CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb002072] Bijlage behorende bij 23bb002071 over Afschrift adviesaanvraag “cultuurbestel van de toekomst” aan de Raad voor Cultuur

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 19 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Cultuur2.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Raad voor Cultuur Prins Willem Alexanderhof 20 2595 BE DEN HAAG

Erfgoed en Kunsten/ Media en Creatieve Industrie Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Onze referentie 34993670 Bijlagen Beleidsdoorlichting cultuurdeelname 2001-2020

Datum

2 maart 2023

Betreft

Adviesaanvraag cultuurbestel van de toekomst

Geachte raad, In deze brief vraag ik uw advies over de vernieuwing van het cultuurbestel voor de periode(n) vanaf 2029. Deze brief is als volgt opgebouwd: eerst schets ik mijn uitgangspunten. Vervolgens benoem ik mijn vragen voor uw advies en een aantal aandachtspunten uit de beleidsdoorlichting cultuurdeelname1. Uitgangspunten vanaf 2029: kwaliteit en maatschappelijke betekenis Kunst en cultuur zijn onmisbaar voor de samenleving. In mijn Meerjarenbrief2 benoem ik de intrinsieke waarde van cultuur. Ik sta voor een samenleving waarin iedereen cultuur kan ervaren, zich cultureel kan ontwikkelen en mee kan doen. In het cultuurbeleid staan kwaliteit en maatschappelijke betekenis voorop. Cultuur kan bijdragen aan de opgaven waarvoor we in Nederland staan: aan kansengelijkheid, het bevorderen van welzijn en aan het overbruggen van verschillen. Dat is belangrijk en waardevol. Mijn overtuiging is dat artistieke autonomie en artistieke kwaliteit daarbij essentiële basisbeginselen zijn. Zonder goede borging van deze basisbeginselen, kunnen kunst en cultuur geen aanjagende functie hebben. Kwaliteit en maatschappelijke betekenis van cultuur gaan voor mij hand in hand. De manier waarop de overheid cultuur ondersteunt, is aan herziening toe. Dat vinden het culturele veld, onderzoekers en overheden.

De huidige systematiek sluit niet meer goed aan op ontwikkelingen en wensen die spelen in de sector, de samenleving en bij het publiek. Dit is ook mijn overtuiging. In mijn brief over de toekomst van de culturele basisinfrastructuur3 heb ik daarom een vernieuwingsagenda aangekondigd. Uw advies vormt daar belangrijke input voor. In overleg met mijn medebestuurders gebruik ik uw advies voor de inrichting van het cultuurbestel vanaf 2029. De andere overheden zijn een belangrijke partner. Ik vraag u dan ook hen te betrekken bij uw advies. 1 Significant/Ape, Dialogic. Cultuur van en voor iedereen, beleidsdoorlichting OCW onderdeel

cultuurdeelname 2001-2020, december 2022. 2 Kamerstuk 32820-482. 3 Kamerstuk 32820-485. Pagina 1 van 5

Onze referentie

Ik vraag u ontwikkelingen en trends die spelen in de maatschappij en binnen de culturele en creatieve sector bij uw advies te betrekken. Ik denk aan:  Ontwikkelingen en trends als het gaat om cultuurdeelname, publieksbereik en samenwerkingsverbanden.  Ontwikkelingen en trends op het vlak van kunstdisciplines, -genres en de werkwijze van makers en instellingen. Aan de hand van deze punten vraag ik u te adviseren over de samenwerking tussen overheden, de rijkscultuurfondsen en andere financiers.

34993670

Ik vraag u in uw gehele advies aandacht te hebben voor de balans tussen stabiliteit en dynamiek. De overheid heeft de taak de sector te ondersteunen met een stevig en stabiel cultuurbestel. Tegelijkertijd moet dit bestel open en dynamisch genoeg zijn om in te kunnen spelen op veranderingen. Ook de arbeidsmarkt, cultureel ondernemerschap en innovatie zijn blijvende thema’s voor een sterke en weerbare culturele en creatieve sector. Verder verzoek ik u aandacht te hebben voor een internationale blik op het cultuurbestel. Zijn er best practices uit andere landen die ook in Nederland toepasbaar kunnen zijn? Ik vraag u rekening te houden met deze uitgangspunten. Ontwikkelingen en trends als het gaat om cultuurdeelname, publieksbereik en samenwerkingsverbanden. Ik wil meer mensen in aanraking brengen met cultuur. Zowel als het gaat om het beleven van kunst als het beoefenen ervan. De kansen die mensen hebben op deelname aan kunst en cultuur zijn nu nog te ongelijk verdeeld.

Uit de beleidsdoorlichting blijkt dat voor cultuurdeelname in algemene zin geldt: ‘hoe hoger de eigen opleiding of hoe lager de leeftijd, des te hoger de cultuurdeelname; en hoe lager de eigen opleiding en hoe hoger de leeftijd, des te lager de cultuurdeelname.’ Ook is de deelname van ‘mensen met een nietwesterse migratieachtergrond lager dan bij mensen met een Nederlandse of westerse migratieachtergrond.’4 Mijn verzoek aan u is mij te adviseren over het vergroten van cultuurdeelname en publieksbereik. De volgende vragen leven bij mij:  Cultuurbeoefening draagt bij aan maatschappelijk welzijn. Er bestaan inmiddels tal van succesvolle initiatieven waarbij welzijnspartners samenwerken met de culturele en creatieve sector. Ik wil cultuurbeoefening in ons land verder versterken. Welke mogelijkheden ziet u daarvoor in het bestel?  Kinderen en jongeren zijn de talenten, de beoefenaars en het publiek van de toekomst. Kinderen en jongeren leren in de klas, maar een minstens zo groot deel van de culturele ontwikkeling vindt buitenschools plaats. De jeugd krijgt niet dezelfde kansen om aan cultuur deel te nemen. Dat wil ik voor het toekomstige cultuurbeleid doorbreken. Cultuur stimuleert creativiteit en verbeeldingskracht. Vaardigheden die de jeugd hard nodig heeft als volwassenen van de toekomst.

Hoe kan er beter op toekomstige generaties worden ingespeeld? Wat vraagt dit van een toekomstig bestel?

4 Beleidsdoorlichting cultuurdeelname, p. 58 e.v. Verder ligt de cultuurdeelname van

mannen in het algemeen lager dan die van vrouwen, met uitzondering van erfgoed. Verschillen in cultuurdeelname tussen inwoners van weinig stedelijke gebieden en inwoners van (zeer sterk) stedelijke gebieden zijn als het gaat om cultuurdeelname in brede zin klein. Pagina 2 van 5

Ik zie en merk dat de smaakvoorkeuren van groepen in de samenleving doorlopend veranderen. De huidige, naoorlogse generatie ouderen is bijvoorbeeld opgegroeid met de popcultuur en is bekend met aanbod on demand. Deze doelgroep heeft andere voorkeuren dan de generaties voor hen. Ook bij jongeren zie ik voortdurend wisselende voorkeuren ontstaan, onder meer omdat zij vaak sterk op digitale toepassingen gericht zijn. Hoe kan het bestel anticiperen op dergelijke ontwikkelingen mede met het oog op een veranderende bevolkingssamenstelling?5 De afgelopen jaren heeft het rijk samen met andere overheden stappen gezet om te zorgen voor een betere spreiding en bereikbaarheid van het cultureel aanbod. Ook voor de toekomst blijft spreiding en bereikbaarheid van cultureel aanbod binnen Nederland en alle delen van het Koninkrijk een belangrijk vraagstuk. Dit kan om een andere benadering vragen in de verschillende delen van het land. Van mijn medebestuurders hoor ik dat er nu soms te weinig oog is voor de context waarbinnen het aanbod tot stand komt. Hierbij vind ik het ook belangrijk verder te kijken dan de spreiding van bestaande fysieke voorzieningen.

Nieuwe distributievormen, digitalisering en de rol van cultuurbrede instellingen die de afgelopen jaren in veel gemeenten zijn ontstaan en waar meerdere culturele functies samenkomen, bieden wellicht mogelijkheden die we nu nog te weinig benutten. Welke kansen ziet u op dit vlak en wat betekent dit voor het bestel? Ik zie in het Caribisch Gebied veel kansrijke initiatieven. Een aantal wordt op dit moment projectmatig ondersteund via private fondsen en de rijkscultuurfondsen. Het culturele leven in het Caribisch deel van het Koninkrijk verdient een meer structurele ondersteuning. Ik vraag daarom aandacht voor het belang van cultuur in het Caribische deel van het Koninkrijk.

Onze referentie 34993670

Ontwikkelingen en trends op het vlak van kunstdisciplines, -genres en de werkwijze van makers en culturele instellingen Nederland kent een rijk en breed cultureel en creatief leven. De afgelopen jaren hebben de rijkscultuurfondsen en overheden meer ruimte geboden aan nieuwe ontwikkelingen en werkwijzen. Dat ingeslagen pad wil ik volgen. Ik zie de volgende vraagstukken:  Instellingen en makers uit disciplines en genres die in mindere mate onderdeel uitmaken van het huidige bestel ervaren een ongelijk en moeilijk toegankelijk speelveld. Verscheidenheid en meerstemmigheid van het culturele aanbod zie ik als een groot goed. Ik verzoek u mij te adviseren over het bereiken van meer openheid binnen het bestel, zodat in de toekomst zowel ruimte is voor gevestigde als voor minder gevestigde en opkomende kunstdisciplines en -genres. Daarbij vraag ik u de verschillen tussen de grotere steden en de rest van het land bij uw advies te betrekken. Als het gaat om talentontwikkeling vraag ik aandacht voor de gesignaleerde kloof tussen amateurs en professionele makers. Ik verzoek u daarbij oog te hebben voor de hele keten: van starters tot mid-career talenten tot gevestigde namen.

5

De Regionale bevolkings-en huishoudensprognose 2022-2050 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het CBS laat zien dat in 2035 ruim 24 procent van de bevolking van Nederland 65 jaar of ouder zal zijn. Nu is dat nog 20 procent. De vier grote steden zijn minder vergrijsd dan de kleinere gemeenten, maar ook hier neemt de vergrijzing de komende jaren toe. In andere delen van het land gaat de vergrijzing echter nog sneller. Pagina 3 van 5

Instellingen werken steeds vaker over organisatiegrenzen heen. Ook makers werken steeds meer vanuit (multidisciplinaire) netwerken en zijn minder vaak institutioneel georganiseerd. Wat vraagt dit volgens u van een cultuurbestel van de toekomst. Zijn er instrumenten te bedenken bij het rijk, de rijkscultuurfondsen en andere overheden die beter aan deze werkpraktijk bijdragen? En hoe sluit het bestel beter aan op ontwikkelingen in het nietgesubsidieerde deel van de sector? Ik zie dat culturele instellingen meer onderling met elkaar samenwerken. Ook merk ik dat instellingen meer optrekken met maatschappelijke organisaties uit de eigen stad of regio om zo een gezamenlijk belang te dienen. Vanuit de creatieve industrie wordt bijvoorbeeld meegedacht over vraagstukken rondom grote maatschappelijke opgaven. Ik hecht er waarde aan deze vormen van samenwerking verder te stimuleren. Hoe kan samenwerking versterkt en gestimuleerd worden terwijl afwegingen die ten grondslag liggen aan subsidiering onderscheidende kwaliteit en daarmee een zekere concurrentie vragen? Welke mogelijkheden ziet u binnen een nieuw bestel?

Onze referentie 34993670

Beleidsdoorlichting cultuurdeelname 2001-2020 Mijn vragen voor de periode vanaf 2029 sluiten aan op de aandachtspunten uit de beleidsdoorlichting cultuurdeelname 2001-2020.6 Dit onafhankelijke onderzoek brengt de relatie tussen het beleid van de (rijks)overheid en cultuurdeelname over een periode van twintig jaar in beeld, net als sterke en zwakke punten van het beleid en aanbevelingen voor de toekomst. De onderzoekers hebben drie sterke en drie zwakke punten van het beleid voor cultuurdeelname van de afgelopen twintig jaar in beeld gebracht. De drie sterke punten die het onderzoek noemt zijn:  Het instrumentarium is breed en bestrijkt vrijwel alle aspecten van het cultuur(deelname)beleid en is over de jaren heen stabiel.  Het Nederlandse cultuurbestel (waarvan de basisinfrastructuur een belangrijk onderdeel uitmaakt) kent een grote mate van transparantie met een beperkte politieke inmenging.  Er wordt gestuurd op (artistieke) kwaliteit. Het onderzoek benoemt ook minder goede punten, namelijk:  Het instrumentarium bevat vooral indirecte instrumenten gericht op aanbod en weinig instrumenten direct gericht op cultuurdeelname.  Er is beperkte vernieuwing en verbreding door establishment bias (subsidie gaat vaak naar de gevestigden) en prestatie-indicatoren.

 Er is nog onvoldoende bereikt op het gebied van toegankelijkheid en inclusiviteit.7 Ik herken deze punten uit mijn gesprekken met het culturele veld en medebestuurders. De beleidsdoorlichting bevat een aantal aanbevelingen en conclusies, onder meer als het gaat om het betrekken van jongeren, het bevorderen van cultuurbeoefening en de instroom van nieuwe aanvragers. Ik zie

Significant/Ape, Dialogic. Cultuur van en voor iedereen, beleidsdoorlichting OCW onderdeel cultuurdeelname 2001-2020, december 2022. 7 Zie voor een uitgebreidere analyse en beschrijving Beleidsdoorlichting cultuurdeelname, p. 90-94. 6

Pagina 4 van 5

dat deze onderwerpen in het verlengde liggen van het beleid dat ik in mijn Meerjarenbrief8 heb ingezet.

Onze referentie 34993670

Samenwerking tussen overheden, de rijkscultuurfondsen en andere financiers Samen met bestuurders van andere overheden heb ik de verantwoordelijkheid te zorgen voor een bestel waarmee de culturele en creatieve sector wordt ondersteund. Ook andere financiers bieden ondersteuning. Over de samenwerkingen tussen deze spelers heb ik de volgende vragen:  Uit de sector en van mijn medebestuurders ontvang ik signalen dat de taakverdeling tussen de rijksoverheid, provincies en gemeenten, die zijn oorsprong kent in een bestuurlijke afspraak die dateert uit de jaren tachtig, niet meer goed aansluit op hoe de sector werkt. Zo zijn er zorgen over het borgen en versterken van cultuurtaken op lokaal niveau als het gaat om cultuurbeoefening. Ook zie ik in de podiumkunstensector dat (gesubsidieerd) aanbod en de afname door lokale podia niet optimaal op elkaar aansluiten. Dit vraagt mogelijk om andere afspraken en taakverdelingen tussen overheden. Ik vraag u hier aanbevelingen voor te doen.  Veel cultureel ondernemers werken zonder subsidie. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan het culturele leven. Deze cultureel ondernemers vinden echter minder makkelijk toegang tot financieringsmogelijkheden.

Hoe kunnen zij meer aansluiting krijgen tot mogelijkheden in het bestel? Ook vraag ik u oog te hebben voor wat er al door de private partijen wordt gedaan en hoe de overheid zich daartoe kan verhouden.  De afgelopen jaren is het onderscheid tussen instellingen die rechtstreeks vanuit het ministerie en instellingen die via een rijkscultuurfonds worden gesubsidieerd, minder helder geworden. Dit komt omdat er sprake is van overlappende functies. Deze conclusie komt ook terug in de beleidsdoorlichting cultuurdeelname. Ik wil het onderscheid scherper maken en daarmee onduidelijkheden zoveel mogelijk wegnemen. Ik vraag u mij te adviseren over gewenste complementariteit. Uw advies vormt een belangrijk vertrekpunt richting een sterke en toegankelijke culturele sector, die stabiliteit biedt en inspeelt op veranderingen in de culturele praktijk, het publiek en de samenleving. Uw advies ontvang ik graag in november 2023. Ik zie ernaar uit om samen met betrokken partijen op interactieve wijze het bestel verder vorm te geven.

Met vriendelijke groet,

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gunay Uslu

8

Kamerstuk 32820-482. Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=31d42154-374b-49e2-a224-164e45be6db8