CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001704] Bijlage 2 behorende bij 23bb001702 over Nota bodembeheer Rotterdam

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 17 mei 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: VERVALLEN - Nota bodembeheer Rotterdam35.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota bodembeheer Rotterdam.

SĽŝr.

k

ÄĢp4jpc

į?Z * Aį VŤ [

‘ ^ļİP***» ■V*. v*. V Vi

:

. ŴŴ1 •Sř řv'

Gemeente Rotterdam

Mn

ĩüüï; ■ "Ullllll

turn

xŗrzīr*

XSvCVľâ

Leeswijzer De Nota Bodembeheer geeft aan hoe binnen de

De Nota is sterk technisch van aard en daarom is per

gemeente Rotterdam, in aanvulling op wettelijke regels,

hoofdstuk kort een samenvatting op hoofdlijnen

eigen regels zijn gesteld voor werken met grond of wer­

opgenomen. Zo is sneller duidelijk waar de betreffende

ken in, op en aan de bodem. Daarmee is deze Nota een

hoofdstukken over gaan.

leidraad voor aannemers, ingenieursbureaus, projectontwikkelaars, gemeentelijke diensten, water­ schappen, Rijkswaterstaat en anderen.

Nota bodembeheer Rotterdam

2

Inhoudsopgave. 1 Inleiding.

6

1.1 Doelstellingen van de Nota

7

1.2 Redenen actualiseren bodembeleid

8

1.3 Overzicht van relevante wet- en regelgeving 1.4 Reikwijdte van de Nota

8

9

1.5 Meldingen en informatie over bodemverontreiniging 1.6 Vaststelling en geldigheidsduur

10

10

2 Specifiek gemeentelijk beleid hergebruik grond en bagger. 2.1 Bodemkwaliteitskaart 2.2 Lokale normen

13

2.3 Kaartlaag functieklasse

14

2.4 Kaartlaag kwaliteitsklasse

14

2.5 Kaartlaag toepassingseis

15

2.6 Toelaatbare bijmenging 2.7 Grondtextuur

15

16

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor. 3.1 Poly- en Perfluoralkylstoffen (PFAS) 3.1.1

PFAS-verdachte locaties

3.1.2

Lokale Achtergrondwaarden PFAS

3.1.3

Lokale Maximale Waarden PFAS INEV's PFAS

3.1.5

Zorgplicht PFAS

3.1.6

Saneringsmaatregelen PFAS

18

19 19

20 20 20

3.2 Loodverontreiniging bij gevoelig gebruik Definities

21

21

3.2.2

Bepalen risico's bij diffuus lood

3.2.3

Aanvullende beoordeling contactzone bij gevoelig gebruik

3.2.4

Onderzoek contactzone bij gevoelig gebruik

23

3.2.5

Saneringsmaatregelen bij gevoelig gebruik

24

21

3.2.6

Tijdelijke beveiligingsmaatregelen

3.2.7

Advies vrijwillige maatregelen

3.3 Asbest 3.3.1

17

18

3.1.4

3.2.1

22

24

24

25

Puntbronnen asbest

25

3.3.2

Diffuse asbestverontreinigingen

3.3.3

Toepassen van niet sterk verontreinigde asbesthoudende grond

3.3.4

Lokale Maximale Waarden voor asbest

3.3.5

Tijdelijke uitname en tijdelijke uitplaatsing asbesthoudende grond

3.4 Boor

11

12

26 26

26 26

27

4 Gemeentelijk beleid grondwater. 4.1 Bepalen drijf- en zaklagen

28

29

4.2 Lokale norm voor Tert-butylalcohol (TBA)

29

4.3 Lokale Achtergrondwaarden grondwater

29

4.4 Gebiedsgerichte Aanpak bodem en grondwater in het havengebied (GGA)

Nota bodembeheer Rotterdam

30

3

5 Specifieke vereisten bodemonderzoek. 5.1 Definitie onderzoeksgebied 5.2 Beschikbare informatie

32

33

33

5.3 Uitbreiding standaardpakket

33

5.4 Toetsingsgrondslag voor eindsituatieonderzoek 5.5 Bepalen risico's

34

34

5.5.1

Bepalen humane risico's

34

5.5.2

Bepalen ecologische risico's

34

5.6 Onverwachte bodemverontreiniging 5.7 Actualisatieonderzoek

35

35

6 Bewijsmiddelen voor toepassen van grond. 6.1 Partijkeuring volgens de BRL SIKB 1000

38

6.2 In-situ-partijkeuring volgens de NEN 5740 6.3 Kwaliteit ontvangende bodem 6.4 Bodemkwaliteitskaart 6.5 Waterbodemonderzoek

38

38

38 39

6.6 Waterbodemkwaliteitskaart 6.7 Certificaten

37

39

39

7 Werken met niet sterk verontreinigde grond of bouwstof. 7.1 Grootschalige bodemtoepassing (GBT)

7.2 Richtlijn voor het toepassen thermisch gereinigde grond (TGG) 7.3 Toepassen immobilisaat en stabilisaat

Werkzaamheden binnen een inrichting (mixed in plant)

7.3.2

Werkzaamheden op locatie (mixed in place)

7.3.3

Immobiliseren

7.3.4

Stabiliseren

7.3.5

Plan van Aanpak toepassen immobilisaat of stabilisaat

42

42

43

44 44

45

7.4.1

Bij bouwen of onderhoud binnen een werk

7.4.2

Bij aanleg en onderhoud van kabels en/of leidingen

45 45

7.5 Toepassen van lichte grondvervangers zoals schuimglas

8 Werken met sterk verontreinigde grond. 8.1 Saneringsaanpak

42

42

7.3.1

7.4 Tijdelijke uitname

40

41

46

47

48

8.2 Herschikken van sterk verontreinigde grond 8.3 Afwijken van de standaard leeflaagdikte

49

49

8.4 Afwijking saneringstijdstip bij historische verontreiniging 8.5 Afwijken van een goedgekeurd saneringsplan

49

50

8.6 Afwijken instemmingsprocedure Wbb ten behoeve van kleinschalig grondverzet 8.7 Locatiebeheerplan (LBP) en raamsaneringsplan (RSP)

9 Zorgplicht.

52

9.1 Spoedreparaties zonder milieuschade

53

9.2 Ongewoon voorval met milieuschade

53

10 Toezicht en handhaving. 10.1 Grondverwerkingsketen

54

55

10.2 Toezicht en handhaving in Rotterdam

11 Literatuur.

51

51

55

57

Nota bodembeheer Rotterdam

4

Bijlage 1:

Bodemkwaliteitskaart.

Bijlage 2:

Lokale waarden Rotterdam.

2.1 Deel I: Normwaarden voor grond

59 64

64

2.2 Deel II: Normwaarden voor grondwater

68

Bijlage 3: PFAS verwachtingenkaart. Bijlage 4: PFAS onderzoek. 4.1 BIO PFAS Rotterdam

72

76

76

4.1.1

1e ronde boringen

76

4.1.2

2e ronde boringen

76

4.1.3

Grond (maaiveld tot 1,0 m-mv)

4.1.4

Analyse data

76

4.1.5

Voorstel Lokale Maximale Waarden PFAS-verbindingen

78

Bijlage 5: Astbestverwachtingenkaart.

78

79

Bijlage 6: Afleiding lokale normering boor in de grond en het grondwater. 6.1 Gedrag boor in het (natuurlijke) milieu 6.2 Toepassing boraten door de mens

83

83

6.3 Afleiding en voorstellen normen in grond

84

6.4 Afleiding en voorstellen normen in grondwater 6.5 Concentraties in oppervlaktewater 6.6 Voorstel normwaarden boor 6.7 Literatuur

Bijlage 7:

83

84

86

87

87

Uitbreiding standaardpakket.

88

7.1 Stoffenpakket, als geen voorinformatie beschikbaar is en voor grond uit het buitenland 7.2 Stoffenpakket baggerspecieloswallen en onderhoudsbagger uit haven of rivier 7.3 Stoffenpakket oude boomgaarden

88

89

89

7.4 Stoffenpakket (glas)tuinbouwgebieden

90

Bijlage 8: Overzicht stoffen en normen ten behoeve van het hergebruik van thermisch gereinigde grond en grondproducten. 91 Bijlage 9:

Definities en termen.

93

Bijlage 10: Vaststellen van het gewogen gemiddelde van de gemeten concentraties.

Nota bodembeheer Rotterdam

97

5

1 Inleiding. Samenvatting De Nota bodembeheer Rotterdam (de Nota) geeft aan welke aanvullende regels de gemeen­ te Rotterdam stelt op het gebied van bodem­ beheer. De Wet bodembescherming (Wbb) en meer specifiek het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de gemeente Rotterdam de mogelijkheid om binnen bepaalde kaders lokaal beleid vast te stellen voor het bodembeheer. Rotterdam is bevoegd gezag voor de Wbb en Bbk. DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) voert het toezicht, de handhaving en de vergunning­ verlening uit namens de gemeente. Het Rotterdamse beleid voor bodembeheer richt zich op de bescherming van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen, het evenwichtig toedelen van functies aan locaties en het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende (historische) verontreinigingen. Daarnaast geeft het beleid aan hoe (her)gebruik van grond, bagger en bouwstoffen in en op de bodem plaats kan vinden. Dit vraagt van alle partijen die met de bodem en ondergrond te maken hebben een actieve rol om nieuwe verontreinigingen van de bodem te voorkomen of ongedaan te maken. Het beleid geeft hiervoor de kaders aan. Deze Nota is een leidraad voor de uitvoerings­ praktijk die is bedoeld voor aannemers, ingenieursbureaus, projectontwikkelaars, gemeentelijke diensten, waterschappen en Rijkswaterstaat, en andere grondeigenaren en -gebruikers.

Kortom, voor iedereen die met bodemverontreiniging en/of (her)gebruik van grond, bagger of bouwstoffen te maken heeft. De Nota Bodembeheer blijft van kracht na inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Nota bodembeheer Rotterdam

1 Inleiding.

6

H' All a A 1' Bmk 1 1 t/lf I t lĩBr ţ 1 1 | . ĮļįgĄjBtfl jfe į-" (wife» 'ĩi K? ~ ľ\ . *^**ĩ5r 1

ļ

-j

t

- 1 !

1

k jļjļļļľ

-j ri

Hi

Inleiding

De Nota geeft invulling aan de wijze waarop het

In dit inleidende hoofdstuk wordt weergegeven wat de

duurzaam en doelmatig beheer van historische veront­

doelstellingen van de Nota zijn, wat de voor deze Nota

reinigingen moet plaatsvinden. Het bodembeheer is een

relevante wet- en regelgeving is en wat de reikwijdte

samenspel tussen de terreineigenaar of erfpachter en

van deze Nota is. Wilt u informatie over bodemveront­

de gemeente. De eigenaar of erfpachter is en blijft

reiniging of wilt u iets melden over bodemverontreiniging

verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit. De gemeente

of hergebruik dan kunt u daarover ook informatie in dit

stelt kaders voor activiteiten in of op de bodem - denk

hoofdstuk vinden.

aan het bouwen op verontreinigde grond - en kan voor­ waarden stellen aan de (milieuhygienische) kwaliteit van

1.1 Doelstellingen van de Nota

de bodem vanuit ecologisch oogpunt of ter bescherming

Het Bbk (lit. 17) biedt de gemeente beleidsruimte voor

of verbetering van de grondwaterkwaliteit.

een gebiedsspecifiek en functiegericht bodembeheer. Deze Nota beschrijft hoe de gemeente Rotterdam deze

De Nota is bedoeld voor aannemers, ingenieursbureaus,

beleidsruimte invult.

projectontwikkelaars, gemeentelijke diensten, water­ schappen en Rijkswaterstaat, en andere grondeigenaren

Het Rotterdamse beleid richt zich op het beschermen

en -gebruikers. Kortom, voor iedereen die met bodem­

van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen en

verontreiniging, (her)gebruik van grond en bagger en/of

aantastingen, het evenwichtig toedelen van functies aan

het toepassen van bouwstoffen te maken heeft.

locaties en het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende verontreinigingen en aantastingen. Dit vraagt

De Nota richt zich op de milieuhygiënische kwaliteit van

van alle partijen die betrokken zijn bij werkzaamheden

de landbodem en het op de landbodem toepassen van

die bodem en ondergrond betreffen een actieve rol om

grond en bagger. De Nota is opgesteld vanuit de verant­

nieuwe verontreinigingen en aantastingen van de bodem

woordelijkheden van Burgemeester en Wethouders van

te voorkomen of ongedaan te maken. Het beleid geeft

de gemeente Rotterdam. Zij zijn bevoegd gezag voor

hiervoor de kaders aan.

toepassingen van grond en bagger op of in de bodem en bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wbb.

De Nota is een leidraad voor de uitvoeringspraktijk. De bodemregelgeving is hierin vertaald naar Rotterdamse

Met de bestuurlijke vaststelling van deze Nota vervallen

regels en beleid. Ook beschrijft de Nota welke bewijs­

de Nota 'Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid

middelen gebruikt kunnen worden voor het aantonen van

Zuid-Holland' (lit. 6) en de Nota 'Actief Bodem- en

de milieuhygiënische kwaliteit van toe te passen patijen

Baggerbeheer 2013' (lit. 11).

grond en bagger en/of de ontvangende bodem. Hiervoor is onder andere een Bodemkwaliteitskaart opgesteld en

De Nota blijft van kracht na inwerkingtreding van de

zijn Lokale Maximale Waarden (LMW) vastgesteld. Ook

Omgevingswet.

zijn de mogelijkheden beschreven voor klein grondverzet, het toepassen van gestabiliseerde en geïmmobiliseerde grond en bouwstoffen en het hergebruik van thermisch gereinigde grond.

Nota bodembeheer Rotterdam

1 Inleiding.

7

1.2 Redenen actualiseren bodembeleid

aparte Wbb te vervallen. Aangezien het Rijk meer

Sinds het uitkomen van de Nota 'Gezamenlijk bodem­

bevoegdheden bij de gemeenten belegd en door de

saneringsbeleid Zuid-Hollanď in 2003 en de Nota 'Actief

systematiek van de Omgevingswet, zullen bodemregels

Bodem- en Baggerbeheer 2013' is het bodembeleid

onder meer een plaats krijgen in het gemeentelijk

verder ontwikkeld en op onderdelen gewijzigd. Het gaat

Omgevingsplan dat één van de instrumenten is onder

daarbij onder meer om de volgende zaken:

de Omgevingswet.

1. 2.

3.

4.

5.

de normstelling voor grond en grondwater is op onderdelen gewijzigd en aangevuld;

Andere redenen voor het actualiseren van de bestaande

het inzicht in de bodembelasting en de risico's voor

Nota's zijn de periodieke wettelijke verplichting om de

asbest, lood en poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)

Bodemkwaliteitskaart te actualiseren en de introductie

zijn veranderd;

van een wettelijke grondslag voor het stellen van lokale

het beheer en uitwisselen van informatie is verder

normen voor PFAS. Ook biedt de actualisatie de moge­

ontwikkeld;

lijkheid om in eerdere versies ontbrekende gebieden op

de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de

te nemen in de Bodemkwaliteitskaart en de functieklasse

bodemsanering is meer bij marktpartijen komen te

van enkele zogeheten Ruimtelijke Eenheden (RE's) aan

liggen;

te passen.

bij de overheid is het accent meer komen te liggen op het in beeld brengen en beheren van de werkvoorraad van nog te saneren (spoed)locaties en het

6.

1.3 Overzicht van relevante wet- en regelgeving

verzorgen van de informatievoorziening over

De Nota is voor de gemeente Rotterdam een nadere

verontreinigde locaties;

uitwerking van de volgende wet- en regelgeving:

de Wbb wordt opgenomen in de nieuwe

1.

de Wet bodembescherming (Wbb) (lit. 17);

Omgevingswet.

2.

de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (lit. 17);

3.

het Besluit en de Regeling Uniforme Saneringen

De bovengenoemde ontwikkelingen zijn redenen om de beide Nota's te actualiseren. De actualisatie biedt tevens

(BUS en RUS) (lit. 17) 4.

het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit (Bbk en

5.

de Verordening bodemsanering Rotterdam 2009

beleidsneutraal te laten plaatsvinden. Via de Aanvullings-

6.

de Wet milieubeheer (Wm) (lit. 17);

wet bodem Omgevingswet en het Aanvullingsbesluit

7.

het Activiteitenbesluit milieubeheer (lit. 17);

bodem Omgevingswet is het mogelijk bodemregels

8.

de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (lit. 10);

onderdeel te maken van de Omgevingswet en komt de

9.

de Woningwet (lit. 17);

de mogelijkheid om beide Nota's te integreren in één bodembeheer Nota en te anticiperen op de overgang

Rbk) (lit. 17)

naar de Omgevingswet en deze overgang zoveel mogelijk

(lit. 13);

Figuur 1 Gemeentegrens Rotterdam

Nota bodembeheer Rotterdam

1 Inleiding.

8

Figuur 2 Schema naamgeving en grenzen wateren

buitenste kruinlijn drogere oeverzone drogere oeverzone

binnendijks kruin

insteek rivier

insteek plasberm

sloot

plasberm insteek sloot

10. de Bouwverordening Rotterdam 2010 (lit. 13); 11. het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van

rivier

Landbodems zijn bodems die geen deel uitmaken van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam

PFAS-houdende grond en baggerspecie (hierna

zoals gedefinieerd in de Waterwet3. Drogere oeverzones

handelingskader PFAS, lit. 10).

binnen Rijkswateren worden wat betreft de bodem­ kwaliteit ook beschouwd als landbodem. Een uitzonde­

In het kader van deze wet- en regelgeving voert DCMR

ring hierop zijn de oppervlaktewaterlichamen binnen de

de gemeentelijke bevoegd gezag-taken uit voor het

drogere oevergebieden zoals sloten en de kunstwerken

grondgebied van Rotterdam.

die deel van uitmaken van het oppervlaktelichaam4. De afbakening van de drogere oeverzones is vastgelegd op

1.4 Reikwijdte van de Nota

de kaarten bij de Waterregeling zoals te vinden via

De Nota is opgesteld vanuit de verantwoordelijkheid

Helpdeskwater.nl (lit. 12).

van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam als het bevoegd gezag voor toepassingen

In praktijk bestaat soms verwarring over de precieze

van grond en bagger op of in de bodem en als bevoegd

grens tussen land- en waterbodem. Voor het bepalen

gezag Wbb en Bbk.

van de grens is het mogelijk gebruik te maken van de bovengenoemde kaarten en de zogeheten legger-

De gemeente Rotterdam (zie maps.rotterdam.nl en

behorende tot de keur (een verordening met de regels)

figuur 1) is bevoegd gezag voor de landbodems1. Als een

van de waterbeheerder. Daarbij is het mogelijk de grens

onderzoeksgebied of saneringsgebied de gemeentegrens

zo nodig meer specifiek te bepalen aan de hand van de

overschrijdt, dan zal het bodemonderzoek of sanerings­

zogeheten insteek van de oever of de buitenste kruinlijn.

plan worden beoordeeld door het bevoegd gezag van

Bij de aanleg of het reconstrueren van een oever kan een

het gebied waarin het grootste deel van het onderzoeks­

klein deel van de hiervoor benodigde werkzaamheden

gebied of saneringsgebied ligt2.

binnen de grenzen van de buitenste kruinlijn, het hoogste punt van de kruin, of insteek oever vallen. In dat

Deze Nota gaat alleen over de landbodem (grond en daar­

specifieke geval mag dit deel tijdens de genoemde

in aanwezig grondwater). Waterbodems (natte bodem

werkzaamheden worden beschouwd als onderdeel van

onder oppervlaktewater) vallen onder de Waterwet.

de waterbodem. Wel dient handhaving van DCMR

Voor waterbodembeheer is de waterkwaliteitsbeheerder

hiervan op de hoogte worden gebracht en dienen op

het bevoegd gezag. Rijkwaterstaat is dit voor de grote

verzoek afschriften van de meldingen aan RWS of

rivieren, meren, kanalen en hieraan liggende havens.

waterschap te worden overhandigd. Figuur 2 illustreert

De waterschappen zijn bevoegd gezag voor de overige

deze begrippen en geeft de belangrijkste grenzen

boezem- en polderwateren en hieraan liggende havens.

schematisch weer.

1

Wbb, art. 88.1

3

Wbb, art. 99 lid 4

2

Wbb, art. 55i

4

Waterregeling, art. 3.3

Nota bodembeheer Rotterdam

1 Inleiding.

9

Wanneer op een locatie van een waterbodem een

Het meldingsformulier dient samen met de benodigde

landbodem (door demping watergang) wordt gemaakt

bijlagen in PDF-formaat digitaal te worden ingediend bij

of andersom (door graven watergang), dan wijzigt ook

DCMR via info@dcmr.nl of via Cryptshare. Aanlevering

het bevoegd gezag. Hierbij is de nieuwe functie leidend.

van de grond- en grondwateranalyses moet, voorzien van

Het moment van de overgang wordt in overleg met de

X-Y coördinaten (bij voorkeur ook Z), digitaal (XML-

bevoegde gezagen vastgelegd in het plan van de

formaat) conform BRL SIKB 0101 plaatsvinden door het

herinrichting.

adviesbureau, dat het onderzoek heeft uitgevoerd.

Wanneer een geval van ernstige verontreiniging (punt­

Ontsluiting van informatie over bodemverontreiniging

bron) in de landbodem zich uitstrekt tot de bodem of

vindt plaats via Omgeving in Kaart9. Via dit portaal is

oever van een oppervlaktewaterlichaam, is de Wbb ook

het tevens mogelijk ter beoordeling ingediende bodem-

van toepassing op de oever of de bodem in het opper­

rapporten, beoordelingen van bodemrapporten en

vlaktewaterlichaam5. Uitzondering hierop is de situatie

beschikkingen Wbb in te zien en te downloaden.

waarin de bron in het oppervlaktewaterlichaam ligt en de

Zoekingangen zijn adresgegevens of kaartbeeld. Niet alle

beheerder maatregelen treft, omdat de verontreiniging

oudere rapporten zijn digitaal beschikbaar. Wel bestaat

een belemmering vormt voor het bereiken van de

de mogelijkheid deze op afspraak in te zien bij DCMR.

gebiedskwaliteit6. Locaties, bronnen en watergangen waar de sanering is gestart voor 2006 vallen onder de Wbb (hier is sprake van overgangsrecht bij de start van

DCMR Milieudienst Rijnmond

de Waterwet).

Parallelweg 1 te Schiedam. Afspraken kunnen worden gemaakt via het

Indien voor een locatie reeds een saneringsplan of loca­

telefoonnummer 010 - 24 68 000 of e-mailadres

tie beheer plan (LBP) is beschikt door het bevoegd ge­

info@dcmr.nl

zag dan zijn de voorwaarden en eisen in dat plan lei­ dend. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij procesafspraken zoals de benodigde meldingen en de

1.6 Vaststelling en geldigheidsduur

omgang met onverwachte bodemverontreiniging. Bij

De Nota, met bijbehorende Bodemkwaliteitskaart,

onduidelijkheden of ongewenste consequenties wordt

treedt in werking nadat deze door de gemeenteraad is

geadviseerd in overleg te treden met de DCMR.

vastgesteld. In beginsel vindt vaststelling plaats voor een periode van 10 jaar. Na deze periode is het mogelijk

1.5 Meldingen en informatie over bodemverontreiniging

de Nota aan te passen, bijvoorbeeld wanneer het nood­ zakelijk blijkt de LMW te herzien. Vaststelling van de

Er geldt een wettelijke meldingsplicht7 bij werkzaam­

bijbehorende Bodemkwaliteitskaart vindt in principe

heden met sterk verontreinigde grond en het toepassen

elke 5 jaar opnieuw plaats.

van grond en bagger. Voor het melden van bodem­ onderzoek en bodemsanering is het noodzakelijk een

Het kan nodig zijn de Nota, of de Bodemkwaliteitskaart,

meldingsformulier in te vullen. Informatie over meldingen

tussentijds te herzien. Bijvoorbeeld wanneer wets­

is beschikbaar op de website van DCMR8. Via deze

wijzigingen, actuele ontwikkelingen of voortschrijdend

website is het ook mogelijk meldingsformulieren digitaal

inzicht daartoe aanleiding geven.

in te vullen. DCMR biedt belanghebbenden de gelegen­ heid om onderzoeken, bijvoorbeeld in het kader van 'onroerend goed'-transacties, te laten beoordelen.

De invoering van de Omgevingswet brengt een ingrij­ pende wijziging van de landelijke regelgeving met zich mee. Dit kan aanleiding zijn om de Nota te herzien.

5

Wbb, art. 63b en c

6

Waterwet, art. 5.17

7

Wbb, art. 28

8

www.dcmr.nl/meldingen-en-formulieren-bodem

Nota bodembeheer Rotterdam

1 Inleiding.

9

dcmr.gisinternet.nl

10

2 Specifiek gemeentelijk beleid hergebruik grond en bagger. Samenvatting Het Bbk geeft de gemeente Rotterdam de mogelijkheid om lokaal beleid vast te stellen voor het hergebruik van grond en bagger binnen de gemeente. Hiervoor heeft de ge­ meente een Bodemkwaliteitskaart opgesteld. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de Bodemkwaliteits­ kaart werkt, welke specifieke normen en kaartlagen de gemeente kent en hoe gehandeld moet worden bij hergebruik van grond, bagger of bouwstoffen. In aanvulling hierop gaat hoofdstuk 3 meer specifiek in op een aantal stoffen die extra aandacht verdienen en waarvoor aanvullende eisen gelden: PFAS, lood, asbest en boor.

Nota bodembeheer Rotterdam

2 Specifiek gemeentelijk beleid hergebruik grond en bagger.

11

m 1"W

SiSŝS ■■I

Inleiding

De kwaliteits- en functieklassen zijn (gebiedsspecifiek)

Het Bbk regelt dat de gemeente Rotterdam bevoegd

onderverdeeld in Natuur, Landbouw, Wonen en Industrie.

gezag is voor de landbodem binnen de gemeentegrenzen.

Omdat beide klassen op dezelfde wijze zijn onder­

Dit Besluit geeft de gemeente de mogelijkheid om lokaal

verdeeld, wordt er in algemene zin gesproken over klasse

beleid op te stellen als het gaat om het hergebruik van

wanneer het onderscheid tussen beiden niet relevant is.

grond, bagger en bouwstoffen binnen de gemeente. Dit

Deze kaartlagen met de klassen en de kaartlaag met de

hoofdstuk behandelt de gebiedsspecifieke eisen en

toepassingseis worden verder in dit hoofdstuk behandeld.

normen die gelden voor het hergebruik van grond en

De verwachtingenkaarten en kaarten met verdachte

bagger binnen de gemeente Rotterdam.

activiteiten zijn beschreven in bijlage 3 en 4 voor PFAS en bijlage 5 voor asbest. Enkele RE's zijn niet gezoneerd,

2.1 Bodemkwaliteitskaart

omdat er onvoldoende of voldoende betrouwbare

Als onderdeel van het gebiedsspecifieke beleid voor het

gegevens beschikbaar zijn.

hergebruik van grond en bagger zijn diverse kaartlagen opgesteld. Een aantal daarvan is verplicht op grond van

De kaartlagen zijn bruikbaar bij veelvoorkomende

het Bbk. De kaartlagen geven informatie over de:

grondverzetwerkzaamheden. Onder meer omdat de

1.

bodemfunctieklasse (hierna: functieklasse);

kaartlagen:

2.

bodemkwaliteitsklasse (hierna: kwaliteitsklasse)

1.

van 0 tot 1 meter beneden maaiveld (m-mv) (bovengrond); 3.

grondverzet zonder keuring is toegestaan; 2.

laten zien waar toepassing van grond en bagger

3.

dienen als bewijsmiddel voor de kwaliteit van

kwaliteitsklasse van 1 tot 2 m-mv (ondergrond);

4. toepassingseis van her te gebruiken grond en/of bagger;

gebieden tonen waar onder bepaalde voorwaarden

mogelijk is; vrijkomende grond en/of de ontvangende bodem.

5.

PFAS-verwachting en PFAS-verdachte activiteiten;

6.

asbestverwachting en asbest-verdachte activiteiten.

De combinatie van deze kaartlagen wordt de Bodemkwaliteitskaart genoemd. De Bodemkwaliteitskaart is ingedeeld in Ruimtelijke Eenheden (RE's). Binnen een RE is er sprake van een bepaalde functieklasse (ad 1), kwaliteitsklasse (ad 2 en 3), toepassingseis (ad 4) en verwachting (ad 5 en 6). De functieklasse hoeft niet hetzelfde te zijn als de kwaliteitsklasse en de kwaliteitsklasse van de boven­ grond kan anders zijn dan die van de ondergrond.

Nota bodembeheer Rotterdam

2 Specifiek gemeentelijk beleid hergebruik grond en bagger.

12

opzichte van het generieke beleid. Deze klasse zit wat

Beheergebied en mogelijke aanpassing beheergebied

betreft de mate van verontreiniging in tussen Natuur en

Het Bbk gaat uit van het gemeentelijke grondge­

Wonen, waarbij de klasse Natuur de minste veront­

bied als beheergebied. Regionale samenwerking

reinigingen kent. De functieklasse Landbouw geldt voor

kan aanleiding zijn het beheergebied uit te

gebieden die een bestemming kennen als moestuin,

breiden tot buiten de gemeentegrenzen. Voor het

volkstuin en landbouw.

aanpassen van het beheergebied is goedkeuring nodig van de gemeenteraad. In het geval van een

Op basis van resultaten uit bodemonderzoeken zijn

uitbreiding wordt de Bodemkwaliteitskaart van

LAW en LMW vastgesteld voor een scala aan stoffen.

het uitgebreide gebied door de gemeente

Deze LAW en LMW zijn opgenomen in bijlage 2 en zijn

Rotterdam geaccepteerd als bewijsmiddel voor

gegeven per stof en per klasse. Partijen grond en bagger

de kwaliteit van de grond. De website van DCMR

die voldoen aan de generieke AW worden altijd ingedeeld

vermeldt wat de grenzen zijn van het vigerende

in de klasse Natuur, ook als de LAW in specifieke gevallen

beheergebied en van welke gemeenten/

strenger uitvallen.

instanties de Bodemkwaliteitskaarten worden geaccepteerd.

Ten opzichte van de vorige Nota uit 2013 (lit. 11) zijn er lokale normen vastgesteld voor PFAS (paragraaf 3.1), asbest (paragraaf 3.3), boor (paragraaf 3.4), tertbutyl-

2.2 Lokale normen

alcohol (TBA, paragraaf 4.2) en de aanwezigheid van

Om het hergebruik van grond en bagger te reguleren

bodemvreemd materiaal (paragraaf 2.6). Voor lood

kent het Bbk een classificatie voor de mate van veront­

gelden er speciale normen voor de contactzone bij

reiniging (tabel 1). Deze classificatie geeft voor een

zogeheten gevoelig gebruik (paragraaf 3.2).

bepaalde klasse aan wat het maximale gehalte is van

De onderbouwing van de overige lokale normen is op­

een bepaalde stof in de bodem.

genomen in de vorige Nota uit 2013. Deze normen zijn niet gewijzigd.

Aan elke klasse is dus een norm gekoppeld. In het generieke (landelijke) beleid betreft dit de Achtergrond-

De LAW en LMW zijn van toepassing voor het bepalen

waarde (AW) voor schone grond (ook wel klasse Natuur

van de klassen van her te gebruiken grond of bagger uit

genoemd) en Maximale Waarden (MW) voor de klassen

het gehele beheergebied (zie figuur 1, paragraaf 1.4).

Wonen en Industrie. Het Bbk10 biedt gemeenten de

Een uitzondering hierop zijn de LAW en LMW voor PFOS

mogelijkheid om gemotiveerd van de generieke normen

(zie paragraaf 3.1).

af te wijken. In het gebiedsspecifieke beleid onderscheidt de gemeente de Lokale Achtergrondwaarde (LAW) voor

Grond die verontreinigd is tot boven de LMW Industrie

de klasse Natuur en de Lokale Maximale Waarden (LMW)

wordt geclassificeerd als niet toepasbaar.

voor de klassen Landbouw, Wonen en Industrie. De gemeente kent dus een extra klasse Landbouw ten

Tabel 1 Kwaliteitsklassen

Generiek

Gebiedspecifiek

Grenswaarden (elke parameter moet kleiner zijn dan)

Schoon

Natuur

(Lokale) achtergrondwaarde

Landbouw

Lokale Maximale Waarde Landbouw

ŝ é

Wonen

Wonen

Industrie

Industrie

Niet Toepasbaar

Niet Toepasbaar

(Lokale) Maximale Waarde Wonen (Lokale) Maximale Waarde Industrie

10 Bbk, art. 44

Nota bodembeheer Rotterdam

2 Specifiek gemeentelijk beleid hergebruik grond en bagger.

13

2.3 Kaartlaag functieklasse

asfalt of ballastbed, de functieklasse Industrie. De wegen

Het bodemgebruik en de bestemming van de bodem is

waarop deze uitzondering van toepassing is, zijn:

vastgelegd op de kaartlaag functieklasse, ook wel

1.

rijkswegen (A-wegen);

bodemfunctiekaart. Hierbij zijn alle relevante functies in

2.

spoorwegen;

het stedelijke gebied ingedeeld in RE's met een bepaalde

3.

N15;

functieklasse. Overeenkomstig de Regeling bodem­

4.

N210;

kwaliteit (2021) is de meest gevoelige en/of dominante

5.

Maasvlakteweg;

functie binnen die RE maatgevend voor deze indeling.

6.

Container Express Route (CER).

Binnen een RE met overwegend woonbebouwing, zoals veel oude vooroorlogse wijken, is de functieklasse

2.4 Kaartlaag kwaliteitsklasse

daarom Wonen. Dit ondanks het feit dat er in deze wijken

De kaartlagen met kwaliteitsklassen van de boven- en

ook bedrijven aanwezig kunnen zijn. Bij het opstellen

ondergrond is opgesteld volgens de Richtlijn bodem-

van de kaartlaag is een extra klasse Landbouw toege­

kwaliteitskaarten (lit. 10). In aanvulling op deze richtlijn

voegd (zie paragraaf 2.2). De functieklassen die de

is bij het opstellen van de kaartlaag een extra klasse

gemeente Rotterdam onderscheidt, zijn weergegeven

Landbouw toegevoegd (zie paragraaf 2.2). De bodem-

in tabel 2.

kwaliteitsgegevens waarop de kaartlaag is gebaseerd, zijn getoetst aan de zogeheten 80-percentielwaarden.

Wegen binnen een RE hebben dezelfde functieklasse

Dit betekent dat het risico dat een partij grond of bagger

als het omliggende gebied. Uitzondering hierop vormen

tot een slechtere kwaliteitsklasse behoort dan is inge­

enkele grotere (spoor)wegen. Deze zijn apart aangegeven

schat op basis van de kaartlaag, wordt beperkt tot 20 X.

op de kaartlaag en hebben de functieklasse Industrie,

De bodemkwaliteitsgegevens komen uit een dataset

ongeacht de RE waarin ze zich bevinden. Ook de bermen

van uitgevoerde bodemonderzoeken binnen de

van deze wegen krijgen, tot aan een fysieke afscheiding

gemeente Rotterdam.

met een maximum van 10 meter vanaf de rand van het

Tabel 2 Functieklassen van Rotterdam

Functieklasse

Nadere omschrijving bodemgebruik/bestemming

Natuur

Natuurgebieden (Natura 2000/Wet natuurbescherming/ Natuur Netwerk Nederland) Natuur- en recreatiegebieden Natuurontwikkelingsgebieden Ecologische verbindingszones Buitenstedelijke recreatiegebieden en ecologische zones (Stedelijke) natuurparken (bestemmingsplan)

4 Landbouw

Wonen met moestuin ^ 200 m2), volkstuincomplexen Landbouw en/of veeteeltgebieden (Glas)tuinbouwgebieden Fruit- en boomteeltgebieden

Wonen

Wonen met tuin of (semi-)openbaar groen Wonen zonder tuin/groen, en straten/pleinen in woonwijken Speelplaatsen/plaatsen waar kinderen spelen Centrumfuncties, winkels en scholen Ziekenhuiscomplexen Openbaar groen, stadsparken, binnenstad, recreatiegebied Sportvelden/complexen en begraafplaatsen Botanische en dierentuinen Braakliggend ten behoeve van woningbouw Speellocaties

é Industrie

é Nota bodembeheer Rotterdam

Bedrijfskavels en bedrijventerreinen, havengebieden Kantorenparken met/zonder groen Rijkswegen en spoorlijnen Onbedekte stortplaatsen Braakliggend ten behoeve van bedrijfsmatig gebruik

2 Specifiek gemeentelijk beleid hergebruik grond en bagger.

14

’ ~ * "I

rĉĩLm

.

i

Ç

i

De indeling in RE's is op basis van historisch onderzoek tot

2.6 Toelaatbare bijmenging

stand gekomen; binnen een RE is sprake van eenzelfde

In grond of bagger is vaak bodemvreemd materiaal

ophoog- en gebruiksgeschiedenis. Hierbij is onderscheid

aanwezig (zoals puin, hout of baksteen) dat zich al voor

gemaakt naar de bodemlaag van maaiveld tot 1 m-mv

afgraving in de bodem bevindt. De aanwezigheid van

en de bodemlaag van 1 tot 2 m-mv. Bodemlagen dieper

bodemvreemd materiaal in grond of bagger is niet

dan 2 meter zijn niet in de Bodemkwaliteitskaart opge­

bezwaarlijk, maar is wel begrensd op grond van Bbk11

nomen. Voor het hergebruik van grond afkomstig uit

en Rbk12. Het gaat nadrukkelijk om bodemvreemd

diepere lagen zie paragraaf 6.4.

materiaal dat al in de bodem aanwezig is en niet om het

Lintbebouwing is apart aangegeven op de kaartlaag.

aan grond of bagger.

passief of actief toevoegen van bodemvreemd materiaal Deze vorm van bebouwing staat langs oude wegen. In het verleden hebben hier veel ophogingen met voorna­

Toe te passen partijen grond en bagger mogen:

melijk puin en afval plaatsgevonden. Bij lintbebouwing

1.

maximaal 20 gewichtsprocenten bodemvreemd

wordt daarom vaak een historische, diffuse bodem­

materiaal bevatten. Het gaat dan om steenachtig

verontreiniging aangetroffen. Bij lintbebouwing is de

materiaal of onbewerkt hout, dat voorafgaand aan

bodemkwaliteit niet voldoende bekend. Om die reden is

het ontgraven of bewerken al in de grond of bagger

het niet mogelijk de Bodemkwaliteitskaart als bewijs­

aanwezig was en waarvan niet te voorkomen is dat

middel te gebruiken voor grond die afkomstig is van de

de grond of bagger daarmee vermengd is. Het doel

op de kaartlaag aangegeven lintbebouwing.

hiervan is dat bijvoorbeeld trottoirtegels, klinkers, funderingsresten, peilbuismaterialen, beschoeiingen

2.5 Kaartlaag toepassingseis

en erfafscheidingsmaterialen eerst verwijderd

Volgens het Bbk mag een partij grond of bagger op een

worden voordat een partij grond ontgraven of

locatie worden toegepast wanneer de kwaliteitsklasse ervan voldoet aan zowel de functieklasse als de

toegepast wordt; 2.

alleen sporadisch ander bodemvreemde materia­

kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem. Op de

len bevatten. Hieronder wordt ander materiaal dan

kaartlaag toepassingseis is per RE de strengste eis

steenachtig materiaal of onbewerkt hout verstaan.

weergegeven. Als de partij toe te passen grond of

Het gaat dan om bijvoorbeeld plastic, piepschuim,

bagger voldoet aan de klasse zoals die op de kaartlaag

glas, metaal, verduurzaamd hout. Het gaat om

is aangegeven, dan mag de grond daar worden gebruikt.

bodemvreemde materialen, die voorafgaand aan het

De toepassing dient gemeld te worden conform het Bbk.

ontgraven of bewerken in de grond of bagger al aanwezig was. De bijmenging dient verwijderd te

Voor enkele grotere wegen zoals rijkswegen, provinciale

worden als dit redelijkerwijs mogelijk is. Wanneer

wegen en spoorlijnen geldt dat er geen dubbele toetsing

geen verwijdering plaatsvindt, is het noodzakelijk

plaatsvindt. Er wordt alleen getoetst aan de functieklasse Industrie (zie paragraaf 2.3).

Nota bodembeheer Rotterdam

11

Bbk, art. 34

12

Rbk, art. 1.1 lid 2

2 Specifiek gemeentelijk beleid hergebruik grond en bagger.

15

dit bij melding te motiveren. Onder sporadisch aanwezig wordt verstaan: minder dan 2 procent. Voor kunststoffen en verduurzaamd hout zijn dit volumeprocenten en voor glas en metalen zijn dit gewichtsprocenten; 3. geen zichtbaar asbesthoudend en asbestverdacht materiaal bevatten. Aanwezig zichtbaar asbesthoudend en asbestverdacht materiaal dient voor het toepassen verwijderd te worden. Meer specifiek is dit uitgewerkt in paragraaf 3.3.3.

2.7 Grondtextuur Toe te passen grond of bagger wordt onderdeel van de ontvangende bodem. Om ervoor te zorgen dat de toe te passen grond en de (gerijpte) bagger duurzaam de gewenste functie kan vervullen, gelden in een aantal gebieden aanvullende eisen: 1.

in natuurbeschermings- of grondwaterbeschermings­ gebieden is alleen toepassing van schone grond met een gebiedseigen textuur toegestaan;.

2.

voor duingebieden geldt dat alleen schoon duinzand of sterk hiermee overeenkomend schoon zeezand mag worden toegepast;

3.

in landelijke veengebieden is alleen toepassing toegestaan van veen of venige kleigrond.

Mogelijk stellen ook opdrachtgevers aanvullende civiel­ technische, cultuurtechnische en/of vruchtbaarheidseisen vanwege een beoogde specifieke toepassing. Voorbeelden hiervan zijn dijkenklei, ophooggrond en bomenzand.

Nota bodembeheer Rotterdam

2 Specifiek gemeentelijk beleid hergebruik grond en bagger.

16

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor. Samenvatting Een aantal bodemverontreinigingen krijgt in dit hoofdstuk specifieke aandacht. Daarbij gaat het allereerst om PFAS, een verzameling stoffen die pas recent in beeld is gekomen als veront­ reiniging. Het Rijk werkt aan een definitief normenstelsel voor deze stoffen, maar in afwachting daarvan heeft de gemeente Rotterdam zelf beleid ontwikkeld en zijn normen vastgesteld die in deze Nota worden toegelicht. Daarnaast is lood op veel plaatsen in Rotterdam in de bodem aanwezig. Doordat er in Rotterdam in het verleden loodwitfabrieken hebben gestaan (ten behoeve van de verfpigmentproductie), is de omvang van het probleem groter dan in veel andere steden. Een onderzoek van het RIVM naar diffuse loodverontreiniging in de bodem maakt duidelijk dat het (negatieve) effect van lood op de gezondheid van met name jonge kinderen groter is dan eerder verwacht. Om het risico op blootstelling aan lood te verminderen heeft Rotterdam aanvullende maatregelen in het loodbeleid opgenomen. Asbest in de bodem is lastig te onderzoeken. Op basis van voortschrijdend inzicht en voort­ schrijdende regelgeving wordt toegelicht hoe en wanneer onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem plaats moet vinden. Tot slot is ingegaan op boor, een stof die soms door specifieke bedrijvigheid in Rotterdam voorkomt.

Voor deze specifieke gevallen zijn daarom Lokale Achtergrond- en Maximale Waarden voor boor afgeleid.

Nota bodembeheer Rotterdam

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor.

17

^r-r -^r

tåmmm

S5^ţ

■ - ä. .

,-‘ *

ir ’UW: «jFV*

Inleiding

zijn toegepast en/of opgeslagen, kan sprake zijn van

Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop Rotterdam

hoge gehalten in grond en grondwater.

omgaat met een aantal specifieke (bodemverontreinigende) stoffen. Daarbij gaat het om PFAS (paragraaf

Op het moment dat er landelijke wijzigingen plaatsvinden

3.1) lood (paragraaf 3.2) asbest (paragraaf 3.3) en boor

in het handelingskader PFAS en/of interventiewaarden,

(paragraaf 3.4).

zijn deze voor de gemeente van toepassing.

3.1 Poly- en Perfluoralkylstoffen (PFAS)

3.1.1 PFAS-verdachte locaties

Poly- en Perfluoralkylstoffen (PFAS) is een verzameling

Onder andere de volgende locaties zijn verdacht voor

stoffen die in gebruik zijn bij de productie van onder

het voorkomen van een verontreiniging met PFAS in de

meer anti-aanbaklagen, regenjassen, tapijt en brand-

grond en het grondwater:

blusmiddelen. Verschillende PFAS zijn toxisch (verdacht

1.

carcinogeen), persistent, bio-accumulerend en boven­

2.

vliegvelden; brandweeroefenplaatsen;

dien mobiel in de bodem. Depositie (het neerslaan van

3.

in het havengebied: opslagplaatsen van PFAS-

vaste stoffen en gassen op een ondergrond) vanuit de

houdend blusschuim en plekken, waar dit schuim is

lucht op de bodem is één van de verspreidingsmecha-

toegepast vanwege branden, morsingen van

nismen. Op veel plaatsen worden PFAS aangetroffen.

chemicaliën en andere calamiteiten; 4.

bedrijven waar de productie van fluorpolymeren

Via het handelingskader PFAS (lit. 10) beoogt het minis­

zoals teflon plaatsvindt of waar verwerking plaats­

terie van Infrastructuur en Waterstaat de bestaande

vindt in eindproducten en/of sprake is van andere

stagnatie op te heffen en een landelijk kader te bieden voor het hergebruik van PFAS-houdende grond en bag­

toepassingen van PFAS in bedrijfsprocessen; 5.

ger.

(glas)tuinbouwbedrijven: plaatsen waar bestrijdings­ middelen (met mogelijk toegevoegd PFAS) zijn opgeslagen of gebruikt;

Voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX zijn door het RIVM

6.

Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging

galvanobedrijven: bij het verchroomproces is mogelijk PFOS gebruikt als mistonderdrukker om

(INEV's) in grond en grondwater afgeleid. INEV's dienen

het vrijkomen van giftige chroom(VI)-dampen tegen

dan als een soort voorlopige interventiewaarde. Aan de

te gaan;

hand van deze waarden is het mogelijk om te beoordelen

7.

PFAS-houdende lozingen belasten de grote rivieren

of er locaties zijn waar sprake is van een geval van

nog zodanig dat de onderhoudsbagger in het

ernstige verontreiniging.

Rijnmondgebied diffuus belast is met PFAS. Dit

Met het handelingskader PFAS en de INEV's voor PFAS

van voor 1980, omdat de productie van PFAS pas

is het noodzakelijk om bij voorgenomen activiteiten in

rond die tijd is gestart;

geldt niet voor de onderhoudsbaggerspecielocaties

grond en bodem tijdens het vooronderzoek (zie ook hoofdstuk 5) na te gaan of sprake is van een PFASverdachte locatie. Ter plaatse van locaties, waar PFAS

Nota bodembeheer Rotterdam

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor.

18

8. emissies van PFAS naar de lucht hebben mogelijk

wordt overschreden. In de ondergrond (tussen 1 en 2

geleid tot een omvangrijke belasting in de wijde

meter onder het maaiveld) is vrijwel geen PFAS aange­

omgeving van een bron als gevolg van depositie

toond. Daarom is voor de ondergrond geen onderscheid

vanuit de lucht op de bodem. Mogelijk speelt dit ook

gemaakt naar kwaliteitsklasse.

bij afva lverbrandingsinstallaties. In tabel 3 zijn achtergrondconcentraties weergegeven. De verdachte locaties binnen Rotterdam zijn geïnventa­ riseerd en vermeld op de PFAS-verwachtingenkaart (zie bijlage 4). Het gaat daarbij onder andere om: 1.

de voormalige brandweeroefenplaatsen van Rotterdam. Daarnaast zijn er enkele bestaande

Tabel 3 Achtergrondconcentraties in Ņg/kg ds

Bovengrond (tot 1 m-mv)

PFOS

PFOA

Overige PFAS

Natuur

1,5

0,8

0,7

Landbouw

1,6

1,8

0,7

1,8

2,2

0,7

1,8

1,3

0,7

0,2

0,2

0,7

brandweertrainingslocaties in het havengebied waar regelmatig met PFAS-houdend blusschuim is geoefend; 2.

Rotterdam The Hague Airport, waar PFAS behalve in brandblusmiddelen ook bij het ijsvrij maken (de-icing) wordt gebruikt;

3.

Wonen

locaties in het havengebied, waar calamiteiten (branden, morsingen van chemicaliën) zijn bestreden met fluorhoudend blusschuim. Blusschuim geldt vooralsnog als de grootste bron van PFAS-emissies

Industrie

Ś

é

Ondergrond (1 - 2 m-mv)

in het milieu. Wanneer op de bodem een verdenking rust van een

Op basis van de aangetroffen achtergrondconcentraties

verontreiniging met één of meerdere PFAS, dan is het

en de generieke Achtergrondwaarden zijn voor Rotterdam

noodzakelijk de bodem te analyseren op het volledige,

de volgende LAW voor PFAS vastgesteld. In tabel 4 zijn

landelijke standaardpakket PFAS. Bovendien is dan ook

deze LAW weergegeven.

onderzoek naar PFAS in het grondwater noodzakelijk (zie paragraaf 4.1). Omdat bij onderzoeken in Rotterdam geen aanwezigheid van GenX is aangetoond, is de ana­

Tabel 4 LAW PFAS in ^g/kg ds

lyse op deze stof in Rotterdam alleen noodzakelijk wan­ PFOS

PFOA

Overige PFAS

Bovengrond (tot 1 m-mv)

1,6

1,9

1,4

Ondergrond (1 - 2 m-mv)

0,2

0,2

0,7

neer er aanwijzingen zijn voor het gebruik van deze stof op de betreffende locatie. Het landelijke standaardpakket PFAS omvat nu 30 stoffen die zijn opgenomen in de Advieslijst te meten PFAS' (lit 12) van 12 juli 2019 (Bodem+L Via een bekendmaking op de website van DCMR of via Bodems, kan dit pakket aangepast worden.

3.1.2 Lokale Achtergrondwaarden PFAS

3.1.3 Lokale Maximale Waarden PFAS

In het handelingskader PFAS zijn de generieke

Voor de klassen Natuur en Landbouw gelden als LMW

Achtergrondwaarden voor PFAS opgenomen.

bij hergebruik van grond de aangetroffen LAW van de bovengrond voor PFAS (zie tabel 5). Deze komen overeen

De LAW voor PFAS zijn binnen de gemeente Rotterdam

met het gemiddelde verontreinigingsniveau in Rotterdam

mede op verzoek van de minister bepaald. Het onderzoek

op onbelaste bodems.

en de resultaten zijn beknopt weergegeven in bijlage 4. Voor de klasse Wonen hanteert de gemeente Rotterdam De Rotterdamse Bodemkwaliteitskaart kent vier kwali­

de ecologische risiconorm voor Natuur. De gemeente

teitsklassen. Per kwaliteitsklasse is voor de bovengrond

Rotterdam volgt hiermee het landelijke beleid.

(tot 1 m-mv) de PFAS-achtergrondconcentratie bepaald op basis van de 80-percentielwaarde (ofwel de P80) van

Voor de klasse Industrie is de LMW vastgesteld op 7 |ig/

alle metingen per kwaliteitsklasse. De P80-waarde is de

kg ds voor PFOS. Bij dit gehalte zijn er geen risico's voor

waarde die in 80 X van alle gedane waarnemingen niet

mens en milieu te verwachten, terwijl deze waarde het

Nota bodembeheer Rotterdam

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor.

19

Tabel 5 LMW en generieke MW voor PFAS in de grond (pg/kg ds)

PFOS

PFOA

Overige PFAS

Lokaal

Generiek

Lokaal

Generiek

Lokaal

Generiek

Natuur

1,6

1,4

1,9

1,9

1,4

1,4

Landbouw

1,6

1,4

1,9

1,9

1,4

1,4

3

3

7

7

3

3

7

3

7

7

3

3

Wonen Industrie

é 4

hergebruik van grond sterk stimuleert. Deze norm ligt

Op het moment dat er nieuwe INEV's of interventie­

ruim onder de risiconormen van het RIVM (INEV's)

waarden worden vastgesteld, zijn deze ook van toepas­

(paragraaf 3.1.4). Deze verruiming is alleen van toepas­

sing voor (het beleid van) de gemeente Rotterdam.

sing op grond die afkomstig is uit de gemeente Rotter­ dam. Via bekendmakingen op de websites van de ge­

3.1.5 Zorgplicht PFAS

meente Rotterdam en DCMR kan deze verruiming ook

Wanneer een verontreiniging met PFAS is ontstaan als

van toepassing worden verklaard op grond van regioge­

gevolg van incidenten of bedrijfsvoering op de locatie

meenten.

na 1987, is er in principe sprake van een nieuw geval van verontreiniging en geldt de zorgplicht.

3.1.4 INEV's PFAS Door het RIVM zijn INEV's voor PFAS vastgesteld13

Als de kwaliteitsklasse van de bodem wat betreft PFAS

zoals weergegeven in tabel 6 (lit. 9). In de grond of het

voldoet aan de kwaliteitsklasse van de kaartlaag bo­

grondwater kan een geval van ernstige verontreiniging

demkwaliteit, dan is er geen sprake van een nieuw geval

worden bepaald op basis van de INEV's. Hiervoor gelden

van verontreiniging met PFAS. Terugsaneren tot de

dezelfde uitgangspunten als een geval van ernstige

LMW behorend bij de kwaliteitsklasse van de kaartlaag

verontreiniging die wordt bepaald op basis van een

bodemkwaliteit is daarmee mogelijk.

interventiewaarde.

3.1.6 Saneringsmaatregelen PFAS Het saneren van grond die met PFAS is verontreinigd, is

Tabel 6 INEV's voor PFAS in de grond (pg/kg ds)

nog niet goed mogelijk. Daar zijn verschillende redenen

Grond ^g/kg ds

Grondwater (drinkwater) ng/l

Grondwater (zonder drink­

voor:

water) ng/l

1.

PFOS

59

9,9

2.700

PFOA

60

20

8.600

INEV's voor PFAS

voor PFAS-houdende grond is een beperkte niet-reinigbaarheidsverklaring afgegeven door Rijkswaterstaat-leefomgeving/Bodem^, op grond van de argumentatie dat binnen vijf jaar reinigings­ technieken beschikbaar komen;

2. FRD-903 (GenX)

57

330

het storten van PFAS-houdend slib is tot op heden maar op enkele stortplaatsen mogelijk;

60.000 3.

omdat er (nog) geen landelijke normering is voor PFAS in grond, is het voor grondreinigers te risicovol

Op het moment van schrijven van deze Nota is het

om PFAS-grond te reinigen. De afzet van de

landelijke beleid rondom PFAS nog sterk in ontwikkeling.

gereinigde grond is immers niet geregeld.

In gevallen van bodemverontreiniging waarbij de sanering van met PFAS verontreinigde grond nodig is, is 13

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstuk-

het noodzakelijk in overleg met DCMR te zoeken naar

ken/2022/05/02/verzamelbrief-bodem-en-ondergrond

maatwerkoplossingen.

https://www.rivm.nl/documenten/risicogrenzen-ten-behoeve-van-vaststelling-van-interventiewaarden-voor-pfos-pfoa-en-0

Nota bodembeheer Rotterdam

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor.

20

í ^ ÎT iâL ij l/ »

tÉS1

?ĩ?-v

g~' "-jşy»-Tį

ŝîÉi-^at V

3.2 Loodverontreiniging bij gevoelig gebruik Door eeuwenlange menselijke activiteit is op veel plaatsen in Rotterdam lood in de bodem aanwezig.

spelen, op plaatsen waar gewassen worden gekweekt (moestuinen) en op plaatsen waar beide gebruiksvormen mogelijk zijn (wonen met tuin); 2. contactzone: de contactzone is het onbedekte

Doordat er in Rotterdam in het verleden loodwitfabrieken

bovenste deel van de bodem bij gevoelig gebruik.

hebben gestaan, is de omvang van het probleem hier

In normale situaties geldt voor de contactzone een

groter dan in veel andere Nederlandse steden. Verhoogde

dikte van 0,5 meter.

loodgehalten komen met name voor in de oudere delen van de stad als een grootschalige, diffuse bodemveront­

3.2.2 Bepalen risico's bij diffuus lood

reiniging.

Volgens de GGD is blootstelling aan lood in de bodem een risico voor kleine kinderen tot ongeveer 7 jaar. Zij

Het gebruik van lood kent tegenwoordig sterke beper­

zijn extra gevoelig zijn voor lood én zij lopen een reële

kingen. Dat betekent dat vooral de oorspronkelijke

kans om loodhoudende grond binnen te krijgen door

bodem in de oudere delen van de stad verontreinigd is

grond in hun mond te stoppen en gronddeeltjes in te

geraakt. Later opgebrachte grond is over het algemeen

slikken (lit. 4). Inname van lood kan ook plaatsvinden

minder sterk, of niet verontreinigd.

door het eten van gewassen die zijn gekweekt in veront­

In 2015 publiceerde het RIVM een onderzoek naar

stellingsroutes adviseert de GGD nader te kijken naar de

diffuse loodverontreiniging in de bodem (lit. 3). Uit dit

bodemkwaliteit op plaatsen waar sprake is van gevoelig

reinigde grond. Op basis van bovenstaande bloot-

onderzoek bleek dat het gezondheidseffect van lood

gebruik (paragraaf 3.2.1). Voor oudere kinderen en

groter is, dan waar eerder mee rekening gehouden is in

volwassenen is er bij werkzaamheden in grond, zoals bij

het bodembeleid van Rotterdam. Lood kan negatieve

tuinieren, met gebruikelijke hygiënemaatregelen (zoals

effecten hebben op de gezondheid. Dit geldt vooral voor

het wassen van de handen) weinig risico.

jonge kinderen tot ongeveer 7 jaar. Blootstelling kan vooral plaatsvinden bij onbedekte grond Het doel van het loodbeleid is om - bij gevoelig gebruik

waar lood aanwezig is in de contactzone. Verontreinigde

van de bodem - de bodemkwaliteit te verbeteren en/of

grond die is afgedekt, levert weinig risico op.

het risico op blootstelling aan lood in de bodem te verminderen door het nemen van specifieke maatregelen.

Het belangrijkste gezondheidskundig effect van de

Hiermee is het mogelijk het negatieve effect van lood op

opname van lood bij kinderen is de invloed op de herse­

de gezondheid te verkleinen.

nen. Dit effect wordt uitgedrukt in verlies van IQ-punten. De GGD GHOR Nederland (lit. 4) heeft gezondheids-

3.2.1 Definities

kundige risicowaarden voor lood in de bodem afgeleid

Voor het loodbeleid bij gevoelig gebruik worden de

bij 1 en 3 IQ-puntverlies voor kinderen tot 7 jaar.

onderstaande definities gehanteerd:

Het advies is om bij meer dan 3 IQ-puntverlies direct

1. gevoelig gebruik: van gevoelig gebruik is sprake op

maatregelen te treffen. De streefsituatie op termijn is om

plaatsen waar kinderen in de leeftijd tot 7 jaar

te komen tot een voldoende bodemkwaliteit voor lood.

Nota bodembeheer Rotterdam

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor.

21

De gezondheidskundige risicowaarden die de GGD

3.

hanteert (voor 1 en 3 IQ-puntverlies) zijn van toepassing op twee categorieën gebruik. In de eerste categorie

bij het indienen van een bouwplan voor een woning (Wabo);

4.

bij het toepassen van grond (Bbk).

vallen kinderspeelplaatsen, wonen met tuin en kleine categorie geldt voor grotere moestuinen. De risicowaar-

3.2.3 Aanvullende beoordeling contactzone bij gevoelig gebruik

den zijn gebaseerd op de mogelijke opname van lood

Bij gevoelig gebruik vindt voor lood een aanvullende

moestuinen (moestuinen kleiner dan 200m2). De tweede

via het direct binnenkrijgen van grond of via voedsel dat

beoordeling plaats van de contactzone op basis van het

is gekweekt in verontreinigde grond. Dit beleid gaat

gemiddelde van de in de contactzone gemeten gehalten

ervan uit dat bij moestuinen kleiner dan 200 m2 minder

(zoals vermeld op het analysecertificaat). Er vindt geen

dan 50 % van de gewasconsumptie uit de eigen tuin

correctie plaats van de gemeten concentraties naar de

komt. Meer dan de helft komt dus elders vandaan.

standaardbodem op basis van organische stof en lutum.

In tabel 7 staan de gezondheidskundige risicowaarden

tot lood in de contactzone kent de volgende categorieën:

voor lood in de bodem vermeld, die door GGD GHOR

1.

De beoordeling van de bodemkwaliteit met betrekking

bodem geschikt voor het betreffende gebruik (zie #

Nederland zijn afgeleid. De gezondheidskundige risico­ waarden gaan uit van het werkelijk gemeten loodgehalte, dus zonder correctie voor het gehalte organische stof en

de bodemkwaliteit is voldoende en daarmee is de tabel 7). Er zijn geen maatregelen noodzakelijk;

2.

lutum.

de bodemkwaliteit is matig (zie

tabel 7).

Saneringsmaatregelen zijn niet noodzakelijk, maar het advies is om de blootstelling aan lood vanuit de

De gemeente Rotterdam neemt de gezondheidskundige risicowaarden zoals bepaald door GGD GHOR Nederland

bodem te beperken; 3.

de bodemkwaliteit is onvoldoende en daarmee is

over als norm voor het genoemde gevoelige gebruik in

de bodem niet geschikt voor het betreffende gebruik

de contactzone.

(zie

De gemeente hanteert deze waarden bij bodem­

voorlopig voldoende.

tabel 7). Sanering is noodzakelijk, maar in

bepaalde gevallen zijn tijdelijke maatregelen onderzoeken en meldingen voor saneringen en meldingen voor het toepassen van grond. In de

NB: De bovenstaande beoordeling betreft alleen de

volgende situaties vindt een beoordeling plaats:

aanvullende beoordeling op de parameter lood in de

1.

2.

bij werkzaamheden in sterk verontreinigde grond

grond. De geschiktheid van de bodem is daarnaast

Wbb);

vanzelfsprekend afhankelijk van het resultaat van de

bij een aanvraag voor het wijzigen van het bestem­

reguliere beoordeling van de bodem op basis van de Wbb.

mingsplan (Wabo);

Tabel 7 Gezondheidskundige risicowaarden voor lood in mg/kg ds (op basis van gemeten gehalten)

Bodemkwaliteit:

Gezondheidskundige risicowaarden voor lood in mg/kg ds

Functie/gebruik:

# Gezondheidskundig

# Gezondheidskundig

# Gezondheidskundig

Voldoende Bodemkwaliteit voor lood

Matige Bodemkwaliteit voor lood

Onvoldoende Bodemkwaliteit voor lood

# < 90

9 90 - 370

9 > 370

# < 60

^ 60-260

t > 260

Wonen met tuin Kinderspeelplaats (tot ca. 7 jaar) Moestuin tot 200 m2 (minder dan 50 % van de gewasconsumptie komt uit eigen tuin) Moestuin groter dan 200 m2

Nota bodembeheer Rotterdam

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor.

22

riğgaá

1L»iii»iuiii

Ir-^vsşrJ ÄŚfekíì

■ŝ*TÏV

jjį»?

m-mv) moet deze grond voldoen aan de eisen uit het

3.2.4 Onderzoek contactzone bij gevoelig gebruik

Bbk en aan de GGD-waarden voor voldoende bodem­

Voor een juiste bepaling van het gemiddelde gehalte

kwaliteit voor lood. Bij toepassing van schone grond

aan diffuus lood in de contactzone gelden de volgende

Bij het toepassen van grond in de contactzone (tot 0,5

(klasse Natuur) voor deze contactzone, is een expliciete

uitgangspunten:

toetsing niet noodzakelijk. De bodemkwaliteit van scho­

1.

ne grond voor lood is voldoende.

onderzoek van de contactzone: het onderzoek richt zich in principe op de huidige, of de na herin­ richting te realiseren, bovenlaag van de bodem van

Als er geen sprake is van gevoelig gebruik of van een

maaiveld tot 0,5 meter onder het maaiveld. Dit is van

mogelijke blootstellingsroute (bijvoorbeeld wanneer de

toepassing op alle situaties waarin onderzoeksplicht

verontreiniging onder de contactzone of onder een

voor de bodem geldt, zoals nieuwbouw of bestem­

gesloten verharding ligt), dan vindt er in huidige situaties

mingswijziging. In bestaande situaties kan een

geen aanvullende toetsing van grond plaats aan de

minder dikke contactzone aanwezig zijn of worden

normen voor bodemloodkwaliteit.

aangebracht, zoals bij een eigen of tijdelijke

Bij gesloten bovenafdichtingen gaat het om:

beveiligingsmaatregel. Het onderzoek richt zich dan

1.

op die laag en de bemonsteringsdiepte is dan gelijk

een aaneengesloten verharding (asfalt, beton) inclusief doorgroeitegels en speeltuintegels;

2.

3.

een halfopen verharding van ten minste 20 centimeter

aan die laagdikte; 2.

onderzoeksstrategie: de strategie volgens de

dikte. Daarbij kan het gaan om een halfopen

NEN 5740 wordt gehanteerd bij nieuwbouw en

verharding van (bijvoorbeeld) grind of steenslag die

bestemmingswijziging. Een specifieke

voldoet aan de kwaliteitsnormen uit het Bbk voor

bemonsteringsstrategie voor het bepalen van de

niet-vormgegeven bouwstoffen;

gemiddelde loodkwaliteit van de contactzone is

kunstgras met een fundering van grond van vol­

opgenomen in de SIKB-handreiking 8102 (lit. 16).

doende kwaliteit of bouwstof, zoals bij sportvelden.

In deze strategie omvat het nemen van meer grepen van de bovengrond, wat een beter beeld van het

Andere vormen van bodembedekking zoals gras of

gemiddelde gehalte oplevert. Deze strategie is

boomschors verminderen het risico op contact met open

specifiek voor de stof lood opgesteld voor kinder­

grond. Het bevoegd gezag beschouwt deze (bij beoor­

speelplaatsen, maar is ook geschikt voor andere

deling) echter niet als een gesloten bovenafdichting.

stoffen die diffuus in de bodem aanwezig kunnen zijn, en voor bemonstering van tuinen; 3.

bodembedekking: het onderzoek richt zich alleen op de onbedekte bodem. Als er een gesloten bovenafdichting is, is geen contact met de bodem mogelijk en is er dus ook geen sprake van een contactzone;

Nota bodembeheer Rotterdam

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor.

23

4. gemeten concentraties: voor lood vindt een toetsing

5.

hierbij is dat er geen menging optreedt met de onder­

plaats op basis van de gemeten concentraties in de

liggende verontreinigde bodem. In bestaande situaties,

bodem zoals vermeld op het analysecertificaat.

wanneer saneringsmaatregelen niet mogelijk zijn of

Er vindt geen correctie plaats van de gemeten

onevenredig zwaar of ingrijpend zijn, kan dit een goede

concentraties naar de standaardbodem op basis van

tijdelijke oplossing bieden. Uiterlijk bij herinrichting is

organische stof en lutum;

het noodzakelijk de sanering uit te voeren.

de gemiddelde loodconcentraties: de beoordeling van de bodemkwaliteit gaat uit van het gemiddelde

Vastlegging van de tijdelijke beveiligingsmaatregel en

van de gemeten concentraties in de huidige of

aanmelding bij het bevoegd gezag is verplicht. Dit kan

beoogde contactzone. Wanneer van een te beoor­

onder andere door middel van een bodemonderzoek

delen oppervlak meerdere metingen beschikbaar

van de aangebrachte contactzone, zoals toegelicht in

zijn, is het nodig hiervan een gewogen gemiddelde

paragraaf 3.2.4.

te berekenen, zoals aangegeven in bijlage 10.

3.2.7 Advies vrijwillige maatregelen 3.2.5 Saneringsmaatregelen bij gevoelig gebruik

Wanneer op de locatie geen beschikking rust in het

Bij saneringsmaatregelen waarbij sprake is van het

verplichting om de bodemkwaliteit te onderzoeken of te

aanbrengen van een leeflaag dient de kwaliteit van de

saneren.

kader van de Wbb, geldt in bestaande situaties geen

leeflaag minimaal te voldoen aan de voorschriften van het Bdk. Op basis van het aanvullend loodbeleid geldt

Een eigenaar of gebruiker van een locatie kan echter zelf

dat bij saneringsmaatregelen bij gevoelig gebruik de

besluiten maatregelen te nemen bij een onvoldoende of

kwaliteit van de onbedekte contactzone (0-0,5 m-mv)

matige bodemkwaliteit om het risico op blootstelling

ook moet voldoen aan de waarde voor Gezondheidskun-

aan lood in de bodem te verminderen. Drie typen maat­

dige risicowaarden (zie tabel 7). Dit geldt ook voor de

regelen verlagen de mate van blootstelling aan lood in

aanvullaag bij saneringen door middel van ontgraving

de bodem:

en aanvullen. Bij sanering door middel van isolatie met

1.

een gesloten verharding gelden voor de ondergrond alleen de voorschriften van het Bbk.

het uitvoeren van een sanering op vrijwillige basis volgens de regels van de Wbb;

2.

het aanbrengen van een afdekking en daarmee het voorkomen van contact met verontreinigde bodem.

Wanneer de saneringsmaatregelen binnen het Besluit

Dit kan bijvoorbeeld een laag schone grond zijn, een

uniforme saneringen (BUS) vallen, bepaalt art. 3.1.6 van

grasmat of een verharding. Het is vervolgens nodig

de Regeling uniforme saneringen (RUS) dat de terugsa-

deze maatregelen in stand te houden. Als de wens of

neerwaarde ten hoogste gelijk is aan de MW voor de

noodzaak bestaat om de situatie met een aange­

functieklasse van het gebied waarbinnen de sane-

brachte contactzone vast te leggen, bijvoorbeeld ten

ringslocatie ligt. De gemeente mag aan het het BUS en

behoeve van overdracht van een woning, dan is het

de RUS geen verplichte regels toevoegen. Indien sprake

mogelijk dit vast te leggen en te melden bij het

is van een loodverontreiniging en sanering plaatsvindt

bevoegd gezag. Hiervoor is een bodemonderzoek

op basis van een BUS-melding, is het raadzaam om de

nodig van de aangebrachte contactzone. Een erkend

LAW als terugsaneerwaarde op het meldingsformulier

adviesbureau moet dit onderzoek uitvoeren;

in te vullen. DCMR zal bij de beoordeling van een

3.

het nemen van praktische maatregelen op het

BUS-melding informatie over de geadviseerde bodem­

gebied van hygiëne en het voorkomen van contact

kwaliteit voor lood bij gevoelig gebruik vermelden. In­

met en verspreiding van verontreinigde bodem.

dien bij een BUS-sanering sprake is van toepassing van

Deze praktische maatregelen zijn opgenomen op de

grond in de contactzone die niet voldoet aan de waarde

website van de gemeente Rotterdam en in de folder,

voor Gezondheidskundig Voldoende Bodemkwaliteit

'Let op Lood! Tips om minder lood binnen te krijgen.

voor Lood, dan maakt de beoordeling van de evaluatie

(Rotterdam.nl)' (lit. 11). De folder en website bieden

hier expliciet melding van.

ook tips en adviezen om blootstelling te voorkomen of te beperken. Bij opvolging van deze adviezen is de

3.2.6 Tijdelijke beveiligingsmaatregelen

blootstelling minimaal. Het opvolgen van gebruiks-

Een laag grond van ten minste 0,2 meter dikte van vol­

adviezen vraagt wel een voortdurend bewustzijn van

doende kwaliteit geldt als afdoende verbetering van de

de gebruiker van de locatie.

contactzone. Het is mogelijk een dergelijke laag aan te brengen als tijdelijke beveiligingsmaatregel in afwach­ ting van definitieve saneringsmaatregelen. Voorwaarde

Nota bodembeheer Rotterdam

3 Gemeentelijk beleid voor PFAS, lood, asbest en boor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5e6dac92-9091-44af-9a11-12ad8e0e07ca