[23bb001731] Beantwoording vragen Kockelkoren over participatie Katendrecht - Wilhelminapier
Tekst van het document
Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Van: Victor Nijensteen Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 22bb007615 Ons kenmerk: M2211-5230 - 23bo003712 Onderwerp: Participatie Katendrecht Wilhelminapier
Aan de gemeenteraad
Datum: B&W 14 maart 2023
Op 15 november 2022 stelde de fractie GroenLinks ons schriftelijke vragen over Participatie Katendrecht – Wilhelminapier. Inleidend wordt gesteld: Er wordt inderdaad flink gebouwd in onze stad om onze stad klaar te maken voor de toekomst. Ook in de wijken de Katendrecht en Wilhelminapier. Dit zijn voor een groot deel langlopende ontwikkelingen waarvan een redelijk deel momenteel en de komende vijf jaar in de uitvoeringsfase zit en terecht komt en er bouwwerkzaamheden zijn. Het overgrote deel van deze ontwikkelingen zijn al veel langer bekend, de meeste zijn gestart in periode 2003-2005. Er is aan de voorkant veelvuldig geparticipeerd en er wordt momenteel nog steeds veel geparticipeerd. Gezien de fase van de ontwikkelingen is dat relatief gezien momenteel meer gericht op uitwerking van specifieke projecten. De Rijnhaven is de nieuwste ontwikkeling in dit gebied en daar wordt nu zeer veel over geparticipeerd. Wij doen ons uiterste best om bewoners en andere stakeholders mee te nemen in zowel de individuele projecten als het grotere plaatje waaraan wij werken op basis van de uitwerking van de omgevingsvisie voor de binnenstad: Uitwerking OVI Gebied Binnenstad (notubiz.nl).
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording, waarbij we de vragen thematisch geclusterd hebben en van een antwoord voorzien: Vragen: Vraag 1: Hoe worden op dit moment de bewoners betrokken bij het brede gesprek over de toekomst van hun wijk, zijn er bijvoorbeeld bewonersavonden gehouden en hoe zorgen de planontwikkelaars ervoor dat de participatie daadwerkelijk zinvol is? Vraag 2: Welke vorm van communicatie/informatie/participatie wordt wanneer gekozen en waarom, zowel per project als voor de alle ontwikkelingen in dit gebied samen?
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/8 14 maart 2023 M2211-5230
Vraag 4: Hoe zijn de tot nu toe ingebrachte ideeën en zienswijzen van bewoners daadwerkelijk verwerkt in de plannen om ze zo mede vorm te laten geven aan de plannen en de toekomst van hun leefomgeving? Vraag 7: Hoe wordt ervoor gezorgd dat ideeën van de bewoners tijdig, bij voorkeur al bij de initiatie van projectplannen, en niet alleen bij of na de vaststelling daarvan meegenomen worden? Antwoord: Bewoners en andere stakeholders worden gedurende het hele ontwikkelproces op verschillende momenten betrokken bij de toekomst van hun wijk. Dit verschilt per onderwerp en per fase van ontwikkeling en/of project. In de basis zijn er binnen gebiedsontwikkelingen een aantal fasen te onderscheiden: Verkenning, initiatief, voorbereiding, uitvoering en gebruik. In de verkenningsfase bepaalt de gemeente voornamelijk op basis van het coalitieprogramma, stedelijke opgaven en beleidsvisies welke ontwikkeling op welke locatie gewenst en haalbaar zou kunnen zijn. In deze fase wordt er over het algemeen enkel een zogenaamde bureaustudie gedaan en is participatie vaak op thema ingericht. Voor specifieke beleidsvisies wordt op stadsniveau geparticipeerd. Een gebiedsontwikkeling betreft de uitwerking van beleid in concrete projecten. Gebiedsontwikkelingen zijn per definitie integraal en raken altijd meerdere beleidsvisies.
De afweging in deze fase gaat vaak om de vraag of het een ontwikkeling van de gemeente zelf wordt, bijvoorbeeld een school of openbare ruimte zoals een park, of wordt het een ontwikkeling die aan de markt kan worden overgelaten zoals woningbouw en/of kantoor/werklocatie. De ontwikkeling kan ook een combinatie van die dingen zijn. De grondpositie die de gemeente deels, volledig of niet heeft is hierbij belangrijk. De afweging gaat vaak over stedelijke doelstellingen en wettelijke kaders en het gebruik van de schaarse ruimte. Onderwijshuisvesting is een voorbeeld van een wettelijke taak, op basis van kengetallen en overleg met onderwijsinstellingen wordt bepaald wat noodzakelijk is aan onderwijslocaties in een gebied/wijk. De woningbouwopgave is een voorbeeld van een stedelijke doelstelling. Deze opgave is maatschappelijk gezien, en ook op landelijk en regionaal niveau, zo urgent dat gemeente het voortouw neemt om te bepalen waar die doelstelling landt binnen de stad. Wanneer in de verkenningsfase is bepaald welke initiatieven wenselijk zijn op de desbetreffende locatie wordt in de initiatiefase bepaald welk initiatief het beste tegemoetkomt aan de wensen van de gemeente en de verschillende belanghebbenden. Er wordt dan altijd met verschillende partijen/initiatiefnemers gesproken. In de initiatieffase wordt altijd geparticipeerd.
Dit kan zijn over hoe een bepaalde ontwikkeling moet worden vormgegeven nog voordat er een plan en/of initiatief is. Als er al concrete initiatieven zijn waar de gemeente voorkeur aan geeft dan kan het ook zijn dat er eerst een marktbenadering wordt gedaan. Als partijen zelf positie hebben wordt gekeken of het daadwerkelijk haalbaar is voor alle betrokken partijen. Bij sociale woningbouw wordt bijvoorbeeld eerst gekeken of het haalbaar is en/of er gegadigde corporaties zijn.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/8 14 maart 2023 M2211-5230
Deze initiatieffase kan overlappen met de verkenningsfase. Er kunnen initiatieven of gebeurtenissen zijn die maken dat de gemeente een verkenning voor een bepaalde ontwikkeling in een gebied opstart. Het recent aangekondigde vertrek van de Cargill/Provimi op Katendrecht is hier een goed voorbeeld van. De Codrico en Upfield/unilever locaties zijn vergelijkbare casussen. Dit betreffen belangrijke en strategische locaties in de wijk(en). Hier spelen vele belangen een rol. We willen bijvoorbeeld de banen behouden voor de stad maar we willen ook het zware vrachtverkeer uit de wijk. Er is een landelijk woningtekort maar we willen ook voldoende recreatieruimte in de wijk en publiekstrekkers in de binnenstad. Ook cultuurhistorisch vinden we er wat van. Na de bekendmaking van Cargill komen er direct allerlei initiatieven op gang vanuit de markt. De gemeente stelt zich dan terughoudend op omdat zij eerst zelf moet bepalen wat wenselijk en haalbaar is op die locatie. Hierover wordt in sommige gevallen dan wel al gesproken met de verschillende initiatiefnemers en/of met bewoners en belanghebbenden. Belangrijk hierbij is de grondpositie. Als de gemeente die positie zelf heeft zit zij aan het stuur en wordt er ook in de verkennings- en initiatieffase veel geparticipeerd.
Als de marktpartij/initiatiefnemer grondpositie heeft is vooral de vraag of de gemeente de ontwikkeling van die partij kan en wil mogelijk maken en onder welke voorwaarden zij dat dan eventueel wil en op welke termijn. De participatie is in dat geval primair een verantwoordelijkheid van de marktpartij. In dat geval gaat de gemeente het gesprek aan met de betreffende partij over in hoeverre participatie mogelijk is. De initiatieffase wordt over het algemeen afgerond met een masterplan of visie/ambitiedocument. Over die visie wordt geparticipeerd en met de wijkraad afgestemd hoe participatie in het verdere proces wordt vormgegeven. Als de ontwikkeling wordt overgelaten aan de markt, bijvoorbeeld bij woningbouw, is er over het algemeen aan het eind van deze fase een marktbenadering en/of een ontwikkelende partij waar de gemeente een intentieovereenkomst mee aangaat. In de voorbereidingsfase wordt de ontwikkeling/het project nader uitgewerkt. Hierin zitten een aantal zaken die niet participatief zijn, bijvoorbeeld: de contractvorming, gronduitgifte, (delen van het) verkeerskundig plan, stedenbouwkundige eisen, flora en fauna onderzoeken et cetera. De ontwikkelende partij maakt op basis van die zaken een plan met ontwerp.
Dat plan wordt getoetst op (wettelijke en beleidsmatige) vereisten door de gemeente en daarover wordt dan vaak geparticipeerd, hierbij is het verplicht een participatieplan op te stellen door de ontwikkelende partijen voor het verdere proces. Vaak zit in die plannen ook zaken waarover de wijk wordt geconsulteerd en/of mag meebeslissen, bijvoorbeeld inrichting van de buitenruimte of de parkeeroplossingen. Het einde van deze fase wordt over het algemeen afgesloten met definitieve contractvorming en vaak een aanvraag voor planologische wijziging indien het bestemmingsplan het project niet mogelijk maakt. Dat is in de vorm van een nieuw (project)bestemmingsplan of een zogenaamde uitgebreide WABO-procedure. Bij een dergelijke procedure hebben alle belanghebbenden het recht om zienswijzen in te dienen. Die zienswijzen worden altijd officieel behandeld in het definitieve planologische kader en afgestemd met indieners. Ofwel door de zienswijze over te nemen ofwel door deze onderbouwd af te doen. Dan is er altijd nog een mogelijkheid voor beroep. Dit zijn wettelijk vastgelegde procedures om de belangen van bewoners en stakeholders te beschermen.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/8 14 maart 2023 M2211-5230
Belangrijk is om te vermelden is dat gebiedsontwikkelingen meestal een lange doorlooptijd hebben, gemiddeld 5 tot 10 jaar. De ontwikkelingen van de Kop van Zuid en Katendrecht lopen al langer. De grondexploitatie voor Katendrecht is bijvoorbeeld in 2003 gestart en het stedenbouwkundig masterplan is van 2005. De ontwikkeling van Kop van Zuid is ook van die tijd. De Rijnhaven is recenter gestart. Van die doorlooptijd gaat de meeste tijd aan de voorkant, in de verkennings- t/m voorbereidingsfase, zitten. Dit heeft te maken grondposities van marktpartijen, marktsentiment, voortschrijdende inzichten op gebied van beleid en/of inhoudelijke doelstellingen van de gemeente. De uiteindelijke bouw van het vastgoed bedraagt 1 tot 3 jaar per project. Op Katendrecht, specifiek in de Pols, heeft de gemeente zelf weinig grondpositie. Zij is daarom erg afhankelijk van de marktpartijen die daar actief zijn. De bouw is daar veel opvolgend aan elkaar waardoor er al met al lange tijd gebouwd wordt met als gevolg beperkingen voor het gebied vanwege bijvoorbeeld veiligheidszones. De doorlooptijd van die bouw betreft de uitvoeringsfase. Tijdens deze fase wordt meerdere malen geparticipeerd. Dit kan informerend zijn maar ook consulterend. Het gaat dan bijvoorbeeld over hoe overlast van de bouw kan worden voorkomen of, hoe om te gaan met tijdelijke inrichting.
En ook over vraagstukken die tijdens de bouw naar boven komen die aan de voorkant niet voorzien waren, en die wijzigingen van het oorspronkelijk plan vragen. Omdat er momenteel een aantal ontwikkelingen zich tegelijkertijd in deze fase bevinden, proberen we ook echt zichtbaar te zijn in de wijk. Bijvoorbeeld door veel zichtbaarheid op social media, inzet van een omgevingsmanager, communicatie via doeken op bouwhekken en de Rijnhavenkeet in het gebied waar iedereen langs kan komen. Zodra de bouw is opgeleverd en in gebruik wordt genomen gaat het over van de uitvoering naar de gebruiksfase. Binnen de gemeente gaat het dan over van cluster Stadsontwikkeling naar cluster Stadsbeheer. Ook in de gebruiksfase wordt geparticipeerd. Dit kan gaan over hoe beheer wordt vormgegeven, bijvoorbeeld of de wijk aan zelfbeheer wil doen en, hoe een vervangingsopgave plaatsvindt. Maar ook over voortschrijdende inzichten die naar boven komen tijdens het gebruik. Voorbeeld hiervan op Katendrecht is het Deliplein. Recent is naar boven gekomen dat mensen vaak vallen bij de afstap naar het verdiepte deel van het plein. Tijdens de participatieavonden in november is bewoners gevraagd welke oplossing zij hiervoor het beste vinden.
Rode lijn uit dit bredere perspectief in relatie tot de gestelde vragen is dat gedurende de hele doorlooptijd van een ontwikkeling meerdere malen wordt geparticipeerd om bewoners te betrekken bij de toekomst van de wijk. Op specifieke momenten wordt afgestemd door de gemeente in samenwerking met de wijkraad aan welke voorwaarden de participatie door ontwikkelaars aan moet voldoen om te borgen dat ontwikkelaars zorgvuldig en zinvol participeren. De opgehaalde resultaten uit de participatie in een bepaalde fase moeten in de volgende fase van het project altijd worden geborgd. Hier toetst de gemeente zelf actief op en daarom wordt er ook in iedere fase opnieuw geparticipeerd. Zowel in de verkenningsfase als in de initiatiefase wordt geparticipeerd. Hierin wordt de ontwikkeling/het project altijd in het bredere perspectief geplaatst. De gemeente doet hier zelf vaak een voorbereidende analyse op zodat noodzakelijke functies niet worden vergeten. De impact van de verschillende ontwikkelingen als geheel staat altijd centraal. Hierover zijn wij in continue dialoog met wijkraad en stakeholders. Ook wordt dat in iedere fase objectief berekend en getoetst.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/8 14 maart 2023 M2211-5230
Per fase, per project en per product wordt bepaald wat op dat moment noodzakelijk, haalbaar en effectief is qua participatie. De scope is hierin altijd een belangrijk onderdeel. Over het algemeen is het bredere plaatje van de wijk in iedere fase vaak informerend en consulterend. Het echte meebeslissen zit vaak op een projectscope en daarmee voornamelijk in de voorbereiding t/m gebruiksfase. Zoals in de inleiding aangegeven bevinden veel projecten zich momenteel in deze fases. Om te voorkomen dat er te veel over individuele projecten wordt geparticipeerd proberen we dat waar mogelijk te clusteren of te koppelen aan andere beleidsdomeinen zodat er ruimte is voor bewoners en stakeholders om alle zorgen te adresseren bij de gemeente. Zo hebben we in november 2022 geparticipeerd over alle projecten (met de ontwikkelaars erbij), het bestemmingsplan (waaronder ook detailhandel valt), onderwijs(huisvesting) en de buitenruimte. Ook proberen we bewoners zoveel mogelijk te informeren via nieuwsbrieven en social media. En zijn er klankbordgroepen en omgevingsmanagers actief. Vraag 3: Op welke manier wordt de wijkraad Katendrecht- Wilhelminapier serieus betrokken bij individuele ontwikkelingen en ook in het gesprek over de impact op het gebied van alle ontwikkelingen samen? Antwoord: De lijnen met de wijkraad zijn kort.
Er is een continue dialoog over de dagelijkse gang van zaken, alles wat relevant is qua informatie wordt twee kanten op gedeeld. De wijkraden zijn redelijk recent aangesteld met nieuwe taken en verantwoordelijkheden, de samenwerking is zodoende in opbouw. Wederzijds is er een open houding en een omgeving waarin je elkaar kan aanspreken op elkaars verantwoordelijkheden. Specifiek voor de vormgeving van participatie wordt de wijkraad actief benaderd om dat samen op de juiste manier vorm te geven en heeft de wijkraad een sterke verantwoordelijk die zij ook pakken. Bij aanstelling zijn de wijkraden uitgenodigd om kennis te maken met de organisatie en verschillende projectteams. Er is voor verschillende projecten een klankbordgroepen waar de wijkraad naast bewoners, ondernemers en instellingen deel van uit maakt. Vraag 5: Wat is per bouwproject de status, het plan stadium en de wijze van participatie? Antwoord: Zie bijlage 1 en 2. Vraag 6: Is het mogelijk dit overzicht met Rotterdammers te delen en up-to-date te houden zodat bewoners hier ook inzicht in kunnen hebben?
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/8 14 maart 2023 M2211-5230
Antwoord: Jaarlijks wordt er stadsbreed aan meer dan 900 gebiedsontwikkelingsprojecten gewerkt. Daarnaast zijn er ook nog andere ruimtelijke projecten vanuit stadsbeheer, mobiliteit, duurzaamheid en andere gemeentelijke onderdelen. Die meer dan 900 gebiedsontwikkelingsprojecten zijn zeer divers, het kunnen kleine vergroeningen of kleine particuliere vastgoedontwikkelingen zijn, tot herinrichtingen van stadsstraten en pleinen tot grote vastgoedontwikkelingen en de stadsprojecten. De participatie voor de projecten betreft daarom altijd maatwerk. Voor een herstructureringsontwikkeling als de Tweebosbuurt wordt een zeer intensief participatietraject doorlopen. Voor de herontwikkeling van drie woningen of de herbestrating van een stoep met een aantal functionele wijzigingen is de participatie vaak vooral doelgericht vormgegeven. Daarbij is de voortgang van de ontwikkelingen vaak afhankelijk van externe partijen en zijn er veel andere externe factoren die de projecten en daarmee de (momenten van) participatie kunnen beïnvloeden. Door de oorlog in Oekraïne is er bijvoorbeeld schaarste geweest in bouwmaterialen. Hierdoor is de realisatie van veel projecten uitgesteld en is ook de participatie verplaatst. Ook moest soms het ontwerp worden aangepast omdat bepaalde materialen simpelweg niet meer beschikbaar waren.
Bij bepaalde projecten was er daardoor minder of geen ruimte voor Rotterdammers om daarin mee te beslissen. Gezien de urgentie van de woningbouwopgave betreft het merendeel van de gebiedsontwikkelingsprojecten momenteel woningbouw. Deze zijn inzichtelijk via Bouwkaart | Bouwen aan Rotterdam. Voor grote integrale gebiedsontwikkelingen zoals de Rijnhaven zijn er daarnaast aparte pagina’s aangemaakt op de website van de gemeente waar alle informatie te vinden is Rijnhaven | Rotterdam.nl. Ook is er de website Mijn Rotterdam - Home waar Rotterdammers de initiatieven en projecten in hun wijk kunnen bekijken en kunnen participeren. We zijn dagelijks bezig deze websites up to date te houden en de informatievoorziening verder te verbeteren. Het is echter op dit moment niet mogelijk een dergelijk detailoverzicht zoals in de bijlage voor de hele stad bij te houden. Het overzicht voor Katendrecht-Wilhelminapier in de bijlage is nu up to date. Wanneer er wijzigingen optreden zullen de belanghebbenden daar tijdig van op de hoogte worden gesteld. Vraag 8: Hoe wordt ervoor gezorgd dat zowel per project als voor de gehele gebiedsontwikkeling het goed doordacht en gewaarborgd wordt dat er geen knelpunten komen op praktische zaken zoals mobiliteit, sociale voorzieningen, sociale cohesie etc.
zowel tijdens de uitvoeringsfase als daarna wanneer alles af is? Antwoord: Vanuit de nieuwe omgevingsvisie wordt gewerkt aan goede groei vanuit vijf perspectieven: Compact, duurzaam, productief, inclusief en gezond. We streven zowel bij individuele ontwikkelingen als in het grotere geheel naar een goede balans in de vijf perspectieven.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
7/8 14 maart 2023 M2211-5230
Aan de voorkant wordt dat altijd getoetst op basis van wettelijke kaders en richtlijnen en op basis van beleidsvisies met betrekking tot die vijf perspectieven. Visies worden altijd onderbouwd met onderzoeken. De provincie en DCMR Milieudienst Rijnmond houden toezicht en moeten goedkeuring verlenen. Een bestemmingsplan moet altijd technisch worden onderbouwd. Er is een bebouwingscommissie en een welstandscommissie. Voor veel mobiliteitsaspecten en sociale voorzieningen zijn kengetallen beschikbaar en worden berekeningen gedaan. Dat soort gegevens worden gemonitord en op bepaalde momenten in projecten/ontwikkelingen wordt er een besluit genomen op basis van de op dat moment beschikbare gegevens. Dit geldt ook voor de ontwikkelingen op Kop van Zuid, de Rijnhaven en op Katendrecht. We zien dat er daar wel op verschillende aspecten vragen zijn vanuit de wijk, bijvoorbeeld de bereikbaarheid van Katendrecht en de hoeveelheid detailhandel in de buurt. Voor de projecten/ontwikkelingen die reeds in de bestemmingsplannen zijn vastgelegd is de impact berekend en past dit binnen de kaders. Projecten die nog niet zijn opgenomen worden integraal beoordeeld, cumulatief op het bestaande. Daarbij houden we rekening met inzichten uit evaluaties van bestaand beleid maar ook de impact van de verandering die we in gang willen zetten.
We verdichten bijvoorbeeld zeer bewust op deze locaties omdat deze boven op een OVknooppunt liggen en we voegen daarbij bewust in de nieuwe bebouwing nieuwe, extra voorzieningen toe. Doordat OV en de belangrijke voorzieningen in de directe nabijheid gepland zijn zal de toename van automobiliteit als het goed is uiteindelijk minder zijn dan dat die was dan toen de bestaande bebouwing werd ontwikkeld. In de bestaande bebouwing van de wijk voegen we vooral langzaam verkeer verbindingen toe naar de nog te bouwen nieuwe voorzieningen. Daarbij zien wij natuurlijk ook dat er momenteel op verschillende momenten piekbelasting is qua mobiliteit, soms doordat het spits is, soms vanwege tijdelijke verkeersmaatregelen in verband de ontwikkelingen. Dat hangt samen met het feit dat op Katendrecht en de Wilhelminapier, gebieden die al een hoge mate van verdichting kennen, de ruimte om te bouwen schaars is. Wij proberen zowel over de impact van de nieuwe ontwikkelingen als de bestaande knelpunten te participeren en deze op te lossen. Zie hiervoor ook beantwoording van vragen 1, 2, 4 en 7. Vraag 9: Ook bij de bespreking van het bestemmingsplan Schiekadeblok hebben bewoners zorgen geuit over het gebrek aan integrale visie en participatie.
Toen is aan GroenLinks toegezegd om bewoners in het vervolg beter mee te nemen door bijvoorbeeld gesprekken te voeren in de wijk met behulp van een praatmaquette. Is het college bereid ook voor Katendrecht-Wilhelminapier een praatmaquette van alle ontwikkelingen in het gebied als onderdeel van brede participatie in te zetten? Antwoord: Ja daar is het college toe bereid. Zij past dit zelfs al toe. Bij het laatste participatiemoment op 17 en 21 november 2022 is gebruik gemaakt van een praatmaquette voor het hele gebied: Katendrecht-Rijnhaven-Wilhelminapier. Daarnaast is die maquette vrijwel continu aanwezig in de Rijnhavenkeet waar bewoners kunnen komen kijken. Een aantal keren per jaar gaat de maquette mee naar vastgoedbeurzen zoals de Provada en is die daar te bewonderen.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
8/8 14 maart 2023 M2211-5230
Wij gaan ervan uit de vragen van uw raad hiermee naar voldoening te hebben beantwoord. Uiteraard staan wij open voor een breder gesprek over (verbetering van) de participatie met de raad en de wijkraad.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,
De burgemeester,
V.J.M. Roozen
A. Aboutaleb
Bijlage 1: Overzicht participatie per project Bijlage 2: Overzichtskaart lopende ontwikkelingen.