[23bb002066] Bijlage behorende bij 23bb002065 over Rapport ‘Onderzoek effecten werkpremie’, september 2022
Tekst van het document
Zoals gezegd wordt in de motie die ten grondslag
5.10 Deeltijdwerk als opstap naar volle-
ligt aan de werkpremie verondersteld dat de werkpremie leidt tot een verbetering van de relatie tussen degenen die recht hebben op de werkpremie en de overheid. In het onderzoek hebben we dat geoperationaliseerd als een positievere waardering van W&I. De derde stelling laat zien dat bijna 40 procent aangeeft dat ze inderdaad positiever zijn gaan denken over W&I. Dus dat is ook een meerwaarde van de werkpremie. In aanvulling hierop zijn nog twee stellingen voorgelegd
Onderzoek effecten werkpremie
dige uitstroom? Nagegaan is of de respondenten het zogenoemde springplankeffect van deeltijdwerk onderschrijven. Verondersteld wordt dat deeltijdwerk een opstap vormt voor volledige uitstroom uit de bijstand naar werk. Aan de respondenten is gevraagd of zij binnen twee jaar denken uit te stromen naar werk. De volgende figuur toont het resultaat, uitgesplitst naar leeftijdscategorieën.
47
Figuur 5.16
Volledige uitstroom naar werk (n=428)
26,5-35 jaar
68%
35-45 jaar
6%
50%
45-55 jaar
4%
29%
55-65 jaar
54%
27%
51%
41% 0%
10%
47%
17%
22%
Totaal
20%
26%
13% 30%
40% Ja
46%
50%
Nee
60%
70%
80%
90%
100%
Weet niet
De ingeschatte uitstroomkans naar werk hangt
Aanvullend is aan de groep die denkt niet binnen
significant samen met leeftijd. Hoe jonger, des te
twee jaar te kunnen uitstromen naar werk ge-
vaker men denkt binnen twee jaar uit te kunnen
vraagd welke belemmeringen een rol spelen. Deze
stromen. De verschillen tussen de leeftijdscatego-
groep bestaat uit 55 personen, te weinig om be-
rieën zijn groot. Respondenten tot 35 jaar denken
trouwbare uitspraken te kunnen doen. Dit komt
drie keer vaker dat ze binnen twee jaar uitstromen
doordat, zoals we al zagen, veel respondenten
dan 55-plussers. Het is voor de respondenten na-
geen uitspraak durven doen over hun uitstroom-
tuurlijk lastig in te schatten hoe de toekomst er uit
kans. Om toch enigszins een beeld te schetsen van
ziet, dat blijkt ook uit de hoge percentages res-
de genoemde uitstroombelemmeringen, zetten
pondenten die kiezen voor de categorie ‘weet
we deze belemmeringen in de volgende figuur op
niet’. Deze onzekerheid is bij 45-plussers met ruim
een rijtje, waarbij we aantekenen dat dezelfde
de helft het grootst en bij respondenten tot 35 jaar
respondent meerdere belemmeringen kon noe-
met ruim een kwart het kleinst.
men, waardoor het totaal aantal belemmeringen (88) groter is dan het aantal respondenten (55 personen).
Figuur 5.17
Uitstroombelemmering naar werk (n=55) Gezondheidsproblemen
42
Arbeidsongeschikt
11
Problematische schulden
8
Anders
7
Urenuitbreiding huidige werkgever niet mogelijk
6
Zorg voor kinderen
6
Kan geen baan vinden met voldoende inkomsten
3
Mantelzorger
3
Volgt opleiding
2 0
48
5
10
15
20
25
30
35
40
45
Onderzoek effecten werkpremie
Deze figuur maakt overduidelijk dat gezondheids-
juist genoemd door respondenten die aanzienlijk
problemen die meest genoemde belemmering is
jonger zijn.
om volledig uit te stromen naar werk. Van de 55 respondenten noemen er maar liefst 42 deze be-
De zojuist gepresenteerde figuur wijst uit dat ge-
lemmering, dat is ruim driekwart van de respon-
zondheidsproblemen een belangrijke uitstroom-
denten die deze vraag hebben beantwoord. In de
belemmering vormen. Om die reden is aan alle
vorige figuur zagen we al dat dit voornamelijk 45-
respondenten gevraagd om hun gezondheidssitu-
plussers zijn. Belemmeringen zoals zorg voor kin-
atie te typeren. Uitgesplist naar leeftijdscatego-
deren en het volgen van een opleiding worden
rieën levert dat het volgende beeld op.
Figuur 5.18
Gezondheidsbeleving naar leeftijdscategorieën (n=426)
26,5-35 jaar
35-45 jaar
10%
45%
6%
45%
45-55 jaar 3% 55-65 jaar
5%
Totaal
6% 0%
26%
32%
36%
34%
15%
Heel gezond
15%
22%
54%
36% 10%
13%
20% Gezond
36% 30%
40%
50%
Niet gezond/niet ongezond
60%
70% Ongezond
80%
5%
2%
5%
26%
0%
19%
3%
90%
100%
Heel ongezond
Bijna vanzelfsprekend blijkt er een significante
Wajong en het uitfaseren van de WSW heeft er de
samenhang te zijn tussen leeftijd en gezondheids-
afgelopen jaren zeer waarschijnlijk toe geleid dat
beleving. Hoe ouder, des te slechter de inge-
de bijstandspopulatie ongezonder is geworden.
schatte gezondheidssituatie. Van de 35-minners zegt ruim de helft (heel) gezond te zijn. Onder 55-
Tot slot is nagegaan hoe vaak de respondenten de
plussers is dat met 20 procent fors lager. Wat hier-
werkpremie hebben ontvangen. Het resultaat
bij opvalt is dat ouderen relatief vaak voor de mid-
vormt de volgende figuur.
den-categorie, niet gezond/niet ongezond, kiezen. Deze categorie is onder 55-plussers tweemaal hoger dan onder 35-minners. Slechts een hele kleine groep, drie procent, bestempelt de eigen gezondheid als heel ongezond en opvallend genoeg ontbreekt deze categorie bij 55-plussers. We merken hierbij op dat het hier gaat om deeltijdwerkers en die zijn zeer waarschijnlijk gezonder dan werkzoekenden die niet in deeltijd werken. Het ophogen van de toetredingsdrempels van de WIA en
Onderzoek effecten werkpremie
49
Figuur 5.19
Aantal keer werkpremie ontvangen (n=430)
26% 0%
10%
35% 20%
30%
40%
39% 50%
Nog nooit
1 keer
60%
70%
80%
90%
100%
2 keer
De figuur laat zien dat ruim een kwart van de res-
gevraagd waar de extra inkomsten aan zijn be-
pondenten de werkpremie nog nooit heeft ontvan-
steed. Dat levert het volgende beeld op, waarbij
gen. Bij een derde is de werkpremie één keer uit-
we opmerken dat dezelfde respondent uiteraard
gekeerd en bij ruim een derde twee keer. Aan de
meerdere bestedingsdoelen kon benoemen.
groep waaraan de werkpremie is uitgekeerd is Figuur 5.20
Besteding werkpremie (n=318)
Boodschappen
66%
Kind(eren)
39%
Energierekening
35%
Aflossen schulden
33%
Sparen
26%
Inrichting huis
21%
Anders
10% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
De figuur laat zien dat twee derde van de respondenten die de werkpremie hebben ontvangen, deze extra inkomsten aan boodschappen besteedt. De kinderen, de energierekening en het aflossen van schulden worden genoemd door 33-39 procent van de respondenten. Ruim een kwart zegt iets te kunnen sparen en inrichting van het huis wordt genoemd door ruim een vijfde van de respondenten. We constateren dat een derde kennelijk schulden heeft en dat de ontvangen werkpremie voornamelijk wordt gebruikt om wat extra boodschappen te doen. De kinderen en de energierekening zijn de andere vaak genoemde bestedingsdoelen.
50
Onderzoek effecten werkpremie
6 6.1
Conclusies en aanbevelingen Inleiding Dat de Participatiewet niet heeft bijgedragen aan
In dit afsluitende hoofdstuk trekken we de conclusies aan de hand van de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in paragraaf 1.3. Het onderzoek bestaat uit drie delen: een literatuurstudie, een bestandsanalyse en een enquête onder Rotterdamse deeltijdwerkers. In de beknopte literatuurstudie is aandacht besteed aan de betekenis van de Parti-
meer deeltijdwerk in de bijstand wordt bevestigd door gegevens uit de Divosa-benchmark gedurende de periode 2014-2021: •
neemt af van negen naar ruim zeven procent. •
Het percentage deeltijdwerkers hangt samen met gemeentegrootte; hoe groter de ge-
cipatiewet voor deeltijdwerk en aan een aantal ex-
meente, des te lager het percentage deeltijd-
perimenten met een bijverdienregeling elders in
werkers.
het land. Voorts is de ontwikkeling van het percentage deeltijdwerkers voor Rotterdam, de vier
Het landelijk percentage deeltijdwerkers
•
In 100.000-plus gemeenten nam het percentage deeltijdwerkers af van acht naar ruim zes
grote steden en landelijk in kaart gebracht.
en een half procent. Het tweede onderdeel van het onderzoek, een be-
•
In gemeenten tot 50.000 inwoners was de da-
standsanalyse is gebaseerd op een meetperiode
ling van het percentage deeltijdwerkers nog
van elf maanden en beslaat de periode 1 april
veel groter, namelijk van twaalf naar ruim
2021 – 1 maart 2022. Het derde onderdeel van het
acht en een half procent.
onderzoek is een enquête onder Rotterdamse deeltijdwerkers die is uitgevoerd in juni 2022. De
Uit gedetailleerde Divosa-gegevens op G4-niveau
enquête is ingevuld door bijna 500 deeltijdwer-
over de periode 2013-2022 blijkt het volgende:
kers. •
6.2
De betekenis van de Participatiewet voor deeltijdwerk
De Participatiewet blijkt enerzijds een stimulans om in deeltijd te gaan werken, gedurende de eerste zes maanden, wordt 25 procent van de inkomsten, tot maximaal € 226 per maand, niet verrekend met de uitkering. Anderzijds worden na die zes maanden alle inkomsten verrekend met de uitkering, waardoor deeltijdwerkers in financieel opzicht niets opschieten met werken.33 Werken loont dan niet. De huidige wetgeving vormt dan eerder een belemmering om in deeltijd te blijven werken dan een stimulans.
33
In Rotterdam is het percentage deeltijdwerkers over de gehele periode lager dan in de andere grote steden.
•
Op 1 januari 2022 had Rotterdam 5,3 procent deeltijdwerkers, in Amsterdam en Den Haag was dat 6,2 procent, Utrecht kwam uit op 7,2 procent. Buiten de G4 was het percentage deeltijdwerkers 7,5 procent.
De afname van het percentage deeltijdwerkers kan deels worden verklaard door herstructurering van het sociaal zekerheidsstelsel. Met name het stoppen van nieuwe instroom in de WSW en het ophogen van de Wajong- en WIA-drempel hebben geleid tot meer mensen met een
Voor alleenstaande ouders met een kind tot 12 jaar geldt een vrijlating van inkomsten uit arbeid van 12,5 procent, gedurende maximaal 30 maanden. Voor personen met een medische beperking is er geen maximale duur en is het vrijlatingspercentage 15 procent.
Onderzoek effecten werkpremie
51
arbeidsbeperking in de bijstand en dat komt het
De zes experimenten zijn ook afzonderlijk onder-
percentage deeltijdwerkers niet ten goede. Voorts
zocht door verschillende kennisinstellingen. Naast
vergrijst de bijstandspopulatie. In Rotterdam nam
effecten op volledige dan wel gedeeltelijke uit-
de gemiddelde leeftijd tussen 2015 en 2022 toe
stroom is nagegaan of de combinatie van inter-
van 44,2 naar 46,8 jaar. In dezelfde periode nam
venties, naast een bijverdienregeling gaat het dan
de gemiddelde uitkeringsduur toe van 6,5 naar 7,6
om minder verplichtingen en meer op maat gesne-
jaar. Aangezien deeltijdwerk samenhangt met
den begeleiding en ondersteuning, of er effecten
leeftijd en uitkeringsduur, hebben deze trends een
zijn op subjectieve uitkomstmaten zoals zelfred-
drukkend effect op het percentage deeltijdwer-
zaamheid, welbevinden en gezondheidsbeleving.
kers in de bijstand.
Ook deze effecten worden bestempeld als bescheiden. Wederom wordt gewezen op de be-
6.3
Experimenten Participatiewet
Vanaf 1 april 2017 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om te experimenteren met de Participatiewet teneinde de mogelijkheden te onderzoeken om effectiviteit van de wet te vergroten. Dit heeft geresulteerd in experimenten in zes gemeenten, een ruimere bijverdienregeling in de bijstand maakte daar onderdeel vanuit. Daarnaast
perkte duur van de experimenten, waardoor de wat langere termijneffecten buiten beeld blijven. Verder wijzen de onderzoekers erop dat belevingsaspecten niet snel veranderen, omdat mensen zich aanpassen aan nieuwe situaties, waardoor belevingsscores weer snel tenderen naar het lange termijngemiddelde.
6.4 Het Amsterdamse experiment
heeft ook Amsterdam geëxperimenteerd met een bijverdienregeling. De zes experimenten zijn door
Het Amsterdamse experiment, dat een looptijd
het CPB geëvalueerd, dat heeft het volgende op-
van drie jaar kende, is ook uitvoerig geëvalueerd.
geleverd:
In Amsterdam is gewerkt met verschillende tranches en een controlegroep, bestaande uit bij-
•
Er is geen effect van een hogere vrijlating van
standsgerechtigden die niet deelnamen aan het
bijverdiensten in de bijstand op de volledige
experiment. Samengevat heeft dat de volgende
uitstroom naar werk, gedefinieerd als meer
conclusies opgeleverd:
dan 27 uur werk per week. •
Alleen in Utrecht is er een beperkt effect van
•
Deelnemers aan het experiment gingen vaker
de vrijlatingsregeling op de gedeeltelijke uit-
in de deeltijd weken dan niet-deelnemers; ge-
stroom naar werk, gedefinieerd als minimaal
middeld drie keer vaker.
12 uur werk per week.
•
Deelnemers aan het experiment stroomden vaker volledig uit naar werk; gemiddeld gaat
Aanvullend wijst het CPB bij deze conclusies op de looptijd van de experimenten. Hoe langer de
het om een verschil van zes procentpunten. •
Deelnemers aan het experiment stroomden
looptijd, des te beter je effecten kunt meten. De
vaker duurzaam uit, dat wil zeggen, minimaal
looptijd van de experimenten varieerde van 14 tot
een half jaar aan het werk. Ook hier is het ver-
27 maanden, daardoor sluit het CPB niet uit dat de
schil circa zes procentpunten.
langere termijneffecten, steviger zijn dan hierboven geformuleerd. Voor de Rotterdamse werkpre-
•
Verder wordt geconcludeerd dat 90 procent een contract voor bepaalde tijd kreeg.
mie, waarvan de effectieve looptijd een jaar bedraagt, kan dan geconstateerd worden dat de
De Amsterdamse onderzoekers plaatsen bij deze
looptijd te kort is om de effecten goed in kaart te
uitkomsten twee kanttekeningen. Ten eerste wij-
brengen.
zen ze op een mogelijk selectie-effect. Deelnemers aan het experiment zouden een kleinere
52
Onderzoek effecten werkpremie
afstand tot de arbeidsmarkt kunnen hebben en
6.5
Beantwoording onderzoeksvragen
meer zijn gemotiveerd om aan het werk te gaan. Ten tweede wordt, net zoals door het CPB, gewezen op een conjunctuureffect. Bij hoogconjunctuur is het makkelijker om een deeltijdbaan te vinden en om volledig uit te stromen dan bij laagconjunctuur. Het effect van interventies is dus mede afhankelijk van de arbeidsmarktomstandigheden. Voor de Rotterdamse werkpremie betekent dit bijvoorbeeld dat de effecten van de werkpremie enerzijds zijn belemmerd door lockdownmaatregelen, maar anderzijds zijn bevorderd door een periode van hoogconjunctuur. Tot slot wijzen we op de bevindingen van een tussenrapportage van het Amsterdamse experiment.
In deze paragraaf beantwoorden we de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in hoofdstuk 1. We merken hierbij op dat de genoemde percentages deeltijdwerkers niet vergelijkbaar zijn met de percentages zoals in het voorafgaande genoemd. Dat komt doordat de percentages in dit onderzoek zijn gebaseerd op de doelgroep van de werkpremie, namelijk de bijstandspopulatie vanaf 26,5 jaar. De eerste onderzoeksvraag luidde: 1
centage deeltijdwerkers?
Daaruit komt het volgende naar voren: •
Bijstandsgerechtigden die meer dan 16 uur in deeltijd werken, stromen drie keer vaker volledig uit naar werk dan bijstandsgerechtigden die minder dan 16 uur in deeltijd werken.
•
Uitstroom naar werk hangt samen met uitkeringsduur. Bij een uitkeringsduur van minder dan een jaar is de uitstroomkans naar werk drie tot vier keer hoger dan voor een uitkeringsduur die langer is dan tien jaar.
•
Uitstroom naar werk hangt samen met leeftijd. Hoe jonger des te hoger de uitstroomkans.
•
Leidt de werkpremie tot een hoger per-
Om het effect van de werkpremie op het percentage deeltijdwerkers te bepalen, is een bestandsanalyse uitgevoerd. Daarvoor zijn twee bestanden gebruikt met als peildata 1 april 2021, de dag waarop de pilot werkpremie van start is gegaan, en 1 maart 2022, dat is dus elf maanden na de introductie van de werkpremie. •
Op 1 april 2021 werkte 4,4 procent van de bijstandsgerechtigden vanaf 26,5 jaar in deeltijd. Elf maanden later was dat 4,8 procent. De conclusie luidt dat de werkpremie niet heeft geleid tot een substantiële toename van het
Uitstroom naar werk hangt samen met oplei-
percentage deeltijdwerkers. De doelstelling,
dingsniveau. Hoe hoger het opleidingsniveau,
zoals verwoord in de motie die ten grondslag
des te hoger de uitstroomkans.
ligt aan de werkpremie, om het percentage deeltijdwerkers met twee procentpunten te
Om het bijstandsvolume te beperken, is het dus
verhogen is bij lange na niet gehaald.
zaak om zo snel mogelijk na het toewijzen van de uitkering in te zetten op deeltijdwerk. Bij deze am-
Deze doelstelling is gebaseerd op het idee dat
bitie vormen leeftijd en opleidingsniveau kernin-
Rotterdam moet streven naar het landelijk gemid-
dicatoren. Vanzelfsprekend zijn hier ook overige
delde van het percentage deeltijdwerkers, dat is
omstandigheden zoals gezondheid en bijvoor-
echter niet realistisch. Uit Divosa-onderzoek blijkt
beeld de beschikbaarheid van kinderopvang van
namelijk dat het percentage deeltijdwerkers sa-
belang.
menhangt met gemeentegrootte. Hoe groter de gemeente, des te lager het percentage deeltijdwerkers. Het ligt dan voor de hand om Rotterdam te vergelijken met andere grote steden. De meest recente cijfers van begin 2022 laten zien dat het
Onderzoek effecten werkpremie
53
Rotterdamse percentage deeltijdwerkers bijna
deeltijdwerk beginnen, dit vervolgens uitbreiden
een procentpunt lager ligt dan in Amsterdam en
naar een dusdanig aantal uren werk waardoor een
Den Haag, met Utrecht scheelt het bijna twee pro-
aanvullende uitkering niet meer nodig is en dan
centpunten. Ten tweede is op basis van experi-
ook nog een half jaar aan het werk blijven.
menten elders vastgesteld dat de looptijd van de pilot werkpremie van effectief een jaar, te kort is
Op basis van de bestandsanalyse is wel vastge-
om een substantiële toename van het percentage
steld dat deeltijdwerkers vaker volledig uitstro-
deeltijdwerkers te bewerkstellingen.
men naar werk dan niet-deeltijders. Van de bijna 2.000 deeltijdwerker stroomde in een jaar tijd 30
De tweede onderzoeksvraag luidde:
procent uit, dat komt overeen met bijna 600 personen. Van de ruim 34.000 niet-deeltijdwerkers
2
Leidt de werkpremie tot meer verdiensten
stroomde gedurende dezelfde periode 7 procent
voor de groep die vóór de start van de pi-
uit, dat zijn ruim 2.300 personen. Deeltijdwerkers
lot al in deeltijd werkte?
stromen dus ruim vier keer vaker volledig uit naar werk. Het loont dus de moeite om te streven naar
Uit de bestandsanalyse is gebleken dat de groep
meer deeltijdwerk in de bijstand.
die vóór de start van de werkpremie al in deeltijd werkte, bijna een jaar na de introductie van werk-
Ook in de enquête onder deeltijdwerkers is ge-
premie gemiddeld een kleine €100 meer is gaan
vraagd of zij binnen twee jaar volledig denken uit
verdienen per maand, dat is per week krap € 25.
te stromen naar werk. Deze vraag is lastig te be-
Hierbij moeten we ook rekening houden met ge-
antwoorden. Bijna de helft zegt dan ook dat men
stegen salarissen en een mogelijk een conjunc-
niet kan inschatten of volledig uitstroom naar
tuureffect. Alles overziend luidt de conclusie dat
werk haalbaar is. Ruim 40 procent denkt van wel
de werkpremie heeft geleid tot een bescheiden
en 13 procent laat weten dat volledige uitstroom
toename van de inkomsten van de groep die voor
naar werk onmogelijk is. Van deze laatste groep
de werkpremie al in deeltijd werkte.
geeft driekwart aan dat gezondheidsproblemen een belemmering vormen voor volledige uit-
Deze conclusie wordt bevestigd door de resulta-
stroom naar werk. Hoewel het hier gaat om een
ten van de enquête onder deeltijdwerkers. Aan de
kleine groep van 55 deeltijdwerkers en deze uit-
groep die voor de werkpremie al in deeltijd werkte
komst dus niet betrouwbaar is, wijst dit erop dat
is gevraagd of ze door de werkpremie meer uren
deeltijdwerk voor een deel van de deeltijdwerkers
zijn gaan werken. Dit blijkt voor tien procent van
het hoogst haalbare is.
de deeltijdwerkers het geval te zijn. We bestempelen dit als een beperkt effect van de werkpre-
De vierde onderzoeksvraag luidde:
mie op het aantal uur dat men in deeltijd werkt. 4. De derde onderzoeksvraag luidde:
Leidt de werkpremie tot een verandering van de kenmerken van de groep deeltijdwerkers? Met andere woorden is de werk-
3
Leidt de werkpremie tot meer (duurzame)
premie een stimulans om in deeltijd te
uitstroom naar werk?
gaan werken voor bepaalde groepen binnen de bijstandspopulatie? Het gaat dan
Deze vraag is, zoals al min of meer was voorzien in
om leeftijd, geslacht, uitkeringsduur, huis-
de onderzoeksopzet, helaas onbeantwoord geble-
houdenssamenstelling en opleidingsni-
ven. Duurzame uitstroom, doorgaans gedefinieerd
veau.
als een half jaar aan het werk, zonder uitkering, is
54
gezien de onderzoeksperiode van elf maanden
Door middel van de bestandsanalyse is nagegaan
niet vast te stellen. Men moet immers eerst met
of de genoemde kenmerken van deeltijdwerkers
Onderzoek effecten werkpremie
zijn veranderd na elf maanden na de introductie
•
van de werkpremie. Dat heeft het volgende opgeleverd: •
Hoogopgeleiden zijn eveneens minder in deeltijd gaan werken (min 0,5 procentpunt).
•
Personen met een uitkeringsduur korter dan
Leeftijd: een bovengemiddelde toename van
een jaar zijn fors minder in deeltijd gaan wer-
deeltijdwerk zien we bij 35 tot 45-jarigen
ken (min 2,2 procentpunt).
(plus één procentpunt). Dat geldt in mindere mate voor 45-55-jarigen (plus 0,6 procent-
De vijfde onderzoeksvraag luidde:
punt). •
•
Geslacht: de toename van deeltijdwerk komt
5.
Welke effect heeft deeltijdwerk op de be-
bij vrouwen uit op 0,6 procentpunt, bij man-
leving van de fysieke en mentale gezond-
nen zien we nauwelijks verschil (plus 0,1 pro-
heid, zelfvertrouwen, zelfontplooiing, so-
centpunt).
ciale contacten, de eigen sociaal-maat-
Huishoudenssamenstelling: hier springen al-
schappelijke positie en de relatie met de
leenstaande ouders eruit met een toename
overheid?
van deeltijdwerk van 1,7 procentpunt. Opmer-
•
kelijk is dat het percentage deeltijdwerkers
Het effect van deeltijdwerk op de genoemde bele-
onder alleenstaanden met 0,1 procent is afge-
vingsaspecten is in kaart gebracht door middel
nomen sinds de introductie van de werkpre-
van een enquête onder deeltijdwerkers, dit heeft
mie.
het volgende opgeleverd:
Opleidingsniveau: een bovengemiddelde toename van het percentage deeltijdwerkers zien
•
•
Gezondheidsbeleving: ruim twee derde van
we bij middelbaar opgeleiden (plus 1 procent-
de deeltijdwerkers geeft aan dat werken goed
punt).
is voor de gezondheid. Bijna de helft voelt zich
Uitkeringsduur: een bovengemiddelde toe-
gezonder sinds men in deeltijd werkt.
name van deeltijdwerk zien we bij personen
•
dat werken leidt tot meer zelfvertrouwen.
met een uitkeringsduur tussen de 1 en 2 jaar (plus 3,1 procentpunt). Het percentage deel-
Zelfvertrouwen: ruim 60 procent laat weten
•
Zelfontplooiing: is een containerbegrip. In de
tijdwerkers met een uitkeringsduur korter dan
enquête is dat gemeten door middel van de
een jaar is met 2,2 procentpunten afgenomen.
volgende stellingen: -
Deze resultaten leiden tot de volgende conclusies:
Door te werken, kan ik beter laten zien wat ik kan. Ruim twee derde onderschrijft deze stelling.
Er zijn verschillende categorieën bijstandsgerech-
-
Ik werk voor het geld, maar ook om din-
tigden te benoemen die achterblijven bij de ge-
gen te leren. Eveneens twee derde onder-
middelde toename van het percentage deeltijd-
schrijft deze stelling.
werkers van 0,4 procentpunt, dit zijn:
•
Sociale contacten: 80 procent laat weten dat werken belangrijk is, omdat je nieuwe mensen
•
Personen in de leeftijd van 26,5 tot 35 jaar zijn
leert kennen. Ruim de helft geeft aan veel te
nauwelijks meer in deeltijd gaan werken (plus
leren van collega’s.
0,1 procentpunt), terwijl relatief jonge mensen
• •
•
Sociaal-maatschappelijke positie: ook dit is
de beste kansen hebben op de huidige krappe
een containerbegrip. In de enquête is dat ge-
arbeidsmarkt.
meten door middel van de volgende stellin-
Mannen zijn nauwelijks meer in deeltijd gaan
gen:
werken (plus 0,1 procentpunt).
-
Omdat ik al werk, heb ik meer kans op een
Alleenstaanden zijn zelfs wat minder in deel-
beter betaalde baan. Ruim de helft onder-
tijd gaan werken (min 0,1 procentpunt).
schrijft deze stelling.
Onderzoek effecten werkpremie
55
-
-
•
Omdat ik al werk, heb ik meer kans om
werk. Bijna de helft van de respondenten vindt dit
een baan te vinden, waardoor ik geen uit-
lastig in te schatten en blijft het antwoord schul-
kering meer nodig heb. Bijna 60 procent
dig. Ruim 40 procent denkt binnen twee jaar te
onderschrijft deze stelling.
kunnen uitstromen. De overige 13 procent zegt
Omdat ik werk, word ik meer gewaar-
dat uitstroom niet haalbaar is. De ingeschatte uit-
deerd. Ruim 60 procent onderschrijft deze
stroomkans hangt samen met leeftijd, hoe jonger,
stelling.
des te groter de kans op uitstroom. Personen tot
Relatie met de overheid. De veronderstelling
35 jaar denken drie keer vaker dat ze binnen twee
bij de introductie van de werkpremie was dat
jaar kunnen uitstromen dan 55-plussers.
dit de relatie met de overheid zou verbeteren. Daar kan een behoorlijk vraagteken bij wor-
De zevende en laatste onderzoeksvraag luidde:
den geplaatst, omdat het vertrouwen in de overheid de laatste jaren is afgenomen tot
7.
Leiden de extra inkomsten tot meer be-
een laag niveau. Bovendien is ‘’de overheid’’
staanszekerheid en waaraan worden de
een te abstract begrip. In de enquête is het
extra inkomsten besteed?
vertrouwen in de overheid dan ook geoperationaliseerd door middel van de volgende stel-
Ook bestaanszekerheid is een containerbegrip
ling:
dat in de enquête door middel van verschillende
-
Omdat ik door de werkpremie meer geld
stellingen is geoperationaliseerd. Dit heeft het
mag houden, ben ik positiever gaan den-
volgende opgeleverd:
ken over de afdeling Werk en Inkomen.
•
ruim een derde onderschrijft deze stelling.
Deze stelling wordt door bijna 40 procent onderschreven.
Omdat ik werk, heb ik minder geldzorgen:
•
Ondanks het extra geld van de werkpremie, heb ik iedere maand te weinig geld: bijna de
In de enquête is aanvullend ook nog aandacht besteed aan het effect van werken op het welbevin-
helft onderschrijft deze stelling. •
Gevraagd is in welke mate men kan ‘rondko-
den. Dit heeft het volgende opgeleverd:
men’ van een bijstandsuitkering plus de werk-
•
Door te werken, voelt bijna 80 procent zich
premie. Een meerderheid van bijna 60 pro-
nuttiger, 60 procent zegt gelukkiger te zijn en
cent zegt dat men niet makkelijk, maar ook
twee derde verveelt zich minder. Voorts geeft
niet moeilijk kan rondkomen. Bijna 30 procent
ruim een derde aan minder stress te hebben
laat weten (zeer) moeilijk te kunnen rondko-
en zich minder zorgen over geld te maken.
men en 14 procent vindt rondkomen (heel) makkelijk.
Het voorafgaande leidt tot de conclusie dat deel-
•
Door de werkpremie, maak ik geen of minder
tijdwerk voor een meerderheid van de deeltijd-
schulden: 40 procent onderschrijft deze stel-
werkers positieve effecten heeft op de diverse be-
ling.
levingsaspecten.
•
Door de werkpremie, minder geldzorgen: ruim een derde onderschrijft deze stelling.
De zesde onderzoeksvraag luidde: Op basis van deze uitkomsten luidt de conclusie 6.
Verwachten de nieuwe deeltijdwerkers en
dat de werkpremie voor circa een derde van de
de groep die meer is gaan verdienen op
deeltijdwerkers leidt tot wat meer bestaanszeker-
termijn uit te stromen uit de bijstand?
heid. Dit uit zich in wat minder geldzorgen en schuldvorming. Hierbij moeten we ons realiseren
Aan deeltijdwerkers is gevraagd of zij binnen
dat de werkpremie maximaal uitkomt op
twee jaar volledig denken uit te stromen naar
56
Onderzoek effecten werkpremie
ongeveer € 150 per maand, maar dat lang niet alle
biedt in de gevolgen van deeltijdwerk en
deeltijdwerkers aan dit bedrag komen.
urenuitbreiding in de bijstand., zie:
Tot slot is gevraagd waaraan men de extra inkom-
https://www.divosa.nl/nieuws/rekentool-
sten van de werkpremie besteedt. Twee derde
geeft-inzicht-financiele-gevolgen-van-uitke-
noemt dan boodschappen. Circa een derde geeft
ring-naar-werk Deze tool wordt in Rotterdam
het extra geld uit aan de kinderen, de energiereke-
al ingezet. Wijs werkzoekenden die (meer)
ning en het aflossen van schulden. Ruim een kwart
deeltijdwerk overwegen op deze tool, dit kan
laat weten door de werkpremie iets te kunnen
terughoudendheid om in deeltijd te gaan wer-
sparen.
ken verminderen en inkomensonzekerheid reduceren.
6.6
Overige onderzoeksresultaten
•
Uit het onderzoek blijkt dat de werkpremie bij bijna de helft van de deeltijdwerkers onbekend is. Dit ondanks een brede communicatie-
Naast onderzoeksresultaten die direct zijn gekop-
strategie, waarmee werkzoekenden via ver-
peld aan de onderzoeksvragen, heeft het onder-
schillende kanalen zijn voorgelicht over de
zoek nog een aantal aanvullende inzichten opge-
werkpremie. Dat is, zeker gezien de ingezette
leverd: •
voorlichting, een opmerkelijk resultaat, het gaat hier immers om rechthebbenden op de
Uit het onderzoek blijkt dat ruim een kwart
werkpremie. Hoewel dat niet is onderzocht,
van de deeltijdwerkers een vast contract
betekent dit waarschijnlijk dat de bekendheid
heeft. Bijna een kwart heeft een oproep- of
van de werkpremie onder niet-deeltijdwer-
nulurencontract en 40 procent een tijdelijk
kers nog lager is. Dit heeft waarschijnlijk zijn
contract. Hiermee is aangegeven dat onge-
weerslag gehad op de effecten van de werk-
veer twee derde van de deeltijdwerkers te
premie op het aantal deeltijdwerkers en het
maken heeft met werk- en dus inkomensonze-
aantal gewerkte uren. Slechts zeven procent
kerheid. Het hebben van een vast contract
van de deeltijdwerkers zegt door de werkpre-
hangt significant samen met leeftijd, hoe ou-
mie te zijn gestart met deeltijdwerk, 10 pro-
der men is, des te vaker men een vaste aan-
cent is door de werkpremie meer uren gaan
stelling heeft. Personen van 55 jaar of ouder
werken.
hebben tweemaal vaker een vaste aanstelling dan 26,5-35-jarigen. •
De voortschrijdende flexibilisering van de ar-
6.7
Aanbevelingen
beidsmarkt, die zich onder andere uit in meer afroep- en nulurencontracten, leidt tot sterk
Hoewel de werkpremie slechts zeer beperkt heeft
variërende inkomsten uit deeltijdwerk per
geleid tot meer deeltijdwerkers en meer uren
maand. Uit het onderzoek blijkt dat bijna de
deeltijdwerk kan toch worden overwogen om in
helft van de deeltijdwerkers een flexibel ar-
de toekomst een structurele bijverdienregeling
beidscontract heeft, waardoor de inkomsten
aan te bieden. Het onderzoek heeft daarvoor de
uit deeltijdarbeid per maand sterk variëren.
volgende argumenten opgeleverd:
Daarnaast zien we discontinuïteit van inkom-
•
De effectieve looptijd van de werkpremie van
sten; de ene maand wel werk de volgende
een jaar is te kort om de effecten van de werk-
maand niet, dan weer wel, et cetera. Dat
premie, meer deeltijdwerkers en meer uren
brengt inkomensonzekerheid met zich mee en
deeltijd, uit te laten kristalliseren. Verwacht
leidt tot angst gekort te worden op toeslagen
mag worden dat de effecten van een structu-
van de Belastingdienst. Dit kan ertoe leiden
rele bijverdienregeling wat groter zullen zijn.
dat men afziet van deeltijdwerk. Sinds juni
Afzwakking van de huidige hoogconjunctuur
2020 is een rekentool voorhanden die inzicht
kan die positieve effecten beperken.
Onderzoek effecten werkpremie
57
•
Aangetoond is dat deeltijdwerkers vier keer
grote steden duidt erop dat er in Rotterdam
vaker volledig uitstromen uit de bijstand dan
nog terrein te winnen valt. Grofweg lijkt een
werkzoekenden die niet in deeltijd werken.
verhoging van het percentage deeltijdwerkers
Deeltijdwerk vormt voor een deel van de deel-
met één procentpunt realistisch. Om uit te ko-
tijdwerkers dus een springplank naar volle-
men op het percentage deeltijdwerkers in Am-
dige uitstroom naar werk. Voor een ander
sterdam en Den Haag, zouden bij het huidige
deel, met name ouderen, grofweg 45-plussers,
bijstandsvolume een kleine 400 Rotterdamse
en werkzoekenden met een mindere gezond-
werkzoekenden extra in deeltijd moeten gaan
heid, is deeltijdwerk vaak het hoogst haal-
werken.
bare. •
•
•
•
De Participatiewet vormt na een half jaar
Aangetoond is dat deeltijdwerk voor het me-
deeltijdwerk eerder een belemmering om in
rendeel van de deeltijdwerkers positieve ef-
deeltijd te blijven werken dan een stimulans.
fecten heeft op belevingsaspecten zoals ge-
Een bijverdienregeling kan dat deels compen-
zondheid, welbevinden, zelfvertrouwen en
seren, zodat werken in de bijstand nog enigs-
zelfontplooiing.
zins loont.
Het percentage deeltijdwerkers met een uit-
•
Indien wordt besloten om in Rotterdam geen
keringsduur korter dan een jaar, is sinds de in-
toekomstige bijverdienregeling aan te bieden,
troductie van de werkpremie aanzienlijk ge-
blijft staan dat er ruimte is om het percentage
daald. Verhoging van het percentage deeltijd-
deeltijdwerkers te verhogen. Relatief jonge al-
werkers in deze groep is kansrijk.
leenstaande werkzoekenden, grofweg tot 35
In aansluiting op het vorige punt is uit het on-
jaar, en nieuwe instromers zijn dan catego-
derzoek gebleken dat de bekendheid van de
rieën waar de meeste winst valt te behalen.
werkpremie onder deeltijdwerkers gering is,
•
Tot slot: het kabinet heeft aangekondigd om
ondanks een brede voorlichtingscampagne.
de bijverdiengrenzen in de Participatiewet te
Dat doet vermoeden dat de bekendheid van
verruimen. Dit biedt nieuwe kansen om het
de werkpremie onder niet-deeltijdwerkers
percentage deeltijdwerkers te verhogen.
zeer beperkt is. Het wat nadrukkelijker en
Communiceer te zijner tijd deze nieuwe mo-
vooral periodiek onder de aandacht brengen
gelijkheden nadrukkelijk en met het oog op
van een toekomstige bijverdienregeling kan
nieuwe instromers periodiek.
leiden tot meer deeltijdwerkers. Speciale aandacht voor nieuwe instromers in de bijstand kan dat effect vergroten. Tot slot kunnen werkcoaches een prominentere rol vervullen als het gaat om het starten met deeltijdwerk dan wel meer uren deeltijdwerk. •
Angst voor korting op toeslagen van de Belastingdienst en terugvordering van reeds verstrekte toeslagen, vormen een belemmering om te starten met deeltijdwerk of uitbreiding van het aantal uren dat men werkt. Het uitleggen van de financiële consequenties van (meer) deeltijdwerk in de bijstand kan helpen, de door het Nibud ontwikkelde rekentool, is daarbij een bruikbaar hulpmiddel.
•
Een vergelijking van het Rotterdamse percentage deeltijdwerkers met de overige drie
58
Onderzoek effecten werkpremie
Geraadpleegde bronnen Arsieni, Nadia, et al, (2019), Werkbonus moet lonen, Initiatiefvoorstel, gemeente Rotterdam. Beer, Paul de (2020), T1 Tussenrapportage Amsterdams Experiment met de Bijstand. Betkó, J, et al, (2020) Rapportage experiment Participatiewet gemeente Nijmegen, Radboud Social Cultural Research, Afdeling Sociologie, Nijmegen. Boer, Henk-Wim de, et al, (2020), Evaluatie experimenten Participatiewet, Effecten op de uitstroom naar werk, Centraal Planbureau, CPB Notitie. Bos, S., et al, (2021), Het Amsterdamse experiment met de bijstand, Centre for applied research on business en economics. Bos, S. en Judith Elshout (2022), Onderzoek Amsterdams experiment met de bijstand. Werkt het?, Sociale Vraagstukken. Bos, S en Judith Elshout (2021), Meedoen in de bijstand, Sociale Vraagstukken. Boschman, Sanne, et al, (2021), From Social Assistance tot Self-Sufficiency: Low Income Work as a Stepping Stone, European Sociological Review, Vol 37, No 5, 766-782. Centraal Planbureau, (2020), Kansrijk arbeidsmarktbeleid, update actief arbeidsmarktbeleid. Divosa, Benchmarkkrant (2021), Vol 01, Editie 01. Dodeweerd, Marije van, et al, (2020), Divosa benchmark, Utrecht. Dodeweerd, Marije van, et al, (2019), Parttime werk in de bijstand, Divosa, Utrecht.
Echtelt, Patricia van, (2020), Werk, zaligmakend of ziekmakend, De relatie tussen arbeid en gezondheid, WRR Working Paper 39, Den Haag, 2020. Echtelt, Patricia van, et al, (2019), Eindevaluatie van de Participatiewet, Centraal Cultureel Planbureau, Den Haag. Elshout, Judith, (2020), Rekenen en balanceren in de bijstand, Over ervaringen met het verrekenen van inkomsten uit werk, T1 meting. Engbersen, Godfried, et al, (2021), De laag-vertrouwen-samenleving, De maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Nederland, vijfde meting, Kenniswerkplaats Leefbare Wijken, Rotterdam. Graaf, Rob de en Willemijn van Gastel, (2020), Experimenten Participatiewet, Procesevaluatie, ZonMw, Den Haag. Hogeschool van Amsterdam en Universiteit van Amsterdam (2020), Amsterdams Experiment met de Bijstand T1 meting (2020), factsheet, Amsterdam. Jonge, Adriaan de, (2022), Meer baankans zonder sollicitatieplicht, CPB kijkt naar langetermijneffecten van bijstandsexperimenten, Binnenlands Bestuur. Jonge, Adriaan de, (2021), Zakcentje naast je uitkering: wat kunnen we verwachten van de Rotterdamse Werkbonus?, Versbeton.nl. Jonge, Adriaan de, (2021), Bijbaan naast de bijstand vergroot kansen, Binnenlands Bestuur. Jonge, Adriaan de, (2020), Deeltijdwerk moet lonen, vindt gemeente Wageningen, Binnenlands Bestuur.
Jonge, Adriaan de, (2020), Rotterdamse Werkbonus beloont werken in de bijstand, Binnenlands Bestuur. Kempen, Hetty van, et al, (2021), Amsterdams experiment met de bijstand, Onderzoek, Informatie en Statistiek, Amsterdam. Kempen, Hetty van, et al, (2020), Amsterdams experiment met de bijstand, Tussentijdse rapportage met eerste bevindingen van uitstroom en duurzaamheid, cohort instroom 2018, Onderzoek, Informatie en Statistiek, Amsterdam.
Onderzoek effecten werkpremie
59
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, (2022) aanbiedingsbrief De Participatiewet in balans: uitkomsten beleidsanalyse, Den Haag. NOS Nieuws, (2021), Amsterdam gaat langer door met premie voor werkenden in de bijstand. NOS Nieuws, (2020), Bijstandsexperimenten Utrecht en Nijmegen geen groot succes. Pons, Angid, et al, Divosa Benchmark Werk & Inkomen, Jaarrapportage 2021. Sanders, M.W.J.L., et al, (??), Experimenten Participatiewet, Weten wat werkt voor wie. Verlaat, Timo en Alice Zulkarnain, (2022), Vervolgonderzoek experimenten Participatiewet, Centraal Planbureau, CPB Notitie, Den Haag. Vollebregt, B, (2020) In deeltijd werken met een uitkering? Voor je het weet zit je in de schulden, Trouw. Voogdt, L., (2020) Raadsbrief werkpremie, kenmerk 20bb11132, Gemeente Rotterdam. VVD, D66, CDA en ChristenUnie, (2021), Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, Coalitieakkoord 2021-2025, Den Haag.
60
Onderzoek effecten werkpremie
Onderzoek effecten werkpremie
61