CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb002624] Bijlage 1 behorende bij 23bb002623 over ontwerpbestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest"

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 17 mei 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen34.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De getijdenrivier werd gedempt zodat de acht woongebieden volgens de voorgestelde structuur uitgevoerd konden worden. Nog voordat officieel werd aangenomen dat Hoogvliet de nieuwe satellietstad zou worden werd er al gebouwd aan de wijken op basis van de eerdere stedenbouwkundige ontwerpschets van Gorter uit 1952. De volgorde van uitvoering van de wijken werd bepaald door de beschikbaarheid van de bouwgrond. Verderop in het rapport volgt een overzicht van de verschillende deelplannen voor de wijken.

Centrum De vereenvoudiging gold in een later stadium ook voor de uitvoering van het centrum, dat werd uitgewerkt volgens het Plan in Hoofdzaak. Aanvankelijk ging men uit van een zeer omvangrijk centrum waarin alle voorzieningen die een zelfstandige stad van 50.000 inwoners nodig zou hebben waren ondergebracht, maar die ook de achterliggende regio bediende. naast een autovrije winkelpromenade bood het ruimte aan culturele voorzieningen als een schouwburg en museum en een stadion. De totale uitvoering van dit centrum zou echter vroegtijdig gestaakt worden vanwege de ontwikkeling van het nabijgelegen Spijkernisse met eigen centrumvoorzieningen. Midden jaren '70 was het westelijk deel van Hoogvliet bebouwd, maar stonden de afronding van de wijken Boomgaardshoek, Gadering en het centrum nog steeds op de Rotterdamse agenda. Inmiddels waren er nieuwe stedenbouwkundige inzichten, de verstedelijking had plaats gemaakt voor suburbanisatie. Men keerde zich af tegen modernistische woonvolumes en haar zakelijke indeling. Het resterende zuidelijke deel van het centrum werd omgevormd tot een woongebied met de naam Middengebied en werd volgebouwd met eengezinswoningen.

Door de keuze om het centrum om te vormen tot een woonwijk kwam de metro en het bijbehorende metrostation die beiden in 1974 gereedkwamen als onderdeel van een 9.3 kilometer lange uit Rotterdam-Zuid tussen twee woonwijken te liggen. De nog resterende historische dijkstructuur werd behouden. De Groene Kruisweg bleef liggen als belangrijkste regionale ontsluitingsader waardoor de woningen in het Middengebied. De historische dijkstructuur stopte abrupt bij de Groene Kruisweg. Voor Boomgaardshoek werd in 1972 een nieuw stedenbouwkundig plan ontworpen dat zich kenmerkte door kronkelige paden en woonervenstructuur, aansluitend op de toen heersende architectuur- en stedenbouwprincipes. Nog altijd onder invloed van de suburbanisatie werd in de jaren '90 de wijk Tussenwater gebouwd om de toenmalige vraag naar eengezinswoningen in het groen op te vangen. Het oude deelplan voor de wijk Gadering voldeed niet langer. De hoogbouwverkavelingen waren overbodig geworden en de stedenbouwkundige trends gingen uit van laagbouw-verkavelingen.

na 2012 Met de afronding van Tussenwater en de stedenbouwkundige bloemstructuur halverwege jaren '90 werd tegelijkertijd door de leidende woningcorporaties besloten om een deel van een deel van de woningen in de wijken Nieuw Engeland en Digna Johanna af te breken. Deze beslissing luidde een grootscheepse herstructureringsoperatie in voor Hoogvliet waarbij verouderde en leegstaande woningen werden

25

vervangen door nieuwbouw, hoofdzakelijk in laagbouwverkavelingen. De herstructureringsoperatie in Hoogvliet kwam rond 2008 tot een halt als gevolg van de economische crisis. Veel van de locaties waar in eerste instantie woningen voortvarend gesloopt werden langdurig leeg kwamen te liggen in afwachting van nieuwe bebouwing. Deze ontwikkeling is onder meer zichtbaar aan de lege vlekken op de kaart in de wijken in Nieuw Engeland, Oudeland en de noordelijke zone van Meeuwenplaat.

3.3

Stadsgezichten en Monumenten

Algemeen De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium - Erfgoedwet (2016) en Erigoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming “Waarde - Cultuurhistorie”.

Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de Monumentenverordening Rotterdam 2010. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Voor een Rijksmonument geldt dat het object ten minste vijftig jaar oud moet zijn. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning.

Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden van voor 1945. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen.

Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam twee wederopbouwaandachtsgebieden van nationaal belang. Verder heeft de gemeente in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen wettelijke bescherming.

Beeldbepalende objecten (BO) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument, maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn, zogenoemde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. Het plangebied Binnen het plangebied is geen beschermd stadsgezicht gelegen. Binnen het plangebied ligt het volgende gemeentelijke monument: »

de brugknechtenwoning aan de Groene Kruisweg 950 (1930)

26

In 2021 is door Crimson historians and urbanists de Cultuurhistorische Quickscan Hoogvliet opgesteld. Op basis van deze CV is de cultuurhistorische waarde van de volgende beeldbepalende panden in dit bestemmingsplan geborgd: » « » » » «

voormalig schoolgebouw aan de Digna Johannaweg 245 (1958) schoolgebouw aan het Berkelmanspad 1 (1958) Huize Siloam aan de Kruisnetlaan-Hoekwant (1969-1974) Deltakerk Nieuw-Engeland aan de Haifaweg 7 (1959) Directiewoningen Nieuw Engeland, Gaarde 1-37 en 6,8,10,12-14 Z 24-30 , Oude Wal 12-20 (1937) Videwoningen Zalmplaat aan de Kaar, Haaf en Vleugel en omgeving (1973)

Deze beeldbepalende panden en ensembles hebben de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie gekregen.

27

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Opzet van het plan

Het bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij de geldende bestemmingsplannen. Daar waar in het bestemmingsplan wordt gesproken over nieuwe ontwikkelingen zijn deze veelal overgenomen uit de geldende bestemmingsplannen "Hoogvliet Noordwest" en "Hoogvliet Maasranden". Bij het opstellen van dit nieuwe bestemmingsplan zijn wel de al toegestane, maar nog niet gerealiseerde, woningbouwmogelijkheden onderzocht op milieuaspecten. Tevens is een toets op concreetheid van de mogelijkheden in de bestaande bestemmingsplannen gedaan, om te bezien of de ontwikkeling nog steeds financieel haalbaar is. Enkele locaties zijn onderzocht ten behoeve van het bestemmingsplan, maar in de loop van het proces met een aparte procedure mogelijk gemaakt. Deze locaties worden in de volgende paragraaf ook beschreven.

4.2

Opnieuw opgenomen woningbouwmogelijkheden

Woningbouwlocaties rondom het Oedevlietsepark Het Oedevietsepark wordt begrensd door de Aveling, de Groene Kruisweg, de Oude Maas en de Baarsweg. De ontwikkeling van het Oedevlietsepark is reeds vastgelegd in het bestemmingsplan "Hoogvliet Maasranden" met de globale bestemming "Woondoeleinden 4" voor 810 woningen. De eerste drie fasen van het Oedevlietsepark zijn in de afgelopen periode gerealiseerd; Hofeiland, Noorderbaken en Oosterbaken. In het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" zijn deze reeds gerealiseerde woonbuurten conform de bestaande situatie bestemd. Ook de nog niet gerealiseerde woonwijken (Parkbuurt, Rietkamers, Dijkzone en Zuiderbaken) waren in het bestemmingsplan "Hoogvliet Maasranden" al globaal opgenomen met de bestemming "Woondoeleinden 4" (zie onderstaande figuur). Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dienen weliswaar mogelijke, maar nog niet gerealiseerde geluidsgevoelige ontwikkelingen, op milieuaspecten te worden onderzocht. Ten behoeve van het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" zijn deze ongerealiseerde locaties op milieuaspecten dus opnieuw onderzocht (zie hoofdstukken 5 en 6) en als zodanig opnieuw opgenomen in het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest". Rietkamer De locatie Rietkamers is nog niet uitgewerkt. Daarom wordt deze woningbouwlocatie opnieuw opgenomen met een globale woonbestemming.

Op deze locatie zijn maximaal 90 woningen toegestaan.

28

BBS

ĒtĩíM

'îWS5ľ1

- -Í

* «*

ZW4

ZW1 - Parkbuurt ZW2 - Rietkamers ZW3 - Dijkzone ZW4 - Zuiderbaken

4.3 Ontwikkelingen in het plangebied, die met een aparte ruimtelijke procedure zijn/worden gerealiseerd. Enkele ontwikkelingen zijn onvoldoende concreet om te worden meegenomen in dit bestemmingsplan. Voor deze ontwikkelingen zal in de komende tijd een aparte planprocedure worden gestart. Daarnaast zijn er ontwikkelingen, die in de tussentijd al zijn vergund. Deze ontwikkelingen worden als bestaande situatie in het bestemmingsplan opgenomen.

Oedevlietsepark

29

Voor omgevingsvergunningen voor de woonbuurten de Parkbuurt (ZW1), het Zuiderbaken (ZW3 - 37 woningen) en de Dijkzone (ZW4 - 30 woningen), waarvan enkele procedures of nog lopen of nog worden opgestart, zijn opnieuw opgenomen. Voor de Parkbuurt is de vergunning reeds verleend op basis van het bestemmingsplan "Hoogvliet Maasranden" en de Parkbuurt wordt als zodanig in het bestemmingsplan opgenomen. Ook voor het Zuiderbaken (ZW3 - 37 woningen) en de Dijkzone (ZW4 - 30 woningen) zijn inmiddels de omgevingsvergunningen verleend.

Posweg/Baarsweg Op deze locatie staat een schoolgebouw. Het schoolgebouw is niet meer in gebruik en wordt gesloopt ten behoeve van de herontwikkeling naar woningbouw voor 23 woningen. Hiervoor wordt een aparte projectbestemmingsplanprocedure gevolgd.

Haifaweg Op basis van het geldende bestemmingsplan "Hoogvliet Noordwest" is voor deze locatie een omgevingsvergunning voor 25 woningen verleend en deze situatie is opnieuw opgenomen in het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest".

Gebbeweg Deze gronden liggen braak en wachten op een herontwikkeling naar een woon/zorgcluster. De uitgangspunten van de herontwikkeling zijn in deze fase nog onvoldoende concreet. Daarom zal de herontwikkeling plaatsvinden met een aparte juridische procedure. In dit bestemmingsplan is ervoor gekozen om de gronden op te nemen conform de bestemming uit het bestemmingsplan "Maasranden".

De Waaier In het geldende bestemmingsplan "Hoogvliet Noordwest" zijn op deze locatie 40 laagbouwwoningen mogelijk en deze locatie is opnieuw opgenomen in dit bestemmingsplan. In het kader van het stedelijke programma "Tijdelijke woningbouw" zijn op deze locatie veertig tijdelijke woningen vergund passend in het bestemmingsplan "Hoogvliet Noordwest".

4.4

Juridische planbeschrijving

4.4.1

Wonen

De bestaande woningen hebben de bestemming Wonen gekregen. Het aantal bouwlagen dat is toegestaan is weergegeven op de verbeelding.

Werken aan huis In de Regels is, in alle artikelen die woningen toestaan, een regeling voor werken aan huis opgenomen. Deze regeling gaat uit van een zo groot mogelijke flexibiliteit in toegestane bedrijfsactiviteiten, mits de omgeving geen gevaar loopt en geen onevenredige hinder ondervindt van de activteit. De bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in alle woningen, ongeacht het type woning of het gebied waar de woning staat. De belangrijkste voorwaarden zijn dat maximaal 30o7o van de woning voor beroeps-Zbedrijfsactiviteiten mag worden gebruikt en dat de woning er aan de buitenkant als woning uit blijft zien. Reclame-uitingen aan de buitenzijde van de woning zijn niet toegestaan. Verder worden detailhandelsactiviteiten en bedrijfsmatige reparatie en onderhoud aan motorvoertuigen nadrukkelijk uitgesloten.

Uitbreidingsmogelijkheden van de woning met dakkapel of dakopbouw In het kader van de afstemming tussen de ruimtelijke kwaliteit en de gebruikerswensen, ten aanzien van dakopbouwen en dakkapellen bij laagbouwwoningen is een aantal uitbreidingsmogelijkheden opgenomen. Deze uitbreidingsmogelijkheden komen overeen met het vorige bestemmingsplan en staan weergegeven op onderstaande figuur. De regels voor de verschillende uitbreidingsmogelijkheden staan opgenomen in 31.2.2 Bebouwingsnormen

uitbreidingsmogelijkheid 1:

30

op de verbeelding is met een aanduiding 'sba-1' opgenomen dat een woning mag worden voorzien van een extra bouwlaag, mits de bovenste laag wordt uitgevoerd als een dakopbouw, welke tenminste 2 meter is teruggelegd ten opzichte van de voorgevel;

uitbreidingsmogelijkheid 2 op de verbeelding is met een aanduiding 'sba-2' opgenomen dat een woning mag worden voorzien van een extra bouwlaag, mits bovenste laag wordt uitgevoerd als een dakopbouw, welke tenminste 2 meter is teruggelegd ten opzichte van de voor- of achtergevel;

uitbreidingsmogelijkheid 3 op de verbeelding is met een aanduiding 'sba-3' opgenomen dat een woning mag worden voorzien van een extra bouwlaag, mits de bovenste laag wordt uitgevoerd als een langskap. Op deze gebouwen is op het voordakvlak een dakkapel toegelaten, mits niet breder dan 2/3 van de breedte van de woning. Er is slechts één dakkapel. Een dakkapel dient tenminste 0,75 meter afstand aan te houden tot de rand van het dak, dan wel tot de grens van een aangrenzende woning;

uitbreidingsmogelijkheid 4 op de verbeelding is met een aanduiding 'sba-4' opgenomen dat een woning mag worden voorzien van een extra bouwlaag, mits deze bovenste laag wordt uitgevoerd zoals gevisualiseerd in de tabel “uitbreidingsmogelijkheden t.a.v. dakopbouw en dakkapel” op de plankaart. Op het achterdakvlak van de woningen is een dakkapel toegestaan, niet breder dan 2/3 van de breedte van het dakvlak en tenminste 0,75 meter uit de zijgevel, met een maximum toegestane hoogte van 2/3 van de hoogte van de kap (doch niet hoger dan 1,5 meter). Niet meer dan één dakkapel is toegestaan op het achterdakvlak;

uitbreidingsmogelijkheid 5 op de verbeelding is met een aanduiding 'sba-5' opgenomen dat een woning mag worden voorzien van een extra bouwlaag, mits de bovenste laag wordt uitgevoerd als een langskap. Op deze gebouwen is op het voordakvlak een dakkapel toegelaten, mits niet breder dan 2/3 van de breedte van de woning. Er is slechts één dakkapel toegestaan. Een dakkapel dient tenminste 0,75 meter afstand aan te houden tot de rand van het dak, dan wel tot de grens van een aangrenzende woning;

uitbreidingsmogelijkheid 6 op de verbeelding is met een aanduiding 'sba-6' opgenomen dat een woning mag worden voorzien van een extra bouwlaag, mits deze bovenste laag wordt uitgevoerd zoals gevisualiseerd op onderstaande figuur;

uitbreidingsmogelijkheid 7 op de verbeelding is met een aanduiding 'sba-7' opgenomen dat een woning mag worden voorzien van een extra bouwlaag, mits deze bovenste laag mits deze tenminste 1,5 meter is teruggelegd en opzichte van zowel de voorgevel als de achtergevel.

31

Wonen specifieke bouwaanduiding - 1. maximum aantal bouwlagen 2

W. [sba-1]. 2

Wonen specifieke bouwaanduiding - 2 maximum aanlal bouwlagen 2

Wonen, specifieke bouwaanduiding - 3. maximum aantal bouwlagen 2

Wonen, specifieke bouwaanduiding - 4. maximum aantal bouwlagen 1

Wonen, specifieke bouwaanduiding - 5. maximum aantal bouwlagen 1

Wonen plal dak maximum aantal bouwlagen 2

Wonen, specifieke bouwaanduiding - 6. maximum aantal bouwlagen 2

Wonen, specifieke bouwaanduiding - 7. maximum aantal bouwlagen 2

Figuur: de zwartgekleurde delen (dakopbouwen en dakkappelen) zijn de uitbreidingsmogelijkheden ten opzichte van de bestaande situatie.

Wonen - 1 De gronden, waar nog geen woningen zijn gerealiseerd hebben de bestemming Wonen - 1 gekregen. Op de verbeelding is het maximum aantal woningen aangegeven. Omdat de realisatie nog niet concreet is wordt in deze bestemming ook de bij de functie behorende voorzieningen, zoals tuin en ontsluitingsweg, mogelijk gemaakt. Parkeergarages, zowel bovengronds als ondergronds, zijn toegestaan op de gronden aangegeven op de verbeelding met dien verstande dat wanneer een parkeergarage bovengronds wordt gerealiseerd deze niet meer dan één bouwlaag mag tellen.

4.4.2

Gemengd

Een aantal panden binnen het plangebied hebben een gemengde bestemming gekregen. Er is onderscheid gemaakt in de bestemmingen Gemengd - 1, 2, en 3. Gemengd - 1 staat diverse functies, zoals bedrijven (t/m categorie 2) en maatschappelijke voorzieningen, op de begane grond toe. Op de verdiepingen geldt wonen. Detailhandel in de winkelconcentraties Lengweg en In de Fuik is aangeduid op de verbeelding, waarbij in de planregels een maximum verkoopvloeroppervlak is opgenomen. Binnen deze bestemming is horeca alleen toegestaan op de adressen Aveling 237, In de Fuik 52, Slaghaam 281 en 283 en Kruisnetlaan 329 en op de verbeelding met een aanduiding "horeca" opgenomen. Gemengd - 2 is bestemd voor de Campus Hoogvliet, waarbinnen een mix aan functies is toegestaan. Het merendeel betreft het maatschappelijke voorzieningen met daarnaast kleine kantoren, bedrijven, woningen en horeca. Voor deze functies is een maximum oppervlakte per functie opgenomen Gemengd - 3 is bestemd voor winkelcentrum Oude Wal. Op de begane grond zijn de functies detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, bedrijven (t/m categorie 2) en horeca toegestaan. Voor deze functies is een maximum oppervlakte per functie opgenomen. Op de verdiepingen is de woonfunctie toegestaan.

32

4.4.3

Groen

Structurele groengebieden zijn bestemd als Groen. Binnen deze bestemming zijn ook voet- en fietspaden en speeltoestellen toegestaan. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen, watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming).-

4.4.4

Sport

De bestaande buitensportcomplexen hebben de bestemming Sport - Sport- en speelterrein gekregen. De bij een sportcomplex behorende voorzieningen en gebouwen, zoals kleedkamers, tribunes, lichtmasten zijn binnen deze bestemming toegestaan. De manege heeft de bestemming Sport - Manege gekregen. De tot een manege behorende bebouwing is tot een oppervlakte van 5.000 m2 toegestaan. Tevens is een dienstwoning toegestaan binnen de aanduiding "bedrijfswoning".

4.4.5

Recreatie

Een groot deel van de Groene Gordel heeft de bestemming Recreatie gekregen. In het park ligt een horecagelegenheid. Verder is bebouwing toegestaan, zoals aangegeven op de verbeelding, of met een bebouwingspercentage. Verder zijn bij recreatieve voorzieningen behorende bouwwerken, zoals speeltoestellen e.d. toegestaan binnen deze bestemming. Scouting en speeltuinverenigingen behoren ook tot deze bestemming. Toegestane bebouwing is met een bebouwingspercentage opgenomen op de verbeelding. De jachthaven heeft de bestemming Recreatie - Jacht- en passantenhaven gekregen. De bij een jachthaven behorende voorzieningen en gebouwen, zoals onderhoudsloods, clubgebouw, botenhuis, botenhelling en aanlegsteigers zijn in deze bestemming toegestaan.

4.4.6

Horeca

Horeca definitie en afbakening In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken.

Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel.

Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven,

33

instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0. Basis vrijstelling Geopend tussen 07:00 en 22:00 uur; alleen achtergrondmuziek aanbieden; alleen een gevelzitplaats (max. 1m uit de gevel over de breedte van de gevel) exploiteren; geen kansspelen, seks- en/of drugsgerelateerde activi­ teiten aanbieden en/of gelegenheid bieden tot het roken met gebruik van een waterpijp; de horeca-activiteiten passen binnen de bestemming van het object*-; de openbare inrichting niet vergunningplichtig is op grond van de Drank- en Horecawet.

Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk. Vrijstelling met horecabestemming * *

Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur; een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel;

*

alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horecawetvergunning.

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten: muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.) Vrijstelling voor bijzondere objecten S instellingen Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur; een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horecawetvergunningř.

Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. In die gevallen is dus altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren.

Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een

34

exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten.

Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie).

Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z'n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd.

Horeca Op de verbeelding zijn de bestaande horecavestigingen aangeduid met de aanduiding "horeca". Afhaalzaken behoren tot de bestemming "detailhandel".

Terrassen Binnen de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" zijn tevens ongebouwde terrassen toegestaan aangrenzend aan bestemmingen die horeca toelaten.

4.4.7

Maatschappelijke voorzieningen

Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening verstaan. Deze voorzieningen kunnen wel of niet geluidsgevoelig zijn volgens de Wet geluidhinder. Geluidsgevoelige voorzieningen zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, terwijl buurthuizen of kerkgebouwen niet geluidsgevoelig zijn.

Maatschappelijk -1 In dit bestemmingsplan zijn in de bestemming "Maatschappelijk - 1" zowel geluidsgevoelige als niet geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Dit betekent dat een functie die past in deze definitie zonder planwijziging vervangen kan worden door een andere functie binnen deze definitie. Op de uitzondering dat voor enkele locaties de aanduiding "-zw" is opgenomen. Deze aanduiding duidt erop dat ter plekke van deze aanduiding de huidige geluidsgevoelige maatschappelijke bestemming niet zonder procedure is om te zetten in zorgwoningen. Een Zorgwoning is een woning of wooneenheid, die bestemd is voor verzorgd wonen, die niet va de reguliere woningdistributie beschikbaar komt, maar waarvan minimaal een van de bewoners vanwege de beperkte zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning- op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem- is geïndiceerd voor zorg, waarbij die zorg beschikbaar is in de directe nabijheid van de woning en welke zorg door minimaal een van de bewoners ook daadwerkelijk wordt afgenomen. Kenmerken zijn gemeenschappelijke ruimten voor de bewoners om bijvoorbeeld te eten/drinken en aan de woning gekoppelde 24 uurs-zorg.

35

Maatschappelijk - 2 In de bestemming "Maatschappelijk - 2" zijn alleen de niet geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan.

4.4.8

Natuur

Een gedeelte van het plangebied grenst aan de Oude Maas. De Oude Maas behoort tot het NNN-netwerk. Dit gebied heeft de bestemming "Natuur"' gekregen.

4.4.9

Leidingen

In het plangebied is een planologisch relevante hogedruk aardgastransportleiding gelegen. Deze leiding is met een zone van 4 meter aan weerszijden van de hartlijn aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan en bestemd met een dubbelbestemming "Leiding - Gas". Het bestemmingsplan gebruikt ter bescherming van deze leiding een aanlegvergunningstelsel. In de regels is aangegeven welke werkzaamheden verboden zijn. Ook is aangegeven voor welke werkzaamheden een vergunning verleend kan worden na een positief advies van de leidingbeheerder. Tevens ligt in het plangebied een drinkwatertransportleiding, die de dubbelbestemming "Leiding - Water" heeft gekregen en bedoeld is voor ondergrondse drinkwatertransportleidingen, alsmede voor de hierbij behorende bovengrondse voorzieningen. Verder ligt in het plangebied een warmtetransportleiding, die de dubbelbestemming Leiding - Warmte gekregen. Deze bestemming is bestemd voor ondergrondse warmtetransportleidingen, inclusief de bijbehorende voorzieningen alsmede voor de hierbij behorende belemmeringenstroken. Ten slotte ligt in het plangebied nog een hoogspanningsleiding, die de dubbelbestemming "Leiding Hoogspanningsverbinding" heeft gekregen en bedoeld is voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen, inclusief de bijbehorende voorzieningen, alsmede de bijbehorende belemmeringenstroken

4.4.10

Parkeerregeling

Dynamische verwijzing In december 2021 is het parkeerbeleid Rotterdam vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 1 januari 2022 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan in artikel 50.1 een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenoemde dynamische verwijzing. Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze.

Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning.

Beleidsregeling De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022” is via de volgende link te raadplegen:

36

https Y/lokaleregelgevi ng. overheid.nl/CVDR671029/1 De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is.

4.4.11

Uitbreiding/bebouwing op het achtererfgebied

Op 1 november 2014 is Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bijlage II Bor) gewijzigd. In dit besluit is onder meer het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied geregeld. De wijziging van 1 november 2014 heeft ertoe geleid dat het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied (op grond van artikel 2 van Bijlage II Bor) is verruimd ten opzichte van de oude regeling. Dat betekent dat er bij een woning of ander hoofdgebouw meer aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen vergunningvrij mogen worden gebouwd dan voorheen het geval was. De verruiming is mede het gevolg van een andere benadering voor het berekenen van de oppervlakte van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het vergunningvrije bouwen moet in samenhang gezien worden met de regels in het bestemmingsplan. Dat leidt ertoe dat het bestemmingsplan in beginsel geen invoed heeft op het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken op grond van artikel 2 Bijlage II Bor. Het bestemmingsplan kan alleen maar regelen wat er méér is toegestaan dan wat de regeling uit artikel 2 toelaat. Hoeveel er op grond van de nieuwe regeling aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken mag worden opgericht, is afhankelijk van de oppervlakte van het bebouwingsgebied. Het bebouwingsgebied maakt onderdeel uit van het achtererfgebied.

Hoe groter het bebouwingsgebied, hoe groter de oppervlakte aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het komt erop neer dat maximaal 150 m2 aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken kan worden gebouwd. Dat is het geval bij grote percelen. Bij een doorsnee perceel zal deze oppervlakte veel beperkter zijn. In het voorliggende bestemmingsplan is ervoor gekozen om een regeling voor het bouwen van aan- en uitbouwen en [bijgebouwen] op te nemen.

4.4.12 Verkeers- en verblijfsgebied De hoofdwegen in het plangebied hebben de bestemming Verkeer - Wegverkeer gekregen. Deze bestemming is bedoeld voor verkeerswegen met de bijbehorende bruggen, viaducten en parkeerplaatsen. En daarnaast natuurlijk ook voor wandel- en fietspaden en gebouwtjes en bouwwerken ten behoeve van deze functies. Binnen deze bestemming zijn doorgaans de 50-km/u wegen opgenomen. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is opgenomen voor de ontsluitingswegen met de bijbehorende trottoirs. En daarnaast voor pleinen, snippergroen, speeltoestellen en dergelijke. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen en watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming).

4.4.13 Voorzieningen van openbaar nut Deze bestemming is toegekend aan gebouwen ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening (trafohuizen). Kleine bouwwerken van openbaar nut zijn niet bestemd en kunnen in principe overal worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om gebouwtjes met een inhoud van minder dan 80 m3. In dit bestemmingsplan is een aantal voorzieningen van openbaar nut als Bedrijf - Nutsvoorziening bestemd.

37

4.4.14 Woonwagencentrum In het bestemmingsplan "Hoogvliet Maasranden" was het woonwagencentrum aan de Rietvoornstraat bestemd als "Wonen - Woonwagencentrum". In dit bestemmingsplan hebben deze gronden opnieuw deze bestemming gekregen. Het woonwagencentrum biedt ruimte aan dertien woonwagenstandplaatsen. In de bestemming Wonen - Woonwagenstandplaats zijn tevens bepalingen ten aanzien van minimale afstanden en andere bouwbepalingen e.d. opgenomen.

4.4.15 Waarde - Cultuurhistorie Cultuurhistorisch beeldbepalende panden krijgen naast hun hoofdbestemming (bijvoorbeeld de bestemming "Wonen"), de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie gekregen. Deze dubbelbestemming werpt een drempel op tegen sloop. Mogelijke toekomstige sloopplannen voor de cultuurhistorische waardevolle bebouwing zijn dan in principe niet mogelijk. Het gemeentebestuur kan echter wel een sloopvergunning verlenen indien maatschappelijke, technische dan wel economische overwegingen zwaarwegend genoeg zijn om een uitzondering te maken. Daarbij moet een nieuw bouwplan voldoende rekening houden met de cultuurhistorische waarden van de omgeving.

38

Hoofdstuk 5

Water

5.1

Beleidskader

5.1.1

Rijksbeleid

In 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Nationaal Waterplan (2016-2021) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Voor bouwen en aanleggen in het rivierbed (het buitendijks gebied) van de grote rivieren is, op grond van de Waterwet en het bijbehorende Waterbesluit, een vergunning nodig van Rijkswaterstaat. Nieuwe (bouw)werken in het rivierbed mogen geen afbreuk doen aan de waterhuishoudkundige functie van de river. In het Waterbesluit zijn een aantal (vooral stedelijke) gebieden aangewezen waarop de vergunningplicht niet van toepassing is aangezien die gebieden rivierkundig van minder belang zijn. Het buitendijks gebied van "Hoogvliet Zuidwest" behoort tot het gebied waar geen vergunning van Rijkswaterstaat is vereist. Buitendijks gebied kan bij hoog water overstromen. Eigenaren in het buitendijks gebied zijn zelf aansprakelijk voor schade door hoog water en zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om zich tegen potentiële schade te beschermen.

De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid in openbaar gebied. Bij bestaande situaties kan de gemeente bijdragen aan een goede veiligheidssituatie door het opstellen van evacuatieplannen, bij nieuwe situaties kan dit ook door het opnemen van bepalingen in het ruimtelijk plan.

5.1.2

Provinciaal beleid

Het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 (11 november 2009 vastgesteld door Provinciale Staten van Zuid-Holland) bevat de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid voor deze periode. Het plan komt in plaats van het waterbeleid zoals is vastgelegd in het beleidsplan Groen, Water en Milieu (2006). Het provinciaal waterplan vervangt tevens het Grondwaterplan 2007-2013 en beschrijft dus ook het strategische grondwaterbeleid voor Zuid-Holland. De provinciale rol in het waterveld spitst zich toe op kaderstelling en toezicht. Normen voor regionale keringen in het plangebied zijn vastgelegd in de waterverordening van de Provincie.

5.1.3

Regionaal beleid

De gemeenteraad van Rotterdam heeft op 18 september 2007 het Waterplan2 Rotterdam vastgesteld. Het Waterplan 2 is een gezamenlijk en integraal product van alle waterbeheerders in de regio. In het Waterplan 2 staat in hoofdlijnen beschreven hoe de gemeente Rotterdam en de waterschappen de komende tijd willen omgaan met het water in de stad. Hierbij wordt met name gekeken naar drie cruciale ontwikkelingen: » » »

Een hogere waterstand door de stijging van de zeespiegel. In buitendijkse gebieden ontstaan risico's op overstromingen. Versterking van waterkeringen is onvermijdelijk; Wateroverlast door toenemende neerslag. Door klimaatsverandering kan er in korte tijd veel neerslag vallen. Om dat water te verwerken is opvang en berging nodig; Strengere eisen aan de kwaliteit van het water. Rotterdam wil een aantrekkelijke waterstad zijn, met schoon, helder en plantrijk water. De stad moet bovendien voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Er worden voor alle wateren in de stad kwaliteitsbeelden opgesteld volgens die eisen.

Het Waterplan 2 biedt tevens een perspectief voor Rotterdam als waterstad in 2030. De gemeente en de andere waterbeheerders hebben op 5 juni 2013 de herijking van het Waterplan 2 vastgesteld. Dit betreft een herijking van de realisatiestrategie en de introductie van een nieuw uitvoeringsprogramma

39

2013-2018.

ĵ Ptangrens BP Hoogvliet ZW | Wateropgave

Figuur: Wateropgave, afkomstig uit herijking Waterplan 2

Er is in het kader van het deelgemeentelijk Waterplan overeengekomen dat 2,48 ha in Maasranden zal worden gerealiseerd. In het bestemmingsplan wordt de aanleg van dit water mogelijk gemaakt. Het nieuwe water zal na aanleg onderdeel uitmaken \an het bestaande oppervlaktewater.

5.2

Samenwerking met de waterbeheerder

De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets en de waterparagraaf. Conform de Watertoets heeft de gemeente in algemene zin overleg gevoerd met de waterbeheerder Hollandse Delta. De gemeente Rotterdam (Stadsbeheer, afdeling Water) is de rioolbeheerder. Op basis van de Keur verlenen het waterschap vergunningen voor werken op, in en rond watergangen en waterkeringen en voor werken die de waterhuishouding beïnvloeden.

5.3

Huidige watersysteem

5.3.1

Oppervlaktewater

Het plangebied "Hoogvliet Zuidwest" ligt geheel binnen het beheergebied van Waterschap Hollandse Delta en omvat het grootste deel van de vroegere polders Zalmplaat, Meeuwenplaat, Meeuwenpolder, Elderspolder, Digna Johannapolder en Polder Nieuw Engeland. Binnen het plangebied liggen meerdere peilgebieden. Het meeste oppervlaktewater komt dit peilgebied binnen via enkele inlaten in de Haven van Poortugaal. Het water is afkomstig uit de Oude Maas. Het water stroomt via de hoofdwatergang langs de Aveling in noordwestelijke richting door het plangebied. Door gemaal Voorweg in het Bonairepark wordt het water via een persleiding uit het plangebied terug in de Oude Maas gepompt.

40

5.3.2

Grondwater

Voor grondwater liggen er een aantal peilbuizen in het plangebied. Deze peilbuizen meten de ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en het grondwaterpeil). Uit de peilbuizen blijkt dat de kleinste ontwateringsdiepte in het plangebied 56 centimeter is. Een afstand tussen maaiveld en grondwaterpeil van meer dan 80 centimeter betekent dat (de kans op) grondwateroverlast beperkt zal blijven. Aangezien de ontwateringsdiepte niet overal in het plangebied groter is dan 80 centimeter zal grondwateroverlast in het plangebied kunnen optreden. Delen van het plangebied liggen op dit moment beneden uitgiftepeil. Bij herontwikkeling moeten deze delen weer op uitgiftepeil gebracht worden zodat weer voldaan kan worden aan de vereiste ontwateringsdiepte. Voor zover bekend staan in de wijk geen huizen met houten paalfunderingen, Grondwateronderlast en paalrot zijn in dit plangebied geen aandachtspunten

5.3.3

Waterkering

De ligging van de waterkeringen die het gebied beschermen is in onderstaande figuur weergegeven

ļĵ PBfigw" Eŕ

hi 7*i

“ Ptrane tsiing ----

Ftaļjkillid* 1 r iilj cvcrqi p i*H3 fcaŕTUWli ■tfartīlitįg

twKhctmmgmivir tfaíeiřmj įu een n eitřcrrn nņ iľ m* lllllsniĵ į^iļypjiittj

Aan de noordzijde vormt een klein stukje van de primaire waterkering de begrenzing van het plangebied. De beschermingszones vallen geheel binnen de parkenzone van het Bonairepark en het Ruigeplaatbos. Ook de beschermingszones van de primaire waterkering aan de westzijde van het plangebied ligt in een parkenzone; Ruigeplaatbos en Visserijgriend. Deze (primaire en/of secundaire) waterkeringen en de beschermingszones aan weerszijden daarvan hebben de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" gekregen.

41

5.3.4

Riolering

Het plangebied ligt grotendeels binnen rioleringsdistrict 22 (Meeuwenplaat). De woonwijk Nieuw Engeland ligt in riooldistrict 21 (Oudeland). Het rioolwater uit district 22 wordt door het districtsgemaal Holwinde naar district 21 gepompt vanwaar het via een persleiding naar de RWZI-HoogViet (Venkelweg) wordt gepompt alwaar het, na zuivering, in de Oude Maas wordt geloosd. In het plangebied ligt overwegend een gemengd stelsel, wat betekent dat het huishoudelijk afvalwater gezamenlijk met het hemelwater wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuivering. In de woonwijken Nieuw Engeland, Meeuwenplaat (noordoosthoek en Oedevlietsepark) en Zalmplaat liggen ook enkele regenwaterstelsels. Deze liggen naast het de gemengde riolering en komen uit op het oppervlaktewater. Binnen het plangebied zijn in totaal 6 vuilwateroverstorten en 5 regenwateruitlaten aanwezig.

5.4

De wateropgave

5.4.1

Oppervlaktewater

Er is geen nieuw oppervlaktewater voorzien. De aanleg van eventuele watercompensatie is wel mogelijk binnen bijvoorbeeld de bestemming "Groen". Het plangebied heeft geen wateropgave. Ten opzichte van de huidig feitelijke situatie, waarbij alle ontwikkellocaties al jaren onbebouwd zijn, maakt het plan een toename van verhard oppervlak mogelijk, maar planologisch bestonden deze locaties al in het vorige bestemmingsplan.

5.4.2

Grondwater

In de door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn geen nieuwe ondergrondse objecten voorzien. Bebouwing van de ontwikkellocaties kan tot daling van de grondwaterstand leiden ten opzichte van de huidige situatie. Bebouwing was in de oude bestemmingsplannen ook al mogelijk en eerder ook aanwezig. Dit is daarom niet een door het nieuwe bestemmingsplan veroorzaakt effect. Bij werkzaamheden in de buitenruimte moet het maaiveld teruggebracht worden op uitgiftepeil.

5.4.3

Waterkering en waterveiligheid

Waterveiligheid binnendijks Het binnendijkse deel van het plangebied ligt binnen de primaire waterkeringen. De kans op overstromen van de waterkering is vastgesteld op 1 : 3000. Daarbij kan een waterdiepte kan ontstaan van 1,5 tot 5 meter. Evacuatie in geval van een overstroming is noodzakelijk. Door het bestemmingsplan worden in de zones van de primaire waterkeringen geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen invloed op het binnendijkse veiligheidsrisico. Door de toegenomen economische waarde in het plangebied zal een eventuele overstroming wel tot grotere schade leiden. Ter verkleining van de kans op slachtoffers is het raadzaam bij de inrichting te voorzien in verticale evacuatiemogelijkheden.

Waterveiligheid buitendijks Op het buitendijkse deel van het plangebied is het bergend regime van de Beleidsregel grote rivieren van toepassing. Bestaande bebouwing in het buitendijkse gebied voor zover ouder dan bouwjaar 1997 mag met maximaal 100Zo van de oppervlakte worden vergroot. Door het bestemmingsplan worden in dit deel van het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

5.4.4

Riolering

Afvalwater Door de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen kunnen het aantal woningen met minimaal 481 afnemen ten opzichte van de oude bestemmingsplannen. Daarnaast vervalt op locaties ZW5 en ZW6 de bestemming "Maatschappelijk". Een afname van leidt tot een afname van de afvalwaterbelasting. In dat geval zal er geen toename zijn van de belasting door huishoudelijk afvalwater van het nu aanwezige rioolstelsel.

42

Hemelwater Voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het scheiden van schoon en vuil water verplicht, de gemeente Rotterdam eist daarbij het verwerken van hemelwater op het eigen terrein. Als uitgangspunt geldt hierbij het bergen van 50 mm. Dit leidt tot vermindering van vuilwateroverstorten, wat de waterkwaliteit ten goede komt, en zorgt ervoor dat er minder water wordt afgevoerd naar de AWZI. Na bergen op eigen terrein zal het water alsnog vertraagd afgevoerd moeten worden. Voor de ontwikkelingen in het plangebied kan dat bijvoorbeeld door te kiezen voor infiltratie of het laten afstromen van regenwater naar oppervlaktewater in de directe omgeving. Voor de materiaalkeuze van de bebouwing en buitenruimte gelden randvoorwaarden, aangezien verontreiniging van afstromend hemelwater voorkomen moet worden. Uitloogbare materialen vormen een belasting voor de waterkwaliteit, deze zijn niet onvoorwaardelijk toepasbaar. Verder stimuleert de gemeente toepassing van groene daken. Groene daken houden hemelwater tijdelijk vast en verminderen en vertragen de afvoer ervan. Groene daken worden echter niet meegeteld als compensatie voor de verharding.

Opstellen rioolplan Voor het bepalen van de afvoer van afval- en hemelwater dient een rioolplan te worden opgesteld. Geadvseerd wordt om hiervoor tijdig een overleg te organiseren tussen de ontwikkelende partijen, de waterbeheerder en de rioolbeheerder.

43

Hoofdstuk 6 6.1

Milieu

Inleiding

Rotterdam is een compacte stad. Compact bouwen biedt aan de ene kant grote voordelen voor milieu en duurzaamheid op een hoger schaalniveau (minder mobiliteit, minder aantasting van natuurlijk en landelijk gebied). Aan de andere kant kan door compact bouwen de milieubelasting in de stad toenemen. Dit wordt de paradox van de compacte stad genoemd. Rotterdam moet bovenal een leefbare stad zijn. Een woonomgeving met weinig milieuhinder is één van de aspecten die de leefkwaliteit bepalen naast bijvoorbeeld voorzieningen, bereikbaarheid, kwaliteit van de publieke ruimte en sociale veiligheid. Het milieubeleid in Rotterdam is erop gericht om ondanks de verdichting en intensivering van de stad toch de milieubelasting terug te dringen en de leefkwaliteit te verbeteren. In het bestemmingsplan moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging worden gemaakt van de wijze waarop milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen ten opzichte van elkaar moeten worden gesitueerd. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied, de opgave en eventuele wettelijke eisen. De gemeente Rotterdam is verplicht om bij de voorbereiding van het bestemmingsplan te onderzoeken welke (milieu)waarden bij het plan in het geding zijn en wat de gevolgen van het plan zijn voor deze waarden. Voor de meeste milieuthema's is er landelijk milieuwetgeving aanwezig.

Een voorbeeld hiervan is de Wet geluidhinder. Daarnaast is er voor sommige milieuthema's Rotterdams beleid aanwezig. De voor dit plan relevante thema's worden hieronder verder uitgewerkt.

6.2

Milieu effectrapportage

Het instrument milieueffectrapportage wordt gebruikt om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De basis hiervan ligt in de EU richtlijn m.e.r.. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Daarbij geldt een bandbreedte. Bovendien dienen bij de afweging ook nog andere factoren te worden betrokken en dient nagegaan te worden of er belangrijke nadelige gevolgen te verwachten zijn op natuurgebieden.

6.2.1

Plangebied

Als ontwikkeling maakt het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" de functie wonen mogelijk op locaties met woonbestemmingen.

Oedevlietsepark In het Oedevlietsepark was het met de bestemming "Woondoeleinden" uit "Hoogvliet Maasranden" mogelijk om 1.100 woningen te realiseren. Inmiddels zijn daarvan circa 500 woningen gerealiseerd op de locaties Hofeiland, Noorderbaken en Oosterbaken. Het resterende aantal van 600 woningen wordt in het nieuwe bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" gereduceerd tot 219 woningen voor de locaties Parkbuurt, Rietkamers, Zuiderbaken en Dijkzone. Deze nog niet gerealiseerde bestemmingen "Woondoeleinden" uit het geldende bestemmingsplan "Hoogvliet Maasranden" wordt in het nieuwe bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" overgenomen en is dus in bestemmingsplantechnische zin geen nieuwe ontwikkeling.

Beoordeling m.e.r.-(beoordelings)plicht Om te bepalen of het bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, is het programma getoetst aan de Nederlandse en Europese wetgeving. De bovengenoemde ontwikkeling moet worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals omschreven in het Besluit m.e.r. kolom 1, opgenomen in het

44

onderdeel D 11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. En als een ontwikkeling zoals omschreven in het besluit m.e.r. kolom 1, opgenomen in onderdeel D 11.3: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. Er dient zowel een plan m.e.r.-beoordelingsbesluit als een project m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden. Als uitgangspunt geldt dat alleen een milieueffectrapportage (MER) hoeft te worden opgesteld indien het bevoegd gezag (in dit verband het college van B&W) van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activteit voor het milieu kan hebben. Bij de plan/projectm.e.r.-beoordeling voor dit bestemmingsplan dienen de ontwikkelingen die in dit plan worden mogelijk gemaakt, te worden beschouwd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de drie criteria die zijn opgenomen in bijlage III van de EU-richtlijn milieubeoordeling projecten. Het college van B&W neemt, tegelijk met het besluit tot terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, een plan/projectm.e.r.-beoordelingsbesluit. De strekking van dit besluit is dat er, gezien de plan/projectm.e.r.-beoordeling (zie hieronder), vanwege het bestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden verwacht.

Daarom heeft het college besloten dat er voor dit bestemmingsplan geen milieueffectrapport zal worden opgesteld. Het plan/project m.e.r.-beoordelingsbesluit ligt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan "Hoogvliet Zuidwest" als afzonderlijk besluit ter inzage, en is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd.

Planm. e.r.-b eoordeling Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is deze planm.e.r.-beoordeling noodzakelijk, volgens artikel 3, lid 2, onder a, van de SMB-richtlijn, omdat het bestemmingsplan met de heroverweging van de globale woonbestemmingen, een kader vormt voor een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D 11.2 behorende bij het Besluit m.e.r.

Projectm. e. r. -b eoordeling Daarnaast is een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk volgens artikel 2, lid 5, onder b, van het Besluit m.e.r., omdat de omvang van 309 woningen onder de drempelwaarde van 2.000 woningen ligt.

Conclusie Het college van B&W is bevoegd gezag in het kader van de Wet ruimtelijke ordening en daarmee bevoegd het m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Het college van B&W heeft besloten dat geen MER hoeft te worden opgesteld, omdat er geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten zijn voor het milieu.

45

6.3

Milieuzonering

Bij goede ruimtelijke ordening hoort het voorkomen van voorzienbare hinder door bedrijven en andere activiteiten. Hiervoor bestaan voor nieuwe situaties geen wettelijke normen. In het Rotterdamse beleid voor milieuzonering wordt gebruik gemaakt van indicatieve gebiedstypen en een bedrijvenlijst die is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering). De VNG-uitgave geeft informatie over milieuhinder van vrijwel alle bedrijfstypen en andere activiteiten. Hierin zijn voor de milieuaspecten geur, stof (luchtkwaliteit), geluid en gevaar indicatieve afstanden bepaald. De aard van de hinder is bepalend voor de vraag in hoeverre tussen een belastende en een gevoelige functie verweving mogelijk is, dan wel ruimtelijke scheiding noodzakelijk is. De VNG-uitgave bevat een tabel met de indicatieve afstanden. Hiermee kan de vraag worden beantwoord welke afstand aanvaardbaar is tussen een nieuw bedrijf en woningen en tussen nieuwe woningen en bedrijven, of welke bedrijven aanvaardbaar zijn in een gebied met functiemenging. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stadscentra, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones langs stedelijke wegen, woongebieden met kleinschalige en ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden nabij industrieterreinen. In deze gebieden is een combinatie van wonen en werken vaak mogelijk.

Vaak aanpandig, bij lichte bedrijvigheid, of naast elkaar, bij de iets zwaardere bedrijven en met aandacht voor de ontsluiting bij bedrijven met een verkeersaantrekkende werking. De gemeente Rotterdam bestemt in haar bestemmingsplannen de functies zoals agrarische doeleinden, kantoren, detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen, sport of recreatie als zodanig en niet als bedrijfsbestemming. In de bijgevoegde bedrijvenlijst zijn deze bestemmingen dan ook niet opgenomen. Voor het inpassen van die functies wordt echter wel gebruik gemaakt van de VNG-uitgave.

6.3.1

Plangebied

Het plangebied van dit bestemmingsplan is volgens de Rotterdamse systematiek aangeduid als woongebied. Dit houdt in dat binnen het plangebied bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 zijn toegestaan. In de bestemming “Gemengd” zijn bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 mogelijk gemaakt. In de bestemmingen “Bedrijven” en “Gemengd 1, 2 en 3” zijn bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 mogelijk gemaakt. De mogelijkheden om in het plangebied bedrijven te vestigen zijn in verwachting van de bedrijvenlijst, conform het milieuzoneringsbeleid van de gemeente Rotterdam.

Overige activiteiten in of nabij het plangebied In en nabij het plangebied zijn er diverse activteiten die van invloed zijn op het plangebied in verband met geluid (wegverkeer over de A15, railverkeer van de Havenspoorlijn, industrieterrein Botlek Z Pernis, industrieterrein Vulcaanhaven Z Vettenoord Z Wilhelminahaven Z ‘t Scheur) en met externe veiligheid (transport van gevaarlijke stoffen over de A15 en de Oude Maas, ondergronds transport van gevaarlijke stoffen door de 14 leidingen in de Nationale Leidingstraat, de AKZO chloorleiding, Shell Nederland Raffinaderij op Vondelingenplaat en Shell Nederland Chemie op Vondelingenplaat). De invloed van de activiteiten komt aan de orde bij de paragrafen over geluid en externe veiligheid. De overige activiteiten in of nabij het plangebied zijn niet belemmerend voor (nieuwe ontwikkelingen binnen) dit bestemmingsplan, anders dan die reeds in het bestemmingsplan zijn genoemd, en Z of waarmee reeds rekening is gehouden.

6.3.2

Conclusie

In het plangebied en de omgeving daarvan zijn geen bedrijfsactiviteiten en andere activiteiten aanwezig die gezien de indicatieve afstanden voor milieuhinder van invloed zijn op de locaties waar woningen kunnen worden gerealiseerd. Zodat de ontwikkeling van woningen niet door milieuzonering in de weg wordt gestaan.

46

6.4

Geluid

Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De basis voor het beoordelen van geluid is de Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet. In deze wetten liggen normen vast voor geluid afkomstig van de industrie, weg-en spoorwegverkeer en luchtvaartverkeer. Volgens de Wet ruimtelijke ordening dient in het kader van goede ruimtelijke ordening sprake te zijn van een goede leefkwaliteit, of leefomgevingskwaliteit. Deze begrippen zijn niet duidelijk omlijnd en kennen vele invalshoeken. Met betrekking tot geluid betekent het echter dat niet alleen gekeken wordt naar de geluidsbronnen genoemd in de Wet geluidhinder, maar ook naar niet wettelijke geluidsbronnen zoals scheepvaart, tramverkeer, 30 km/uur wegen, parkeervoorzieningen. Hierbij wordt het geluidsniveau in beeld gebracht. In de Wet geluidhinder staan de geluidsgevoelige bestemmingen genoemd waarvoor maximaal toelaatbare geluidsbelastingen gelden maar ook hier geldt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening gekeken moet worden naar bestemmingen, die in de Wet geluidshinder niet als geluidsgevoelig zijn aangemerkt, maar dit wel kunnen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d6fb0956-cd45-42b5-8089-f76719b1ee19