[23bb001712] Collegebrief over Staat van de Jeugd editie 2022
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Maatschappelijke Ontwikkeling Welzijn, Samenleven, Sport, Digitale Inclusie Faouzi Achbar MBA MSc Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl Van: Raymond Gutterswijk Telefoon: 0638163929 E-mail: rv.gutterswijk@rotterdam.nl
Aan de gemeenteraad
Ons kenmerk: M2301-7248 - 23b03635 Onderwerp: Staat van de Jeugd, editie 2022 Datum: B&W 14 maart 2023
Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Op 30 september 2015 is aan de raad toegezegd jaarlijks een Staat van de Jeugd uit te brengen (toezegging 15bb7871). In deze brief wordt de Staat van de Jeugd, editie 2022 aangeboden.
Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: De Staat van de Jeugd is voor het eerst gepubliceerd als onderdeel van het Beleidskader Jeugd 2015-2020, "Rotterdam groeit". De monitor Staat van de Jeugd is gebaseerd op het gebruik van (wetenschappelijk bewezen) beschermende- en risicofactoren en is de basis voor impactgedreven werken. Het uitgangspunt van impactgedreven werken vormt ook de basis voor "Heel de Stad" (Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026). 0m continue inzage te bieden in de impact die het gevoerde beleid heeft op de kansrijkheid, veiligheid en gezondheid van de jeugd bieden wij u wederom de Staat van de Jeugd aan.
De Staat van de Jeugd toont gegevens in lijn met het coalitieakkoord "Eén Stad" op de volgende onderdelen: • Een veilige stad voor iedereen 0 We tonen o.a. gegevens die verbandhouden met of een uiting zijn van het opgroeien in een veilig thuis, zoals maatregelen die genomen worden door de jeugdbescherming. 0 De Staat van de Jeugd bevat gegevens die verband houden met of een uiting zijn van het opgroeien in een veilige wijk, zoals het aantal delicten dat wordt gepleegd in Rotterdam en door (jeugdige) Rotterdammers, maar ook gegevens over dakloosheid en de woningkwaliteit. 0
Ten aanzien van de aanpak van (straat)overlast zijn gegevens beschikbaar
over het aantal problematische jeugdgroepen en meldingen van jeugdoverlast in de stad.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/12 14 maart 2023 M2301-7248
Waar het 'geweld achter de voordeur' betreft toont de Staat van de Jeugd informatie over het aantal meldingen van kindermishandeling. Kansengelijkheid o Op het gebied van onderwijs worden gegevens getoond over het percentage jongeren dat een opleiding volgt, de verdeling van jongeren over de verschillende onderwijsniveaus en gegevens over vroegtijdig schoolverlaters. Ten aanzien van de (zeer) jonge kinderen wordt getoond of zij gebruik maken van kinderopvang. o We zien in de Staat van de Jeugd welk percentage van de jongeren deelneemt aan de arbeidsmarkt, maar ook hoeveel van hen opgroeien in armoede. Wonen en mobiliteit o Op het gebied van wonen wordt de gemiddelde WOZ-waarde van woningen getoond, de gemiddelde woonoppervlakte en het percentage woningen dat een kwetsbare positie heeft op de woningmarkt. Deze indicatoren zijn gerelateerd aan bestaanszekerheid en daarmee aan kansrijk opgroeien. o
•
•
Toelichting: Al zes eerdere edities van de Staat van de Jeugd zijn gepubliceerd. De data in deze rapportages gaan in op de hoofddoelstelling van het Rotterdamse jeugdbeleid: kansrijk, veilig en gezond opgroeien van kinderen en jongeren in de stad. Voor de editie 2022 is gewerkt met cijfers uit de voorgaande jaren 2020 1 en 2021 (zoals gebruikelijk bij de Staat van de Jeugd). In beide jaren, hetgeen ook een rol speelde bij de Staat van de Jeugd editie 2021, zijn er ten gevolge van de coronacrisis minder kinderen en gezinnen door het Centrum voor Jeugd en Gezin bereikt. Hierdoor hebben de Centra voor Jeugd en Gezin slechts beperkt informatie kunnen verzamelen over de (sociaal emotionele) gezondheid van kinderen in de leeftijd 0-4 jaar door een beperking in het aantal contactmomenten en van kinderen in de basisschoolleeftijd ten gevolge van schoolsluitingen. De gegevens onder de pijler 'Gezond' zijn hierdoor beperkt. We verwachten dat in 2023 deze informatie wel weer beschikbaar zal zijn. Om op dit moment het gemis aan gegevens te verkleinen hebben we dit jaar informatie over de gezondheid van de jeugd toegevoegd vanuit de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD Rotterdam Rijn mond.
Opbouw Staat van de Jeugd Ieder jaar worden de gegevens vergeleken met de gegevens uit het voorliggende jaar. Over de jaren heen kunnen daarnaast trends worden waargenomen. Eens in de vijf jaar worden deze trends over meerdere jaren geduid in de Staat van de Jeugd. De totale Staat van de Jeugd bestaat uit ruim 300 indicatoren uit verschillende bronnen en is beschikbaar in een digitale module via www.rotterdam.nl/staatvandejeugd.
1
Voor 20% van de indicatoren in de Staat van de Jeugd zijn de meest actuele data afkomstig uit 2020. Het betreft hier de aandachtsgebieden: de mate waarin jongeren werken, geboorteuitkomsten, gezinnen in armoede, delinquentie en recidive. Voor de overige aandachtsgebieden is de meest actuele informatie afkomstig uit 2021.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/12 14 maart 2023 M2301-7248
Daarnaast is een publieksversie opgesteld die u hierbij ontvangt. De cijfermatige gegevens zijn aangevuld met interviews uit de Rotterdamse praktijk. In deze interviews komt de kracht tot uiting van de Rotterdammers zelf, de professionals en de integrale samenwerking. Binnen de pijler 'Gezond' is er dit jaar specifieke aandacht voor de (mentale) gevolgen van de coronacrisis voor de jeugd. Kansrijk
Deelname aan sport Tieners 'Sociale participatie' is binnen de Staat van de Jeugd geoperationaliseerd als wekelijks sporten bij een club, vereniging of sportschool. In 2021 is hier sprake van bij 62% van de jeugdigen in de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs. Twee jaar daarvoor, in 2019, lag dat percentage op 63%. Ondanks de tijdelijke sluiting van sportlocaties vanwege COVID-19 is het aandeel jongeren dat wekelijks sport bij een club, vereniging of sportschool onder tweede- en vierdeklassers in het voortgezet onderwijs dus nagenoeg stabiel gebleven. Tieners vormen een focusgroep van het sportbeleid. Onder de pijler 'gezond' vinden we het percentage tweede en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs terug dat op minstens vijf dagen in de week minimaal een uur heeft bewogen.
6- tot en met 14-jarigen Aanvullende gegevens over bewegen zijn bekend vanuit de Sportdeelname Index van NOC*NSF. In deze index is bekend in welke mate kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 14 jaar wekelijks sporten. In 2021 lag dit percentage op 63%, waar dit in 2019 nog 78% was. In 2020 toen er coronamaatregelen waren met sluitingen en ernstige beperkingen van sportmogelijkheden lag dit percentage op 50%. Ook in de Sportdeelname Index blijft het aandeel tieners dat wekelijks sport nagenoeg stabiel over de jaren. Hieruit is op te maken dat met name jongere kinderen 'meer moeite' lijken te hebben het sporten weer te hervatten na de lockdown periodes van de coronacrisis dan de wat oudere tieners.
Sportdeelname uitgesplitst naar financiële situatie en opleiding ouders (4- tot en met 11jarigen) Sportdeelname onder 4- tot en met 11-jarigen in 2022 is ook uit te splitsen naar de financiële situatie van het gezin waarin zij opgroeien. Kinderen uit gezinnen die enige of grote moeite hebben om rond te komen sporten in 40% van de gevallen minimaal wekelijks bij een sportvereniging. Voor kinderen uit gezinnen die geen moeite hebben rond te komen is dit het geval bij 59%. In 2018 was dit respectievelijk 42% en 58%. Het verschil tussen deze twee groepen is dus iets groter geworden. Wanneer sportdeelname van kinderen wordt uitgesplitst naar het opleidingsniveau van hun ouders zijn eveneens duidelijke verschillen te zien. Kinderen van ouders met een HBO/WO opleiding sporten in 65% van de gevallen minimaal wekelijks bij een sportvereniging. Bij een opleiding op het voortgezet onderwijs of MBO is dat 44% en bij ouders zonder opleiding of lager onderwijs 34%. In 2018 was dit respectievelijk 66%, 47% en 39%. Ook ten aanzien van deze opsplitsing geldt dus dat de verschillen licht zijn toegenomen.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/12 14 maart 2023 M2301-7248
In de Sportnota 2021 + schetst de gemeente Rotterdam haar sportbeleid. De wens is dat sporten en bewegen de norm wordt. Daarbij is er extra aandacht voor het motiveren en faciliteren van groepen die nu minder affiniteit met sport en bewegen hebben. Voor kinderen van vier tot achttien jaar geldt de (landelijke) beweeg norm van minstens iedere dag een uur matig intensieve inspanning en minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten. Deze norm komt voort uit een advies van de Gezondheidsraad aan het ministerie van VWS. Het voldoen aan de beweegnorm verlaagt het risico op chronische ziekten als diabetes en hart- en vaatziekten, en depressieve symptomen. Sportaanbieders worden ondersteund om tot aanbod te komen en via bijvoorbeeld de welzijnsaanbieders laten we kinderen en jongeren kennismaken met sport en bewegen. Ook de Rotterdamse pleinen, parken, fiets- en wandelpaden worden zoveel mogelijk aantrekkelijk gemaakt om te sporten en te bewegen. Van sport is bekend dat het aanzienlijke impact heeft op de gezondheid, kansengelijkheid en sociale cohesie.
Jongeren aan het werk In de periode 2019 - 2020 daalde het percentage van 15- t/m 26-jarigen dat 12 uur of meer per week werkt licht van 40,0% naar 39,2%. Het percentage jongeren dat minder dan 12 uur werkt per week daalde ook, van 22,3% naar 20,3%. Het totaal aantal 15- t/m 26jarigen dat een inkomen uit arbeid had daalde dan ook van 66.298 in 2019 naar 61.893 in 2020. Tot januari 2021 steeg het percentage jongeren met een bijstandsuitkering van 2,2% in 2020 naar 3,2% en steeg het percentage jongeren met een WW- uitkering licht van 1,1% naar 1,8%. Deze daling in werkende jongeren is zeer waarschijnlijk het gevolg van de getroffen coronamaatregelen, waaronder bijvoorbeeld de horecasluiting. Jongeren, veelal werkzaam middels flexcontracten, raakten onevenredig vaak hun baan kwijt. Jeugdwerkgelegenheid was dan ook een expliciet onderdeel van de Herstelaanpak 'Rotterdam. Sterker door Jongeren'. In de huidige krappe arbeidsmarkt kunnen de meeste jongeren zelfstandig hun weg naar de arbeidsmarkt vinden. We zagen het aantal jongeren in de bijstand in 2021 dan ook geleidelijk weer afnemen. Tegelijk is er een aanzienlijke groep die duurzaam een afstand tot de arbeidsmarkt houdt. Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben ondersteuning nodig, voordat zij de stap naar een (garantie) baan kunnen maken.
Deelname onderwijs Het jonge kind Hoewel het percentage 2- en 3-jarigen dat naar de kinderopvang gaat tussen 2019 en 2020 daalde van 77% naar 70% is dit percentage in 2021 gestegen naar 78%, en daarmee terug op 'het oude niveau'. Echter horen wij vanuit de stad terug dat ouders er steeds vaker voor kiezen hun kinderen niet naar een kinderopvanglocatie te laten gaan, door de gestegen kosten van onder andere levensmiddelen en energie. Het al op jonge leeftijd met elkaar in contact brengen van kinderen heeft een positieve invloed op hun sociaalemotionele ontwikkeling en om die reden is dit een zorgelijke ontwikkeling. Concreet zien leerkrachten op basisscholen dat kinderen die niet naar een kinderopvanglocatie zijn geweest op jongere leeftijd vaker niet zindelijk zijn en onaangepast gedrag in de klas vertonen.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/12 14 maart 2023 M2301-7248
Door de coronapandemie liep de deelname aan de Rotterdamse voorschoolse educatie 2 door doelgroeppeuters in 2020 aanzienlijk terug. Het totale bereik van 2-en 3-jarige doelgroeppeuters met de indicatie 'Extra spelen en leren' was in 2020 15% minder dan in 2019. In oktober 2019 werden er 4.090 bereikt tegen 3.640 in oktober 2020. Vanuit de kinderopvanginstellingen krijgen we signalen dat de deelname aan vroegschoolse educatie is gedaald vanwege de angst voor corona en mogelijk heeft de negatieve publiciteit van de toeslagaffaire ook geleid tot minder deelname.
Tieners en jongvolwassenen Ondanks dat er sinds 2018 sprake was van een licht dalende trend in het aantal jongeren dat onderwijs volgt, is dit percentage in 2020 licht gestegen, van 57,9% van de 15-t/m 26jarigen in 2019 naar 58,7% in 2020. Tijdens de coronacrisis en als gevolg van de ingestorte arbeidsmarkt zijn meer jongeren binnen het onderwijs gebleven. De nu weer oververhitte arbeidsmarkt brengt nog steeds het risico met zich mee dat jongeren vroeg van school worden gelokt door werkgevers. Ten gevolge hiervan, en in combinatie met de toenemende armoede, is het te verwachten dat de deelname aan het onderwijs weer af zal gaan nemen. Het percentage jongeren van 12t/m 17 jaar oud dat wel ingeschreven staat bij een opleiding, maar zonder toestemming afwezig blijft, is aanzienlijk gedaald in de afgelopen twee schooljaren. In het schooljaar 2018-2019 bedroeg dit percentage 11,9%. In de daaropvolgende schooljaren (2019-2020 en 2020-2021) bedroeg het percentage jongeren dat ongeoorloofd afwezig bleef van school respectievelijk 8,1% en 8,3%. Deze lagere percentages zijn waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit dat scholen bepaalde perioden gesloten waren ten gevolge van de coronamaatregelen. Daarnaast bleven jongeren soms weg door coronabesmettingen en angst voor corona.
Ziektemeldingen worden niet gemeld bij de leerplichtambtenaar, maar scholen vermoeden dat corona ook regelmatig als smoesje gebruikt is door leerlingen om niet naar school te hoeven. Dit is gebleken uit gesprekken die leerplichtambtenaren met de scholen hadden. Daaruit bleek ook dat, omdat docenten zich een nieuwe manier van (digitaal) onderwijs eigen moesten maken het zicht op verzuim (tijdelijk) is afgenomen. Hoewel de gegevens voor het schooljaar 2021-2022 nog niet in deze Staat van de Jeugd getoond worden, weten we dat het percentage inmiddels weer gestegen is tot het niveau van voor de coronacrisis.
VSVen startkwalificatie In de periode 2019 - 2020 is het percentage voortijdig schoolverlaters (VSV) gedaald van 3,2% in 2019 naar 2,6% in 2020. Naar aanleiding van de lockdowns en het thuisonderwijs waren scholen uiterst terughoudend in het uitschrijven van jongeren. Ook vielen de centrale eindexamens weg en waren er extra herkansingen. Het slagingspercentage lag daardoor aanzienlijk hoger dan in andere jaren. Het percentage jongvolwassenen van 18t/m 22-jaar met een startkwalificatie nam toe van 61,9% in het schooljaar 2020-2021 naar 62,5% in het schooljaar 2021- 2022. Dit is een goede ontwikkeling die past bij de doelen die we als gemeente hebben op het gebied van voortijdig schoolverlaten en schoolsucces. 2
Een doelgroep peuter is een peuter aan wie het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) de indicatie 'Extra aanbod spelen en leren' afgeeft. Peuters krijgen een indicatie 'Extra aanbod spelen en leren' als de ouder maximaal mbo-1 niveau heeft behaald, of als de thuistaal niet Nederlands is en de ouder maximaal mbo-4 niveau heeft behaald, of als uit de observatie van het CJG blijkt dat het kind een ontwikkelingsachterstand heeft. Peuters krijgen van de houder een indicatie Gelijke kansen als hun ouders aantoonbaar gebruik maken van wettelijke schuldsanering.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/12 14 maart 2023 M2301-7248
Gezond
Gezondheidscijfers Net als in de editie 2021 van de Staat van de Jeugd zijn gegevens over de gezondheid van de jeugd verminderd beschikbaar als gevolg van beperkende coronamaatregelen. Dit betreft met name data rondom fysieke en sociaal-emotionele gezondheid. Deze gegevens worden normaliter uitgevraagd bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), maar vanwege de beperkende coronamaatregelen is er minder direct contact geweest tussen de Rotterdammers en het CJG. Om deze reden hebben wij ertoe besloten om vanuit de Gezondheidsmonitor Jeugd, uitgevoerd door de GGD, aanvullende informatie op te nemen over de gezondheid van de Rotterdamse jeugd (i.e., bewegen, middelengebruik, gezinsklimaat en weerbaarheid). Deze Gezondheidsmonitor is in 2021 extra uitgevoerd om de gevolgen van de coronacrisis op de (mentale) gezondheid van de jeugd in kaart te brengen. Ook van dit 'corona-onderzoek' doen we in de Staat van de Jeugd verslag.
Een stevige start voor alle kinderen De partners in de coalitie Stevige Start zetten zich in om alle kinderen in Rotterdam een stevige start te bieden. De cijfers op het gebied van geboorte-uitkomsten laten een positieve ontwikkeling zien. De licht dalende trend die we zien op het aantal vroeggeboortes (60,0 per 1000 binnen het cohort 2014-2019 naar 59,2 binnen het cohort 2015-2020) en het aantal kinderen met een laag geboortegewicht (141,6 per 1000 binnen het cohort 2014-2019 naar 139,3 binnen het cohort 2015-2020) duurt al enkele jaren voort. Ook de sterftecijfers rond de geboorte laten een langjarige, licht dalende trend zien. De perinatale sterfte in Rotterdam was gemiddeld 11,5 per 1.000 geboortes in de periode 2000-2008. 1n 2015-2020 is die gedaald tot 7,0 per 1.000 geboortes.
Jeugdhulp Cijfers uit 2021 laten zien dat de instroom in de wijkteams, net als in het voorgaande jaar, aanzienlijk is gedaald. In 2020 zijn 4.833 trajecten gestart t.o.v. 4.108 gestarte trajecten in 2021. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het signaleren van problematiek bemoeilijkt wordt door de coronacrisis. Ook kampen de wijkteams met wachtlijsten. Hier liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag: zo is de zorg van de wijkteams statisch ingekocht en groeiden de wijkteams de afgelopen jaren niet mee met de toegenomen vraag; bakenen partners in het stelsel hun taken scherper af waardoor er vaak een extra beroep wordt gedaan op het wijkteam; zorgen wachtlijsten bij specialistische jeugdhulp ervoor dat mensen langer bij het wijkteam blijven; en tot slot zorgt de woningnood ervoor dat mensen niet kunnen uitstromen uit het wijkteam. Doordat gezinnen geen eigen woning hebben en daardoor genoodzaakt zijn bij vrienden of een ex-partner te (blijven) wonen hebben zij soms langer zorg nodig. Het niet hebben van een woning levert (veel) stress op in gezinnen en dat belemmert hen in het herstel. De instroom neemt inmiddels wel weer toe, maar is nog niet terug op het niveau van voor de coronapandemie. Het totaal aantal trajecten dat geheel of gedeeltelijk gelopen heeft is in lijn met de voorgaande bevindingen eveneens gedaald.
In 2020 waren er 10.314 trajecten actief en in 2021 is dit aantal gedaald naar 9.384 trajecten.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
7/12 14 maart 2023 M2301-7248
Het aantal jeugdigen met een persoonsgebonden budget (PGB) blijft nagenoeg gelijk en het aantal jeugdigen dat zorg in natura (ZIN) ontvangt is licht gedaald van 8.790 in 2020 naar 8.459 in 2021. Een toename in 2022 is echter te verwachten als gevolg van de pandemie. Zowel vanwege de inhaalslag als vanwege toename in de ernst van de problematiek.
De gevolgen van de coronacrisis In 2021 zijn de gevolgen van de coronacrisis op de (mentale) gezondheid van de Rotterdamse jeugd in kaart gebracht. Hiertoe zijn alle jongeren uit de tweede en vierde klas van het regulier voortgezet onderwijs in Rotterdam bevraagd. Driekwart (76%) van de Rotterdamse jongeren blijkt in de coronaperiode één of meer ingrijpende gebeurtenissen te hebben meegemaakt, variërend van het in quarantaine moeten verblijven tot het overlijden van een dierbare. Iets meer dan een vijfde (22%) van hen heeft daar ten tijde van het onderzoek nog last van. Van de jeugdigen die één of meer ingrijpende gebeurtenissen hebben meegemaakt tijdens de coronaperiode heeft 8% een verhoogd risico op een posttraumatische stressstoornis. Ongeveer een vijfde (19%) van de Rotterdamse jongeren ervaart de invloed van de coronamaatregelen op het eigen leven als (zeer) negatief. Een (zeer) negatieve invloed van deze maatregelen op de eigen gezondheid wordt door 14% van de jongeren ervaren en ruim een kwart (26%) van de jongeren ervaart een (zeer) negatieve invloed op de eigen schoolprestaties. De gemoedstoestand wordt bij 24% van de jongeren (zeer) negatief beïnvloed door de maatregelen. De relatie met familie (9%) en vrienden (10%) wordt in minder gevallen (zeer) negatief door de maatregelen beïnvloed. ' Veilig
Aandachts- en risicokinderen Als aandachts- en risicokinderen worden aangemerkt kinderen (0- tot 4-jarigen) waarvan bij het CJG met behulp van het ernsttaxatiemodel (ETM) is vastgesteld dat er' sprake is van enkelvoudige of meervoudige problematiek. In voorgaande jaren werden deze kinderen als één groep gepresenteerd, maar dit jaar worden aandachtskinderen en risicokinderen apart gepresenteerd. Door de groep als geheel te presenteren wordt naar onze mening onvoldoende recht gedaan aan de meervoudige problematiek waarmee sommige kinderen en gezinnen kampen. Vanuit het ETM wordt bij enkelvoudige problematiek (aandachtskinderen) aan het CJG geadviseerd dat zij als professionals de situatie bevestigen en het gezin van persoonlijk advies voorzien. Bij meervoudige problematiek (risicokinderen) is veelal begeleiding tot acute hulp aangewezen. Deze interventie is wezenlijk anders en zodoende achten wij het los van elkaar presenteren van deze groepen als noodzakelijk. Het ETM wordt soms meerdere keren per jaar ingevuld over hetzelfde kind. In voorgaande jaren werd de laatst gemeten score gepresenteerd in de Staat van de Jeugd. Dit jaar hebben wij ervoor gekozen (op advies van de expert van het CJG) de percentages te baseren op de hoogste score voor een individueel kind in 2021.
Deze gegevens geven duidelijker weer welke zorgen zich in 2021 hebben voorgedaan over de Rotterdamse kinderen en met welke casussen het CJG te maken krijgt.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
8/12 14 maart 2023 M2301-7248
Ten gevolge van deze keuze stijgt het percentage kinderen (0- tot 4-jarigen) dat in 2020 werd aangemerkt als aandachts- of risicokind van 37,2% naar 59%.Het aantal aandachtskinderen is in de periode 2020 - 2021 gestegen van 56,0% naar 59,4%. Het percentage risicokinderen dat dit jaar voor het eerst apart weergeven is, is gedaald van 3,0% in 2020 naar 2,6% in 2021.
Armoede en ingrijpende gebeurtenissen Armoede bestrijden is één van de belangrijkste uitdagingen in het Rotterdamse sociale beleid, met name voor kinderen die opgroeien in armoede. De huidige inflatie leidt dan ook tot grote zorgen. Sinds 2017 neemt het percentage kinderen tot 18 dat opgroeit in een gezin met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum steeds licht af. Dit percentage was in 2017 19,4% en daalde in 2018 naar 18%. In 2019 bedroeg dit percentage 17,3% en ook in 2020 is er een lichte afname te zien naar 16,6%. Maar zoals hiervoor reeds benoemd, de huidige economische ontwikkelingen leiden tot grote zorgen. Armoede is een belangrijke risicofactor en kan de ontwikkeling van kinderen ernstig negatief beinvloeden. Het vergroot het risico op slechte schoolprestaties, schooluitval en isolement. De talenten van kinderen die opgroeien in armoede komen niet voldoende tot ontwikkeling. Daarom is ieder kind dat in Rotterdam opgroeit in armoede ons één te veel. Om de acute problemen als gevolg van de hoge inflatie en energieprijzen aan te pakken, hebben we het actieplan Geldzorgen opgesteld. Dit actieplan is gericht op de korte termijn en voeren we nu uit. Daarnaast komt er in het voorjaar een nieuw beleidsplan armoede en schuldenaanpak.
Het percentage kinderen (0- t/m 12-jarigen) dat ooit een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt (zoals overlijden familielid, echtscheiding of verhuizing) en daar last van heeft (e.g. somberheid, taalachterstand (achterstand ontwikkeling), slecht slapen en schoolverzuim) is tussen 2019 en 2020 gestegen van 12,3% naar 15,1 %. In 2021 stijgt dit percentage opnieuw, van 15,1% naar 17,8%. De coronacrisis biedt mogelijk een verklaring voor deze stijging. Voor veel gezinnen is de crisis een heftige, moeilijke periode en in veel gezinnen zijn de spanningen dan ook gestegen. Eerder in deze brief werden al de gevolgen van de coronacrisis voor de jeugdigen op het gebied van de (mentale) gezondheid beschreven.
Kindermishandeling In 2021 nam het percentage van de meldingen bij Veilig Thuis dat over kindermishandeling ging toe van 38,5% in 2020 naar 44,5% in 2021. Ook het aantal adviesvragen bij Veilig Thuis dat over kindermishandeling gaat is (licht) gestegen, van 43,0% in 2020 naar 43,3% in 2021. Er is geen eenvoudige verklaring voor deze ontwikkeling, hoewel de coronaperiode hierin een rol kan hebben gespeeld. Zo wordt aangenomen dat spanningen regelmatiger oplopen wanneer gezinnen vaker gezamenlijk tijd thuis doorbrengen. In 2021 is lokaal aandacht geweest voor huiselijk geweld en kindermishandeling met de campagne 'Kijk om naar elkaar' in het eerste kwartaal van 2021, maar ook in november met de Week tegen Kindermishandeling en Orange the World. Ook had minister-president Rutte aandacht voor huiselijk geweld in één van de persconferenties. Naar aanleiding van de coronamaatregelen hebben veel ouders en kinderen immers vaker thuisgewerkt of thuisonderwijs gevolgd, hetgeen thuis tot toenemende spanningen zou kunnen leiden in gezinnen. De campagne en de uitingen van minister-president Rutte kunnen ertoe hebben geleid dat Rotterdammers meer aandacht hebben gehad voor (het melden van) kindermishandeling.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
9/12 14 maart 2023 M2301-7248
Vanuit het beleidskader 'Bouwen aan de toekomst zonder geweld' wordt onder andere ingezet op het maatschappelijke gesprek en preventie, waaronder (vroeg)signalering. Ook dit kan bijgedragen hebben aan het vaker signaleren (adviesvragen en melden) van kindermishandeling.
Jeugdbeschermingsmaatregelen De trend rondom de jeugd beschermingsmaatregelen is stabiel te noemen. De percentages rondom de volgende maatregelen blijven in 2021 nagenoeg gelijk t.o.v. 2020. Jeugdigen met een crisisinterventie, 0,9% (2020: 0,8%) Jeugdigen met ondertoezichtstelling, afgegeven door de kinderrechter, 0,9% (2020: 0,9%) Jeugdigen met een machtiging uithuisplaatsing voor gesloten jeugdzorg, 0,1% (2020: 0,1%) Jeugdigen hebben een machtiging uithuisplaatsing voor pleegzorg, residentieel of gesloten jeugdzorg, 0,4% (2020: 0,4%) Jeugdigen hebben de jeugdbeschermingsmaatregel 'voogdij', 0,2% (2020: 0,2%) Ook vorig jaar schreven we al dat we, in het licht van de coronacrisis en de daarmee gepaard gaande toegenomen spanning in gezinnen, een stijging op bovenstaande percentages hadden verwacht. Vanuit welzijnsaanbieders, CJG, wijkteams en scholen wordt ons gemeld dat het signaleren van problematiek en het toeleiden naar ondersteuning en zorg moeilijker is in tijden van zware RIVM-maatregelen en schoolsluitingen. We maken ons zorgen om gezinnen die eventueel buiten beeld zijn geraakt en wellicht niet die hulp of zorg krijgen die zij wel nodig hebben. Onder andere het CJG spant zich in om het bereik van zowel jonge als oudere kinderen weer terug te brengen naar het niveau van voor de coronamaatregelen.
Nu signalerende partijen in het voorbije jaar weer volop in contact zijn geweest met de Rotterdammers zouden de eventuele effecten van de coronacrisis zichtbaarder moeten worden in de Staat van de Jeugd editie 2023. Er zijn in 2021 minder meldingen besproken bij het Jeugdbeschermingsplein. Een daling is te zien van 539 in 2020 naar 471 in 2021. Ook het aantal meldingen waarbij een drangtraject is ingezet is afgenomen, van 390 in 2020 naar 332 in 2021. De exacte aanleiding blijft onzeker, maar een mogelijke verklaring is een versterking van de hulpverlening in het voorveld (vrijwillig kader). Hierdoor zou de onveilige ontwikkeling van kinderen verholpen kunnen zijn en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming niet nodig zijn.
Jeugdcriminaliteit en -overlast Het percentage 12- t/m 17-jarigen dat verdacht wordt van een strafbaar feit is in 2021 licht gedaald ten opzichte van 2020, namelijk van 4,1% naar 3,5%. Het percentage 18-t/m 22jarige verdachten van een strafbaar feit is in 2021 gestegen ten opzichte van 2020, van 6,0% in 2020 naar 6,6% in 2021. Het aantal meldingen van jeugdoverlast, vernieling, vandalisme en brandstichting was in 2020 fors gestegen, mogelijk door verveling onder de jeugd ten gevolge van lockdowns en toegenomen signalering door thuiswerkende Rotterdammers. In 2019 bedroeg het aantal meldingen 5.910, in 2020 8.613 en in 2021 is dit aantal gedaald tot onder het niveau van 2019: 4.623.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
10/12 14 maart 2023 M2301-7248
Het percentage jeugdigen van 12-t/m 17-jaar met een verwijzing naar bureau HALT is wederom gedaald, nu van 1,0% naar 0,8%.
Geziene trends in de stad Drugs- en alcoholgebruik De gemeente voert vanuit het verplichte vierjarige Preventie- & Handhavingsplan Alcohol en Drugs 2019-2022 verschillende maatregelen uit om het middelengebruik onder jongeren te voorkomen en/of terug te dringen. Aan het einde van dit kalenderjaar zullen de inspanningen en de opbrengsten van dit vierjarige plan worden gedeeld en zullen o.a. de cijfers van alcohol- en drugsgebruik onder leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en onder studenten van het MBO (1 en 2 niveau) worden getoond. Het gebruik onder jongeren, ook op het regulieronderwijs (in deze Staat van de Jeugd bij 13-en 16-jarigen), lijkt door een hogere mentale belasting als gevolg van de coronamaatregelen toegenomen te zijn. Dit is in lijn met de landelijke cijfers.
Geweld onderjongeren Steeds meer jongeren worden verdacht van het plegen van ernstige geweldsmisdrijven in Rotterdam, blijkt uit een analyse van de Rotterdamse politie. Sectorhoofden Straathof en Hoek geven aan dat met name kwetsbare jongeren zouden door drugscriminelen verleid worden om strafbare feiten te plegen. (Kwetsbare) jongeren die eenmaal betrokken raken bij het criminele milieu zijn hier heel moeilijk weer uit te krijgen.
Komende onderzoeken en volgende editie Staat van de Jeugd De invloed van de coronaperiode op de gegevens We hebben twee bijzondere edities van de Staat van de Jeugd achter de rug; de edities 2021 en 2022 die uitgebracht zijn op basis van gegevens die verzameld zijn in de coronaperiode. Deze periode is van invloed geweest op de dataverzameling ten behoeve van de Staat van de Jeugd, maar heeft ook direct ingegrepen op de levens van de Rotterdammers en de zorg- en onderwijsinstellingen waarmee zij te maken hebben. Indien een (hevige) opleving van het coronavirus die (ingrijpende) maatregelen (e.g., lockdowns en schoolsluitingen) noodzakelijk maakt ons bespaard blijft, dan worden de gegevens in de editie 2023 van de Staat van de Jeugd naar verwachting weer beter vergelijkbaar met de periode van voor de coronacrisis. Overigens is het waarschijnlijk dat de coronacrisis haar sporen ook op langere termijn in het welzijn van de Rotterdammers nalaat.
Doorontwikkeling Staat van de Jeugd De informatie in de Staat van de Jeugd levert een waardevol beeld van hoe het gaat met de Rotterdamse kinderen en jongeren. De gegevens zijn echter nog niet altijd zo actueel en volledig als we graag zouden willen. De komende jaren blijven we werken aan het vergroten van de datakwaliteit van de Staat van de Jeugd door de keuzes voor het tonen van de verschillende indicatoren kritisch te beschouwen.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
11/12 14 maart 2023 M2301-7248
Daarnaast optimaliseren we de gegevens door nieuwe informatiebronnen aan te boren waar nodig, door de behoefte aan aanvullende informatie helder te maken en waar mogelijk deze informatie aanvullend uit te vragen. Feit blijft echter wel dat wijzigingen in bestaande indicatoren binnen de Staat van de Jeugd de vergelijkbaarheid met voorgaande jaren aantast.
Dataverzameling bij de welzijnsaanbieders Vanuit de gedachte dat het streven van de gemeente Rotterdam is het met publieke
middelen realiseren van maximale maatschappelijke impact op het zich kansrijk, veilig en gezond ontwikkelen van de Rotterdammers (Sondeijker et al., 2020) zijn we samen met de welzijnsaanbieders een traject aangegaan om meer inzage te krijgen in de gerealiseerde outcome en impact. Het voornaamste doel is om als welzijnsaanbieders en gemeente gezamenlijk een lerende beweging aan te gaan, waarbij monitoringsinformatie leidt tot heldere en direct in de praktijk toepasbare inzichten voor optimalisatie van het aanbod. De monitoringsinformatie die met dit proces verzameld wordt biedt waardevolle informatie over hoe het met de Rotterdammers (die van het welzijnsaanbod gebruikmaken) gesteld is. Deze monitoringsinformatie kan in de toekomst mogelijk waardevolle en aanvullende informatie opbrengen voor de Staat van de Jeugd.
Subsidiekader Jeugdpreventie Ook binnen het subsidiekader jeugdpreventie brengt men actief de resultaten van de aangeboden interventies in kaart zodat men steeds beter zicht krijgt op wat wel en niet werkt voor de Rotterdamse jeugd. Binnen dit subsidiekader wordt eveneens gewerkt volgens het principe van effectieve beschermende- en risicofactoren om de werkzaamheid van de interventies zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de behoeften van de Rotterdamse jeugd. Eveneens bedoeld om de werkzaamheid zo groot mogelijk te laten zijn wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van goed onderbouwde en bewezen effectieve interventies. Met het subsidiekader jeugdpreventie wordt 'een beweging naar voren gemaakt'; van zware en dure zorg naar effectieve en gerichte preventie. Ook ten aanzien van de monitoring binnen het subsidiekader jeugdpreventie geldt: de hier verzamelde monitoringsinformatie kan in de toekomst mogelijk waardevolle en aanvullende informatie opbrengen voor de Staat van de Jeugd.
Financiële en juridische consequenties/aspecten: N.v.t.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
12/12 14 maart 2023 M2301-7248
Hiermee hopen wij u voldoende te hebben geïnformeerd.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam,