CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001678] Notitie werkgroep nieuwe Cultuurplan ZWCS 290323

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 29 maart 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Input Uitgangspuntennotitie Cultuurplan 2025-20282.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van

:

Datum Onderwerp

: :

Aan

:

Kenmerk

:

Werkgroep nieuwe cultuurplanperiode (Leden van Dommelen, Nunnely, Engberts en Schalm-Civile) Stavaza na bespreking in commissie op 29 maart 2023 “Input” voor uitgangspuntennota nieuwe cultuurplanperiode (2025 – 2028) (1) de Woordvoerders Cultuur van de Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (ZWCS) en (2) de wethouder Cultuur 23bb001678

1. Doel van de bespreking Ter bespreking is “de input voor de uitgangspuntennota voor de nieuwe cultuurplanperiode (2025-2028). Deze input is tot stand gekomen op basis van diverse gevoerde gesprekken tussen de door de commissie ingestelde werkgroep en “stakeholders” in het culturele veld van de stad. Door de werkgroep is gesproken met (1) een afvaardiging van het Directeurenoverleg (16 januari), en (2) stellers van het rapport “Ruimte voor Cultuur in de Rotterdamse Stadsontwikkeling” (17 februari) en (3) een gesprek met een afvaardiging van de Creatieve Coalitie (22 februari). Daarnaast is gebruik gemaakt van onderliggende informatie uit diverse documenten (zie ook punt 7). De woordvoerders cultuur hebben op 9 maart een toelichting van de werkgroep gekregen op de notitie en de gevoerde gesprekken in de stad, en ze hebben de mogelijkheid gekregen om zelf ook nog “input” (mondeling en schriftelijk) te leveren voor de notitie en deze ontvangen input is vervolgens zoveel mogelijk verwerkt in de notitie. De inhoud van deze notitie wordt meegegeven aan de wethouder cultuur en dit kan hij verwerken in zijn uitgangspuntennotitie. Tijdens de bespreking op 29 maart heeft de wethouder een eerste reactie gegeven op de notitie. 2.

Aanleiding De gemeenteraad dient voor de zomer van 2023 (dus uiterlijk in de raadsvergadering van 4 juli, maar liever 1 vergadering eerder – in casu 22 juni) de uitgangspunten voor de nieuwe cultuurplanperiode vast te stellen. De commissie ZWCS heeft de mogelijkheid om de wethouder aan de voorkant belangrijke aandachtspunten mee te geven om die in de uitgangspuntennota en het verdere proces mee te nemen en verder uit te werken. Deze notitie dient daartoe. 3. Te bespreken stukken tijdens commissiebehandeling 29 maart Een eerdere versie van de notitie “Input” voor uitgangspuntennota nieuwe cultuurplanperiode (2025 – 2028) is op 29 maart besproken in de commissievergadering. De versie die nu voorligt verschilt inhoudelijk niet wezenlijk van de versie die besproken is op 29 maart. 4. Aandachtspunten - Het onderwerp nieuwe cultuurplanperiode staat in beginsel los van het nieuwe adviesmodel voor de nieuwe culturele sector. Het college heeft al wel besloten om de cultuurplanadvisering projectmatig te organiseren. - Het college stelt in een eerdere raadsinformatiebrief dat de huidige uitgangspuntennota na actualisatie nog steeds kan dienen als kader voor de volgende vierjarenperiode. - Het traject / de tijdslijnen voor de nieuwe cultuurplanperiode (2025-2028) is beschreven in wethoudersbrief (22bb008800) van 21 december 2022. 1

- Landelijk De raad voor cultuur had eerder geadviseerd om de huidige cultuurplanperiode te verlengen. Nu er niet verlengd wordt, brengt De Raad voor Cultuur naar verwachting in maart een advies uit aan staatssecretaris Uslu (OCW) over het aanvraag- en beoordelingsproces voor de Culturele basisinfrastructuur in de periode 2025-2028 (BIS 25-28). De staatssecretaris heeft hier om gevraagd. Zie ook: https://www.raadvoorcultuur.nl/actueel/nieuws/2022/12/16/advies-gevraagdover-aanvraag--en-beoordelingsproces-bis-25-28 Dit advies is op 2 april ontvangen. 5. “Input” voor uitgangspuntennota De werkgroep heeft de volgende aandachtspunten voor de uitgangspuntennota.

a.

De Culturele Codes en de 3 I’s

De 3 culturele codes (1) Diversiteit & Inclusie (2) de Fair Practice Code en (3) de Governance Code Cultuur zijn belangrijk, worden onderschreven en moeten gehandhaafd worden. Aanvragers voor de nieuwe cultuurplanperiode dienen zich hieraan te houden. De werkgroep is van mening dat er in de komende cultuurplanperiode scherper toegezien moet worden op fair pay en de breedte daarvan: het gaat niet alleen om het salaris, maar om het totaal. Dit dient nadrukkelijk aandacht te krijgen in de uitgangspuntennota. Er dient gezorgd te worden voor meer stevigheid voor de mensen die in de sector werken. Er is namelijk gebleken dat veel mensen in de sector (financieel) kwetsbaar zijn en afhankelijk van de conjunctuur. In de achtergrondinformatie treft u aanvullende informatie over de 3 culturele codes. De 3 I’s bestaan uit inclusiviteit, innovatie en interconnectiviteit. Binnen de Rotterdamse Culturele Basis (RCB) voldoen slechts 2 instellingen aan de 3 i's, terwijl de RCB ook een verantwoordelijkheid heeft naar de keten. De werkgroep is van mening dat van deze 3 I’s meer werk gemaakt moet worden en dat dit derhalve belangrijke toets – en meetcriteria zijn voor de RCB alsook voor de overige culturele instellingen die in aanmerking willen komen voor subsidie in de nieuwe cultuurplanperiode.

b.

In de uitgangspunten dient een 4e I toegevoegd te worden; de I van impact.

De werkgroep vindt dat kwalitatieve toetsing nadrukkelijk meer aandacht moet krijgen en daarbij in samenhang gezien moet worden met de kwantitatieve toetsing en dat daar waar het kan minder kwantitatieve toetsing mag plaatsvinden. Hierbij valt ook de relatie met fair pay te maken. De meeste impact is namelijk vaak niet gelijk aan het meeste bereik. Vaak wordt alleen gekeken naar bezoekersaantallen of aantal voorstellingen, want dat is makkelijk meetbaar. Maar wat is het doel/wat zijn de doelen van de gemeente om de culturele sector in zijn geheel - en de specifieke instellingen - in het bijzonder te subsidiëren? Door de doelen scherper te formuleren kan beter gekeken worden naar de activiteiten die ontwikkeld moeten worden om die doelen te bereiken.

2

De werkgroep dringt er bij de wethouder op aan om in de komende cultuurplanperiode een verdere omslag van “output naar outcome” te maken en met de culturele instellingen kwalitatieve afspraken te maken over de te bereiken resultaten en vanuit de resultaten samen te leren en te verbeteren. Van de instellingen mag op hun beurt verwacht worden dat zij laten zien/aantonen wat hun “impact” is en benoemen wat de invloed van hun activiteiten is.

c.

Overige toetsingscriteria •

•

d.

Talentontwikkeling dient voor elke door gemeente Rotterdam gesubsidieerde culturele organisatie een fundament in het beleid te zijn. Professionele ontwikkeling is belangrijk voor duurzame inzetbaarheid en verdienvermogen binnen de culturele sector. Het is daarom belangrijk dat er ruim aandacht is voor persoonlijke ontwikkeling (bijvoorbeeld via persoonlijke ontwikkelplannen). Grotere organisaties dienen gekoppeld te worden aan talenten uit de stad en talenten te ontwikkelen. De werkgroep realiseert zich dat er al heel veel op het bordje van de culturele sector ligt, maar is ook van mening dat de sector er niet aan ontkomt om te hervormen. Hierbij gaat het om het tonen van meer ondernemerschap en de wettelijke verplichting (voor RCB-instellingen) om in 2030 aan de verduurzamingsnormen te voldoen en de eerder genoemde culturele codes.

Huidige Nota van Uitgangspunten versus de nieuwe nota van uitgangspunten • •

•

De huidige nota van uitgangspunten dient geactualiseerd te worden; De werkgroep is er voorstander van om te kijken hoe de grote culturele instellingen de kleine cultuurmakers (creatieve krachten) kunnen helpen en faciliteren. Hiermee willen we een impuls geven aan zowel “grassroots”/veelbelovende beginnende - en gevestigde culturele instellingen uit de Rotterdamse cultuursector om gelijkwaardige samenwerkingen aan te gaan. De samenwerking zou een verlengde moeten zijn van de doelstellingen uit het cultuurbeleid als ook de organisatiedoelstellingen om makers een gelijkwaardige en duurzame plek in de keten te geven. Hiermee wordt ook een manier geboden om met elkaar het culturele netwerk in Rotterdam te versterken en aanbod te creëren en te behouden dat voldoet aan de behoefte van de stad en hiermee een relevante afspiegeling van en voor de stad is. De werkgroep zou graag zien dat de grotere culturele instellingen (RCB en andere grotere instellingen) hiertoe uitgedaagd worden en verzoekt de wethouder om dit verder uit te werken in de uitgangspuntennota. Vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) komen er op korte termijn flinke wetgevingstrajecten die invloed hebben op de positie van ZZPers en het bestrijden van “nep-zzp-ers”. Dit is relevant voor de bedrijfsvoering van culturele instellingen.

Het creëren van bewustwording hierover bij de Rotterdamse culturele instellingen is van belang voor de nieuwe cultuurplanperiode.

e. Kijk goed naar de impulsregeling en de communicatie en de verwachtingen eromheen Voor het bestaan van de Impulsregeling waren nieuwe cultuurmakers afhankelijk van projectsubsidies. De impulsregeling is hiervoor in de plaats gekomen. Het budget voor de impulsregeling is € 750.000,-- . De werkgroep gelooft in de regeling en is van mening dat de regeling in beginsel een goed instroommodel is om de verhouding tussen Cultuurplan en nieuwkomers beter te organiseren. Uit gevoerde gesprekken is gebleken dat de criteria voor de impulsregeling 3

goed zijn, maar dat de communicatie eromheen, de begeleiding en de verwachtingen om definitief in te kunnen stromen beter kunnen. In het licht van punt f is de werkgroep van mening dat nieuwe cultuurmakers eerst zouden moeten bewijzen dat ze voldoende kwaliteit en toegevoegde waarde hebben, in het gehele culturele veld, voordat ze in het cultuurplan opgenomen kunnen worden.

f.

Voorkom verwatering (bij de gesubsidieerde instellingen)

Het is vooralsnog niet duidelijk of het financiële kader groter zal worden. Verdere verwatering is daarmee een serieus risico. Dit zal om scherpe keuzes vragen voor de komende cultuurplanperiode. Minder instellingen in het bestel zou wenselijk zijn, maar dan moet wel nagedacht worden over andere verdien- modellen voor deze cultuurmakers. In de uitgangspuntennota dient aandacht te zijn voor antwoorden op de volgende vragen: - wat willen we als stad? - wat zijn de focusgebieden waar we op gaan inzetten? - wie heeft er wel – en wie heeft er geen bestaansrecht?

g.

Maak Cultuur bij o.a. de ontwikkeling van gebiedsontwikkelingen onderdeel van de planvorming

Uit meerdere gesprekken in het veld is gebleken dat cultuur, meer en integraal aan de voorkant, onderdeel moet zijn van andere beleidsontwikkelingen en dat de gemeente kansen mist om creativiteit en cultuur veel meer te verbinden aan bredere maatschappelijke vraagstukken (o.a. zorg, gebiedsontwikkelingen e.d.) en daarmee het beter benutten van creatief potentieel in de stad. Zeker in wijken waar sprake is van cultuurarmoede is het noodzaak om kansen die zich aandienen beter te benutten. Dit vergt overigens betrokkenheid vanuit andere beleidsterreinen binnen de Gemeente, zoals Bouwen, Buitenruimte, etc. Hierbij valt te denken aan de volgende aandachtspunten: • Integraal Denken (samen de stad maken): Meer – en betere samenwerking tussen Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) en Stadsontwikkeling (SO) bij gebiedsontwikkelingen, waarbij cultuur standaard meegenomen wordt in gebiedsontwikkelingen. Houdt er hierbij rekening mee dat gebiedsontwikkelingen vaak een tijdsperiode van 10-15 jaar omvat. Ondernemerschap in de culturele sector omvat vaak een tijdsperiode van 3-5 jaar. Het is dus van belang dat niet alle voorzieningen een eigen gebouw krijgen en er dient dus niet gedacht te worden vanuit stenen. • Neem bovenstaande op in de werkprocedures van het ambtelijk apparaat. • Ook marktpartijen zien cultuur vaak als een bindmiddel.

Daar waar je voor langere termijn (30 jaar) met dezelfde partijen werkt, zijn ze meer bereid om te investeren. • Beantwoord bij gebiedsontwikkelingen als gemeente eerst de waarom vraag (visie) i.p.v. de hoe vraag! Durf als gemeente de hoe-vraag los te laten en te beleggen bij de ontwikkelende partijen. • Wat voor Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) kunnen we hierop loslaten? Amsterdam werkt met “per 4 woningen, 1 m2 cultuur”. Utrecht werkt met een barcode. In Rotterdam wordt geoefend met referentiewaarden, maar dan moet je wel Cultuur aan tafel zetten. De werkgroep is van mening dat bij alle gebiedsontwikkelingen scherpe referentiewaarden benoemt moeten worden, waarbij gekeken kan worden naar de voorbeelden van Amsterdam en Utrecht.

4

6. Overige opmerkingen Onderstaande opmerkingen hebben niet per se een direct verband met de komende cultuurplanperiode of de criteria/aandachtspunten die de werkgroep van belang acht voor de komende periode. a. De werkgroep wil graag een overzicht van de voor – en tegens van uitbreiding van de cultuurplanperiode van vier naar zes of zelfs 8 jaar. De wethouder heeft eerder al aangegeven hierop terug te komen. b. Het Abstractieniveau van de vorige uitgangspunten nota was te hoog. De vorige uitgangspuntennota was op onderdelen moeilijk te begrijpen. Dit zou verbeterd kunnen worden met meer concrete ideeën/uitwerkingen. c. Vermindering administratieve lastendruk. De werkgroep heeft begrepen dat de administratieve lastendruk en de daarmee gepaard gaande kosten voor culturele instellingen erg hoog zijn en ook vaak ten koste gaan van de culturele programmering. Reductie van administratieve belasting kan eraan bijdragen dat er meer tijd vrijgemaakt kan worden voor cultuur. De werkgroep dringt er bij de wethouder op aan om te bekijken hoe de lastendruk verminderd kan worden en dubbelingen in administratieve handelingen voorkomen kunnen worden. In feite zou het jaarverslag/jaarplan leidend moeten zijn. Elk formulier waarin informatie uit het jaarverslag moet worden overgenomen, is in feite dubbelop. d. Boodschap aan cultuursector.

De werkgroep is van mening dat vanuit de gemeente ook een boodschap aan de culturele sector meegegeven mag worden over de verwachtingen die de gemeente heeft van de rol van de culturele instellingen in het gehele ecosysteem. De werkgroep legt daarom het volgende verzoek bij de culturele instellingen neer: • Culturele instellingen mogen een relevante bijdrage leveren aan de opgaven van de stad. Hierbij valt te denken aan het structureel aanbieden van stageplekken voor scholieren en studenten en/of maatschappelijke stages of een bijdrage aan andere maatschappelijke opgaven, zoals leefbaarheid (een gezonde leefomgeving), bereikbaarheid (mobiliteit), energietransitie of klimaatadaptatie. Instrumenten van de aankomende Omgevingswet kunnen behulpzaam zijn bij het uitwerken hiervan. • De culturele sector mag doorgaan met het zoeken naar meer onderlinge “crossovers” en met het verbinden van mensen met verschillende culturele achtergronden. • De culturele sector mag doorgaan met het zoeken naar verbinding met andere disciplines (bijvoorbeeld met de wijk, infrastructuur/stadsontwikkeling, zorg, onderwijs, de haven). Zie ook punt 5g. Er zijn overigens al enkele culturele instellingen die deze boodschap naar tevredenheid uitvoeren.

5

7. • • • • • • • • • • • • •

Achtergrondinformatie (19bb15797) raadsvoorstel vorige “uitgangspuntennota cultuurplanperiode (20212024)” (18bb10492) Handreiking onderwerpen uitgangspunten/notitie input cultuurplan (19bb15797) Uitgangspuntennota voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2021-2024 Fairpracticecode Quickscan fairpracticecode Advies Denktank New Deal Cultuur Rotterdam Ruimte voor cultuur in de Rotterdamse Stadsontwikkeling De culturele basis op orde (raadvoorcultuur.nl) https://www.raadvoorcultuur.nl/documenten/publicaties/2022/09/16/werkprogram ma-2022-2023 https://oogvoorimpuls.nl/ International Advisory Board (IABX) – Rotterdam stay close to what you are (22bb008800) Wethoudersbrief Transitie- en cultuurplanproces 2025-2028 Duurzaamheid in de culturele sector

8. Verdere procedure - 15 maart: notitie doorgeleiden naar wethouder en openbaar via raadsinformatiesysteem. - 29 maart: bespreken notitie in commissie met wethouder en 1e reactie van wethouder. - Juni: Bespreken uitgangspuntennota in commissie en vaststelling door gemeenteraad.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ff9f0e0c-184e-41d1-9df7-f90bbe4fa66b