[23bb002614] Bijlage behorende bij 23bb002613 over Rapport Gelijke Kansen op toegang tot onderwijs
Tekst van het document
Besturen stellen immers de kaders en kunnen scholen opdrachten geven die als effect kunnen hebben dat concurrentie wordt aangewakkerd of juist niet. Enkele directeuren wijzen daarnaast op een knelpunt bij scholen die in de buurt staan van scholen met een wachtlijst. Kinderen die zijn uitgeloot, worden veelal opgenomen door andere scholen in de buurt die nog ruimte hebben. Maar wanneer er op de school met de wachtlijst een plaats vrijkomt, dan worden ouders daarover gebeld en kiezen ouders er soms voor om hun kinderen (soms ook midden in een schooljaar) plotseling van de buurtschool te halen. Een gesprek over of dat goed is voor het kind, wordt dan meestal niet echt gevoerd, volgens de respondenten. Ouders spelen ook een rol bij de door de directeuren genoemde knelpunten (bijvoorbeeld omdat zij hun kind bij meerdere scholen aanmelden). Maar voor een structurele oplossing ervan moeten scholen samenwerken en afspraken maken.
Aanmelden van zij-instromers Veel scholen maken bij zij-instroom van leerlingen een onderscheid tussen ouders uit de eigen buurt of wijk die van school willen wisselen en ouders die verhuisd zijn en daarom een nieuwe school zoeken. Bij beide groepen gaat het er volgens de directeuren om, goed zicht te krijgen op de ondersteuningsbehoeften van het kind. Dat gebeurt in gesprekken met de ouders en de andere school. Bij kinderen die na een verhuizing in de buurt komen wonen, gaat dat in het algemeen goed. Bij kinderen uit de eigen buurt is dat complexer. Directeuren geven aan dat het vaak moeizamer is om het ‘eerlijke en hele verhaal’ boven tafel te krijgen
49
van ouders en van de school waarop het kind zit. Verkrijgen van juiste en volledige informatie is een volgens veel respondenten een knelpunt. Veel directeuren zijn daarbij ook alert op ouders die relatief snel van school lijken te willen wisselen (door sommige directeuren ‘hoppers’ of ‘shoppers’ genoemd). Zij wijzen er dan op dat een overstap in het belang van het kind moet zijn. Directeuren willen daarom dat de ouders eerst in gesprek gaan met de school waar het kind zit. Vervolgens hebben zij zelf contact met die school en/of is er contact tussen de interne begeleiders van beide scholen. Het aanmelden van zij-instromers wordt vaker in overleg van directeuren in een buurt of wijk besproken dan aanmeldingen voor groep 1. Maar regelmatig vertellen directeuren dat sommige scholen in de buurt weinig bereid zijn zij-instromers met extra ondersteuningsbehoeften op te nemen. Zij zouden graag gezamenlijk overleg zien over wie het beste een kind met bepaalde ondersteuningsbehoeften kan opnemen. Het Rotterdamse samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs biedt daarvoor een mogelijkheid, namelijk het plaatsingsoverleg (veelal voor leerlingen waar geen plaatsing voor is). maar als scholen daar niet aan meedoen, of zeggen geen plek te hebben, dan houdt het daar volgens de respondenten meestal op. Hier speelt ook weer het eerdergenoemde dilemma van concurrentie en samenwerking.
De bereidheid om bepaalde kinderen op te nemen wisselt, zeker wanneer het gaat om kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Aan de ene kant zijn er signalen dat sommige scholen veel zorgleerlingen opnemen en andere scholen dat niet of nauwelijks doen (waarbij sommige geïnterviewden de indruk hebben dat die laatste scholen ‘zich er gemakkelijk vanaf maken’). Dat hoorden we in de interviews met directeuren en dat werd herkend door de beleidsadviseur leerplicht van de gemeente Rotterdam die ook geïnterviewd is voor dit onderzoek. Aan de andere kant geven veel directeuren aan dat zij niet helemaal zeker zijn over de zorgplicht, vooral als het gaat om zij-instromers: Wanneer begint die zorgplicht en wat houdt die wel en niet in? Maakt het uit of je als school mondeling of schriftelijk contact hebt met ouders? Dat vinden directeuren ingewikkeld. Ook in verband met een gelijk speelveld voor ouders is het belangrijk dat directeuren een scherp en juist beeld hebben wat de zorglicht precies inhoudt en waar die begint of eindigt. Dat geldt natuurlijk ook voor de schoolbesturen, die eindverantwoordelijk zijn.
Overige punten rond aanmelden De opvattingen van directeuren over wat eerlijk en transparant aanmeldbeleid is, tonen veel overeenkomsten. Zij vinden het belangrijk dat de spelregels helder en bekend zijn bij ouders, dat ouders bij wachtlijsten inzicht hebben in hoe daar eerlijk mee wordt omgegaan en dat alle ouders evenveel kans hebben om hun kind op de school van hun voorkeur geplaatst te krijgen. 50
De respondenten noemen een aantal zaken die eerlijk en transparant aanmeldbeleid belemmeren, zoals hoge ouderbijdragen, aanmelden vóór het derde jaar en onduidelijkheid over het hanteren van (de volgorde op) wachtlijsten. Die belemmeringen wegnemen vormt al een belangrijke stap op weg naar een gelijker speelveld. Bij het werken aan dat speelveld noemen de ondervraagde directeuren regelmatig ook dat de gemeente daar een rol in kan spelen, als neutrale partij die niet in een positie van concurrentie zit. De respondenten is tijdens de interviews ook een casus voorgelegd uit een andere stad, waarin een ouder met een migratieachtergrond niet welkom was op een school en werd doorverwezen naar een andere school. Deze casus riep veel reacties op waarin de grote betrokkenheid bij kinderen en bij het thema gelijke kansen doorklonk. Alle directeuren zien de casus als voorbeeld van hoe je níet met ouders wilt omgaan. Zij zouden dit zelf niet zo doen, geven zij aan. Maar ze kennen vaak wel verhalen over andere scholen die dat wel doen. Dan worden gelijke kansen aan kinderen ontnomen, volgens de respondenten.
Analysekader De praktijk van het proces van aanmelden blijkt complexer en gevarieerder dan het formele beleid, zo laten de interviews met de directeuren zien. Vanuit de drie punten van het analysekader is het beeld op basis van de interviews met directeuren als volgt: Het eerste punt, de wettelijke bepaling dat aanmelding pas mag vanaf de derde verjaardag, wordt op de scholen van een aantal geïnterviewde directeuren niet nageleefd. Daarbij komen ook vormen van vooraanmelding voor, waarna kinderen automatisch worden geplaatst wanneer ze drie jaar zijn (het tweede punt). Op zes van de 19 geselecteerde scholen wordt het eerste of tweede punt niet nageleefd. Het derde punt, over tijdige en transparante communicatie over voorrangsregels bij meer aanmeldingen dan beschikbare plekken, wordt ook niet op alle betrokken scholen nageleefd, blijkt uit de interviews. Eén school zet bijvoorbeeld niet op de website dat er een wachtlijst is. De interviews met de directeuren geven nadere inkleuring aan het begrip ‘gelijk speelveld’. Door de aandacht voor knelpunten en dilemma’s uit de praktijk, komen meer aspecten naar voren dan bij de analyse van het formele beleid.
Individuele directeuren doen vaak hun best om binnen hun mogelijkheden bij te dragen aan een gelijk speelveld voor ouders, maar alleen alle scholen samen kunnen ervoor zorgen dat dit speelveld er in een buurt, wijk of stad ook echt is. Afgaande op de interviews met de directeuren over de praktijk van het proces van aanmelden, is de conclusie dat er onvoldoende sprake is van een gelijk speelveld voor ouders in de zes geselecteerde wijken van het Rotterdamse basisonderwijs. Verderop in dit hoofdstuk (par. 5.4) gaan we in op de vraag wat dit voor heel Rotterdam betekent.
51
Ouders Aanmelden voor groep 1 De geïnterviewde ouders geven vaak aan dat zij duidelijkheid missen over de aanmeldprocedures van basisscholen. Dit is hun belangrijkste knelpunt. Het lijkt, volgens de ouders, alsof iedere school eigen beleid voert (en dat is in feite ook zo voor zover schoolbesturen dat aan hun scholen overlaten). Dat werkt verwarrend en vergt dat ouders zich goed informeren en alert zijn, zoals op hoe scholen omgaan met de aanmeldleeftijd. Ouders die in actie komen nadat ze de brief over aanmelden van de gemeente hebben ontvangen, zijn bijvoorbeeld veelal te laat voor de populaire scholen, omdat die zich niet altijd aan de aanmeldleeftijd van drie jaar houden (zo blijkt ook uit de documentanalyse). Onduidelijkheid over procedures en leeftijden levert stress op voor ouders en leidt er ook toe dat sommige groepen ouders zich op meerdere scholen inschrijven. Dit draagt ook bij aan kansenongelijkheid, aldus de geïnterviewde ouders. Zij noemen als oplossingen voor dit knelpunt dat de procedures altijd duidelijk en eerlijk zouden moeten zijn, dat het beleid op alle scholen hetzelfde wordt, en dat ouders tijdiger over de procedures geïnformeerd worden door scholen en gemeente. Uit de interviews wordt duidelijk dat een rondleiding met een gesprek op bijna alle scholen de eerste stap is in het aanmeldproces. De geïnterviewde ouders vinden dat heel fijn.
Zij kunnen dan de sfeer op de school ervaren en voelen of ze welkom zijn. Ervaren zegt zoveel meer dan teksten op een website, geven veel respondenten aan. Enkele ouders noemen ook het belang van de klik met de directeur – soms is die zo goed dat ouders gelijk weten dat ze hun kind op een school willen doen. Sommige scholen stimuleren ouders op meerdere scholen te gaan kijken. Eén school raadde ouders juist af om bij een andere school te gaan kijken. De redenen om voor een school te kiezen, blijken voor veel ouders hetzelfde (vgl. Tudjman en anderen, 2019). Behalve nabijheid van de school noemen alle ouders ook dat ze een gemengde school willen voor hun kind. Vaak wordt ‘gemengde school’ omschreven als een school die een afspiegeling is van de wijk (in termen van opleidingsniveau, migratieachtergrond, sociaaleconomische status – kenmerken die overigens overlappen). Dat vinden ouders belangrijk, zowel voor hun kind als voor de samenleving. Zij vinden het van belang om verder te kijken dan ‘je eigen veilige bubbel’ en in Rotterdam kun je ‘een mooie doorsnee van de maatschappij ervaren’. Ouders constateren soms wel dat die afspiegeling op de school van hun kinderen er niet of onvoldoende is. Ouders ervaren regelmatig dilemma’s bij de schoolkeuze wanneer er geen gemengde school aanwezig is (in de wijk).
Sommige ouders kiezen dan voor een school waar meer kinderen met een migratieachtergrond zitten maar die geen wachtlijst heeft, ook om bij te dragen aan het meer gemengd maken van de populatie. Voor één vader was dat een school met een ouderinitiatief, één moeder startte zelf zo’n initiatief op een school in haar buurt. Andere 52
ouders kiezen dan toch voor een niet gemengde school met minder kinderen met een migratie-achtergrond en een wachtlijst, bijvoorbeeld vanwege de citoscores. Het is voor ouders zoeken naar een goede balans. Merk daarbij op dat een aantal ouders bij ‘gemengd’ vooral kijkt naar migratie-achtergrond. De vraag naar gemengde scholen van ouders en de aansluiting daarop van het aanbod van scholen (en besturen) is een knelpunt voor ouders. Als je dat knelpunt wilt verkleinen, dan zul je het moeten aanpakken.
Aanmelden van zij-instromers Enkele van de geïnterviewde ouders zijn zij-instromers. Sommigen woonden eerst in het buitenland. Een andere ouder wilde van school wisselen nadat deze zich niet serieus genomen voelde toen haar kind werd gepest. Al deze ouders waren blij met de ontvangst op de school, bijvoorbeeld over het feit dat de rondleiding op een voor hen geschikt moment kon plaatsvinden of dat de school meedacht over wat te doen in hun situatie. Alle geïnterviewde ouders, ook degenen die niet zelf van school zijn gewisseld, nemen aan dat het toelaten ongeveer hetzelfde gaat als bij kinderen voor groep 1.
Overige punten rond aanmelden Over wat eerlijk en transparant aanmeldbeleid inhoudt, denken de geïnterviewde ouders grotendeels hetzelfde: Het gaat om heldere en tijdige informatie, ook over de aanmeldleeftijd, en om duidelijkheid over het afhandelen van wachtlijsten. Dat zien zij als voorwaarden voor gelijke kansen op plaatsing op de school van voorkeur. Hoge ouderbijdragen belemmeren die gelijke kansen, vinden de respondenten. Voor een meer gelijk speelveld kijken ouders niet alleen naar de rol van de scholen en schoolbesturen, maar benoemen ze ook vaak de rol van de gemeente hierin. Eén ouder noemt daarbij de rol van de gemeente bij onderwijshuisvesting. Meerdere ouders noemen de rol van de gemeente rond nieuwbouwprojecten, waarvan de consequenties voor scholen groot kunnen zijn als het gaat om leerlingaantallen of samenstelling van de leerlingpopulatie. Een aantal ouders wil tenslotte dat de gemeente iets doet aan transparantie rond de wachtlijsten. De ervaringen die in de casus uit een andere stad worden beschreven en aan de ouders zijn voorgelegd, zijn direct herkenbaar voor zeker twee geïnterviewde ouders: zij hebben dit ook meegemaakt tijdens hun zoektocht naar een school voor hun kinderen. Alle ouders denken dat zoiets op de school waar hun kinderen nu zitten niet voorkomt.
Maar alle ouders kennen, vaak van dichtbij, ook persoonlijke verhalen van andere ouders over afwimpelen of weigeren zonder reden, ‘adviezen’ om toch elders de kijken op basis van vage criteria, of van ouders die erachter kwamen dat iemand anders voorgelaten werd terwijl zij hoger op de wachtlijst stonden. Of dat er geen plek is als de ene ouder belt, maar wel voor een andere ouder die dit navraagt. Niet zelden gaan die verhalen, net als de voorgelegde casus, over 53
ouders met een (niet-westerse) migratieachtergrond; enkele ouders noemen dat discriminatie.
Analysekader Ook de interviews met ouders laten zien dat de praktijk van het proces van aanmelden complexer en gevarieerder is dan het formele beleid. De ervaringen van ouders voegen een dimensie toe aan het verhaal over aanmelden in Rotterdam. Voor een deel noemen zij dezelfde knelpunten als de directeuren, maar vanuit de invalshoek van de ouders zien die er net weer anders uit. Bijvoorbeeld als het gaat om de noodzaak van heldere informatie over spelregels en communicatie over wachtlijsten. Daarnaast noemen ouders nieuwe knelpunten, zoals de gebrekkige aansluiting van het scholenaanbod op de vraag naar gemengde scholen. Ouders ervaren tenslotte andere dilemma’s rond aanmelden dan directeuren. Bij hun schoolkeuze maken ouders een afweging. Vaak willen geïnterviewde ouders een (met mate) gemengde school en alle ouders willen een school waar hun kind welkom is en waar naar hun inschatting het beste wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van hun kind. Die afweging is niet altijd makkelijk, vooral niet wanneer heldere informatie ontbreekt over wat een school te bieden heeft.
Vanuit de drie punten van het analysekader, komt uit de interviews met ouders het volgende beeld naar voren: Over de wettelijke bepaling dat aanmelding pas mag vanaf de dag dat een kind drie jaar wordt (het eerste punt), signaleren ook de ouders dat die op een aantal scholen niet wordt nageleefd. Dat merken zij vooral aan vormen van vooraanmelding, waarna kinderen automatisch worden geplaatst wanneer ze drie jaar zijn (het tweede punt). En bovenal aan de onduidelijkheid rond het toepassen van voorrangsregels (het derde punt) – die regels zijn voor ouders niet transparant en worden niet goed gecommuniceerd. Ook vanuit de interviews met de ouders over de praktijk van het proces van aanmelden is de conclusie daarom dat er onvoldoende sprake is van een gelijk speelveld voor ouders in (de zes geselecteerde wijken van) het Rotterdamse basisonderwijs.
5.4 Samenvattende conclusie en discussie De deelconclusies bij het formele beleid en bij de praktijk zoals directeuren en ouders die ervaren, wijzen in dit onderzoek allemaal dezelfde kant op: er is in het Rotterdamse basisonderwijs onvoldoende of geen sprake van een gelijk speelveld voor ouders die een basisschool kiezen. Waar het gaat om het formele beleid, zoals dat blijkt uit de websites van alle scholen, is er geen sprake van een gelijk speelveld. Waar het gaat om de praktijk op scholen, zoals die blijkt interviews met 54
directeuren en ouders op de (19) geselecteerde scholen, is er onvoldoende sprake van een gelijk speelveld.
Dat oordeel lichten we toe en daarbij gaan we ook in op de vraag of de conclusie voor heel Rotterdam kan gelden of niet. Bij het deelonderzoek naar de websites van alle basisscholen van Rotterdam behoeft het eigenlijk geen betoog dat de conclusie voor heel Rotterdam geldt. Onze conclusie dat er afgaande op alle websites in het beleid ‘geen’ sprake is van een gelijk speelveld kunnen we als volgt toelichten. Een gelijk speelveld heeft vooral te maken met transparantie van spelregels en met het overtreden van de wettelijke spelregel van aanmelden bij drie jaar. Wanneer de spelregels niet helder zijn, kan een speelveld niet voor alle spelers gelijk zijn. Met andere woorden: transparante spelregels zijn een voorwaarde voor een gelijk speelveld. En de analyse van alle websites laat duidelijk zien dat aan die voorwaarde nu niet wordt voldaan. Hoe zit dat bij het deel van het onderzoek dat zich richtte op de praktijk bij een selectie van 19 scholen in zes wijken en hun schoolbesturen? Daar is de situatie meer complex en het oordeel meer genuanceerd, want de zes wijken zijn geselecteerd op de mate van segregatie op basis van de achterstandsscore van de scholen, waarin onder meer het opleidingsniveau van ouders is meegenomen.
Mag je op basis daarvan een conclusie trekken over heel Rotterdam? Een eerste antwoord is dat dat mag, want als er in de zes geselecteerde wijken geen sprake is van een gelijk speelveld, dan is er ook in Rotterdam als geheel geen gelijk speelveld. Een beroemde analogie is hier dat als je één zwarte zwaan ziet, je zeker weet dat niet alle zwanen wit zijn. Maar omdat er zes wijken onderzocht zijn, kun je over andere wijken geen goed onderbouwde uitspraken doen en daarom willen we ook zoeken naar een tweede antwoord op de vraag of je conclusies mag trekken over heel Rotterdam. Voor dat antwoord kijken we naar wat aannemelijk is. Als de spelregels op de websites van alle scholen niet transparant zijn, dan kan het aanmeldbeleid in de praktijk moeilijk wél transparant zijn, dat is althans niet aannemelijk. Om iets van die aannemelijkheid mee te nemen, hebben we gekozen voor de kwalificatie dat er in de praktijk ‘onvoldoende’ sprake is van een gelijk speelveld in het Rotterdamse basisonderwijs. Het oordeel over beleid en praktijk van aanmelden laat onverlet dat individuele scholen of besturen hun best kunnen doen om binnen hun mogelijkheden bij te dragen aan het gelijke speelveld voor ouders. Maar alle scholen samen zorgen ervoor dat er in een buurt, wijk en stad al of niet sprake is van een gelijk speelveld. Daarom is een gelijk speelveld ook een gezamenlijke opdracht.
55
Discussie: kansengelijkheid en segregatie De onderzoeksvraag in dit onderzoek gaat over een gelijk speelveld en over gelijke kansen om als ouder je kind op de school van je voorkeur geplaatst te krijgen. De gemeente wil kansengelijkheid bevorderen én streven naar vermindering van de onderwijssegregatie. Veel respondenten stemmen daarmee in. Een aantal geïnterviewde directeuren noemt de wens dat hun school een afspiegeling is van de buurt. Een aantal ouders geeft aan hun kind graag naar een gemengde school te willen brengen, waarbij ‘gemengd’ overigens op verschillende manieren ingevuld lijkt te worden (niet alleen naar opleidingsniveau maar vaak ook naar migratie-achtergrond). Vaak gaat men er impliciet vanuit dat een gelijk speelveld in het onderwijs per definitie kansengelijkheid bevordert én segregatie tegengaat. Maar bij nadere beschouwing van die vooronderstelling blijkt dat er hier geen sprake is van automatismen. Het klopt dat een gelijk speelveld voor ouders inhoudt dat alle ouders evenveel kans hebben hun kind op de school van hun voorkeur geplaatst te krijgen. Maar het klopt niet dat daardoor als vanzelf ook de segregatie wordt aangepakt of substantieel vermindert. Wanneer dat het doel is, moeten extra maatregelen genomen worden die zich daar specifiek op richten.
Zoals in het Rotterdamse voorbeeld van loting waarbij het opleidingsniveau van ouders een rol speelt (in plaats van jongens/meisjes). Dat is een belangrijk punt wanneer onderwijsinstellingen (besturen, directeuren, leerkrachten), gemeente en ouders in Rotterdam zich samen gaan inzetten voor een gelijk speelveld.
56
6 Aanbeveling Wanneer de conclusie van het onderzoek is, dat er onvoldoende of geen sprake is van een gelijk speelveld voor ouders bij het aanmelden, toelaten, inschrijven en plaatsen van hun kind voor het Rotterdamse basisonderwijs (hoofdstuk 5), dan is de vraag hoe dat gelijke speelveld er kan komen. Welke maatregelen dragen daartoe bij en welke actoren kunnen daarbij een rol spelen? In de interviews doen directeuren en ouders daarvoor suggesties, die veelal aansluiten op de knelpunten en dilemma’s die zij noemen. Andere aanknopingspunten zijn de ervaringen van andere gemeenten met verschillende maatregelen en de onderzoeksliteratuur. Die bronnen heeft het Kenniscentrum Gemengde Scholen benut om in dit hoofdstuk aanbevelingen voor Rotterdam te formuleren. De aanbevelingen zijn algemeen geformuleerd, ook omdat een gelijk speelveld een gezamenlijke opdracht is. Tegelijkertijd hebben individuele schoolbesturen en scholen uiteraard niet allemaal dezelfde beginsituatie en kunnen zij op maat gebruik maken van de aanbevelingen. Een gelijk speelveld is niet alleen een gezamenlijke opdracht, het is ook een complexe opdracht. Daarom is er niet één gemakkelijke ‘oplossing’, maar is het zaak om een mix van maatregelen te kiezen, te zorgen dat die elkaar versterken en in samenhang zorgvuldig worden uitgevoerd, gemonitord en geëvalueerd.
Beleid kan de kaders en voorwaarden scheppen voor het zoveel mogelijk realiseren van een gelijk speelveld in de praktijk. De aanbevelingen richten zich op schoolbesturen, scholen en de gemeente. Ze kunnen opgepakt en uitgewerkt worden samen met anderen, zoals schoolteams, ouders, het samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs, de gemeenteraad en de gemeentelijke kinderombudsman.
1.
Zorg dat de websites van alle basisscholen juiste, heldere en transparante informatie bevatten over het proces van aanmelden, toelaten, inschrijven en plaatsen
Zorg dat die informatie in voor ouders goed te begrijpen taal is geformuleerd en gemakkelijk op de website van de school is te vinden. Gebruik bij die informatie de aandachtspunten uit (hoofdstuk 2 van) het onderzoek, zoals de wettelijke aanmeldleeftijd, of er een wachtlijst is en wat de voorrangscriteria zijn, de schoolgids met relevante informatie, de onderzoekstermijn en de correcte terminologie. Hanteer naast de aandachtspunten uit hoofdstuk 2 ook de stappen in het aanmeldproces voor het structureren van de informatie, zodat het voor ouders ook gemakkelijker wordt om informatie over scholen te vergelijken. 57
Gebruik ook de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs (PO Raad, 2020), met name de delen over toegankelijkheid en transparantie..
2.
Ga als eindverantwoordelijk schoolbestuur na in hoeverre (aanvullend) beleid geformuleerd kan worden dat de scholen heldere kaders biedt voor het gehele aanmeldproces
Besteed daarbij ook aandacht aan de aansluiting van voorschoolse opvang op het basisonderwijs en aan het toelaten van kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Informeer de scholen van het bestuur over deze beleidskaders en bespreek daarbij hoe je als schoolbestuur je eindverantwoordelijkheid wilt waarmaken. Zorg dat informatie over dat beleid voor ouders gemakkelijk op de website van het bestuur is te vinden en in goed te begrijpen taal is geformuleerd. Zorg ook dat consequent de juiste terminologie wordt gebruikt (aanmelden, toelaten, inschrijven en plaatsen). Gebruik ook hier de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs (PO Raad, 2020), met name de delen over toegankelijkheid, kansengelijkheid en transparantie.
3.
Communiceer als schoolbesturen en scholen behalve via websites ook langs veel andere communicatiekanalen over het aanmeldproces, doe de voorlichting tijdig en zorgvuldig, en stem die af met de gemeente.
Denk bij kanalen voor voorlichting ook aan social media en filmpjes, aan sleutelpersonen in de wijk en aan vindplaatsen van ouders van jonge kinderen zoals kindcentra, peuterspeelzalen, consultatiebureaus en dergelijke. Gebruik ook hier de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs (PO Raad, 2020), met name de delen over transparantie.
4.
Bespreek als schoolbesturen met elkaar wat het betekent dat een gelijk speelveld voor ouders een gezamenlijke opdracht is en betrek de gemeente daarbij; maak daarvoor een meerjarenplan.
Schoolbesturen en gemeente hebben de wettelijke opdracht om op overeenstemming gericht overleg te voeren, onder meer over (procedures voor) aanmelding en toelating (Wet Primair Onderwijs, art. 167a). Bespreek in dat overleg, dat in Rotterdam met name in de Sectorkamer PO plaatsvindt, welke mogelijkheden er zijn om de gezamenlijke opdracht voor een gelijk speelveld vorm te geven. Dat is een stap verder dan wanneer individuele scholen
58
of besturen beleid formuleren en goed op de website zetten; en het vraagt ook om een bespreking van het dilemma of je als besturen en scholen samenwerkt of concurreert. Maak daarbij gebruik van (de aanbevelingen uit) het recente rapport van de inspectie over de invulling van de Lokale Educatieve Agenda bij het bestrijden van onderwijsachterstanden en het voorkomen van segregatie (Inspectie, 2022). Gebruik ook hier de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs (PO Raad, 2020), met name de delen over samenwerken en gezamenlijke verantwoordelijkheden. Denk bij de mogelijkheden voor het scheppen van een gelijk speelveld aan: - Gezamenlijk aanmeldbeleid. Zowel directeuren als ouders pleiten in het onderzoek voor eenzelfde, transparante aanpak op alle scholen, in de hele stad. Daar zijn in andere steden twee verschillende opties van uitgeprobeerd. De eerste optie is werken met cirkels van scholen die op buurtniveau rond de aanmeldingen afstemmen, zoals in Haarlem gebeurt en eerder in Amsterdam is gedaan. De tweede optie is een stadsbreed, gezamenlijk aanmeldbeleid, waarmee in steden als Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Nijmegen ervaring is opgedaan. Wanneer schoolbesturen en gemeente het aanmeldbeleid gezamenlijk inrichten, dan kan ook voorkomen worden dat ouders zich op twee scholen tegelijk inschrijven.
Ook wordt dan een einde gemaakt aan onhelderheid over het eerlijk afwerken van wachtlijsten. - Een klachtenregeling. Dat is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van schoolbesturen. In aanvulling daarop is in Utrecht onder meer een gemeentelijke ombudsfunctie in het leven geroepen; Rotterdam kent al een kinderombudsman. In Rotterdam zijn in dit onderzoek geen klachten gerapporteerd bij de onderzochte schoolbesturen en scholen, maar het is mogelijk dat die niet zijn ingediend omdat ouders niet op de hoogte waren van de mogelijkheid daartoe. - Overleg tussen scholen in een buurt of wijk over het opvangen van zorgleerlingen, zodat elke school een ‘fair share’ van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften opneemt (rekening houdend met het ondersteuningsprofiel) en zich houdt aan de zorgplicht. In beginsel is het samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs daarvoor de aangewezen plek, maar uit het onderzoek komt naar voren dat niet alle scholen daar actief aan deelnemen. - Een actieve rol voor de gemeente. Zowel directeuren als ouders noemen in het onderzoek de gemeente als een neutrale partij, die het dilemma van concurreren of samenwerken waar scholen en besturen mee worstelen, kan helpen doorbreken. Bijvoorbeeld door het voortouw te nemen bij een gezamenlijke aanmeldbeleid of het agenderen van de wettelijke aanmeldleeftijd.
59
5.
Bevorder deskundigheid over de wettelijke kaders van het aanmeldproces bij alle betrokken professionals
Als professionals goed op de hoogte zijn van de wettelijke kaders, dan zijn ze ook goed in staat die na te leven. Spelers moeten de spelregels kennen, met andere woorden betrokkenen moeten de wettelijke kaders van het gehele aanmeldproces kennen. Denk daarbij inhoudelijk aan de wettelijke aanmeldleeftijd, de zorgplicht en de AVG. Denk bij de professionals aan bestuurders en stafleden, schooldirecteuren en intern begeleiders. Ga na in hoeverre deze deskundigheidsbevordering een gezamenlijke activiteit van de schoolbesturen kan zijn. Maak gebruik van de ervaringen die besturen en scholen In Rotterdam al hebben opgedaan met deskundigheidsbevordering en bewustwording rond aanmelden, en sluit daarop aan. Bijvoorbeeld de masterclass die bij een bestuur wordt gegeven over toelaten en verwante thema’s. Gebruik ook hier de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs (PO Raad, 2020), met name de delen over professionalisering en professionele cultuur.
6.
Bespreek als schoolbesturen en gemeente hoe je niet alleen kansengelijkheid kunt bevorderen maar ook segregatie kunt verminderen; maak daarvoor een meerjarenplan.
De Wet Primair Onderwijs (WPO, artikel 161) geeft ook als verplicht agendapunt voor het op overeenstemming gericht overleg (in Rotterdam met name in de Sectorkamer PO) dat deelnemers afspraken maken over het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie. Daarbij is afstemming nodig over (procedures voor) aanmelden, inschrijving, toelating en plaatsen om te komen tot een evenwichtige verdeling van kinderen met onderwijsachterstand over de scholen. Besef dat een gelijk speelveld niet vanzelf leidt tot minder segregatie, maar dat daarvoor expliciete maatregelen nodig zijn. Dergelijke maatregelen zijn soms minder vaak uitgeprobeerd, maar te denken is aan: -
Voeg bijdragen aan gemengde scholen toe aan de voorrangsregels. Overweeg bijvoorbeeld te werken met loting waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau van ouders, door het hanteren van dubbele wachtlijsten. In Rotterdam is daar ervaring mee opgedaan, het is er jaren geleden al gedaan.
60
-
Bied groepen ouders die een school gemengder willen maken (via een ouderinitiatief) voorrang. In Amsterdam is daar ervaring mee opgedaan.
-
Stimuleer en faciliteer als gemeente en schoolbesturen ouderinitiatieven – dat heeft de gemeente Rotterdam rond 2008-2012 ook een aantal jaren gedaan.
-
Kijk naar de aansluiting van het aanbod van gemengde scholen op de vraag. Bijvoorbeeld door te zorgen dat er in elke buurt tenminste één school is die gemengd is of gemengd(er) wil worden en een afspiegeling van de wijk en de stad (in termen van het opleidingsniveau van de ouders).
Zie het A4 van het Kenniscentrum Gemengde Scholen met maatregelen tegen segregatie in één oogpopslag (dat staat op de website); vergelijk de Beleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs van OCW. Maak ook hier gebruik van het recente rapport van de inspectie over de invulling van de Lokale Educatieve Agenda bij het bestrijden van onderwijsachterstanden en het voorkomen van segregatie (Inspectie, 2022).
7.
Organiseer monitoring en evaluatie van beleid en praktijk van het proces van aanmelden en doe dat op een lerende manier.
Door middel van monitoring en evaluatie-onderzoek ontstaat er inzicht in het proces gericht op het verbeteren van aanmelding voor het basisonderwijs en het gelijker maken van het speelveld. Gebruik dat inzicht om het verbeterproces aan te scherpen en er steeds meer van te leren. Benut daarbij de kennis en ervaring van de onderzoeksafdeling van de gemeente en de Kenniswerkplaats Rotterdams Talent.
61
Literatuur Boterman, W. & Walraven, G. (2022). Searching for new perspectives for research, policy and practice: Educational inequality and segregation in Dutch primary education. Educational Review (online). Gemeente Rotterdam (2019). Gelijke kansen voor elk talent. Onderwijsbeleid 2019-2022. Inspectie van het Onderwijs (2019). De staat van het onderwijs 2019. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs. Inspectie van het Onderwijs (2022). Onderwerp van gesprek: Het bestrijden van onderwijsachterstanden en het voorkomen van segregatie. Hoe geven gemeenten invulling aan de LEA? Utrecht: Inspectie van het Onderwijs. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2020). Beleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs. OECD (2010). OECD Reviews of Migrant Education: Netherlands. Paris: OECD Publishing. PO Raad (2020). Code Goed Bestuur in het primair onderwijs. Utrecht: PO Raad. Tudjman, T., Lusse, M., Walraven, G. & Emans, B. (2019). Schoolkeuze aan de Maas. Rotterdam: Kenniswerkplaats Rotterdams Talent. Tweede Kamer: Staatssecretaris Dekker; Antwoord op schriftelijke vragen van het lid Straus (VVD) d.d. 10 oktober 2016 Van den Bergh, L., Denessen, E., & Volman M. (2020). Werk maken van gelijke kansen. Praktische inzichten uit onderzoek voor leraren basisonderwijs. Didactief Onderzoek. Walraven, G. (eindredactie), Lucassen, P., Onstenk, J., & Peters, J.(2019).
Quick scan toelatingsbeleid funderend onderwijs. Amsterdam: Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen. Walraven, G., Lucassen, P., Onstenk, J., & Peters, J. (2020). Naar een gelijk speelveld voor ouders in het basisonderwijs? Onderzoek naar de toelating op basisscholen in Utrecht. Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen Walraven, G., Lucassen, P., Onstenk, J., & Peters, J. (2020). Toelatingsbeleid en kansengelijkheid. De Nieuwe Meso, 7(1), 74-80. Waslander, S. (2020). Ontembare problemen. De Nieuwe Meso, 7(1), 14-16.
62
Bijlagen Bijlage A. Wet op het primair onderwijs - Artikel 40. Toelating en verwijdering van leerlingen (Tekst geldend op 15 september 2022) 1 De beslissing over toelating en verwijdering van leerlingen berust bij het bevoegd gezag. De toelating tot de school is niet afhankelijk van het houden van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000. De toelating mag niet afhankelijk worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders. 2 De aanmelding van kinderen voor toelating geschiedt schriftelijk en kan worden gedaan vanaf de dag waarop het kind de leeftijd van 3 jaar bereikt. De ouders doen de aanmelding zo mogelijk ten minste 10 weken voor de datum waarop toelating wordt gevraagd en geven bij de aanmelding aan bij welke school of scholen eveneens om toelating is verzocht. 3 Het bevoegd gezag beoordeelt of de aanmelding een kind betreft dat extra ondersteuning behoeft. Hiertoe kan het bevoegd gezag de ouders verzoeken gegevens te overleggen betreffende stoornissen of handicaps van het kind of beperkingen in de onderwijsparticipatie. Onder extra ondersteuning wordt niet verstaan ondersteuning ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.
4 Indien de toelating van een leerling die extra ondersteuning behoeft, wordt geweigerd, vindt de weigering niet plaats dan nadat het bevoegd gezag er, na overleg met de ouders en met inachtneming van de ondersteuningsbehoefte van de leerling en de schoolondersteuningsprofielen van de betrokken scholen, voor heeft zorg gedragen dat een andere school bereid is de leerling toe te laten. Onder andere school kan ook worden verstaan een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs. 5 Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing: a. indien op de school waar de leerling is aangemeld geen plaatsruimte beschikbaar is, of b. indien het bevoegd gezag de ouders bij de aanmelding verzoekt te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs op de school zullen respecteren dan wel te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs op de school zullen onderschrijven, en de ouders dit weigeren te verklaren. 63
6 Het bevoegd gezag neemt de beslissing over toelating van een leerling zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 6 weken na ontvangst van de aanmelding. Indien de beslissing, bedoeld in de vorige volzin, niet binnen 6 weken kan worden gegeven, deelt het bevoegd gezag dit aan de ouders mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien, welke termijn ten hoogste 4 weken bedraagt. 7 Indien de aanmelding een kind betreft dat niet is ingeschreven op een andere school, een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, en de beslissing over de toelating is 10 weken na de dag waarop het verzoek om toelating is gedaan nog niet genomen, wordt het kind met ingang van de dag volgend op bedoelde 10 weken, doch niet eerder dan de datum waarop het kind de leeftijd heeft bereikt om te kunnen worden toegelaten tot de school, tijdelijk geplaatst op de school en als leerling ingeschreven. Indien de leerling wordt toegelaten, wordt de tijdelijke plaatsing omgezet in een definitieve plaatsing.
Indien de toelating van de leerling wordt geweigerd of een beslissing wordt genomen de aanmelding niet te behandelen, wordt de tijdelijke plaatsing beëindigd en wordt de leerling uitgeschreven met ingang van de dag die volgt op de dag waarop de toelating wordt geweigerd of de beslissing wordt genomen de aanmelding niet te behandelen. 8 Een leerling wordt slechts toegelaten tot een speciale school voor basisonderwijs nadat de leerling toelaatbaar is verklaard tot het onderwijs aan een speciale school voor basisonderwijs. De beslissing over de toelaatbaarheid is geen besluit als bedoeld in artikel 8:4, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht. Deze beslissing wordt genomen: a. indien de leerling onmiddellijk voorafgaand aan de toelating was ingeschreven op een basisschool: door het samenwerkingsverband waartoe die school behoort; b. indien de leerling onmiddellijk voorafgaand aan de toelating niet was ingeschreven op een basisschool: 1. door het samenwerkingsverband in het gebied waar de leerling woont; 2. door het samenwerkingsverband waartoe de speciale school voor basisonderwijs, waarvoor toelating wordt verzocht behoort, indien de leerling buiten Nederland woont; c.
indien de leerling onmiddellijk voorafgaand aan de toelating niet was ingeschreven op een basisschool en de leerling was aangemeld bij een speciale school voor basisonderwijs, die behoort tot een landelijk samenwerkingsverband, bedoeld
64
in artikel 18a, vijftiende lid: door het landelijk samenwerkingsverband waartoe de speciale school voor basisonderwijs, waar de leerling was aangemeld, behoort. 9 De toelating van een leerling van een basisschool tot een speciale school voor basisonderwijs wordt niet geweigerd op denominatieve gronden, tenzij de ouders van de leerling weigeren te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs van de school zullen respecteren. 10 Tot een afdeling als bedoeld in artikel 85a kan uitsluitend worden toegelaten degene die: a. een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezit of mede een dergelijke nationaliteit bezit en van wie ten minste een van de ouders voor een bepaalde tijd in Nederland of het grensgebied van Nederland werkzaam is, dan wel b. uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezit, langere tijd in het buitenland heeft doorgebracht doordat ten minste een van de ouders voor een bepaalde tijd in het buitenland werkzaam was en de leerling daar langer dan 2 jaar onderwijs heeft genoten volgens het daar geldende onderwijssysteem, dan wel c. uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezit en waarvan blijkens een schriftelijke verklaring van de werkgever vaststaat dat ten minste een van de ouders binnen 2 jaar voor ten minste 2 jaar in het buitenland werkzaam zal zijn en de leerling mee verhuist naar het buitenland.
11 Voordat wordt besloten tot verwijdering hoort het bevoegd gezag de betrokken groepsleraar en de ouders van de leerling. Definitieve verwijdering van een leerling vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorg gedragen dat een andere school bereid is de leerling toe te laten. Onder andere school kan ook worden verstaan een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs. 12 Indien tegen het besluit, bedoeld in het eerste lid, van het bevoegd gezag van een openbare school bezwaar is gemaakt, besluit het bevoegd gezag in afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht binnen 4 weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 13 De toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in het achtste lid, heeft betrekking op een periode van één of meer schooljaren. Indien de toelaatbaarheidsverklaring in de loop van een schooljaar wordt gegeven, wordt de periode tot de eerste dag van het eerstvolgende schooljaar toegevoegd aan de in de eerste volzin bedoelde periode.
14 In het laatste schooljaar waarop de toelaatbaarheidsverklaring betrekking heeft, draagt het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs er zorg voor dat terugplaatsing of overplaatsing van de leerling naar een basisschool plaatsvindt, tenzij het 65
bevoegd gezag van oordeel is dat voortgezet verblijf van de leerling in een speciale school voor basisonderwijs noodzakelijk is en het samenwerkingsverband, bedoeld in het achtste lid, een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring heeft verstrekt.
66
Bijlage B. Vragenlijsten
B.1 Vragenlijst schooldirecteuren Intro Op verzoek van de gemeente en met instemming van de schoolbesturen doen wij onderzoek naar hoe het aanmelden en inschrijven van kinderen op basisscholen in de praktijk verloopt. Dat onderzoek is onafhankelijk en het is anoniem, dat wil zeggen dat niemand die het rapport leest uitspraken kan koppelen aan wat u of iemand anders heeft verteld. Het verslag van dit gesprek willen we graag aan u voorleggen, zodat u kunt zien of we alles goed hebben weergegeven. Het gesprek zouden we ook graag opnemen voor onszelf – niemand krijgt die opname te horen behalve wij. Vind u dat goed?
Vragen over het proces van schoolkeuze en toelaten voor groep één Wat zijn belangrijke redenen voor ouders om voor deze school te kiezen? (mogelijk vragen naar de rol van de grondslag van de school hierbij) 1. Hoe ziet de aanmelding en inschrijving, van kinderen voor groep één, er in de praktijk uit? 2. Hoe oud zijn de kinderen ongeveer als zij door hun ouders worden aangemeld? 3. Verschilt dit proces van de formele aanmeldprocedure? (Van tevoren kijken hoe de formele procedure bij die school in elkaar zitten) 4. Hoeveel ruimte hebt u om af te wijken van deze werkwijze en wanneer maakt u daarvan gebruik? (Mogelijk ook om een voorbeeld vragen waarin het anders ging) 5. Wat zijn afwegingen die u maakt bij het inschrijven van kinderen? 6. Wat zijn de belangrijkste knelpunten die u ervaart rondom de aanmelding en inschrijving? 7. Hoe gaat u met deze dilemma’s om en welke afwegingen maakt u? 8. Komt er wel eens voor dat u een kind niet toelaat? Wat is daarvoor dan de reden?
67
9. Hoe wordt over uw overwegingen om een kind wel of niet aan te nemen met ouders gecommuniceerd? 10. Hoe reageren ouders op het toelatingsbeleid? Zijn er wel eens klachten geweest? 11. Hoe geeft u invulling aan de zorgplicht van passend onderwijs als de leerling door hun zorgbehoefte niet op uw school terecht kan? Hoe vaak is dit voorgekomen in de laatste twee jaar? Zijn er andere scholen beschikbaar voor deze leerlingen? 12. Stemt u met scholen in de buurt af over toelating, en zo ja, waarover hebt u afstemming? 13. Zijn de scholen in de buurt transparant over welke leerlingen ze wel en niet toelaten, en zijn zij transparant over hun afweging daarbij? 14. Zijn er recentelijk nieuwe scholen bij u in de buurt gekomen? Zo ja, welke invloed heeft dat gehad op de aanmelding?
Vragen over het proces van schoolkeuze en toelaten voor leerlingen die van school wisselen 15. Hoe gaat de aanmelding en inschrijving van kinderen die van school wisselen in de praktijk? 16. Verschilt dit proces van de formele aanmeldregels? (Van tevoren kijken hoe de formele regels bij die school in elkaar zitten) 17. Welke ruimte hebt u om af te wijken van deze regels? 18. Wat zijn de dilemma’s of overwegingen die u hebt bij toelaten van deze kinderen? 19. Hoe gaat u met deze dilemma’s om en welke afwegingen maakt u? 20. Komt er wel eens voor dat u een kind niet inschrijft? Wat is daarvoor dan de reden? 21. Hoe wordt over uw overwegingen om een kind wel of niet aan te nemen met ouders gecommuniceerd? 22. Wat zijn de belangrijkste knelpunten die u ervaart rondom de aanmelding en inschrijving? 23. Stemt u met scholen in de buurt af over toelating, en zo ja, waarover hebt u afstemming? Zijn dat scholen uit uw eigen bestuur of scholen van een ander bestuur? Kijken wat de wettelijke regels hierover zijn.
68
24. Zijn de scholen in de buurt transparant over welke leerlingen ze wel en niet toelaten, en zijn zij transparant over hun afweging daarbij? Tegen andere scholen en tegen de ouders
Maatschappelijke vragen De gemeente en de schoolbesturen in Rotterdam willen graag een gelijk speelveld voor alle ouders en een eerlijk en transparant toelatingsbeleid. Wat is voor u belangrijk bij een transparant en eerlijk toelatingsbeleid? (visie op gelijkheid en afspiegeling ook uitvragen) 25. Wat is er nodig voor het creëren van een gelijk speelveld? Wat kunnen volgens u ouders, scholen, schoolbesturen of gemeente bijdragen aan het creëren van dat gelijke speelveld? 26. Uit de praktijk kennen we verhalen waarbij ouders het gevoel krijgen niet welkom te zijn op een school. Een voorbeeld hiervan uit een andere stad is: Ik ben van Marokkaanse afkomst. Mijn kinderen waren 2 en 3 jaar. Toen we verhuisden ben ik in de nieuwe wijk bij een goede school met een hoge citoscore geweest. De vrouw van de school verwees me naar een ‘zwarte buurtschool’. Zij gaf aan dat die school waarschijnlijk beter ondersteuning konden bieden aan mijn kinderen en dat zij daar meer aansluiting zouden vinden bij andere kinderen. Wat herken je aan deze casus? 27. Welke dilemma’s spelen er volgens jou in zo’n casus? 28. Welk belang zou een school erbij kunnen hebben om voor een bepaalde groep ouders te kiezen, of juist niet voor een bepaalde groep?
Afronding We willen een ouder interviewen, kunt u ons daarmee in contact brengen We sturen u het verslag, dat kunt u nalezen en goedkeuren. Veel dank voor uw medewerking!
69
B.2 Vragenlijst ouders Intro Op verzoek van de gemeente en met instemming van de schoolbesturen doen wij onderzoek naar hoe het aanmelden en inschrijven van kinderen op basisscholen in de praktijk verloopt. Dat onderzoek is onafhankelijk en het is anoniem, dat wil zeggen dat niemand die het rapport leest uitspraken kan koppelen aan wat u of iemand anders heeft verteld. Het verslag van dit gesprek willen we graag aan u voorleggen, zodat u kunt zien of we alles goed hebben weergegeven. Het gesprek zouden we ook graag opnemen voor onszelf – niemand krijgt die opname te horen behalve wij. Vind u dat goed?
Vragen over het proces van toelating 1. In welke groep op deze school zit uw kind of zitten uw kinderen? 2. Hoe oud was uw kind toen u ging nadenken over de schoolkeuze? en hoe oud was uw kind toen u ging aanmelden bij deze school? 3. Hoe heeft u informatie over deze school gekregen? Bijv van familie/vrienden/bekenden, via de website. Was de informatie duidelijk voor u? 4. Kende u het toelatingsbeleid van de school? Ja/nee Kwam dat overeen met de praktijk/heeft u het gezocht? 5. Heeft u van te voren de school bezocht? Was dat op een open ochtend of bij een individuele rondleiding? Hoe heeft u dat bezoek ervaren? Was er gelegenheid om vragen te stellen? kreeg u heldere antwoorden? Hoe was het contact? Voelde u zich welkom? 6. Wanneer heeft u zich aangemeld, bijvoorbeeld direct bij het bezoek of later? hoeveel later? 7. Hoe ging dat aanmelden? Was de procedure van aanmelden en inschrijven duidelijk? Werd u gelijk ingeschreven? Was er sprake van vooraanmelding en/of een wachtlijst? Hoe verliep de communicatie met de school? Werd u goed op de hoogte gehouden, kreeg u tijdig informatie en hoe dan? Waren de verwachtingen helder? Werden afspraken nagekomen?
70
8. Was dit de school van uw eerste keuze, of heeft u eerst / ook geprobeerd uw kind op een andere school aan te melden? Hoe verliep dat daar? Hoe heeft u de contacten ervaren? Hoe werd er gecommuniceerd over het proces en de beslissingen? 9. Als u terugkijkt op het hele proces van toelaten, denkt u dan dat u evenveel kansen heeft gehad om uw kind op de school van uw voorkeur te plaatsen als andere ouders? Kunt u dat toelichten? Waar merkte u dat aan? 10. Uit de praktijk kennen we verhalen waarbij ouders het gevoel krijgen niet welkom te zijn op een school. Een voorbeeld hiervan uit een andere stad is: Ik ben van Marokkaanse afkomst. Mijn kinderen waren 2 en 3 jaar. Toen we verhuisden ben ik in de nieuwe wijk bij een goede school met een hoge citoscore geweest. De vrouw van de school verwees me naar een ‘zwarte buurtschool’. Zij gaf aan dat die school waarschijnlijk beter ondersteuning konden bieden aan mijn kinderen en dat zij daar meer aansluiting zouden vinden bij andere kinderen. Wat herken je aan deze casus? 11. De Gemeente en de schoolbesturen willen graag een toelatingsbeleid dat duidelijk is voor de ouders. De Gemeente en de schoolbesturen willen daarnaast ook dat het toelatingsbeleid eerlijk is. Hiermee bedoelen we dat alle ouders een evenveel kans krijgen om hun kind in te schrijven op de school waar zij hun kind het liefste naar toe sturen.
Wat is voor u belangrijk bij een duidelijk en eerlijk toelatingsbeleid? 12. Welke zaken zou u graag anders of beter geregeld willen zien rond de toelating? Wat zouden uw tips zijn aan de school? of aan de gemeente?
Afronding We sturen u het verslag, dat kunt u nalezen en goedkeuren Veel dank voor uw medewerking!
71
Bijlage C. Geïnterviewde directeuren en ouders Code
Datum interview directeur
Datum interview ouder
N1
10 juni
10 juni
Noord
N2
20 mei
25 mei
“
Y1
23 mei
30 mei
IJsselmonde
Y2
30 augustus
--
“
Y3
30 mei
8 juni
“
A1
30 mei
30 mei
Pr Alexander
A2
8 juni
8 juni
“
A3
25 mei
25 mei
“
H1
3 juni
17-juni
Hillegersberg
H2
25-mei
--
“
H3
3-juni
23 juni
“
D1
25 mei
29 juni
Delfshaven
D2
23 mei
25 mei
“
D3
21 mei
--
“
F1
30 mei
--
Feijenoord
F2
9 juni
1 juli
“
F3
23 mei
31 mei
“
F4
24 mei
24 mei
“
F5
29 juni
--
“ 72
Bijlage D. Achtergrondgesprekken
Voor het onderzoek zijn twee achtergrondgesprekken gevoerd: - Stans Goudsmit, kinderombudsman Rotterdam, 4 juli 2022 - Mijke Withagen, beleidsadviseur leerplicht, gemeente Rotterdam, 13 juni 2022
73
Bijlage E. Klankbordgroep
Voor deelname aan de klankbordgroep zijn de besturen van het basisonderwijs in Rotterdam en een onderzoeker van de Erasmus Universiteit uitgenodigd. Daarnaast nam de gemeente als opdrachtgever deel aan de klankbordgroep. Aan de leden is gevraagd om als kritische vrienden mee te kijken naar het onderzoek en het concept-rapport. Als vrienden vanuit het gemeenschappelijke doel om te komen tot een bruikbaar rapport; met een kritische blik omdat zo het beste bijgedragen kan worden aan een zo goed mogelijk resultaat. De klankbordgroep is drie keer bijeen geweest en tussendoor hebben leden ook schriftelijk commentaar gegeven op het concept-rapport. De klankbordgroep bestond uit acht leden (en enkele daarvan wilden alleen met hun functie vermeld worden). -
Adviseur onderwijs en kwaliteit, schoolbestuur PCBO
-
Adviseur passend onderwijs, schoolbestuur BOOR
-
Hoofd onderwijs en kwaliteit, schoolbestuur K&OR
-
Medewerker van de Vereniging De van Oldenbarneveltschool
-
Stafmanager Onderwijs & Identiteit, schoolbestuur RVKO
-
Tom Tudjman, senior onderzoeker Erasmus Universiteit Rotterdam en hoofd Kenniswerkplaats Rotterdams Talent
-
Linda Verboom, Beleidsadviseur Gemeente Rotterdam, Afdeling Onderwijs, Team Primair Onderwijs
-
Irša Dervić, trainee Gemeente Rotterdam, Afdeling Onderwijs, Team Primair Onderwijs, trad op als secretaris.
74
Dankwoord Graag bedanken wij de volgende personen voor hun medewerking aan het onderzoek: - Alle geïnterviewde ouders, schoolleiders en anderen. - Alle schoolbesturen van de geselecteerde scholen. - De leden van de klankbordgroep voor hun rol als kritische vriend, hun commentaar bij de voortgangsrapportage en hun feedback op het conceptrapport. - Linda Verboom, contactpersoon vanuit de gemeente Rotterdam, voor de prettige samenwerking, het constructief meedenken en het (samen met Irša Dervić) onderhouden van contacten met onder meer de schoolbesturen. - Jeroen Onstenk, medewerker van het Kenniscentrum Gemengde Scholen en voormalig lector bij hogeschool Inholland, voor zijn feedback op conceptrapportages. - Anton Boonen, interim Lector Participatie en Stedelijke Ontwikkeling aan Hogeschool Utrecht, voor zijn betrokkenheid bij het project. - Irša Dervić voor de goede samenwerking in het onderzoeksteam en de bijdrage aan het onderzoek, zowel bij de documentenanalyse als de interviews. Voor die bijdrage was Irša goed toegerust: haar scriptie van de masteropleiding ging over kansengelijkheid en segregatie in het onderwijs. Deelname aan het onderzoeksteam paste ook bij haar opdracht als trainee bij de gemeente. Zij heeft met enthousiasme en collegiale inzet volwaardig meegedaan en daar bedanken wij haar graag heel hartelijk voor.
75
Over de auteurs Irša Dervić is betrokken geweest bij het onderzoek in het kader van haar opdracht als trainee bij de Gemeente Rotterdam, Afdeling Onderwijs, Team Primair Onderwijs. Marlijn Dingshoff is als onderzoeker verbonden aan het Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen. Daarnaast is zij onderzoeker bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht. Lotte Korsten is als onderzoeker verbonden aan het Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen. Daarnaast is ze studente aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze de Master International Development Studies volgt. Paco Lucassen is als senior onderzoeker en adviseur verbonden aan het Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen. Daarnaast is hij zelfstandig innovatie- en organisatieadviseur. Jeroen Peters is als senior onderzoeker en adviseur verbonden aan het Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen. Daarnaast is hij zelfstandig adviseur op het gebied van onderwijs- en jeugdrecht. Guido Walraven is coördinator van het Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen. Daarnaast was hij onder meer lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland (20052021).
76