CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb002142] Beantwoording technische vragen NPRZ

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 17 mei 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken4.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen DENK

1. (P3 collegebrief) Individuele bewoners worden meer betrokken bij het programma. Zuid heeft veel MBO-studenten. Wordt deze groep specifiek betrokken bij en om input gevraagd voor het programma? Zo ja, hoe? Zo nee, is hier een specifieke reden voor? De MBO studenten zelf zijn door de gemeente niet betrokken bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan. De besturen uit het mbo wel, want die zijn partner in de pijler School van het NPRZ. Het is aan partners zelf hoe zij het overleg met hun achterban inrichten. Verder is veel onderzoek gedaan naar het loopbaan en oriëntatie programma BRIDGE en de AanDeBak-garanties met als doelgroep de mbo studenten. De aanbevelingen uit deze onderzoeken zijn benut om het BRIDGE programma te verbeteren. Daarnaast volgt het BRIDGE programma relevante onderzoeken om te toetsen, te verbeteren en actualiseren. 2. (P4 collegebrief) Hier staat dat de pijler School tot stand is gekomen in samenwerking met NPRZ-onderwijspartners uit de sector Jong Kind en het hoger onderwijs. Betekent dit dat het MBO of het voortgezet onderwijs hier niet bij betrokken is? Als dit klopt, waarom is hiervoor gekozen? In de collegebrief is aangegeven dat de pijler School in samenwerking met alle onderwijssectoren tot stand gekomen: van de sector Jonge Kind tot en met het hoge onderwijs. Dus inclusief het primair en voortgezet onderwijs en het mbo. 3.

(P6 collegebrief) Er wordt uitgegaan van een sociale stijging van bewoners op NPRZ. Op basis van wat is dit gebaseerd en van hoeveel sociale stijging (als percentage van het aantal bewoners op zuid) wordt uitgegaan? Een van de belangrijke hoofddoelstellingen van de NPRZ aanpak is het vergroten van de kansen van de Zuiderlingen, ook wel sociale stijging genoemd. Dit gebeurt zowel door de inzet op de pijler School als op de pijler Werk. Uitgangspunt is dat een slim gekozen opleiding leidt tot een betere positie op de arbeidsmarkt en daarmee en stabieler en hoger inkomen. Er is geen kwantitatieve doelstelling of aanname op de hoeveel sociale stijging in algemene zin. Binnen het NPRZ wordt alleen op deelindicatoren gemeten of deze dichter bij het G4 gemiddelde komen (zie p 8 van het Uitvoeringsplan NPRZ) 4. (P7 collegebrief) De aanpak/instrumenten in de pijler wonen worden bepaald met partners. Worden hier ook bewoners bij betrokkenen (de vraag gaat niet over de betrokkenheid als de projecten al zijn bepaald maar daarvoor, dus over de aanpak die de projecten bepaalt) zo nee, is hier een specifieke reden voor? Ja, dit begint feitelijk al bij een actieve betrokkenheid op het niveau van de wijk of buurt bij het opstellen/herijken van het handelingsperspectief, zoals recent bij het Toekomstperspectief Carnisse. Op projectniveau krijgt dit vervolgens vorm door een

actieve betrokkenheid in de verkenningsfase van het project juist wanneer de aanpak nog niet bepaald is (zie o.m. p 84 van het Uitvoeringsplan NPRZ). Voorbeelden hiervan zijn de recente gesprekken in Carnisse rond de TexelsestraatNoord en het Robbenoordplein De Leidraad Stedelijke Vernieuwing zoals aan de raad zal worden toegezonden voorafgaand aan de bespreking in de Commissie op 5 april borgt deze vroegtijdige betrokkenheid voor de aanpak in de particuliere voorraad.

5. (P7 collegebrief) Hoe wordt de betrokkenheid vanaf de beginfase van de projecten met bewoners concreet vormgegeven? Via welke communicatiemiddelen, actieve of passieve benadering en hoe vaak contact bijvoorbeeld? Er is geen vast recept, maar maatwerk per project, wel vanuit de algemene principes (vroegtijdig betrekken, open gesprek, structureel/continue contact). De betrokkenheid krijgt op verschillende manieren vorm, van bewonersavonden tot het oprichten van klankbordgroepen tot de inzet van een verhalenvanger. Per project wordt een communicatie- en participatieplan opgesteld aan de hand van de eerste verkennende gesprekken met de bewoners, wijknetwerker en wijkraad.

6. (P9/10 collegebrief) Hoe wordt de conclusie bereikt dat de gemeente 13 miljoen aan eigen bijdrage moet leveren voor een bijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds als per gemeente maximaal 30 miljoen kan worden aangevraagd waarbij zij minimaal 30% zelf moet financieren? 30% van 30 miljoen is toch 9 miljoen? De percentages worden gerekend over het totale publieke tekort. De gemeente mag maximaal 70% van het totale publieke tekort gefinancierd krijgen vanuit het Volkshuisvestingsfonds en moet minimaal 30% gaat van dat totale publieke tekort zelf dekken. De gemeente mag maximaal voor 30 mln rijksfinanciering aanvragen. Als de 30 mln = 70 %, dan geldt ca 43 mln = 100% en ca 13 mln = 30% 7. (P11 collegebrief) Waar is de motie NPRZ Leer Je Op Straat afgedaan? 8. (P15 uitvoeringsprogramma) Welke interventies worden wel en niet naar wijken vertaald en waarom? Antwoord op vraag 7 en 8 volgt na het weekend. 9. (P56 uitvoeringsprogramma) In hoeverre heeft de doelgroep van het loopbaan- en orientatieprogramma BRIDGE mee mogen praten en beslissen over dit programma? De doelgroep van BRIDGE zijn leerlingen uit groep 6 van het basisonderwijs t/m het mbo. BRIDGE wordt uitgevoerd alle scholen op Zuid (63 (s)bo, 19 vo en 11 mbo- locaties). Deze scholen krijgen van het BRIDGE team ondersteuning op maat bij het ontwerpen en uitvoeren van het lob-programma op school.

Er is in het verleden veel onderzoek gedaan naar het programma BRIDGE, ook kwalitatief met de doelgroep. De aanbevelingen en bevindingen worden gebruikt om het programma te verbeteren. Meest recent is er n.a.v. deze onderzoeken een pilot gedraaid op 6 vo scholen (8 klassen) in 2021-2022 voor meer samenhang en verbetering van het gehele lob programma. Ook deze pilot is gemonitord met een focusgroep bestaande uit de leerlingen. Verder is het scholenveld zelf vertegenwoordigd in de Onderwijstafel en de stuurgroepen van NPRZ (po en vo schoolbesturen, het mbo en ho) en een werkgroep lob met een vertegenwoordiging van de po, vo en mbo docenten, decanen, mentoren. Zij praten, denken en beslissen mee. 10. (P80 uitvoeringsprogramma) Hoe heeft de burgerparticipatie rondom het

Kokerplein, het Slotboomplein en het Mijnsherenplein plaats gevonden en heeft een evaluatie van de herinrichting van deze pleinen plaats gevonden en zo ja, is deze meegenomen in het uitvoeringsplan?

• • • • •

• •

De bewoners zijn op verschillende wijzen betrokken bij de genoemde projecten. Zo zijn er per plein gesprekken gevoerd in een vroeg stadium van de planvorming om te peilen hoe bewoners dachten over het betreffende plein. Ook partijen uit de wijk, zoals de wijkagent en scholen, zijn aangehaakt om hun ideeën en wensen te delen. Vervolgens is mede uit die gesprekken een ontwerp gevormd voor de pleinen en hebben bewoners de gelegenheid geweest te reageren op dat ontwerp. Daarnaast is gekeken welke aanvullende initiatieven opgepakt kunnen worden (verschilt per plein maar denk aan een activiteiten met de jeugd, samen groenbakken vullen of aanpassen muurschildering). Ook wordt verkend of er interesse is in zelfbeheer. Er hebben nog geen evaluaties plaatsgevonden, mede omdat de pleinen nog in uitvoering zijn of pas recent zijn opgeleverd. Ook na de uitvoering blijft er contact met bewoners om te zien of het ontwerp functioneert. Zo is bij het Kokerstraat de ondergrond van één van de speeltoestellen aangepast omdat deze niet functioneerde op deze plek.

11. (P90 uitvoeringsprogramma) Welke factoren zijn bepalend voor de afweging voor terugkeer van bewoners naar de eigen wijk? De basis voor dit uitgangspunt ligt in de Uitgangspuntenovereenkomst Sociaal Statuut. Daarin is opgenomen: “De huurder heeft - als daar de wens toe is - recht op herhuisvesting of terugkeer zo dicht als mogelijk bij de oorspronkelijke woning. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij door een specifieke woonwens of de samenstelling van de woningvoorraad ter plaatse naar een alternatieve oplossing gezocht zal moeten worden.” De verdere invulling/concretisering hiervan vormt

onderdeel van het Stedelijk Sociaal statuut, zoals nu wordt opgesteld door gemeente, corporaties en huurdersorganisaties. PvdA Technische vragen Uitvoeringsprogramma NPRZ 2023-2026 De gemeente Rotterdam heeft volgens het uitvoeringsplan 2023-2027 de komende vier jaar €265 mln. ter beschikking gesteld voor het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). 1. In hoofdstuk 8 van het uitvoeringsprogramma wordt per pijler ingegaan op de financiële opgave van NPRZ. Kunnen deze pijlers en de bijbehorende financiën gedetailleerder worden uitgesplitst? De beschikbare middelen van de gemeente Rotterdam bestaan zoals aangegeven in het uitvoeringsprogramma enerzijds uit eerder in de begroting gealloceerde middelen en anderzijds uit extra middelen die bij het Rotterdams coalitieakkoord hiervoor zijn vrijgemaakt. Het bedrag van €265 miljoen (2023-2026) is als volgt verdeeld: Pijler School Thuisbasis op orde Werk Wonen Cultuur Organisatie, Onderzoek & Ontwikkeling Totaal

Beschikbaar gemeente (mln) 57 29 22 150 3 4 265

Opgemerkt wordt dat de middelen voor veilig hier niet in zitten, omdat deze pijler pas later is toegevoegd in het NPRZ programma. Bij het bepalen van de gemeentelijke inzet, is ten tijde van het opstellen van het coalitieakkoord, op basis van de ambities een onderbouwing gemaakt per pijler. De grootste posten staan hieronder nader uitgewerkt, met uitzondering van de nieuwe pijler thuisbasis op orde. De uitwerking hiervan is nog volop in beweging. Voor alle pijlers geldt dat er nog gewerkt wordt aan een verdere verfijning van de financiële opgave op basis van het uitvoeringsplan. School 1). Dagprogrammering (41 mln) Continueren van bestaand beleid, rekening houdend met verhoging uurtarief en jaarlijkse indexering 2). VVE voor peuters en gezinnen in armoede (8mln) 3). Verhogen onderwijskwaliteit, waaronder mentoren op Zuid (6mln) 4). Inzet van leraren (2mln) Werk 1). Extra inzet van consulenten (arbeidsbemiddeling, mens- en arbeidsontwikkeling) 2). Extra inzet op inkomenszekerheid en kinderopvang De verdeling van middelen binnen de pijler werk is nog onderwerp van gesprek

Wonen 1). Grondige aanpak particulier voorraad. (128mln) 2). Verbetering winkelstraten en impuls buitenruimte en mobiliteit (22mln) 2. In hoofdstuk 3.1 wordt er ingegaan op de bezuinigingen in de zorg. Hoeveel bewoners van Rotterdam Zuid maken gebruik van wmo-ondersteuning? In NPRZ-gebied hebben op dit moment 10.541 bewoners een indicatie voor een Wmo-arrangement. Dit is qua aandeel 35,5 % van het totaal aantal Wmo-arrangementen van Rotterdam.

3. In hoofdstuk 3.2 wordt er gesteld dat het aantal huisuitzettingen als gevolg van betalingsachterstanden laag is en niet hoger mag worden. Om hoeveel gevallen gaat het? Op pagina 22 in het uitvoeringsplan is in tabel 3 onder andere het totaal aantal huisuitzettingen in

2022 opgenomen. Die cijfers vindt u terug in onderstaand overzicht Aantal huisuitzettingen totaal 2022

ROTTERDAM

NPRZ

Aandeel NPRZ

Verzoeken tot bemiddeling

1.579

648

41%

Geëffectueerde ontruiming

42

20

48%

Voorgenomen ontruiming

183

82

45%

In 648 gevallen heeft een woningcorporatie aan de gemeente gevraagd om te bemiddelen bij een

huurachterstand. Dat betekent dat door het wijkteam contact wordt opgenomen met en hulp wordt aangeboden aan de betreffende huurder. Er waren 82 huishoudens waarbij het daadwerkelijk tot een dreigende huisuitzetting kwam, en in 20 gevallen is daadwerkelijk ontruimd. Deze werkwijze komt voort uit de afspraken binnen het convenant Preventie Huisuitzetting dat de gemeente en de Rotterdamse corporaties hebben gesloten. 4. In hoofdstuk 3.3 wordt er aandacht gegeven aan de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Er zijn stedelijk acht actiepunten vastgesteld. Welke instrumenten zijn er om mensen met een LVB te herkennen (d)? Dat zijn de volgende instrumenten: • De SCIL: De SCreener voor Intelligentie en Licht verstandelijk beperking (SCIL) • De Signalenkaart Herkennen mensen met een LVB: Deze kaart (placemat) is door het Landelijk Kenniscentrum LVB in samenwerking met de gemeente Rotterdam ontwikkeld (2022). • De SCAF: De SCreener voor Adaptief Functioneren (SCAF) is een screeningsvragenlijst voor adaptief functioneren bij personen waarbij mogelijk sprake is van LVB 5. In hoofdstuk 3 wordt er ingegaan op het voornemen om gratis kinderopvang aan te bieden aan bewoners van Rotterdam Zuid. Hoeveel financiële middelen zijn hiervoor vrij gemaakt?

Zoals in het uitvoeringsplan is aangegeven werkt een kwartiermaker in 2023 samen met relevante partners een programmatische aanpak 0-4-jarigen voor Zuid. Bij de uitwerking zullen ook de benodigde financiën worden meegenomen. De verdeling van middelen binnen de nieuwe pijler thuisbasis op orde staat nog niet vast. Het onderdeel 16 uur gratis voorschoolse educatie voor kinderen in armoede wordt momenteel doorberekend in het kader van het nieuwe Rotterdams Onderwijsbeleid. 6. Hoeveel vacatures zijn er momenteel voor pedagogisch medewerkers bij kinderopvang locaties op Rotterdam Zuid? Vacatures in de kinderopvang worden doorgaans niet beschikbaar gesteld en vervuld op locatieniveau. Dat gebeurt centraal, via het hoofdkantoor. Wat we wél weten (zie RijnmondInzicht.nl) is dat er in de arbeidsmarktregio Rijnmond begin maart circa 165 vacatures Sociaal-pedagogisch medewerker openstonden. Het is dus aannemelijk dat er op Zuid tientallen onvervulde vacatures zijn. Het Werkgeversservicepunt van de gemeente Rotterdam (WSPR) zet zich al samen met de kinderopvanginstellingen in om vacatures te vervullen. Algemeen beeld van de projectgroep Kinderopvang is dat aantal vacatures ‘op Zuid’ groter is en ook lastiger in te vullen is dan op de Noordoever.

Vanuit de gemeente wordt verkend in hoeverre een connectie met de Aanpak Lerarentekort zinvol is en lessen getrokken kunnen worden voor de aanpak van de tekorten in de kinderopvang in Rotterdam in het algemeen en op Zuid in het bijzonder. Want daar is het complex aan problemen dat komt door de beperkte beschikbaarheid van kinderopvang immers het grootst. Landelijk zijn er nu 5.000 vacatures met zwaartepunt in aantal provincies waaronder Zuid-Holland. Vragen VOLT 1.

Hoe ziet de nauwere verbinding tussen welzijn en NPRZ eruit? Welke concrete maatregelen worden er op dit moment ondernomen om deze verbinding te versterken? Het antwoord op deze vraag volgt na het weekend.

2.

Welke financiële middelen worden er vanuit NPRZ beschikbaar gesteld aan zorg en welzijn? Het antwoord op deze vraag volgt na het weekend.

3. Welke rol ziet het NPRZ voor zichzelf bij het reduceren van de complexiteit van het stelsel van regelingen, instrumenten en initiatieven op Zuid?

In het uitvoeringsplan is aangegeven dat we dit willen doen door vooral in te zetten op integrale ondersteuning en preventie in de wijken en de huidige versnippering van het aanbod verminderen. Hiervoor hebben we ook een aantal uitgangspunten beschreven (zie pagina 24) zoals het vindplaatsgericht werken en het werken met CZ-werkwijze in alle wijkteams. We willen laagdrempelig én dicht op de burgers het aanbod van informatie, hulp en ondersteuning organiseren. We willen dat professionals in een wijk dezelfde informatie over loketten, organisaties, regelingen, werk etc. verstrekken/ en over de werkwijze (overdracht, doorverwijzing, signalering, activering/werk) onderling duidelijke afspraken maken. Het plan hiervoor moet nog worden uitgewerkt. 4.

Wat gaat het NPRZ doen om ervoor te zorgen dat het voor Rotterdammers op Zuid makkelijker wordt om gebruik te maken van beschikbaar ondersteuningsaanbod?

Naast bovengenoemde zetten we ook in op het verlenen van hulp door wijkteams zonder wachtlijst, schoolzorgteams en de inzet van Welzijn (zie afspraken uitvoeringsplan pagina 25).

5.

6.

Welke rol ziet het NPRZ voor zichzelf bij het ondersteunen van kleinere welzijnsorganisaties in de wijken? Hoe worden zij betrokken bij de uitvoering van het programma? Welke rol ziet het NPRZ voor zichzelf bij het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties/maatjesprojecten in de wijken? Hoe worden zij betrokken bij de uitvoering van het programma? Het antwoord op vraag vijf en zes volgt na het weekend.

7.

Hoeveel fte wordt er vanuit het programma vrijgemaakt (schatting) om de verbinding met bewoners en organisaties te verbeteren? Hoeveel fte is dit per wijk? Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de diverse partners om de verbinding met bewoners en organisaties in de wijken te onderhouden. Vanuit de gemeente levert de gebiedsorganisatie hierin een belangrijke bijdrage. Bij het NPRZ programmabureau zijn ongeveer 10 fte werkzaam. Sinds 2023 is er één medewerker aangenomen die zich specifiek met dit onderwerp bezighoudt.

8.

Welke rol ziet het NPRZ voor zichzelf t.a.v. digitale inclusie van bewoners? Digitale inclusie voor Rotterdammers is belegd bij het CDO-office binnen de gemeente Rotterdam. Zij zijn bekend met het NPRZ, maar zij doen geen specifieke NPRZ-projecten.

9.

Welke rol ziet het NPRZ voor zichzelf bij het realiseren van bijbaantjes voor jongeren op Zuid? Met de gecontracteerde welzijnsaanbieders SOL en WMO Radar worden afspraken gemaakt

over een aantal thema's waaronder het thema Werken aan een zinvolle dagbesteding (school en werk). Hieronder valt o.a. het ondersteunen en/of vinden van bijbaantjes (zie pagina 25 van het uitvoeringsplan)

10. Wat wordt precies bedoeld met economische structuurversterking? Kan het NPRZ vijf voorbeelden noemen van maatregelen om deze structuurversterking te realiseren in wijken? Er wordt aangesloten bij hetgeen als aanbeveling in de midterm-review staat: de

economie en de beroepsbevolking op Zuid moet robuuster en weerbaarder zijn bij economische crises. In het UP wordt met structuurversterking in de wijk verstaan: de toevoeging van elementen aan Rotterdam Zuid die de aantrekkingskracht van het gebied versterken. Het is van belang dat die structuurversterkingen aansluiten op de analyse van de wijk waar die elementen landen en in die zin niet alleen het grote gebied, maar ook het kleine gebied versterken. Drie in het UP onder ‘Economische structuurversterking’ genoemde voorbeelden van verbindingen tussen wijk en mogelijke structuurversterking zijn: 1.) Feyenoord City 2.) Cultuur&Campus 3) Vergroten bereikbaarheid (o.a. derde oeververbinding. Vanuit ‘wijkperspectief’ bezien kunnen lopende initiatieven zoals 4) de Leerpraktijkcentra die al in diverse wijken geopend zijn en 5) de Alliantie Hand in Hand op de Beijerlandse Laan genoemd worden. NPRZ richt zich v.w.b. economische structuurversterking naar eigen zeggen vooral op de ‘grote plussen voor Zuid’. De gemeente zet zich immers sowieso in voor een sterkere lokale economie, dus ook op Zuid. Het is dus niet zo dat NPRZ de aanpak voor de lokale economie overneemt van de gemeente. 11. Welke rol ziet het NPRZ voor zichzelf bij het leggen van verbinding tussen verschillende groepen bewoners in de wijken en het versterken van sociale netwerken? Politieke vraag.

12. Welke rol ziet het NPRZ voor zichzelf in de ontwikkeling richting een skillsgerichte arbeidsmarkt?

Via de NPRZ-partners (onderwijs, werkgevers, gemeente, rijk) wordt sowieso aandacht besteed aan de meer algemene ontwikkeling in de richting van een skillsgerichte arbeidsmarkt. Het draait – vanwege de personeelstekorten – immers bij de zoektocht naar

goede mensen om je vacatures te vervullen tegenwoordig niet alleen meer om behaalde kwalificaties, maar vooral ook om de vraag of de kandidaat over de benodigde skills beschikt, om zich (werkende weg) verder te ontwikkelen. De focus van NPRZ op werk in de haven, techniek en zorg is op zichzelf al duidelijk en onderscheidend. Of je daar als werkgever of opleider nu kwalificatie- of skillsgericht mee bezig bent; daar liggen de arbeidsmarktkansen voor jongeren en werkzoekenden van Zuid. Vragen VVD Dagprogrammering 1. Voor de dagprogrammering (10 extra lesuren per week) zijn investeringen nodig in keukens (leren gezond koken), tuintjes (tuinieren), werkplaatsen (voor techniek), etc. Er zijn 61 basisscholen op Zuid. Wordt er nagedacht over gezamenlijke investeringen, bijvoorbeeld in Huizen van de Wijk, waar dit soort extra lessen gegeven kunnen worden en waardoor niet iedere basisschool individueel moet investeren? Binnen Dagprogrammering wordt zoveel mogelijk gebruik van bestaande voorzieningen in de scholen en in de wijk, zoals (groene) schoolpleinen, schooltuinen, pleinen, huizen van de wijk, gymzalen of ruimtes van partners die Dagprogrammeringsactiviteiten aanbieden zoals de SKVR. Op het gebied van techniek wordt samen met scholen bekeken op welke voorzieningen voor techniekeducatie nodig zijn via sterk techniek in het onderwijs.

Hierbij wordt gekeken naar verschillende varianten: op één plek centraal in de wijk of juist meer verspreid. Ondersteuners Dagprogrammering kunnen daarnaast scholen helpen bij het vinden van geschikte ruimtes voor de Dagprogrammeringsactiviteiten. 2. Wij vernemen van verschillende basisscholen dat met name de lesuitbreiding van 6 naar 120 uur (sic) niet altijd even makkelijk is in te vullen. Wat is de gedachte achter de uitbreiding van het aantal extra uren van 6 naar 10? De gedachte achter deze uitbreiding in uren is dat je zo leerlingen die dat het hardst nodig hebben meer betekenisvolle en rijke uren kunt bieden. Uren die voor veel kinderen en jongeren in kansrijke(re) gebieden in Rotterdam vanzelfsprekend zijn, maar niet voor alle leerlingen binnen NPRZ. Uren waarin leerlingen extra tijd krijgen om te werken aan basisvaardigheden zoals taal, lezen en rekenen, maar ook sport, cultuur en hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast klopt het dat het een opgave is om van 6 naar 10 uur te komen. Daarom worden ondersteuners Dagprogrammering ingezet om samen met de scholen een zinvolle programmering te organiseren. Dit kost tijd en daarom hebben in het verleden startende Dagprogrammeringsscholen één á twee jaar de tijd gekregen om toe te werken naar 10 uur. Economische structuurversterking 3.

In het oorspronkelijke plan van het project Feyenoord City was er ook een Sportcampus ingetekend, die voor een stuk economische versterking moest zorgdragen. Hoe gaan we dit inrichten nu het nieuwe stadion van de baan is?

Dit is een politieke vraag die in de commissie gesteld kan worden. 4. Op Zuid is sprake van een enorme mismatch tussen opleiding en werk, waardoor veel jongeren met een diploma niet aan de bak komen. Kan dit gekwantificeerd worden? Welke banen is wel behoefte aan? Dit is deels een politieke vraag die in de commissie gesteld kan worden. De antwoorden op deel 2 van de vraag (arbeidsmarktinformatie) zijn beschikbaar op de site RijnmondInZicht, Daar is het arbeidsmarktdashboard Rijnmond Werkt Door te vinden. Dat geeft op regionaal en gemeentelijk niveau inzicht in de arbeidsmarktontwikkelingen, bijvoorbeeld over beschikbare vacatures, kansberoepen, uitstroomprofielen vanuit het onderwijs en gevraagde skills. 5. Aan de bak garanties: Wat zijn de resultaten vanuit het verleden, van de mensen die gestart zijn bij een werkgever via de aan de bak garantie, Hoe ziet het carrièreverloop van deze mensen eruit? In tabellen op blz 57 van het UP wordt zichtbaar dat het gemiddeld inkomen van eerstejaars met een aan de bak garantie (cohort 2014/2015) na 5 jaar werken al snel meer dan 10.000 euro hoger is ten opzichte van degenen die voor werk in sectoren zonder aan de bak garantie zijn opgeleid. Het percentage eerstejaars met een aan de bak garantie (cohort 2014/2015) dat na 5 jaar economisch zelfstandig is, ligt meer dan 15% hoger.

De tabellen zijn afkomstig uit een onderzoek van RISBO (onderzoeks-BV gelieerd aan de EUR) uit 2020 dat in opdracht van NPRZ is uitgevoerd. Het beeld is wel vertekend omdat er nu sprake is van grote personeelstekorten in álle sectoren, waar dat in 2014 natuurlijk nog niet het geval was. Over het carrièreverloop van deze mensen is niets bekend, want dat is niet onderzocht. De data waarop de tabellen zijn gebaseerd zijn – met oog op AVG/privacy - op een geaggregeerd niveau bewerkt. Voor dit UP is afgesproken om de monitoring te verbeteren. 6. Hoeveel banen en wat voor soort banen gaat Feyenoord City en Cultuur&Campus opleveren en wat wordt het opleidingsniveau voor deze banen? Dit is een politieke vraag die in de commissie gesteld kan worden.

7. Hoe zijn de ontwikkelingen op Nieuw-Reijerwaard? Ontwikkelt het gebied zich tot een Agrologistiek centrum zoals bedoeld en hoeveel en wat voor soort banen zijn ermee gemoeid? Zie hiervoor blz 71 en 72 van het UP. In NW Reijerwaard wordt het Dutch Fresh Port ontwikkeld, dat draait om de logistiek en groothandel van verse en gekoelde producten. Nieuwe bedrijven die zich er mogelijk vestigen geven aan op termijn zo’n 3.000 – 4.000 (extra) werknemers nodig te hebben. Het Werkgeversservicepunt Rijnmond en de gemeente Barendrecht werken nauw samen, zowel ten aanzien van de projectrealisatie maar vooral ook ten aanzien van de werving en selectie van toekomstige werknemers van Zuid. Medewerkers in de agrohandel en logistiek (mbo) controleren binnengekomen producten, zijn verantwoordelijk voor intern transport van producten (heftruck rijden), verpakken producten en slaan deze op in (gekoelde) magazijnen, moeten beschikken over warenkennis van verse producten, bereiden extern transport voor.

Ondermijnende criminaliteit 8. Bij het hoofdstuk veiligheid ontbreekt inzicht in de cijfermatige grootte van de problematiek. Heeft de WH in dit kader inzicht hoeveel % van de mensen in NPRZ gebied wordt gezien als vatbaar/ kwetsbaar ondermijnende criminaliteit? 9. En heeft de WH inzicht in hoeveel % van de mensen op Zuid wordt dagelijks geconfronteerd met ondermijnende criminaliteit of de gevolgen? Antwoord op vragen 8 en 9: De exacte omvang van het aantal mensen dat vatbaar/kwetsbaar is voor ondermijnende criminaliteit is niet bekend. Er bestaan verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit, denk aan arbeidsuitbuiting, seksuele en criminele uitbuiting (vormen van mensenhandel) of aan ondermijnende criminaliteit in de vastgoedsector. Er zijn (kwetsbaarheid vergrotende) risicofactoren zoals het hebben van schulden, maar er is (voor de verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit) vanwege uiteenlopende omstandigheden /situaties, niet een éénduidige set van risicofactoren. En slachtoffers kunnen dader worden en andersom. Omdat ondermijnende criminaliteit meestal en grotendeels onder de radar blijft, is de omvang van ervan niet te duiden in cijfers. De omvang bepalen van de ondermijnende criminaliteit is vanuit wetenschappelijk oogpunt eigenlijk niet haalbaar. Daarbij registreert de politie bij incidenten niet of er sprake is van ‘’ondermijnende criminaliteit’’.

Bovendien kan ondermijnende criminaliteit zich (tegelijkertijd) voordoen in diverse (verschillende) verschijningsvormen die ook in elkaar over kunnen gaan. Soms weten of beseffen mensen (nog) niet dat zij slachtoffer (kunnen) zijn van ondermijnende criminaliteit, of willen zij zelf buiten het zicht blijven van politie en justitie. De meldingsbereidheid is vaak beperkt als sprake is of kan zijn van (ondermijnende) criminaliteit. Het aantal mensen dat slachtoffer zou zijn van ondermijnende criminaliteit is daarom niet te kwantificeren. De gemeentelijke aanpak is gericht op het verbeteren van de eigen informatiepositie, op voorlichting, preventie, op weerbaarheid van bewoners en bedrijven en op verstoring van criminele netwerken door bijvoorbeeld het opwerpen van barrières.

Wonen 10. Uit het onderzoek “Woonbehoefte op Zuid” door Springco-Rebel uit 2022 blijkt dat “het stijgende onderwijsniveau zorgt voor een verschuiving in behoefte naar minder goedkope huur en meer (middel)dure huur en koop. Hier is adaptief vermogen voor nodig.” In hoeverre hebben we dit adaptief vermogen en in hoeverre kunnen we voldoen aan deze wijzigende behoefte? Vooropgesteld is de vraag naar betaalbare woningen in Rotterdam en op Zuid groter dan het aanbod, het volledig voldoen aan de behoefte is dus lastig. In theorie is er in de bestaande voorraad sprake van veel adaptief vermogen dwz ruimte om te schuiven tussen sociaal en middensegment en eigendomsvormen. Daarbij geldt wel een aantal voorbehouden: • • •

Per woning moet blijken of gezien de woningkenmerken echt sprake is van schuifruimte qua prijssegment De woning moet ook daadwerkelijk beschikbaar komen op de markt om de verschuiving in prijssegment of van huur naar koop door te kunnen maken Er is geen schuifruimte wanneer er een intandhoudingstermijn geldt (veelal bij sociale nieuwbouw die onlangs is opgeleverd).

•

De daadwerkelijke schuifruimte in de huurmarkt is tevens afhankelijk van de welwillendheid van de huidige verhuurder, particulier of corporatie, het is immers zijn/haar eigendom. Met corporaties maken we in dit verband wel prestatieafspraken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0ea678f9-dff5-4563-aaae-a50d56ee6608