CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb002065] Collegebrief over Niet continueren pilot Werkpremie

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 19 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Werk en Inkomen1.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werk en Inkomen Werk, Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EU-arbeidsmigranten Tim Versnel Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl

Aan de gemeenteraad

Van: David Meijer Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl Ons kenmerk: 23bo004083 Onderwerp: Niet continueren pilot Werkpremie Datum: B&W 28 maart 2023

Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Naar aanleiding van het initiatiefvoorstel “Werkbonus werken moet lonen” (19bb22122)1 en de bijhorende collegereactie (20bb11132) is het instrument “Werkpremie” ontwikkeld. Dit instrument is in een pilotvorm uitgevoerd van 1 april 2021 en loopt tot 1 april 2023. Het doel van de pilot was om deeltijdwerk te belonen en te bevorderen en zo de stap naar fulltime werk te verkleinen. In de afgelopen tijd is er onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de pilot. Dit onderzoek is als bijlage bij deze brief gevoegd. Het besluit is om vanaf 1 april 2023 te stoppen met het instrument “Werkpremie”. Met deze brief wordt u geïnformeerd over de resultaten van de pilot en wordt er een toelichting gegeven bij dit besluit. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen:  Coalitieakkoord 2022-2026: Eén stad.  Beleidskader Participatiewet 2019-2022: Mensenwerk  Initiatiefvoorstel “Werkbonus werken moet lonen” (19bb22122) Toelichting De pilot Werkpremie is van start gegaan op 1 april 2021 en kent een looptijd van 2 jaar. De pilot eindigt op 1 april 2023. In deze periode van twee jaar, kan de bijstandsgerechtigde die aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet een recht op werkpremie opbouwen. Deze opbouw bedraagt 12,5% van de in een maand ontvangen netto-inkomsten uit deeltijdwerk.

Na 6 maanden (al dan niet aaneengesloten) deeltijdwerk te hebben verricht, ontvangt de bijstandsgerechtigde automatisch het opgebouwde recht op werkpremie voor zover de premie het in de Participatiewet genoemde grensbedrag2 niet overschrijdt. Het doel van het initiatiefvoorstel was om het aantal bijstandsgerechtigden dat deeltijdwerk verricht, significant te vergroten. De verwachte toename zou ongeveer 1,75 procentpunt bedragen. 1 2

Document RotterdamRaad - 19bb22122 Initiatiefvoorstel Arsieni ea over werkbonus werken moet lonen - iBabs RIS Per 1-1-2023 is dit maximum € 2.934,00 netto per jaar (artikel 31, lid 2 onderdeel j. PW ).

Blad: Datum:

2/4 28 maart 2023

Om de effecten van de werkpremie te kunnen onderzoeken, was instroom in de pilot vanaf 1 april 2022 niet meer mogelijk. Dit betekent dat bijstandsgerechtigden die op of na 1 april 2022 voor het eerst deeltijdwerk hebben verricht, geen recht hebben op een werkpremie. Bijstandsgerechtigden die tussen 1 april 2021 en 1 april 2022 al inkomsten uit deeltijdwerk hadden, kunnen nog tot 1 april 2023 een recht op premie opbouwen. Onderzoek Uit het inmiddels afgeronde onderzoek, zijn de volgende conclusies te trekken: 1. Geringe effectiviteit instrument werkpremie Het percentage deeltijdwerkers in de doelgroep is gestegen van 4,4 naar 4,8 procent3. Dit is niet de significante toename waarop was gehoopt. Bovendien is er sprake van een hoogconjunctuur, met een ongekend hoge vraag naar (laaggeschoolde) arbeid. Dat betekent dat de toename van 4,4 naar 4,8% ook het gevolg kan zijn van het conjunctuureffect. Van de bijstandsgerechtigden die op of na 1 april 2021 zijn begonnen met deeltijdwerk, geeft het overgrote deel (ruim 83%) van de ondervraagden aan dat de werkpremie géén rol heeft gespeeld bij het maken van de stap naar deeltijdwerk. Van de bijstandsgerechtigden die al deeltijdwerk verrichtten voor 1 april 2021, is 10% van de geïnterviewden meer uren gaan werken door de werkpremie. Voor de overige 90% heeft de werkpremie dus geen invloed gehad op de omvang van het deeltijdwerk. 2.

Positieve effecten van deeltijdwerk Het merendeel van binnen het onderzoek geïnterviewde deeltijdwerkers ervaart positieve effecten door het verrichten van deeltijdwerk. Bijvoorbeeld op aspecten zoals gezondheidsbeleving, welbevinden, zelfvertrouwen en de mate van zelfontplooiing. 3. Deeltijdwerk als opstap naar uitstroom Deeltijdwerk is een goede stap op weg naar volledige uitstroom. Deeltijdwerkers stromen vier keer vaker volledig uit naar werk dan bijstandsgerechtigden die niet in deeltijd werken. Daarnaast stellen wij vast dat de kosten en baten van de inzet van het instrument werkpremie, verder uit elkaar lopen dan eerder ingeschat. Bij de start van de pilot was uitgegaan van totale kosten van ca. € 1,9 miljoen en een besparing op de BUIG-lasten van ca. € 1,5 miljoen. Per saldo een verschil van ongeveer € 400.000. De feitelijke uitvoerings- en programmakosten tezamen, bedragen over de gehele looptijd van de pilot ca. € 3 miljoen, terwijl de verwachte besparing op de uitkeringslasten ca. € 420.000 bedraagt. Een verschil van ruim € 2,5 miljoen. Besluit Besluit inzet instrument werkpremie vanaf 1 april 2023. Zodra Rotterdammers deeltijdwerk verrichten, heeft dit positieve effecten op hun leven en op de stap naar full time werk. Helaas laat dat onverlet dat het instrument Werkpremie slechts zeer gering bijdraagt aan het bevorderen van deeltijdwerk. 3

Dit percentage is gebaseerd op de deeltijdwerkers die binnen de doelgroep van de werkpremie vallen. Omdat in het onderzoek door OBI de peildatum 1-3-2022 is gehanteerd, is afzonderlijk bekeken hoe hoog dit percentage per 1-4-2022 was. Dit komt eveneens uit op 4,8%.

Blad: Datum:

3/4 28 maart 2023

Uit het verrichte onderzoek blijkt dat de financiële prikkel die de premie biedt, bij veruit de meeste respondenten niet de belangrijkste reden was om (meer) in deeltijd te gaan werken. Ondanks dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij de pilot vanuit het oogpunt van looptijd en (on)bekendheid, wegen wij de geringe bijdrage aan deeltijdwerk en de onbalans in kosten en baten zwaarder. Deze weging maakt dat besloten is om na 1 april 2023 het instrument Werkpremie niet meer in te zetten. Onderzoekers zien wel de waarde van een structurele bijverdienregeling (zie ‘Landelijke ontwikkelingen’). Het besluit om met de werkpremie te stoppen, betekent niet dat er geen inzet meer wordt gepleegd op het bevorderen van deeltijdwerk (zie ‘Vervolgacties’ hieronder). Wat betekent dit besluit voor de huidige deelnemers Onderdeel van de pilot is de zogeheten 6 maandeneis: als iemand 6 maanden lang, aaneengesloten of niet, in deeltijd heeft gewerkt wordt de werkpremie uitgekeerd. Nu de pilot echter op korte termijn ten einde komt hebben we rekening te houden met een groep bijstandsgerechtigden die in maart 2023 een maand of langer in deeltijd heeft gewerkt, maar de volle zes maanden niet meer kan halen. Om hen in de geest van de pilot ook voor hun deeltijdwerk te belonen, is besloten om de opgebouwde werkpremie alsnog aan deze groep uit te keren voor de maanden dat zij hebben gewerkt.

Naar schatting (we weten nog niet precies om hoeveel mensen het gaat) kunnen wij de meerkosten hiervan binnen het beschikbare budget voor de Werkpremie voldoen. Vervolgacties Hoewel het instrument werkpremie niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd, maakt het uitgevoerde onderzoek ook duidelijk dat deeltijdwerk een positief effect kan hebben op het leven van de bijstandsgerechtigde; en een goede opstap is naar volledige uitstroom. Deze coalitieperiode wordt dan ook gebruikt om het verrichten van deeltijdwerk verder te stimuleren. In het beleidskader dat u in het voorjaar kunt verwachten, zal het bevorderen van deeltijdwerk daarom extra aandacht krijgen. In het contact met de werkconsulent kan de bijstandsgerechtigde ook nu al tips en hulp krijgen bij het behouden of intensiveren van deeltijdwerk. In de pilot Met Inkomenszekerheid Naar Werk, wordt daarnaast onderzocht welke belemmeringen bijstandsgerechtigden ervaren om werk in deeltijd te aanvaarden, te behouden en uit te breiden. In deze pilot wordt onderzocht welke nieuwe ondersteuning en instrumenten ontwikkeld kunnen worden om uitkeringsgerechtigden bij de stap naar (meer) deeltijdwerk te helpen. Op deze manier willen wij continu op zoek blijven gaan naar passende oplossingen die daadwerkelijk effect hebben.

Landelijke ontwikkelingen Naast de mogelijkheid om een werkpremie te ontvangen, kent de Participatiewet nog een andere mogelijkheid om deeltijdwerk te stimuleren in de vorm van de inkomstenvrijlating. Deze vrijlating betekent dat een bepaald deel van de inkomsten niet op de uitkering in mindering wordt gebracht. De huidige inkomstenvrijlating is complex: er zijn 5 verschillende doelgroepen benoemd, waarbij verschil is gemaakt in het percentage van de vrijlating, het maximumbedrag en de looptijd. Inmiddels heeft het ministerie van SZW een wetswijziging in voorbereiding, waardoor deze verschillen komen te vervallen. In dit voorstel zal er in elk geval sprake zijn van een inkomstenvrijlating van 15% zonder maximum, gedurende een jaar. Onder bepaalde voorwaarden kan de looptijd van de inkomstenvrijlating worden verlengd en personen jonger dan 27 jaar zijn in dit voorstel niet langer uitgesloten van de vrijlating (hetgeen nu deels wel het geval is). U wordt geïnformeerd zodra er meer bekend is.

Blad: Datum:

4/4 28 maart 2023

Burgemeester en wethouders van Rotterdam

De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M.Roozen

A. Aboutaleb

Bijlage(n): - Initiatiefvoorstel "Werkbonus werken moet lonen" (19bb22122) - Collegereactie initiatiefvoorstel "Werkbonus. Werken moet lonen" (20bb11132) - Rapport ‘Onderzoek effecten werkpremie’, september 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=fb5cf3a2-c77c-43be-a961-c5f14abf6e04