[23bb001704] Bijlage 2 behorende bij 23bb001702 over Nota bodembeheer Rotterdam
Tekst van het document
45
7.5 Toepassen van lichte grondvervangers zoals schuimglas Om het probleem van dalende bodems te verminderen, is de vraag naar lichtere grondvervangers - zoals bims, polystyreen en schuimglas - toegenomen. Het is nood zakelijk de toepassing van deze bouwstoffen te toetsen aan het Bbk. Schuimglas is een product dat vrijkomt bij het recyclen van glas. De toepassing wordt gedeeltelijk beperkt, omdat de uitloging niet voldoet aan de eisen van het Bbk. Dit wordt deels veroorzaakt doordat uitloging wordt gemeten per kilogram bouwstof. Aangezien schuimglas een zeer licht materiaal is, is er relatief meer volume schuimglas nodig per kilogram dan grond. Omdat het materiaal niet wordt toegepast op basis van het gewicht, maar op basis van het volume dat nodig is voor het werk, zal het in de praktijk ook minder uitlogen dan een zwaardere bouwstof. Het is mogelijk lichte bodemvervangers toe te passen op basis van een Plan van Aanpak. Dit stimuleert het nuttig toepassen van restproducten en tevens komt dit tegemoet aan de vraag naar lichte grondvervangers. Het Plan van Aanpak dient dezelfde gegevens te bevatten zoals beschreven bij GBT (zie paragraaf 7.1). Ook dienen de huidige en toekomstige eigenaren expliciet in te stemmen met de toepassing van de grondvervanger. De voorwaarde van het minimale volume en laagdikte is niet van toepassing.
Ook dient in het Plan van Aanpak de kwaliteit van de grondvervanger en de uitloging daarvan bepaald te zijn. Om het lichte gewicht van de grondvervanger te com penseren is het toegestaan de uitloging te corrigeren met een factor gelijk aan het soortelijk gewicht van de grondvervanger gedeeld door 1,5 ton/m3 (het soortelijk gewicht van grond). Als de grondvervanging is toegepast, is het noodzakelijk deze af te melden met een evaluatierapport. Dit rapport dient de bovengenoemde onderdelen te behandelen vanuit het perspectief van de gerealiseerde situatie. Ook dient het evaluatierapport in te gaan op de wijze waarop de nazorg voor de toepassing is geregeld. Verder dient het evaluatierapport de onderdelen te bevatten zoals beschreven bij GBT (zie paragraaf 7.1).
Nota bodembeheer Rotterdam
7 Werken met niet sterk verontreinigde grond of bouwstof.
46
8 Werken met sterk veront reinigde grond. Samenvatting Het hergebruik van sterk verontreinigde grond is niet toegestaan op basis van het Bbk. Het is echter wel mogelijk om sterk verontreinigde grond onder voorwaarden te herschikken binnen het zelfde geval van verontreiniging of op dezelfde plaats en diepte te hergebruiken. Sterk verontreinigde grond is grond waarin een verontreiniging in een concentratie boven de interventiewaarden aanwezig is. Werkzaam heden waarbij sprake is van sanering, verminde ring of verplaatsing van deze verontreiniging, mogen slechts plaatsvinden onder een goed gekeurd saneringsplan, locatiebeheerplan (LBP) of BUS-melding. Voor kleine ontgravingen is hierop onder voorwaarden een uitzondering mogelijk. Dit hoofdstuk gaat in op de gebiedsspecifieke invulling van de landelijke regelgeving binnen de gemeente Rotterdam. Bijvoorbeeld waar het gaat om de procedurele eisen die gelden tijdens de uitvoering van een sanering en de voor waarden waaronder het herschikken van sterk verontreinigde grond is toegestaan. Ook komt aan de orde onder welke specifieke omstandig heden afwijkingen van de standaarddikte van de leeflaag zijn toegestaan.
Nota bodembeheer Rotterdam
8 Werken met sterk verontreinigde grond.
47
Inleiding
De Verordening bodemsanering Rotterdam 2009
Hergebruik van sterk verontreinigde grond is niet toege
beschrijft onder andere:
staan en werkzaamheden zoals sanering, vermindering
1.
of verplaatsing van deze verontreiniging, mogen slechts
de termijn waarbinnen een evaluatieverslag van een sanering moet zijn ingediend en welke informatie hierin moet zijn opgenomen;
plaatsvinden op basis van een goedgekeurd sanerings plan, locatiebeheerplan (LBP) of BUS-melding. Dit
2.
de procedures rond nazorg en een eventueel in te
hoofdstuk gaat nader in op de wijze waarop de gemeente
dienen nazorgplan. In de Wbb22 is op hoofdlijnen
Rotterdam hieraan, in aanvulling op wettelijke regel
beschreven wat nazorg inhoudt.
geving, invulling geeft. Na de afronding van een sanering kunnen restverontrei-
8.1 Saneringsaanpak
nigingen achterblijven. Voor deze restverontreinigingen
De meest voorkomende werkzaamheden in de bodem
is het noodzakelijk een nazorgplan op te nemen in het
zijn het aanleggen van kelders, het uitvoeren van funde-
evaluatieverslag. De beschikking op (het evaluatieverslag
ringsonderzoek, het herstel van funderingen en werk
en) het nazorgplan legt de nazorgverplichtingen vast.
aan kabels en leidingen. Deze werkzaamheden kennen geen saneringsdoel; het is eenvoudigweg nodig om
In algemene zin is het mogelijk de volgende soorten
tijdelijk grond te verwijderen (tijdelijke uitplaatsing) om
nazorg te onderscheiden:
het project te realiseren. Het is noodzakelijk dit type
1.
werk te melden in de categorie 'Tijdelijk Uitplaatsen' van
passieve nazorg: hier gaat het om de registratie in het bodeminformatiesysteem van DCMR en het regis
het BUS. Indien een BUS-melding niet mogelijk is, is het
ter WKPB. Eventueel is er sprake van het opleggen
ook mogelijk een Plan van Aanpak of een saneringsplan
van gebruiksbeperkingen en de verplichting aan de
ter beoordeling in te dienen. Na afronding van de werk
eigenaar en/of gebruiker een leeflaag in stand te hou
zaamheden is het opstellen en indienen van een evalua
den dan wel te herstellen na graafwerkzaamheden;
tieverslag verplicht.
2.
actieve nazorg: hier gaat het bijvoorbeeld om monitoring van de grondwaterkwaliteit, de beheer
Voor werkzaamheden met een saneringsdoel geldt de
sing van zich verspreidend verontreinigd grond
Verordening bodemsanering Rotterdam 2009 (lit. 13).
water, of het te zijner tijd vervangen van isolerende
In de meeste situaties zal een wijziging van de bodem-
voorzieningen.
functie het natuurlijke moment zijn om te saneren. In de verordening is op hoofdlijnen vastgelegd welke
Tabel 10 geeft een hoofdindeling van de aard van de
procedurele eisen er gelden tijdens de uitvoering van
nazorg voor verschillende kenmerkende sanerings-
een sanering. Het betreft onder andere aspecten als
situaties. De gebruiksbeperkingen en/of verplichtingen
milieukundige begeleiding, het melden van cruciale
met betrekking tot instandhouding vallen onder 'regi
saneringsmomenten, het omgaan met afwijkingen van
stratie'. De situatie waarbij (aanvullend) ook sprake is
het saneringsplan, en het melden van begin en eind van
van monitoring valt onder 'actieve nazorg'.
een bodemsanering.
Tabel 10 Soorten nazorg
Volledige verwijde ring
Soort nazorg Geen nazorg Registratie
Immobiele situatie
Mobiele verontreinigingssituatie
Stabiele
Nog verspreidende
Beperkte
grote
restveront-
restveront-
veront
Isoleren
reiniging
reiniging
reiniging
IBC-variant
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Actieve nazorg
22
Nota bodembeheer Rotterdam
8 Werken met sterk verontreinigde grond.
Wbb, art. 39
48
8.2 Herschikken van sterk verontreinigde grond
3. in verschillende situaties is het toegestaan een leeflaag met een dikte van (minimaal)
Het herschikken van sterk verontreinigde grond is alleen
20 centimeter toe te passen. Hiervan is sprake:
toegestaan op basis van een goedgekeurd sanerings
3.1. bij straatwerk, betonwerk en andere werkzaam
plan, LBP of een BUS-melding. De mate en omvang van
heden, waarbij sprake is van de realisatie van
de verontreiniging dient bekend te zijn. Het is toege
een gesloten bovenafdichting. Op de leeflaag
staan sterk verontreinigde grond binnen het geval van
kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd
verontreiniging te herschikken onder een aan te bren
als op een niet verontreinigde locatie;
gen isolatie (verharding of leeflaag). Er mag daarom
3.2. in kruipruimtes. Gezien de incidentele betreding
alleen sprake zijn van een immobiele verontreiniging.
van kruipruimtes volstaat een leeflaag met een dikte van ten minste 20 centimeter als contact-
Het herschikken van sterk verontreinigde grond mag
beperkende laag van zand. Dit tenzij er sprake is
alleen op delen van de saneringslocatie plaatsvinden
van uitdamping van verontreinigende stoffen.
die al verontreinigd zijn. Het is toegestaan op deze delen
In dat geval zijn aanvullende maatregelen nodig,
de bestaande schone of licht verontreinigde bovenlaag
zoals een dampdichte laag of kruipruimte-
tijdelijk te verwijderen.
ventilatie.
Voor mobiele verontreiniging geldt dat herschikking van
In aanvulling op bovenstaande afwijkingen van de
de grond is toegestaan, wanneer er een in-situ bodem
standaard leeflaagdikte, is het mogelijk in het sanerings
sanering plaatsvindt. Sterk verontreinigde grond van de
plan onderbouwd aan te geven dat een afwijkende
randen mag binnen het reactorgedeelte van het geval
leeflaagdikte noodzakelijk is voor een bepaald situatie.
worden herschikt zodat een beter rendement kan worden verwacht.
Het afwijken van de standaard leeflaagdikte, waarbij wordt gekozen voor een dunnere leeflaag, is binnen het
8.3 Afwijken van de standaard leeflaagdikte
alleen mogelijk voor situaties:
Een leeflaag is een vorm van isolatie die contact van
^
waarbij al gebruiksbeperkingen aanwezig zijn;
mens, plant en dier met een bodem-verontreiniging
^
waarbij andere wet- of regelgeving van kracht is met
BUS en de RUS in beginsel niet toegestaan. Afwijken is
voorkomt. De standaard leeflaagdikte is één meter. De
bepalingen ten aanzien van het gebruik en waarbij
kwaliteit van de leeflaag dient te voldoen aan de klasse
een afwijkende dikte niet leidt tot meer beperkingen.
op de kaartlaag toepassingseis van het gebied (zie ook paragraaf 2.5).
Zie voor een toelichting op bovenstaande situaties ook
Binnen de gemeente Rotterdam gelden enkele specifieke
een initiatiefnemer toch wil afwijken van de standaard
situaties waarin afwijking van de standaard leeflaag
leeflaagdikte, dan dient de sanering plaats te vinden
dikte is toegestaan of is verplicht. Onderstaand staan
binnen een regulier saneringsplan.
de Handreiking Uniforme Saneringen (lit. 15). Wanneer
deze situaties beschreven: 1.
2.
de worteldiepte - aanleiding zijn om in het besluit
8.4 Afwijking saneringstijdstip bij historische verontreiniging
op het saneringsplan een dikkere leeflaag voor te
Als een bodemverontreiniging bij beschikking als een
op de locatie geplande begroeiing kan - vanwege
schrijven dan de standaard leeflaagdikte;
geval van ernstige verontreiniging is beoordeeld waar
een leeflaag met een dikte van 0,5 meter volstaat:
zo spoedig mogelijk sanering moet plaatsvinden, dan
2.1. in situaties waarin sprake is van een hoge grond
geldt als richtlijn dat de sanering binnen 4 jaar moet zijn
waterstand (GLG < 0,5 m-mv). Dit betreft veelal moeraszones langs sloten en singels in de stad; 2.2. in gebieden met de functieklasse Industrie waar geen aanleg van kabels en leidingen in de bodem
gestart. Vanwege locatiespecifieke omstandigheden (waaronder ook maatschappelijke redenen) kan deze termijn langer zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer: 1.
plaatsvindt. Wanneer toch van aanleg van kabels en leidingen sprake is, dienen deze in een cunet
op een later tijdstip vanwege (her)ontwikkeling milieu- en/of kostenefficiëntere sanering mogelijk is;
2.
de locatie binnen 4 jaar een minder gevoelig gebruik/
te liggen met grond met een kwaliteit die
bestemming krijgt, waardoor voor de locatie de
overeenkomt met die van de leeflaag. Hierbij is
noodzaak van een spoedige sanering verdwijnt;
het noodzakelijk een fysieke scheiding tussen het cunet en de onderliggende sterk verontrei nigde grond aan te brengen;
Nota bodembeheer Rotterdam
8 Werken met sterk verontreinigde grond.
49
■ i r* an
ũj
inn
QJ
~1
trm
i i ī1 1 1 l 1
Pi
■Mfl
3. de sanering binnen 4 jaar technisch onmogelijk en/
onttrekken grondwater en langere perioden van
of onevenredig kostbaar is. Deze situatie kan zich voordoen in het geval van bijvoorbeeld een bestaande
ontgraven, onttrekken, et cetera; 2.
matige afwijking - matige afwijkingen zijn aan te
inrichting, bebouwing, de aanwezigheid van
merken als wijziging van het saneringsplan en
dijklichamen of andere barrières.
zodanig belangrijk dat het noodzakelijk is de afwijkingen te melden aan het bevoegd gezag
Bij afwijking van het in de beschikking vastgelegde
Wbb23. Dit type afwijkingen kan aanleiding zijn tot
saneringstijdstip is het noodzakelijk de juiste tijdelijke
het (binnen twee weken na melding) formuleren van
beveiligingsmaatregelen te treffen. De gemeente kan in
schriftelijke aanwijzingen die de saneerder moet
de beschikking eisen stellen aan de te treffen tijdelijke
opvolgen. Ook is het nodig hierover derden (overige
beveiligingsmaatregelen en het onderhoud daarvan.
belanghebbenden) te informeren. Een voorbeeld van een matige afwijking is het aantreffen van veront
8.5 Afwijken van een goedgekeurd saneringsplan
reinigingen die niet waren voorzien in het sanerings plan. Denk hierbij aan onbekende tanks in de grond,
In de Wbb is de verplichting opgenomen, dat uitvoering van een sanering moet plaatsvinden volgens het sane
asbestnesten of olievlekken; 3.
sterke afwijking - hierbij gaat het om afwijkingen
ringsplan en de voorschriften uit de beschikking op het
die een cruciale impact hebben op het realiseren van
saneringsplan. In de praktijk blijkt echter dat zich tijdens
de saneringsdoelstelling. In het geval van sterke
de uitvoering onvoorziene situaties kunnen voordoen.
afwijkingen is het noodzakelijk een nieuw sanerings
Deze kunnen het noodzakelijk maken om (op onderdelen)
plan in te dienen. Hierop volgt dan tevens een
van het saneringsplan af te wijken. Voor deze afwijkingen
nieuwe beschikking. Bij sterke afwijkingen gaat het
geldt een meldingsplicht volgens artikel 39 lid 4 Wbb.
bijvoorbeeld om situaties waarin:
In de Verordening bodemsanering Rotterdam 2009 is in
3.1. het niet mogelijk is de saneringsdoelstelling te
artikel 8 opgenomen welke gegevens de melder hierbij
realiseren;
moet verstrekken.
3.2. een andere saneringsvariant nodig is om de doelstelling te bereiken;
Afwijkingen kunnen naar aard en mate zeer verschillend
3.3. de gewijzigde (uitvoering van de) sanering
zijn. Hiervoor is geen generiek beleid opgesteld. Omdat
gevolgen heeft voor derden;
het niet doelmatig is alle voorkomende afwijkingen
3.4. het nodig is de nazorg substantieel anders te
binnen eenzelfde (formele) procedure te behandelen, is
organiseren, bijvoorbeeld doordat alsnog een
van de volgende driedeling uitgegaan:
aanzienlijke restverontreiniging achterblijft.
1.
beperkte afwijking - hierbij gaat het om afwijkingen die bij melding voor kennisgeving worden aangeno men. Goedkeuring geschiedt in de regel per e-mail. Beperkte afwijkingen zijn bijvoorbeeld over- of onderschrijdingen van de hoeveelheden te ontgraven en/of af te voeren grond, hogere hoeveelheden te
Nota bodembeheer Rotterdam
8 Werken met sterk verontreinigde grond.
23
Wbb, art. 39, lid 4 en 5
50
Als een gemelde sterke afwijking niet acceptabel is,
Leidend voor de bepaling van de maximale hoeveelheid
ontvangt de melder hiervan binnen acht weken een
ontgraven sterk verontreinigde grond, is de totale
besluit dat openstaat voor bezwaar en beroep. Bij het
hoeveelheid te ontgraven sterk verontreinigde grond per
niet accepteren van een wijziging, blijft het oorspronke
aangenomen opdracht. Dit is bedoeld om 'opknippen' te
lijke saneringsplan van kracht. Een verbeterd wijzigings
voorkomen. Indien één aangenomen opdracht bijvoor
voorstel kan dan worden ingediend.
beeld leidt tot het ontgraven van 50 m3 sterk vervuilde grond, is het niet toegestaan deze ontgraving onder
Het is noodzakelijk alle vormen van afwijkingen mee te
deze richtlijn uit te voeren door drie keer een melding
nemen in het logboek van de sanering en het evaluatie
van maximaal 20 m3 grond te doen. Ook is het niet
verslag.
toegestaan drie keer een deelopdracht van ontgraving van 20 m3 sterk verontreinigde grond aan een andere
Bij het toetsen van de tijdens de sanering gemelde af
uitvoerder uit te besteden.
wijkingen vindt een beoordeling plaats van de mate waarin de uitvoering van de sanering faalt of bij voort zetting van de uitvoering zou kunnen falen.
8.7 Locatiebeheerplan (LBP) en raamsaneringsplan (RSP) Het is mogelijk een locatiebeheerplan (LBP) of raam
8.6 Afwijken instemmingsprocedure Wbb ten behoeve van kleinschalig grondverzet
saneringsplan (RSP) op te stellen voor grote of actieve
Binnen de gemeente Rotterdam is het toegestaan
plaatsvinden en tegelijkertijd sprake is van een veront-
kleinschalig grondverzet uit te voeren zonder de
reinigingssituatie die niet direct aangepakt kan worden.
locaties waar bijvoorbeeld veel (grond)werkzaamheden
instemmingsprocedure uit de Wbb (zonder BUS-melding
Bij een LBP is sprake van een verontreinigingssituatie
of saneringsplan) te doorlopen. Hierbij gelden de
die voor een langere tijd beheerst wordt. Van een RSP is
volgende voorwaarden:
sprake wanneer de verontreinigingen uiteindelijk
1.
er is sprake van het ontgraven of tijdelijk uitnemen
gesaneerd of tijdelijk uitgenomen worden. Een LBP en
van minder dan 20 m3 sterk verontreinigde grond.
RSP hebben dezelfde status als een saneringsplan.
Het totale volume aan grondverzet kan hoger zijn dan 20 m3. Vaak moet bijvoorbeeld een schone
Een LBP en RSP bieden de mogelijkheid maatwerk-
ophooglaag (bijvoorbeeld cunetzand) opzij worden
afspraken op te nemen. Ook als de verontreinigings-
gezet, voordat wordt gegraven in sterk verontreinig
situatie nog niet volledig in beeld is kan gebruik
de grond;
gemaakt worden van een LBP of RSP. Dan zal wel
2.
de graafwerkzaamheden vinden plaats in grond met
aangegeven moeten worden hoe omgegaan wordt met
een historische, immobiele verontreiniging;
nieuwe verontreinigingen.
3.
de werkzaamheden hebben geen saneringsdoel-
Een eenmaal vastgesteld LBP of RSP veranderen kan
stelling;
alleen door middel van een nieuwe beschikking.
4.
melding van de werkzaamheden vindt minimaal drie werkdagen voor de uitvoering digitaal plaats via de
Gebruikelijk is dat op basis van LBP of RSP specifieke
website van DCMR24.
werkzaamheden via deelplannen nader worden uitge werkt in een plan van aanpak (PvA). Het PvA wordt
De werkzaamheden kunnen niet dienen om een
beoordeeld via een kwaliteitstoets en ook de evaluatie
kadastrale registratie van een bodemverontreiniging te
van de werkzaamheden gebeurt via een kwaliteitstoets.
laten vervallen. Daarvoor is het nodig de procedures uit
Deze hebben een kortere procedure. Meer informatie
de Wbb, BUS en RUS te doorlopen.
over LBP en RSP is via de DCMR Milieudienst Rijnmond te krijgen.
24 www.dcmr.nl/meldingen-en-formulieren-bodem
Nota bodembeheer Rotterdam
8 Werken met sterk verontreinigde grond.
51
9 Zorgplicht. Samenvatting Calamiteiten die spoedeisend ingrijpen en graafwerkzaamheden noodzakelijk maken, zijn onder te verdelen in voorvallen zonder milieu schade (9.1) en voorvallen met milieuschade (9.2). Voor het omgaan met beide situaties gelden binnen de gemeente Rotterdam specifieke vastgestelde procedures. Voor inrichtingen waarvoor een Wabo ver gunning is afgegeven, gelden de voorschriften die in die vergunning zijn vastgelegd en de algemene regels van de Wabo. In gevallen waarin de Wabo niet van toepassing is, gelden navolgende regels.
Nota bodembeheer Rotterdam
9 Zorgplicht.
52
Inleiding
Het is van groot belang het vrijkomen van bodem-
Calamiteiten die spoedeisend ingrijpen en graafwerk
bedreigende stoffen zo snel mogelijk te stoppen of te
zaamheden noodzakelijk maken, zijn onder te verdelen
begrenzen (bereddering). Grond die als gevolg van het
in voorvallen zonder milieuschade (9.1) en voorvallen
voorval verontreinigd is geraakt, dient zo spoedig
met milieuschade (9.2). Voor het omgaan met beide
mogelijk in vloeistofdichte containers geplaatst te
situaties gelden binnen de gemeente Rotterdam
worden. Zodra een erkende verwerker een afvalstroom
specifieke vastgestelde procedures.
nummer heeft afgegeven, mag de grond direct worden afgevoerd. Niet-verontreinigde grond dient zoveel
9.1 Spoedreparaties zonder milieuschade
mogelijk apart te worden ontgraven en per grondlaag in
Binnen de categorie spoedreparaties zonder milieu
depot gezet te worden.
schade vallen situaties die direct ingrijpen en graaf werkzaamheden noodzakelijk maken, zoals bijvoorbeeld
Wanneer nodig, is het mogelijk vooraf afspraken met
breuken van water- of elektriciteitsleidingen. Bij derge
DCMR te maken over te nemen maatregelen. Overleg
lijke breuken komen geen milieubedreigende stoffen vrij.
vooraf is noodzakelijk in het geval van een mobiele
Vóór het aanvullen maar bij voorkeur voor de aanvang
bodemverontreiniging. In dat geval kan het ook nodig
van de ontgraving moet op basis van de Bodemkwali-
zijn verontreinigd grondwater uit de ontgraving te
teitskaart en de website van DCMR zijn nagegaan of er
verwijderen.
mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging. Als hiervan sprake van blijkt te zijn, dient dit direct te worden
Bij een ongewoon voorval is het noodzakelijk om
gemeld bij de meldkamer van DCMR (0888 - 333 555,
- bij voorkeur voorafgaande aan - maar in ieder geval
meldkamer@dcmr.nl).
direct na de bereddering gegevens en bescheiden aan de gemeente te verstrekken over:
Vóór het aanvullen maar bij voorkeur voor de aanvang
1.
de begrenzing van de activiteit;
van de ontgraving moet op basis van de Bodemkwali-
2.
de datum waarop de activiteit is uitgevoerd;
teitskaart en de website van DCMR zijn nagegaan of er
3.
de aanleiding en het doel van de activiteit;
mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging.
4. informatie over de uitvoering van de activiteit, grondbalans, kaartmateriaal, et cetera. Deze
De ontgraving dient per bodemlaag gescheiden plaats
informatie moet zoveel mogelijk aansluiten op de
te vinden. Hierbij zijn dezelfde veiligheidsvoorschriften
eisen van artikel 10 van de Verordening bodem
van toepassing als bij verontreinigde grond, tenzij
sanering Rotterdam 2009 (lit. 13).
voldoende is aangetoond dat er geen sprake is van een bodemverontreiniging.
Na de bereddering is het noodzakelijk de kwaliteit van de bodem te herstellen door het verwijderen van het
Het is toegestaan de ontgraving aan te vullen, door de
nieuwe geval van verontreiniging voor zover dit redelijker
ontgraven grond op dezelfde plaats en diepte terug te
wijs mogelijk is. Dit herstel dient door een erkende
brengen. Indien er sprake is van een leeflaag en de
saneerder te gebeuren. Een verslag van het herstel moet
ontgraven grond is niet (voldoende) gescheiden ont
binnen drie maanden na het afronden aan DCMR ter
graven, dan is het noodzakelijk de leeflaag te herstellen
beoordeling worden overgelegd. Dit verslag moet door
met schone grond (klasse Natuur). Ook dient afvoer van
een erkend bodemadviesbureau zijn opgesteld. In het
de overtollige grond naar een erkende verwerker plaats
verslag dienen dezelfde gegevens opgenomen te zijn als
te vinden.
bij een saneringsverslag.
9.2 Ongewoon voorval met milieuschade Wanneer als gevolg van een ongewoon voorval milieubedreigende stoffen vrij (kunnen) komen - zoals bij een breuk van een leiding met olieproducten - is directe melding van het voorval bij de meldkamer van DCMR noodzakelijk.
Nota bodembeheer Rotterdam
9 Zorgplicht.
53
10 Toezicht en handhaving. Samenvatting In de grondverwerkingsketen is een groot aantal partijen actief - van opdrachtgever, tot transporteur en grondverwerker. Vanwege het grote aantal betrokkenen en de complexiteit van de keten bestaat er een reëel risico op het ontstaan van fouten en onjuist handelen. Mede omdat de gevolgen van onjuist handelen vaak onomkeerbaar zijn, is goed toezicht en adequate handhaving van groot belang. Kort wordt aangegeven hoe DCMR deze rol invult.
Nota bodembeheer Rotterdam
10 Toezicht en handhaving.
54
Í3 BR • hi 'lil
•*7
juls'jĮjí !i i| įļļļļļļļ 1 ììiìíüil
.
l\||ļ
1—
» 113
„;ļ
ra ļ
Inleiding
gemaakt worden, maar ook te kwader trouw; met frau
Dit hoofdstuk beschrijft in vogelvlucht de complexiteit
duleuze handelingen kan veel geld verdiend worden.
van de grondverwerkingsketen die - mede vanwege het vaak onomkeerbare karakter van de gevolgen van
Doordat de gevolgen van onjuist handelen bovendien
onjuist handelen - goed toezicht op werkzaamheden en
vaak onomkeerbaar zijn, is goed toezicht en adequate
handhaving van regelgeving cruciaal maken. De wijze
handhaving van groot belang. In de grondverwerkings-
waarop toezicht en handhaving binnen de gemeente,
keten spelen verscheidene toezichthoudende instanties
uitgevoerd door DCMR, vorm krijgt wordt toegelicht.
een rol. Elke instantie ziet toe op naleving van een deel in de keten. De samenwerking in de toezichtsketen en
10.1 Grondverwerkingsketen
daarmee de uitwisseling van signalen en gegevens
Een grote diversiteit aan partijen is betrokken bij
krijgt steeds vastere vormen. Dit maakt het mogelijk
werkzaamheden die bodem en ondergrond betreffen.
nog gerichter op te treden tegen overtreders van wet- en
Allemaal vervullen zij hun eigen afgebakende rol.
regelgeving.
Aannemers (aannemings- of loonbedrijven) voeren grondwerkzaamheden uit en/of besteden dit werk uit
10.2 Toezicht en handhaving in Rotterdam
aan onderaannemers. Voor technisch-inhoudelijke
De gemeente Rotterdam beoordeelt alle meldingen,
ondersteuning bij het uitvoeren van deze grondwerk
aanvragen voor een beschikking Wbb, en om andere
zaamheden is een advies- of ingenieursbureau betrokken.
redenen toegezonden bodemrapporten op de wet- en
In het geval van bodemsaneringen is ook milieukundige
regelgeving, normen en protocollen die van toepassing
begeleiding (MKB) verplicht. Een KwaliteitsVerantwoor-
zijn. Ook op meldingen in het kader van het BUS en de
delijk Persoon (KVP) is tijdens de sanering verantwoor
RUS wordt schriftelijk en/of via de mail bericht of aan de
delijk voor de borging van de kwaliteit. Vaak zijn het
regels wordt voldaan.
zelfstandigen die zich voor de duur van het sanerings project als MKB-er of KVP-er laten inhuren.
De gemeente Rotterdam volgt de toezichts- en
Ook onder opdrachtgevers van bodemsaneringen is de
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021
diversiteit groot: het kan gaan om bedrijven, instellingen,
van de provincie Zuid-Holland (lit. 7). Toezicht en hand
overheidsinstanties of particulieren. Buiten de sanerings-
having (door het bureau Handhaving bodem) kent een
locatie of de toepassingslocatie zijn vervolgens grond
risico-gestuurd karakter. Dit betekent dat toezicht en
handhavingsstrategie, zoals vastgelegd in de Nota
banken, transporteurs en grondverwerkers (stortplaatsen,
handhaving plaatsvindt:
opslagplaatsen en grondreinigers) actief.
1.
Op het handelen van al deze partijen die onderdeel zijn
2.
als er gevolgen zijn voor de bodemkwaliteit bij overtreding van regels;
van de (landelijke) grondverwerkingsketen is sprake van
op de meest kritische momenten in het bodemsaneringsproces;
toezicht. Dat is nodig, want door de grote verscheidenheid aan betrokkenen, is er een reëel risico dat er in de keten iets fout kan gaan. Fouten kunnen te goeder trouw
Nota bodembeheer Rotterdam
10 Toezicht en handhaving.
55
3.
op basis van het gedrag (proactief - onverschillig - calculerend - bewust en structureel) van advies bureaus, grondbanken en aannemers in het verleden;
4.
bij potentieel financieel gewin bij overtreding van de regelgeving;
5.
bij meldingen van ernstige overlast of overtredingen door derden via de meldkamer of rechtstreeks bij bodemmedewerkers.
In overleg met de provincie Zuid-Holland en het functio neel parket van het Openbaar Ministerie is een sanctiestrategie voor milieuovertredingen opgesteld, die ook door de gemeente Rotterdam is ingevoerd. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder kunnen de volgende maat regelen worden getroffen: 1.
bestuurlijke sancties: 1.1. een dwangsom om te voorkomen dat de overtreding niet nogmaals wordt gemaakt; 1.2. bestuursdwang om de overtreding teniet te doen op kosten van de overtreder; 1.3. een melding bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en/of de certificerende instelling bij herhaalde ernstige overtredingen van normen en/of protocollen. Er kan dan besloten worden de certificaten van de overtreder in te trekken, tijdelijk of definitief, zodat deze geen bodemwerkzaamheden mag uitvoeren;
2.
strafrechtelijke sancties: 2.1. een proces-verbaal, mogelijk leidend tot en geldboete of een dagvaarding voor de rechtbank; 2.2. een voorlopige maatregel door de Officier van justitie, met het doel de overtredende activiteit stil te leggen; 2.3. een bestuurlijke strafbeschikking, zijnde een boete voor (bewuste) overtreding van milieu regels, op te leggen door de Directeur DCMR.
Nota bodembeheer Rotterdam
10 Toezicht en handhaving.
56
n Literatuur.
Nota bodembeheer Rotterdam
11 Literatuur.
57
1
Advies meten van vinylchloride in bodem- en
^
binnenlucht RIVM briefrapport 607711013/2013
^
Richtlijn Tijdelijke uitname asbest en puin
^
Tijdelijk handelingskader kader voor hergebruik van
2
Afleiden ad hoc interventiewaarde tert-butylalcohol
PFAS-houdende grond en baggerspecie,
(TBA; CASnr. 75 65 0) bodem en grondwater, Rijks instituut voor Volksgezondheid en Milieu, 29 maart 2019
Richtlijn bodemkwaliteitskaarten
geactualiseerde versie van 2 juli 2020 ^
Actualisatie handelingskader PFAS, brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
3
Diffuse loodverontreiniging in de bodem, Advies
aan de Tweede Kamer, 13 december 2021
voor een gemeenschappelijk beleidskader, P.F. Otte et al., RIVM rapport 2015-0204, 2015 4
11 www.dcmr.nl ^
Nota Bodembeheer Rotterdam 2022
Lood in bodem en gezondheid; aanvullend advies
^
Nota Actief Bodem- en Baggerbeheer 2013
met informatie voor GGD-adviseurs voor gezondheid en
•
Bodemkwaliteitskaart
milieu, GGD-GHOR Nederland, GGD-werkgroep bodem,
•
Bodeminformatie op Omgeving in kaart
2016, actualisatie 2 november 2020
^
Formulieren melding ontgraven en start sanering
^
Toetsingskader actuele gezondheidsrisico's bij
5
Handreiking TRIADE 2011; Locatie-specifiek
bodemverontreiniging, GGD Rotterdam-Rijnmond
onderzoek in stap 3 van het Saneringscriterium, RIVM, Bilthoven, rapport-nummer 607711003/2011
20 februari 2020 ^
Folder 'Let op Lood! Tips om minder lood binnen te krijgen, Rotterdam 2019
6
Nota Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid
(BOBEL-3), provincie Zuid-Holland en de gemeenten
12 www.helpdeskwater.nl
Den Haag, Dordrecht, Leiden, Rotterdam en Schiedam,
^
Kaart bij Waterregeling
2003 13 lokalereqelqevinq.overheid.nl 7
Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving
^
Bouwverordening Rotterdam 2010
2018 - 2021, Gedeputeerde Staten Zuid-Holland, 2017
^
Verordening bodemsanering Rotterdam 2009
8
Statistische analyse van de relatie puin in de bodem
14 www.NEN.nl
en aanwezigheid van asbest, TNO, Utrecht (TNO-
Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut
rapport 2018 R10825), P. Tromp, 15 augustus 2018
Vaardigt onderzoeksnormen uit. Bijvoorbeeld: NEN 5740
9
15 www.rijksoverheid.nl
a. Verzamelbrief bodem en ondergrond , stukken
Tweede Kamer, 2 mei 2022
^
Handreiking Uniforme saneringen
b. Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX", RIVM 20 juli 2021
16 www.SIKB.nl Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer Vaardigt beoordelingsrichtlijnen, (onderzoeks)protocollen en handreikingen uit. Bijvoorbeeld: BRL SIKB 1000
In deze literatuurlijst wordt voor verschillende literatuur bronnen verwezen naar een aantal standaard websites
17 www.wetten.nl
voor wet-en regelgeving en normen en protocollen.
^
Wet bodembescherming
^
Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013
Onderstaand is per website aangegeven welke literatuur
^
Besluit en Regeling bodemkwaliteit (Bbk en Rbk)
er kan worden gevonden.
^
Besluit en Regeling Uniforme Saneringen
10 www.bodemplus.nl
^
Wet milieubeheer
^
Factsheet Koude Immobilisatie Grond
^
Activiteitenbesluit milieubeheer
(Bodemrichtlijn)
^
Woningwet
(BUS en RUS)
^
Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB)
Nota bodembeheer Rotterdam
11 Literatuur.
58
Bijlage 1: Bodemkwaliteitskaart.
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
59
Functieklasse !\*Vawt«rr
Poeldijk
'atonngan
PiKiacker KwinUheul ļnáíkfí
•Huntrlrr «dijk
Den Hoorn
We*tíand"»nde Den Hoorn laltUvij k *.llċíVM|k f
01a
Zevenhui;
Lnnsingerland B leitwi jk
De«g*mr
Drill o mis
cn
Nï/3:
Bsa^tatandkeek 01+02
-08 b' -01a+02e,
08 a
01+02b+ļ03cl
RoOcnqe
(Addon
De Lier Da Lm
'02d
08 e 08 b
68
lud-Veriaat
«f»® 60b
07 a,
řWŴŴVk.Vk
03b
66 54
08e 03a
62b
52a
55c
55bx
56c 07b -08a-
08 b
59
56c
08 c
56b '53a-
08d
Maassluis
Schiedam ^
'110)
Ooslvoanti Ootlvoornc
-111 11Q91 ’102; 112103a1'0įÏ13. 103bÍ106viii -j'107' ui -06d'
NÍM 8
Btwle
Schiedam
Vlaardingen
;9lb -91c' 95b 91a
06c
Vīorpddars. Roekan)» Roe*anj«
95a
-92e
'92d, 92a
06b
53b’
91ď 32f
91e
Í36b, 31+34 32a' 32
23
24+25
15+16
11
64c”'
j49c49a
43a
49b
67 a 67b
43b
36 a/ '37a 37 b
35
14
1I-' .1.111 iil‘11 Il^N.-l
;47a -47b-
\
apelleaan
ŽíS8?'A
den IJssel
■42b
41
42c
“ J'’1'
krimpen
-42a42d '45e; A* u-lrtl den '45ď 88 21+22^ 46a46 *’n \*rtstel 19 45b ,87b 45c 26aC26b'18a -86b 20a 20b 18^ 45d 45d -Ŝ7a "29-^L29b ,45a. J83g: 86a -‘85 b-■85a; -83cí 83e -83f96a 94d;83d bįĵ 75^ 71b, impe 82a 83.b 96d 94b aan de L 8f2bSäa 89b."89 c 81 90a :93a 71a Bolne» 89e -9.4b 74a 72 ,89d -"'80 c 80a 84b 89a ,90b 9.4c' '80cl, 78a 84d i78b -73a 96c -12b]
ř-10+13
XSIikknïfíi
98
73+77
92b
92h 92c
'36c, «36ď
'12a 10+13 27
i28
Vla ar dingen
06a
55a
51a
51b -ţ-58b 58a
08bj
61b
'61a
55e56a;
51c
115' k
65a 64a
55d
57-^y
Ijttel
64b
61a
52b
08a
62a
60a
aan den
63
65
M««.dijk
78c
92g
84a
84c
Ridderkerk Ridderkerk
/78d-
99b
N?1B
' 99d 99 c
Niovwonhoorn
Śpįjkenisse
’ootugaai, 'oor«uga^řbrar,‘l®aŕaariŖhoon
SmCafioofc
99a
emBarehdrecht
Ri) *o o»d
«99e6 Hend \ Amt Hendri!
Spijkenisíe Hellevoetslui» Havenhoofd
Hoor) an sd am lltfijMidim
Heflevoefeluis Oudonhoom (ekatngan
H»in»noord
Z u 1 ŴIŴ’S,1
Goeree Overflal
Ccri CPC Garmin, USGS; Esri, HERE; Esri Nederland, Community Map Contributors Esri, UI HERE,
Zwijn
N iiuh-Bi
2,5
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
I
I Gemeentegrens Snelweg (industrie)
1^^
natuur
1^^
landbouw
1,25
0 ì Kilometer
Snelweg in aanleg (industrie) 1^^ wonen Sporen (industrie) (bb* Lintbebouwing (wonen)
dbP industrie
15-8-2022
Kwaliteitsklasse 0 tot 1 m-mv (bovengrond) Poeldijk
Monster
KwinUhtuI
in acker •Hon«rlrr «dijk
Zevenhui;
Den Hoorn
Delft
•Gravenland'
Naald wij k
Berkel en Rodenrijs
N??3:
01a
N4/1
;erg*cl
'01+02'' -08 b' -01at02e;
08 a
01ļ02bt-03cļ
De Lier
68
Schiplaidei
'02d
08 e 08 b
07 a,
60b 03b
\
08e
(S
i 1
08a
Sí^ -08a-
08 b
Å
V
03a y
07b
ì
\\
\
Maaadijk
62b
\ 52a
À4
59
Schiedam
'110) -111 11Q91 ’102;
Ootlvoorne
-06d
103a1piÏ13103^+106^ į' -j107
95b
06a 06c
95a
Rock.
-92e
92d, 92a
06b Heeneli*!
i92f'
92b
92h 92c
31+34 32a' 32
23
24+25
'36c; s3óď
64c'
:49c49a
43a
49b
67 a 67b
43b
,36a/ '37a' 37 b
35
15+16
11
Ifttel
14
e aan den IJssel -42b
41
^44+48
42c
-47a
-42a42d '45e' '45ď 88 21+22^ 19 45b ,87b 45c 26^-26b'. 18a -86b 45dH 45d' 20a 20b 18 b' „87 a "29^L?9b . 45a -'83g86a -‘85 b-■85a; -83cí 83e. 83f -96a 94d: 94a įļ74b71b^ 83b^- '83d . , 82aJ ^ĩb7 '96ä 94b 82b83a 89b^9ji 81 90a :93a 091c 71a 89e „94b 74a 72 ,96b^-93b ,89d -91a 96 b ^80c 80a 84b ;89a ,90b 94c Í '80^ 91ď 78a 84d ^78b75 -73a 96c 91e 98 84a 73+77 84c t281
NİM8
36b
-12a 10+13 27
Vlaardiiv
55a
51b V58b 58a/
53b’
61b
'61a
51a'
'51c
Maassluis-
08bj
65a 64a
55d
-57-^ Ŵe56c 56b s'óa-;
78c
92g
-12b"
aan den
64b
61a 56c
'53a115'
62a
60a
55bx
52b
\
^
55c
63
65
\
08 c
08d
ieuwerkerk
66
\SļįįjįX \
54
Krimpen aan den IJssel
ř-10+13
impe aan de L lolnr*
ĮXSllkkrtv»r
Ridderkerk
/78d:
99b
N?18
X99d 99 c
irluptl
Rhoon
99a
Rt) «oo»a
Barendrechl
«99e
Spi jkenisse
Hendrìl
Hellevoet»! Meerjantdam Hainanoord
Zuidland
Oud-Beijrrland Esri Nederland, Community Map Contributors
Zwijn'
N iiuh-Bi
2,5
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
I
I Gemeentegrens
wonen
bü Lintbebouwing(onbekend)
industrie
tlbp natuur
niet toepasbaar
tlbP landbouw
onbekend
1,25
0
2,5
5
7,5
10 ì Kilometer
25-8-2022
Kwaliteitsklasse van 1 tot 2 m-mv (ondergrond) Monttrr
Poeldijk N4/0
KwrinUheul
Pijnacker ltiiwi ,Den Hoorn
'rlfţauiv
1N213İ
■Gravenzandr
M20S
Delft Berkel en Rodenrijs
Xaaldwij k 01a
ichenhoek 01+02 -08b-Ola+028;
08a
01t02bt03cļ
De tier
68
Schipluiden
^02d
08e 08 b
07a,
60b 03b
66 54
08e 03a
62b
52a
55c
-08a-
‘53a08d
.115'
Schiedam
''110) U09111 „ 102 112-/ '
Ootlvoornr
Brielle •,^96a 94d! '96d -91b1 :93a 94b -91c' ib 91a
95b
06a 06 c
95a
06b
Heenvliel
[36b. 31+34 32a
35
'36c; ,36d
;49? 49a
64c
67 a 67b
43a
49b 43b
į36a, ''37a*
e aan den IJssel
37b 32
15+16,
14
'12a 10+13 24+25
11
-47a -47bs
42c
Krimpen aan Ifssel
-42a42d '45e; r45d' 19 45b 87b (45 c 18 a ,86b 45d 45d” 20a 20b 18b' 87a "29^29b , \45a. J83g; 86a '85ā; í85b'83c-; 83e. -83f. '83d 83b -9įa 82a) 89c 82b83a ,89b. 81 90a 71a 89e -94b 74a 72 89d ^80) 80a 84b 89a ,90b '80d, 94c/ (75Í 78a 84d v78b' -73a '12b1
ř-10+13
'42b'
41
44+48
21+22^ 26^26b-
103aİ011'13103bĨ106, -j107
■ 06d'
23
27 i28-
VIaardint
55a
51b ^•58b 58a,
53b
61b
J61a
51a'
51c
Maassluis'
'08b,
64a
55d
57^ 55e56c 56b )56a;
08c
64b 65a
61a 56c
07b
63
62a
60a
55b)
52b
08 a
08b
65
M««»dijk
-92e
'92d, 92a
91ď i92f
96c
91e
98
84a
73+77
92b
92h 92c
78c
92g
Slikkerveer
84c
Ri dderker
78d
99b
1x99d 99c 99c(
Rhoon
’cortuţaal 99a
Rij «oord'
Barendrecht
ŕ9e.
enisse Hellevoetsluis Heerjâi
/y -*r
Zuidland Oud*Beijerland
Esri Nederland, Community Map Contributors
dorp
2,5
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
I
I Gemeentegrens
industrie
ľü^T-1
natuur
niet toepasbaar
ľü^T-1
landbouw
onbekend
wonen
1,25
0
2,5
5
7,5
10 ì Kilometer
29-8-2022
Toepassingseis Monder
Poeldijk N4/0
KwrinUheul
Pijnacker Ze ven hi leiiwi ,Den Hoorn
'rllgauiv
1N213İ
■Gravenzandr
M20S
Delft
Xaaldwij k
Berkel en Rodenrijs
01a
ichenhoek 01+02 -08b-Ola+028;
08a
01t02bt03cļ
De lier
68
Schipluiden
^02d
08e 08 b
07a,
60b 03b
66 54
08e 03a
62b
52a
55c
56c
08c
08d
.115'
56b, 56a;
‘53a-
'51c
Maassluis'
'08b,
\10-?1012-
VIaardint
51a
55a
31+34 32a
11
24+25
Brtelle c96a 94d! 95b 91a
06 c
95a
06b
-92e
'92d, 92a
94a'
:93a 94b
i 1^ b
-94b'
31
i92f
18
98
74a
'45e
Krimpen
-42a42d 45d~—
aan
,I|ssel 45d
86a 82a 81
45d \45a.
-83c« 83e '83d 83b "890 8*2b'83a 89bį9S
78a
J83g; -83f: 89e
72
90a
89d x80c '80ds
80a
84b
89a
ļ90b
Slikkerveer
84d
-73a 73+77
78c
92g
'42b'
87
'85a; í85bj74b.-71b, 71a
92b
92h 92c
den IJssel
“44+48
42c
-47a -47bs
2 x86
96c
91e
aan
87a
94c v78b'
91ď
49b 43b
41
ř-10+13 ■Ľ8 -88
'12b1 18 a
20a20b "29^29b ,
06a
14
19
26^26
-91b ,91c'
67b
43a
į36a, ''37a*
35
15+16,
21+22^ 103ai0Įİ13 103bĨ106 -j107
'36c; ■ 36d
37b 32
/28c
112
■06d'
[36 b,
'12a 10+13
23
27
61b
[61a
51b ^58b 58a
53b
Schiedam
''110)
Ootlvoorne
.
67 a
Jİ9c49a
64a :64c'
55d
57^ [55 e'
56c -08a-
64b 65a
61a
07b
63
62a
60a
55b
52b
08 a
08b
65
M««»dijk
84a
84c Ri dderker
78d
99 b, x99d 99c( /99d
’cortugaal
Rhoon
99a
Rij «oord'
Barendrecht
ŕ9e.
/v\
enisse
Hellevoetsluis Heerjâi
Zuidland Oud*Beijerland dorp
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
Esri Nederland, Community Map Contributors
Bijlage 2: Lokale waarden Rotterdam. 2.1 Deel I: Normwaarden voor grond In het eerste deel van deze bijlage zijn voor de gemeente Rotterdam de lokale normwaarden weergegeven voor stoffen in een standaardbodem (10 % humus, 25 % lutum). Alle normwaarden zijn vermeld in mg/kg ds. Lokale verhoogde of afgeleide normwaarden zijn vet gedrukt. Tussen haakjes staan Indicatieve Niveaus Ernstige Verontreiniging (INEV's), zoals opgenomen in de Circulaire bodem sanering per 1 juli 2013 en het Handelingskader PFAS.
Parameter
AW
LMW Landbouw
(L)MW Wonen
(L)MW Industrie
IWaarde
Opmerkingen
metalen: aluminium
30.000
antimoon
4,0
5
15
22
22
arseen
20
30
40
76
76
barium
190
280
550
920
920
3,4
30
30
70.000
beryllium
1,5
1,9
cadmium
0,60
1,0
3,7
13
13
chroom(III)
55
80
120
180
180
chroom(VI)
0,5
0,5
0,5
78
[78]
kobalt
15
25
50
190
190
koper
40
60
100
190
190
kwik
0,15
2,0
4,8
4,8
36
lood
50
200
300
530
530
molybdeen
1,5
10
88
190
190
nikkel
60
60
75
100
100
seleen
3,0
9,0
50
100
[100]
thallium
1,0
2,6
8,0
15
[15]
tin
6,5
40
200
900
[900]
vanadium
80
100
150
250
[250]
zilver
2,5
5
7,5
10
[15]
zink
140
200
350
720
720
som organisch tin
0,15
0,5
1,3
2,5
2,5
tributyltin (TBT)
0,065
0,065
0,13
0,50
organisch kwik
0,3
0,3
2,2
4,0
antropogeen
Bij gevoelig gebruik zie Ş3.2.2
organometalen:
4,0
Alle normwaarden zijn vermeld in mg/kg ds.
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
64
Parameter
AW
LMW
(L)MW
(L)MW
I-
Landbouw
Wonen
Industrie
Waarde
Opmerkingen
50
50
100
100
gewogen norm zie bijlage 6
overige anorganische stoffen: asbest
50
boor
25
55
100
200
200
chloride
200
200
200
570
[570]
fluoride
500
-
-
-
-
cyaniden-complex
5,5
10
10
50
50
thiocyanaten
60
10
10
20
20
190
300
500
1.000
5.000
componenten minerale olie: olefinen
< 200
min. olie (C10-C40) MTBE
0,20
0,20
0,20
0,20
[100]
ETBE
0,20
0,20
0,20
0,20
[100]
TBA (tertbutylalcohol)
0,1
-
16
-
26
vluchtige aromaten: benzeen
0,20
0,20
0,20
1,0
1,1
ethylbenzeen
0,20
0,20
0,20
11,25
110 32
tolueen
0,20
0,20
0,20
1,25
xylenen
0,45
0,45
0,45
1,25
17
styreen (vinylbenzeen)
0,25
0,25
0,25
86
96
dodecylbenzenen
0,35
0,35
0,35
0,35
fenol
0,25
0,25
0,25
1,25
14
som cresolen
0,30
0,30
0,30
5,0
13
aromatische oplosmiddelen
2,5
2,5
2,5
2,5
1,5
5,5
11
40
poly-aromaten: PAK's totaal (som 10) benzidine
40 0,043
dibenzofuran
40
difenyl/difenyloxide
10
pyridine
0,15
0,15
0,15
1,0
11
tetrahydrofuran
0,45
0,45
0,45
2,0
7,0
tetrahydrothiofeen
1,5
1,5
1,5
8,8
8,8
gehalogeneerde oplosmiddelen: dichloormethaan
0,10
0,10
0,10
3,9
3,9
chloroform
0,25
0,25
0,25
3,0
5,6
tetrachloormethaan (tetra)
0,30
0,30
0,30
0,70
vinylchloride
0,10
0,10
0,10
0,10
0,10
1,1-dichlooretheen
0,30
0,30
0,30
0,30
0,30
1,2-dichloorethenen (som)
0,30
0,30
0,30
0,30
1,0
trichlooretheen (tri)
0,25
0,25
0,25
2,5
2,5
tetrachlooretheen (per)
0,15
0,15
0,15
4,0
8,8
1,1- dichloorethaan
0,02
0,20
0,20
0,20
15
1,2-dichloorethaan
0,20
0,20
0,20
4,0
6,4
1,1,1-trichloorethaan
0,25
0,25
0,25
0,25
15
1,1,2-trichloorethaan
0,30
0,30
0,30
0,30
10
dichloorpropanen (som)
0,80
0,80
0,80
0,80
2,0
bromoform
0,20
0,20
0,20
0,20
75
Alle normwaarden zijn vermeld in mg/kg ds.
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
65
Parameter
AW
LMW Landbouw
(L)MW Wonen
Industrie
(L)MW
0,20
0,20
5,0
IWaarde
Opmerkingen
chlooraromaten monochloorbenzeen
0,20
dichloorbenzenen (som)
2,0
2,0
2,0
5,0
5,0
trichloorbenzenen (som)
0,0030
0,65
0,65
5,0
11
tetrachloorbenzenen (som)
0,0090
0,22
0,22
2,2
2,2
pentachloorbenzeen
0,0025
1,4
2,5
5,0
6,7
hexachloorbenzeen
0,0085
0,22
0,75
1,4
2,0
hexachloorbutadiëen
0,0030
monochloorfenolen (som)
0,045
0,045
0,045
5,4
5,4
dichloorfenolen (som)
0,20
0,20
0,20
6,0
22
trichloorfenolen (som)
0,0030
1,0
1,9
6,0
22
tetrachloorfenolen (som)
0,015
0,50
1,0
6,0
21
pentachloorfenol
0,0030
1,0
1,4
5,0
12
monochlooranilinen (som)
0,20
0,20
0,20
0,20
50
pentachlooraniline
0,15
0,15
3,0
5,9
[10]
chloornaftaleen (som)
0,070
0,070
0,070
10
23
gechloreerde PAK's:
chloorpolyaromaten/chloorbestrijdingsmiddelen: a- HCH
0,0010
0,15
0,25
0,50
17
P- HCH
0,0020
0,10
0,20
0,50
1,6
Y- HCH (lindaan)
0,0030
0,10
0,30
0,50
1,2
ō-HCH aldrin
0,0015
0,075
0,20
0,32
0,32
som drins (3)
0,015
0,20
0,50
4,0
4,0
DDT (som)
0,20
0,30
0,40
1,0
1,7
DDE (som)
0,10
0,20
0,25
1,3
2,3
DDD (som)
0,020
0,20
0,85
4,0
34
PCB's (som 7)
0,020
0,10
0,25
0,50
1,0
som dioxines (I-TEQ)
0,000055
0,000055
0,000055
0,000055
0,00018
a-endosulfan
0,00090
0,050
0,10
0,50
4
chloordaan
0,0020
0,050
0,10
0,50
4
heptachloor
0,00070
0,050
0,10
0,50
4
heptachloorepoxide (som)
0,0020
0,050
0,10
0,50
4
overige bestrijdingsmiddelen: 4-chloormethylfenolen (som)
0,60
0,60
0,60
0,60
atrazine
0,035
0,035
0,035
0,50
azynfos-methyl
0,0075
0,71
0,0075
0,0075
0,0075
carbaryl
0,15
0,15
0,15
0,45
0,45
carbofuran
0,017
0,017
0,017
0,017
0,017
0,55
0,55
0,55
0,55
furfural
120
MCPA TCPP
4,0 271
quintozeen
0,5
som niet-chloor-pesticiden
0,090
0,090
0,090
0,5
Alle normwaarden zijn vermeld in mg/kg ds.
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
66
Parameter
AW
LMW Landbouw
(L)MW Wonen
(L)MW
I-
Industrie
Waarde
Opmerkingen
ftalaten: dimethylftalaat (DMP)
0,045
1,0
9,2
60
82
diëthylftalaat (DEP)
0,045
0,60
5,3
53
53
di-isobutylftalaat (DIBP)
0,045
0,15
1,3
17
17
dibutylftalaat (DBP)
0,070
0,75
5,0
36
36
butylbenzylftalaat (BBP)
0,070
0,25
2,6
48
48
dihexylftalaat (DHP)
0,070
2,3
18
60
220
di (2-ethylhexylftalaat DEHP
0,045
1,0
8,3
60
60
PFOA
0,0019
0,0019
0,003
0,003
[1,1]
PFOS
0,0016
0,0016
0,003
0,007
[0,110]
FRD-903 (GenX)
0,0014
0,0014
0,003
0,003
[0,097]
overige PFAS, individueel
0,0014
0,0014
0,003
0,003
methanol
3,0
3,0
3,0
3,0
[30]
butanol
2,0
2,0
2,0
2,0
[30]
isopropanol
0,75
0,75
0,75
0,75
[220]
diëthyleenglycol
8,0
8,0
8,0
8,0
[270]
ethyleenglycol
5,0
5,0
5,0
5,0
[100]
catechol
0,05
resorcinol
0,05
hydrochinon
0,05
cyclohexanon
2,0
2,0
2,0
150
150
methylethylketon
2,0
2,0
2,0
2,0
[35]
formaldehyde
b.g.
b.g.
b.g.
b.g.
[0,1]
perfluoralkylstoffen (PFAS):
alcoholen, glycolen en ketonen:
overige stoffen: [0,50]
[0,50]
[0,50]
[0,50]
[200]
acrylonitril
(1,2-) butylacetaat
b.g.
b.g.
b.g.
b.g.
[0,1]
ethylacetaat
2,0
2,0
2,0
2,0
[75]
b.g. s bepalingsgrens (zie Rbk, bijlage L. behorende bij artikel 1.1)
Alle normwaarden zijn vermeld in mg/kg ds.
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
67
2.2 Deel II: Normwaarden voor grondwater In dit tweede deel van deze bijlage zijn de normwaarden voor de gemeente Rotterdam weergegeven voor stoffen in het grondwater. Alle normwaarden zijn vermeld in pg/l. Lokaal verhoogde of afgeleide normwaarden zijn vet gedrukt. Tussen haak jes staan waarden die zijn gebaseerd op Indicatieve Niveaus Ernstige Verontreiniging (INEV's), zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en het Handelingskader PFAS.
Streefwaarde Parameter
Ondiep
Tussen-
Diep
waarde
Interventiewaarde
metalen: aluminium
50
50
antimoon
5,0
5,0
12
20
arseen
50
15
75
100
barium
400
beryllium
700
800
1.000
0,050
[7,5]
[15]
0,3
3,2
6,0
cadmium
0,4
chroom(III)
1,0
2,4
16
30
kobalt
20
3,0
60
100
koper
15
3,0
45
75
kwik
0,05
0,05
0,17
0,30
lood
15
3,0
45
75
molybdeen
5,0
0,7
152
300
nikkel
5,0
20
40
75
seleen
0,070
[80]
[160]
thallium
2,0
3,5
7
tin
2,2
[26]
[50]
vanadium
1,2
[36]
[70]
[20]
[40]
100
250
500
800
0,016
0,016
0,40
0,70
zilver zink organometalen: organotin verbindingen (som) overige anorganische stoffen: boor
300
630
bromide
3.000
chloride
300.000
300.000
fluoride
1.000
200
cyaniden-vrij
5,0
cyaniden-complex
10
thiocyanaten
650.000
1.000.000
5,0
750
1.500
10
755
1.500
5,0
5,0
750
1.500
min. olie (C10-C40)
50
50
600
MTBE
15
15
9.400
componenten minerale olie:
ETBE TBA (tertiaire butanol)
15
15
9.400
50.000
50.000
100.000
d.l. s detectielimiet NAW s natuurlijke achtergrondwaarde
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
68
Streefwaarde Parameter
Ondiep
Tussen-
Diep
waarde
Interventiewaarde
vluchtige aromaten: benzeen
0,2
0,2
15
30
ethylbenzeen
4,0
4,0
127
150 1.000
tolueen
7,0
7,0
504
xylenen
0,20
0,20
35
70
styreen (vinylbenzeen)
6,0
6,0
253
300
styreen (vinylbenzeen)
6,0
6,0
253
dodecylbenzenen
300 [0,02]
fenol
0,20
0,20
1.000
som cresolen
0,20
0,20
100
200
[75]
[150]
aromatische oplosmiddelen
2.000
poly-aromaten: naftaleen
0,010
0,010
35
70
fenantreen
0,010
0,010
2,5
5,0
antraceen
0,010
0,010
2,5
5,0
fluorantheen
0,010
0,010
0,5
1,0
chryseen
0,010
0,010
0,15
0,20
benzo(a)antraceen
0,010
0,010
0,25
0,50
benzo(a)pyreen
0,010
0,010
0,030
0,050
benzo(k)fluorantheen
0,020
0,020
0,035
0,050
indeno(1,2,3cd) pyreen
0,010
0,010
0,030
0,050
benzo(ghi)peryleen
0,020
0,020
0,035
0,050
pyridine
0,50
0,50
15
30
tetrahydrofuran
0,50
0,50
150
300
tetrahydrothiofeen
0,50
0,50
2.500
5.000
dichloormethaan
0,20
0,20
500
1.000
chloroform
6,0
6,0
203
400
tetrachloormethaan (tetra)
0,20
0,20
5,0
10
vinylchloride
0,10
0,10
2,5
5,0
1,1-dichlooretheen
0,10
0,10
5,0
10
1,2-dichlooretheen (cis+tr)
0,20
0,20
10
20
gehalogeneerde oplosmiddelen:
trichlooretheen (tri) tetrachlooretheen (per) 1,1- dichloorethaan
24
24
250
500
0,010
0,010
20
40
7,0
7,0
8,5
10
1,2-dichloorethaan (EDC)
7,0
7,0
13,5
20
1,1,1-trichloorethaan
0,20
0,20
150
300
1,1,2-trichloorethaan
0,20
0,20
65
130
som dichloorpropanen
0,50
0,50
40
80
bromoform
0,10
0,10
315
630
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
69
Streefwaarde Parameter
Ondiep
Tussen-
Diep
waarde
Interventiewaarde
chlooraromaten: monochloorbenzeen dichloorbenzenen
7,0
7,0
94
180
3,0
3,0
28
50
trichloorbenzenen
0,10
0,10
5,0
10
tetrachloorbenzenen
0,020
0,020
5,0
10 1,0
pentachloorbenzenen
0,005
0,005
0,50
hexachloorbenzeen
0,005
0,005
1,0
2,0
monochloorfenolen
0,30
0,30
50
100
dichloorfenolen
0,20
0,20
15
30 10
trichloorfenolen
0,20
0,20
5,0
tetrachloorfenolen
0,050
0,050
5,0
10
1,5
3,0
pentachloorfenol
0,050
0,050
0,10
0,10
15
30 [100]
gechloreerde PAK's: monochlooranilines (som) dichlooranilines
0,10
0,10
[50]
trichlooranilines
0,10
0,10
[5,0]
[10]
tetrachlooranilines
0,10
0,10
[5,0]
[10]
0,050
[0,50]
[1,0]
0,5
1,0
0,65
0,10
0,010
pentachlooraniline
0,050
chloorpolyaromaten/chloorbestrijdingsmiddelen: a- HCH
0,020
0,020
P- HCH
0,010
0,010
y- HCH (lindaan)
0,010
0,010
som HCH's
0,050
0,050
aldrin
0,010
0,010
dieldrin
0,010
0,010
endrin
0,010
0,010
drins (som)
0,030
0,030
DDT/DDE/DDD (som)
0,060
0,060
PCB's (som 7)
0,010
0,010
0,010
a-endosulfan
0,010
0,010
2,5
5,0
chloordaan
0,020
0,020
0,11
0,20
heptachloor
0,010
0,010
0,15
0,30
heptachloorepoxide
0,010
0,010
1,5
3,0
som dioxines (I-TEQ)
0,0000010
perfluoralkylstoffen (PFAS): PFOA
[170]
PFOS
[56]
FRD-903 (GenX)
[140]
overige bestrijdingsmiddelen: azynfos-methyl
0,010
0,010
[1,0]
[2,0]
0,50
0,50
2,3
5,0
ftalaten: som ftalaten (8)
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
70
Streefwaarde
Tussenwaarde
Interventiewaarde
methanol
[12.000]
[24.000]
butanol
[2.800]
[5.600]
isopropanol
[15.500]
[31.000]
diëthyleenglycol
[6.500]
[13.000]
ethyleenglycol
[2.750]
[5.500] [1.250]
Parameter
Ondiep
Diep
alcoholen, glycolen en ketonen:
catechol
0,2
0,2
[625]
resorcinol
0,2
0,2
[300]
[600]
hydrochinon
0,2
0,2
[400]
[800]
cyclohexanon
0,50
0,50
methylethylketon formaldehyde
7.500
15.000
[3.000]
[6.000]
[25]
[50]
overige stoffen: (1,2-) butylacetaat
[3.150]
[6.300]
ethylacetaat
[7.500]
[15.000]
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
71
Bijlage 3: PFAS verwachtingenkaart.
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
72
Verwachtingenkaart PFAS 0 tot 1 m-mv (bovengrond) Monster
Poeldijk
KwinUheul
jnacker
•Hon«rlrr «dijk
Zevenhui;
Den Hoorn
•Cr4vrnz«n«l'
Delft \44ld wij k
Berkel en Rodenrijs
N??3:
01a
;erg*cl
N4/1 01+02 -08b'
'0ï?02e
08 a
0lJ02ľ?03c,
De Lier
68
Schipluiden
'02d
08 e 08 b
07 a
60b 03b
03a
62b
Meeedijk 52a
55c
-08a-
59
56c
56b \56a-;
08 c '53a-
08d 08bj
.;1|í10? NİM8
ŵ/
-
Vi107
95b
06a 06c
95a
Rock. 06b
Heeneli*!
55a
23
-92e
'92d, 92a
^921
92b
92h 92c
'49c"49 a
31+34 32a'
"36 c, B6d'
67 a 67b
43a
49b 43b
j36a.
35
e aan den IJssel
37 b 32
24+25
15+16
14
11
■42b
41 :47a -47 b’
44+48
42c
-42a42d '45e; '45d' 21+22^ 19 45b ,87b 45c 26^-26b'. 18a ,86b Jgcia)0) 18b1 45d 45d' -87 a -29aíf29b . ,45a. 86a J83g: -‘85 b-83cí 83e. -831; ţ96a 94d* )83d -94a !4b '71b, -83b 82a; :91b 'ŵd "89 c 94b 82b83a^ 81 90a 593a 71a -91c' ,89 b, 89e -9.4b 74a 72 ,89d 91a ',9’6b -96b^-Q3b ^80c 80a 84b 89a ,90b 9-4c/ /75, '80cl, s91ď 78a 84d i78b -73a 96c 91e 98 84a 73+77 84c /28j
103a1'0l1'13, 103^+106 ľ'' -06d'
f36b.
-12a B+B 27
Vlaardiiv
61b
'61a
51b i-58b 58a/
53b’
Schiedam
'110)
Ootlvoorne
51a
51c
Maassluis'
115'
65a 64a ;.64c'
55d
■51^ Ŵe-
Uttel
64b
61a 56c
07b
78c
92g
s12bļ
««n den
63
65
62a
60a
55bx
52b
08a
08 b
ieuwrrkcrk
66
X
08e
54
ř-10+13 .88
Krimpen aan den IJssel
impe un de L lolnr* Slikkerveer
Ridderkerk
78d
99b
N?18
X9.9d 99 c irtU(44İ
Rhoon
99a
Rt) «oo»d
Barendrecht
«99e-
Spi jkenisse
Hendrìl
Hellevoetsl
4
H*erj«n«d m Heinenoord
ZuidUnd Oud-BeijerUnd
Esri Nederland, Community Map Contributors
Zwijn'
N iiuh-Bi
2,5
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
I
I Gemeentegrens
1,25 ì Kilometer
Natuur/Landbouw Wonen 15-8-2022
Verwachtingenkaart PFAS van 1 tot 2 m-mv (ondergrond) Monster
Poeldijk
KwinUheuI
jnacker
•Hontrlrr «dijk
Zevenhui;
Den Hoorn
•Gravenrand'
Delft Naald wij k
Berkel en Rodenrijs
N??3:
N4/1
De Lier
;erg*cl
Schipluiden
jr uwrrkrrk .«an den
Ifttel
Meeedijk
.Ull ill'll
Maassluis' Schiedam krimpen aan den IJstel
Vlaardin;
Oottvoorne
NİM8
0\
Į
krimpe aan de
1
|
JįN^likkerveer Rotkenie
Ridderkerk
Heeneli*! N?18
44İ
irtU(
Rhoon Rt) «oord
endreclit
Spi jkenisse
Hendril
Hellevoetsl Heerjenedem Heine noord
Zuidland Oud-Beijrrland
Esri Nederland, Community Map Contributors
Zwijn'
N ieuwBi
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
I
I Gemeentegrens Natuur/Landbouw
15-8-2022
Verdachte activiteiten PFAS Monster
Poeldijk
KwinUheul
jnacker •Hon«rlrr «dijk
Zevenhui;
Den Hoorn
•Cr4vrnz«n«l'
Delft \
44 Id W İ
Berkel en Rodenrijs
N??3:
;erg*cl /Hoek HolUnd De Lier
Schipluiden
je uwerkrrk 44n den
Ilttel
Meeedijk
( apelĮ e i .1 n .1 en II es e l
Maassluis' Schiedam
Krimpen dan den IJssel
Vlaardiiv
Ootlvoorne
NİM8
R or ei
BrľîllíX impe 4tn de L
Bolne» P«t nñ
Slikkerveer Rock.
Ridderkerk
Heeneli*!
'Hoogvliet'
N?1B
44İ
rtuţ
Rhoon
emlreclit
Ri) «oord
Spi jkenisse
Hendrìl
Hellevoetsl Meerjântdem Heinenoord
ZuidUnd Oud-BeijerUnd
Esri Nederland, Community Map Contributors
Zwijni
N iiuh-Bi
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
I
I Gemeentegrens O
Wm-vergunning
A
BIO-bedrijven 27-9-2022
Bijlage 4: PFAS onderzoek. 4.1 BIO PFAS Rotterdam De tekst in deze bijlage is afkomstig uit de notitie 'Indicatieve bodemkwaliteitskaart PFAS Rotterdam' van 19 juni 2020 en de daaropvolgende overleggen en documenten die zijn gemaakt voor het vaststellen van LMW. In september 2019 is het onderzoek gestart voor het bepalen van de LAW in Rotterdam. Behalve data uit reguliere onderzoeken is ook apart onderzoek binnen het grondgebied van de Gemeente Rotterdam uitgevoerd om over vol doende data te kunnen beschikken uit gebieden waar geen werkzaamheden of herontwikkelingen plaatsvinden.
4.1.1 1e ronde boringen In november en december 2019 zijn er, verdeeld over heel Rotterdam, 100 boringen uitgevoerd. Het grondgebied van Rotterdam is opgedeeld in een raster van 2 x 2 kilometer met 100 vakken. In elk vak is in de onverharde bodem een boring tot 0,5 m-mv uitgevoerd. 1 op de 10 boringen is afgewerkt met een peilbuis.
4.1.2 2e ronde boringen Na de eerste ronde analyses in het najaar van 2019 zijn begin 2020 ter plaatse van en rondom de boringen waar verhoogde waarden zijn gemeten, aanvullende boringen uitgevoerd. Het boorpunt waar de verhoogde waarden zijn gemeten is als middelpunt genomen en hieromheen is een vak van 2 x 2 km geplaatst. Dit vak is vervolgens opge deeld in 9 afzonderlijke vakken. In elk van deze vakken is een nieuwe boring uitgevoerd. Ter plaatse van de boringen waar in de eerste ronde verhoogde waarden zijn gemeten is een peilbuis geplaats en is het grondwater ook onderzocht.
4.1.3 Grond (maaiveld tot 1,0 m-mv) Er zijn data verzameld uit in totaal 152 projecten. Daarbij ging het om projecten van het Ingenieursbureau Rotter dam, het Havenbedrijf, DCMR en externen. Dit betreft het Bijzonder Inventariserend Onderzoek (BIO) PFAS (IB2019-0302). Onderstaand is het aantal waarnemingen, het minimale en maximale gehalte en de mediaan en 80-percentielwaarde van de waarnemingen voor de gehele dataset, zonder uitschieters (waarnemingen die niet bij de overige warnemingen lijken te passen), gecorrigeerd voor organische stof en per kwaliteitsklasse van de kaartlaag bodemklasse weergegeven.
Kwaliteitsklasse Natuur PFOS
PFOA
Overige PFAS
GenX
Minimaal gehalte
0,07
0,07
0,04
0,07
Maximaal gehalte
8,3
7,4
3,7
0,14
Aantal waarnemingen
211
191
192
89
Mediaan
0,5
0,3
0,7
0,07
80-percentielwaarde
1,5
0,8
0,7
0,07
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
76
Kwaliteitsklasse Landbouw PFOS
PFOA
Overige PFAS
GenX
Minimaal gehalte
0,07
0,07
0,05
0,05
Maximaal gehalte
24
8,6
2,3
0,2
Aantal waarnemingen
110
110
107
53
Mediaan
0,7
0,7
0,7
0,07
80-percentielwaarde
1,6
1,8
0,7
0,07
PFOS
PFOA
Overige PFAS
GenX
0,07
0,07
0,02
0,03 0,07
Kwaliteitsklasse Wonen
Minimaal gehalte Maximaal gehalte
71
20
19
Aantal waarnemingen
188
185
175
70
Mediaan
0,8
0,9
0,7
0,07
80-percentielwaarde
1,8
2,2
0,7
0,07
PFOS
PFOA
Overige PFAS
GenX
Kwaliteitsklasse Industrie
Minimaal gehalte
0,07
0,07
0,06
0,07
Maximaal gehalte
28
5
18
0,07
Aantal waarnemingen
102
104
105
42
Mediaan
0,95
0,5
0,7
0,07
80-percentielwaarde
1,8
1,3
0,7
0,07
Kwaliteitsklasse 'sterk verontreinigd' PFOS
PFOA
Overige PFAS
GenX
Minimaal gehalte
0,07
0,07
0,07
0,07
Maximaal gehalte
2,5
2,6
0,7
0,07
Aantal waarnemingen
27
28
26
5
Mediaan
0,3
0,2
0,7
0,07
80-percentiel
1,4
0,8
0,7
0,07
PFOA
Overige PFAS
GenX
Ondergrond alle kwaliteitsklassen (1,0-2,0 m-mv) PFOS Minimaal gehalte
0,03
0,04
0,03
0,05
Maximaal gehalte
20,00
3,60
15,00
0,07
Aantal waarnemingen
134
117
125
26
Mediaan
0,10
0,10
0,70
0,07
80-percentielwaarde
0,2
0,2
0,7
0,07
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
77
4.1.4 Analyse data Uit de dataset blijkt dat er geen relatie is te leggen tussen de gemeten waarden en de functieklasse. Verspreid over Rotterdam laat een aantal metingen waarden zien boven de toepassingsnorm zonder dat daar een aanwijsbare oorzaak voor is. De vergelijking van de totale database met enkel de metingen van BIO PFAS laat een klein verschil zien. Een moge lijke verklaring hiervoor is dat in BIO PFAS hoofdzakelijk metingen van 0 tot 0,2 m-mv en van 0,2 tot 0,5 m-mv zitten. De totale database bevat ook metingen van de diepere (0,5 tot 1,0 m-mv) en minder belaste bodemlagen. Een analy se van de data van BIO PFAS laat dit ook zien. De 80-percentielwaarde van de monsters maaiveld tot 0,2 m-mv is hoger dan die van 0,2 tot 0,5 m-mv.
4.1.5 Voorstel Lokale Maximale Waarden PFAS-verbindingen Voor de afleiding van de LMW is de totale dataset zonder uitschieters (uitbijters) gebruikt. De klasse Industrie en 'sterk verontreinigd' zijn samengevoegd.
LMW PFAS-verbindingen in pg/kg ds
Stof
Klasse
PFOS
Natuur
1,6
Landbouw
1,6
Wonen
3
Industrie/sterk verontreinigd
7
Natuur
1,9
Landbouw
1,9
Wonen
7
Industrie/sterk verontreinigd
7
Natuur
1,4
Landbouw
1,4
Wonen
3
Industrie/sterk verontreinigd
3
PFOA
Overige PFAS, GenX
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
78
Bijlage 5: Astbestverwachtingenkaart.
Nota bodembeheer Rotterdam
Bijlagen
79
Verwachtingenkaart diffuus asbest Monster
Poeldijk
KwinUheul
jnacker
•Hontrlrr «dijk
Zevenhui;
Den Hoorn
•Cr4vrnz«n«l'
Delft \44ld wij k
Berkel en Rodenrijs
N??3:
01a
;erg*cl
N4/1 '01+02' -08 b' -Ola+020;
08 a
01+02b+03cl
De Lier
68
Schipluiden
^02d
08 e 08 b
07 a
60b 03b
08e 03a
62b
Meeedijk 52a
55c
08a
-08a
59
56c
5|e56b V56a3
53a
51c
08 c
08d
Maassluis'
115' 08bj
109111 102 112-/ " 103.a10iÏ13. 103^+106' ţ. -j107 -06d'
NİM8
27
VI aardiiv
-
06c
95a
Rock. 06b
Heeneli*!
55a
-92e
'92d, 92a
i92f’
92b
92h 92c
-36 c;. «36d' [36b, 35 j36a. 37a 37 b
31+34 32a' 32
15+16
14
'12a
23
24+25
11
10+13
67 a 67b
43a
49b 43b
e aan den IJssel «42b
41 ^5į47ai :47a -47b-
44+48
42c
-42a42d '45e; '45d" .21+22' 19 45b ,87b 45c 26a#’26b' 18a X ,-86b' 20a 20 18b^ 45d 45d' ,87a "29-^L29b \45aJ83g: 86a ‘85a; -‘85 b-83c; 83e. -83fl 96a 94d ]83dr 94a' j74b 71b, 83b 82a; "89 c -91b 82b83a 81 90a 71a -91c' ,89b, 89e ,9.4b 74a b 96^93'b 72 ,89d 91a 96 b ‘-soc 80a 84b 89a ,90b 9-4ŝ '75 ļ '87d 8m""'' s91d' 78a İ78b/ -73a 96c 91e 98 84a 73+77 84c r28j
95b
06a
61b
İ61a
51a
^49c"49a,
64a :64c:
55d
51b ^58b 58a/
53b'
Schiedam
M.1Ŵ
Ootlvoorne
64b 65a
61a 56c \ „ 57^5'
07b
63
65
62a
60a
55b
52b
08 b
ieuwrrkcrk ««n den Ifttel
66 54
78c
92g
.,12b]
Krimpen aan den IJssel
ř-10+13 88 -88
impe un de L
lolnr*
Slikkerveer
Ridderkerk
78d
99b
N?18
99d 99c
Rhoon
rtUţ44İ 99a
Rt) «oord
emlreclit
«99e-
Spi jkenisse
Hendrìl
Hellevoetsl Heerjentdem Hein* noord
ZuidUnd Oud-BeijerUnd
Esri Nederland, Community Map Contributors
Zwijn'
N iiuh-Bi
2,5
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
I
1,25
0
2,5
5
7,5
10 ì Kilometer
I Gemeentegrens Ruimtelijke Eenheid Niet diffuus asbestverdacht (puinhoudende grond í 50 mg/kg ds) Diffuus asbestverdacht (puinhoudende grond í 100 mg/kg ds)
De verwachting "niet diffuus asbestverdacht" is van toepassing als zowel de boven- als ondergrond niet diffuus verdacht zijn, of als de P80 kleiner is dan 50 mg/kg ds.
15-8-2022
Verdachte activiteiten asbest !\*Vawt«rr
Poeldijk 'atonngan Pi|n acker KwinUheul ļnáíkfí
•Huntrlrr «dijk
Drill
Don Hoorn
ijidvai* ' J
B leitwi jk
Den Hoorn
We*tíanď*nde laldwij k,
Zevenhui;
Lansrngerland
De«g*mr
B**rk.«*l cn
N??3:
/Hoek van H«jk'4Brit
De Lier
Rodenqe
(Addon
Da Lu
MaawTakta
tud-Verlaat ŴMkrrk
aan den
Ijttel
M,».d,jk
í •ipeilc ,un den INs.-l \ Capelleaan a den l.ísseí
Maassluis^ k
Maassluis
Ooslvoana'
Vl.i.irdingi Vla ar dingen
Ootlvoornc
1
Schiedam ^ Schiedam
Krimpen KKftyorļtìpn den
R» imlMwa,
Btwle BHĨIIĨX
krimpe aan de L ìolne»
A
ķĻ
Viorpddars.
Slikken eer
Roekan)»
Roe*anj«
v' Ridderkerk V Ridderkerk
HoHfĴļfkiált NiRvwwnhoorn
’oortugaol A„
Ŗhoon
,oor«uga^řbrar,,J®*ŕaar|
emBarehdrecht
Śpijkenisse
Rij «oord 6 \
Śpijkenisse Hellevoettlui» Havenhoofd
Hand Amt
Hendril Hoor) an sd am H»»rjan«d*m
Heflevoebluis Oudonhocen ZuiŴlďŵ5d
Goeree Overflal
lek«kogen
H»in»noord
'^áîtíç.Wíírt Ccri UEDC
Esri, HERE, Garmin, USGS; Esri, HERE; Esri Nederland, Community Map Contributors
Zwijn
2,5
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
I
I Gemeentegrens *
1,25
0 ì Kilometer
Puntbron asbest
15-8-2022
Verdachte gebieden asbest Poeldijk
Monster
KwinUheul
jnacker
•Hontrlrr «dijk
Zevenhui;
Den Hoorn
•Cr4vrnz«n«l'
Delft \
44 Id W İ
Berkel en Rodenrijs
N??3:
;erg*cl /Hoek HolUnd
De Lier
Schipluiden
jr uwrrkrrk 44n den
Ilttel
Meeedijk
A15K.
.1
( apelĮ e i n .1 en II es e l
Maassluis' Schiedam Rolt ere! ain Oottvoorne
Krimpen dan den IJssel
Vlaardiiv NİM8
BrľîllíX impe 4tn de L
Bolnr»
Slikkerveer Rock.
Ridderkerk
Heenvlj N?1B
«Ě? I
^Ho
44İ
rtuţ
Rhoon
endreclil
Rt) *oo»d
Spi jkenisse
Hendrìl
Hellevoetsl Meerjântdem Heinenoord
ZuidUnd Oud-Beijerlond
Esri Nederland, Community Map Contributors
Zwijn'
N iiuh-Bi
Gemeente Rotterdam Nota bodembeheer Rotterdam 2022
29-8-2022
Bijlage 6: Afleiding lokale normering boor in de grond en het grondwater. 6.1 Gedrag boor in het (natuurlijke) milieu In de meestal neutrale klei- en zandbodems (pH 6,5 à 8) van het Rijnmondgebied is boor vooral in de vorm van anionen aanwezig: als boraat (HBO41-), dan wel als perboraat (B4O72-) bij hoge concentraties. In zuurdere (venige) gronden zijn vrijwel alleen boraten aanwezig.
Boraten en perboraten zijn zeer goed oplosbaar in water tot meer dan 10 g/l. In de bodem vindt nauwelijks binding plaats van aan organische stof (humus) omdat het gaat om een negatief geladen anion. Wel vindt binding plaats aan ijzer(III)- en alumimiumoxiden, maar het ijzergehalte van zeekleigronden is in zijn algemeenheid laag en de bindingsruimte aan de positief geladen zijkanten van kleiplaatjes is beperkt, mede door de afschermende en competitieve werking van organische stof. In de zuurdere venige gronden is de binding aan ijzer/aluminiummineralen minder sterk maar neemt de binding aan organische stof toe. In de bodem is boor is zijn algemeenheid dan ook zeer mobiel. Boraten zijn zeer weinig vluchtig, waardoor depositie nauwelijks een rol speelt bij de verspreiding van boraten in het milieu. Wel kan door zogeheten inwaai van zout water sprake zijn van een verhoogde depositie in kustgebieden tijdens het stormseizoen.
Boor is een essentieel micronutriënt voor plant, dier en mens. Vanwege de mobiliteit van boor in de bodem, is het gemakkelijk opneembaar door planten, ook als de boorgehalten in de grond zeer laag zijn (0,1 à 0,5 mg/kg ds). In de dalgronden in Noordoost-Nederland is er dan ook sprake van boriumgebrek voor diverse gewassen en vindt bijmesting met boraten plaats. Overmaat van boor komt echter ook voor, met name in vulkanische gronden en soms ook in zeekleigronden. De gehalten in het grondwater zijn dan giftig voor planten. Bij een gehalte van meer dan 50 à 60 mg/kg ds zouden er voor de meest gevoelige plantensoorten (waaronder gerst) fyto-toxische effecten optreden. Voor de meeste landbouw gewassen ligt deze waarde waarschijnlijk veel hoger en is een fyto-toxische norm van 200 mg/kg ds realistischer. Ook bodemtype speelt hierbij evenwel een rol. Zover bekend, treedt er geen bio-accumulatie op in de voedselketen.