CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001655] Reclamant 3 - schriftelijke bijdrage

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 4 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Schriftelijke reacties en inspreekbijdragen838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

IR. A R C H I T E K T

JAN WILLEM C. VADER |

A D V I S E U R

S T E D E L I J K E

O N T W I K K E L I N G

Rotterdam, 10 maart 2023 Geachte leden van de Raadscommissie, Naar aanleiding van de brief dd 23 maart 2023 van de Commissiegriffier subcie Bestemmingsplannen betreffende het bestemmingsplan Rijnhaven het volgende: ik kan de hoorzitting niet bijwonen, maar geef wel graag een schriftelijke reactie op het voorstel om mijn zienswijze ongegrond te verklaren. Als student Bouwkunde heb ik in de jaren ’70 geijverd voor behoud van de Oude Haven, als ontwerper bij Stadsontwikkeling mocht ik het plan wederopbouw Oude Haven later daadwerkelijk vormgeven. Daarbij heb ik mij ingezet om ook het historische gebruik tot zijn recht te laten komen door het realiseren van ligplaatsen voor zeilende bedrijfsvaartuigen en een scheepswerf in die haven. Als districtchef centrum van Stadsontwikkeling heb ik mij met de Binnenstadsplannen 1985 en 1995 sterk gemaakt voor herstel van de relatie van de naoorlogse binnenstad met de rivier en binnenhavens middels de plannen Waterstad, Stadsparken en Kop van Zuid. Nu ik gepensioneerd en wel woon op de Wilhelminapier gaat mij daarom vanzelfsprekend de ontwikkeling van de Rijnhaven nog extra aan het hart, wat heeft geleid tot het indienen van mijn zienswijze dd. 20 april 2022.

De motivering om mijn zienswijze ongegrond te verklaren begint met (in cursief) “Wij zijn het met reclamant eens dat de Rijnhaven geen recreatieplas en/of drijvend pretpark mag worden. Dat is ook niet wat de gemeente als ambitie in het masterplan Rijnhaven én stadsproject Rijnhavenpark heeft opgeschreven.” In het Masterplan Rijnhaven schreef de gemeente: ‘Het water van de Rijnhaven is en blijft het hart van het park. Hier kun je veilig surfen, suppen, varen en vele andere vormen van (water)recreatie beoefenen.”

Dit lijkt toch wel heel sterk op de omschrijving van een recreatieplas in een vakantieoord van Center Parcs o.d. Het landpark van de Amerikaanse ontwerpers heeft overigens ook meer een gefragmenteerd Disneyachtig karakter dan de overzichtelijkheid die je van een 24/7 openbaar stadspark mag verwachten. (Dat kan in de toekomst nog problemen met het beheer opleveren…) De motivering voor ongegrond verklaring van mijn zienswijze vervolgt met: “Het voornemen is een stadspark in het havenbekken te realiseren, waar de historie en sfeer van een haven een belangrijke rol blijven spelen. En waarmee weer nautische levendigheid in het bekken komt.

Het wezen van een haven, bepalend voor de sfeer, is m.i. het afmeren van schepen en de overslag van goederen en mensen van schip op kade vv. Momenteel wordt de Rijnhaven daar deels nog steeds voor gebruikt, en ik hoop dat dit ook in de toekomst zo kan blijven.

Enkele voorbeelden: - het schip ‘Castor’ afgemeerd aan de Wilhelminapier

- de steigerhaven voor watertaxi’s

- de schepen van de beroepspassagiersvaart (partyschepen).

- de intensief gebruikte ‘wikkelboten’, nu nog afgemeerd nabij het floating office

Echter in de gepresenteerde plannen is voor bovengenoemde soorten nautische levendigheid kennelijk geen plaats meer; alle kades worden afgeschermd door groene pontons en alleen het floating office staat nog op de tekening… Mijn voorstel is om bij de kade voor Codrico en Fenix-I het drijvende park te laten vervallen en de kade daar blijvend te gebruiken conform zijn historische functie: het afmeren van schepen. Dat zullen nu voornamelijk schepen zijn van de recreatieve beroepsvaart die behalve voor levendigheid ook zullen zorgen voor aanvoer van bezoekers, en dus voor meer omzet voor de bestemmingen in de gebouwen. Dat maakt het plan enerzijds interessanter (Wilhelminapier: drijvende pontons, Kop: park en strand en Katendrecht: echte kade) en

anderzijds ruimtelijker (de smalste kant van de Rijnhaven wordt niet nog smaller) en bovendien minder kostbaar zowel in aanleg als onderhoud. De beweegbare Rijnhavenbrug behoudt zijn functie en de historische 3-eenheid schip-kade-pakhuis blijft bij Fenix en Codrico intact, niet alleen visueel maar ook functioneel. De motivering voor ongegrond verklaring van mijn zienswijze besluit met: Het is dus niet zo dat alleen tijdelijk drijvend programma/drijvend park in het bekken mogelijk is. In de bestemming Water – 1 en Water – 2 is overal verkeer te water mogelijk, inclusief de daarbij behorende voorzieningen. Dit heeft ook betrekking op de kades, waarvoor in een latere fase het parkontwerp verder wordt uitgewerkt. En waarop in een latere fase ook inspraak mogelijk is.”

Dit lijkt - met alle respect - een ambtelijk foefje. Men zegt eigenlijk: “de plannen die we hebben beschreven en getekend (ic. het drijvend park voor Codrico en Fenix I) kunnen ook nog heel anders worden, dus uw zienswijze is ongegrond”. Mijn zienswijze is: de

Rijnhaven moet geen recreatieplas worden maar een stoere Rotterdamse haven blijven met tevens recreatieve voorzieningen. Ik bepleit daarom nu al duidelijk te kiezen voor het behoud van een functionerende kade aan de Rijnhaven! Maar juridisch is dus in theorie nog van alles mogelijk, als u mijn zienswijze ook ongegrond verklaard, kan ik niet anders dan het beste er maar van hopen… Met bezorgde groet, Jan Willem Vader

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=f2c3f529-a3b3-4156-af1f-a533fc6ab15a