CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001679] Beantwoording vragen Elfilali over onderzoek Arcadis: Rotterdam niet zo'n groene hekkensluiter

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 19 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Beantwoording vragen Elfilali over onderzoek Arcadis: Rotterdam niet zo'n groene hekkensluiter2.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Rotterdam

Maatschappelijke Ontwikkeling Welzijn, Samenleven, Sport, Digitale Inclusie Faouzi Achbar MBA MSc Van: Jan Meijdam Telefoon: 06-30659188 Uw kenmerk: 22bb008727 Ons kenmerk: M2212-8374- 23b03632 Onderwerp: Rotterdam niet zo'n groene hekkensluiter

Aan de gemeenteraad Datum: B&W 14 maart 2023

Op 19 december 2022 stelde raadslid I. Elfilali (Volt) schriftelijke vragen over 'Rotterdam niet zo'n groene hekkensluiter' n.a.v. de publicatie van de Gezond Stad Index van Arcadis (22bb008727). Inleidend wordt gesteld: Afgelopen 21 november presenteerde adviesbureau Arcadis de tweede editie van de Gezonde Stad Index 2022. Ze onderzochten hoe de fysieke leefomgeving in de praktijk bijdraagt aan de gezondheid in de stad. Ze hebben een ranking gemaakt van de onderzochte steden. Hieruit kwam een lijst van twintig steden waarbij Rotterdam de hekkensluiter is. De Volt fractie maakt zich zorgen over de toekomst, de gezondheid en de leefbaarheid van onze stad. Daarom stelt de Volt fractie de volgende schriftelijke vragen. Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1: Heeft het college kennisgenomen van de slechte Rotterdamse uitkomsten van dit onderzoek? Antwoord: Ja, het college heeft kennisgenomen van de inhoud van het onderzoek.

Vraag 2: Wat is de reactie van het college op deze slechte positie van Rotterdam? Antwoord: Het college werkt aan de gezondheid van onze inwoners binnen het fysieke én sociale domein. Getuige hiervan zijn de Omgevingsvisie, Sportnota 2021+, lokale preventieakkoord Gezond010: het akkoord, Armoede en schulden aanpak, Rotterdams WeerWoord, Schone Lucht Akkoord, Mobiliteitsaanpak etc. Rotterdam is de tweede stad van Nederland en tevens een havenstad. Deze positie als grote stad met veel verkeer, bedrijvigheid, haven en industrie en de hoge adressendichtheid (adressen per vierkante kilometer) is mede debet aan de lage positie van Rotterdam op deze index. Wij zien dit ook terug als we kijken naar de positie van de andere G4 steden op de index: 18 (Amsterdam), 16 (Den Haag) en 14 (Utrecht). Gegeven de onvermijdelijke kenmerken van grote steden dient juist hier aandacht te blijven voor de omgevingsfactoren, die de gezondheid beïnvloeden.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/7 14 maart 2023 M2212-8374

Het onderzoek van Arcadis helpt om aandacht te houden voor deze factoren, waaronder luchtkwaliteit, geluid en een omgeving die uitnodigt tot bewegen, ontspanning en ontmoeting.

Vervolgens stelt het raadslid: Op de indicator 'gezonde gemeenschap' scoort Rotterdam bijzonder slecht. Voornamelijk op de kenmerken 'veilig gevoel', 'stress herstel', en 'ontmoetingsplekken'. Er wordt in het eerste hoofdstuk van het coalitieakkoord geschreven over veiligheid, waar als eerste zin staat "iedereen in Rotterdam moet zich veilig voelen, zowel op straat als achter de voordeur". Deze ambitie lijkt nu niet te stroken met de realiteit. Vraag 3: Herkent het college dit beeld? En zo ja, wat gaat het college hieraan doen? Zo nee, hoe duidt het college dan de uitslagen van het Arcadis onderzoek? Antwoord: Het college herkent het beeld van het onderzoek. De uitkomsten zijn niet verrassend gezien de kenmerken van grote steden als Rotterdam en Amsterdam. Voor wat betreft het aspect veiligheid, zien we in Rotterdam de laatste jaren een sterke verbetering van de objectieve veiligheid. Het wijkprofiel 2022 laat een dalende trend zien van criminaliteit. Het meetbare veiligheidsniveau voor de stad is als geheel hoger dan vier jaar geleden en de periodes hiervoor. Het is de veiligheidsbeleving die deels achterblijft, voornamelijk in een aantal kwetsbare wijken. De komende jaren zetten we, in relatie tot veiligheid, in op het vasthouden van die positieve lijn en investeren we fors in het vergroten van de ervaren (subjectieve) veiligheidsbeleving.

Hierbij leggen we een focus op wijken en gebieden waar dit het hardst nodig is. We maken keuzes in de inzet (verdeling van schaarste) van mensen en middelen. Hiernaast stellen ook wij vast dat veiligheidsbeleving (veilig gevoel) verbonden is met het individuele leven en welzijn van Rotterdammers, de straat, stad en wereld waarin zij wonen. Het raakt alle beleidsterreinen en grootstedelijke opgaven. Hierin succesvol zijn wordt niet bereikt met alleen veiligheidsmaatregelen. Het verbeteren van de buitenruimte, realiseren van meer en betere ontmoetingsplekken en het organiseren van een sociaal vangnet (hulp) is even noodzakelijk. Samenwerking is daarom een belangrijk uitgangspunt van de veiligheidskoers 2023-2027 en het coalitieakkoord. Dit doen we door met elkaar onze zichtbaarheid en inzet op straat te vergroten en de samenwerking tussen zorg en veiligheid verder te versterken. We zijn ervan overtuigd dat met deze inspanningen de komende periode een positieve bijdrage wordt geleverd aan het vergroten van het veilige gevoel.

Vervolgens stelt het raadslid: In het coalitieakkoord wordt er gesproken over de veiligheidsindex - het instrument dat met behulp van één cijfer de veiligheid in de wijken aangeeft. De ambitie, zoals geschreven in het coalitieakkoord, is dat dit cijfer "gelijk of hoger dan nu" blijft. Een uitzondering wordt gemaakt voor vijf wijken, waarbij de veiligheidsindex minimaal vijf punten hoger moet liggen dan in 2022.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/7 14 maart 2023 M2212-8374

Vraag 4: Is het college bereidt om, gezien de slechte score op veiligheid, voor elke wijk in te zetten op een "Veiligheidsindex dat hoger is dan nu"? Antwoord: Nee, het college zet niet in op élke wijk, maar zet wel in op locaties en in gebieden en wijken waar dit het hardst nodig is. We zetten de beschikbare mensen en middelen zo efficiënt mogelijk in, voor het best mogelijke resultaat. Op het gebied van veiligheid ligt de focus op de vijf laagst scorende wijken (focuswijken) van Rotterdam. Wanneer het college zoals voorgesteld inzet op een verhoging van elke wijk (71 wijken), betekent dit tegelijkertijd een 'grote' inspanningsverplichting in alle 71 wijken van Rotterdam. Ook in wijken waar het 'goed' of zelfs erg 'goed' gaat. Het voorgestelde target gaat ten koste van de inzet voor bewoners, wijken en gebieden waar Rotterdammers ons hard nodig hebben. Hiernaast is het statistisch gezien onwaarschijnlijk dat alle 71 wijken over vier jaar een hogere score behalen op de veiligheidsindex. Gemiddeld zien we per meting een groot aantal wijken (licht) dalen of (licht) stijgen. In afgelopen metingen in de periode 2014 tot 2022 is het niet voorgekomen dat alle 71 wijken een stijging laten zien. Het voorgestelde (voor elke wijk in te zetten op een "veiligheidsindex dat hoger is dan nu) is niet realistisch en daardoor niet Rekenkamer 'proof'.

De Rekenkamer van Rotterdam beoordeelt onze collegedoelstellingen op de onderdelen 'realistisch', 'tijdgebonden', 'eenduidig', 'meetbaar' en 'consistent'. Zie ook het rapport Tijd voor targets van de Rekenkamer Rotterdam, behandeld in de raadsvergadering van donderdag 24 februari 2022. En vervolgens stelt het raadslid: De gezondheid van de bewoners van Rotterdam kan verhoogd worden door voldoende te sporten en te bewegen. Het Arcadis rapport geeft aan dat het percentage inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn is afgenomen. Het bevorderen van voldoende en kwalitatief goede sport- en beweeg voorzieningen kan het percentage dat voldoet aan de beweegrichtlijn verhogen. In het coalitieakkoord wordt beloofd: "we brengen in kaart of er (kwalitatief) voldoende indoor sportvoorzieningen in Rotterdam zijn". Vraag 5: Wat wordt er precies bedoeld met indoorvoorzieningen en waarom wordt er hierbij niet gesproken over de zogenaamde outdoorvoorzieningen? Kunnen de outdoor voorzieningen ook meegenomen worden in de inventarisatie? Antwoord: Bij sportaccommodaties wordt doorgaans het onderscheid gemaakt tussen binnensport, buitensport en zwembaden. Met indoorvoorzieningen worden de binnensportaccommodaties bedoeld. Dit betreft de sporthallen, sportzalen en gymzalen, die doorgaans door verenigingen en andere (nietcommerciële) gebruikers gehuurd worden tegen maatschappelijke tarieven.

Deze accommodaties zijn grotendeels in eigendom van de gemeente (maatschappelijk vastgoed) en worden (in opdracht van de gemeente) geëxploiteerd door exploitanten zoals het Sportbedrijf, Sportfondsen of Optisport. Voor de buitensport (dit zijn de veldencomplexen voor bijvoorbeeld voetbal, hockey, atletiek, honk- en softbal etc.) en de zwembaden bestaat er al een inventarisatie; het Integraal Huisvestingsplan Sport. Daarom worden outdoor/buitensportvoorzieningen niet specifiek benoemd in het coalitieakkoord.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/7 14 maart 2023 M2212-8374

Vraag 6: Wanneer gaat het college deze inventarisatie uitvoeren? Kan dit versneld gedaan worden, zoals bijvoorbeeld in Q2 van 2023? Antwoord: De inventarisatie wordt uitgevoerd in het tweede kwartaal van 2023. In het derde kwartaal van 2023 wordt uw raad geinformeerd over de voortgang c.q. resultaten.

Vraag 7: Kan het college uitleggen wat er met deze inventarisatie gedaan gaat worden en kan dit gekoppeld worden aan de uitkomsten van het Arcadis onderzoek? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het college heeft de ambitie om de komende jaren de sportdeelname te doen toenemen. Het bevorderen van voldoende en kwalitatief goede sport- en beweegvoorzieningen draagt hieraan bij. Met de inventarisatie van indoor en outdoor sportvoorzieningen maken we inzichtelijk waar in de stad (on)voldoende plekken zijn. Met de uitvoering van het (Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport (en het IHP gymzalen) geven we invulling aan voldoende, kwalitatieve, duurzame en toegankelijke sportvoorzieningen in de stad.

Daarna wordt gesteld: De buitenruimte is cruciaal voor de mentale gezondheid, klimaatadaptatie, goede wateropvang, biodiversiteit en de mogelijkheid voor kinderen om buiten te spelen. Rotterdam bungelt onderaan de lijst; waaruit we kunnen concluderen dat Rotterdam verder moet vergroenen en zich moet inzetten voor een aantrekkelijke buitenruimte. In het coalitieakkoord wordt beloofd dat er elk jaar 50 bankjes en 10 watertappunten bijkomen.

Vraag 8: Wat is de status hiervan voor het jaar 20222 Antwoord: De extra 50 bankjes en 10 watertappunten worden meegenomen in de buitenruimteplannen .. Voor het realiseren van 50 bankjes per jaar wordt nog gewerkt aan de juiste borging in de organisatie. Nieuwe watertappunten kunnen worden aangevraagd door scholen, organisaties, bedrijven en door bewoners of wijkraden. In 2022 zijn er 24 nieuwe watertappunten gerealiseerd. 10 Watertappunten zijn door de aanvrager gefinancierd en 14 watertappunten zijn, gefinancierd door de gemeente, van "Join the pipe" omgezet naar Evides watertappunten. Het totale aantal watertappunten in januari 2023 is 88.

En daarna wordt gesteld: Ook wordt er volgens het coalitieakkoord geinvesteerd in het vergroenen van de versteende stadswijken. Dit wordt in samenspraak met de wijkraden gedaan.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/7 14 maart 2023 M2212-8374

Vraag 9: Zijn de eerste gesprekken hierover al geweest? Zo nee, wanneer kunnen we deze verwachten?

Antwoord: De wijkraden hebben eind 2022 hun concept jaaractieplannen aangeleverd. De gemeentelijke organisatie is nu in gesprek met de wijkraden over de definitieve inhoud van deze actieplannen. De actieplannen worden met de wijkvisies voor de zomer ter besluitvorming aan de raad aangeboden. Dat is het startpunt voor nadere gesprekken over kansen en mogelijkheden om te vergroenen in de verschillende wijken.

Vraag 10: Wij zijn heel enthousiast over, bijvoorbeeld, het initiatief tegelwippen. Hier ligt het initiatief bij de burgers. Wat gaat het college concreet zelf doen om de versteende stadswijken te vergroenen? Antwoord: Het programma Rotterdam gaat voor Groen wordt deze collegeperiode voortgezet. Daarnaast wordt met de programma's Rotterdams Weerwoord (klimaatadaptatie) en Biodiversiteit samen aan een aanpak gewerkt in verbinding met lopende projecten. We richten ons op toevoegen van extra biodivers groen en klimaatmaatregelen waar mogelijk. Hierbij is extra aandacht voor de stenige stadswijken.

Vraag 11: Wat is de status van de beloofde 50 klimaatadaptieve projecten die geinitieerd zullen worden? Zijn de eerste projecten al bekend? Antwoord: Op dit moment vindt een stadsbrede inventarisatie plaats voor de 50 klimaatadaptieve projecten. De projecten worden daar uitgevoerd waar de noodzaak vanuit klimaat, vergroening en biodiversiteit het grootst is. Het gaat daarbij om geplande onderhoudsprojecten en gebiedsontwikkelingen, waar extra maatregelen genomen kunnen worden zoals waterbergingen en vergroening voor hittereductie. In de uitvoeringsagenda van het Rotterdams Weerwoord staat verder beschreven hoe en waar deze projecten gerealiseerd worden in deze collegeperiode. Deze uitvoeringsagenda wordt begin 2023 aangeboden aan de gemeenteraad. Voortgang van de 50 klimaatadaptieve projecten vindt jaarlijks plaats met de voortgangsnotitie Rotterdams Weerwoord die aan het begin van elk kalenderjaar met de raad gedeeld wordt.

En vervolgens wordt gesteld: Volgend jaar gaat Arcadis met een derde editie van dit onderzoek komen en zal er een nieuwe meting voor de Gezonde Stad Index komen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6/7 14 maart 2023 M2212-8374

Vraag 12: Wat gaat het college concreet doen om volgend jaar beter te scoren op deze ranglijst? Antwoord: Onze ambitie is om het beter te doen. Zoals uit de antwoorden en het coalitieakkoord blijkt, wordt reeds veel ingezet voor een gezonde leefomgeving voor Rotterdammers. Het is echter niet af volgend jaar, noch in deze collegeperiode. Dergelijke onderzoeken houden scherp en gefocust en onderbouwen de continuering van de nodige inzet.

En tenslotte wordt gesteld: In het rapport staan mooie initiatieven van andere steden, zoals het Haagse Hitteplan en Seoul's initiatieven om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hier kunnen we van leren en de bruikbare en goede aspecten rondom deze best-practices overnemen. Vraag 13: Is het college bereidt om het gesprek aan te gaan met andere steden, zoals de nummer één (Groningen) en de nummer twee (Emmen), om zo nieuwe inzichten voor de verbetering van Rotterdam op te doen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Rotterdam volgt de landelijke ontwikkelingen op het gebied van maatregelen om de leefbaarheid en leefomgeving te bevorderen en is altijd bereid om in gesprek te gaan met andere steden, als hier goede maatregelen zijn bedacht. Doordat Rotterdam een van de grotere steden in Nederland is, waarbij de ligging anders is, zijn de uitdagingen hier anders dan in Emmen of Groningen. Voor mobiliteit, duurzaamheid en luchtkwaliteit werken we samen in G4 verband. De luchtkwaliteit in Rotterdam is de afgelopen jaren sterk verbeterd door de diverse maatregelen die de gemeente heeft genomen. Het gaat daarbij onder andere om investeringen in oplaadinfra voor elektrisch rijden, afsluiten van een rijbaan bij de Maastunnelcorridor en investeringen in walstroom. De luchtkwaliteit kan nog beter en daarom zetten we in op een verdere verschoning. Dit doen we o.a. via het Schone Lucht Akkoord.

Rotterdam heeft zich wel aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord, in tegenstelling tot Groningen en Emmen. Wegverkeer is nog een belangrijke bron van vervuiling in het stedelijke gebied. Terugdringen en verschonen van autoverkeer (maar vooral terugdringen) blijft het meest effectief om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ook het voorbeeld van Seoul laat dit zien. Net als Den Haag werkt Rotterdam ook aan het voorkomen van hittestress onder kwetsbare groepen. Hitte is onderdeel van het klimaatadaptatieprogramma Rotterdams WeerWoord (o.a. vergoenen van de stad) en heeft de aandacht van de GGD in het kader van het Rotterdams Hitteplan, een communicatieplan dat moet leiden tot (zelf)zorg en welzijn. Het Rotterdams Hitteplan is- net als het Haags Hitteplan - een doorvertaling van het Nationale Hitteplan van het RIVM. Dit treedt in werking als het KNMI een hittegolf voorziet. Zomer 2022 is het plan twee keer geactiveerd, waarvan één keer voor 1 dag hitte in combinatie met smog. De gemeente/GGD neemt deel aan de 2-wekelijkse Community of Practice Hitte onder leiding van Klimaatverbond Nederland.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7/7 14 maart 2023 M2212-8374

Daarin wisselen gemeenten en experts kennis en ervaringen uit over hittemaatregen/ acties/ onderzoeken.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De ecretaris,

De burgemeester,

'A. Aboutaleb

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ed904dce-b434-4d9f-8f44-4d838007a153