, grienden, rietmoerassen en randparken. Bepaalde delen van dit gebied worden in de komende jaren (verder) ontwikkeld tot een recreatiegebied met een kindvriendelijk karakter. Meer specifiek betreft dit het Jachthavengebied en het Oeverpark. Ter ondersteuning hiervan is vestiging van horeca gewenst, maar worden bepaalde activiteiten uitgesloten, omdat dit recreatiegebied een kindvriendelijke uitstraling moet houden.
2.3.7
Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+
Vastgesteld op 11 mei 2017 door de Rotterdamse Gemeenteraad Het Stedelijk Verkeersplan is een plan waarbij bereikbaarheid in dienst van een economisch sterk en gezond Rotterdam staat. Het Stedelijk Verkeersplan zet de lange termijnvisie neer, waarbij het uitgangspunt is dat mobiliteit geen doel op zich is, maar een belangrijke randvoorwaarde voor een economische sterk, gezond en aantrekkelijk Rotterdam. De Rotterdamse Mobiliteitsagenda kent een drietal vertrekpunten: » » «
de groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; de economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; de stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets en ov-gebruik.
Bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en het openbaar vervoer is daarbij vertrekpunt. Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk vervoersnetwerk vorm geeft. Hierbij staat de gezondheid van de Rotterdammer voorop en wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad functioneert als proeftuin. De structuuringrepen binnen het Stedelijk Verkeersplan bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat voldoende flexibel en genoeg adaptief is om de stad van de toekomst (Next City) vorm te geven. De mobiliteitsstrategie ontstaat vanuit de gewenste ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en regio en wordt -wanneer de bereikbaarheidsopgave in de toekomst verandertsteeds opnieuw aan de tijdgeest aangepast, omdat het geen volgordelijkheid kent. Dit leidt tot de volgende beleidskeuzen: 1. 2.
City Lounge versterkt: stimuleren van fiets en ov; een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ov in evenwicht;
20
3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile; geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden.
2.3.8
Rotterdams beleid t.a.v. zendmasten mobiele telecommunicatie
Vastgesteld op 16 mei 2002 door de Rotterdamse gemeenteraad In de beleidsnota uit 2002 zijn wensen en oplossingsrichtingen opgenomen ten aanzien van de plaatsing van antennes, masten en apparatuurkasten. De nota sluit aan op nationaal antennebeleid waarin ook onderscheid gemaakt wordt in vergunningsvrije en vergunningsplichtige bouwwerken.
2.3.9
Erfgoedverordening Rotterdam 2020
Vastgesteld op 22 december 2016 en vastgesteld op 28 januari 2021 door de Rotterdamse gemeenteraad Rotterdam heeft een inmiddels volwassen monumententraditie. Er is sprake van een toenemend historisch bewustzijn in de stad. De karakteristieke vermenging van tijdlagen en de daarbij horende afwisseling van oud en nieuw zorgt voor een belangrijke en onderscheidende identiteit van het stadsbeeld. In de beleidsnota Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020 wordt de visie op het Rotterdams gebouwde erfgoed en de hieruit voortvloeiende ambities beschreven. Rotterdam verbindt de zorg voor behoud van het gebouwd erfgoed met de hedendaagse opgaven van de stad. Ingezet wordt op bescherming, behoud en hergebruik, en instandhouding van erfgoed. Steeds vaker wordt cultuurhistorie gekozen als uitgangspunt voor (gebieds-)ontwikkelingen, waardoor de historische gelaagdheid van de stad behouden blijft voor toekomstige generaties. Het wettelijke instrumentarium hiervoor is de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het planologisch instrumentarium.
2.3.10 Rotterdamse norm voor buitenspeelruimte Vastgesteld op 28 oktober 2009 door Burgermeester en Wethouders Op 28 oktober 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders de Rotterdamse norm voor buitenspeelruimte als vaste gedragslijn vastgesteld. Deze norm omschrijft waar en hoe groot ruimtes voor buitenspelen in de woon-omgeving dienen te zijn, zowel wat betreft locaties als stoepen, zodat kinderen en jongeren ruimte dichtbij huis hebben om te spelen en te sporten.
21
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving van het plangebied
Archeologie
Beleidskader Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke Erfgoedverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.
De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.
Bewoningsgeschiedenis Het plangebied maakte voorafgaand aan de moderne woningbouw deel uit van de jongere bedijkingen (na circa 1400), die tegen het oude land van Poortugaal en Hoogvliet aanliggen. In de noordoosthoek van het gebied bevindt zich een klein deel van de oude dijk van Hoogvliet uit circa 1295. Op en langs deze dijk vond vermoedelijk vanaf het tijdstip van aanleg, maar zeker vanaf de 14e eeuw, bewoning plaats. In het oosten raakt het plangebied de Welhoeksedijk, dit is de dijk van het rond 1180 ingedijkte land Welhoek. Over de bewoningsgeschiedenis van het plangebied in de prehistorie, de Romeinse tijd (begin jaartelling - 350 na Christus), de Vroege Middeleeuwen (350-1000) en Late Middeleeuwen A (1000-1250) is weinig bekend. Van het aangrenzende gebied rondom Poortugaal is daarentegen het nodige bekend. Talrijke vindplaatsen met bewoningssporen uit de IJzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling), de Romeinse tijd, Vroege en Late Middeleeuwen zijn hier onderzocht. Aangezien het plangebied een vergelijkbare bodemkundige gesteldheid heeft als het gebied rond Poortugaal mogen ook in het plangebied resten uit genoemde perioden verwacht worden.
Archeologische verwachting Gelet op de archeologische rijkdom en de vergelijkbare bodemkundige gesteldheid van het nabijgelegen Poortugaal is de archeologische potentie van het bestemmingsplangebied hoog. Een verhoogde kans op het aantreffen van archeologische relicten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt voor het tracé van de oude dijk van Hoogvliet in het noordoosten van het bestemmingsplangebied, middeleeuwse bewoningssporen zijn ook te verwachten ter weerszijden van de Welhoeksedijk. De meeste van de bewoningssporen zullen zich ter plaatse van de bebouwing bevinden, zoals die voor het eerst exact is weergegeven op de oudste kadastrale kaart van 1811-1832.
Aanbevelingen Waarde - Archeologie 1
22
Voor de locaties met bebouwing die op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn weergegeven (Waarde Archeologie 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld, ongeacht het verstoringsoppervlak van de ingreep.
Waarde - Archeologie 2 Voor het gebied ten noorden van de Venkelweg (Nieuw Engeland) en het gebied ten zuiden van de Groene Kruisweg (Meeuwenplaat en Zalmplaat)(Waarde - Archeologie 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 verkante meter. Waarde - Archeologie 3 Voor het gebied Westpunt (Waarde - Archeologie 3), geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 3,0 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 verkante meter. Waarde - Archeologie 4 Voor het gebied ten westen van de Herikweg - Venkelweg (Waarde - Archeologie 4), geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 4,0 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 vierkante meter. Waarde - Archeologie 5 Voor het binnen het plangebied gelegen water (Waarde - Archeologie 5), geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan de huidige onderwaterbodem en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 vierkante meter.
3.2
Cultuurhistorie
Stedenbouwkundige ontwikkeling
Situatie 16e eeuw Hoogvliet is gelegen op het westelijk deel van het eiland IJsselmonde. Dit eiland ligt ten zuidwesten van de stad Rotterdam en wordt aan de noordzijde begrensd door de Nieuwe Maas en ten westen door de river de Oude Maas. Tot aan het moment dat Hoogvliet halverwege de vorige eeuw veranderde in een Rotterdamse satellietstad met 35.000 inwoners was het niet meer dan eenvoudig dijkdorpje met een paar honderd inwoners. Hoogvliet maakte oorspronkelijk deel uit van een reeks dorpjes die op ruime afstand verspreid lagen op het eiland IJsselmonde en die alle in de vroege middeleeuwen gesticht werden door plaatselijke adellijke families. De structuur van deze dorpjes werd in hoofdzaak gedicteerd door de loop van de dijken. De aanleg van dijken was strikt noodzakelijk voor dit gebied, gezien de ligging ervan in de onstuimige Zuid-Hollandse delta. Dit was een grillig waterlandschap waarin grote en minder grote eilanden gelegen waren, alle ontstaan door eeuwenlange aanslibbingen en verzandingen. Door de directe verbinding met de zee waren overstromingen en vloeden tot ver in de 20e eeuw aan de orde an de dag. Deze dominantie van het water heeft de ontwikkeling van Hoogvliet maar ook de andere omliggende dorpjes in grote mate bepaald en geregeerd.
Situatie begin 20e eeuw Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw veranderde het dijkdorp als gevolg van de grootschalige havenontwikkelingen die verderop in Rotterdam gaande waren. Toen de noordelijke maasoever vrijwel volledig benut was met kleinschalige havens waagde Rotterdam de sprong naar de overkant van de Maas naar het eiland IJsselmonde. Dit gebied was vanwege de beperkte woningdichtheid aantrekkelijk voor de opslag van onder meer brandgevaarlijke producten. Het eiland Feijenoord werd na annexatie als
23
eerste ingericht voor onder meer de opslag en handel van petroleum, één van de meest winstgevende producten van Rotterdam. Door daar een petroleum-etablissement in te richten kozen veel (buitenlandse) bedrijven Rotterdam als vestigingsplaats. De komst van de Koninklijke Bataafsche Petroleum Maatschappij (het latere Shell) bevestigde de economische status van Rotterdam. Tussen 1887 en 1906 werden grootschalige havenprojecten als de Maashaven, Rijnhaven en Waalhaven aangelegd. Onder invloed van het Havenplan Pernis (1915) vond vervolgens een westwaartse koers plaats. Het plan bestond uit drie verschillende havens met verschillende functies die zich uitstrekten van de Waalhaven tot aan de Vondelingenplaat in het uiterste westen van het eiland IJsselmonde (ter hoogte van het dijkdorpje Hoogvliet). Het Havenplan Pernis werd deels uitgevoerd met slechts één petroleumhaven. Het leidde in 1933 wel tot de annexatie de gemeenten Pernis, Hoogvliet en delen van dijkdorpjes Rhoon en Poortugaal. De weilanden en akkers in deze dorpjes waren nodig om de tonnen baggerspecie die door de uitgraving van de petroleumhaven tevoorschijn kwamen te dumpen. Direct na de annexatie verhuisde de olieconcerns met hun installaties naar hiervoor ingerichte terreinen. Hiermee transformeerde het gehele gebied in een haven- en industriegebied ten behoeve van de petroleumindustrie.
In 1934 verhuisde het olieconcern de Koninklijke Bataafsche Petroleum Maatschappij (het latere Shell) samen met een aantal kleinere petrochemische bedrijven met haar installaties in westelijke richting naar de Vondelingenplaat, en richtte daar haar terrein voor de opslag en verwerking van petroleum langs de gloednieuwe haven in. Als gevolg hiervan was er een dringende eerste behoefte aan 2000 tot 4000 extra woningen in de nabijheid van de fabrieken. De BPM was met de voltooiing van de Eerste Petroleumhaven zelf al begonnen met het bouwen van enkele villa's ten westen van de oude dorpskern Hoogvliet, bestemd voor de directie van het bedrijf (Shelldorp). De opgave voor het creëren van een grotere hoeveelheid woningen in de nabijheid van de haven werd eerder al voorzien in het streekplan IJsselmonde (1938). In dit plan werden de eerste aanzetten gedaan tot het planmatig nadenken over het creëren van realistische woongelegenheden buiten de stad. De gemeente Rotterdam besefte dat er binnen enkele jaren een woongelegenheid gebouwd moest worden in die omgeving. Dit moest uiteindelijk leiden tot de bouw van een geheel nieuwe stad zodat niet alleen de havenarbeiders op de Vondelingenplaat gehuisvest konden worden maar ook de toekomstige havenarbeiders uit het Botlekgebied, een nieuw te ontwikkelen industriegebied ten westen van de Vondelingenplaat.
De voorkeur voor deze nieuwe woonnederzetting ging uit naar het middeleeuwse dijkdorpje Hoogvliet. Dit had een aantal redenen. Ten eerste omdat het in de directe omgeving van de industrie lag; de afstand per fiets naar het fabrieksterrein was slechts enkele kilometers. Ten tweede omdat er daar eind jaren '30 al een Shelldorp was gebouwd voor de directie van de Shell en er nog voldoende ruimte was om uit te breiden. En tenslotte omdat Hoogvliet al in 1933 volledig was geannexeerd door Rotterdam met als doel de twee petroleumhavens uit te kunnen graven.
na 1947 voor de ontwikkeling van de nieuwe satelietstad Hoogvliet is een serie ontwerpen gemaakt. De eerste studie werd in 1947 gemaakt door Lotte Stam Beese, een internationaal gerenommeerde stedenbouwkundige bij de Dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw. Zij was ook verantwoordelijk voor de stedenbouwkundige plannen die in de naoorlogse perioden in de Rotterdamse stadsdelen Zuidwijk en Pendrecht. Zij presenteerde een schetsontwerp voor een satellietstad met 60.000 inwoners. De stad had een ellipsvorm omdat het zich aanpaste aan de morfologische situatie van het dijkdorpje. Naast de lintstructuur vormde ook de getijdenrivier het uitgangspunt en langs deze rivier werd het centrum gesitueerd. Daaromheen waren wijken geprojecteerd die ontsloten werden door middel van ringwegennetwerk. Dit plan werd nooit uitgevoerd maar vormde een startpunt waarop de andere stedenbouwkundig ontwerpers van de Dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw in de periode 1947 tot en met 1952 op voortborduurden. Deze serie schetsen die volgden lieten zich kenmerken als een zoektocht naar een juiste vorm voor de satellietstad. In 1948-1949 maakte de stedenbouwer Charles een tweede ontwerp voor de satellietstad. Dit bestond in hoofdzaak uit drie forse wijken die rondom het centrum waren gelegd. En interne ringweg verbond de wijken onderling.
In 1951 werd slechts een deel van het plan uitgevoerd om direct tegemoet te komen aan het
24
woningtekort. Het ging hierbij om wijk A (later de wijk Nieuw Engeland) dat ten noorden van het latere centrum was gesitueerd en huisvesting bood aan 8000 á 9000 inwoners. In datzelfde jaar nog werd begonnen met de uitvoering. De eerste gebouwen in deze wijk, die in de volksmond werd aangeduid als de Oliebuurt, werden al in 1952 opgeleverd. Het ging hier om 928 portiekwoningen en 14 winkels. Later volgden nog eens 120 portiekwoningen. In 1953 werd een Plan in Hoofdzaak opgesteld dat in 1956 wettelijk werd aangenomen. In dit plan werd Hoogvliet omschreven als satellietstad voor 50.000 inwoners. Deze werden verdeeld over acht wijken die als een krans rondom het centrum waren gelegen. Brede groenstroken die tot diep in het centrum reikten zorgden onder andere voor de geleding van de hoofdstructuur. De centrumzone was meer opgerekt richting het oosten en werd gevouwen rondom de historische hoofddijk. Deze zou op termijn verdwijnen mocht het centrum meer ruimte nodig hebben. De Groene Kruisweg was uit het centrum verdwenen omdat deze als barrière werd gezien in de kern van de stad. Er werd een nieuwe weg geprojecteerd aan de noordzijde van Hoogvliet, parallel gelegen aan de Vondelingenweg. De satellietstad haakte met haar ringwegenstelsel bovendien in op de geprojecteerde zuidelijke Beneluxweg.