[23bb001897] Afdoeningsvoorstel toezegging 23bb001133 wethouder Yigit over Energiecompensatie studenten met aanvullende beurs
Tekst van het document
Maatschappelijke Ontwikkeling Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal E. Yigit MSc
Van: Maurits Bijleveld E-mail: bbo@rotterdam.nl Uw kenmerk: 23bb001133 Ons kenmerk: M2302-3882 - 23bo004005
Aan de commissie WIOSSAN
Onderwerp: Energiecompensatie studenten met aanvullende beurs Datum: 22 maart 2023
Beste commissieleden, In de vergadering van uw raad van 2 februari 2023 heb ik toegezegd (toezegging 23bb001133) u schriftelijk te informeren over de mogelijkheid het normbedrag te verlagen voor studenten met een aanvullende beurs, die individuele bijzondere bijstand aanvragen voor energiekosten. Dit naar aanleiding van een vraag van mevrouw Maassen van D66. Een kort antwoord op deze vraag luidt dat een dergelijke verlaging, die slechts een deel van de studentenpopulatie ten goede komt, niet mogelijk is. De argumenten die op dit antwoord van toepassing zijn, komen vanuit het juridische kader van de Participatiewet en moeten worden bekeken vanuit het perspectief van de rechtsgelijkheid en de rechtszekerheid van alle Rotterdamse studerenden. Voor studenten die individuele bijzondere bijstand aanvragen voor energiekosten moet de aanvraag voldoen aan de volgende voorwaarden die volgen uit artikel 35 Participatiewet (PW): a) de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd moeten zich voordoen en b) de kosten zijn in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk en c) de kosten vloeien voort uit bijzondere omstandigheden en d) de kosten kunnen niet worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm (draagkrachtbepaling).
De vraag van mevrouw Maassen richt zich daarbij op onderdeel d van bovenstaande voorwaarden. Het gaat daarbij om het antwoord op de vraag of de (beurs-) student ten opzichte van andere studenten voldoende draagkracht uit zijn/haar inkomen heeft om in de energiekosten te voorzien.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/2 22 maart 2023 M2302-3882
In artikel 33, tweede lid, van de PW is bepaald dat het inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf) in aanmerking wordt genomen naar het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, genoemd in artikel 3.18 van de Wsf. Het betreft hier een bepaling van dwingend recht. Dit is in lijn met een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van beroep1. Studiefinanciering bestaat uit verschillende onderdelen, zoals basisbeurs (alleen voor mbo), aanvullende beurs, rentedragende lening en studentenreisproduct2. Voor de draagkrachtbepaling geldt dat de student kan beschikken over middelen uit studiefinanciering ter hoogte van het normbedrag zoals bedoeld in artikel 3.18 van de Wsf, zelfs al ontvangt de student die bedragen feitelijk niet of ontvangt de student feitelijk hogere bedragen. Vanuit het dwingendrechtelijk karakter van dit onderdeel van de Pw is het niet mogelijk onderdelen van de studiefinanciering, zoals de aanvullende beurs, voor de draagkracht buiten beschouwing te laten. Ik stel voor om de toezegging 23bb001133 met bovenstaande informatie als afgedaan te beschouwen. Met vriendelijke groet,
E. Yigit MSc Wethouder Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal
1
2
ECLI:NL:CRVB:2017:331, Centrale Raad van Beroep, 16/1675 PW (rechtspraak.nl)
Zie echter ook Plannen kabinet voor herinvoering basisbeurs en tegemoetkoming studenten | Hoger onderwijs | Rijksoverheid.nl