[23bb002283] Bijlage 2 behorende bij 23bb2281 - Advies Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 1600 3800 BP Amersfoort
College van B&W van Gemeente Rotterdam T.a.v. Bureau Monumenten&Cultuurhistorie Postbus 6575 3972 DP Rotterdam
Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl Contactpersoon
Onze referentie 1349334
Bijlagen 0
Datum Betreft
Naam Adres Postcode/plaats Gemeente/provincie Monumentnummer
[verzenddatum] preadvies omgevingsvergunning rijksmonument
Museum Boijmans van Beuningen Museumpark 18 3015 CX Rotterdam Rotterdam/Zuid-Holland Complexnummer 513877
Geacht college,
Hierbij geef ik u graag mijn reactie op het concept renovatieplan voor Museum Boijmans van Beuningen. U heeft op 20 december 2022 een preadvies gevraagd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Op 11 januari jl. is aan uw Commissie Welstand en Monumenten en de RCE het conceptrenovatieplan gepresenteerd. De RCE heeft op eerdere plannen advies uitgebracht op 12 maart 2021 en op 6 mei 2021. Het nu voorgelegde plan is op een aantal punten gewijzigd ten opzichte van de eerder beoordeelde plannen. Preadvies Met dit preadvies wordt gewezen op de gevolgen van het voorgestelde plan voor de monumentale waarden. De aanleiding van het planproces waren de nodige ingrepen t.b.v. installaties en brandveiligheid. De daarvoor noodzakelijk asbestsanering is inmiddels grotendeels uitgevoerd. Ik ben mij ervan bewust dat
Pagina 1 van 6
Onze referentie
er ingrepen nodig zijn om het museum toekomstbestendig te maken. Sinds de vorige ontwerpvariant die ik heb gezien, hebben opdrachtgever en ontwerpteam gezocht naar inventieve oplossingen om tot een passend totaalconcept te komen. Een positieve wijziging ten opzichte van eerdere ontwerpvarianten is dat de oorspronkelijke opzet bij de rotunda geheel intact blijft. Helaas moet ik ook constateren dat het voorgelegde conceptplan diverse ingrijpende wijzigingen bevat die vanuit het oogpunt van erfgoedzorg niet te rechtvaardigen zijn en waardoor ik als geheel niet positief adviseer in dit preadvies. Een definitief oordeel over het plan kan pas gegeven worden nadat een definitieve omgevingsvergunningsaanvraag is ingediend. Ik verzoek u om dit advies bij de verdere planontwikkeling te betrekken.
1349334
Het plan Het huidige conceptplan betreft alleen de ‘ruimtelijke ingrepen’. Het restauratieve en bouwtechnische deel van het plan wordt nog niet voorgelegd. Ook het tuinontwerp volgt pas in een latere fase. Dit maakt dat een integrale beoordeling van het plan nog niet mogelijk is en dat de gevolgen voor de monumentale waarden nog niet geheel zijn te overzien. Ik begrijp echter dat dit bij een complexe opgave als deze onvermijdelijk is en daarom geef ik u graag mijn reactie op hoofdlijnen. De belangrijkste interventies die ter beoordeling worden voorgelegd zijn: -het amoveren van de bouwdelen van Henket en van Robbrecht en Daem; -het ‘weer in hun kracht zetten’ van de bouwdelen van Van der Steur en Bodon; -het maken van een ‘loading dock’ onder een belvedere in de museumtuin; -het creëren van een verbindende nieuwe tijdlaag in de vorm van een aanbouw. Motivering Dit advies betreft de invloed van de voorgestelde ingrepen op de beschermde rijksmonumenten, te weten het museum Boijmans van Beuningen, bestaande uit het hoofdgebouw van Van der Steur (RM 513888), de daarbij horende monumentale tuinaanleg (RM 513879) inclusief het hek “Poort van Muyden” (RM 513881), en het monument van G.H. de Jong met de tuinmuur (RM 513880).
Tevens is de invloed op het beschermd stadsgezicht beoordeeld, alsmede de impact op de bouwdelen die blijkens de onafhankelijk opgestelde cultuurhistorische onderzoeken als cultuurhistorisch waardevol zijn te beschouwen. Hierbij gaat het om de aanbouw ontworpen door Alexander Bodon (1971), het paviljoen Van Beuningen-De Vriese dat is ontworpen door Hubert-Jan Henket (1989) en de bouwdelen die zijn ontworpen door Robbrecht en Daem (2003). Ik onderschrijf de genoemde onderzoeken en ken met name aan de bouwdelen van Bodon en Henket cultuurhistorische waarde toe. Het is duidelijk dat het hier om een bijzonder samenstel van bouwdelen en buitenruimte gaat. Ik besef -ook vanuit de ervaring die ik heb met andere musea in rijksmonumenten- dat het een uitdagende opgave is om dit gelaagde museumcomplex niet alleen te restaureren, maar ook toekomstbestendig te maken en aan te passen aan de huidige eisen op het gebied van toegankelijkheid, routing, expeditie, duurzaamheid, binnenklimaat etc. Ik ben mij er van bewust dat deze opgave hoe dan ook aanpassingen zal vergen. De mate waarin die ingrijpen op de monumentale waarden moet echter wel te verantwoorden zijn en daar ben ik in dit geval niet van overtuigd.
Pagina 2 van 6
Onze referentie
Sinds de vorige ontwerpvariant die ik heb gezien, is er door opdrachtgever en ontwerpteam opnieuw gezocht naar inventieve oplossingen om tot een passend totaalconcept te komen. Daar heb ik waardering voor. Helaas moet ik constateren dat dit totaalconcept diverse ingrijpende wijzigingen bevat die vanuit het oogpunt van erfgoedzorg niet te rechtvaardigen zijn. Het gaat daarbij onder andere om het verwijderen van de monumentale trap, de ingrepen ten behoeve van de nieuwe entree, de aanpassingen in het bouwdeel van Bodon en het amoveren van het paviljoen van Henket. Daarbij komt nog dat de technische uitwerking plaatselijk mogelijk verstrekkende gevolgen met zich mee zal brengen én dat er onvoldoende inzicht is in de gevolgen voor de monumentale tuinaanleg en daarin opgenomen beschermde onderdelen. Hieronder zal ik dit nader motiveren.
1349334
Hoofdgebouw Van der Steur Het hoofdonderdeel van het waardevolle complex is het door Van der Steur ontworpen museumgebouw, daterend uit 1929-1935. Afgezien van de reeds uitgevoerde asbestsanering en de restauratieopgave die hier nog ligt, zijn het verbeteren van de toegankelijkheid, publieksvoorzieningen en routing belangrijke aspecten van de opgave voor dit bouwdeel. Een positieve wijziging ten opzichte van eerdere ontwerpvarianten is dat de oorspronkelijke opzet bij de rotunda geheel intact blijft. Daar staat echter tegenover dat er nu enkele nieuwe ingrepen worden geïntroduceerd die grote impact hebben op het monument. Buitenhof en conciërgewoning Met de buitenhof wordt de oorspronkelijke expeditiehof bedoeld. De conciërgewoning wordt gesloopt ten behoeve van een nieuw bouwdeel waarin onder meer de entree is opgenomen. Door deze ingreep zal de poort aan de oostzijde niet meer begrensd zijn door een gesloten wand, maar door een glasgevel. Hierdoor wijzigt de ruimtelijke werking geheel en is geen sprake meer van een poort, maar van een doorgang tussen de nieuw- en de oudbouw. Dit betekent een ingrijpende en onwenselijke wijziging van de opzet, architectuur, structuur en verschijningsvorm van het oorspronkelijke museumgebouw en de expeditiehof. Door de schuine vorm van de nieuwbouw verdwijnt het karakter van een hof en ontstaat een ongedefinieerde ruimte.
Hiermee wordt onvoldoende recht gedaan aan het ontwerp van Van der Steur. Daar komt nog bij dat het slopen van de conciërgewoning en het openen van de kelder mogelijk zulke vergaande constructieve maatregelen zullen vereisen dat de consequentie is dat ook het karakter van de Hannemazaal zal veranderen. Deze maatregelen zijn niet inzichtelijk gemaakt in de voorgelegde stukken. Ik besef dat het creëren van een ‘nieuwe verbindende tijdlaag’ met een duidelijke entree een belangrijk onderdeel is van het ontwerpconcept, maar de wijze waarop dat nu wordt voorgesteld acht ik niet acceptabel. Ik adviseer u af te zien van deze ingrijpende wijziging en een alternatief te zoeken dat niet ten koste gaat van het rijksmonument. Zoals het plan nu is opgezet, zal dit in het kader van de vergunningprocedure als gedeeltelijke sloop van een rijksmonument moeten worden opgevat. Monumentale trap “De trap kent geen gelijke in Nederland wat betreft de afmetingen en de kwaliteit van het houtsnijwerk” schrijft het museum op de website. De trap, daterend uit 1699-1700, is ook in internationaal opzicht zeer bijzonder en waardevol. De trap is door Van der Steur in zijn ontwerp geïntegreerd en sinds de opening in 1935 is de trap integraal onderdeel van het museumgebouw en bestanddeel van het rijksmonument. Desondanks is in het plan het voorstel opgenomen om de trap uit Pagina 3 van 6
Onze referentie
het museum te verwijderen. Vanuit het oogpunt van monumentenzorg zou behoud van de trap op deze plek uitgangspunt van de planvorming moeten zijn. Een lift ten behoeve van mindervaliden kan op een andere locatie worden geplaatst waarbij de monumentale waarden minder worden aangetast. Het bouwhistorische onderzoeksrapport van BBA biedt voldoende inzicht in de waarden om een logische locatie voor een lift te vinden.
1349334
Kelder Bij de herinrichting van de kelder onder de buitenhof wordt een groot deel van de ruimte ingezet voor het plaatsen van nieuwe installaties. Net als in het oorspronkelijke ontwerp zullen de installaties via de kelder met de museumzalen in verbinding staan. Hiervoor moeten alle (gemetselde) kanalen in de kelder verwijderd worden ten behoeve van nieuwe installaties en kanalen. De consequentie voor het monument is dat het bijzondere ontwerp van de klimaatinstallatie van Van der Steur geheel zal verdwijnen. Ik adviseer meer van het ontwerp van Van der Steur te behouden en het ontwerp hierop aan te passen. Bouwdeel Bodon Ondanks de diverse wijzigingen aan het museum is veel van de oorspronkelijke opzet van het bouwdeel van Bodon bewaard gebleven. In het cultuurhistorisch onderzoek is de gehele structuur en zijn een groot deel van de vloeren, de trappen, liften en schuifdeuren gewaardeerd als hoog monumentaal. Het is dan ook positief dat uitgangspunt van het plan is om ook dit bouwdeel weer beter beleefbaar te maken. Onderdeel daarvan is het terugbrengen van de puien aan de buitenhof- en de straatzijde en het weer krijgen van direct daglicht door de oorspronkelijke raamopeningen op de verdieping. Hiermee wordt het volume weer herkenbaar. Er is echter een aantal negatieve punten te benoemen.
De begane grond van het bouwdeel ontworpen door Alexander Bodon wordt in de plannen van Mecanoo geheel ingericht als tentoonstellingsruimte, als het ware een kopie van de verdieping. Op deze verdieping was de gehele ruimte ingesteld op het zo flexibel mogelijk faciliteren van tentoonstellingen. Voor deze ruimte ontwierp Bodon een bijzondere kap om de zeer grote vrije overspanning mogelijk te maken. Met het inrichten van de begane grond als grote tentoonstellingsruimte wordt de opzet van het oorspronkelijke ontwerp verlaten, een opzet die een duidelijk verschil kende tussen de twee verdiepingen. Ik adviseer om de cultuurhistorische waarden leidend te laten zijn in het ontwerp en het bouwdeel van Bodon ook in de ruimtelijke opzet weer ‘in zijn kracht te zetten’. Paviljoen Van Beuningen-De Vriese Voorts wil ik nogmaals benadrukken dat ik u in mijn preadviezen van 12 maart 2021 en 6 mei 2021 heb geadviseerd om het paviljoen van Henket niet te slopen, maar een planaanpassing te doen waardoor het bijvoorbeeld opnieuw als tentoonstellingsruimte in gebruik genomen kan worden. Ons standpunt blijft dat het paviljoen monumentwaarde heeft en onderdeel moet zijn van het ontwerp.
Pagina 4 van 6
Onze referentie 1349334
Beschermde tuinaanleg en hekwerk “Poort van Muyden” Tegen het realiseren van een loading dock onder de museumtuin heb ik geen principiële bezwaren. Echter: een integrale beoordeling van de impact die de gekozen logistieke oplossing heeft op de monumentale waarden is niet te maken zolang niet duidelijk is wat de gevolgen zijn voor de als monument beschermde tuinaanleg. De benodigde hoogte van het loading dock is niet goed inzichtelijk op tekening. Deze forse ingreep baart mij zorgen over de gevolgen voor de beschermde tuin. Duidelijk wordt wel dat met het maken van een expeditieruimte met diverse nevenruimten en verbindingsgangen -ook al zijn deze ondergrondsingrijpende wijzigingen van de tuinaanleg zullen plaatsvinden. Vrijwel de helft van de tuinaanleg zal plaats moeten maken voor de expeditiestraat. Ook gaat de historische poldersloot, die in het ontwerp door Van der Steur is gehandhaafd als de begrenzing van de museumtuin, grotendeels verloren. Dit is op te vatten als gedeeltelijke sloop van de tuinaanleg. Er is aangekondigd dat een separaat project voor de tuinaanleg zal worden ingericht. Een nog te maken beplantingsplan kan deze forse ingrepen echter niet compenseren.
Ik herhaal daarom mijn eerdere verzoek om voor het vervolg van de planvorming ontwerpuitgangspunten op te stellen voor de tuin en een ontwerp te maken dat is gebaseerd op de kernkwaliteiten en karakteristieken die voortkomen uit de uitgevoerde historische onderzoeken naar de tuin en de buitenruimte (zie verder mijn advies d.d. 6 mei 2021). In dat advies vroeg ik tevens wat het gevolg zou zijn van de logistieke oplossing voor het zeventiende-eeuwse hek van de voormalige boerderij Muyden (gesloopt voor de aanleg van de Van Brienenoordbrug). Het hek is beschermd als rijksmonument en onderdeel van de beschermde museumtuin. Uit het nu voorgelegde plan blijkt dat het voornemen bestaat om dit monument te verwijderen. Niet gemeld is of het elders wordt herplaatst. Daarom zal dit in het kader van een vergunningaanvraag als sloop van een rijksmonument moeten worden opgevat. Beschermd stadsgezicht Het ensemble van Museum Boijmans van Beuningen beschouw ik in de context van het rijksbeschermd stadsgezicht Rotterdam-Waterproject. De voorgenomen sloop van het gebouwdeel van Robbrecht en Daem en de toevoeging van een nieuw bouwdeel vergt onderbouwing vanuit de waarden van het beschermd stadsgezicht.
Een nieuw volume dat op deze plaats is ontworpen zal zowel de sloop van het bestaande gebouw in ruimtelijke zin moeten evenaren als passen in de waarden van het beschermd gezicht zoals vastgelegd in het bestemmingsplan. Ik ben daar nu niet van overtuigd. Met het Depot ontworpen door MVRDV is er een opvallend volume toegevoegd aan het ensemble van het museum. Met dit gebouw als blikvanger heeft het museum een gewijzigde oriëntatie op en positie in de stad gekregen. Deze gewijzigde oriëntatie roept ook de vraag op hoe de verschillende entrees (de oorspronkelijke hoofdentree en de nieuwe ingangen) zich tot elkaar gaan verhouden. Dit hangt tevens samen met de nieuwe inrichting van de openbare ruimte aan de voorzijde van het museum, bij Arminius, de villa’s, Het Nieuwe Instituut, een inrichting die voor alle aanliggende functies van meerwaarde zal moeten zijn. De verzameling hoogwaardig ontworpen gebouwen met ieder een eigen erfgoedwaarde vertegenwoordigt een collectie van architectonische tijdgeesten. Vanuit deze historische gelaagdheid is het mogelijk om een nieuwe kwaliteit toe te voegen. Ik adviseer het architectonisch ontwerp een sterke eigenstandige signatuur te laten geven, of wel in terughoudendheid ofwel in de toepassing van uitzonderlijke vormen en materialen. Hoewel de Pagina 5 van 6
Onze referentie
architectuur in het gepresenteerde conceptplan nog niet is uitgewerkt, is wel te constateren dat de ruimtelijke opzet van het nieuwe bouwvolume teveel ingrijpt op de oorspronkelijke opzet van Van der Steur en de beschermde waarden.
1349334
Recente ontwikkelingen Zoals bij u bekend is heeft het Cuypersgenootschap op 11 maart 2022 een verzoek gedaan om de bescherming van het rijksmonument uit te breiden met de gebouwonderdelen ontworpen door Bodon en Henket. De RCE heeft dit in behandeling genomen en verwacht daar in de loop van het voorjaar een besluit over te kunnen nemen. Uitgangspunten Voor meer informatie over aanpassing, restauratie en verduurzaming van rijksmonumenten kunt u onder andere terecht bij ‘Uitgangspunten en overwegingen advisering gebouwde en groene rijksmonumenten’ op www.cultureelerfgoed.nl en op www.stichtingerm.nl Vragen Mocht u nog vragen hebben over de inhoud van dit advies, dan kunt u contact opnemen met de contactpersoon die in het briefhoofd vermeld staat. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
Pagina 6 van 6