CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb002496] Afdoeningsvoorstel (RvW) vragen Nunnely over Kinderopvang 23bb000313

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 15 mei 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Kinderopvang en Voorschoolse Educatie3.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur, Evenementen S. Kasmi Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl Van: Rene Andries Telefoon: 06-2203 9356 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de commissie(s) Werk en Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening, Armoedebestrijding en NPRZ

Uw kenmerk: 23bb000313 Ons kenmerk: M2301-5511 - 23bo004521 Onderwerp: RvW Kinderopvang Datum: 13 april 2023

Beste commissieleden, Op 22 december 2022 stelde raadslid mevrouw Nunnely een aantal vragen over kinderopvang. Met deze brief zal ik die vragen beantwoorden, maar voorafgaand daaraan wil ik graag eerst een schets geven van de werking van de kinderopvangsector en de voorschoolse educatie daarbinnen. De kinderopvangsector De kinderopvang kent twee werksoorten waar voorschoolse educatie wordt uitgevoerd: de kinderdagopvang en de peuteropvang. Kinderdagopvang is hele dagen open 52 weken per jaar voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar. Omdat de kinderdagopvang hele dagen open is, maken vooral kinderen van werkende ouders hiervan gebruik. De peuteropvang is halve dagen open 40 weken per jaar aansluitend op de openstelling van basisscholen. In de peuteropvang worden peuters van 2 en 3 jaar opgevangen. Omdat de peuteropvang halve dagen open is, maken vooral peuters uit gezinnen waar één of beide ouders niet werken hiervan gebruik. Met ingang van 2019 zijn de kinderdagopvang en de peuteropvang wettelijk geharmoniseerd. Dat wil zeggen dat de eisen van de Wet kinderopvang gelden voor zowel de kinderdagopvang als voor de peuteropvang. Werkende ouders in de peuteropvang kunnen kinderopvangtoeslag aanvragen net als ouders in de kinderdagopvang. Als hierna wordt gesproken over kinderopvang dan wordt zowel de kinderdagopvang als de peuteropvang bedoeld.

Marktsector Sinds 2005 is kinderopvang een marktsector. De kinderopvang, zowel de kinderdagopvang als de peuteropvang, wordt uitgevoerd door marktpartijen. De achtergrond van deze partijen is divers. Soms ontstaan vanuit het welzijnswerk soms wat commerciëler. Op de werkvloer is dit verschil niet zichtbaar.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/8 13 april 2023 M2301-5511

Alle partijen moeten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. In de kinderopvang is het in eerste instantie aan de markt om aanbod te realiseren en uit te breiden als de vraag naar kinderopvang toeneemt. In Nederland is de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verantwoordelijk voor het stelsel van kinderopvang. In de Wet kinderopvang heeft de minister eisen opgenomen voor een goede en verantwoorde uitvoering van de kinderopvang. De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op kinderdagopvang en peuteropvang. In opdracht van de gemeente voert de GGD dit toezicht uit en adviseert de gemeente om indien nodig over te gaan tot handhaving. Kinderopvangtoeslag Bezien vanuit het perspectief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is kinderopvang eerst en vooral een arbeidsmarktinstrument: de kinderopvang vangt kinderen op zodat ouders kunnen gaan werken. Voor de kosten van de kinderopvang kunnen werkende ouders kinderopvangtoeslag aanvragen. Dit geldt zowel voor de kinderdagopvang als voor de peuteropvang. Werkende ouders betalen eerst het uurtarief dat de kinderopvang in rekening brengt. Vervolgens kunnen zij kinderopvangtoeslag aanvragen bij de Belastingdienst. De hoogte van deze toeslag is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders.

De hoogte van deze toeslag wordt daarnaast begrensd door het maximale fiscale uurtarief dat de Belastingdienst hanteert. Het maximale fiscale uurtarief voor 2023 is € 9,12. Stel: de kinderopvang rekent met het uurtarief van € 9,12. Werkende ouders betalen dat uurtarief aan de kinderopvang. Ouders met een minimuminkomen ontvangen 96% van het uurtarief van € 9,12 terug van de Belastingdienst als kinderopvangtoeslag. Deze ouders betalen voor de opvang dus netto 4% van het maximale fiscale uurtarief, d.w.z. € 0,36 per uur. Hoe hoger het inkomen van de ouders hoe lager het percentage kinderopvangtoeslag en hoe meer de ouders dus netto zelf betalen. Zoals hiervoor opgemerkt, is de kinderopvang een marktsector. Kinderopvanginstellingen bepalen zelf de hoogte van het uurtarief. Dat tarief kan hoger zijn dan € 9,12. Ouders zijn vrij in de keuze van de kinderopvangaanbieder. Als de kinderopvang een uurtarief hanteert dat hoger is dan het maximale fiscale uurtarief van € 9,12 dan komen die extra kosten voor rekening van de ouders. In de afgelopen periode is gebleken dat ouders door dit stelsel in grote problemen zijn gekomen, omdat zij een deel of de gehele toeslag achteraf moesten terugbetalen (toeslagenaffaire).

Om dit in de toekomst te voorkomen heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het voornemen om het stelsel met ingang van 2025 zodanig te wijzigen dat alle werkende ouders, onafhankelijk van de hoogte van het inkomen, een ouderbijdrage van 4% betalen aan de kinderopvang. De resterende 96% betaalt de Belastingdienst dan rechtstreeks aan de kinderopvang. Voorschoolse educatie De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor het onderwijsachterstandenbeleid. Voorschoolse educatie is daarvan een onderdeel. Op grond van de Wet op het primair onderwijs moet het college er zorg voor dragen dat er in de gemeente voldoende plaatsen zijn waar peuters met (een risico op) een achterstand in de Nederlandse taal deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie. Voorschoolse educatie moet wettelijk worden aangeboden in de kinderopvang: kinderdagopvang of peuteropvang.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/8 13 april 2023 M2301-5511

In Rotterdam stelt het Centrum voor Jeugd en Gezin vast of een kind een (risico op) achterstand in de Nederlandse taal heeft. In dat geval ontvangt het kind de indicatie Extra spelen en leren. Peuterconsulenten helpen ouders bij de inschrijving bij de kinderopvang of peuteropvang. Voor peuters met de indicatie Extra spelen en leren wordt 50% (dus 8 uur) van het aanbod voorschoolse educatie bekostigd door de gemeente. Schuldenproblematiek in een gezin is een belangrijke risicofactor die de ontwikkeling van jonge kinderen negatief kan beïnvloeden. Sinds 2020 kent de gemeente Rotterdam daarom ook de indicatie Gelijke kansen voor peuters in gezinnen die gebruik maken van schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet schuldsanering natuurlijke personen. De kinderopvang bepaalt bij de intake of een peuter in aanmerking komt voor de indicatie Gelijke kansen. De ouders van peuters met de indicatie Gelijke kansen betalen geen ouderbijdrage voor deelname aan de voorschoolse educatie. Zij kunnen van 16 uur voorschoolse educatie gebruikmaken, op kosten van de gemeente. Voorschoolse educatie is bedoeld voor 2- en 3-jarige peuters. In de voorschoolse educatie worden programma’s gebruikt waarin de ontwikkeling van de peuters spelenderwijs wordt gestimuleerd op het gebied van de Nederlandse taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.

De pedagogisch medewerkers zijn aanvullend getraind om met deze programma’s te werken. Deze voorschoolse programma’s worden uitgevoerd tijdens de opvanguren in de kinderdagopvang en de peuteropvang met subsidie van de gemeente. Op dit moment zijn er ruim 260 locaties in Rotterdam waar met subsidie van de gemeente voorschoolse educatie wordt uitgevoerd. Alle peuteropvang locaties in Rotterdam (= 169 locaties) voeren voorschoolse educatie uit. In de kinderdagopvang voert 50% van de locaties (= 94 locaties) voorschoolse educatie uit. Op de locaties met voorschoolse educatie worden zowel peuters mét als peuters zonder indicatie opgevangen. De gehele groep krijgt voorschoolse educatie, want we werken met gemengde groepen om segregatie op jonge leeftijd te voorkomen. Peuters met de indicatie Extra spelen en leren of met de indicatie Gelijke kansen hebben in de peuteropvang recht op 16 uur voorschoolse educatie per week1. Peuters zonder indicatie Extra spelen en leren of indicatie Gelijke kansen krijgen door hun aanwezigheid automatisch ook de voorschoolse educatie mee. We willen graag dat peuters in de voorschoolse educatie zich samen spelenderwijs voorbereiden op een goede start op de basisschool. In het volgende schema is samengevat op welke leeftijd kinderen gebruik kunnen maken van opvang met voorschoolse educatie. Opvang voor: Kinderdagopvang

Peuteropvang

0-jarigen 1-jarigen 2-jarigen 3-jarigen 2-jarigen

Met voorschoolse educatie voor: 2-jarigen 3-jarigen 2-jarigen

In de kinderdagopvang wordt met 12,3 uur per week i.p.v. 16 uur per week gerekend, omdat de kinderdagopvang 52 weken open is en de peuteropvang 40 weken. Op deze manier krijgt een peuter per kalenderjaar in de peuteropvang en de kinderdagopvang in totaal hetzelfde aantal uren voorschoolse educatie. 1

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/8 13 april 2023 M2301-5511

3-jarigen

3-jarigen

Ouderbijdrage Ouders betalen een ouderbijdrage voor de uren waarin voorschoolse educatie wordt aangeboden. Voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag geldt daarvoor de systematiek zoals hierboven beschreven: zij betalen het uurtarief aan de peuteropvang of de kinderdagopvang en vragen kinderopvangtoeslag aan bij de Belastingdienst. De gemeente heeft ook een verantwoordelijkheid voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Het recht op kinderopvangtoeslag geldt namelijk alleen voor de ouder die werkt (in een éénoudergezin) en voor twee ouders die beide werken (in een tweeoudergezin). Gezinnen waarin de ouder niet werkt (in een éénoudergezin) of waarin één van de ouders of beide ouders niet werken (in een tweeoudergezin) hebben geen recht op kinderopvangtoeslag. Ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage aan de peuteropvang of kinderdagopvang. Voor de bepaling van de hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage gelden dezelfde inkomenscategorieën die de Belastingdienst hanteert voor het bepalen van de hoogte van de kinderopvangtoeslag. Op die manier betalen ouders met recht op kinderopvangtoeslag en ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag met hetzelfde inkomen netto dezelfde ouderbijdrage. Ouders met een minimuminkomen zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen € 0,36 per uur.

Dat is hetzelfde bedrag dat ouders met een minimuminkomen met recht op kinderopvangtoeslag netto betalen. Om de drempel voor deelname aan voorschoolse educatie te verlagen krijgen ouders met een peuter met de indicatie Extra spelen en leren de helft van de uren (dus 8 uur) voorschoolse educatie op kosten van de gemeente. Ouders met peuters met de indicatie Gelijke kansen, dat zijn ouders die gebruik maken van schuldhulpverlening of schuldsanering, hebben recht op een volledig door de gemeente bekostigd aanbod voorschoolse educatie (16 uur). De subsidie voor voorschoolse educatie De subsidie van de gemeente wordt ingezet voor de volgende onderdelen: - De kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de programma’s voor voorschoolse educatie: coördinatie, materialen, activiteiten, scholing, coaching van pedagogisch medewerkers, observatiesysteem, tijd voor de verwerking van de observatiegegevens, voldoen aan de Rotterdamse kwaliteitseisen, etc. - De door de gemeente bekostigde uren voor de peuters met de indicatie Extra spelen en leren (8 uur) en de door de gemeente bekostigde uren voor de peuters met de indicatie Gelijke kansen (16 uur). Voor deze voor de ouders kosteloze uren ontvangt de peuteropvang of de kinderdagopvang subsidie volgens het geldende maximale fiscale uurtarief, in 2023 dus € 9,12 per uur.

- Voor de ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag vult de gemeente de ouderbijdrage aan met subsidie voor de peuteropvang of de kinderdagopvang tot het maximale fiscale uurtarief. Ouders met een minimuminkomen zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen een ouderbijdrage van € 0,36 per uur. De gemeente vult dat aan met subsidie aan de peuteropvang of de kinderdagopvang van € 8,76 per uur. De ouderbijdrage en de subsidie tellen op tot € 9,12. Ik hoop u met deze schets de benodigde informatie te hebben gegeven voor een beter begrip van de werking van de kinderopvangsector en de voorschoolse educatie. In de bijlage is een verkorte schematische samenvatting opgenomen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/8 13 april 2023 M2301-5511

Dan ga ik nu over tot de beantwoording van de vragen. Inleidend wordt gesteld: Voorschoolse- en kinderopvang is van essentieel belang voor ouders om werk en zorg voor hun kind(eren) te kunnen combineren. Ik kan me goed voorstellen dat ouders wakker liggen van flink hogere tarieven voor de (voorschoolse) kinderopvang. Daarom het belang dat de (voorschoolse) kinderopvang toegankelijk en betaalbaar blijft. Zeker nu veel sectoren personeelstekorten kennen is het aanmoedigen van werk noodzakelijk. Het mooiste zou zijn als kinderopvang gratis is voor elk kind. Dit komt ook ten goede van de ontwikkeling van het kind, maar dat hoef ik niet te herhalen. Om taal- en ontwikkelingsachterstanden bij aanvang van de basisschool te voorkomen, pleiten we ervoor dat ieder kind vier dagen per week gratis naar de kinderdagopvang kan. Zeer goed dat de minister toch gehoor geeft aan de oproep om ouderbijdrage te compenseren. Eerder was er namelijk geen compensatie mogelijk door de hogere prijzen. Alle kleine beetjes helpen om de voorschoolse- en kinderopvang betaalbaar te houden voor ouders. Daarom het belang om duidelijkheid te krijgen over de volgende vragen.

Hieronder volgen de vragen en de beantwoording: Vraag 1: Over hoeveel gezinnen in Rotterdam gaat het die gebruik maken van vve en hoeveel kosten zijn hiermee gepaard? Antwoord: Op de peildatum 1 oktober 2021 maakten 7.750 2- en 3-jarige Rotterdamse peuters gebruik van voorschoolse educatie. De gegevens voor de peildatum 1 oktober 2022 worden op dit moment geanalyseerd en verwerkt door OBI. De resultaten worden binnenkort bekend. De kosten voor de ouders zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen en van de vraag of de peuter wel of geen doelgroepindicatie heeft (zie ook het antwoord op vraag 3). Voor deelname aan voorschoolse educatie in de peuteropvang geldt een ouderbijdrage voor 8 uur per week. Ouders met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum betalen € 0,36 per uur (prijspeil 2023). Per maand betaalt de ouder dan € 0,36 maal 8 uur per week maal 4 weken is € 11,52. Vraag 2: Hoe vereenvoudigen we de bekostiging, zodat ouders niet meer met deze kosten worden belast? Antwoord: Het Rijk heeft het voornemen om met ingang van 2025 het kinderopvangstelsel zodanig te wijzigen dat alle werkende ouders, ongeacht hun inkomen, een gelijke ouderbijdrage betalen van 4% van de opvangkosten. Volgens prijspeil 2023 is 4% van de kosten € 0,36 per uur. De bekostiging wordt dan sterk vereenvoudigd.

Werkende ouders hoeven dan namelijk geen kinderopvangtoeslag meer aan te vragen. De bekostiging gaat rechtstreeks van het Rijk naar de kinderopvanginstellingen. Vraag 3:

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6/8 13 april 2023 M2301-5511

Hoe passen we het systeem zodanig aan dat we voorschoolse aanbieders ondersteunen in het aanbieden van gratis kinderopvang aan ouders met een kleine beurs/uitkeringsgerechtigden met als doel te voorkomen dat ouders keer op keer te maken krijgen met de toeslagen, de eigen bijdrage van ouders (Zuid) af te dekken uit bijvoorbeeld NPRZ of andere middelen? Antwoord: Op dit moment is voor een deel van de Rotterdamse peuters de voorschoolse educatie al deels of geheel kosteloos voor de ouders. Alle peuters met de indicatie Extra spelen en leren van het Centrum voor Jeugd en Gezin (peildatum 1 januari 2023) hebben recht op 50% ( 8 uur) door de gemeente bekostigde voorschoolse educatie. Ongeveer 70% van hen maakt hier gebruik van. Peuters met ouders die gebruik maken van schuldhulpverlening of schuldsanering kunnen 16 uur gebruik maken van door de gemeente gefinancierde voorschoolse educatie. De ouders betalen dus geen ouderbijdrage. Voor de uren die de gemeente bekostigt, ontvangen de opvanginstellingen die voorschoolse educatie uitvoeren subsidie van de gemeente. Deze subsidie wordt betaald uit het budget voor onderwijsachterstandenbeleid dat de gemeente jaarlijks van het Rijk ontvangt. Vraag 4: Graag een voorstel (plan van aanpak en kosten/batenanalyse) voor bijdrage loze kinderopvang voor alle ouders op Zuid, waarin kinderopvangorganisaties, ouders met een uitkering, roc’s i.s.m.

nprz met elkaar gaan zorgen voor: - Uitbreiding van kinderopvangplekken voor alle kinderen 0-4 - Vermindering van het personeelstekort, met een opleidingsniveau en opleidingsaanbod waar kinderopvangorganisaties feitelijk voldoende aan hebben - Vereenvoudiging van de bekostiging (door ouders niet zelf de aanvraag te hoeven laten doen maar rechtstreeks te laten bekostigen door de rijksmiddelen die daarvoor bestemd zijn, i.o.m. het Rijk) - En de eigen bijdrage van ouders af te dekken uit NPRZ- of andere middelen Antwoord: Op dit moment wordt het nieuwe Rotterdamse onderwijsbeleid voor de komende vier jaar uitgewerkt. Voorschoolse educatie is één van de speerpunten van dat beleid. Een belangrijk onderdeel is het waarborgen van de toegankelijkheid van voorschoolse educatie voor alle peuters met (een risico op) taal- of ontwikkelingsachterstand en peuters uit gezinnen met lage inkomens of schulden. Om de toegankelijkheid te vergroten en drempels weg te nemen, worden in samenspraak met de instellingen voor voorschoolse educatie nieuwe maatregelen voorbereid. Vanzelfsprekend neemt de ouderbijdrage en waar mogelijk vereenvoudiging van de bekostiging voor de ouder daarbij een belangrijke plaats in. Dit wordt verder uitgewerkt in het nieuwe Rotterdamse onderwijsbeleid, dat later dit jaar aan de Raad zal worden gepresenteerd.

Voor de vraag over het personeelstekort en de uitbreiding van kinderopvangplekken verwijs ik naar het antwoord op vraag 5. Vraag 5: Hoe verminderen we het personeelstekort in de kinderopvang en zijn er mogelijkheden om de kinderopvang plekken voor alle kinderen tot en met 4 jaar uit te breiden? Antwoord: Het is niet bekend hoe groot het personeelstekort in de kinderopvang in Rotterdam precies is. Er zijn alleen landelijke cijfers bekend. Van de kinderopvanginstellingen in Rotterdam krijgen we signalen dat het personeelstekort groot is en moeilijk op te vangen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7/8 13 april 2023 M2301-5511

Als gevolg van de plannen van het Rijk om kinderopvang vanaf 2025 vrijwel gratis te maken, zal de vraag naar kinderopvang naar verwachting nog verder stijgen en zullen de personeelstekorten verder oplopen. In 2022 heeft een denktank in samenspraak met het veld zich over de problemen gebogen. Er wordt o.a. ingezet op talentscouting en aan-debak-garantie. Kinderopvang is bedoeld voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar. Kinderopvang is sinds 2005 een marktsector. In de kinderopvang is het in eerste instantie aan de markt om aanbod te realiseren en uit te breiden als de vraag toeneemt. De gemeente heeft hierin geen rechtstreekse rol, maar kan wel faciliterend optreden door bijvoorbeeld in nieuwbouwplannen rekening te houden met huisvestingsmogelijkheden voor nieuw te starten kinderopvanglocaties. Voor schoolbesturen heeft de gemeente beleidsregels opgesteld waarmee ruimtecapaciteit in schoolgebouwen kan worden ingezet voor de uitvoering van voorschoolse educatie in peuteropvanggroepen. Ik hoop dat ik hiermee uw vragen heb beantwoord en u van de nodige informatie over de voorschoolse educatie en de kinderopvang heb voorzien. Met vriendelijke groet,

S. Kasmi Wethouder Onderwijs, Cultuur, Evenementen

Blad: Datum: Ons kenmerk:

8/8 13 april 2023 M2301-5511

Samenvattend overzicht kinderopvang en voorschoolse educatie (VE)

KINDEROPVANG

Kinderdagopvang

Peuteropvang

-

Hele dagen open Voor 0 t/m 3-jarigen Gebruikers: vooral werkende ouders met recht of zonder recht op kinderopvangtoeslag

-

-

50% van de kinderdagopvanglocaties biedt aan 2- en 3jarigen VE aan met subsidie van de gemeente (94 locaties) Uitvoering: marktpartijen

-

-

-

Halve dagen open Voor 2- en 3-jarigen Gebruikers: vooral ouders waarvan er (minimaal) 1 niet werkt en er daarom geen recht is op kinderopvangtoeslag 100% van de peuteropvanglocaties biedt aan 2- en 3-jarigen VE aan met subsidie van de gemeente (169 locaties) Uitvoering: marktpartijen

Alle houders die kinderdagopvang of peuteropvang uitvoeren zijn marktpartijen, maar de achtergrond is divers. Soms ontstaan vanuit welzijnswerk en dus heel maatschappelijk betrokken (houden prijzen zo laag mogelijk, betrokken in de wijk etc.) of wat commerciëler (specifiek aanbod en hogere uurtarieven, in een enkel geval private equity). Op de werkvloer is dit verschil niet zichtbaar. De kwaliteitseisen voor kinderopvang gelden voor iedereen. Er is geen significant verschil in hoeveelheid gemeentelijke handhavingsbesluiten. Zowel kinderdagopvang als peuteropvang bieden voorschoolse educatie aan. De kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie zijn gelijk voor kinderdagopvang en peuteropvang. Regelgeving kinderopvang algemeen (vierogen principe etc.) komt vanuit SZW. Regelgeving VE komt vanuit OCW. Gemeente Rotterdam stelt extra eisen aan VE.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ae75d9be-4285-4c42-96cf-a343e0c25d0b