CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb002389] Bijlage 1 behorende bij 23bb002388 over Ontwerpbestemmingsplan OSBS de Kameleon

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 19 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen32.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

OSBS de Kameleon

Ontwerpbestemmingsplan

Opgesteld door: Mees Ruimte à Milieu

datum:

3 oktober 2022

Stadsontwikkeling Ruimte à Wonen, Bureau Bestemmingsplannen

Vastgesteld d.d.:

........ PM

Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstukl

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging en begrenzing

5

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

6

1.4

Gekozen planopzet

8

Beschrijving van het plangebied

9

2.1

Ontstaansgeschiedenis

9

2.2

Huidig gebruik

9

2.3

Beoogde ontwikkeling

11

Beleid

13

3.1

Rijksbeleid

13

3.2

Provinciaal beleid

15

3.3

Gemeentelijk beleid

22

Hoofdstuk4

Planbeschrijving

28

4.1

Inleiding

28

4.2

Ontwikkelingen

28

4.3

Juridische planbeschrijving

28

Water

30

5.1

Beleidskader

30

5.2

Samenwerking met de waterbeheerder

30

5.3

Huidige watersysteem

31

5.4

De wateropgave

32

Milieu

34

6.1

Inleiding

34

6.2

Milieu effectrapportage

34

6.3

Milieuzonering

35

6.4

Verkeer en parkeren

36

6.5

Geluid

38

6.6

Luchtkwaliteit

41

6.7

Bodem

43

6.8

Archeologie en cultuurhistorie

44

6.9

Externe veiligheid

47

6.10

Natuur

50

Hoofdstuk2

Hoofdstuk3

Hoofdstuk5

Hoofdstuk6

2

6.11

Duurzaamheid

52

Hoofdstukľ

Handhaving

54

Hoofdstuk8

Financiële uitvoerbaarheid

55

Hoofdstuk9

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

56

9.1

Participatie

56

9.2

Vooroverleg

56

Bijlagen

57

Bijlage 1

Verkennend en nader bodemonderzoek

58

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid

121

Bijlage 3

Onderzoek nestgeluid schepen

164

Bijlage 4

Beleidsbesluit archeologie

185

Bijlage 5

Hogere Waarden

188

Bijlage 6

Quickscan flora en fauna

189

Bijlage 7

Rapportage stikstof

203

Bijlage 8

Nader onderzoek vleermuizen

226

Bijlage 9

Ecologisch werkplan

242

3

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Stichting BOOR en het sportbedrijf Rotterdam zijn voornemens om naast de huidige locatie van OSBS de Kameleon aan de Carnissedreef 2-4 te Rotterdam, nieuwbouw te realiseren. Het betreft de nieuwbouw van een basisschool bestaande uit 18 klassen, 5 internationale schakelklassen (ISK), 2 voor- en vroegschoolse educatie (VVE) groepen en een gymzaal. De gymzaal wordt geïntegreerd in de nieuwbouw, maar is eveneens opzichzelfstaand te gebruiken als sportschool voor de wijk. De omvang van de nieuwbouw betreft circa 3.100 m2 BVO. De maximale omvang van de gymzaal betreft circa 660 m2 BVO. Ten behoeve van de nieuwbouw zal bestaande bebouwing gesloopt worden. De bestaande school OSBS de Kameleon heeft twee vestigingen, de nieuwe basisschool dient tevens ter vervanging van de tweede vestiging aan de Fazantstraat. In de huidige situatie zijn circa 275 leerlingen gehuisvest op de locatie aan de Carnissedreef. De overige 175 leerlingen zijn gehuisvest op de locatie aan de Fazantstraat. Op de nieuwe school worden 424 leerlingen gehuisvest. Het aantal leerlingen op scholen neemt in de loop van het jaar normaliter toe, vanwege instroom in groep 1 en leerlingen die wisselen van school. In onderhavig geval wordt rekening gehouden met maximaal 450 leerlingen na toename.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied is gelegen in Carnisse, ook wel Carnissebuurt, nabij de Carnissedreef 2-4 te Rotterdam. Carnisse is een vooroorlogse buurt/wijk in de wijk Charlois. Charlois ligt op de zuidelijke Maasoever in Rotterdam. Aan de noordzijde van het plangebied zijn bomen en begroeiing gelegen met daarachter de Carnissedreef en Carnissesingel. Aan noordelijke zijde van deze wegen liggen woningen. Aan de oostzijde ligt wateroppervlak en een sportveld. Aan de zuidzijde van het plangebied is eveneens een sportveld gelegen. Daarnaast is ook sprake van groenvoorzieningen aan de zuidzijde. Op de gronden aan de westzijde van het plangebied staat momenteel de huidige bebouwing van OSBS de Kameleon en een parkeerterrein. De huidige bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Verder ligt het plangebied op loopafstand van de bushalte 'Rotterdam Carnissesingeľ (hemelsbrede afstand van circa 100 meter). In de nabijheid van het plangebied zijn meerdere bushaltes gelegen, zoals 'Wielewaalstraat' op een hemelsbrede afstand van 325 meter en 'Ahoy Complex' op circa 414 meter afstand (hemelsbreed). Verder ligt het metrostation 'Zuidplein' op een hemelsbrede afstand van circa 560 meter. Hiermee is het plangebied vanaf het OV goed bereikbaar.

5

Legenda rľĴ fHangetìed

'í' f :

Figuur 1.1 Luchtfoto plangebied (Qgis eigen bewerking)

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

De vigerende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied zijn: » « »

Zuiderpark; Parapluherziening parkeernormering Rotterdam; Parapluherziening biologische veiligheid.

Verder is op 3 februari 2022 het voorbereidingsbesluit "Flitsbezorgsupermarkten met 'dark stores'" vastgesteld. Met het voorbereidingsbesluit wordt bepaald dat het voor het gehele grondgebied van Rotterdam verboden is om het gebruik van gronden en/of bouwwerken, of gedeelten daarvan, zoals dit bestond op het moment van inwerkingtreding van dit besluit, te wijzigen naar: vormen of vestigingen van detailhandel die blijkens hun reclame-uiting, presentatie, assortiment en/of bedrijfsvoering zijn te kwalificeren als flitsbezorgsupermarkt met dark store. Dit is niet relevant voor de voorgenomen ontwikkeling, omdat geen dark store voor flitsbezorgsupermarkten worden gerealiseerd met dit plan. Zuiderpark

6

Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Zuiderpark' geldend. Dit plan is op 22 februari 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Rotterdam. In figuur 1.2 is een uitsnede opgenomen van de verbeelding bij het bestemmingsplan 'Zuiderpark'. Het plangebied is hierop met een rode stippellijn weergegeven. Legenda ÍTĴ piarxiċtìKl

Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding 'Zuiderpark' (Qgis eigen bewerking)

In de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan 'Zuiderpark' is zichtbaar dat een viertal enkelbestemmingen van kracht zijn binnen het plangebied, te weten: » « » »

Groen; Maatschappelijk 1; Tuin; Sport - Sport- en speelterrein.

Binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Tuin' zijn geen bouwvlakken opgenomen. De bestemming 'Groen' is bestemd voor groenvoorzieningen en de gronden met de bestemming 'Tuin' dienen als tuin ingericht te worden. De bestemming 'Maatschappelijk 1' biedt ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, zoals een school. Ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk 1' geldt een bouwvlak, waarbinnen gebouwd mag worden met een bouwhoogte van maximaal 8 meter. Ter plaatste van de bestemming 'Sport - Sport- en speelterrein' zijn sportvelden toegestaan. Deze gronden mogen maximaal voor 40Zo bebouwd worden. Verder gelden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en de gebiedsaanduiding 'geluidzone industrie' ter plaatse van het plangebied.

Betrekking tot de ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een onderwijsgebouw en sportvoorziening, met een bouwhoogte van maximaal 12 meter. Dit is niet toegestaan binnen de bestemmingen 'Groen', 'Tuin' en 'Sport - Sport- en speelterrein'. Daarnaast wordt de toegestane bouwhoogte van 8 meter binnen de bestemming 'Maatschappelijk 1' overschreden, waardoor tevens sprake is van strijdigheid. De

7

ontwikkeling is niet passend binnen het bestemmingsplan 'Zuiderpark'. Aangezien de herontwikkeling niet past binnen de regels van het bestemmingsplan 'Zuiderpark' is onderhavig bestemmingsplan opgesteld, om de ontwikkeling mogelijk te maken. Parapluherziening parkeernormering Rotterdam Ter plaatse van het plangebied is de "Parapluherziening parkeernormering Rotterdam", zoals vastgesteld op 14 december 2017, van kracht. In deze parapluherziening is een regeling in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die verwijst naar de parkeernormen voor auto's in het geldende beleid. Deze parapluherziening maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Momenteel is de "Beleidsregeling Parkeernomen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" het geldende parkeerbeleid. De "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" is vastgesteld door de Raad van de gemeente Rotterdam op 1 februari 2018. Deze beleidsregeling is het instrument om het aantal benodigde auto- en fietsparkeerplaatsen te bepalen bij nieuwe bouwontwikkelingen en transformaties.

Betrekking tot de ontwikkeling De regeling waarborgt dat initiatiefnemers voldoende parkeercapaciteit realiseren voor zowel auto's en fietsen bij ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. In paragraaf 6.4 wordt ten behoeve van de ontwikkeling hier nader op ingegaan. Parapluherziening biologische veiligheid Het doel van de parapluherziening biologische veiligheid is om het vestigen of uitbreiden van biologische laboratoria met een hoog risico uitsluitend toe te staan als het beleids- en toetsingskader is getoetst en daaruit blijkt dat het laboratorium wenselijk is op de beoogde locatie.

Betrekking tot de ontwikkeling In onderhavig geval bestaat niet de wens om een biologisch laboratorium te vestigen. Derhalve is de parapluherziening niet relevant voor de beoogde ontwikkeling.

1.4

Gekozen planopzet

Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling die voorziet in voldoende flexibiliteit om de geplande ontwikkeling van een onderwijsgebouw te realiseren. De regeling geschiedt door middel van bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling. De bindende planstukken worden nader onderbouwd met voorliggende toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Rotterdam, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).

8

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plangebied

Ontstaansgeschiedenis

In het begin van de vijftiende eeuw was het huidige Charlois een onbebouwd terrein van slikken, kreken en uitgestrekte watervlakten. Dijken en sluizen ontbraken, eb en vloed hadden er vrij toegang. Daardoor was bewoning op dat stuk grond vrijwel onmogelijk. In 1460 zijn er voor het eerst plannen voor het bedijken van het gebied. Op 24 april van dat jaar schonk Karel de Stoute, op dat moment nog graaf van Charlois, de gronden met de bijbehorende jacht- en visrechten aan drie edelen. Karel had een jaar eerder de heerlijkheden Putten en Strijen van zijn vader ontvangen en daardoor de beschikking gekregen over het bovenbeschreven verdronken land, dat de naam Riederwaard droeg. De gift aan de drie edelen omvatte overigens niet de gehele Riederwaard, maar slechts het westelijk deel van dit gebied. Dit westelijk deel van de Riederwaard werd de latere heerlijkheid Charlois. Charlois bleef tot de annexatie door Rotterdam in 1895 een zelfstandige, agrarische gemeente. Carnisse is één van de vooroorlogse Charloise wijken. De wijk wordt begrensd door de Dorpsweg, Pleinweg en Goereesestraat. Aan de zuidrand van Carnisse vormt het Zuiderpark een fraaie groene 'achtertuin'. In 1899 ging de gemeente akkoord met het plan van een grondexploitant om langs de Katendrechtse Lagedijk arbeiderswoningen te bouwen. Tussen 1900 en 1950 groeide de wijk gestaag.

Met de uitbreiding van de havens was immers dringend behoefte aan huisvesting voor de nieuwe arbeiders, die van ver naar Rotterdam kwamen. De wijk breidde zich in de loop der jaren in zuidelijke richting uit.

2.2

Huidig gebruik

In de huidige situatie is het grootste deel van de gronden binnen het plangebied in gebruik als groenvoorziening. Binnen het plangebied staan bomen en andere begroeiing. Daarnaast is in de noordwestzijde van het plangebied de bebouwing van de bestaande school OSBS de Kameleon aan de Carnissedreef 2-4 gelegen. Aan de westzijde van het plangebied is de bestaande gymzaal gesitueerd. De bestaande school en gymzaal dienen gesloopt te worden om de ontwikkeling mogelijk te maken. In de zuidwestzijde van het plangebied ligt een deel van het sportveld dat momenteel in gebruik is als korfbalveld, door korfbalvereniging de Sperwers. De toekomstige ontwikkeling dient ter vervanging van de bestaande basisschool OSBS de Kameleon en gymzaal.

9

Legenda

ptongetwrf C

Bestaande sthoaltetouwing

7&Š .F ^

Figuur 2.1. Huidige situatie (Qgis, eigen bewerking) * - V 'V

ļf

"

z*

■ifc': Mi

riDii uur riiii hĨĻ

r'XMi uil ni iii ti H

MļļįļlîįJįļį|įļįĮ|

Figuur 2.2. Huidige situatie (Google Maps)

10

2.3

Beoogde ontwikkeling

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit nieuwbouw die naast de huidige locatie van OSBS de Kameleon aan de Carnissedreef 2-4 te Rotterdam gerealiseerd wordt. Het betreft de nieuwbouw van een basisschool bestaande uit 18 klassen, 5 internationale schakelklassen (ISK), 2 voor- en vroegschoolse educatie (VVE) groepen en een gymzaal. De gymzaal wordt geïntegreerd in de nieuwbouw, maar is eveneens op zichzelf staand te gebruiken als sportvoorziening voor de wijk. De omvang van de nieuwbouw betreft circa 3.100 m2 BVO. De omvang van de gymzaal betreft circa 660 m2 BVO. Ten behoeve van de nieuwbouw zal bestaande bebouwing gesloopt worden. De school wordt gerealiseerd ter vervanging van de huidige vestigingen van de OSBS de Kameleon aan de Carnissedreef 2-4 en de Fazantstraat 105-107 te Rotterdam. De gymzaal wordt gerealiseerd ter vervanging van de bestaande gymzaal Carnissedreef. Op de huidige school worden 424 leerlingen gehuisvest. Het aantal leerlingen op scholen neemt normaliter in de loop van het jaar toe, vanwege instroom in groep 1 en leerlingen die wisselen van school. In de nieuwbouw situatie wordt rekening gehouden met 450 leerlingen na toename. In figuren 2.3 en 2.4 zijn impressie tekening van de toekomstige bebouwing weergegeven.

mam

Figuur 2.3 Impressietekening toekomstige situatie (bron: OIII Architecten, Stichting BOOR)

11

Figuur 2.4 Impressietekening toekomstige situatie (bron: OIII Architecten, Stichting BOOR)

12

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijksbeleid

Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 zijn de juridische mogelijkheden van het Rijk gewijzigd. Structuurvisies zullen voortaan de hoofdlijnen van het nationale ruimtelijk beleid aangeven en de nationale belangen die met dat beleid worden behartigd proberen veilig te stellen. Ter verwezenlijking daarvan heeft het Rijk de beschikking over nieuwe juridische mogelijkheden. Het Rijk kan een bestemmingsplan opstellen, een zogenaamd rijksinpassingsplan. Daarnaast zijn er instrumenten die uitvoering van het rijksbeleid kunnen verzekeren zoals de bevoegdheid tot het stellen van algemene regels in een algemene maatregel van bestuur (amvb) en het opleggen van aanwijzingen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is in werking getreden en geeft de rijksbelangen weer die doorwerken in gemeentelijke bestemmingsplannen. 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Vastgesteld op 11 september 2020 In de Nationale Omgevingsvisie zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. ţv\AATSO-MPp.

NATIONALE STRATEGISCHE KEUZES

GEBIEDSGERICHT MAATWERK

prioriteiten

nationale belangen en opgaven

ruimte voor klimMUdapUtie •n energietranutie

afwegngspnncipes

groeipotentieel

combineren boven «Mvoudf

iterke en gerande «eden en regio's

kenmerken b identiteit

toefcomstbestendge ontwikkeling tn het LanrXipk gebied

afwentelen voorkomen

duurzaam ecoromixh

Figuur 3.1 Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie)

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities. Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier

13

prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd. 1. 2. 3.

Combineren boven enkelvoudig. Kenmerken & identiteit. Afwentelen voorkomen.

3.1.1.1 Relatie tot het plangebied Het realiseren van een onderwijsinstelling met sportvoorziening draagt bij aan het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het gehele Carnisse Eiland wordt getransformeerd naar een woon-werkgebied. Een onderwijsinstelling is hierbij een passende voorziening. Door het realiseren van een passende voorziening in het gebied, ontstaat een aantrekkelijker vestigingsklimaat, hiermee wordt een bijdrage geleverd aan nationale belangen 2: "Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit" en 16: "Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat". 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden.

3.1.2.1 Relatie tot het plangebied Geen van de onderwerpen uit het Barro zijn van toepassing binnen het plangebied. Derhalve legt het geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening

Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid, voor een goed systeem van ruimtelijke ordening, juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (Watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is het volgende opgenomen: “De toelichting bij een

bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een

14

motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro gedefinieerd als een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen".

3.1.3.1 Relatie tot het plangebied De realisatie van een school en gymzaal is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in 18 klassen, 5 internationale schakelklassen (ISK), 2 voor- en vroegschoolse educatie (VVE) groepen en een gymzaal. De school wordt gerealiseerd ter vervanging van de huidige vestigingen van de OSBS de Kameleon aan de Carnissedreef 2-4 en de Fazantstraat 105-107 te Rotterdam. De gymzaal dient ter vervanging van de bestaande gymzaal Carnissedreef. De bestaande school en gymzaal aan de Carnissedreef worden gesloopt ten behoeve van de herontwikkeling van het gehele Carnisse Eiland. De nieuwe school en gymzaal worden ten oosten van de huidige school gerealiseerd. Aangezien reeds een school aanwezig is, kan gesteld worden dat hier reeds behoefte aan is. Volledigheidshalve zal de ladder in opvolgende beleidsparagrafen gemotiveerd worden.

3.2

Provinciaal beleid

Algemeen De hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid zijn weergegeven in de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Omgevingsverordening Zuid-Holland en het Programma Ruimte. In de volgende paragrafen wordt hier nader op ingegaan. 3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Naar een klimaatbestendige delta. Naar een nieuwe economie: the next level. Naar een levendige meerkernige metropool. Energievernieuwing. Best bereikbare provincie. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: »

De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is.

15

« »

In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is.

De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Voegt plan zkîi m bestaande structuur^

Figuur 3.2 Soorten ontwikkelingen (Bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland)

De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waaronder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn.

3.2.1.1 Relatie tot het plangebied De beoogde ontwikkeling wordt binnenstedelijk gerealiseerd, zie hiervoor tevens paragraaf 3.2.2. De voorgenomen ontwikkeling maakt onderdeel uit van de herontwikkeling van het gehele Carnisse-Eiland, hiertoe wordt een separate planologische procedure gevolgd. In de huidige situatie is aan de Carnissedreef 2-4 OSBS de Kameleon gevestigd. De bestaande gymzaal is aan de Carnissedreef 6 gelegen. Vanwege de herontwikkeling van het Carnisse-eiland, zal de bestaande bebouwing gesloopt worden en dienen de school en gymzaal elders gesitueerd te worden. In dit kader worden OSBS De Kameleon en de gymzaal verplaatst naar de gronden aan de oostzijde van de Carnissedreef 2-4. Gesteld kan worden dat de identiteit, aard en schaal van het gebied en de omgeving niet veranderen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, waardoor sprake is van 'inpassing'. Gekeken is welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtlijnen hierbij horen. In figuur 3.3 is zichtbaar dat het plangebied is gelegen binnen 'Rivierdeltacomplex - Jonge zeeklei'

16

(kaart: laag van ondergrond) en 'Steden en dorpen' (kaart: laag van stedelijke occupatie).

o

jhh

Figuur 3.3 Kwaliteitskaarten, plangebied aangegeven met oranje cirkel (bron: provincie Zuid-Holland)

Het richtpunt voor 'Rivierdeltacomplex - Jonge zeeklei' is als volgt: »

Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden.

De richtpunten behorende bij 'Steden en dorpen' betreffen: » » »

» » » » » »

Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Toetsing richtpunten In het kader van het aspect 'Natuur is een ecologische quickscan en nader ecologisch onderzoek uitgevoerd, hier wordt in paragraaf 6.10 nader op ingegaan. Hiermee worden de natuurlijke aspecten inzichtelijk gemaakt en worden maatregelen getroffen indien nodig. De natuur blijft hierdoor onverstoord. Daarnaast is in samenwerking met de afdeling stedenbouw van de gemeente Rotterdam gewerkt naar een stedenbouwkundig plan, waarbij voor de voorgenomen ontwikkeling een Nota van Uitgangspunten is opgesteld. De nauwe samenwerking leidt ertoe dat de herontwikkeling van Carnisse-eiland en OSBS De Kameleon goed op elkaar aansluiten en samen de identiteit van het gebied creëren en versterken. Verder is geen sprake van cultuurhistorische waarden, hoogbouw of een bedrijventerrein. De richtpunten die hier betrekking op hebben zijn derhalve niet van toepassing.

17

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit en de ladder voor duurzame verstedelijking. Regels voor ruimtelijke kwaliteit Voor toetsing aan de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is vooral de ruimtelijke impact van een ontwikkeling van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen aan welke voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit.

In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen aan welke voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. 2.

3.

4.

5.

6.

Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d.

6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat.

18

7.

Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. d.

toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij » aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; » indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10.

Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g. 11. Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10. De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het omgevingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie.

Ladder voor duurzame verstedelijking Aangezien sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dient eveneens te worden voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1.

Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X.

2.

Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale Woonvisie.

19

3.

4.

Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.

Bij een stedelijke ontwikkeling in het bestaand stads- en dorpsgebied dient in de toelichting van het bestemmingsplan ingegaan te worden op de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking kan verwezen worden naar een regionale visie waar de behoefte van de stedelijke ontwikkeling al is gemotiveerd. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Bro, ook opgenomen in de verordening om het provinciaal belang bij de toepassing van de ladder te benadrukken. Indien de ontwikkeling niet binnen bestaand stads- of dorpsgebied kan worden voorzien kan gebruik worden gemaakt van de aangewezen locaties in het Programma ruimte.

3.2.2.1 Relatie tot het plangebied Ruimtelijke kwaliteit Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daarom primair plaats binnen BSD. Het plan past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Op figuur 3.4 is te zien dat het plangebied is gelegen binnen het BSD. Kaart 11; Bestaand stads «n dorpsgabiad 201S

Meester

Bi nnenstede lij k groen Thema: natuur Gebieds begrens ing: e*act

Roerdompjaajļ

Figuur 3.4 Bestaand stads- en dorpsgebied (bron: ruimtelijke plannen)

Aangezien het plangebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied wordt daarmee voldaan aan het uitgangspunt dat stedelijke ontwikkelingen bij voorkeur op dergelijke locaties plaatsvinden. In

20

onderhavig geval is sprake van inpassing van een ontwikkeling die voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart, zie ook paragraaf 3.2.2.I. Ladder voor duurzame verstedelijking Tevens dient ingegaan te worden op de ladder voor duurzame verstedelijking. Aangezien reeds een school en gymzaal in het gebied zijn gevestigd en de beoogde ontwikkeling ter vervanging van de bestaande school en gymzaal dient, kan gesteld worden dat behoefte is aan huisvesting voor onderwijs in het gebied. Aangezien sprake is van een bestaande behoefte, wordt hieronder beperkt op de behoefte ingegaan. In het programma onderwijs van de gemeente Rotterdam wordt aangegeven dat geïnvesteerd wordt in toekomstbestendige schoolgebouwen. Uit de toelichting voor onderwijshuisvesting volgt dat het aanbod aan po-scholen relatief eenzijdig is in de oude stadswijken rond het centrum aan beide zijden van de rivier, dit geldt onder meer in Feijenoord en Charlois op Zuid. In dit type gebieden bevindt zich vaak een groot aantal kleine scholen. Deze kleine scholen (vaak onder de opheffingsnorm van 182 leerlingen) slagen er niet altijd in om goede kwaliteit te bieden. Ze zijn kwetsbaar als het om de bezetting gaat, ze zijn bedrijfseconomisch niet sterk en worden door steeds meer ouders niet aantrekkelijk gevonden.

Dat leidt tot een vlucht naar andere wijken en heeft het risico dat de tweedeling en de kansenongelijkheid worden vergroot, doordat kinderen van kritische ouders naar een goede school buiten de wijk gaan, terwijl kinderen van ouders voor wie een weloverwogen schoolkeuze lastig is wel naar de buurtschool gaan, ongeacht de vraag of dat een goede school is of niet. Een dergelijke tweedeling is onwenselijk. De voorkeur gaat, waar mogelijk, uit naar grotere basisscholen. De wens is om een herontwerp van het primair onderwijs uitvoeren op basis van de volgende uitgangspunten: « » »

De beste basisschool altijd in de buurt. Een basisschool heeft minimaal 250 leerlingen. Er is een doorgaande leerlijn van de voorschool naar het primair onderwijs.

In onderhavig geval wordt een nieuw onderwijsgebouw voor OSBS De Kameleon gerealiseerd. De omliggende gronden, ook wel Carnisse-eiland, wordt middels een andere procedure herontwikkeld. Een onderwijsgebouw in deze toekomstige wijk geeft invulling aan het uitgangspunt 'de beste basisschool is altijd in de buurt'. Daarnaast wordt op de school ruimte geboden voor 450 leerlingen, waardoor tevens aan het minimaal aantal leerlingen wordt voldaan. In het programma komt naar voren dat behoefte is aan herontwerp en tegengaan van tweedeling. De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een nieuwe (modernere) school, wat de school aantrekkelijker maakt en op zijn beurt leidt tot minder tweedeling. 3.2.3

Convenant klimaat adaptief bouwen Zuid-Holland (2018)

Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaat adaptief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan. In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: A. B. C.

Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving;

21

D. E. F.

Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving.

3.2.3.1 Relatie tot het plangebied De voorgenomen ontwikkeling voorziet in nieuwbouw ten behoeve van OSBS de Kameleon, de nieuwbouw wordt aardgasvrij gerealiseerd. Binnen het plangebied worden faciliteiten ten behoeve van waterberging gerealiseerd, met als doel om het water bij (hevige) neerslag tijdelijk vast te houden en te voorkomen dat het water te snel afstroomt en het waterpeil snel stijgt. Daarnaast wordt een WKO-installatie geplaatst, om het gebouw op duurzame wijze te verwarmen en verkoelen middels bodemenergie. Op het gebouw worden tevens zonnepanelen geplaatst, om zonne-energie om te zetten naar elektriciteit.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Rotterdam 'De veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen'

Vastgesteld door gemeenteraad op 2 december 2021 De Omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Deze Omgevingsvisie vervangt de in 2007 vastgestelde Stadsvisie Rotterdam 2030. Tot de datum van invoering van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie de status van structuurvisie onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening. Hoofdlijn van de Omgevingsvisie is dat Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. De Omgevingsvisie gaat uit van 5 lange termijn doelen (perspectieven): compact, inclusief, duurzaam, gezond, productief. Mede aan de hand daarvan worden in de Omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes benoemd waarmee invulling wordt gegeven aan de koers voor Rotterdam voor goede groei: »

«

»

«

«

Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: Rotterdam wordt een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen. Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden. Er wordt verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Verstedelijking gebeurt vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer. Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: deze worden in samenhang aangepakt om de wijken toekomstbestendig te maken. Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: Er wordt gewerkt aan een stad die klimaatneutraal is en waar grondstoffen hergebruikt worden. Zo wordt een duurzaam Rotterdam gecreëerd met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties. Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening.

Er is een aantal gebieden waar meerdere grote opgaven bij elkaar komen en waar er tegelijkertijd kansen liggen om veel van onze stedelijke doelstellingen te realiseren. Deze strategische gebieden vragen om gebiedsspecifieke richtinggevende keuzes. Het betreft de binnenstad, Alexander tot en met Zuidplein en Rotterdam-Zuid. Voor de ontwikkeling van deze gebieden formuleert de Omgevingsvisie

22

enkele gebiedskeuzes. Alexander tot Zuidplein Binnen Alexander-Zuidplein (hierna: A-Z) wordt concreet invulling gegeven aan de ambitie van goede groei. De verstedelijkingsopgave is de motor voor het maken van een sterke stad. Binnen A-Z wil de gemeente Rotterdam zo'n 20.000 - 30.000 nieuwe woningen realiseren voor diverse doelgroepen, verdeeld over verschillende soorten woonmilieus en gebieden met hun eigen karakteristieken. Goede voorzieningen, zoals onderwijs, sport, cultuur en zorg mogen niet ontbreken. Het bouwen van de nieuwe woningen gaat hand in hand met realiseren van 20.000 - 30.000 nieuwe arbeidsplaatsen, voor diverse doelgroepen op diverse toekomstbestendige werklocaties. Goede groei binnen A-Z krijgt vorm op verschillende schaalniveaus en rondom verschillende thema's. In dit kader zijn er drie centrale ambities: sterke centra, ongedeelde stad en vitale stadswijken. Het resultaat is een aantrekkelijk, op alle fronten goed functionerend stadsdeel met toekomstperspectief voor nieuwe én bestaande bewoners. Voor A-Z zijn gebiedsgerichte keuzes opgesteld, deze beschrijven hoe de ambitie voor A-Z waar gemaakt kan worden. De gebiedsgerichte keuzes zijn een aanvulling op de hoofdkeuzes voor de gehele stad. De gebiedsgerichte keuzes zijn hieronder weergegeven. Sterke centra: van ov-knooppunten naar stedelijke centra. 1. 2.

Impuls voor openbaar vervoer. Ontwikkelen van stedelijke centra.

Ongedeelde stad: van gescheiden stadsdelen naar één geheel. 3. 4.

Stadsdelen verbinden door verdichting. Netwerk van groene verbindingen.

Vitale stadswijken: van geïsoleerde woonbuurten naar vitale stadswijken. 5. 6.

Kansen voor bewoners en ondernemers. Duurzame mobiliteit, prettige openbare ruimte én sport.

Onderwijs In de Omgevingsvisie is opgenomen dat het niet moet uitmaken waar een inwoner van de gemeente opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. De gemeente is in A-Z ook de verstedelijkings mogelijkheden aan het onderzoeken. De verstedelijkingsplekken worden benut om te transformeren tot samenhangende gebieden, een rijke variatie aan werk- woonmilieus in combinatie met kwalitatieve openbare ruimte en goede voorzieningen in onderwijs, sport en zorg waar ook de omliggende wijken van profiteren.

3.3.1.1 Relatie tot het plangebied Een school wordt gezien als goede voorziening behorende bij de omliggende wijk. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop- en nieuwbouw van een school en gymzaal en voorziet dus in de realisatie van een goede voorziening. De school levert een goede bijdrage aan de beoogde herontwikkeling van het gehele Carnisse-eiland. 3.3.2

Stadsvisie Rotterdam: Ruimtelijke ontwikkelingsstrategie 2030

Vastgesteld op 29 november 2007 door de Rotterdamse gemeenteraad De Stadsvisie vormt het ruimtelijk kader voor alle investeringen, projecten en plannen die in de stad worden gerealiseerd. De Stadsvisie is een ontwikkelingsstrategie voor de stad Rotterdam, voor de periode tot 2030. De Stadsvisie heeft als missie een sterke economie en een aantrekkelijke woonstad. Deze missie is uitgewerkt in een aantal kernbeslissingen op de onderwerpen wonen en economie en deze bepalen wat er de komende jaren op deze gebieden gebeurt in de stad. Veel van de kernbeslissingen zullen de komende vijftien jaar worden omgezet in de uitvoering van een aantal (bouw) projecten in de stad, waardoor Rotterdam over pakweg vijftien jaar inderdaad een sterke economie heeft en aantrekkelijke woongebieden kent, ook voor haar hoogopgeleide bewoners.

23

Een van de beleidslijnen in de stadsvisie is 'Onderwijs'. Goede basisvoorzieningen in de wijken vormen een randvoorwaarde voor een aantrekkelijke woonstad. De multifunctionele accommodatie speelt daarbij in de toekomst een belangrijke rol. Niet alleen vanuit het belang van onderwijs, maar vooral vanwege de mogelijkheid om meerdere voorzieningen onder één dak onder te brengen. De aanwezigheid van onderwijs is van doorslaggevend belang. Daarnaast wordt onder kernbeslissing 5 'Aantrekkelijke woonstad - selectieve migratie tegengaan' aangegeven dat de gemeente investeert in voorzienen pakketten passend bij het woonmilieu, zoals onderwijs en sport. Dubbelslag op Zuid De gemeente wil in Rotterdam-Zuid een dubbelslag maken: wegwerken van achterstanden én het pakken van kansen. Voorzieningen en onderwijs zijn twee onderwerpen die hierbij van belang zijn. Fysieke herstructurering van wijken is namelijk alleen zinvol als tegelijkertijd de sociale problematiek wordt aangepakt. In dit kader moet in iedere wijk een compleet aanbod zijn van goede basisscholen, gezondheidscentra, wijkgebouwen en sportfaciliteiten. Onderwijs is een cruciale schakel in het vernieuwingsproces van de Tuinsteden, vooral gezien de jonge leeftijd van de bevolking van Zuid en de beperkte keuze in het huidige onderwijsaanbod. Daarnaast is onderwijs belangrijk voor de woningkeuze.

3.3.2.1 Relatie tot het plangebied In onderhavig geval wordt een gebouw ten behoeve van basisonderwijs en bijbehorende gymzaal gerealiseerd. De gymzaal wordt geïntegreerd in de nieuwbouw, maar is eveneens opzichzelfstaand te gebruiken als sportvoorziening voor de wijk. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de doelstelling in de stadsvisie om achterstanden weg te werken en kansen te pakken op Zuid. De ontwikkeling voorziet in een onderwijsgebouw, wat bijdraagt en doorslaggevend is voor een aantrekkelijke woonstad. Daarnaast wordt een gymzaal gerealiseerd, waarmee invulling wordt gegeven aan de behoefte aan voorzieningen, om een compleet aanbod te creëren. 3.3.3

Omissie Rotterdam 2019 - Met nieuwe energie bouwen aan de stad van morgen

Vastgesteld op 11 april 2019 door de Rotterdamse gemeenteraad De Omissieregeling is een financieel-technische actualisatie van de Begroting 2019. In het kader van het verbeteren van de transparantie maakt de omissieregeling vanaf 2019 onderdeel uit van het meerjarige P&C—product en deze is integraal verwerkt op de begrotingswebsite. Onderwijs Eén van de programma's onder de jaarstukken opgenomen op de website van de gemeente is 'Onderwijs'. Onder het programma zijn drie doelen en twee taken opgenomen. De drie doelen zijn als volgt: 1. 2. 3.

Het verbeteren van de onderwijsresultaten in de hele stad. Het vergroten van de ontwikkelingskansen van alle kinderen in de voorschool en het onderwijs. Alle kinderen helpen zich te ontwikkelen tot democratische en weerbare Rotterdammers die in staat zijn hun eigen toekomst vorm te geven en een waardevolle bijdrage te leveren aan de samenleving en op de arbeidsmarkt.

De taken betreffen: 1. 2.

Onderwijshuisvesting. Onderwijsbeleid en leerlingzaken.

Onderwijshuisvesting "De beste basisschool is altijd in de buurt" is het uitgangspunt van de gemeente Rotterdam. De gemeente investeert in toekomstbestendige schoolgebouwen. Het accent ligt bij onderwijshuisvesting op het efficiënt en doelmatig gebruik van onderwijsgebouwen en het beschikbaar stellen van voldoende gymcapaciteit. Zoals reeds aangegeven in paragraaf 3.2.2.1 is het aanbod aan po-scholen relatief eenzijdig in de oude stadswijken rond het centrum aan beide zijden van de rivier, dit geldt onder meer in Feijenoord en Charlois op Zuid.

24

De voorkeur gaat, waar mogelijk, uit naar grotere basisscholen. De wens is om een herontwerp van het primair onderwijs uit te voeren op basis van de volgende uitgangspunten: » » «

De beste basisschool altijd in de buurt. Een basisschool heeft minimaal 250 leerlingen. Er is een doorgaande leerlijn van de voorschool naar het primair onderwijs.

Verder is extra aandacht voor duurzaamheid bij renovatie en nieuwbouw van schoolgebouwen één van de doelen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het realiseren van groene daken, zonnepanelen en groene schoolpleinen.

3.3.3.1 Relatie tot het plangebied De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van een basisonderwijsgebouw met gymzaal, waar OSBS De Kameleon naartoe kan verhuizen. De huidige vestiging van De Kameleon wordt, na realisatie van de nieuwbouw, gesloopt. De bestaande gymzaal wordt voor start van de realisatie van de nieuwbouw gesloopt. De omliggende gronden, ook wel Carnisse-eiland, wordt middels een andere procedure herontwikkeld. Een onderwijsgebouw in deze toekomstige wijk geeft invulling aan het uitgangspunt 'de beste basisschool is altijd in de buurt'. Daarnaast wordt op de school ruimte geboden voor maximaal 450 leerlingen, waardoor tevens aan het minimaal aantal leerlingen wordt voldaan. Ten aanzien van duurzaamheid zal de ontwikkeling BENG opgeleverd gaan worden. Dit geldt zowel voor de school als gymzaal. Daarnaast is voor de gymzaal de eis opgelegd dat het plan een GPR score haalt van 7,5 en wordt voor de school een plan uitgewerkt in lijn met het ambitieprofiel frisse scholen van de gemeente Rotterdam. Verder worden, zoals reeds in paragraaf 3.2.3.1 beschreven, zonnepanelen, waterberging en een wko-installatie gerealiseerd/geplaatst binnen het plangebied. 3.3.4

Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+

Vastgesteld op 11 mei 2017 door de Rotterdamse Gemeenteraad Het Stedelijk Verkeersplan is een plan waarbij bereikbaarheid in dienst van een economisch sterk en gezond Rotterdam staat. Het Stedelijk Verkeersplan zet de lange termijnvisie neer, waarbij het uitgangspunt is dat mobiliteit geen doel op zich is, maar een belangrijke randvoorwaarde voor een economische sterk, gezond en aantrekkelijk Rotterdam. De Rotterdamse Mobiliteitsagenda kent een drietal vertrekpunten: « » »

de groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; de economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; de stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets en ov-gebruik.

Bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en het openbaar vervoer is daarbij het vertrekpunt. Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk vervoersnetwerk vorm geeft. Hierbij staat de gezondheid van de Rotterdammer voorop en wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad functioneert als proeftuin. De structuuringrepen binnen het Stedelijk Verkeersplan bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat voldoende flexibel en genoeg adaptief is om de stad van de toekomst (Next City) vorm te geven. De mobiliteitsstrategie ontstaat vanuit de gewenste ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en regio en wordt wanneer de bereikbaarheidsopgave in de toekomst verandertsteeds opnieuw aan de tijdgeest aangepast, omdat het geen volgordelijkheid kent. Dit leidt tot de volgende beleidskeuzen: 1. 2. 3. 4. 5.

City Lounge versterkt: stimuleren van fiets en ov; een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ovin evenwicht; regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile;

25

6. 7. 8. 9.

geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden.

3.3.4.1 Relatie tot het plangebied De toekomstige school dient ter vervanging van de huidige vestigingslocatie van OSBS de Kameleon, gelegen aan de Carnissedreef 2-4 en de Fazantstraat 105-107 te Rotterdam. In paragraaf 6.4 wordt nader ingegaan op parkeren. In onderhavig geval wordt voldaan aan de uitgangspunten van het verkeersplan. Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd en de beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de bereikbaarheid van het gebied. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van het verkeersplan. 3.3.5

Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=590061b0-7ac1-4f72-a95d-9eee78c6d092